Uit de pers geplukt
07/04/2008
🖋: 

Een verduidelijkende sketch in de les

Bart Peeters en biostatistiek hebben meer met elkaar gemeen dan je denkt. Vorig semester kwam de BV met zijn step de klas van professor Floris Wuyts binnengereden om een 'Gamma Boys'-sketch te geven. De biostatistiek gebruikt namelijk geregeld maar drie testen (in de sketch voorgesteld door een kleine hamer, een kleine beitel en een kleine zaag), in plaats van het hele gamma (de hele Gamma?) aan tests. Deze grappige, maar ook wel vreemde les à la 'Het Peulengaleis' is nu te zien op YouTube (zoektermen: Universiteit Antwerpen Bart Peeters).

 

Universiteit Antwerpen digitaliseert labboeken in Europese primeur

De Universiteit Antwerpen vervangt in een proefproject de papieren labboeken door een centraal beheerde elektronische versie. Ze is daarmee de eerste universiteit in Europa die zijn labboeken digitaliseert, weet het wetenschappelijk magazine Eos. Labboeken worden gebruikt door onderzoekers en laboranten om hun experimentele data en ideeën te noteren. Een labboek vormt ook een juridisch document en kan bewijsmateriaal zijn in patentprocedures en in procesvoering rond intellectuele eigendom. Het e-labboek moet het onderzoeksgeheugen van wetenschapsteams worden. Collega's kunnen zo gegevens efficiënt uitwisselen. De UA laat het elektronisch notitieboek een jaar lang testen door vijftien van haar onderzoeksgroepen.

 

Een jaar op kot kost 10.000 euro

De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) en haar Franstalige tegenhanger Fédération des Etudiant(e)s) Francophones (Fef) vragen maatregelen tegen de fors gestegen kosten voor studenten hoger onderwijs. Een kotstudent kost 10.000 euro per jaar, een niet-kotstudent 7.000 euro, concluderen ze uit eigen onderzoek. Daartegenover staat een maximale studietoelage van respectievelijk 3.315 en 1.990 euro. Dat heeft dramatische gevolgen, zegt VVS: "Heel wat getalenteerde jongeren worden uitgesloten uit het hoger onderwijs. De kosten leggen ook een zware hypotheek op de slaagkansen van alle anderen." Volgens de woordvoerder van minister Frank Vandenbroucke wordt volgend jaar een nieuwe studiekostenmeting gehouden.

 

Noorderstation gaat tegen de vlakte

Op 2 april is de afbraak van het voormalige stationsgebouw aan de Noorderplaats gestart. Het station ruimt baan voor de nieuwe campus van de Hogeschool Antwerpen en voor kantoorgebouwen. Die nieuwbouw zal het ook gemakkelijker maken om de toekomstige fietsersbrug, tussen het Eilandje en de campussite, te integreren in het nieuwe project. Tegen de zomer moeten de afbraakwerkzaamheden afgerond zijn. De bouw van de Campus Noord, die aan 3.000 studenten uit vijf verschillende departementen onderdak zal bieden, heeft de nodige vertraging opgelopen. 2010 was altijd de streefdatum, maar de Hogeschool Antwerpen schuift nu 2011-2012 naar voor. Eens het definitieve ontwerp klaar is, rekent de hogeschool op een bouwtijd van dertig maanden.

 

UGent strijdt tegen Oxford en Cambridge in roeiwedstrijd

Een team van Gentse studenten daagt op donderdag 10 april de collega's van Cambridge, Oxford en Leiden uit voor een roeiwedstrijd in Gent. De twee Britse topuniversiteiten hebben een wereldbefaamde roeitraditie. Volgende week gooien voor de eerste keer ook roeiers van de Universiteit Gent en de Universiteit van Leiden zich in de strijd. Elk team bestaat uit acht roeiers en een stuurman. De ploegen nemen het tegen elkaar op in een sprintwedstrijd van 200 meter. De wedstrijd vindt plaats aan de Portus Gandae-jachthaven in Gent en kan gratis bijgewoond worden. Van zes tot half acht 's avonds neemt het team van de UGent het op tegen de delegatie van het Magdalen College (Oxford), het Trinity College (Cambridge) en de Universiteit van Leiden.



VUAS in de clinch met...
07/04/2008
🖋: 
Auteur

Onrustwekkende berichten bereiken de redactie: de UA-studenten zouden in heel wat besturen en raden ten onrechte vertegenwoordigd worden door de Verenigde UA-Studenten (VUAS), de koepel van studentenclubs. Wat meer is: VUAS zou dit ook bijzonder slecht doen. dwars trok op onderzoek en hoorde de hoofdrolspelers. Volgens de voorzitter van de Studentenraad en de woordvoerder van VUAS gaat het slechts om een misverstand. Is alles dan peis en vree, of toch niet helemaal?

De kritiek die uit verschillende hoeken te horen valt, is tweeërlei. Om te beginnen zou VUAS niet het recht hebben in de Sociale Raad en de studentenraad van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA) te zetelen omdat deze posten aan democratisch verkozen studentenvertegenwoordigers zouden moeten toekomen, met name de Studentenraad. Alle UA-studenten kunnen immers stemmen voor hun vertegenwoordigers en zo de samenstelling van de Studentenraad bepalen. Voor VUAS ligt dit anders: deze koepel bestaat uit afgevaardigden van Unifac en ASK-Stuwer. De studenten hebben hier slechts zeer beperkte inspraak en kunnen enkel jaarlijks de woordvoerder verkiezen: de praesidia stellen maar één kandidaat-woordvoerder voor en de studenten hebben in de verkiezingen slechts de keuze tussen 'voor' of 'tegen'. Men vraagt zich af waarom de VUAS-feestbeesten de studenten vertegenwoordigen als het in de Sociale Raad op huisvesting of studiebegeleiding aankomt, of inzake onderwijs en onderzoek in de associatiestudentenraad. Academische dossiers zouden immers voer voor de democratisch verkozen Studentenraad moeten zijn.

 

Ten tweede wordt er getwijfeld aan de bekwaamheid van VUAS om de studenten te vertegenwoordigen in deze belangrijke dossiers. VUAS, zo luidt het, is er immers enkel voor studentenclubs en zou zich dan ook beter met kroegentochten en TD’s bezighouden.

 

Feestbeesten of dossiervreters?

“Tja, dat wij ons enkel met feesten bezighouden, is een hardnekkig fabeltje,” zegt VUAS-woordvoerder Roel Boons. “We hebben intussen al erg veel ervaring in de studentenvertegenwoordiging. Doordat er bij ons meer continuïteit is dan bij de Studentenraad, hebben we in veel dossiers zelfs meer expertise opgebouwd dan de Studentenraad. Bovendien stipuleert het UA-reglement ook dat wij de officiële vertegenwoordigers van de UA-studenten zijn.”

 

“Ik heb mijn capaciteiten tenslotte al bewezen en daardoor het vertrouwen van de studenten gewonnen,” besluit Boons. Studentenraadvoorzitter Tytgat vult aan: “Sowieso heeft de Sociale Raad weinig reden van bestaan. Die raad komt slechts één keer per jaar samen en er wordt amper iets beslist. De meeste dossiers passeren daarna nog langs de Studentenraad, waar wij wel onze invloed hebben.”

 

Een andere klacht luidt dat de vertegenwoordiging in de Sociale Raad weinig democratische legitimiteit heeft. De doorsnee student wordt immers niet geïnformeerd over de beslissingen van zijn vertegenwoordigers en zo worden er al eens twijfelachtige keuzes gemaakt. De studenten in de Leuvense Sociale Raad vochten destijds voor condoomautomaten in de gebouwen van de K.U.Leuven, maar op de Antwerpse Stadscampus staan er nog steeds geen. Nadat de meeste betrokkenen in de Sociale Raad van de UA hun fiat gegeven hadden, werd dit voorstel immers weggestemd door VUAS-vertegenwoordigers die hier naar eigen zeggen de noodzaak niet van inzagen. “Zelf was ik er toen nog niet bij,” zegt VUAS-woordvoerder Boons, “maar dat was nu eenmaal de beslissing van de toenmalige VUAS-vertegenwoordigers. VUAS kreeg de bevoegdheid om te stemmen, dus ligt de beslissing ook bij VUAS.”

 

“We kunnen in de Sociale Raad ook heel wat bereiken,” vervolgt Boons, “zo hebben we er recent voor kunnen zorgen dat er meer computers op de Stadscampus komen: in de Agora en in de bib.”

 

Associatievertegenwoordiging

Een aantal betrokkenen binnen en buiten onze universiteit vroeg zich eveneens af waarom VUAS de helft van de UA-studentendelegatie in de Associatie StudentenRaad Antwerpen (ASRA) uitmaakt. De dossiers op associatieniveau hebben immers erg specifiek met onderwijs- en onderzoeksthema’s te maken, normalerwijs de bevoegdheid van de Studentenraad en niet van VUAS. “Eigenlijk maakt het me niet veel uit,” zegt Studentenraadvoorzitter Tytgat. “ASRA is momenteel toch een lege doos. We gaan geen initiatieven nemen om het huidige systeem van vertegenwoordiging te veranderen. Het lijkt ons belangrijker in de eerste plaats aan de functie en de inhoud van ASRA te werken.”

 

“We hebben de steun van de studenten, dat is het belangrijkste,” zegt Boons. “Niet democratisch verkozen? Ik ben dat wel. En bovendien kiest VUAS zelf de meest capabele mensen, want dat is wat er echt toe doet.”

 

Navolging in de andere associaties kent dit model echter niet. Korneel Warlop, de voorzitter van de Gentse Associatie Studentenraad (GAST), wil liever geen vertegenwoordigers van de studentenclubs in zijn rangen: “Ik zie daar absoluut geen inhoudelijke meerwaarde in, integendeel zelfs. Studentenclubs hebben hun eigen, specifieke takenpakket, dat ver van alle associatie- en onderwijsdossiers verwijderd is. De studentenraad wordt democratisch verkozen, studentenclubs niet: als je hen erbij vraagt, waar houdt het dan op?”

 

VUAS

De Verenigde UA-Studenten (VUAS) bestaan uit de twee studentenkoepels van onze universiteit: Unifac voor de Stadscampus en ASK-Stuwer voor de buitencampussen. Terwijl de UA-Studentenraad verantwoordelijk is voor de ‘institutionele’ en academische vertegenwoordiging van de UA-studenten, houdt VUAS zich in principe bezig met het studentenleven voor en na de lessen. VUAS kent ook de subsidies aan de studentenclubs toe en zetelt onder andere in de Sociale Raad en ASRA.

 

ASRA en AUHA

ASRA staat voor ‘Associatie StudentenRaad Antwerpen’ en is de officiële studentenvertegenwoordiging in de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen (AUHA). Zij bestaat uit studentendelegaties van alle associatie-instellingen: Universiteit Antwerpen, Karel de Grote, Hogeschool Antwerpen, Plantijn en de Hogere Zeevaartschool. ASRA adviseert de AUHA bij alle beslissingen waar studenten rechtstreeks of onrechtstreeks belang bij hebben en houdt zo een oogje op de studentvriendelijkheid van het AUHA-beleid. De studenten van de UA hebben hier zes plaatsen, waarvan drie voor de Studentenraad en drie voor VUAS.

 

De Sociale Raad

De Sociale Raad van onze universiteit buigt zich over alle sociale studentenvoorzieningen van de instelling, gaande van huisvesting en psychosociale studentenbegeleiding tot het subsidiëren van de studentenclubs. In deze raad heeft VUAS met zes vertegenwoordigers 50 procent van de stemmen. Er zetelt ook een raadgevend lid – zonder stemrecht – van de UA-Studentenraad.



Eigen gelijk eerst
06/04/2008
🖋: 
Auteur extern
Inga Verhaert en Jan Denys

Mannen en vrouwen zijn niet gelijk. Ze zijn echter wel gelijkwaardig; zo ver zijn we al, na tienduizend jaar beschaving. Wat dan met het overduidelijke verschil in verloning? Uit het Loonkloofrapport van het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen (www.igvm.fgov.be) blijkt namelijk dat er gemiddeld een verschil van 15% bestaat tussen het loon van vrouwen en dat van mannen. In de industrie en marktdiensten bedraagt dat verschil zelfs 25%.

Is de loonkloof een gevolg van de eigenschappen en gedragingen die ons in staat stellen vrouwen van mannen te onderscheiden? Borsten, brede heupen en een lager loon als secundaire geslachtskenmerken? Of is het iets dat gegroeid is in onze tot voor kort vrijwel uitsluitend masculiene maatschappij? Twee X-chromosomen als grond van discriminatie?

dwars schreeuwde in de loonkloof en luisterde naar de echo's.

Discriminatie is de enige uitleg

De loonkloof tussen mannen en vrouwen bedraagt bruto gemiddeld 25% per maand. De oorzaken zijn divers. Zo is er verticale segregatie op de arbeidsmarkt: in beslissingsfora van bedrijven maken vrouwen maar voor 5% de dienst uit. Er is ook horizontale segregatie: er zijn typische mannen- en vrouwenberoepen, met de vrouwenberoepen als de minst betaalde. Ook deeltijds werk verklaart wat: ruim 80% van de deeltijds werkenden zijn vrouw.

Toch zijn er mensen die het bestaan van de kloof in vraag trekken. Hun argumentatie verandert voortdurend. Eerst werd het bestaan van een loonkloof gewoon ontkend. Wanneer de cijfers het tegendeel bewezen, heette het plots dat de kloof eigenlijk veel kleiner was dan 25 %, of dat er goede redenen waren voor het bestaan ervan. Mannen zouden meer verdienen omdat zij continu (net)werken zonder (loopbaan)onderbreking en minder belang hechten aan het privé-leven. Vrouwen zouden dan weer minder in staat zijn zich kapot te werken en te veel belang hechten aan het private. En dus zouden ze ‘genoegen nemen’ met minder loon. Redenen die dus altijd met de bewuste keuze van de vrouw te maken hadden, opdat er geen ‘niet verklaarde verschillen’ zouden overblijven. Want die niet verklaarde verschillen hebben een naam: discriminatie.

Het is maar hoe je het bekijkt. Onderzoek met bijbehorende cijfers kan een deel van de kloof niet verklaren, tenzij door discriminatie. En het verklaarde deel van de kloof is daarom nog niet rechtvaardig. Of moeten we het normaal vinden dat in 2008 mensen ongelijk betaald worden voor pakweg bandwerk? Omdat de vrouw dat werk uitvoert in een “vrouwelijke” sector zoals de confectie?

Op 31 maart voerden Zij-kant en de ABVV vrouwen actie onder de titel ‘Geef vrouwen hun verdiende loon’. Dat blijft helaas nog altijd de pertinente baseline van Equal Pay Day – de dag voor meer loongelijkheid tussen vrouwen en mannen.

 

Inga Verhaert (sp.a) is gedeputeerde voor Gelijke Kansen van de Provincie Antwerpen

 

 

De keuzes bepalen het loon

Waarom verdienen vrouwen minder? Naast het verschil inzake voltijds en deeltijds werken, spelen er nog een aantal factoren mee. Zo kiezen vrouwen voor jobs die minder betalen. Een universitair afgestudeerde verdient als starter één derde meer dan iemand met een diploma secundair onderwijs. Na twintig jaar loopt dat verschil zelfs op tot 50 procent. Maar ook de studiekeuze speelt een belangrijke rol. Historici verdienen gemiddeld bijna een kwart minder dan ingenieurs. Wie kiest voor de humane wetenschappen weet dat deze richtingen naar jobs leiden die gemiddeld minder opbrengen.

Een andere reden is dat vrouwen hun loopbaan meer onderbreken dan mannen. Wie de loopbaan gedurende een langere periode onderbreekt verliest sowieso op financieel vlak, omdat die onderbreking meespeelt in de anciënniteit. Daarnaast loopt de competentieontwikkeling vertraging op, met bijkomende financiële repercussies. Bovendien verkleinen ook de rol en invloed in informele netwerken in het bedrijf als je voor een tijdje verdwijnt.

Minder bekend is dat vrouwen minder verdienen omdat ze minder belang hechten aan loon dan mannen. Wie minder waarde hecht aan loon, zal bij de onderhandelingen over het arbeidscontract ook minder inzetten op loon. Daarmee is niet gezegd dat vrouwen naïef zijn of de nodige onderhandelingsvaardigheden missen. Ze nemen vrede met een iets lager loon dan een man, maar willen in ruil meer soepelheid van de werkgever inzake de afstemming werk-privé.

Expliciete discriminatie speelt hier een zeer minimale rol. Dat betekent niet dat het verschil geen maatschappelijk relevant thema is, of dat er geen ruimte is voor beleid. Alleen is het de vraag of de juiste maatregelen worden genomen. België heeft de voorbije jaren op verschillende beleidsniveaus een stimulerend beleid gevoerd ten aanzien van loopbaanonderbreking. Hoog tijd om dat beleid te verfijnen en aandacht te schenken aan de negatieve bijwerkingen.

 

Jan Denys is arbeidsmarktdeskundige voor Randstad Dit is een ingekorte versie van een opiniestuk dat eerder in De Morgen (10/03) is verschenen.



Waarom het dak binnenkort op uw hoofd valt
06/04/2008
🖋: 
Auteur

Twee jaar is ze, de Meerminne. Het edele hoofdkwartier van de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen nam, onder de roepnaam M-blok, de vrijgekomen ruimte tegenover de Sint-Jacobskerk in. Ze kadert in het grote verhuisproject van de Universiteit Antwerpen. Zoals dat gaat bij elk nieuw gebouw was het beton nog niet helemaal droog of studenten en personeel hadden al een mening over het (on)ding. Sommigen bewonderen haar strakke lijnen en recht-door-zeekarakter, anderen noemen de Meerminne een kil en ongezellig kot. Maar behalve smaakuitingen bots je ook wel eens op terechte bemerkingen. Waarom hebben die grote aula’s bijvoorbeeld wel erg veel weg van een atoomschuilkelder? Na twee jaar vond dwars het gebouw dan ook matuur genoeg om eens te peilen naar de redenen achter enkele bouwkundige beslissingen.

De bouw van een universiteitsgebouw in een stadscentrum is een stevige architecturale puzzel, vertelt Eddy Smedts van het departement Infrastructuur. Niet alleen de universiteit stelt een hele hoop eisen, maar ook stedenbouwkundig gezien zijn er veel restricties. Zo had het originele concept van architect Jo Crepain bijvoorbeeld een grote toren. Die zou een bibliotheek worden, en zou mooi converseren met de Sint-Jacobskerk aan de overzijde. Deze toren bleek zelfs één van de redenen waarom Crepains architectenbureau de ontwerpwedstrijd won. Helaas bleek de dienst Stedenbouw niet opgezet met hoogbouw op die plaats. Ook de bibliotheekfunctie verviel vanwege het plan om een nieuwe grote centrale bib te bouwen.

 

Licht (in de duisternis)

Om toch zoveel mogelijk plaats te winnen moest er niet in de lucht, maar dieper onder de grond gebouwd worden. Vandaar dat men de grote ruimten, zoals de aula’s, enkele bouwlagen onder de grond stak. Bovendien was het noodzakelijk om deze kelderaula’s stevig tegen het geluid van de voorbijdenderende trams en ander straatlawaai te isoleren. Dat is behoorlijk goed gelukt, maar heeft tot gevolg dat er geen daglicht aanwezig is, en men er een bunkerervaring krijgt om u tegen te zeggen.

 

Daglicht is wel aanwezig in de hogergelegen lokalen. Al van bij de prille plannen besteedde de architect veel aandacht aan de Sint-Jacobskerk. Zo’n historisch gebouw, dat toon je, en dus werden de leslokalen op de eerste verdieping voorzien van een grote glazen wand. Het voorbijlopende volk op straat durft echter wel eens voor afleiding zorgen. Zeker als er voor de deur een begrafenis of trouwpartij plaats heeft. De oplossing daarvoor zijn de gigantische gordijnen, die de leslokalen van alle afleiding, maar dan meteen ook van het daglicht afschermen.

 

En nu we het toch over licht hebben: het blijkt een pijnlijk euvel dat enkele energiebesparende maatregelen de professoren film- en beeldcultuur te snel af zijn. Sensoren bedienen het licht automatisch zodra er beweging is in een aula. Gevolg: als je de aula wil verduisteren voor bijvoorbeeld een filmprojectie, kan je enkel hopen dat het publiek geen pink verroert. Het omgekeerde geldt ook. Tijdens examens of lessen in kleine groepen kan het licht plots uitvallen. Een gewone schakelaar plaatsen zou dan weer het aloude systeem van nachtelijke energieverspilling invoeren. De dienst Infrastructuur gaat zich over het probleem buigen en kijken of er eenvoudige oplossingen voor bestaan. Eddy Smedts merkt op dat de sensoren alleszins wél ideaal tuig zijn om dynamisch lesgeven te stimuleren.

 

Om tot rust te komen werd bovenop het gebouw een tuin aangelegd. Het groenste stukje Meerminne doet een beetje aan als een kloostertuin midden in de stad. Je hebt er behalve op de Sint-Jacobskerk ook nog een mooi zicht op de Carolus Borromeuskerk en de Onze-Lieve-Vrouwetoren. De daktuin is jammer genoeg voorbehouden aan het personeel, dat er bij de eerste lentezon steevast een allegaartje van tuinmeubilair op zet. Dit tot lichte ergernis van de architect. Maar ach, abstracte concepten zijn er om verwarmd te worden met dagelijkse kitsch.

 

Mini-tsunami's

Wie al in de Meerminne is geweest, heeft misschien wel eens gevreesd die leuke daktuin op het hoofd te krijgen. Je kan in enkele van de lichtkoepels in de centrale hal immers kanjers van vochtplekken opmerken. De lekken blijken ontstaan te zijn door de ingewikkelde dakstructuur van het gebouw. De dakconstructie in de centrale hal zweeft op grote verborgen balken, waardoor er geen steunpilaren in de centrale hal geplaatst werden. De tijdsdruk en het precieze puzzelwerk met daktuin, lichtkoepels en de immense draagbalken zouden aan de oorzaak liggen van de lekken. Iets wat bij een gebouw van deze omvang haast niet te vermijden valt.

 

Ook op artistiek vlak zit het plafond in de centrale hal vol water, dit maal dat van de zes mediterrane zeeën. Dit kunstwerk van Michelangelo Pistoletto, dat de titel ‘Love Difference’ draagt, wil de vreedzame samenleving en culturele rijkdom van de landen rond deze zeeën symboliseren. Rondom de centrale hal zijn de woorden 'Love Difference' in de verschillende talen van die landen te lezen. Pikant detail is dat op de dag van de onthulling van dit kunstwerk, Hans van Temsche enkele straten verder zijn moordtocht uitvoerde. Ook het gedicht UtopiA van Ramsey Nasr kreeg een onderkomen in de Meerminne. Normaal gezien had het op de zijgevel gestaan, maar vanwege een boom en de ongemakkelijke en drukke straathoek verplaatste de architect het gedicht naar de grote rode muur tegenover het platform.

 

Zelfs de vloer in diezelfde centrale hal zag al eens water. Veel water, om eerlijk te zijn. Een paar maanden terug brak een leiding, waardoor de benedenverdieping er plots een vijver bij kreeg. Studenten en proffen konden zich in veiligheid brengen via het ingenieuze trappensysteem. Deze trappen zouden behalve een vluchtroute voor mini-tsunami’s ook een soort tribune kunnen zijn, of een plaats om filosofisch te keuvelen, net zoals in de Agora. Nu de universiteit net nieuwe zetels op het centrale platform heeft geplaatst, zal de student voor een gezellig praatje allicht voor die laatste mogelijkheid opteren.

 

Eerst was er een plan om op dat platform een computerruimte te voorzien, maar vanwege veelvuldig diefstal van IT-apparatuur plaatst de universiteit geen computers meer in ruimten waar geen constante controle is. Internet is wel aanwezig in de Meerminne, zodat mensen met een laptop er zonder problemen aan de slag kunnen. Eventueel wordt binnenkort nog voor extra verlichting gezorgd. Van te veel galm in deze grote open ruimte zal u ook niet moeten wakker liggen. De gezellige panelen met bolletjes vangen die voor u op.

 

Kleurenspel

Een laatste punt waarover een aantal studenten struikelen, is het kleurgebruik in de Meerminne. Het hele gebouw werkt met contrasten tussen wit en andere felle kleuren. Deze andere kleuren zijn ingegeven door een traditie die op de vroegere UIA is ontstaan. Uitgangen krijgen er een groen accent; rood staat voor brandbeveiliging. De architect voegde er zelf nog blauw bij voor de sanitaire voorzieningen. Voor het overige werd met zwart-witcontrasten gewerkt. Deze redacteur vindt de kleurcodes alvast een mooi idee, al valt over smaken en kleuren niet... Bon, u komt er zelf wel uit.



Presidentsverkiezingen met Amerikadeskundige Evita Neefs
05/04/2008
🖋: 
Auteur

Nog goed een half jaar en dan komt er einde aan het tijdperk-Bush. Amerika is nu druk bezig zijn opvolger te kiezen. De republikeinen maakten van John McCain hun kandidaat voor het Witte Huis. Bij de democraten moet er nog gekozen worden: zowel Barack Obama als Hillary Clinton wagen hun kans.

“De toekomstige president is de man of vrouw die meebeslist over hoe wij leven,” vertelt Evita Neefs, die over deze presidentsverkiezingen het boek ‘De Verdeelde Staten’ schreef. Ook voor de krant De Standaard volgt ze de strijd op de voet. Ze is dus uitstekend geplaatst om wat meer te vertellen over het belang van de nu al mythische confrontatie tussen de drie kandidaten.

 

De inzet voor deze verkiezingen is erg hoog.

Evita Neefs Er wordt een nieuwe wereldleider gekozen. De Amerikaanse president is de man of vrouw die beslist over oorlog of vrede, die een enorme invloed heeft op de wereldeconomie en die ook mee onze welvaart bepaalt.

 

In een commentaar voor de krant pleitte u ervoor de hele wereld te laten meestemmen omdat deze verkiezingen zo belangrijk zijn.

Neefs Daar ben ik verkeerd begrepen. Dat was heus geen pleidooi. Ik wilde gewoon het belang van deze verkiezingen duiden en meteen ook verklaren waarom er de komende maanden zoveel in de pers zal verschijnen over deze verkiezingen.

 

Heel de wereld zou moeten meebeslissen, maar in Amerika komt vaak nauwelijks de helft van de gerechtigde kiezers zijn stem uitbrengen.

Neefs Gaan stemmen is inderdaad ontzettend belangrijk. Nu is het wel zo dat de opkomst de voorbije voorverkiezingen toch iets hoger lag dan vroeger. De kandidaten weten meer enthousiasme op te wekken.

 

Zorgt dit enthousiasme ervoor dat Amerika verdeeld is, de titel van uw boek, ‘De Verdeelde Staten’, indachtig?

Neefs De voorbije decennia zijn er twee Amerika’s gegroeid: een landelijk, conservatief, blank Amerika dat overwegend voor de republikeinen stemt, en een multi-etnisch, stedelijk, progressiever Amerika dat vooral voor de democraten stemt. Over de jaren brachten de kiezers hun ideologie meer en meer in lijn met hun partijlidmaatschap en zo ook hun kiesgedrag.

Die polarisering heeft zijn oorsprong in de jaren zestig. Toen begon het conservatieve gedeelte van de Amerikaanse bevolking te reageren tegen vermeende wantoestanden. Er is een conservatieve, voornamelijk republikeins getinte beweging ontstaan met leiders die een duidelijke strategie hadden: burgers mobiliseren rond bepaalde thema’s om daar electoraal gewin uit te halen. Die beweging heeft zich uitstekend georganiseerd, met onder meer het uitbouwen van studiecentra en een toenemende invloed op de media.

Eigenlijk was 1994 een scharnierjaar. De conservatieve republikein Newt Gingrich werd toen voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, het Amerikaanse parlement. Gingrich probeerde een heel radicaal conservatief beleid te voeren. De democraten gingen zich, als tegenreactie, ook beter organiseren. De verkiezingen van 2000 waren een culminatiepunt: toen bleek pas hoe ver conservatieven en progressieven uit elkaar waren gegroeid.

 

Waren die conservatieven dan verantwoordelijk voor de eerste overwinning van George W. Bush?

Neefs Bush heeft zijn overwinning te danken aan het strategische genie van Karl Rove en de christelijk-conservatieven. Karl Rove was de politiek strateeg van Bush. De christelijk-conservatieven, of religieus rechts, zijn diepgelovige mensen die er qua ethische kwesties vaak heel conservatieve standpunten op na houden. Zij zijn bijvoorbeeld tegen het homohuwelijk. Rove probeerde die groep achter Bush te scharen.

Dat lukte hem ook. De christelijk-conservatieven voelden zich aangesproken door Bush. Die gebruikte veel Bijbelcitaten en getuigde openlijk over zijn geloof. In een debat vroeg iemand hem wie zijn favoriete politieke filosoof was. Hij antwoordde daarop: "Jezus". Dan denken die christelijk-conservatieven: dat is iemand van ons.

 

Fox en financiën

Opmerkelijk is wel dat Bush in 2000 de eerste voorverkiezingen verloor van de huidige republikeinse kandidaat McCain.

Neefs McCain had toen veel steun van de partijlozen en van de gematigde republikeinen in het noorden. Om zich van de stemmen van de christelijk-conservatieven, een belangrijk kiesblok in het zuiden, te verzekeren, bracht Bush vlak voor de voorverkiezingen in South-Carolina een bezoek aan de Bob Jones-universiteit, een erg religieuze academische instelling.

Karl Rove heeft bovendien enkele vuile truken gebruikt om Bush in de race te krijgen. Zo heeft McCain een aangenomen dochter uit Bangladesh. Er werd dan het valse gerucht verspreid dat dat een buitenechtelijk kind zou zijn. Dat werd opgepikt door de media.

 

De media kunnen ook een grote rol spelen, zo blijkt.

Neefs Televisie is de belangrijkste bron van informatie voor veel Amerikanen. Een tv-kanaal beïnvloedt niet enkel het stemgedrag maar ook de hele perceptie van de realiteit. Televisiestation Fox heeft bijvoorbeeld een enorme impact op het conservatieve gedeelte van de bevolking. Kranten als The Washington Post of The New York Times, die door de conservatieven worden beschouwd als “rode rakkers”, bieden natuurlijk wel tegengewicht.

 

Naast de politiek strategen en de media is er ook nog de financiële elite die mee het resultaat bepaalt. U schrijft in uw boek dat “de president wordt gekozen door de financiële elite van een land.”

Neefs Verkiezingen win je niet zonder geld. Je hebt personeel nodig, er moeten peilingen gehouden worden en er moeten tv-advertenties gekocht worden. Dat kost allemaal een behoorlijke duit. De belangrijkste bron van inkomsten voor de kandidaten is het geld van rijke sympathisanten. De financiële elite investeert in de campagne van een kandidaat. Zonder die donoren zouden de kandidaten hun tv-advertenties niet gefinancierd krijgen.

Die cheques worden natuurlijk niet uitgeschreven voor de mooie ogen van een kandidaat. Als die kandidaat president wordt, dan moet er iets tegenover staan. Bij het maken van wetten wordt dan rekening gehouden met de wensen van de geldschieters.

 

Erg democratisch klinkt dat allemaal niet.

Neefs Amerika blijft natuurlijk een democratie. Maar het huidige systeem van privéfinanciering van de verkiezingscampagnes kun je inderdaad niet echt democratisch noemen. Obama schrijft in zijn biografie dat het wat met hem deed als politicus, om enkel geconfronteerd te worden met de ideeën en voorstellen van die donoren. Met de onderlaag van de bevolking, de armere mensen, wordt nauwelijks nog contact gehouden. Voor mij is dat een schaduw op de democratie.

 

Contra-Bush-idolen

In welke mate gaat het Bush-beleid een rol spelen in de campagne van de huidige kandidaten?

Neefs Iedereen kant zich tegen Bush. Recent nog heeft McCain afstand genomen van het buitenlands beleid van Bush. Zo hoopt hij democraten voor zich te winnen, denk ik. Obama pleit voor een radicale breuk met het verleden, met het tijdperk-Bush; hij staat voor verandering. Clinton heeft dat verlangen naar verandering niet helemaal correct ingeschat.

 

Clinton staat symbool voor ervaring.

Neefs Zo presenteert ze zichzelf en zo wordt ze ook voorgesteld door de media. Clinton gaat inderdaad al heel wat langer mee dan Obama, maar dan nog. Het is niet altijd even duidelijk wat precies die ervaring is van Clinton. Obama heeft natuurlijk helemaal geen ervaring. Maar Bush had dat ook niet toen hij president werd.

Mocht Obama verkozen worden, dan zal, vrees ik, blijken dat hij veel beloofd heeft maar niet zo veel kan waarmaken. Om effectief iets te veranderen als president moet je onder meer het parlement achter je krijgen. Dat is zo simpel nog niet. Obama stemde overigens altijd erg links als senator. Dat gaat nog in zijn nadeel werken. Zeker als de republikeinen daarop beginnen te focussen.

 

In uw boek stelt u de vraag of Clinton een idool is of een kreng. En?

Neefs Voor de republikeinen staat zij, net als haar man, symbool voor alles wat er is misgelopen sinds de jaren zestig. Voor een deel van de publieke opinie is ze slecht, verwerpelijk. Een ander deel bewondert haar echter om dezelfde redenen als waarvoor ze veracht wordt.

 

Clinton is een vrouw, zal dat een rol spelen?

Neefs Peilingen hebben bewezen dat sommige mensen het daadwerkelijk moeilijker hebben met een vrouw als leider. Dat is een beetje het drama van de democraten: ze hebben twee grensverleggende kandidaten op hetzelfde moment.

 

De strijd bij de democraten is hard en blijft duren. Is dat nefast voor de partij?

Neefs Dat begint stilaan nadelige gevolgen te hebben. De strijd tussen de twee wordt te verbitterd. Ze beginnen elkaar verwijten naar het hoofd te slingeren. Dat speelt allemaal in de kaart van McCain. Hij kan die verwijten later nog eens tegen de democratische presidentskandidaat gebruiken.

Ik verwacht wel dat de democratische partij gaat ingrijpen. Volgens het proces van de voorverkiezingen zou het tot augustus kunnen duren tot er een definitieve kandidaat komt. De leider van de democraten, Howard Dean, heeft al gezegd dat er voor 1 juli een beslissing moet zijn. Als Clinton de voorverkiezingen in Pennsylvania op 22 april verliest, dan gaat de druk groot worden om eruit te stappen. Als ze dit niet doet, dan zullen gekozenen en bestuurders van de democratische partij, de zogenaamde superdelegates, de knoop moeten doorhakken.

 

Dream Team vs. Gore

Er wordt wel eens geopperd de twee kandidaturen te smeden tot één dream team met de ene als president en de andere als vicepresident.

Neefs Dat is compleet onrealistisch, gezien de uitspraken die ze daar zelf over gedaan hebben. Clinton gaat niet onder Obama willen staan. Trouwens, een vicepresident moet uiteindelijk niet veel meer doen dan naar buitenlandse staatsbegrafenissen gaan en wachten tot de Amerikaanse president doodvalt om het dan over te nemen. Onder Clinton had Al Gore heel wat macht. En Bush' vicepresident Dick Cheney was eigenlijk de echte Amerikaanse leider. Maar dat waren uitzonderingen. Als Clinton niet de democratische presidentskandidaat wordt, wordt ze wellicht senate majority leader. Dan heeft ze echte macht.

 

Zou Gore overigens geen uitstekende presidentskandidaat zijn geweest?

Neefs Gore had snel door dat niemand op hem zat te wachten. Bovendien scoorde hij niet echt goed in de peilingen vooraf. Ook leefde het gevoel dat hij zijn kans heeft gehad in 2000. En hij heeft zijn Nobelprijs op zak, dat is toch ook al iets.

 

McCain wordt wat buiten beeld geduwd door de democratische strijd. Wat voor een kandidaat is hij?

Neefs McCain is een onvervalste conservatief op het gebied van belastingen. Zo wil hij de belastingverlaging van Bush behouden. Ook op ethisch vlak is hij een conservatief. Daar zal dus weinig veranderen. Wat wel verschilt is zijn benadering tot de rest van de wereld. Hij belooft te gaan praten met de Amerikaanse bondgenoten in plaats van een unilateraal beleid te voeren zoals Bush. De stijl van de Amerikaanse regering zal dus wel wat veranderen, maar goed, McCain blijft au fond een conservatieve republikein.

 

Clinton, Obama of McCain: wie wilt u dat er wint?

Neefs Ik kan me het meest vinden in het programma van Obama, hoewel ik besef dat zijn uiteindelijke beleid, mocht hij winnen, toch niet veel zal verschillen van dat van Clinton. Ik betrap mezelf er wel op te supporteren voor Clinton. Noem het zusterlijke solidariteit.

 

Dan rest er nog dé vraag: wie gaat er winnen?

Neefs Het is nog te vroeg om daarover gefundeerde uitspraken te doen.

 

Er wordt geen geld op verwed.

Neefs Clinton en Obama zijn elkaar momenteel wat te veel aan het tegenwerken. Bovendien zijn het twee atypische kandidaten. Ik zal dus niet verbaasd zijn als het McCain wordt.

 

Er studeren ook Amerikaanse studenten aan de Universiteit Antwerpen. Een daarvan is Meghan Gallagher. Ze volgt dit academiejaar les aan de faculteit TEW. De voorbije jaren ging ze naar Canisius College in Buffalo, New York. Gallagher gaat zeker stemmen volgend jaar. “Het is onze generatie die verandering moet brengen. Ik denk bijvoorbeeld aan de opwarming van de aarde: ik wil iemand kiezen die daar iets aan gaat doen. Bush doet dat niet.”

 

Barack Obama vindt ze het meest geschikt. “Ik kan me het beste vinden in zijn standpunten over onder meer onderwijs en gezondheidszorg.” Ze denkt ook dat Obama gaat winnen. Clinton verandert wat haar betreft wat te veel van standpunt, en ze lijkt wat te opportunistisch. Een democraat is Gallagher echter niet. Mochten de republikeinen een goede kandidaat hebben, dan zou ze daar ook voor kunnen stemmen. Hoewel McCain haar wel een fatsoenlijk man lijkt, gaat ze toch voor Obama.



Nieuw examenreglement
05/04/2008
🖋: 

Een student heeft wel wat beters te doen dan het Onderwijs- en Examenreglement (OER) uit het hoofd te leren. Flaneer je feilloos door je studies, dan is andere lectuur inderdaad aangeraden. Maar wie minder geluk heeft, wil misschien weten welk rekenwerk het verdict “niet geslaagd” staaft. Om je een punthoofd te besparen, geven we een kort overzicht van het examenreglement anno 2007-2008 en enkele tendensen in de wereld der examencommissies.

Wat met de buispunten?

Volgens het nieuwe reglement kan de examencommissie, mits de nodige motivering, je geslaagd verklaren als de gezamenlijke studieomvang van de vakken waarvoor je geen creditbewijs hebt behaald, maximum tien procent van je studieprogramma bedraagt. Maar, die 10%-regeling is slechts facultatief. Dat betekent dat tolerantie geen zekerheid is aan de UA. Cis Van Den Bogaert, hoofd van het Departement Onderwijs, nuanceert: “Tolerantieregels waren in het oude reglement evenmin verplicht, maar de examencommissies maakten er wel geregeld gebruik van om eventuele buispunten door de vingers te zien. Het nieuwe aan dit reglement is dat er een ondergrens bepaald is om een student geslaagd te verklaren. Die bodem zorgt ervoor dat het diploma echt gedekt wordt door creditbewijzen. We hebben de tolerantieregel – en laat ons eerlijk zijn: 10% is niet niks – bewust behouden, evenwel na veel discussies binnen en tussen de faculteiten. De 10%-regel laat toe erg voorzichtig te evolueren naar een zuiver creditsysteem.” VVS (Vlaamse Vereniging van Studenten) heeft heel wat bedenkingen bij die evolutie naar een zuiver creditsysteem, dat inhoudt dat studenten voor alle vakken moeten slagen en er dus geen compensatie meer is. Studenten dreigen zo bepaalde buisvakken nodeloos lang achter zich aan te slepen. Of zelfs in de ergste gevallen helemaal niet afgestudeerd te raken. Twee derde tot zelfs drie vierde van de afgestudeerden in Vlaanderen werden immers ooit wel eens gedelibereerd. “Onze traditie van delibereren en compenseren wordt niet bruusk stopgezet,” stelt Van Den Bogaert, en hij benadrukt: “Ook in een zuiver creditsysteem zal de examencommissie blijven toezien op de studievoortgang. Ze zal meer dan ooit een centrale functie spelen in de kwaliteitsbewaking van de examens en toezien op de betrouwbaarheid en validiteit van de resultaten.”

 

Een student heeft wel wat beters te doen dan het Onderwijs- en Examenreglement (OER) uit het hoofd te leren. Flaneer je feilloos door je studies, dan is andere lectuur inderdaad aangeraden. Maar wie minder geluk heeft, wil misschien weten welk rekenwerk het verdict “niet geslaagd” staaft. Om je een punthoofd te besparen, geven we een kort overzicht van het examenreglement anno 2007-2008 en enkele tendensen in de wereld der examencommissies.

 

In eigen vlees

Nu de examencommissies serieus zijn afgeslankt en dus gemakkelijker kunnen worden georganiseerd, lijkt het vreemd dat ze niet jaarlijks meer delibereren. “De examencommissies komen elk jaar wel samen om de examencijfers definitief vast te stellen. De student is op het einde van elk academiejaar dus perfect op de hoogte van zijn studievoortgang, uitgedrukt in credits. Maar we hebben geen strak studiejaarsysteem meer, waardoor de examencommissies pas een globaal oordeel kunnen vellen aan het einde van de rit, als studenten voldoende credits bijeen hebben gesprokkeld,” aldus Van Den Bogaert. “Om te beletten dat de studievoortgang daardoor in het gedrang komt, voert de overheid maatregelen als het leerkrediet in, maar volgen we vooral studenten systematisch op om hen eventueel te wijzen op hun studievertraging.”

 

Van de studenten die in 2005 aan hun eerste bachelor begonnen zit nu 42% in hun diplomajaar, dus op schema, tegenover maximaal 46% in 2001.

 

Betekent de nieuwe outputfinanciering – die gedelibereerde studiepunten niet financiert – geen ernstige bedreiging voor deliberatie, compensatie en tolerantie? Sommigen menen van wel. Instellingen zullen volgens hen ofwel steeds minder geneigd zijn om buispunten nog langer door de vingers te zien, ofwel ‘genade-tientjes’ uitdelen om zelf geen financiële verliezen te lijden. “Die bedenkingen gaan voorbij aan het feit dat examencommissies zeer autonoom zijn in hun beslissingen,” weerlegt Van Den Bogaert. “Ze zullen de academische doeleinden nog steeds voor ogen houden, in plaats van de centen te tellen. Bovendien voorziet het financieringsdecreet in een diplomabonus per student die afstudeert. Door te hardvochtig te delibereren zou men dus in eigen vlees snijden.”

 

Van kali naar bama, van 12 naar 10

Toen in januari 2006 de opmerkelijk lagere slaagcijfers bekend werden gemaakt voor het academiejaar 2004-2005 – het jaar waarin het slaagcijfer versoepeld werd van een 12 naar een 10 – gaven de instellingen toe strenger te evalueren en te delibereren. De pass-or-fail-grens van 10/20 heeft nochtans het voordeel van de duidelijkheid: in een creditstelsel kunnen docenten door een 11 te geven het uiteindelijke verdict niet langer laten afhangen van de globale studieprestaties van een student, maar zijn ze verplicht om heel scherp aan te geven of de student de vooropgestelde competenties voor dat vak heeft verworven. In de praktijk trokken de meeste proffen echter gewoon twee punten af van wat ze vroeger hadden gegeven.

 

Van Den Bogaert benadrukt dat de uitspraak dat “instellingen strenger delibereerden” alweer voorbijgaat aan de autonomie van de examencommissies. Bovendien kan je de daling van het slaagpercentage in juni 2005 in verband brengen met de fors toegenomen instroom in dat jaar, en met het feit dat het bama-systeem voor iedereen even aanpassen was. “De verschuiving van het slaagcijfer bracht misschien een klik teweeg in de evaluaties van de examens, maar die vormt zeker niet de hoofdreden van de daling,” aldus Van Den Bogaert. We moeten die lage slaagcijfers ook niet dramatiseren. “In vergelijking met juni 2004 – toen het slaagpercentage voor generatiestudenten 53% bedroeg, het hoogste percentage in tien jaar – is er een opmerkelijke daling van tien procent in 2005 – het jaar van de eerste generatie bachelors – maar in vergelijking met andere kali-jaren en de bama-jaren nu is het percentage van 2005 (43%) erg normaal.”

 

Uit de cijfers die Van Den Bogaert voorlegt, blijkt dat de studiediscipline van de bama-studenten vergelijkbaar is met die van de kali-studenten: van de studenten die in 2005 aan hun eerste bachelor begonnen zit nu 42% in hun diplomajaar, dus op schema, tegenover maximaal 46% in 2001. Die 42% dekt ook een kleine fractie studenten die door een buis een iets groter studieprogramma hebben, maar daardoor nog geen studieduurvertraging oplopen. “Studenten hebben trouwens niet meer het gevoel te zakken of te slagen voor een jaar,” merkt Van Den Bogaert nog op. “Het is niet verwonderlijk dat door de flexibilisering de studievoortgang wat gedaald is, al gaat het echt wel om een luttel verschil. Dat wil niet zeggen dat we niet waakzaam blijven. We moeten de studievoortgang zorgvuldig blijven bewaken, studenten daarin begeleiden en indien nodig de studieprogramma’s bijsturen.”

 

Slaagpercentages voor generatiestudenten:

kali: 46 (2001), 48 (2002), 49 (2003), 53 (2004)

bama: 43 (2005), 45 (2006), 43 (2007)

 

De veranderingen op een rijtje:
  • Er wordt enkel nog in de diplomajaren van zowel bachelor als master gedelibereerd.
  • De examencommissie kan je geslaagd verklaren als de gezamenlijke studieomvang van de opleidingsonderdelen waarvoor je geen creditbewijs hebt behaald, maximum TIEN procent van het programma bedraagt. De grootte van de tekorten speelt dus geen enkele rol, maar wel het totaal aantal studiepunten van de vakken waarop je tekorten hebt.

    Bijvoorbeeld: 8/20 op een opleidingsonderdeel van 6 studiepunten en 7/20 op een ander vak van 6 studiepunten = tekorten over een studieomvang van 12 studiepunten = eventueel geslaagd.

  • Je kan ook slagen als je slechts voor één opleidingsonderdeel, vrijstellingen niet meegerekend, geen creditbewijs hebt behaald. Deze tolerantieregel geldt vooral bij de deliberatie van een (eenjarige) masteropleiding.

    Bijvoorbeeld: tekort van 9 studiepunten op een (master)programma van 60 studiepunten = eventueel geslaagd, ondanks het feit dat de 10%-regel slechts een tekort van 6 studiepunten toelaat.



Dossier milieu
04/04/2008
🖋: 

U hebt ongetwijfeld al van volgende doemscenario’s gehoord: het smelten van de ijskappen, het uitsterven van zeldzame diersoorten, verwoestende zure regen, smog... Hoewel de milieuproblematiek voor ons zorgeloze studenten een ver-van-mijn-bed-show lijkt, is het een zaak die ons allemaal aanbelangt. Om uw feitenkennis hieromtrent bij te schaven, zet dwars enkele noemenswaardige cijfers op een rijtje.

De klimaatverandering

Global warming: deze verandering van het klimaat is een rechtstreeks gevolg van de oplopende concentraties aan broeikasgassen in onze atmosfeer. Deze gassen laten de zonnestralen van de zon richting aarde door, maar houden de door de aarde teruggekaatste warmte tegen. Dat is dan het befaamde broeikaseffect.

Sinds het begin van de industrialisatie, omstreeks 1750, is de concentratie aan broeikasgassen sterk toegenomen. Er zijn steeds meer bewijzen dat menselijke activiteiten – zoals ontbossing en het gebruik van fossiele brandstoffen – aan de grondslag liggen van de temperatuurstijging die we de laatste vijftig jaar waarnemen.

Hoewel vast niemand bezwaar optekent tegen een iets warmer klimaat, heeft een temperatuurverandering van meer dan 2°C toch serieuze gevolgen voor mens en milieu. Men voorspelt dat de globale klimaatverandering nog deze eeuw voor een verhoging van de gemiddelde temperatuur met 1,1° tot 6,4°C zal leiden. Een toe- of afname van de neerslaghoeveelheden naargelang de regio zal op te merken zijn. Het zeeniveau zal bovendien stijgen met 18 tot 59 cm. Enkele te verwachten gevolgen zijn overstromingen, droogtes en verspreiding van ziektes.

In België was 2006 het absolute recordjaar met een gemiddelde jaartemperatuur van 11,4°C. De tien warmste jaren sinds 1833 (het jaar van de eerste weermetingen) situeren zich na 1989, de tien koudste vóór 1888.

 

Het gat in de ozonlaag

Zo’n ander rampscenario: het gat in de ozonlaag. Onze atmosfeer beschermt het leven op aarde door een gedeelte van de schadelijke straling die afkomstig is van de zon tegen te houden.

De ozonlaag, die zich in de stratosfeer (tot ±17km boven aardoppervlak) bevindt, houdt het schadelijkste deel van de ultraviolette straling uit zonlicht tegen. De ozonlaag wordt aangetast door bepaalde drijfgassen, met name chloorfluorkoolstofverbindingen (CFK’s). Ze worden meestal gebruikt als koelmiddel in koel-, vries- en airconditioninginstallaties. Daarnaast zijn de stoffen terug te vinden in schuimen, blusmiddelen, spuitbussen en reinigings-, oplos- en isolatiemiddelen.

De aantasting van de ozonlaag komt het sterkst tot uiting in het ozongat dat elk voorjaar rond september boven de Zuidpool optreedt. Boven het Noordpoolgebied wordt ook een ozonafname gemeten, maar die is minder sterk. Daarom werd in 1989 het Montreal Protocol opgesteld. Het was echter te verwachten dat het gat niet meteen zou dichten (het bleef nog tot 2000 groeien) aangezien de drijfgassen al in de ozonlaag zitten.

 

Milieuvriendelijkheid bij de bevolking

De Belgische huishoudens worden beetje bij beetje milieuvriendelijker. Het aantal huishoudens nam in de periode 1995-2006 toe met 10%. De totale hoeveelheid afval steeg echter sneller dan het aantal huishoudens, met 12,5%. De hoeveelheid restafval daarentegen daalde met 51%. Ook het energieverbruik daalde licht, met 1%. De broeikasgasemissie, die daaraan gekoppeld is, daalde met maar liefst 6,5% tussen 1996 en 2006. Het watergebruik vertoont geen duidelijke trend, maar blijft de laatste jaren wel vrij constant.

Het milieu is misschien niet meteen uw grootste zorg, maar we geraken op de goede weg. Bekijk dus zeker de tips van Gaia Jorden op het einde van dit dossier en draag je steentje bij tot een leefbare wereld voor ons nageslacht.



Josse De Pauw over Hugo Claus
04/04/2008

Uit een poll van Radio 1 bleek dat ‘Het verdriet van België’ het meest ongelezen boek is. De kans bestaat dus dat u nog nooit een letter van deze klassieker gezien heeft. Voelt u zich door de heisa rond de overleden auteur toch niet moreel verplicht om die literaire leemte weg te werken, dan kan u nog altijd naar het theater. Tot eind april brengt Josse De Pauw in de Bourla ‘De versie Claus’. Om uw mannetje te staan in belezen gezelschap bent u met dit interview alvast ook op de goede weg. Een gesprek over de held en de leugen, de hamster en de overdaad – en stiekem ook over de domme interviewer.

Na de dood van een bekend persoon wordt vaak gepoogd om in hommages een beeld te vangen van de artiest. Het beeld van Claus dat de voorstelling centraal stelt, is dat van... een hamster.

Josse De Pauw Hugo Claus is ooit omschreven als een Vlaamse Reus – een konijnenras – maar hij zag zichzelf liever als een hamster, die verzamelt en verzamelt, en zich dan verschanst. Een gepaste metafoor voor de kunstenaar en zijn observeren, luisteren, lezen en – na een langdurig herkauwen van dat materiaal – schrijven. Hugo Claus vergeleek zich ook met de hamster omwille van diens bolle wangen: dat dier eet altijd, net zoals de schrijver. Claus had vraatzucht. Hij weet dat aan de oorlog, maar eigenlijk at hij gewoon ontzettend graag, veel, en lekker.

 

Claus nam vaak verschillende poses aan en hekelde de leugen niet. Integendeel, voor hem “ligt de redding van de wereld in de leugen”. Doorprikt de voorstelling iets van het mysterie rond Claus, of werkt ze mee aan de leugen?

De Pauw Voor mij is er geen mysterie. Claus zei zelf dat de leugen enkel een redding voor de wereld inhoudt, zolang je ze maar niet gelooft. Die voorwaarde is belangrijk: hij wíl niet dat we zomaar aannemen wat hij zegt. De voorstelling voegt niets toe aan Claus’ citaten uit twintig jaar interviews (gebundeld in het boek ‘Groepsportret, een leven in citaten’ van Mark Schaevers, nvdr.) en behoudt de contradicties die daarin vaak voorkomen. Claus heeft het trouwens expliciet over dat verzinnen: “Een mens”, zei hij, “geeft al eens valse berichten over zichzelf, zoals een vrouw liegt over haar leeftijd.” Hij is altijd erg bezig geweest met de leugenkwestie en het overdrijven van poses, wat deze auteur dan ook aan een acteur verbindt - twee chiquere figuren van de leugenaar. Hij vond de spelende mens de enige met bestaansrecht. Hij wou balletdanser zijn en grands écarts maken, ondanks zijn niet al te mager figuur. Als er geen actrices bestonden, dan zou hij met travestieten zijn omgegaan.

 

Is het dit barokke spel dat u vooral boeit bij Claus?

De Pauw Ik werd niet vanaf het begin getroffen door zijn werk, maar had wel al op vroege leeftijd interesse voor de schrijver, wat wellicht met zijn ‘glamour’ te maken had. Ik was zestien toen ik hem begon te lezen en die periode was de glorietijd van Claus. Hij had in Parijs gewoond, schreef theaterstukken die heel erg op de tijdsgeest inbeukten, en was de enige schrijver die een jong publiek aansprak. Ouders hadden doorgaans een grondige hekel aan Claus, ook al omdat hij zich heel arrogant en dandy gedroeg, met zijn vreemde brillen en bontjassen en sigaretten. Het was voor mij als jongeman belangrijk om weten dat er een schrijver bestond zonder baard en pijp in de mond. Claus is die houding blijven volhouden, en is daarenboven ook nog gaan schilderen, films maken en regisseren. Hij was een renaissancefiguur die maar deed en deed, en daarbij de nek uitstak. Zelf houd ik wel van dat veelzijdige, al heb ik geen zin om me met Hugo Claus te vergelijken – nu niet en op de scène evenmin. Dat dóet een mens niet.

 

Claus vond de spelende mens de enige met bestaansrecht. Als er geen actrices bestonden, dan zou hij met travestieten zijn omgegaan.

 

U noemt zichzelf dan ook geen transformatieacteur – of zoals u eerder zei: “Een acteur kan niets anders dan zichzelf spelen, elke rol die ik speel behoort mij toe.”

De Pauw Inderdaad, en dat is misschien zelfs goed voor dit stuk: we brengen de echte woorden van de schrijver en het zou maar al te raar zijn als een acteur een soort van Hugo Claus zou neerzetten. Dat zou ongepast zijn en ook niet kunnen. Misschien ben ik dus wel de geknipte man voor deze voorstelling (lacht). Maar ik ben allesbehalve een Clausiaans acteur, die houdt van het uitpakken en het almaar spelen van vele, verschillende rollen.

 

Al heeft literatuur een trager verrottingsproces dan de mens, zoals Claus beweerde, toch was hij erg realistisch over zijn literair voortbestaan: hij zou al blij zijn mochten enkele regels van hem de tand des tijds doorstaan. Theater is een vluchtig medium. Is het onder andere daarom dat u zelf ook bent beginnen schrijven?

De Pauw Ik ben nooit gaan schrijven om boeken te publiceren. Mijn werk bestaat uit teksten die aanvankelijk geschreven waren voor het theater, dus verbonden aan de vluchtigheid van het spel. Andere teksten zijn geschreven voor de krant, ook al zo’n vluchtig medium. Pas later stelde mijn uitgever voor om al die teksten te verzamelen tot een soort van bladerboek. Ik heb een hekel aan boeken van columnisten, maar zo’n samenraapsel van allerlei teksten sprak me na een poosje toch aan. Natuurlijk ben ik geen schrijver als Claus, hoewel hij eigenlijk beweerde in hart en ziel een schilder te zijn. Maar voor het schilderen golden niet dezelfde regels: “Je kan een debiel zijn en toch goed schilderen, dat kan je je als schrijver niet veroorloven.” Claus wist veel, hij was tegelijk een quizzer én een speler. Dat merk je in zijn werk: door de vele lagen kon hij voor een breed publiek schrijven, gaande van lezers met een ruime mythologische achtergrondkennis tot zij die het werk lazen als een Bildungsroman of een oorlogsverhaal.

 

U vindt artistieke vrijheid erg belangrijk. Wordt uw creativiteit niet ingeperkt door een reëel persoon op het toneel neer te zetten?

De Pauw Ik vind dit echt iets voor mij. Ik heb altijd al een hang gehad naar documentaire in theater. Mijn eigen geschriften zijn allemaal gebaseerd op het leven om mij heen, waar ik dan vrij mee omga. De documentaire op die manier op de scène brengen, staat me heel erg aan. Alleen is dat hier wel heel kort op de man: ik heb Claus gekend en hij is net dood. Dat hoeft niet vervelend te zijn, maar het legt me wel druk op. Ik krijg het zeer warm soms. (lacht)

 

Wat is één van uw lievelingscitaten uit de monoloog?

De Pauw Het is een héél lekker stuk. (lacht) Er zijn wel een aantal citaten die ik bijzonder graag zeg... (Stilte) Hij heeft zowel met Elly Overzier als met Sylvia Kristel een zoon (Thomas en Arthur, nvdr.), waarover hij mijmert: “Ze zien mij als een rare oom, een flierefluiter die af en toe langskomt. Ik hou heel erg veel van hen, maar ik zie ze twee à drie keer per jaar, eerder toevallig.” En dan zegt hij: “Soms stel ik me hen voor als oudere mannen in de tuin, en hun kinderen vragen: ‘Wat was uw vader voor iemand?’ En mijn zonen antwoorden: ‘Hij tekende een beetje, geloof ik.’ - ‘Maar was dat dan de moeite waard?’, vragen mijn kleinkinderen. En dan hoop ik dat mijn zonen antwoorden: ‘Het was beter dan men tegenwoordig denkt.’” Dat vind ik zeer schoon. Hoe hij zijn werk in de toekomst inschatte. En dan ook dat beeld van de relatie met zijn zonen. Hij was absoluut geen familiemens, geen vaderfiguur. Hij zei altijd dat hij daarvoor geen talent had.

 

In een interview met Piet Piryns omschreef Claus zichzelf als “een keffer, een blaaskaak met nogal wat hiaten in zijn kennis”, “een Ubu Roi die zwelt en zwelt en zwelt.” Is dat ook het beeld dat voor u uit het boek ‘Groepsportret’ naar voren komt?

De Pauw Dit is maar één van de poses die hij aanneemt. Hij wist wie hij was en waar hij stond, maar hij vergeleek zichzelf ook regelmatig met Socrates, Homerus, Milton, Joyce ... Dat vind ik er zo geestig aan, dat het alle kanten uitslaat. Hij deed dat erg graag, provoceren. Dat was wat Vlaanderen, zeker toen, heel erg schokte. Van schrijvers werd een soort bedachtzaamheid verwacht, een soort van eruditie. Claus was wel erudiet, maar niet sereen, niet bedachtzaam; een dandy, en dat hadden we nog niet gehad.

 

Hoe verwerkt u het amalgaam van dialecten, eigen aan het werk van Claus, in de voorstelling?

De Pauw Ik spreek woord voor woord wat hij gezegd heeft, en dat is een Claus-taal. Zeer moeilijk om te leren, er staan immers weinig zinnen in die we in het alledaagse leven zouden zeggen. Ook in zijn interviews sprak hij een taal met een soort literaire klop, maar die toch Vlaams gekleurd was en heel erg eigen gemaakt. De woorden van de monoloog heeft Claus één voor één uitgesproken. En zo zal ik ze zeggen.

 

De voorstelling beeldt een interviewsituatie uit. Claus vond interviews “een onaangename aftakking van zijn literaire werk”, iets waar hij zijn genie liever niet aan verspilde. Geldt voor u hetzelfde?

De Pauw Theater is een toonkunst: je gaat op de scène staan, gewoon, zonder te moeten zagen over wat je doet. De schrijver is lang alleen geweest met dat boek en komt er dan mee buiten. Maar Claus was genoeg acteur om graag in de spots te staan. Ik denk dat hij zelf ook wel wist dat hij tijdens interviews zo’n straffe, boeiende dingen zei, dat die ook een beetje als een deel van zijn werk gezien mochten worden. Ik zou niet willen dat ze mijn interviews allemaal beginnen uit te schrijven. In eerste instantie wou hij dat evenmin, maar hij heeft uiteindelijk wel meegewerkt aan het boek van Mark Schaevers. De interviews die hij gedaan heeft, zijn gewoon prachtig en erg grappig. Soms kon hij ook heel kortaf zijn tegen interviewers, waarvan hij wel eens zei dat ze hetzelfde IQ hadden als platvissen. Hij bleef altijd de baas in het gesprek; hij keek neer op interviewers, of ten minste, dat was een pose die hij aannam. Ik heb het neerkijken letterlijk genomen en sta daarom met een dwerg op de scène, Chris Willemsen, die de zwijgende interviewer speelt. Het is een hard beeld, maar wel één waarvan ik denk dat het ook emotioneel werkt.

 

Is er een vraag die wij als interviewers niet aan u mogen stellen, of u bestempelt ons als "platvissen"?

De Pauw (lacht) Ik heb in heel mijn leven één interviewer weggestuurd omdat die zich neerzette en zei: “Sorry, ik heb nog nooit iets van u gezien, maar ik moest iemand vervangen.” Dan haal ik mijn vervanger er ook bij. Er zullen wel vragen bestaan waar ik niet op antwoord, zeker als het te persoonlijk wordt. Zolang het over mijn kunst gaat, kan alles gevraagd worden.



04/04/2008
🖋: 
Auteur

Tegenwoordig wordt er veel belang gehecht aan het concept criminaliteit. Volledige websites, televisieprogramma’s en nieuwsberichten zijn eraan gewijd. SMS kan de commerciële druk van deze media niet negeren en besluit een nieuw licht te werpen op onze criminele medemens.

Een Duitse dievegge dacht de overvaltruc van het jaar gevonden te hebben. Ze kocht een doos vol stinkbommetjes en gooide die tegen het loket van een bank. De verschrikkelijke geur verspreidde zich al vlug over het bankfiliaal, tot het zo ondraaglijk werd dat de vrouw zelf moest vluchten.

 

Zeg echter niet te gauw: “het is weer een vrouw.” In een Amerikaanse kledingzaak riep een jonge dief: “Geef me al het geld uit de kluis!” Een angstig personeelslid antwoordde: “De kluis is op slot, meneer de dief, enkel de baas kan die openen.” De jonge rakker gaf haar zijn gsm-nummer, zei: “Bel mij als hij terug is,” en vertrok. Eén keer raden van wie de dief later een telefoontje kreeg.

 

In Limburg reed een autobestuurder tegen de gevel van een huis en pleegde vluchtmisdrijf. Dit was de 59ste keer dat het huis werd aangereden. Is er iemand ooit op het idee gekomen dat het huis misschien in fout is?

 

'Prison Break' op z’n Servisch. Tijdens de speeltijd – het uurtje dat gevangen een luchtje mogen scheppen – deden drie gevangen een ontsnappingspoging. Twee haalden de eindmeet niet. Hoelang was hun resterende straftijd? Gevangene nummer één: een maand, gevangene twee: een week en gevangene drie, de enige ontsnappingskoning: een dag. Hun bijnamen zijn Dom, Dommer en Domst.

 

Excuus van de maand. In Duitsland werd een vrachtwagenchauffeur door de politie aan de kant gezet omdat hij tijdens het rijden zijn gsm gebruikte. Volgens de arme man was het zo koud in zijn cabine dat hij het onding gebruikte om zijn oor te verwarmen. De politierechter aanvaardde het excuus. Toegegeven, dát moet je kunnen.

 

Nog ééntje om het af te leren. Twee Poolse dieven hoopten met pepperspray een bank te kunnen overvallen. Dat was niet op het uitgebreide beveiligingssysteem van de bank gerekend, dat de pepperspray terug in hun gezicht blies. De mannen vluchtten al wenend en met de brandende ogen de bank uit. Oh, ik vergis me, het was geen beveiligingssysteem, het was de airconditioning.



Met dank aan...
04/04/2008
🖋: 

Sebastian Houston is de kersverse medewerker van het Studenten Informatie Punt van Campus Drie Eiken. Bij hem kan je als student terecht met allerhande vragen over de talloze mogelijke studierichtingen, of om informatie te vergaren over andere diensten. De mensen van het STIP verwijzen je graag door. Sebastian is zelf nog maar net student af. Hij vindt het werken alvast niet minder leuk dan het studeren: “Je hebt wat minder vrijheid, maar ik vind mijn eerste job zeer gevarieerd en uitdagend”, zo klinkt het.

Het contact tussen Sebastian en de studenten verloopt erg goed, aangezien hij velen van hen nog kent uit het studentenleven.