Met USOS op inleefreis naar Nicaragua
19/09/2008
🖋: 
Auteur extern
Dries Rombouts & Janus Verrelst

Nicaragua, een puntje op de kaart ergens in Centraal-Amerika, werd op 20 juli een land en een ervaring. Na een jaar intensieve voorbereiding met USOS vertrokken we met zes studenten en twee personeelsleden van de UA op inleefreis. Iedereen speculeerde over zijn gastgezin en vooral in welke omstandigheden – arm of rijk? – we elk zouden terechtkomen. De Nicaraguaanse universiteit die instond voor ons reisprogramma hield dat namelijk angstvallig geheim. Eenmaal aangekomen in het tropisch warme Managua werden we één voor één gedropt bij onze families. Sommigen verbleven in rijke residentiële wijken, anderen in een straat zonder asfalt. Dat is de inleefreis op z’n best: samenleven met de plaatselijke bevolking en heel verschillende ervaringen opdoen. In Managua zag ons programma er steeds hetzelfde uit. Elke dag hadden we op de universiteit een gesprek met experts over toepasselijke thema’s als armoede, delinquentie en voeding. Daarna gingen we de stad in, op bezoek bij een sociaal project zoals een opvangtehuis voor straatkinderen of een voorlichtingsproject over evenwichtige voeding voor jonge moeders.

 

Het echte inleven begon tijdens de tweede week: in San Juan del Oriente ten zuiden van Managua verbleven we bij andere en armere gezinnen, met een koude douche in open lucht, een aarden put als toilet en een houten vuurtje dat gepromoveerd was tot keuken. De comfortshock was groot maar de mensen gaven wat ze hadden. Hechte banden werden gesmeed. De bevolking – waarvan de meerderheid artisanaal pottenbakker – leerde ons haar vakmanschap aan, we aten wat die zelfgemaakte potten schaften (rijst, bonen, yucca ...) en genoten ondertussen van de natuur. Het afscheid viel velen zwaar, maar we gingen onverbiddelijk op de kiekenbus terug naar base camp Managua, waar we werden klaargestoomd voor onze volgende veldtrip.

 

Dit keer trokken we diep het binnenland in. Temidden van een idyllisch glooiende omgeving werden we even boer, vaak mijlenver van elkaar, zonder communicatie. Het harde leven op het platteland was weer helemaal anders dan het leven in San Juan del Oriente of Managua. Terug in de hoofdstad, de laatste week, concludeerden we al dat we tijdens deze reis meer hadden gezien en meegemaakt dan we ooit op eigen houtje hadden kunnen verwezenlijken. Natuurlijk liep niet altijd alles op wieltjes. Er waren ook heel wat kritische momenten, culturele haren in de boter of gewoon slechte contacten met de gastgezinnen. Maar dat is ook een deel van de reis en uit deze moeilijke momenten konden we alleen maar leren… Uiteindelijk keer je terug met de ogen wijd open en de herinnering aan een fantastische levensreis.

 

USOS (Universitaire Stichting voor Ontwikkelingssamenwerking) zoekt enthousiaste studenten die volgende zomer mee op inleefreis willen naar Marokko of Nicaragua.

Deze reizen vragen een intensieve, maar aangename voorbereiding. Tijdens verschillende weekends en avonden maak je kennis met een nieuw land en word je voorbereid op de ontmoeting met een andere culturele en sociaal-economische realiteit. Interesse? Schrijf je in op www.usos.be en wees welkom op één van onze infosessies:

Vrijdag 3 oktober 12.30u Stadscampus – Meerminne 103 / Woensdag 8 oktober 19.00u Stadscampus - Zomaar een Dak, Prinsstraat 32 / Woensdag 15 oktober 12.30u Drie Eiken – R 0.19 / Vrijdag 17 oktober 12.30u Groenenborger – V0.08

Door USOS kan je het Zuiden ook dichter bij huis vinden, namelijk op de UA zelf. Op de debattencyclus ‘Debating Development’ mogen we ook dit jaar weer enkele Zuid-sprekers ontvangen. De cyclus staat open voor een breed publiek, maar wordt tevens als een interfacultair vak aangeboden. Meer info: www. ua.ac.be/debatingdevelopment

Contact: janus.verrelst@ua.ac.be



19/09/2008
🖋: 

“Vergelijk het binnenoor met een gazon: de grassprietjes zijn de haartjes op de haarcellen in het slakkenhuis. Als je op gazon loopt, is dat helemaal niet erg als hij daarna de tijd krijgt om zich te herstellen. Maar de grassprietjes op de plaatsen waar je elke dag vijftig keer overheen loopt, gaan kapot en verdwijnen. En dan heb je een probleem natuurlijk.” Dat zegt professor Guy Van Camp, biochemicus en hoogleraar medische genetica aan de faculteit Biomedische, Farmaceutische en Diergeneeskundige Wetenschappen. Samen met zijn onderzoeksgroep zoekt hij naar factoren die aan de basis liggen van ouderdomsslechthorendheid en lawaaigeïnduceerd gehoorverlies. De oorzaak van deze twee aandoeningen is complex: zowel omgevingsinvloeden als genetica spelen een rol. dwars vroeg hem de, euh, oren van het lijf.

Guy Van Camp Het oor bestaat uit drie delen: het uitwendige oor met de oorschelp en de gehoorgang, het middenoor met het trommelvlies en de gehoorbeentjes, en het binnenoor met het slakkenhuis. Binnenin het slakkenhuis heb je een membraan waarop haarcellen zitten. Dat gaat trillen onder invloed van geluid, waardoor de haartjes van de haarcellen worden afgebogen en een signaal wordt doorgegeven via zenuwuiteinden aan de gehoorzenuw en zo naar de hersenen.

 

Waarom zijn precies de haarcellen zo belangrijk?

Van Camp Een mens heeft bij zijn geboorte een volledige set haarcellen, ongeveer 15.000 stuks. Eén van de eigenschappen van deze haarcellen is dat het zogenaamde terminaal gedifferentieerde cellen zijn. Dat wil zeggen dat ze niet meer delen. Als een haarcel doodgaat, ben je hem kwijt voor de rest van je leven.

 

En dat is wat blootstelling aan lawaai doet?

Van Camp Dat klopt. Men weet dat lawaai de haarcellen kapot maakt en dat je daardoor minder goed gaat horen. Bovendien verlies je niet alleen je vermogen om geluid te detecteren, je merkt ook het verschil in frequentie minder gemakkelijk op. Het onderscheid tussen letters, wat vaak een verschil in frequentie is, hoor je niet meer. Zo ontstaan problemen met spraakverstaanbaarheid. Je hoort wel dat er geluid is, maar je verstaat het niet meer. Bijzonder vervelend.

 

Uw onderzoeksgroep is internationaal erg bekend. Bent u met een belangrijk project bezig?

Van Camp Met ons labo aan de Universiteit Antwerpen namen we de voorbije jaren deel aan een grootschalig onderzoek, samen met negen andere Europese landen. We verzamelden gegevens van meer dan 3.500 mensen tussen 55 en 65 jaar. Enerzijds een gehoortest, anderzijds informatie over de omgevingsfactoren waaraan deze mensen werden blootgesteld via een vragenlijst en genetisch materiaal via een bloedstaal. Momenteel is de analyse van de omgevingsfactoren helemaal rond.

 

Zijn er resultaten die opvallen?

Van Camp Toch wel. Natuurlijk is lawaai de duidelijkste omgevingsfactor. Dat is een open deur intrappen. Mensen die in een lawaaierige omgeving gewerkt hebben, horen minder goed. Maar er kwamen nog een aantal kleinere effecten, die voordien nog onduidelijk waren, uit ons onderzoek voort. Roken is slecht voor je gehoor. Het behouden van een aanvaardbare Body Mass Index (BMI) is gezond voor je oren. Mensen met een hoge BMI horen slechter dan mensen met een lagere index. E,en derde factor viel het meest op: alcohol blijkt een beschermende werking te hebben op je gehoor. Wie regelmatig alcohol drinkt, heeft wat minder kans om ouderdomsslechthorendheid te ontwikkelen.

 

Wie regelmatig alcohol drinkt, heeft wat minder kans om ouderdomsslechthorendheid te ontwikkelen. Gematigd alcoholgebruik welteverstaan.

 

We kunnen dus massaal de fles ontkurken?

Van Camp Was het maar waar. (lacht) Gematigd alcoholgebruik welteverstaan. Net zoals dat het geval is voor hart- en vaatziekten behoeden één à twee glaasjes per dag je deels voor gehoorproblemen op latere leeftijd.

 

Het beruchte rodewijneffect.

Van Camp Inderdaad. Rode wijn bevat veel antioxidanten. Deze moleculen beschermen je oren tegen de stress die lawaai met zich meebrengt. Daarbij komt dat we gemerkt hebben dat niet alleen rode wijn je gehoor beschermt, maar ook andere soorten van alcohol. De hypothese is dat alcohol een betere doorbloeding van het slakkenhuis geeft en dus een betere zuurstofvoorziening.

 

Spelen enkel omgevingsfactoren een rol?

Van Camp Nee. Er is een grote variatie op latere leeftijd die niet door omgevingsfactoren alleen te verklaren is. Hier komt de genetica om de hoek piepen. In het onderzoeksproject hebben we het genetische materiaal van de mensen met het beste en het slechtste gehoor uitgebreid onder de loep genomen. We vonden een heel significant verschil in een bepaald gen dat GRM-7 heet. Dit gen codeert voor de Glutamaat Receptor Metabotroop-7, een receptor die in de haarcellen en de zenuwcellen in het binnenoor zit. Het is erg opvallend dat een gen zo sterk uit een onderzoek komt. We zoeken nu verder en het zal zeker zo zijn dat er nog een heel groot aantal andere genen een rol spelen. Bepaalde genen maken ons vatbaarder voor gehoorschade, andere genen werken beschermend.

 

Wat kunnen we ondertussen doen?

Van Camp Jonge mensen kennen hun genetisch materiaal niet. Zij weten niet of ze genen bezitten die hen gevoelig maken voor gehoorverlies. Medicijnen bestaan voorlopig ook niet, al wordt hieraan gewerkt. De optimale therapie zou zijn om de haarcellen terug te doen delen zodat ze zich kunnen herstellen, maar de eerste vijf tot tien jaar zijn we hier echt niet aan toe. Je kan dus maar beter je oren verzorgen. Draag gehoorbescherming op je werk en zet het volume van je mp3-speler liever niet op zijn hardst. Mocht de schade die je hebt opgelopen onomkeerbaar zijn, kan je je behelpen met gehoorapparaten of – bij heel ernstige gehoorbeschadiging – met cochleaire implantaten. Helaas is de klankkwaliteit van deze toestelletjes niet te vergelijken met je originele gehoor. Preventie is dus een absolute must.

 

Hoort u zelf nog goed?

Van Camp (lacht) Elke avond een goed glas wijn en alles werkt nog prima!



Universitas en UA kiezen vanaf nu voor 100% gerecycleerd papier
19/09/2008
🖋: 

Gedaan met de tijd dat milieubewuste mensen werden voorgesteld als blootsvoetse hippies in een boom van het Amazonewoud. Duurzaamheid is vandaag de dag een moderne en vooral belangrijke factor in onze samenleving. De UA en Universitas, de grootste cursusdienst van Antwerpen, dragen een opvallend steentje bij.

Vanaf dit academiejaar drukt Universitas alle studentencursussen op 100% gerecycleerd papier, in het voetspoor van Acco. Vijftien miljoen vellen per jaar bevatten vanaf nu geen milieuvervuilende stoffen meer en redden massa’s bomen van de hakbijl. Bovendien wil de cursusdienst het recto verso drukken zoveel mogelijk promoten, wat een besparing kan betekenen van maar liefst twintig ton papier per jaar. Deze groene beslissing kwam er in het kader van het Fenixproject, een campagne van de Bond Beter Leefmilieu die duurzaam papiergebruik door studenten wil aanmoedigen. Projectmedewerker Annelies D’Hollander stond dwars te woord en vertelde ons over de concrete gevolgen voor de student: “Studenten zullen amper iets merken van de verandering. Men moet zich zeker niet verwachten aan korrelig, bruin papier dat krult na het eerste gebruik, integendeel. De kwaliteit van het gerecycleerd papier is evenwaardig aan dat van niet-gerecycleerd papier en het is slechts een klein tintje minder wit.”

 

De hamvraag is natuurlijk of zo’n gerecycleerde cursussen ook vriendelijk zijn voor de portemonnee. Frank De Smet, zaakvoerder van Universitas, en Tom Van Uffelen, die instaat voor het dagelijks beheer, geven ons gelukkig een bevestigend antwoord: “Wat betreft de prijs van een cursus zal er voor de student niets veranderen. Het is wel zo dat duurzaamheid z’n prijskaartje heeft en gerecycleerd papier voor ons duurder is in aankoop, maar dat wordt gecompenseerd door het recto verso drukken. Dat doet ons heel wat papier terugwinnen en stelt ons dus in staat de verkoopprijs op hetzelfde niveau te houden.”

 

Maar gaat de ijverig notitienemende student wel akkoord met al dat recto verso-gedruk? Universitas verduidelijkt: “Terwijl het gerecycleerd papier een definitieve omschakeling is, heeft men wat betreft het dubbelzijdig afdrukken nog steeds de keuze. Maar een docent die zijn cursus eenzijdig afgedrukt wil zien, moet het wel vragen.” De Studentenraad reageert tevreden op het niet-verplichte dubbelzijdig drukken: “Het recto verso afdrukken van cursussen mag zeker geen verplichting worden. Niet alle cursussen zijn hier immers geschikt voor. Bovendien verschillen notitiegewoontes van student tot student. Het heeft volgens ons weinig zin een cursus recto verso op gerecycleerd papier te drukken als een student er een blok glanspapier naast moet leggen om notities te nemen. We zijn dus voorstander van het bieden van keuze en zijn blij dat Universitas daaraan tegemoet komt.”

 

De UA zelf laat zich ook niet onbetuigd. In het kader van het Copernicus Charter voor duurzame ontwikkeling, zal er voor de interne administratie overgeschakeld worden naar volledig gerecycleerd papier, wat neerkomt op nog eens dertig miljoen milieuvriendelijke A4’tjes per jaar.

 

Fenix trekt zijn sensibilisering ook door naar 36 kopieerzaken in gans Vlaanderen. Zij bieden, net als Universitas, gerecycleerd papier standaard aan in hun machines voor dezelfde prijs als niet-gerecycleerd papier en promoten het gebruik ervan met stickers en affiches. Geen paniek dus voor de studenten die hun sollicitatiebrief of paper graag glanzend wit hadden afgedrukt: aan de kopieermachine heb je nog steeds de keuze. Hoe dan ook, de boodschap moge duidelijk zijn. Beste student, bezint eer ge print!



Lezersbrief
08/06/2008
🖋: 
Auteur extern
Marijke Welvaert

Ides Nicaise heeft blijkbaar weinig affiniteit met de realiteit en praat naast de kwestie. Met zijn ondoordacht discours stigmatiseert hij, bevestigt hij clichés en haalt hij de zovele kansen die men hier biedt onderuit.

(Deze lezersbrief werd ons toegezonden als reactie op de interviews met Ides Nicaise en Piet Van Avermaet in dwars 47, nvdr.)

 

'België is het land van de duizend kansen', zei een meisje van achttien uit ex-Joegoslavië toen ze, fier als een gieter, haar eindwerk voorstelde aan het publiek. Ons systeem en ook het onderwijssysteem bieden zovéle kansen, maar dan dient men die kansen wel te grijpen. Wereldvreemde, kortzichtige onderzoekers zoals Nicaise leggen steeds maar de klemtoon op de vermeende discriminatie en ongelijkheid en voeden daarmee de slachtoffercultus. Doordoor ondermijnt men de intrinsieke motivatie en daarmee de kansen van een deel van de jongeren die zich aldus als 'slachtoffer' gaan opstellen en alle schuld voor het eigen falen steeds bij de ander zoeken. Het dwaze discours van Nicaise en consoorten voedt de gedachte dat alle falen of lukken te wijten is aan externe factoren en sluit de factor namelijk de inbreng van de jongere (leerling) zelf, uit. Wellicht weet Nicaise niet dat in multiculturele scholen reeds een paar decennia enorme inspanningen worden gedaan om kinderen uit minder begoede milieus vooruit te helpen. Zo zijn er in dergelijke scholen tot tweemaal meer onderwijzend en ondersteunend personeel. Maar het is en het blijft zo dat de ELKE leerling een persoonlijke inbreng en inspanning dient te doen en dat thuis- en andere factoren daar niets aan veranderen.

 

Ook het discours van de wereldvreemde Blommaert en Van Avermaet mist alle relevantie. Ze zien niet de concrete feiten van de werkelijkheid op het terrein zelf. Ze baseren zich niet op de realiteit en op praktijkervaring, maar op luchtspiegelingen. Misschien kunnen beide naïeve salonintellectuelen beter eens ter plaatse kennis maken met de 'onderzoeksobjecten' die ze van op een afstand 'bestuderen' vanuit hun bureau.

 

Ze bekritiseren het beleid van twee ministers zonder meer, zonder iets in de plaats te stellen en ze halen het werk van zovele gemotiveerde leerkrachten zomaar onderuit. Feit is dat een gemeenschappelijke taal zowat het enige dat is dat de leerlingen in Antwerpse scholen met elkaar bindt en dat enkel een gemeenschappelijke instructietaal hanteerbaar is. Bijna 100% van de leerlingenpopulatie van de tientallen scholen in Borgerhout en Antwerpen-Noord (Linkeroever, het Kiel, Luchtbal meer dan 80%), die veel extra onderwijzend en ondersteunend personeel tellen, is van allochtone origine. Blommaert zou beter zelf eens vijf jaar lesgeven in deze scholen. Hij zal snel ervaren dat zijn visie in de praktijk ontoepasbaar is en niet realistisch. Hoe denkt hij de meer dan 100 talen die in Antwerpen worden gesproken concreet te integreren in de onderwijspraktijk?

 

In de sociale huisvesting, hoofdzakelijk bevolkt door mensen uit alle windstreken van Mongolië tot Zuid-Afrika, worden onder meer berichten opgehangen met betrekking tot huisvuilophaling. Het is noodzakelijk dat de bewoners deze berichten begrijpen, want huisvuil en sluikstort zijn zowat het grootste probleem de stad. Er is nu zelfs een schepen die zich bijna uitsluitend met deze zaken bezig houdt. Als men bewoners vraagt om een minimum aan Nederlands te leren dient dit ook in deze context te worden gezien. Afvalproblemen en het niet begrijpen van de Nederlandse taal kunnen verder leiden tot samenlevingsproblemen en de totale ontwrichting van het al zo broze sociale weefsel.

 

Marijke Welvaert



Post!
06/05/2008
🖋: 

Kjære veninnen min,

 

Twee weken geleden voelde ik mij voor de eerste keer écht op Erasmus. Om een of andere reden associeer ik uitwisselingen altijd met warme landen en goed weer (volgens mij zit ‘l'Auberge Espagnole’ daar voor iets tussen). Maar het wachten werd beloond: in een trui of zelfs t-shirtje over straat kunnen lopen, milkshakes drinken met vriendinnen op de stoeprand, frisbee spelen, op het gras liggen... Om het met een lokale uitspraak te zeggen: slappe av! Als ik jouw foto's zie, denk ik dat je het maar al te goed kent.

 

Feesten kunnen ze hier ook, wees daar maar zeker van. Ook al hebben de Noren enorm strikte regels voor het alcoholgebruik en hoge prijzen voor drank, een goede oplossing blijkt het niet. Onlangs ben ik naar een metaloptreden gegaan – wat ik in België niet meteen zou doen – en naar een mannenkoor gaan kijken waar een vriend in zingt. Terwijl het eerste plaatsvond in de duffe kelder van een rockcafé, werd het andere in het mooiste gebouw van de hele universiteit opgevoerd, namelijk dat van de faculteit Rechten. Twee totaal andere belevenissen, maar beide meer dan de moeite waard!

 

We hebben ook een op en top Noors feestje bijgewoond. De buddy van een vriendin, een Noor die ons de weg door de stad wijst en helpt met andere dingen, vierde zijn verjaardag. Het volgen van de gesprekken ging niet zo gemakkelijk. Noren blijven nooit op dezelfde plaats wonen, daardoor zijn alle verschillende dialecten over het land verspreid en zijn er dus ook meestal een aantal dialecten in eenzelfde gesprek verwikkeld, wat het voor buitenstaanders alleen maar moeilijker maakt! Het socializen verliep ook niet echt vlotjes. Noren zeggen zelf dat ze vrij gesloten zijn. Alle vragen die ik hier in het begin te horen kreeg, kwamen alvast terug: “Hoe zit het met het Franse en Vlaamse gedeelte in jullie land?”, “Denken jullie dat België zal gesplitst worden?” en “Wat is het verschil nu tussen Nederlands en Vlaams?” Maar dat maakte de avond niet minder interessant.

 

Anneleentje, het zit er hier bijna op! Mijn hart ligt op twee plaatsen nu, het zal moeilijk zijn om te vertrekken, maar ook geweldig om naar huis te gaan! Dat terrasje, daar hou ik je aan!

 

Fie



editoriaal
06/05/2008
🖋: 
Auteur

In ‘Pygmalion’, een toneelstuk uit 1913, vertelt George Bernard Shaw het verhaal van professor Henry Higgins en het simpele bloemenmeisje Eliza Doolittle. Higgins wedt met een vriend dat hij van de eenvoudige Doolittle in geen tijd een upper class lady kan maken. Een verhaal over opvoeding en de maakbare mens dat soms opvallend dicht bij de werkelijkheid staat.

In ons meritocratische onderwijssysteem worden leerlingen en studenten vaak beoordeeld op basis van hun gepercipieerde talenten. Onderzoek wijst echter uit dat dit talent allesbehalve een stabiele factor is.

 

In het onderwijs betekent het Pygmalion-effect dat de verwachtingen van leerkrachten naar hun leerlingen toe het gedrag van beide partijen zodanig kunnen beïnvloeden dat de verwachtingen zichzelf uiteindelijk gaan bevestigen: een self-fulfilling prophecy dus. Wanneer je van tevoren aan een leerkracht vertelt dat bepaalde – in feite willekeurig gekozen – leerlingen uitblinken en andere dan weer uitermate slecht presteren, blijkt telkens dat dit al snel bewaarheid wordt. De prestaties van leerlingen zijn dus veel maakbaarder dan gedacht: "talent" wordt al snel een erg dubieus gegeven.

 

In de werkelijkheid komt er natuurlijk niemand de zogenaamd goede en slechte leerlingen aanwijzen, maar dat hoeft ook niet. We worden voortdurend gemarkeerd door onze kledij, onze attitude, onze voorkennis, de taalvariant die we spreken... Verschillen die heel sterk sociaaleconomisch en -cultureel bepaald zijn. Sommige vormen worden echter als "beter" aanzien en bepaalde leerlingen worden op die manier als intelligent of talentrijk bestempeld, terwijl het in feite met geen van beide iets te maken heeft. Deze verminkte meritocratie werkt dus uitermate discriminerend tegenover leerlingen of studenten uit de lagere sociale milieus.

 

Zoals onderwijsdeskundige Ides Nicaise in het interview op de volgende pagina's opmerkt, hoeft dat niet te verbazen: we discrimineren allemaal. Om dit tot een minimum te beperken is het daarom noodzakelijk dat alle betrokkenen zich zo goed mogelijk informeren. Net daar knelt echter het schoentje. Onderzoeker Meyrem Almaci merkte recent op dat studenten in de lerarenopleiding niets afweten van het Pygmalion-effect. Dan wordt het natuurlijk erg moeilijk om je gedrag bij te sturen en ons onderwijssysteem minder discriminerend te doen werken.

 

Wanneer het over de diversificatie van het onderwijs gaat, blijft het discours te vaak steken in holle slogans en ontbreken concrete acties. Minister Vandenbroucke heeft zijn mond vol van de tweede democratiseringsgolf, maar "vergeet" er voldoende middelen voor vrij te maken. In het dossier over de ongelijkheid in het onderwijs dat dwars deze maand presenteert, zochten we naar de problemen en enkele mogelijke oplossingen. Opmerkelijk is dat de experts bijna met één stem spreken en er toch amper naar hen geluisterd wordt. Niemand wilde ons te woord staan om hun argumenten te weerleggen: veel beleids- en opiniemakers geven er blijkbaar de voorkeur aan de problemen ijverig dood te zwijgen.



... en wil het kwijt
06/05/2008

Op een druilerige 1 mei, terwijl u op de Grote Markt de Internationale stond te zingen of garnalencocktail zat te eten op het communiefeest van uw neefje, trok dwars naar VT4. Daar troffen we Roos Van Acker voor een gesprek over studeren, werken, reizen, Humo, Antwerpen en marinakes.

Je hebt je studententijd in Gent doorgebracht. Hoe kijk je daarop terug?

Roos Van Acker Dat was echt een leuke tijd. Het eerste jaar woonde ik bij mijn tante in de Ossenstraat vlakbij het station Dampoort. Aangezien zij niet vaak thuis was, paste ik op haar huis. Daarna verhuisde ik naar de Kannunikstraat, middenin de studentenbuurt. We woonden daar met elf vrienden in een groot herenhuis en gingen dan altijd samen naar het café op de hoek van onze straat. Ik mis die studententijd wel. Het enige wat je moest doen was slagen op het einde van het jaar, en dat lukte me ook.

 

Je hebt Germaanse gestudeerd. Ben je blij met die richting?

Van Acker Ja en nee. Ik heb in de Germaanse veel geleerd, en door veel te lezen heb ik ook echt een levensvisie gevormd. Maar achteraf gezien had ik veel liever communicatiewetenschappen gestudeerd. Dat lijkt me veel meer een "echt" vak, waardoor je ook veel meer met je voeten in de wereld staat.

 

Had je naast je studies en je kotleven nog andere bezigheden?

Van Acker Ik speelde toen bij de band Eden, waarmee we vaak optraden. Ook tijdens de examenperiode: daar waren mijn ouders niet altijd even blij mee, maar ik kon het echt niet laten. Ik gaf ook dictieles en voordracht aan jonge kindjes.

 

Heb je ook stoere verhalen uit je studententijd?

Van Acker Meestal gingen we naar onze stamkroeg vlakbij ons kot waar we wijn of pintjes gingen drinken tot de deuren sloten. En soms, als we een stuk in onze voeten hadden, gingen we naar de Ambiorix in de Overpoort. Daar lachten we dan met de marinakes die daar dronken op de toog stonden te dansen en keken reikhalzend uit naar het moment waarop er eentje naar beneden donderde. Op een avond belandden we na de Ambiorix in de Abu Simbel, een funkcafé waar ik nog vier tequila boem boems heb gedronken. Op de terugweg naar ons kot kreeg ik mijn klop. Ik heb mij toen in de goot gelegd en wou niet meer rechtstaan. Mijn vrienden hebben me toen naar mijn kot gesleurd en de volgende morgen werd ik wakker met al mijn kleren nog aan... tamelijk crapuleus. Geen tequila boem boem meer voor mij. (grijns) Die avond is er gelukkig wel een marinake van de toog gevallen.

 

Stottertrien en stresskonijn

Veel germanisten belanden na hun studies in het onderwijs. Wat was jouw eerste job?

Van Acker In augustus van het jaar dat ik afstudeerde deed ik een screentest bij TMF. Ik kreeg daar meteen een job aangeboden, terwijl ik me al had ingeschreven voor een extra jaar communicatiewetenschappen. Maar ik wou graag radio maken, en TMF is eigenlijk veredelde radio, hé, zonder denigrerend te doen: er staat wel een camera op je smoel, maar je kondigt gewoon muziek aan. In het begin was het vreselijk om te leren praten tegen een camera. Ik ben namelijk een enorm stresskonijn. Ik begon met 'The Movie Factory', maar een maand later namen we al een ander programma op. Het gaat nogal snel bij TMF. Daar heb ik in totaal vijf jaar gewerkt. Na twee of drie jaar belde Studio Brussel, en toen ben ik daar aan de slag gegaan. Af en toe belde TMF mij dan nog voor een programma, maar dat is dan stilletjes aan doodgebloed. Nu ben ik daar trouwens ook wat te oud voor.

 

En toen verhuisde je naar Studio Brussel.

Van Acker Ik moest daar Lieven Van Gils vervangen. Ik kreeg één les en vloog daarna meteen op antenne. Dat was een regelrechte ramp: ik kon er niks van. De kritiek van de luisteraars was dan ook navenant: “Gij stottertrien, ga van die radio af!” Ze zijn keihard bij Studio Brussel – ik heb ondertussen een behoorlijk olifantenvel ontwikkeld – maar ik doe het nog altijd heel graag.

 

TMF is eigenlijk veredelde radio, hè. Er staat wel een camera op je smoel, maar je kondigt gewoon muziek aan.

 

Toch ben je opnieuw voor televisie gaan werken. Je maakte voor VT4 'Expeditie Robinson' en nu 'Peking Express'. In hoeverre ben je zelf betrokken bij het maken van deze programma’s?

Van Acker Ik dring mij daar wel een beetje op, maar dat vinden ze niet erg, want meestal zijn er te weinig mensen die mee willen nadenken. Ik wil niet zomaar het marionetje zijn: televisie is al zo’n oppervlakkig medium en presenteren een tamelijk oppervlakkig beroep. Maar uit 'Peking Express' haal ik toch voldoening: ik heb het programma mee bedacht, alle vergaderingen gevolgd, mee gediscussieerd... En ik heb de halve wereld kunnen zien.

 

Zijn er bepaalde landen die je opnieuw wil gaan bezoeken of landen waarvan je zegt: “nee, nooit meer”?

Van Acker Ik wil zeker terug naar Azië. Het is daar echt prachtig. Je ervaart er een ongelooflijke cultuurclash, maar dat maakt het net mysterieuzer. Azië spreekt mij meer aan dan Zuid-Amerika, dat veel dichter bij onze cultuur ligt. Zuid-Amerikanen zijn er heel katholiek, maar ook heel vrolijk en open. In India daarentegen, daar werd ik echt gek. De mensen daar komen als honden op je af en laten je niet met rust. Wanneer je bijvoorbeeld een kindje een snoepje geeft, staan daar binnen de twintig seconden vijftig kinderen die allemaal op elkaar beginnen kloppen en slaan om dat ene snoepje. Ik wil ook niet terug naar Rusland. We hebben daar onze eerste reeks gestart en er is daar enorm veel fout gelopen. Rusland is bovendien ook erg grauw, mensen zijn er schuchter en overal zie je dronken mannen met een fles wodka in hun handen. De vrouwen kwamen dan weer met onze cameramannen aanpappen opdat ze toch een betere toekomst zouden hebben. Misschien overdrijf ik nu wat, maar toch kreeg ik daar echt die indruk. Ach, als ik er eens op mijn gemak heen zou kunnen gaan, zou ik er wel misschien van kunnen genieten.

 

Vlieguren bij VT4

Je werd door de Humo-lezer al drie keer tot bekwaamste radiofiguur uitgeroepen. Ligt je hart echt bij radio of verkies je toch televisie?

Van Acker Moeilijke vraag. Ik denk dat ik het fijner vind om radio te maken want het is een veel kleiner medium. Je krijgt meer krediet, je bent je eigen baas, je kunt meer prutsen. Op tv is het erop of eronder, want mensen zien je gezicht. Ik heb gekozen voor VT4 omdat het een beetje een underdog-zender is, waar je nog wat kunt groeien en wat "vlieguren" kan opdoen. En ik wil niet meteen – bam! Hier ben ik! – op zondagavond een groots programma presenteren als ik weet dat ik er nog niet klaar voor ben. Het is mijn droom om ooit voor een zender als Canvas te werken en een programma te maken zoals Louis Theroux. Als oudere dame. Met ervaring (lacht).

 

Hoe zit dat nu precies met Humo? Je lijkt wel de muze van Guy Mortier.

Van Acker (schamper) Sinds de afgelopen Pop Poll niet meer, hé. Ik ken Guy Mortier eigenlijk niet zo goed. Toen ik die medailles kreeg, vroegen ze mij meteen ook of ik de Pop Poll mee wou presenteren. Maar dit jaar won Lien Van De Kelder en ze dachten, die Van Acker, die wordt al wat ouder, en dus hebben ze haar gevraagd. Ik zaag niet: dit jaar kon ik eindelijk als VIP aan de bar hangen zonder mij zenuwachtig te moeten maken.

 

Rusland is erg grauw, mensen zijn er schuchter en overal zie je dronken mannen met een fles wodka in hun handen.

 

Je wordt inderdaad vaak als babe bestempeld. Je hangt ook op menig kot tegen de muur.

Van Acker Ik doe het daar een beetje om. Het leuke aan Humo is dat ik die covers zelf mag bedenken. Dat is altijd met een knipoog: (steekt middelvinger op) hier P-Magazine! Die Humo-covers steken uiteindelijk de draak met vrouwen die per se verleidelijk willen zijn. Ik hoop dat de meeste mensen daar door kunnen kijken, al zijn er ook heel wat die dat niet snappen. Vroeger zei ik altijd: ik wil geen babe zijn. Ik speel wel wat met dat imago, maar ik ga niet meedoen aan een badpakkenspecial, of met mijn blote tieten staan zwaaien.

 

Heb je plannen voor de toekomst?

Van Acker Ik zou nog zoveel willen doen. Ik wil heel de wereld zien! Ik wil nog naar Nieuw-Zeeland, IJsland en Groenland. Ik wil nog een kindje op de wereld zetten. Maar eigenlijk wil ik vooral gelukkig zijn. Alleen weet ik op dit moment nog niet hoe dat moet; ik heb mijn rust nog altijd niet gevonden. Ik geniet van wat ik nu doe, en zou dat ook graag willen blijven doen, maar ik pin me daar niet op vast. Als het ooit eindigt, ga ik gewoon les geven en ik denk dat ik daar evenveel voldoening uit zou halen. Zeker omdat je dan met jongere mensen werkt, en die geven heel veel inspiratie. Lijkt me leuk. Één ding is wel heel concreet: ik wil graag een documentaire maken zoals Michael Moore. Ik heb het al voorgelegd aan VT4, maar ik denk dat het een beetje te veel inhoud voor hen heeft, dus dan breng ik het gewoon zelf uit op DVD. Ik ga nog niet verklappen waarover het gaat, maar het is alvast een brandend actueel thema. Het zou alleszins leuk zijn mijn ei kwijt te kunnen.

 

Roos van Antwerpen

In de Standaard van 29 april 2008 stond een artikel over Antwerpenaren. Die zouden volgens peilingen de meest arrogante mensen van Vlaanderen zijn. Wat denk jij daarover?

Van Acker Ik denk dat zij vooral door hun kritische houding arrogant overkomen. Gentenaars zijn nogal fel tegen Antwerpenaars, maar volgens mij zijn ze eigenlijk aan elkaar gewaagd. Ook al gaan ze het niet graag horen, ik denk dat die voorstelling van "de Antwerpenaar" veel met jaloezie te maken heeft. Niet alleen is Antwerpen de culturele hoofdstad – sorry, Gent – het Antwerps is ook het meest aanvaarde dialect. Daardoor wordt het, in tegenstelling tot het West-Vlaams bijvoorbeeld, niet ondertiteld. En dat wil bij de West-Vlamingen wel eens tot frustratie leiden. Terecht.

 

Heb je in Antwerpen gewoond?

Van Acker Ja, in Borgerhout. Samen met Evi Hanssen deelde ik er een tijd een appartement. Ook Karolien Kamosi (Leki, nvdr.) heeft even bij ons gewoond. Eigenlijk was die periode een verlengde van onze studententijd. Er was altijd iemand thuis, en er was ook bijna altijd iemand wakker.

 

Wat is je lievelingsplek in Antwerpen?

Van Acker Linkeroever. Er naartoe wandelen door de voetgangerstunnel en dan met een fles champagne en een pakje friet naar de kathedraal kijken. Leuk!

 

Wat zijn je favoriete Antwerpse restaurants of cafés?

Van Acker In café Het Zeezicht hebben we vaak gezeten, en soms in de Pallieter. Ik ga ook nog altijd graag naar Spaghettiworld, waar ze mijn favoriete pasta serveren: spaghetti, champignons, gehakt en veel kaas en een beetje room. Chique restaurants moeten dat dus niet zijn, als ik mij maar op m’n gemak voel. Ook restaurant Sensunik vind ik heel gezellig, maar dat ken ik vooral goed omdat mijn vriend daar vlakbij woonde.

 

Kom je nog vaak naar onze stad?

Van Acker Minder dan vroeger. Toen ik nog niet samenwoonde met mijn vriend bleef ik vaak in Antwerpen slapen en ging ik er geregeld uit. Nu wil ik voor een avondje Petrol of een andere leuke fuif nog wel eens naar de stad komen. Ook wandelen in Antwerpen is altijd leuk, of windowshoppen in de Kloosterstraat...

 

  • Het Zeezicht, Dageraadplaats 7
  • Pallieter, Mechelseplein 17
  • Spaghettiworld, Oude Koornmarkt 66
  • Sensunik, Molenstraat 69
  • Petrol, d’Herbouvillekaai 25


Interview met Amos Oz, Israëlisch auteur en nu ook UA-eredoctorandus
05/05/2008
🖋: 
Auteur

Als de Zweden weer eens op zoek zijn naar kandidaten voor een Nobelprijs literatuur, is de naam Amos Oz nooit ver weg. Zijn lat ligt echter hoger: hij ambieert zowaar de Nobelprijs voor de vrede. Oz' oeuvre beperkt zich immers niet tot fictie: zijn boek 'Hoe genees ik een fanaticus' werd op luid applaus onthaald door eenieder die vrede boven oorlog verkiest. Het Centrum Pieter Gillis van de UA, dat waakt over het actief pluralisme aan onze instelling, overhandigde hem op 6 mei dan ook een eredoctoraat voor zijn studie over het fanatisme.

Amos Oz Iedereen kent de drang om mensen te veranderen. Soms denken we dat we het doen om de bestwil van de anderen, maar dat kan al snel omslaan in fanatisme. De fanaticus is niet geïnteresseerd in zichzelf, hij is geïnteresseerd in jou. Hij wil jou veranderen: je geest, je stemgedrag, je eetgewoonten, wat dan ook. In elke mens schuilt een fanaticus: het is dus oppassen geblazen voor onze duistere kant.

 

Uw boek over het fanatisme heet ‘Hoe genees je een fanaticus’. Vertel het ons: hoe begin je daaraan?

Oz Het beste tegengif voor fanatisme is humor. Ik heb nog nooit een humoristische fanaticus gezien noch heb ik ooit een humoristisch persoon in een fanaticus zien veranderen. Als ik ‘gevoel voor humor’ in capsules kon steken en de hele bevolking kon overtuigen om mijn antifanatismepil te slikken, zou ik ongetwijfeld een Nobelprijs verdienen. Veel mensen voorspellen me een Nobelprijs in de literatuur, maar ik zou er liever één voor de vrede winnen voor die uitvinding.

 

Shakespeare versus Tsjechov

U schrijft ook veel over het Israëlisch-Palestijnse conflict. Welke afloop voorspelt u?

Oz Je kan het vergelijken met een tragedie op scène. Er zijn twee mogelijke eindes: het Shakespeariaanse slot en het Tsjechoviaanse (Tsjechov was een Russische toneelregisseur, nvdr.). Aan het einde van Shakespeares tragedies is gerechtigheid misschien geschied, maar de scène is altijd bezaaid met bloed en lijken. Tsjechovs stukken eindigen anders: iedereen is gedesillusioneerd, teleurgesteld en bitter, klemt de tanden op elkaar en verbijt de pijn, maar alle personages leven ten minste nog.

Ik zoek al jaren naar een Tsjechoviaanse – geen Shakespeariaanse – oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict. Idealisme is gevaarlijk als je daardoor de realiteit uit het oog verliest. Zowel de Israëlische als de Palestijnse vredesbewegingen geloven intussen gelukkig in een pragmatisch compromis. Happy ends bestaan niet. We moeten leren denken in Tsjechoviaanse termen: niemand krijgt alles wat zijn hart begeert, maar iedereen blijft in leven.

 

Dat is nu niet het geval: de nieuwsberichten over Israël en Palestina zijn gevuld met tanks, helikopters en zelfmoordterroristen. Of is er nog een andere kant, die wij in het Westen niet te zien krijgen?

Oz Ja, soms is er ook licht aan het einde van de tunnel. Ik vind het hoopgevend dat er zowel in Israël als in Palestina een sterke vredesbeweging opkomt. Ze zijn het niet altijd eens met elkaar, maar hun doel is hetzelfde: een vredevolle en pragmatische oplossing. De kloof tussen hen is allesbehalve onoverbrugbaar.

 

Een nieuw marshallplan

Krijgen de vredesbewegingen te weinig steun van het Westen?

Oz Europa en de Verenigde Staten geven ons niet de steun die we nodig hebben in het zoeken naar vrede. Te vaak krijgen we het vermanende vingertje, vooral van Europa: schaam jezelf, dit mag je niet doen, dat doe je fout... Soms zwaait het vingertje richting de Palestijnen vanwege het terrorisme, soms naar de Israëli’s omdat zij de Palestijnen onderdrukken. Wat we nodig hebben is empathie, hulp en steun.

 

U pleitte in het verleden reeds voor een marshallplan voor Israël en Palestina.

Oz De armoede in het Midden-Oosten schept het broeierige klimaat waarin fundamentalisme gedijt. Dat is het probleem, maar meteen ook de oplossing. Zoals de Verenigde Staten met het toenmalige Marshallplan Europa er weer bovenop hielpen, zo zou men ook het Midden-Oosten er bovenop kunnen helpen, te beginnen bij alle Palestijnse vluchtelingen. Ze leven in armoede en hun situatie is volledig hopeloos: op die manier kweek je terroristen.

 

Is religie ook een drijvende motor achter het conflict?

Oz Religie op zich niet, religieuze fanatici wel. Zij vormen een kleine minderheid, maar wel de gevaarlijkste. Dat geldt trouwens niet enkel voor Israël en Palestina. Het probleem dat de wereld vandaag teistert, is niet de botsing der beschavingen of de clash tussen de islam en het Westen. Het is de strijd tussen fanatici en gematigden, in alle hoeken van het religieuze en politieke spectrum.

 

Vreest u nooit dat er noch een Shakespeariaans, noch een Tsjechoviaans einde aan het conflict zal komen? Dat Israël en Palestina zich nog jarenlang in dezelfde patstelling zullen bevinden?

Oz Ik kan de toekomst niet voorspellen en zeker geen exact tijdskader schetsen. Ik ben echter hoopvol. Zowel bij de Israëli's als bij de Palestijnen dringt het besef door dat er aan het einde van de dag een tweestatenoplossing moet komen. Helaas doen de fanatici aan beide zijden er alles aan om dit te voorkomen.

 

Is het Tsjechoviaanse einde ook niet typisch voor uw boeken? Een happy end vind je er niet in. Vaak blijft iedereen verweesd achter.

Oz Ik schrijf over liefde, duisternis en de schemerzone ertussen. Je hebt gelijk. Mijn boeken hebben geen happy end, maar ze eindigen ook niet à la Shakespeare met veel doden of Grote Gevoelens als rechtvaardigheid. Ze eindigen in een instabiel, ongelukkig compromis.

 

Autobiografische Amos

Dat einde is het Israëlische-Palestijns conflict volgens u ook beschoren. Is het dan uw politieke visie die uw schrijven beïnvloedt of andersom?

Oz Beide spruiten voort uit dezelfde geest, de mijne. Ik kan er dan ook geen strikt onderscheid tussen maken, of zeggen wat door wat beïnvloed wordt.

 

U groeide op in een sterk gepolariseerde samenleving. Wordt u dan nog sterker door je achtergrond gedetermineerd dan anderen?

Oz Ik denk dat iedereen sowieso gedetermineerd wordt door het milieu waarin hij of zij geboren wordt: plaats, sociale klasse, familie en kennissen... Mijn hele oeuvre is diep geworteld in mijn eigen levensverhaal, in de Israëlische geschiedenis en de Israëlische tragedie. Het is wat ik ken en wat ik voel. Ik kan niet schrijven over het leven van een onbekende. Vraag me niet het verhaal te schrijven van een Chinese vrouw, want dat kan ik niet. Ik ben geen literaire toerist.

 

Mijn vader heette Klausner, dus zo wilde ik niet heten.

 

Is het dan niet onterecht dat enkel uw roman 'Een verhaal van liefde en duisternis' autobiografisch genoemd wordt? Geldt dit niet in zekere mate voor al uw werk?

Oz Mijn boeken zijn autobiografisch, maar niet confessioneel. Autobiografische literatuur is niet noodzakelijk op feiten gebaseerd. Ik schrijf altijd autobiografisch, zonder ooit bekentenissen te doen.

 

U werd geboren als Amos Klausner. Toen u veertien was, veranderde u uw achternaam in 'Oz', dat "kracht" of "moed" betekent.

Oz Dat maakte deel uit van mijn rebellie tegen mijn vader: ik besliste om in niets te zijn zoals hij. Hij was een stadsmens, dus ging ik in een kibboets (een collectieve landbouwnederzetting, nvdr.) wonen. Hij was een intellectueel, dus ging ik met tractors rijden. Hij was klein, dus wilde ik groot worden. Nou ja, dat laatste is niet echt gelukt (lacht). Mijn naam veranderen hoorde bij deze opstandigheid; hij heette Klausner, dus zo wilde ik niet heten.

 

Voelt u zich anno 2008 meer Amos Klausner of meer Amos Oz?

Oz Rebellie is als een boomerang: ook ik keerde al snel terug naar mijn oude zelf. Ik ben nu zowel Klausner als Oz. Ik had in die tijd voor de naam Oz gekozen omdat kracht en moed twee dingen waren waar ik veel nood aan had, maar weinig van bezat. Die keuze was dus vooral wishful thinking. Intussen hoop ik dat er toch al iets meer waarheid in schuilt.



05/05/2008
🖋: 

Na een lange periode van ballingschap achter cursussen en handboeken kan u zich eindelijk gaan uitleven waar de vrijheid heerst: in de drank! Na een ontnuchtering wacht er weer heel wat mooie cultuur. Wij tappen uit een vaatje dat u een roes van twee maanden zal bezorgen.

woensdagen Het Oude Badhuis: Film (elke woensdagavond van de zomer wordt aan het Stuivenbergplein een aardige selectie films getoond)

 

vrijdagen Openluchttheater Rivierenhof: Concert (elke vrijdagavond opent OLT zijn deuren voor een gratis optreden, het perfecte begin van een zomerse nacht)

 

21/03- 21/09 Muhka: Fantasy (kunstenaar Koen van den Broeck leeft zich uit in de vaste collectie van het Museum voor Hedendaagse Kunst)

 

28/05 Film: Martin Scorcese, ‘Shine a Light’ (documentaire over The Rolling Stones aangevuld met exclusieve concertbeelden)

 

04/06 Zuiderpershuis: Kader Abdolah (de Nederlandse Iranees licht zijn vertaling van de Koran toe)

 

11-14/06 Monty: PARTS, ‘Graduation Tour’ (twintig afstuderende dansers en choreografen van Anne Teresa de Keersmaekers internationale school voor hedendaagse dans geven hun visitekaartje af)

 

14-15/06 Antwerp Expo: Rommelant (Kopen en verkopen van brocante, rommel en tweedehandswaren, verouderde of beschadigde stocks, verzamelingen…)

 

20-22/06 Roma: Tutti Fratelli, ‘Luizenopera’ (Tutti Fratelli ontstond uit verschillende ontmoetingen tussen leden van Antwerps Platform Generatiearmen, muzikanten en professionele theatermakers, ze brengen een stuk gebaseerd op Bertolt Brechts 'Driestuiversopera')

 

20/06-13/09 Fotomuseum: Belga’s Focus on Sports (tientallen jaren al staan de fotografen van Belga op de juiste plek om de passie, emotie en spanning van sport vast te leggen. Belga voorziet eveneens een werkstation naar aanleiding van de Olympische Spelen)

 

20/06-30/09 Amsterdam: Stedelijk Museum: The Vincent Award (de vijf genomineerden voor deze belangrijke prijs stellen tentoon, onder hen een Belg, Francis Alÿs)

 

21/06 Scheld’Apen: 10 jaar Scheld’Apen (een ongetwijfeld hip feestje ter ere van een decennium Apen aan de Schelde)

 

23/06 Sportpaleis: Bruce Springsteen (The Boss en zijn E Street Band zouden normaal in het Koning Boudewijnstadion concerteren, maar verhuizen naar Antwerpen)

 

28-29/06 Ecohuis: BorgerRio (een gratis tweedaags wereldmilieufeest waar winkeliers, kunstenaars en verenigingen de handen in elkaar slaan om de Turnhoutsebaan om te toveren in de Borgerhoutse Ramblas)

 

01-05/07 Vlaamse Opera: Koninklijk Ballet van Vlaanderen, ‘The Return of Ulysses’ (ballet over het eindeloze wachten van Penelopeia op Odysseus, en een goede reden om de prachtige opera eens te bezoeken)

 

06/07 Dageraadplaats: Groove-Z (live reggae met cultuurmarkt, let vooral op de sterrenhemel)

 

09/07 Film: Peter Berg, ‘Hancock’ (na een hele resem (super)helden op het witte scherm is het nu tijd voor Will Smith die de nerveuze en sarcastische held Hancock speelt)

 

10-13/07 Luik: Les Ardentes (ondanks zijn jonge leeftijd slaagt dit festival erin om een erg aantrekkelijke affiche samen te stellen, wij raden M.I.A., CSS en The Kills aan)

 

12/07 Stuivenbergplein: Guerillaland (origineel muziekfestival in een groen kader georganiseerd door Guerilla)

 

17-20/07 Dour: Dour Festival (als u tijdens Les Ardentes net als dwars aan een zwembad lag in Zuid-Frankrijk, dan kan u vier dagen later al herkansen op het geweldige Dour Festival)

 

19/07-28/09 Gent: S.M.A.K.: Collectiepresentatie (de afgelopen jaren kocht of kreeg dit kindje van Jan Hoet heel wat nieuwe werken, deze zomer kan u gaan kijken wat de actuele kunst te bieden heeft)

 

21/07 Sint-Jansplein: Feestmarkt (omdat we allemaal Belgen zijn, vieren we dat in het centrum van het multiculturele Antwerpen)

 

25-27/07 Boechout: Sfinks (indien u een half uurtje Antwerpen uit fietst, rijdt u het epicentrum van wereldmuziek en dito circus, theater en film binnen)

 

09/08 Linkerwoofer (festival op Linkeroever, de affiche is nog niet bekend, maar de vorige editie was met bands als Das Pop en The Tellers alvast een groot succes)

 

14-17/08 Park Den Brandt: Jazz Middelheim (onze grote trots Toots Thielemans en de geweldige Amerikaanse rapper José James zijn de eerste namen)

 

16/08 Antwerpse Musea: Museumnacht (van 19u tot 01u openen maar liefst 15 musea hun deuren, uiteraard voorzien van de nodige randanimatie)

 

27/08 Openluchttheater Rivierenhof: José Gonzales (deze Zweedse Argentijn is behalve een covermachine ook een goede singer-songwriter)

 

30-31/08 Antwerpen: De Karavaan en Cultuurmarkt van Vlaanderen 2008 (op zaterdag trekken praalwagens door de stad, op zondag toont de infomarkt het cultuuraanbod van 2008 en in de binnenstad kan je genieten van allerlei gratis optredens)



Wederwoord departementsvoorzitter
05/05/2008
🖋: 
Auteur extern
Stefaan Walgrave

De manama Internationale Betrekkingen en Diplomatie (IBD) heeft inderdaad een slecht rapport gekregen van de Visitatiecommissie. We waren daar verwonderd over, want IBD is al jaren een vaste waarde aan de faculteit PSW en het succes van de opleiding staat buiten kijf. Het is op dit moment een van de meest populaire masteropleidingen aan de UA, met meer dan 120 studenten in het huidige academiejaar.

 

De reden voor het negatieve rapport is eenvoudig samen te vatten: de commissie heeft IBD beoordeeld als een master-na-master-opleiding en zulke opleidingen moeten sterk gespecialiseerd zijn. Dat is de manama IBD inderdaad niet. De commissie heeft hier dus zeker een punt. Waar de commissie volgens ons de bal misslaat, is dat IBD te concreet en te beroepsgericht zou zijn en dus niet op masterniveau zou staan. Het klopt dat IBD sterk op het beroepsveld gericht is, maar nergens staat geschreven dat masteropleidingen dat niet zouden mogen zijn. Meer zelfs, van de allerbeste masters in internationale betrekkingen die internationaal worden aangeboden, zijn er heel wat die, net zoals IBD, mensen opleiden om later een internationale functie op te nemen. Dat is net de sterkte van IBD.

 

Ondertussen heeft de Opleidingscommissie IBD niet stilgezeten. De meeste concrete aanbevelingen van de Visitatiecommissie werden onmiddellijk ter harte genomen: toegang werd verstrengd, overlap met bachelors werd opgelost, er kwamen nieuwe vakken om de leemtes op te vullen en de indaling tot master-na-bachelor werd aangevraagd. We zijn ervan overtuigd dat IBD deze visitatie zal overleven en nog sterker uit dit verhaal zal komen. Ook de komende jaren zal IBD een vaste waarde blijven in het Vlaamse onderwijslandschap en van heinde en verre studenten blijven aantrekken die zich een jaar willen verdiepen in de geheimen van de internationale politiek.

 

Stefaan Walgrave

Departementsvoorzitter Politieke Wetenschappen

 

 

Dit wederwoord is een reactie op Manama in de gevarenzone  (dwars 47)