Line Mertens zoekt publiek
20/02/2013

Podiumervaring te over en een kwartfinaleplaats op het Leids Cabaretfestival. Toch wil ze niet té veel aandacht. “Ik kom toch niet arrogant over? Schrijf maar dat ik ondertussen aan de tafel aan het pulken was.” Line Mertens, 21 jaar oud, studeert Taal- en Letterkunde aan onze universiteit en was in februari bij de laatste acht in Leiden. Het festival biedt een podium/springplank aan cabarettalent van de Lage Landen. Zie de carrières van oud-winnaars Roy Aernouts en Alex Agnew. Mertens verdiende haar strepen in het amateurtoneel, won Frappant TXT in 2012 en stond zichzelf te wezen naast culturo’s op het Antwerps Felix Poetry Festival. Na haar doortocht bij onze Noorderburen, had dwars een gesprek met haar. Met genoegen, overigens.

“Het was heel spannend om mee te doen, het was veel groter dan wat ik tot nu toe heb gedaan. Ook vreemd om tussen allemaal mensen te staan die daar al heel lang en vrij professioneel mee bezig zijn. Onder de kandidaten hing een goede sfeer, helemaal geen wedstrijdgevoel. Meer van "we gaan gewoon samen optreden" en we gunden het elkaar. Tot op het moment van de bekendmaking natuurlijk, dan is iedereen nerveus. Wel geen intimidatie genre “ej, als gij wint, ga ik u afrossen achter de kerk.” Toen ik echt moest spelen was ik super zenuwachtig; nog nooit zoveel gezweet en op het toilet gezeten als die dag. Maar het was heel fijn. Voor die zaal staan en merken dat iets lukt: zot. Ik heb het gevoel dat ik gedaan heb wat ik wilde doen. Het juryrapport was echter heel hard, ze lezen het die 450 toeschouwers voor en jij staat in de coulissen. Toch heb ik daar op een of andere manier net zekerheid uit gehaald. Het was duidelijk dat wat ik deed, niet voor heel de zaal was. Ik heb gewoon op voorhand de toegankelijkheid van wat ik doe verkeerd ingeschat. Maar zo beoordeeld worden geeft wel een beter beeld van wat je doet.”

 

Stand-up wat?

“Ik weet niet echt wat mijn genre is, maar mijn werk benoemen vind ik zelf niet zo belangrijk. Het is een kwestie van er een plaats voor te vinden in het commerciële landschap. Ik las een interview met Laura Van Dolron en die heeft haar werk ‘stand-up philosophy’ genoemd, om van de discussie af te zijn. Als je mijn teksten vergelijkt dan is het makkelijk te zeggen, dat is allemaal door jou geschreven, hetzelfde waarden- en beeldensysteem. De manier waarop ik schrijf bepaalt veel, maar ik heb me niet op één bepaald moment gerealiseerd: nu ga ik iets schrijven, dáár wil ik het over hebben. In wat ik nu heb gemaakt zit heel veel eenzaamheid. Hunkeren naar liefde op verschillende manieren. Koppels die bij elkaar blijven zonder dat er echt liefde is, gewoon vanwege de schrik alleen te zijn. Natuurlijk steek je daar een deel van je eigen gevoelens in, maar je giet dat in fictie, in een verhaal dat je zelf mooi en interessant vindt. Ik weet niet wat voor mij de noodzaak is om het podium op te zoeken, maar die thema’s raken mij. Het begint gemakkelijk en zoetsappig maar wordt wat getormenteerder naarmate ik verder ga. Het is een fijn gevoel als iedereen met me meegaat in dat verhaal. Het is niet mijn bedoeling om mensen heel hard te doen nadenken en het is ook niet moraliserend bedoeld. Ik vind het leuk als mensen achteraf zeggen dat ze het mooi vonden. Dat ze het grappig vonden, dat merk je aan gelach, op het moment zelf. Maar mensen raken, dat is het toch. Niet dat ik wil dat ze wenen, dat hoeft ook weer niet.”

 

“Voor gewoon sociaal contact ben ik veel zenuwachtiger. In Leiden, bijvoorbeeld, was ik wel echt het kneusje van de wedstrijd. Tijdens het workshopweekend moet je samenwerken met allemaal mensen die er veel van afweten. Je kent die niet echt en dan vind ik het heel moeilijk om op mijn gemak te zijn. Als ik op een podium ga staan, heb ik iets gemaakt dat ik wil laten zien en dan ben ik er blij om dat ik dat mag laten zien. Als je echt met mensen interageert, valt er op een manier heel veel van die zekerheid weg. Dat is veel kwetsbaarder, omdat je rechtstreeks dingen terug krijgt. Ik ben ook ongemakkelijk en laat veel dingen vallen. Ik ben echt helemaal niet vlot met mensen, maar dat kan ik net gebruiken in wat ik doe. Voor ik op moest in de Leidse Schouwburg was ik zenuwachtig, maar mijn tekst gaat over iemand die komt zeggen: “Ik zie u graag”, dus dan kun je dat gebruiken in hoe je speelt, het wordt er echter van."

 

"Het vereist discipline iets te maken tot iets dat goed genoeg is. Het leuk tokkelen op je eentje is één ding, het kost moeite tegen jezelf te zeggen van “oké, maak er iets van”. In een vorm gieten, structureren, dingen eruit halen zonder aan de essentie te raken en toffe dingen overboord te gooien. Mijn vriend studeert aan het RITS (School of Arts Hogeschool in Brussel waar je tal van opleidingen in de audiovisuele sector kan volgen, nvdr.) en die kent er ook wel wat van. Ik vind het heel fijn om met hem te werken want hij kent me, ik ben bij hem op mijn gemak. Aan mijn mama en papa kan ik ook iets laten lezen maar zij vinden alles briljant, daar heb je weinig aan. Vrienden weten wel hoe ze mij kritiek kunnen geven waar ik iets mee kan. Maar ik ben echt een bleiter. Het raakt en toch heb ik liever dat ze het zeggen. Hoewel ik daar dan wel om moet wenen hè, maar dat is gezond. Wenen is gezond. Want als je niks te vertellen hebt, moet je het ook niet doen. Ga niet op een podium staan omdat je het fijn vindt dat mensen applaudisseren, of schrijven omdat het tof lijkt om schrijver te zijn. Dat applaus komt erbij; ik vind het ook fijn als mensen klappen, maar dat is niet de essentie.”

 

Dichtmachine

“In het eerste leerjaar had ik een dichtbundel gemaakt: ‘Line dichtmachine’, allemaal versjes van vier regels. In het middelbaar had ik leerkrachten die mij erg aanmoedigden. Toch heb ik heel het middelbaar lang gedacht: fijn dat ik dat als hobby kan doen maar laat ons eerlijk zijn, ver gaan we daar niet mee geraken, ik zal wel leerkracht Nederlands worden. Vanaf mijn twaalfde ben ik naar amateurtoneellessen gegaan. Tijdens improvisaties op de Schoolbond (haar toneelvereniging in Lier, nvdr.) was het fijn te beseffen dat ik ad rem kon zijn, dat ik grappen scoorde. Ik ben graag grappig en kom uit een omgeving waarin veel mensen een gevoel voor humor hebben. Bovendien heb ik nogal vertrouwen in hoe ik schrijf. Als je nog maar pas iets geschreven hebt, dan is het echt Tolstoj. De week erna denk je, dat kon Tolstoj misschien beter. Ik laat het meestal wat liggen en laat anderen slechts stukjes lezen. Als ik mijn tekst goed vind, dan moet ik er heel hard aan werken om dat ook goed te spelen, want dan wil ik daar ook recht aan doen.”

 

“Ik ben me er van bewust dat een meisje zijn in zekere zin in mijn voordeel werkt. Ik kan daar mee spelen, ik vind dat een heel gemakkelijke positie. Als je een man bent met een groot bakkes, en je doet het dan niet goed, heeft niemand je graag. Als ik het niet goed doe, hebben ze een beetje medelijden met mij, zo van: “Oh, hier is wat eten.” Iemand naar wie ik opkijk is Joke van Leeuwen. Het is zo mooi wat zij maakt, hoewel ze niet altijd een groot publiek heeft. Ik heb ook literaire helden, tegenwoordig veel Engelstalig. Jonathan Safran Foer en Jennifer Egan. In Vlaanderen valt het qua voorbeelden van grappige vrouwen op het podium wat tegen. Je hebt heel wat grappige actrices, neem nu Sien Eggers of Tania Van der Sanden, maar die spelen niet hun eigen teksten. Anderzijds heb je An Nelissen en Els de Schepper, maar die vind ik helemaal niet grappig. Spijtig genoeg zijn dat dan de boegbeelden van Vlaams vrouwelijk cabaret. Leuke Nederlandse vrouwen in cabaret, die wel op de zelfde hoogte staan als de populaire mannelijke cabaretiers, zijn voor mij bijvoorbeeld Brigitte Kaandorp en Katinka Polderman.”

 

“Ik ben blij dat ik heb meegedaan aan het Leids Cabaret Festival en met waar ik ben geraakt. Echter, als je in de finale komt, kan je op tournee en begint alles vanzelf te rollen. Anderzijds kan ik nu gewoon verder studeren. Voor mij waren er nooit financiële consequenties. Ik heb niet zulke grote ambities of een duidelijke visie. Van mensen die heel doelgericht naar een toekomstplan toewerken word ik heel onzeker, dan heb je toch heel weinig vrijheid? Over pakweg vijf jaar hoop ik gewoon niet arm te zijn en in het bezit te zijn van een rijbewijs. O, en géén labrador. Ook zeker niet rijk, want rijke mensen vind ik decadent. Voorlopig wil ik gewoon dingen maken die ik op een of andere manier waardevol vind. Ik zit graag achter mijn laptop te tokkelen, grapjes te bedenken en daar zelf om te gniffelen. Vervolgens wil je ook dat mensen dat lezen of zien en zoek ik wel een manier om het te kunnen tonen. Dat commerciële gedoe en netwerken om binnenweggetjes te vinden, ik ben daar echt ruk in. Het is nu onduidelijk wat ik verder ga doen, ik ben niet zo goed in carrièreplanning. Taal- en letterkunde is op dat vlak ook niet de beste zet. Veel mensen die hier afstuderen, hebben geen idee wat ze gaan doen. Dat is niet per se problematisch, ze zullen wel zien waar ze terecht komen. Het is een goede houding om te proberen wat je leuk vindt.”

 

 

De finalisten van het Leids Cabaret Festival Kiki Schippers, Jan Beuving en de Partizanen – comedyduo van Merijn Scholten en Thomas Gast, dat de publieks- en juryprijs won – gaan nu op tour door België en Nederland. Op 3 april 2013 kan je hen voor 10 euro of een cultuurcheque aan het werk zien in cultuurcentrum Berchem.



Almost Famous

19/02/2013
🖋: 

Almost Famous
REWIND Luide gitaren. Mannen met baarden. Vrijblijvende seks. Een permanente zweetgeur. De hoogdagen van de muziekgeschiedenis en een tijd waarin mensen nog op straat protesteerden voor dingen die er echt toe deden. Dat zijn de seventies. Dat is Almost Famous. De muzikale prent van regisseur Cameron Crowe waarin Kate Hudson een oscarnominatie bij elkaar heeft geacteerd. Beloftevol én sneu voor een actrice die daarna enkel opduikte in kleffe romantische komedies. Centraal in de prent staat de sullige vijftienjarige William Miller die per toeval de kans krijgt om een artikel te schrijven voor Rolling Stone Magazine (ja, de natte droom van elke muziekverslaafde met een pen in de hand). Hiervoor moet hij touren met Stillwater, een fictieve band, die even goed ook Deep Purple had kunnen zijn. De wulpse, maar getormenteerde Penny Lane is groupie van dienst.

PAUSE Het begon allemaal in mijn late tienerjaren toen ik op een filmpje botste van de beroemde busscène. Na een debâcle zijn de gekrenkte groepsleden stilzwijgend onderweg naar een volgende bestemming wanneer een bandlid plots Tiny Dancer van Elton John inzet. Enkele ogenblikken later zingt iedereen mee. O, wat een sfeer. Alsof muziek alle brokken tussen mensen kan lijmen, alles kan doen vergeten en zelfs dingen beter kan maken. En eigenlijk is dat ook gewoon zo.

PLAY Telkens voel ik me in de verkeerde tijd geboren en wil ik de levensfilosofie van Penny Lane toeëigenen: niets serieus nemen en nooit gekwetst worden. Al falen we daar allemaal in. Wanneer in de eerste minuten Paranoid van Black Sabbath aanzwelt en even later ook Led Zeppelin ter hore komt, herinner ik mij meteen waarom deze film de moeite waard is. Dan laat ik me weer overhalen om een akkoordje te proberen op de gitaar die al maanden in een hoekje staat gedrumd. De seventies mogen dan wel over zijn, diep vanbinnen willen we allemaal een beetje almost famous zijn. Of gewoon dagenlang naar muziek luisteren.



Een tamelijk losse benadering van de feiten
18/02/2013
🖋: 
Auteur

Eind 2012 won Tom Heremans de AUWCH Award die door de illustere Vrouwenraad wordt uitgereikt aan vrouwonvriendelijkheid allerlei. Heremans had in een column voor De Standaard aangegeven dat hij eventueel geen nood had aan Annemie Struyf misschien naakt te zien. Seksist dat-ie is. Dat daar nu pas in dwars over wordt geschreven kan waarschijnlijk enkel geweten worden aan zonnevlekken en de verdomde Maya's, maar de data ten spijt wilden we toch nog een lans breken voor zij die net naast de prijs grepen.

Het systeem dat gehanteerd wordt door de Vrouwenraad is bedrieglijk simpel. Men surft naar de site van de AUWCH Award, na ettelijke malen "auwch" te misspellen, en kan daar zijn stem uitbrengen door op de kandidaat van zijn keuze te klikken. Dat zorgt er natuurlijk wel voor dat kandidaten met een breed netwerk meer kans maken, en het is net dat wat enkele van de gewezen genomineerden voor de borst stuit.

 

Feministes zonder scrupules

Zo is er bijvoorbeeld de Pastoor Piero Corsi, uit het idyllische San Terenzo, in Italië. In December hing hij Luthergewijs een pamflet aan de deur van zijn parochiekerk, waarop hij vrouwen aanraadde de hand in eigen boezem te steken wanneer het ging om seksueel geweld: "Vrouwen en meisjes die zich onfatsoenlijk kleden, lokken instinctieve reacties uit." Een sterke opener, maar Piero Corsi ging verder en bracht samen met een even misogyne Bruno Volpe een statement uit waarin hij vermeldde dat dodelijk geweld tegen vrouwen een absurditeit was verzonnen door "feministes zonder scrupules". Wanneer we Corsi nu contacteren, klinkt hij teleurgesteld: "Ik heb maanden gewerkt aan die open brief. Media-advisers geconsulteerd, parochieleden geronseld, op tour gegaan, noem maar op. Er kruipt heel wat werk, geld en tijd in zo'n campagne voor de AUWCH Award. Maar tegen een fabriek als De Standaard kan gewoon niet opgebokst worden. Ik bereid nu met mijn raadsheer een dossier voor dat we zullen presenteren aan de Vrouwenraad. Dit stemsysteem is kapot en verrot." Of zulks stemsysteem typisch is voor een vrouwenorganisatie kon Corsi niet zeggen.

 

Twee keer niets voor Buysse

Wanneer we Corsi's vrouwonvriendelijk werk naast dat van Heremans leggen valt inderdaad op dat het werk dat Heremans dit jaar opstuurde richting Vrouwenraad verre van de meest misogyne was onder de hoopvollen. Baron Paul Buysse, die deze keer hoopte te winnen met zijn idee dat bedrijven erop achteruit zouden gaan wanneer raden van bestuur verplicht zouden worden om vrouwen in hun rangen op te nemen, is even teleurgesteld: “Dit is het tweede jaar dat ik naast de prijs grijp. Ik snap er niets meer van. Ik ga met mijn team de campagne analyseren, en hopelijk staan we volgend jaar klaar met een frisse aanpak.” Media-watchers meenden al dat Buysse weinig kans maakte, aangezien zijn misogyne uitspraken zich te zeer beperken tot het bedrijfsleven. Buysse meldt wel geen negatieve gevoelens te waarborgen tegenover de Vrouwenraad, alhoewel hij daar reden genoeg voor lijkt te hebben.

 

Vorig jaar kwam de Auwch Award namelijk al onder vuur te liggen aangezien de laureaat Bent Goorman een pseudoniem bleek te zijn van de columniste Chris Van Camp. Een vrouw. Tijd voor de Vrouwenraad om zich dus te herbronnen en hopelijk in 2013 een eerlijke wedstrijd te organiseren.



Leven in de Eindtijd
18/02/2013
🖋: 

Yves Pepermans is doctorandus aan de PSW-faculteit van de Universiteit Antwerpen. Elke maand schrijft hij een subjectieve, sporadisch subversieve column over wat er van en door ons nog moet komen.

Tijdens de kantooruren werk ik aan een doctoraat, maar in mijn vrije tijd hou ik me graag bezig met een echte wetenschap: trendwatchen. Nu de planeet vergeten is te vergaan, is ze weer helemaal in. Foodporn, lolcats en Bicky Burgers zijn volslagen passé. Als je vandaag echt mee wil zijn, moet je op zijn minst flexitariër – mooi woord voor gelegenheidsvegetariër – worden.

 

Wij zijn een generatie die geen honger, maar eetstoornissen kende. We groeiden op in een land waar als varkensvlees wordt gevreten, koeienvellen worden gedragen en kunstenaars die katjes zonder handschoenen pakken, worden neergeknuppeld. Toch is er wat veranderd. Waar men vroeger gewoon at wat de pot schafte, is de pot vandaag een politiek statement geworden. Met kookboeken als nieuwe manifesten. Waar de Bourgondische Belg steeds nogal gelaten stond tegenover De Revolutie, raken de gemoederen snel verhit wanneer het over eten gaat. Voedselgevechten en patattenoorlogen worden gewonnen en verloren, met de supermarkt als Tahrirplein van de vegetarische omwenteling, dixit Alexia Leysen, bezieler van Dagen Zonder Vlees. Naar verluidt zou het Antwerpse stadsbestuur zelfs overwegen ambtenaren in openbare functies te verbieden te eten. Obesitas is immers een ‘obediëntie’ als een andere.

 

Ik vraag me wel eens af of we ons een betere wereld kunnen eten, wanneer ik onze prachtige planeet weer eens aanschouw vanuit mijn privéjet. Die betere wereld is natuurlijk niet zo eenduidig. Het gerechtelijk apparaat koos wel al duidelijk kant en bracht de ‘aardappelbevrijders’, hier komt die, diep in de puree, door hen te veroordelen tot een effectieve gevangenisstraf wegens politieke moeskopperij. Of zoals Artikel 557 uit het Strafrechtwetboek beschrijft: “het roven van veldvruchten of andere nuttige voortbrengsels van de bodem die nog niet los van de grond zijn.” Het staat vast dat er nog heel wat geoogst, gevreten en gescheten zal moeten worden vooraleer we in het land van melk en honing zijn. In de tussentijd kan ik de rabiate vleeseters enkel maar op het hart drukken dat een biefstuk nooit lekkerder smaakt dan na een week linzen. Diegenen die na veertig dagen zonder vlees maar niet genoeg kunnen krijgen van het verkleinen van hun ecologische voetafdruk, raad ik aan de kat te degusteren. Dat beest vervuilt evenveel als een auto en eet al de vogels in mijn tuin op. De natuur zal ons hiervoor zo dankbaar zijn dat we eindelijk een degelijke zomer zullen krijgen. Smakelijk!



dwars herbekijkt
18/02/2013

REWIND Het was in de zomer van 1998 – toen tekenfilms nog werkelijk op de tekentafel ontstonden – dat de Disneyfilm Mulan in de bioscoopzalen verscheen. De prent vertelt het verhaal van de eigenwijze Mulan die besluit haar lange lokken af te snijden en vermomd als man de plaats van haar oude vader in het Chinese leger in te nemen. Met hulp van de stuntelige huisdraak Mushu en de geluk brengende krekel Kriki, weet ze het Chinese keizerrijk van de ondergang en de Hunnen te redden. De film werd overigens beloond met talloze Annies, Globes en Oscars.

 

PAUSE Ik herinner het me nog goed: ik was een jaar of acht en bracht voor het eerst een bezoek aan de bioscoop in de koekenstad. Met mijn toegangsticketje in de ene hand geklemd en de hand van mijn meter in de andere, rolden we de met sterren bezaaide trap omhoog. Ik nam plaats in een immense, rode zetel, klaar om meegesleept te worden door de magie die Disney heet. Naast de geur van popcorn herinner ik me vooral nog de spetterende ontknoping: Mulan die met een vuurpijl de vervaarlijke Hunnen weet te verslaan.

 

PLAY Het buitenbeentje onder de Disney-prinsessen zal steeds in mijn geheugen gegrift staan als “mijn eerste keer”. Intussen is de Antwerpse bioscoop van eigenaar veranderd, zijn de zetels niet meer zo immens groot en heeft de overweldigende geur van popcorn een eerder misselijkmakende uitwerking. Daarnaast dreigt Mulans girl power verdrongen te worden door tutjes in roze en gele jurken. “The greatest gift and honor is having you for a daughter”, klinkt het in Mulan. Is dat niet de boodschap die we onze dochters zouden willen meegeven?

 

Almost Famous

REWIND Luide gitaren. Mannen met baarden. Vrijblijvende seks. Permanente zweetgeur. De hoogdagen van de muziekgeschiedenis en een tijd waarin mensen nog op straat kwamen voor dingen die er echt toe doen. Dat zijn de seventies. Dat is Almost Famous, de muzikale prent van Cameron Crowe waarin Kate Hudson een oscarnominatie bij elkaar heeft geacteerd. Beloftevol én sneu voor een actrice die daarna enkel opdook in kleffe romantische komedies. Centraal in de prent staat de sullige vijftienjarige William Miller die per toeval de kans krijgt een artikel te schrijven voor Rolling Stone Magazine (ja, de natte droom van elke muziekverslaafde met een pen in de hand). Hiervoor moet hij touren met Stillwater, een fictieve band die even goed ook Deep Purple had kunnen zijn. De wulpse, maar getormenteerde Penny Lane is groupie van dienst.

 

PAUSE Het begon allemaal in mijn late tienerjaren toen ik op een filmpje botste van de beroemde busscène. Na een debacle zijn de gekrenkte groepsleden stilzwijgend onderweg naar een volgende bestemming wanneer een bandlid plots Tiny Dancer van Elton John inzet. Enkele ogenblikken later zingt iedereen mee. O, wat een sfeer. Alsof muziek alle brokken tussen mensen kan lijmen, alles kan doen vergeten en zelfs dingen beter kan maken. En eigenlijk is dat ook gewoon zo.

 

PLAY Telkens voel ik me in de verkeerde tijd geboren en wil ik de levensfilosofie van Penny Lane toe-eigenen: niets serieus nemen en nooit gekwetst worden. Al falen we daar allemaal in. Wanneer in de eerste minuten Paranoid van Black Sabbath aanzwelt en even later ook Led Zeppelin ter ore komt, herinner ik mij meteen waarom deze film de moeite waard is. Dan laat ik me weer overhalen om een akkoordje te proberen op de gitaar die al maanden in een hoekje staat gedrumd. De seventies mogen dan wel over zijn, diep vanbinnen willen we allemaal een beetje almost famous zijn. Of gewoon dagenlang naar muziek luisteren.



Het Marktsegment
18/02/2013
🖋: 
Auteur

De financiële wereld, je leest er overal over. Maar soms kan de moed je in de schoenen zakken. Het ene na het andere ingewikkelde concept wordt je naar het hoofd gesmeten, zonder enig spoor van uitleg of zelfs maar begrip voor wie niet zou weten wat een flash crash of schuldpapier is. Geen paniek, want iedere maand verduidelijkt Capitant, de studentenvereniging die studenten wil inleiden tot en begeleiden naar de financiële markten, op deze pagina’s de werking van de beurs. Dit jaar gidst ‘Het marktsegment’ je door het nieuws over de beurs zonder gevaar voor struikelen over moeilijke termen en ingewikkelde concepten. Wij leggen ze hier namelijk in mensentaal uit.

Vertrouwen

Je kan aandelen kopen om ze daarna – hopelijk aan een hogere prijs – te kunnen verkopen. Jouw winst is dan het verschil tussen de aan- en verkoopprijs. Maar je kan ook geld krijgen van het bedrijf waarvan je een aandeel in bezit hebt. Een dividend, of een winstuitkering op een aandeel, is een deel van de winst van het bedrijf dat wordt uitgekeerd aan de aandeelhouder. Bedrijven keren een dividend uit aan de aandeelhouders om de winst die ze hebben gemaakt te verdelen over degenen die geld in hen hebben geïnvesteerd. Bedrijven kunnen ook kiezen om geen dividend uit te keren, of een hoger of lager dividend dan je op basis van de resultaten van de onderneming zou verwachten. Er kan zelfs een dividend worden uitgekeerd als er helemaal geen winst gemaakt is in het voorbije jaar. Waarom keren bedrijven wel of niet een dividend uit? En hoe zit het met de dividendpolitiek van enkele belangrijke bedrijven?

 

Wanneer een dividend wordt uitgekeerd, verlaat dit geld de onderneming definitief. Waarom zou een onderneming ervoor kiezen om geld uit de onderneming te laten wegvloeien, geld dat ze bijgevolg niet meer kan gebruiken? Ten eerste willen bedrijven aan beleggers het signaal geven dat het goed gaat met de onderneming. Zelfs als het eigenlijk niet zo goed gaat. Wanneer er bijvoorbeeld verlies is over het voorbije jaar, wil de onderneming het signaal geven dat de moeilijkheden maar tijdelijk zijn en kan ze dus ook een dividend uitkeren. Daarnaast kan er een probleem zijn wanneer bestuurders die geen aandeelhouder zijn, de onderneming runnen. De aandeelhouders kunnen wantrouwig worden: wat doen die bestuurders met ons geld? Gaan ze er wel goed mee om? Doen ze niet aan vriendjespolitiek wanneer ze contracten aangaan met andere bedrijven? Om het vertrouwen van de investeerders in het management te herstellen, kan de onderneming geld teruggeven aan de beleggers, in de vorm van een dividend dus. Zo is er minder geld beschikbaar in de onderneming dat door het management mogelijk slecht besteed zou kunnen worden.

 

Gaan bedrijven dan een heel groot dividend uitkeren wanneer er veel winst is, en een heel klein als het niet zo’n goed jaar was voor de onderneming? Nee, in de praktijk gaan bedrijven ernaar streven elk jaar een redelijk en stabiel dividend uit te keren. Beleggers willen namelijk liever elk jaar een beetje geld, dan in één jaar heel veel en in het volgende jaar niets. Ondernemingen gaan dus proberen in vette jaren geld te reserveren om in magere jaren ook een dividend te kunnen uitkeren. Bedrijven zullen er ook naar streven hun dividend jaarlijks lichtjes te laten stijgen om een positief signaal te geven aan de aandeelhouders over de toestand van de onderneming.

 

Fors dividend

Bedrijven gaan dus proberen een dividendniveau te vinden dat ze in de toekomst kunnen aanhouden. Wanneer de economie in een recessie zit en bedrijven onzeker zijn over de toekomst, zien we dat sommige bedrijven hun dividendpolitiek naar beneden toe gaan aanpassen. Ze willen er zich immers van verzekeren dat ze voldoende geld overhouden om de werking van de onderneming te verzekeren. Wanneer een onderneming zo’n knip in het dividend aankondigt, zijn de beurzen hier over het algemeen niet tevreden mee en zien we een terugval van de koers van het aandeel. Toen AB Inbev bijvoorbeeld in 2009 een verlaging van het dividend aankondigde, daalde de koers met maar liefst 7 procent.

 

Tot slot hebben we nog het meest besproken dividend van de voorbije weken, dat van KBC. KBC kondigde aan over het jaar 2012 een dividend van 1 euro per aandeel uit te keren. Dit is meer dan verwacht en de aandeelhouders van de bank zijn dus tevreden. Ook de Vlaamse overheid kan tevreden zijn: door de uitkering van het dividend moet KBC aan de Vlaamse overheid een coupon op de staatssteun betalen, naast de terugbetaling van de staatssteun zelf.

 

Volgens CEO Johan Thijs laat de financiële gezondheid van KBC opnieuw toe de aandeelhouders te vergoeden. Het bedrijf maakte 612 miljoen euro winst in 2012 ten opzichte van 13 miljoen euro in 2011. Het volgende jaar zal er dan weer geen dividend worden uitgekeerd, kondigt KBC nu al aan. De koersen reageerden positief op het nieuws van het forse dividend: de koers steeg boven de grens van 30 euro en behaalde zo haar hoogste koers in twee jaar. Het is normaal dat de koers van een aandeel stijgt wanneer de uitkering van een dividend wordt aangekondigd, zeker wanneer het dividend hoger is dan verwacht.

 

Voor nog meer informatie over de financiële markten moet je op de Investorday zijn. Een hele dag interessante lezingen en ’s middags een Networking Lunch met de aanwezige bedrijven. Voor meer informatie, surf naar www.capitant.be



18/02/2013
🖋: 
Auteur

Nieuwe stamcel maakt hartweefsel aan na hartinfarct

De Universiteit van Hasselt leverde onlangs een medische doorbraak. Onderzoekers isoleerden een nieuwe stamcel die blijkbaar nieuw hartweefsel kan aanmaken, namelijk ALDH+. Hoewel de tests voorlopig nog beperkt zijn tot varkens, zou het een uitstekende oplossing kunnen bieden voor een succesvol herstel van hartaanvallen bij mensen. Wanneer voor het eerst personen zullen worden getest is nog onduidelijk, zo stelt De Standaard. De resultaten van het onderzoek zijn terug te vinden in Cardiovascular Research.

 

Nieuwe behandeling voor zeldzame eierstokkanker

Onderzoek van het University of Arizona Cancer Center en het Medical Center in Phoenix wees uit dat een regelmatige dosis van het medicijn Selumetinib (AZD6244) een zeldzaam type van eierstokkanker kan stabiliseren of zelfs doen krimpen. “Dit is een mogelijk belangrijke doorbraak voor de Genecologic Oncology Group,” zegt John Farley, gynaecologisch oncoloog. “Momenteel zijn er gewoonweg geen heel goede behandelingen voor low-grade eierstokkanker, dus deze ontdekking opent deuren voor veel nieuwe mogelijkheden voor ons.”

 

Het mechanisme voor een optimaal geheugen: selectiviteit

Onderzoek suggereert al sinds de jaren ‘70 dat slaap belangrijk is voor ons geheugen, niet enkel voor het bewaren, maar ook voor het uitbreiden van kennis en motorische functies. Dit heet een slaapafhankelijk geheugen. Recent toonden Stickgold & Walker(2013) dit aan in het blad Nature Neuroscience. Datgene wat we zullen onthoudenwordt bepaald door selectieprocessen gestoeld op eerdere ervaringen. Die selectieprocessen vinden al plaats als we wakker zijn, en zorgen ervoor dat we tijdens onze slaap net die dingen onthouden die we al ‘gelabeld’ hadden als relevant.

 

Het koud hebben is zó 2012

Een team van Amerikaanse wetenschappers is erin geslaagd bij muizen enig gevoel van koude uit te schakelen. Eerder onderzoek wees al uit dat het ervaren van kou gerelateerd is aan het eiwit TRPM8 in de huid. De studie bestond erin de neuronen die het eiwit aanmaken uit te schakelen, met alle gevolgen van dien. De muizen waarbij dit gebeurd was voelden duidelijk nog warmte, maar liepen zonder problemen over extreem koude oppervlakten. Het nooit meer koud hebben, daar willen wij bij dwars best wel voor tekenen.

 

Cocktailfruitvliegjes

Een recent onderzoek wees uit dat vliegjes hun eieren het liefst in alcohol leggen wanneer ze vijandelijke aanwezigheid voelen. Dit omdat de wespen geen immuniteit voor alcohol hebben opgebouwd, en de vliegjes, die regelmatig rond rot fruit te vinden zijn, wel. Het is onduidelijk of mensen hetzelfde zouden moeten doen.



Bij Monde van Du Mon
15/02/2013
🖋: 
Auteur

Er zijn zo van die ongelooflijk ijverige studenten die net van een andere planeet lijken te zijn gekomen en een buitenaards gevoel voor timemanagement hebben. De studentus voluntaris is een ras apart en door middel van buitengewoon slechte schaduwtechnieken, heb ik het op mezelf genomen om de natuurlijke habitat van deze soort in de schijnwerpers te werpen. Deze keer ontmoet ik Jane*, vrijwilligster bij de Zelfmoordlijn (Centrum Preventie Zelfdoding).

Het is niet zo moeilijk als het lijkt

Ik bevind me in een studentenkamer waar de 22-jarige Jane zich klaarmaakt voor haar wachtdienst. Ze werkt al enkele maanden voor de Zelfmoordlijn en plant haar diensten meestal een keer per week ’s avonds. Benodigdheden: drie uur tijd, een stabiele internetverbinding, een computer (in haar geval) en een vooropleiding van tien keer drie uur. Jane zelf verzorgt de chatdienst. Naast een telefonisch contact, kan je dus ook kiezen om te chatten bij de Zelfmoordlijn. “Veel mensen vinden dit toegankelijker,” zegt ze. “En ik moet toegeven: ik vind het zelf ook aangenamer om een gesprek te voeren waarbij je even kan nadenken over wat je gaat zeggen”. Het verbaast me dat de zelfmoordpreventie gewoon vanuit een studentenkamer gebeurt, maar een Centrum Preventie Zelfdoding-, of CPZ-gebouw is er niet. Wie telefonisch werkt, krijgt een eigen gsm en simkaart; de chatdiensten kunnen ook gewoon van op je eigen computer gebeuren. Dit alles bevordert de anonimiteit van de organisatie. Behalve haar ouders is er niemand uit Janes omgeving op de hoogte van haar vrijwilligerswerk. Zelfdoding is nog steeds een heel delicaat onderwerp dat slechts moeilijk kan worden aangesneden.

 

Zelfs als studente toegepaste psychologie en antropologie is deze keuze van vrijwilligerswerk niet evident. “Je opleiding is psychologie, maar weinigen denken eraan om aan zelfdodingpreventie te doen. Als je plots met échte situaties te maken krijgt, kan dat zwaar op je wegen. Maar dan moet ik toch even zeggen: het is niet zo moeilijk als het lijkt”. Tijdens de vooropleiding word je bekendgemaakt met een aantal gesprekstechnieken die je kan toepassen tijdens een gesprek. Je hoeft je dus helemaal niet zenuwachtig te voelen. Je kiest ook tijdens de opleiding op welk medium je je toespitst. Het examen is een telefonisch rollenspel. Nog even ter informatie: de Zelfmoordlijn is niet enkel voor mensen die kampen met gedachten aan zelfdoding. De vrijwilligers bieden ook een luisterend oor aan nabestaanden of vrienden van mensen met zelfdodingsgedachten.

 

Een normale shift duurt ongeveer drie uur. Tijdens die drie uur heeft Jane geen moment rust. Gemiddeld spreekt ze met twee à drie mensen per wachtdienst. Goede raad of tips geven is niet echt aan de orde. Het belangrijkste voor beide partijen is dat je als vrijwilliger goed luistert en de juiste vragen stelt. “Dat wil niet zeggen dat bellen naar de Zelfmoordlijn niets uithaalt” verwerpt ze mijn vragende blik. “Deze mensen bellen of chatten in een crisismoment en net op zo’n zwaar moment kunnen ze nog de moed opbrengen om hun verhaal te doen. Ik kijk enorm naar hen op. Ik ben echt blij als ik naar iemand kan luisteren en nadien kan denken: dit was een goed gesprek. Het is een opluchting om te weten dat je iemand toch tenminste meer tijd hebt kunnen geven.”

 

Het mes ter hand

Als ik vraag of ze het emotioneel niet zwaar vindt, geeft ze toe dat ze na haar shiften soms graag nog iets anders doet, zoals een film kijken of met vriendinnen afspreken. Toch weerhoudt het haar er niet van het werk te blijven uitvoeren. “Je haalt er veel voldoening uit, en ik voel me blij met de gedachte dat ik iemand heb kunnen helpen.” Ook voor de medewerkers van de Zelfmoordlijn is er trouwens een lijn die ze kunnen opbellen als ze zelf zwaarmoedig zijn geworden.

 

Ik kom te weten dat er soms mensen bellen die te kennen geven dat ze een mogelijk wapen in hun buurt hebben. Sommigen voelen zich beter als ze het bij zich hebben. Anderen leggen het in een andere kamer als Jane dat vraagt. “Er was eens een keer dat mijn gesprekspartner opeens weg was. Ik dacht meteen het ergste. Toen de partner enkele minuten later weer online was, bleek diens internetverbinding te zijn weggevallen. Ik kan je niet vertellen hoe opgelucht ik was.” Ons gesprek eindigt als Janes wachtdienst begint. Ik verlaat haar studentenkamer en ben zo onder de indruk dat ik die avond meteen de zelftest online doe.

 

Jane wil aan jou, lezer, graag duidelijk maken dat iedereen bij het CPZ kan werken en dat het heus niet zo overweldigend is als het misschien lijkt. Er is een grote nood aan dit soort nuttige diensten. Daarenboven is het perfect te combineren met je studies. Je minimumengagement bedraagt ongeveer één shift per week. Ben je geïnteresseerd, maar twijfel je over je eigen kunnen? Surf dan gauw naar de website www.preventiezelfdoding.be. Hier kan je een testje (de ‘zelftest’) vinden dat je in enige maten kan aangeven of je geschikt zou zijn. In maart 2013 beginnen nieuwe opleidingen. Wie weet red jij binnenkort levens. *Jane is een pseudoniem. De anonimiteit van de vrijwilligster ligt ons nauw aan het hart.



Een Master in Genderwetenschappen
14/02/2013
🖋: 
Auteur

Dat gender hoog op de politieke agenda staat verwondert nog bijna niemand. De voorbije weken bulkte onder andere De Standaard van aan seksime gerelateerde artikels en enquêtes, en werd de genderverdeling in het parlement weer aangesneden. De diversiteitsproblematiek die nog steeds op de arbeidsmarkt speelt, is er daarbij niet minder op geworden. Dat is ook de Vlaamse universiteiten niet ontgaan. Een voorstel voor een nieuwe masteropleiding werd ingediend om binnenkort studenten een gender- en diversiteitsbewustzijn bij te brengen dat op alle vlakken op de arbeidsmarkt nuttig is. Bij dwars vonden we dit interessant en vroegen we even rond wat die opleiding juist is, waarom ze nu (pas) wordt ingevoerd en hoe het voorstel momenteel ontvangen wordt.

Ik weet wat u denkt. U denkt: "Weer een nieuwe masteropleiding! Komen we met die Veiligheidswetenschappen van dwars 74 niet toe?" Maar dan vergeet u het heterogene karakter van onze dynamische maatschappij, waarin gender- en diversiteitstudies meer dan ooit actueel en nodig zijn. En trouwens, de master zit fijn in elkaar. België is nu bijna het enige land in Europa dat nog geen academisch ondersteund en goed uitgewerkt beleid heeft voor deze gebieden. Enter Joëlle Milquet. De minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen vond dat het tijd was om een haalbaarheidsstudie over een masteropleiding in Gender en Diversiteit uit te voeren. Hoewel het aanvankelijk de bedoeling was om de opleiding over heel België te spreiden, leerde men snel dat een nationale samenwerking te ambitieus was.

 

De flexibele stam

Dit is het resultaat: het voorstel voor de nieuwe opleiding werd goedgekeurd. Vanaf het academiejaar 2014-2015 zal de Universiteit Antwerpen een interuniversitaire masteropleiding in Gender en Diversiteit aanbieden. Deze Vlaamse masteropleiding wordt aangeboden door drie hoofduniversiteiten (de Universiteit Gent, de Vrije Universiteit Brussel en de Katholieke Universiteit Leuven) en twee partneruniversiteiten (de Universiteit Antwerpen en de Universiteit Hasselt). De drie hoofdinstellingen zullen een hele nieuwe, officieel erkende masteropleiding met nieuwe vakken en daarvoor speciaal aangestelde docenten aanbieden. De partneruniversiteiten spelen ook mee, maar op kleinere schaal: ze bieden geen geheel nieuwe vakken aan.

 

De structuur van de opleiding valt uiteen in vier grote delen: vijftien studiepunten voor een ‘vaste stam’ van drie vakken die per hoofdinstelling verschillen, minstens vijftien studiepunten voor een ‘flexibele stam’ van drie keuzevakken die je aan eender welke (of alle) van de vijf universiteiten kan volgen, vijftien studiepunten voor de thesis en vijf à tien studiepunten voor een stage (afhankelijk van het soort stage dat u kiest: observatie vs. participatie). De Universiteit Antwerpen schemert door in de flexibele stam en biedt zes vakken aan (hoewel er over het literaire vak nog discussies zijn).

 

Struikelpunten

Tot zover lijkt alles in kannen en kruiken, maar toch blijken er nog enkele heikele punten aan het voorstel. Zo zijn er nog vragen over welke universiteit de inschrijvingen zou regelen, en natuurlijk is er nood aan een uniforme regeling die betrekking heeft tot de beoordeling van de studenten. Daarenboven komt nog het mobiele karakter van de opleiding. Het valt een beetje te bekijken of de student geneigd is om op nomadische wijze een studie voort te zetten. Hierop heeft Henk de Smaele een fijn antwoord klaar: “Laten we niet uit het oog verliezen dat een masteropleiding die zo opengetrokken wordt over heel Vlaanderen, waarvan de Universiteit Antwerpen een deel kan en mag uitmaken, iets heel positiefs is, niettemin in het kader van gender en diversiteit. Van elke instelling krijg je kwaliteitsvakken door kwaliteitsonderzoekers voorgeschoteld”. We gaan akkoord: het zou jammer zijn dat geografische locatie in een relatief klein gebied de studiekeuze van de student zou beïnvloeden. Dat druist eigenlijk in tegen de bedoeling van de masteropleiding. Er zijn, horen we later bij dwars, ook plannen om ‘tele-classing’ aan te bieden, een soort digitale videoles. Spannend, zeker omdat internetverbindingen en technologische snufjes het al eens af durven laten weten.

 

Ook opmerkelijk aan de opleiding is dat ze aan elke universiteit in een andere faculteit thuishoort. Dit heeft ongetwijfeld met het van nature interdisciplinaire karakter van Gender Studies te maken. In Gent en Brussel hoort ze bij Letterkunde, in Antwerpen bij Politieke en Sociale Wetenschappen en in Hasselt bij de Bedrijfseconomische Wetenschappen. In Leuven hebben ze het beestje nog geen naam gegeven. Professor de Smaele geeft me nog enkele woorden mee: “Dit is een soort van nieuw begin. Genderstudies heeft een complexe geschiedenis, ook binnenin de Universiteit Antwerpen. Eens de procedure voor deze interuniversitaire opleiding uniform is over Vlaanderen, kan het enkel maar een springplank zijn voor meer succesvolle en progressieve communicatie in onze samenleving”.

 

Onder voorbehoud zijn dit de vakken die u aan de Universiteit Antwerpen kan opnemen:

  • European and comparative discrimination law van D. Cuypers
  • Gender and development van N. Holvoet
  • Gender en diversiteit in Europese en internationale politiek van P. Meier
  • Geschiedenis van familie en gezin van H. Greefs
  • History of the body gender and sexuality van H. de Smaele
  • (Literary texts in English: queer fiction van B. Eeckhout)


professor Petra Meier over feminisme
13/02/2013
🖋: 
Auteur extern
Petra Meier

We naderen 8 maart en daar is ie weer, aandacht voor vrouwen. Hoezo, weer? Net Valentijn gevierd en me suf gezocht naar een cadeau voor mijn lief. Nee, niet dat type aandacht. Het feminisme. F*ck, ja, dat f-woord.

Ha, zult u nu zeggen, dat hebben we toch wel gehad, tegenwoordig. Meisjes en vrouwen mogen toch alles? Ze worden zelfs vaak bevoordeeld. Waar zijn we nog over bezig? Ik zie u al zitten. Armen stevig over de borstkas gekruist. Maakt niet uit of u man of vrouw bent. Kijk eens rond, zult u zeggen. Is er nog iemand die vindt dat vrouwen ongelijk behandeld worden? Minder kansen krijgen? U mag die armen stevig gekruist houden, wellicht zal niemand u ongelijk geven.

 

Vraag aan een groep studenten of er gelijkheid heerst tussen vrouwen en mannen en ze zullen 'ja' antwoorden. Vraag vervolgens aan diezelfde groep studenten wat er gebeurt eens ze tien jaar ouder zijn, werken, een partner hebben en aan kinderen denken – indien ze dat allemaal van plan zijn. Vraag vervolgens wat er gebeurt na het derde kind, of wanneer de twee carrières incompatibel worden, bijvoorbeeld omdat een van de twee carrières richting buitenland gaat. Vraag aan die studenten of de twee partners voor een evenwaardige job hetzelfde loon en dezelfde voordelen krijgen. En wie meer seksistische opmerkingen te horen krijgt; wie in eerste instantie als een bepaalde sekse gezien wordt, in plaats van als nieuwsanker. Om maar een voorbeeld te geven: mannen worden aangesproken met ‘professor’, vrouwen met ‘mevrouw’.

 

Goed, we kunnen nu discussiëren over de vraag wat vrouwen en mannen zelf willen en waarom we ons daar mee moeten moeien. Of waarom de overheid dat in regels zou moeten gieten. Al die quota, of dat gelijke kansenbeleid, afschaffen maar. Laat vrouwen toch maar doen, ze zijn geëmancipeerd genoeg om zelf keuzes te maken. Je dwingt ze bijna in een keurslijf van hoe vrouwen horen te zijn met al die gelijke kansen. Geldt eveneens voor mannen. Stel dat ze geen nieuwe man willen zijn? En als ze er een zijn, worden ze er nog voor gestraft ook.

 

Oké, maar wat doen we dan met het feit dat in de leeftijdscategorie van student tot pakweg veertig, de eerste doodsoorzaak bij vrouwen seksueel geweld is? Er sterven er niet veel, akkoord, maar kunnen we daarom die oorzaak over het hoofd zien? Is die niet van een andere aard dan overlijden door een auto-ongeval?

 

Dus dat feminisme. Feminisme is een ideologie, zoals het liberalisme of het socialisme. Een visie op hoe de samenleving is en zou moeten zijn. Het is zowel een wereldbeschouwing als een sociale beweging die de ongelijke (machts)verhoudingen tussen vrouwen en mannen aan de kaak stelt. Dat feminisme is ondertussen een huis met vele kamers, zoals we dat ook bij andere ideologieën kunnen vaststellen. Maar in al zijn facetten stelt het wel vragen bij de maatschappelijke ongelijkheid van mannen en vrouwen. Zolang u zelf bepaalde keuzes maakt, prima, mij niet gelaten. Maar het gaat om de gevallen waar die keuzes geen echte keuzes zijn, of waar er zelfs geen keuzes gemaakt worden. Waar dit een structureel gegeven is, ingegeven door ongelijke (machts)verhoudingen en deze ook weer in de hand werkt. Daar vervult het feminisme zijn rol. Het ziet er niet naar uit dat die snel uitgespeeld zal zijn.