microscoop op wetenschap
16/10/2014
🖋: 

40 procent van de bevolking krijgt kanker en sinds dit jaar staat deze ziekte zelfs genoteerd als de belangrijkste doodsoorzaak bij mannen in Europa. Reden genoeg om te blijven zoeken naar nieuwe methodes om deze kwaadaardige cellen te bestrijden. De Tumorimmunologiegroep van het Laboratorium voor Experimentele Hematologie aan de Universiteit Antwerpen is laatst met een innovatief vaccin op de proppen gekomen dat ons eigen immuunsysteem laat vechten tegen de ontspoorde cellen. Doctoraatsstudente Heleen Van Acker zet dit vaccin verder op de kaart.

ons immuunsysteem: een strategisch spel

Om nogal voor de hand liggende redenen heeft ons lichaam nood aan een immuunsysteem. Dit systeem moet echter aansterken: een pasgeboren kindje heeft geen even hoge weerstand als wij volwassenen al hebben opgebouwd. Daarom moet er een onderscheid gemaakt worden tussen het ‘aangeboren’ en het ‘verworven’ immuunsysteem. Onze aangeboren verdediging bevat onder andere de natural killer-cel, die élk vreemd deeltje aanvalt en uitschakelt. Het maakt haar niet uit wie zij vernietigd heeft, ze is niet-specifiek in haar handelen. Over het algemeen kan dit haantje-de-voorste wel specifieke hulp gebruiken. Hierbij is de dendritische cel (DC) van groot belang. De dendritische cel behoort tot de aangeboren verdediging en heeft als belangrijkste speler een dubbele functie: schildwacht en spelverdeler.

 

Als schildwacht zoekt deze cel ons lichaam af tot ze een verdacht deeltje heeft gevonden, welke ze dan opneemt en presenteert aan zoveel mogelijk andere cellen. Op deze manier laat ze haar collega’s van de verworven verdediging weten op welk deeltje er jacht gemaakt moet worden. Elk deeltje van deze verworven verdediging* zal hier op zijn eigen specifieke manier naar handelen. De T-lymfocyten zorgen voor een uitbreiding van de troepen door zich enorm te delen. Daarbovenop sturen ze ook nog eens een overvloed aan telegrammen naar andere cellen, die misschien niet de boodschap rechtstreeks van de dendritische cel hebben verkregen. Deze telegrammen heten interleukines (IL) en zorgen dat heel het lichaam zich kan voorbereiden op de aanval. Interleukines die T-lymfocyten bereiken, zorgen voor een nog grotere opmars van troepen. Sommige T-lymfocyten differentiëren zich tot cytotoxische cellen, die gaatjes kunnen prikken in de ongewenste cellen, zodat deze leeglopen en zo uitgeschakeld worden. B-lymfocyten die een telegram ontvangen delen zich en differentiëren tot plasmacellen. Plasmacellen kunnen op hun beurt de vreemde deeltjes labelen, zodat de opruimers of fagocyten het doel kunnen neerhalen.

 

De B- en T-lymfocyten zijn, zoals vermeld, cellen van de verworven verdediging en zijn specifiek voor elk vijandig deeltje. We hebben van elke specifieke lymfocyt geen enorme reserves in ons bloed rondstromen, vandaar de grote nood aan een snelle deling wanneer een lymfocyt een ongewenste deeltje waarneemt. Op deze manier zorgt je lichaam voor specifiek opgeleide troepen, die heel gericht de vijand kunnen verslaan. Kortom, de dendritische cel is het schakelstuk tussen de aangeboren en de verworven verdediging en is dus van essentieel belang. Zonder de dendritische cel kunnen de cytotoxische T-cellen en de plasmacellen nooit de doodssteek toedienen. Game over.

 

kankercellen: sluwe vermommers

Ons immuunsysteem elimineert dus dagelijks indringers door een uitstekende samenwerking van allerlei soorten cellen. Er zitten echter een paar gaten in het net waar kankercellen aardig gebruik van weten te maken. Kankercellen zijn uitgebroken lichaamseigen cellen en weten zich vaak op zo’n manier te vermommen dat de schildwacht hen over het hoofd ziet. En zolang niemand op hen let, kunnen ze gezellig verder woekeren. Hier zag de Tumorimmunologiegroep van het Laboratorium voor Experimentele Hematologie nieuwe mogelijkheden om de strijd tegen kanker aan te gaan. Wat als we de dendritische cellen vertellen hoe de tumorcellen zich vermommen? Wat als we kunnen waarmaken dat ons eigen immuunsysteem tóch de kankercellen kan elimineren?

 

 

het laboratorium: het leercentrum voor dendritische cellen

Voordat de dendritische cellen verder opgeleid kunnen worden, moeten ze eerst verzameld worden in het labo. Een kleine tegenslag is dat ze niet ineens allemaal uit het bloed gehaald kunnen worden, omdat er te weinig circuleren in ons lichaam. Dat probleem is gelukkig snel van de baan: het zijn de ‘voorlopers’ van de dendritische cellen die verzameld worden met behulp van leukaferese**. Wanneer er genoeg voorlopercellen of monocyten verzameld zijn, kunnen deze in het labo verder rijpen tot dendritische cellen. Tijdens dit rijpingsproces maken ze kennis met specifieke interleukines (IL-4 of IL-15) en met WT1-antigen. Dat is een deeltje dat door het lichaam als vreemd mag worden aanschouwd en dat door vele kankers tot expressie wordt gebracht. Hierdoor sporen de mature dendritische cellen de mogelijke kankercellen heel gericht op in het lichaam. Deze opgeleide cellen kunnen nu op regelmatige tijdstippen terug ingespoten worden en zo als verrassingsaanval ingezet worden.

 

klinische trials: weg met de chemo- en radiotherapie?

Bij het eerste dendritische celvaccin werd interleukine 4 bijgevoegd. De klinische trial*** rond dit IL-4 DC-vaccin bevindt zich al in fase twee. Voorlopig wordt het in Antwerpen vooral toegepast op leukemiepatiënten die hun laatste chemokuur ondergaan hebben. Het vaccin dient momenteel enkel om de kans op herval te verkleinen. Na een chemokuur zitten er immers vaak nog een aantal tumorcellen verstopt in het beenmerg die wachten op het juiste moment om terug toe te slaan. Toch wordt er slechts 14 procent van de patiënten effectief genezen verklaard na een interleukine-4 DC vaccinatiekuur. Ruimte voor verbetering dus. En dat is net waar Heleen Van Acker het laatste jaar mee bezig is geweest. Zij werkt verder op een protocol van Dr. Sébastien Anguille, die interleukine 4 door interleukine 15 verving en zo het protocol optimaliseerde. Preklinische studies geven hoopvolle resultaten. De ‘interleukine-15 DC’ blijkt zelf tumordodende eigenschappen te bezitten en staat zo dus de natural killer-cellen, de cytotoxische T-lymfocyten en B-lymfocyten bij. Bovendien blijkt de nieuwe generatie dendritische cellen over een krachtiger vermogen te beschikken om de T-cellen te stimuleren. Het is ook al duidelijk dat IL-15 DC de lichaamseigen cellen niet vernietigt, waardoor er een veilige immuuntherapie gegarandeerd wordt. Het nieuwe vaccin scoort ook op tijd en ruimte. Het persoonlijke IL-15 DC is al drie dagen na de leukaferese klaar om ingespoten te worden, terwijl het IL-4 DC vaccin hier een week over deed.

 

wat brengt de toekomst?

Met de hoopvolle resultaten van de klinische trial van het IL-4 DC vaccin en de preklinische studie van het IL-15 DC vaccin, komt er misschien wel een extra vaste waarde bij in de strijd tegen kanker. Het onderzoek van Heleen Van Acker stopt echter niet na het IL-15 DC vaccin. Gedreven als ze is, is ze ondertussen ook de onwetendheid rond γδ-T-cellen aan het proberen op te klaren. Deze speciale T-cellen hebben een groot potentieel om ook kankercellen te doden. Wanneer hierover meer geweten is, kunnen deze ook worden ingezet in de strijd. De beste resultaten zullen immers pas bereikt worden wanneer we alle celcontacten kunnen optimaliseren. En dat lukt enkel als we van alle cellen voldoende weten. Wij hebben er alvast hoop op.

 

 

 

* Lymfocyten zijn een type witte bloedcellen die de belangrijkste componenten vormen van onze specifieke verdediging. T-lymfocyten zorgen voor de cellulaire afweer (afweer op basis van cellen), de B-lymfocyten zorgen voor de humorale afweerreactie (op basis van vloeistoffen).

 

** Bij een leukaferese wordt er bloed genomen van een patiënt. Uit dit staal haalt men de witte bloedcellen, hier specifiek de monocyten. Daarna geeft men het overschot terug aan de patiënt.

 

*** Een klinische trial is een wetenschappelijke studie om vast te stellen of een nieuwe behandeling wel degelijk werkt. In de eerste fase van de studie wordt de behandeling getest op een kleine deelnemersgroep en wordt er vooral gekeken of er eventuele bijwerkingen optreden. In de tweede fase beschikt men over een grotere groep. Hier wordt er vooral geconcentreerd op de grootte van dosissen en dergelijke. De laatste fase richt zich op verschillende deelnemersgroepen in verschillende ziekenhuizen. Treden er hier geen problemen op, dan kan de behandeling op de markt gebracht worden.

 

 

Foto: Heleen Van Acker uiterst rechts.



over de roerige jaren ’70, functioneel naakt en het gevaar van lachen
14/10/2014

Extra cathedra (vanuit de zetel) is een web-only rubriek waarin we het stof van de prof halen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken: wat zijn/haar docenten zoal op het brood smeren bijvoorbeeld. U kent hem wellicht als bedreven socioloog en cultuurtheoreticus, maar hij wist ons ook iets mee te geven over sla, lucide dromen en studentendopen. Dames en heren: prof. dr. Walter Weyns.

Geef een definitie van de sociologie. De verboden woorden zijn studie, gedrag, mens en maatschappij. (2 pt)

Sociologie bezint zich over alle aspecten van het gezel-zijn. Socius betekent immers gezel. Het gaat over alle vormen van sociale omgang tussen sociale wezens. Sociologie bestudeert de omgang met het ‘ander’ en hoe het andere verinwendigd wordt. Er zijn andere mensen (-1, nvdr.) maar ook andere wezens en er is andere natuur. Wij bestaan, als het ware, als wandelende verinwendigde anderen.

 

U staat bekend als een professor die tijdens de lessen altijd de orde en scherpe blik weet te behouden. Is uw onstuitbaar gezag aangeboren of aangeleerd?

Haha, dat is er helemaal niet. Weet je wat er bij mij aangeboren is? Ik heb een aangeboren blijheid, maar tegelijkertijd ben ik ook een oercultuurpessimist; dat houdt elkaar in balans. Maar gezag? Ik heb geen gezag. Ik houd er wel van als studenten hun aandacht bij de zaak houden, maar zou dat niet afdwingen. Dat moet de leerstof zelf doen. Ik begin een college ook altijd stuntelend, zeker bij kleine groepen.

 

De studentendopen zijn deze maand bijna niet aan het zicht te onttrekken. Bent u zelf een schacht geweest?

Nee, ik vond dat verschrikkelijk. We spreken nu wel over de jaren ’70 waarin het dopen absoluut passé was: dat deed je niet meer. De faculteit PSW was in die tijd erg anti-autoritair en ik stond zelf ook veel op de barricades. Als er wat te betogen viel, deden we daar graag aan mee. Ik heb destijds wel een bangelijk moment meegemaakt waarvan ik zelfs de aanleiding al niet meer weet. Er was een meningsverschil tussen twee verschillende groepen studenten ontstaan en die troffen elkaar in het auditorium van het HIVT in de Schildersstraat. Wij postten daar toen op de tweede verdieping en bestookten vanaf het balkon onze tegenstanders met van alles en nog wat om een discussie uit te lokken. Ja, dat was echt gevaarlijk. Ook organiseerden de PSW-studenten vaak volksvergaderingen waarin we moties aannamen over zaken die zich bijvoorbeeld in Nicaragua afspeelden. Zo waren we. Je moest geёngageerd zijn en de wereld willen verbeteren, het liefst als collectief, maar de wereld luisterde niet.

 

Ik heb me serieus verdiept in overgangsrituelen zoals de studentendoop en je zou denken dat je er daardoor meer begrip voor krijgt, maar nee. Het machtsspel van de schachtentemmers van ‘ik stop je kop in de toiletpot’ heb ik nooit begrepen. Ik zie wel dat studenten ervan genieten en iedereen mag zich natuurlijk amuseren. Ze beschouwen zich nadien als lid van de groep, omdat ze gemeenschappelijk door penibele omstandigheden geraakt zijn en persoonlijke banden aangehaald hebben. In die zin kan het wel voor verdieping zorgen en nuttig zijn op een universiteit waar het leven al eenzaam is.

 

Genoeg serieuze zaken.

 

Geen student lacht ooit nog om wat u zegt  OF uw examens zijn voortaan zo moeilijk dat elke student erop buist.

Laat ze dan maar stoppen met lachen. Lachen is vaak een manier om iets weg te lachen en te vergeten. Ik vind wel dat humor soms inzicht bevat, maar lachen kan ook gevaarlijk zijn omdat je daarmee het gezegde kunt ‘wegblazen’. Geef mij dan maar bloedserieuze studenten, die doodernstig bezig zijn met de materie alsof hun leven ervan afhangt. Ja, echt!

 

Iedere dag naakte studenten die door het college rennen OF lesgeven in uw pyjama met flatterende konijnenpantoffels

Geef me dan maar naakte studenten, daar heb ik weinig last van. In het oude Griekenland werd er ook wel (bijna) naakt lesgegeven. Dat went snel hoor! Een pyjama straalt een zekere huiselijkheid uit, die naaktheid niet heeft. Als je naakt bent, verhul je niks en kun je je concentreren op de essentie. Die pyjama leidt alleen maar af en hij is veel intiemer dan naaktheid. Het is overigens eens voorgekomen dat er een naakte man door een van mijn colleges rende, maar die was alweer gevlogen voor ik besefte wat er gaande was.

 

U raakt voor altijd verzeild in de samenleving die Duckstad heet. Welk personage bent u?

Het kleinste diertje van allemaal, een mini-duckje. Kwak. Geen idee waarom. Ik ben een microloog, dus ik heb een spontane empathie voor het kleine.

 

Bent u een boekenwurm, fitnessfreak of movie geek?

Een boekenwurm. Het liefst lees ik essays: ervaringen in ideeёn omgezet, en omgekeerd. In het college van daarnet heb ik nog de loftrompet gestoken over Couperus, en Canetti heeft me lang bezig gehouden.

 

In uw huishouden zijn besparingen op komst. Waarop gaat absoluut als laatste bekostigd worden?

Deze vraag is verkeerd. Dat wat het meest waard is, is kostenloos. De dingen die geld kosten kun je missen.

 

Wat is uw eigenaardigste droom geweest, en zou Freud deze enigszins kunnen duiden?

De prettigste dromen zijn de dromen die je zelf kunt sturen (lucid dreaming, nvdr.). Ik heb daar op geoefend, maar gaandeweg is dat vermogen verminderd. De eigenaardigste droom? Ik heb ooit een onwaarschijnlijk droomverschijnsel meegemaakt net voor het inslapen. Een hypnagoge hallucinatie heet zoiets. Ik zag een fenomenale reeks flitsen van beelden op hoog tempo, duizenden na elkaar, allemaal van Afrikaanse maskers in een soort Picasso-achtige vervormingen. Binnen 4 seconden kwam een heel artistiek oeuvre voorbij van kleurrijke patronen, die niet eens aan mensen deden denken. Het was een van de mooiste tentoonstellingen die ik ooit gezien heb. Ik denk niet dat er freudiaanse symboliek in zat, maar Freud zou er allicht wel een draai aan hebben kunnen geven. Misschien staat een masker voor iemand met gezag en macht, of een oedipale afrekening met een vaderfiguur.

 

U prijkte recentelijk op een promotiefoto voor de biomarkt op Campus Zuid. Wat vinden we zoal in uw (duurzame) groententuin?

Ik heb wat je met veel goede wil een kruidentuintje zou kunnen noemen. Ik koester ook wilde aardbeien in mijn tuintje: die komen vanzelf. Mijn lievelingsgroente is misschien wel sla, omdat je het gewoon kunt plukken. Ik ben een liefhebber van het jagen en verzamelen. Wat je kunt oprapen is prima. Vanaf het ontstaan van de landbouw en het bereiden en koken van voedsel is de neergang ingezet.

 

En ten slotte: Welke kleur sokken draagt u het liefst?

Dat zijn meestal onbestemde grijze of donkerblauwe sokken, maar die draag ik niet graag. De leukste sokken zijn de sokken die opvallen in mijn schuif, zodat ik ze gemakkelijk terug kan vinden.

 

De aanwezige redacteuren kunnen bevestigen dat prof. Weyns donkerblauwe sokken droeg.



de Huysman Antwerp Race die niet hees
14/10/2014
🖋: 

Zaterdag 11 oktober vond de 27ste editie van de Huysman Antwerp Race plaats. Althans, dat was het plan. De zeilwedstrijd begon oorspronkelijk als een ontmoeting van Antwerpse jachten aan de kust van Nederland om dan gezamenlijk de tocht naar Antwerpen te maken en daar de winterslaap te houden. In 1988 werd besloten om er een wedstrijd van te maken en sindsdien groeit de populariteit bij zowel de deelnemers als de toeschouwers.

Ook dit jaar waren de jachten present en de koers bepaald: de groten vertrekken vanuit Breskens om 9u55 en de kleintjes vanuit Terneuzen met het eerste waarschuwingssein om 10u10. Deelnemen is geen sinecure: naast het inschrijvingsgeld (55 of 150 euro naar gelang het type zeilschip) moet het schip zelf nog aan een hele resem voorwaarden voldoen, waaronder die voorwaarden specifiek voor het bevaren van de Schelde. Er moeten minimaal drie leden aan boord zijn die lid zijn van een erkende jachtclub (waaronder de eigenaar). Dit bleek geen probleem, want ze stonden klaar voor vertrek.

 

En zo werd het startschot gegeven. De eersten die zouden aankomen werden om 14 uur in Antwerpen verwacht aan het Noorderterras; de laatsten zouden tegen 18 uur arriveren om in het Willemdok naast het MAS aan te meren en er een gezellig zeemansfeestje van te maken. Het beloofde een fantastisch spektakel te worden. Deze dwarsredacteur en –fotograaf trokken naar ‘t Stad om vanop het vlotje voor jullie een verslag te schrijven en een paar adembenemende actiefoto’s te trekken. Maar de actie bleef uit…

 

Twee uur werd al gauw vier uur en vier uur maakte plaats voor zes uur. Wie het hondenweer van die ochtend nog getrotseerd had om half doorzopen zonder doel in ‘t Stad rond te lopen, zou helemaal in het ongewisse blijven over de zeilwedstijd. Nergens stond ook maar met de flauwste indicatie aangegeven dat er iets te beleven viel en zelfs de kat had zijn kat gestuurd. Kortom: daar zaten we dan. Enkel een verdwaalde zeilliefhebber vroeg zich hetzelfde af en schraapte uiteindelijk zijn moed bijeen om het ons te vragen: “Weten jullie iets van de zeilwedstrijd?” Groot was zijn verbazing toen we hem mededeelden dat we er al uren op zaten te wachten en er niets gepasseerd was, buiten een paar zeilboten zonder gehesen zeil die duidelijk niet aan de wedstrijd deelnamen. Groter was zijn ontgoocheling omdat hij daarvoor speciaal vanuit Nederland was afgezakt. Wellicht was hij beter in Nederland gebleven, dan had hij in ieder geval meer gezien dan in Antwerpen en was het hem ook ineens duidelijk waarom de horizon die dag zo teleurstellend vlak bleef.

 

Ondertussen waren de weergoden van onze noorderburen allesbehalve gunstig gezind: de bemanningen werd haast van het dek geregend en de wind, laten we zelfs niet spreken van de wind, die was er niet. Wel tot vier keer toe werd de wedstrijd gestart om weer afgeblazen te worden. Wat aanvankelijk een groot spektakel moest worden, eindigde in een gesukkel en gedobber op zee als een groep schoolkinderen in optimistjes. Als klap op de vuurpijl moesten ze allen als een hond met de staart tussen de benen, want wat is een zeilschip zonder zeilen dat gebruik moet maken van een motor, terug naar de haven die ondertussen baadde in het zonlicht. Niemand had gewonnen, iedereen had zijn inschrijvingsgeld verloren. Want dat is nog een voorwaarde bij deelname en afgelasting. Maar ja, genoeg prijzengeld voor volgend jaar zegt men dan! Het belooft een echt spektakel te worden.

 

Wie geen genoeg van dit wilde zeilavontuur kan krijgen en graag de gedetailleerde logboeken leest, nodigen wij uit om dit artikel te lezen, geanimeerd geschreven door de Jan Mulder van het zeilen.



de dwarsdoorsnede
13/10/2014
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubber eendjes. Recensente Helena zocht een desolaat hoekje in het Bourla en kliefde door Orlando (toneel).

Na een theatervoorstelling heb ik meestal de neiging om in het donker van de zaal weg te duiken en daar met opgetrokken knietjes te mijmeren over wat ik zonet gezien heb én wat misschien niet. Dat is na het bijwonen van de intense monoloog Orlando niet anders. Het stuk ging op tien januari 2013 in première en is in dezen een herneming van Guy Cassiers en actrice Katelijne Damen. Helaas worden er nooit duistere plaatsen in de zaal voorzien voor de peinzende nablijver – en misschien maar goed, het zou discriminatie zijn en bovendien een absurd panorama opleveren van gekke snuiters naast elkaar. Nadat de terechte applaussalvo’s zijn weggeëbd, word ik dus genadeloos door de lichtspots in de zaal naar buiten gedreven.

 

Ik besluit voor de ingang van de zaal dat van alle indrukken die dit stuk bij me achtergelaten heeft de volgende domineert: een mens moet zich zo vaak mogelijk heruitvinden als hij kan. Dat is dan ook exact wat Orlando doet door de vier eeuwen van zijn leven heen. Hij wordt meermaals herboren, zowel mentaal als fysiek. Of hij dat zelf in de hand heeft of het door het lot is bepaald, daar kom ik hopelijk snel achter. In die vier woelige eeuwen gebeurt er namelijk véél. Echt héél véél . Soms kan al in één minuut alles omslaan. Wat dan in vier eeuwen tijd en hoe krijg je zo’n onvatbaar relaas verpakt tot een prachtige twee-uur durende voorstelling zoals deze?

 

Elk goed verhaal begint bij een goede verteller. Daar hebben we gelukkig Katelijne Damen die als een nationale bard met enorme lyrische welsprekendheid de geschiedenis van Orlando vertelt. Het verhaal begint in Elizabethaans Engeland en neemt ons mee over land en zee (helaas nog niet in de lucht, zo ver is de geschiedenis dan nog niet gevorderd) tot in het exotische Constantinopel om uiteindelijk weer in het moderne en chaotisch geworden Londen uit de trein te stappen. Damen dompelt ons onder in Orlando’s woelige gevoelsleven, zijn overrompelende liefdes voor verscheidene personen, evenals de historische gebeurtenissen van zijn tijd, maar vooral in zijn liefde voor de literatuur. Herhaaldelijk dwaalt ze af naar de aantrekkingskracht die Orlando heeft tot de ink-t-po-t (zo prononceert Damen het). Na een overrompelende, maar stukgelopen liefde begint hij dan ook te schrijven aan het gedicht De Eik. Een gedicht zo zinrijk dat het pas aan het einde van zijn leven voltooid zal raken (Ai! Spoileralert!).

 

De theatertekst is een bijna letterlijke vertaling van de originele Engelstalige roman van Virginia Woolf, “Een boek te frivool om serieus te nemen”, zoals Woolf zelf oordeelde. Dat frivole komt zeker aan bod in het stuk, maar domineert nooit. Er heerst eerder het gevoel dat we naar de echte Virginia Woolf aan het kijken en luisteren zijn. Een vrouw die misschien soms frivool was in woorden, maar allesbehalve in daden: Woolf pleegde zelfmoord door zich te verdrinken in een rivier. Het gevoel dat Damen in feite Orlando zelf is, maar dan incognito – of incognita –  is misschien bij momenten nog sterker. In ieder geval, staat Orlando –het verhaal, het personage, het stuk én de actrice- als een reusachtige eik diepgeworteld in de dramatische bodem die Guy Cassiers en Katelijne Damen hier met wonderlijke eenvoud bezaaid hebben. Met enkel de hypnotiserende stem van Damen en vier camera’s boven de actrice gericht, wordt de roman en daarmee de wereld van Orlando opnieuw tot leven gebracht.

 

Het wonderlijke zit hem verder in de details; zoals de tekst zelf bemerkt: “Alles was duidelijk tot in de kleinste details waarneembaar”. Zo zien we via projecties Damen’s handen en armen bewegen zoals bloeiende takken of hoe ze haar hals streelt en kledinglaag na laag afneemt. Ook door simpele veranderingen in de belichting voelen we de felle, brandende zon van de dag overgaan in de donkerte van de nacht. We voelen dat alles veranderbaar is en dan vooral – om nu de climax te bereiken – wanneer Orlando na nachten van diepe slaap ontwaakt: naakt en geworden wat hij onvermijdelijk moest worden: een vrouw. . En Orlando zegt: “Ik koop bomen in bloei” en daarmee besluit ik op een zweverige noot dat alle veranderingen zowel in het stuk als in het echte leven wél moeten zijn bepaald door het lot.

 

Ik vraag me ten slotte af wat ik zou zeggen tegen Orlando als ik hem of haar zou tegenkomen – en met hem bedoel ik haar, en met haar bedoel ik wel degelijk Katelijne Damen. Ik geloof dat ik zou zeggen: ‘Ha…mjeruw djoamen’ in een poging om ‘Hallo, mevrouw Damen’ te zeggen. Mijn bewondering voor de actrice is namelijk te groot zoals deze fragiele monoloog dat ook is. Zij transformeert een herboren Virginia Woolf, een vrouw waar niet mee te sollen valt, maar met een innerlijke, fragiele gemoedstoestand waar niemand, en zeker zijzelf niet, vat op heeft.

 

Dus ik smeek of iemand met voldoende spraakzaamheid in het bijzijn van mevrouw Damen kan polsen om volgend jaar nogmaals een herneming van Orlando met meneer Cassiers op de kalender te zetten. Zo kunnen zij die nog geen weet hebben van Orlando’s bestaan alsnog kennismaken met hem – of haar. Je kan natuurlijk ook de roman lezen, maar ga toch zeker eens luisteren en kijken en – waarom niet: voelen – naar dit feest van woorden en van het leven.

 

 

Gezien in het Bourla-theater op 10 oktober 2014.



The Company stelt studenten toekomst in het vizier
12/10/2014
🖋: 

Bij de Antwerpse jongeren bruist het van ondernemingszin. Dat was wel zo duidelijk op het openingsevenement van The Company, een innovatieve keuzemodule binnen de bachelor Industriële Wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. De passie voor het ondernemerschap en de goesting in de toekomst spraken die avond tot de verbeelding. En de speeches van de gastsprekers, deden dat des te meer.

grenzen verleggen

Voor CEO Tom Evers blijft het moeilijk om zijn project te definiëren. Kort gezegd is The Company een ondernemingsgericht opleidingsonderdeel voor en door studenten, waarmee het een unicum vormt. De focus ligt vooral op entrepreneurship en intrapreneurship. Belangrijker dan de definitie is dan ook het doel van de module. Met The Company wil Evers de sluimerende innovatiegeest van de jongeren weer aanwakkeren. De focus ligt op creativiteit en doorzettingsvermogen. Daarnaast staat voornamelijk – en hoe kan het ook anders? – het nemen van initiatief centraal. “Het leven”, zo zegt Evers, “begint waar je comfortzone eindigt.”

 

Foto door Julie Jeunen

 

Concreet leggen de IW’ers die voor The Company kiezen een vierjarig traject af. Elk jaar ligt de focus op een specifiek facet omtrent ondernemen. In het derde jaar worden de studenten dan uitgedaagd om binnen de beschermde omgeving van de universiteit een Small Business Project op poten te zetten. Van concept tot afgewerkt product, de verantwoordelijkheid ligt bij de jongeren zelf. Zo is ‘lampi’ het geesteskind van een groep derdejaars IW-studenten. Deze hartvormige lampenkap is het eindresultaat van een sterk staaltje ‘out of the box’-denken. Sven Rotthier, de CEO van deze mini-onderneming, benadrukt het belang van een creatieve aanpak. Daarnaast is leadership volgens hem een cruciale factor: “Heb geen angst om de leiding te nemen, het is een leerrijke ervaring.”

 

de vijf geboden

Dat leiderschap loont, weet ook Bart van Zele, de hoofdgastspreker van de avond. Ondernemen zit de zaakvoerder van Via Futura duidelijk in het bloed: tijdens zijn rechtenstudie richtte hij reeds een klein bedrijf op. Na deze eerste stap in zijn zelfstandigen-carrière, stampte hij al gauw andere firma’s uit de grond. Hieronder bijvoorbeeld Halito!, een internationaal gerenommeerde onderneming die de nichemarkt van de eventwebsites bespeelt. En hoewel zijn ideeën niet altijd even succesrijk waren, houdt de man nog steeds vast aan zijn oorspronkelijke motto: “the most secure job is the one you create yourself”.

 

Van Zele heeft zijn professionele succes dan ook grotendeels aan zichzelf te danken. Aan de goede raad van anderen zal het alleszins niet gelegen hebben. Op ludieke manier lijst hij in zijn speech dan ook ‘de vijf slechtste adviezen ooit’ op: (1) werk voor een baas – voorspelbaar, akkoord –; (2) maak geen fouten; (3) wat je zelf doet, doe je meestal beter; (4) luister naar vrienden en familie / luister niet naar klanten; (5) giet het in een project. Nogmaals: vooral níét doen dus.

 

Foto door Julie Jeunen

 

de Belgische droom voorbij

Jongeren die voor de verandering goed advies willen, kunnen zich dan weer richten tot studentenverenigingen als Student 4 Innovation & Co-operation (SINC) en de Association Internationale des Étudiants en Sciences Économiques et Commerciales (AIESEC), die beide op het evenement vertegenwoordigd waren.

 

Zo biedt SINC jongeren een alternatief voor het oer-Belgische huisje-boompje-beestje-ideaal. Yassin Boullauazan en Sander de Roeck, de heren achter de organisatie, willen inspireren en informeren, om zo de jonge generatie te activeren. De vereniging organiseert bijvoorbeeld events met inspirerende sprekers. De online learn-omgeving biedt dan weer essentiële tools voor het realiseren van een project. Ook het verlenen van professioneel advies behoort tot het takenpakket van de organisatie. Hierbij worden overigens zowel garderobeperikelen als fundamentelere kwesties geadresseerd.

 

AIESEC wil op zijn beurt de wereld veranderen. Met dit – nogal ambitieuze – doel voor ogen geven ze studenten de kans om hun leiderschapskwaliteiten te ontplooien. Hiertoe organiseert AISEC internationale stages en infosessies omtrent entrepreneurschap. Op deze sessies worden jongeren voorbereid op een zelfstandigenbestaan; fundamentele skills als public speaking, networking en team management staan centraal.

 

Hier, in de collegezalen van de Universiteit Antwerpen, wordt de jonge generatie klaargestoomd voor de toekomst. En wat een schitterende toekomst lijkt het te worden. Met een krachtige visie en een maximaal doorzettingsvermogen willen onze studenten de wereld veranderen, verbeteren, veroveren. De mogelijkheden zijn legio. België, hou je vast. Er zijn wel meer besparingen nodig om dit jong ondernemersgeweld te temmen. 

 

Foto door Julie Jeunen



debatavond LVSV vindt doorgang in R-blok
07/10/2014
🖋: 

Studenten die vaak op de Stadscampus vertoeven, zijn uiteraard vertrouwd met de R-blok en diens aula R.014. De kans is groot dat je binnen die vier muren, gezeten op een – al een geluk – beklede stoel hebt moeten luisteren naar de prof van filmgeschiedenis of wijsbegeerte. Dinsdag 30 september kreeg de zaal een meer politieke inkleding. Studentenclub LVSV (het Liberaal Vlaams Studentenverbond) organiseerde er die avond zijn openingsdebat. Het centrale thema: besparingen.

Hoe kan het ook anders. Bijna al het politiek gerelateerde nieuws uit eigen land draait rond de besparingen die de Vlaamse regering wil doorvoeren. Het zal ook niemand ontgaan zijn dat de sectoren onderwijs en cultuur mee het slachtoffer dreigen te worden. Dat ligt gevoelig bij de studenten, getuige daarvan de betoging in Brussel. Aula R.014 was dan ook goed gevuld.

 

De affiche meldde dat Peter De Roover (N-VA), Wouter De Vriendt (Groen), Peter Van Rompuy (CD&V), Willem-Frederik Schiltz (Open Vld), Jos D’Haese (PVDA+) en Tom Van Grieken (Vlaams Belang) hun respectievelijke partij zouden komen vertegenwoordigen. Wouter De Vriendt gaf echter verstek en sp.a besloot op de valreep Yasmine Kerbache te sturen. De voorzitter van LVSV had zijn zegje reeds gedaan en het woord aan de moderator gegeven, toen Van Rompuy de aula binnen kwam vallen. “Ik had gehoopt dat het topic Arco al gepasseerd was”, grapte hij.

 

Een vermakelijk debat volgde waarin uiteindelijk niet veel nieuws aan het licht kwam. De vertegenwoordigers wiens partijen deel van de Vlaamse regering uitmaken, deden hun uiterste best de besparingen goed te praten. PVDA+, sp.a en VB gingen hier als oppositie tegenin. Volgens Kerbache is ‘besparen op het onderwijs de toekomst hypothikeren’. De Roover antwoordde dat ‘het anders op belastingsverhogingen uitdraait.’ De besparingen in de cultuursector werden door Open Vld verantwoord: ‘‘Het is een moeilijke kwestie, maar het moet gebeuren.’’ De Roover benadrukte ‘dat ze geen sector willen doodknijpen.’

 

Het publiek luisterde nu eens aandachtig en applaudiseerde dan weer luid. De laatste drie kwartier kwamen enkele heikele punten uit het federale luik aan bod. Het onderwerp ‘pensioen en pensioensparen’ is een dergelijke klassieker die maar niet opgelost geraakt. Aan het einde van het debat kregen studenten de mogelijkheid om vragen te stellen aan de aanwezige politici en ook via Twitter en Facebook werden vragen geselecteerd.

 

Veel tijd werd hier echter niet voor vrijgemaakt. Na een uur en drie kwartier debatteren werd de zaal ontruimd en het strijdtoneel schoongeveegd. “Anders krijg ik het aan de stok met de verantwoordelijke”, liet de moderator weten. Het publiek morde niet: LVSV trakteerde na afloop op een vat in stamcafé De Salamander. Zo sluit je een debatavond altijd in stijl af.

 

Foto door Dries Verbraeken



de dwarsdoorsnede
04/10/2014
🖋: 
Auteur

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubber eendjes. Recensent Kaj ging 'ins Kino' en kliefde door A Most Wanted Man.

2 februari 2014 staat menig acteur en filmliefhebber nog vers in het geheugen gegrift. Een van de veelzijdigste en succesvolste acteurs van de afgelopen decennia, Philip Seymour Hoffman, werd die dag dood gevonden in zijn appartement in Manhattan. Een spuit in zijn arm en de sporen van heroïne, cocaïne en amfetaminen in zijn bloed lieten geen twijfel bestaan over zijn doodsoorzaak. Zijn overlijden was een schok voor vrienden, familie en collega’s, die het ondanks zijn verslaving steeds beter met hem hadden zien gaan, maar was het geen verrassing dat hij leed onder de zware en emotionele rollen die hij vaak op zich nam. Zijn laatste hoofdrol in A Most Wanted Man was er zo een.

 

Hoffman stond bekend als virtuoos en ‘kameleon’ die praktisch elk karakter met verve naar het witte doek kon vertolken. Een kleine greep uit zijn oeuvre:  een schuchtere leraar Engels in 25th Hour (2002), een succesvolle en excentrieke schrijver in Capote (2005), een levensgevaarlijke wapenhandelaar in Mission Impossible: III (2006) of een verwarde en eenzame toneelregisseur in Synecdoche, New York (2008). Of het nu verschillende emoties, bewegingen of accenten waren, hoofdrollen of bijrollen: Hoffman kon het allemaal.  Vanwege zijn fenomenale reikwijdte was hij niet voor niets een van de meest gewilde acteurs van deze tijd.

 

Anton Corbijn, de Nederlandse regisseur verantwoordelijk voor A Most Wanted Man, wist Hoffman voor een hoofdrol te strikken (naast andere bekende gezichten zoals Willem Dafoe en Rachel McAdams). In deze film speelt Hoffman de rol van Günther Bachmann, een verbitterde agent van de Duitse veiligheidsdienst. Hij ontdekt dat de Tsjetsjeense Issa Karpov, die door Rusland wordt beschouwd als gevaarlijke terrorist, illegaal het land is binnengekomen. Bachmann vermoedt dat Karpov het fortuin komt ophalen dat zijn vader hem naliet, om dit vervolgens door te sluizen naar moslimactivist Faisal Abdullah. Die wordt verdacht van het financieren van terroristische organisaties. Via Karpov proberen Bachmann en zijn team ook Abdullah op te pakken. Dit gebeurt in samenwerking met bankier Brue (Dafoe), die het fortuin van Karpov bezit, en immigratieadvocate Richter (McAdams). Maar de bemoeienis van de CIA, die Karpov direct wil oppakken, maakt het hen niet gemakkelijk.

 

Foto door Google

 

Wat het meest opvalt aan A Most Wanted Man is het sterke acteerwerk. Zowel Hoffman als Dafoe en McAdams komen overtuigend over. Met name het personage van Bachmann zit goed in elkaar: een zwaarlijvige man die zoveel mogelijk rookt en drinkt, maar wel een meester is in zijn vak. Ook de andere karakters zijn nauwelijks op ongeloofwaardigheden te betrappen. Bovendien heeft Corbijn een authentieke, rauwe sfeer neergezet die perfect aansluit op de inhoud van het verhaal. Hierdoor is A Most Wanted Man – ondanks de bekende acteurs – niet de zoveelste Hollywoodfilm. Dit is mede te danken aan het camerawerk van Corbijn, waaruit blijkt dat hij niet alleen regisseur, maar ook vooral fotograaf is.

 

Helaas maken goede acteurs en een authentieke sfeer nog geen meesterwerk, want in A Most Wanted Man zitten ook heel wat slordigheden. Zo zijn de meeste acteurs Amerikaans, maar wordt er constant met een semi-Duits accent gesproken. Dit is ontzettend storend, omdat het afdoet aan de juist zo sterke acteerprestaties. Hierdoor blijf je je afvragen waarom ze geen Duitse topacteurs hebben ingehuurd. Bovendien uit de spanning in de film zich alleen in gewaagde conversaties en blijft harde actie uit. Dat leidt tot een aantal saaie passages waardoor je het gevoel krijgt dat de film best wat korter had mogen duren. Ook het einde, waarin je hoopt op een grande finale, voldoet niet aan de verwachtingen.

 

Natuurlijk kreeg A Most Wanted Man ongewild het stempel van ‘Hofmanns laatste film’ op zich gedrukt, waardoor die verwachtingen misschien wel te hoog lagen. Je hoeft echter geen kennersoog te bezitten om in te zien dat dit bij lange na niet zijn beste film is. Desondanks zet Hoffman met succes opnieuw een zwaarmoedig en geplaagd personage neer. Het lijkt erop dat hij in zijn laatse maanden leed onder de emoties van de rollen die hij vertolkte – velen fluisteren dat dit mogelijk tot zijn dood leidde. Hij speelde zijn karakters niet alleen op de set, maar nam ze als het ware ook mee naar huis. Ironisch genoeg is dat zijn sleutel tot succes geweest. Die toewijding, die passie voor het vak en die overtuiging zijn namelijk al reden genoeg om – ondanks de schoonheidsfoutjes – A Most Wanted Man te gaan zien. Al was het alleen maar om een laatste blik te vangen van een van de beste acteurs die Hollywood ooit gekend heeft.

 

 

A Most Wanted Man draait nu in de bioscoop.



Rocks@Antwerpen en de UCI World Cup BikeTrials

03/10/2014
🖋: 

Wie de voorbije week toevallig langs de Groenplaats of Grote Markt liep, waande zich waarschijnlijk onverwachts op een avonturenkamp of stuntset. Deze twee locaties waren immers omgetoverd tot Rocks@Antwerpen, een evenement georganiseerd door Sporting A waar zowel de professionals hun kunsten konden laten zien als de minder ervaren medemens zich kon vermaken. Wat viel er juist te beleven?

Rocks on Tour, een rondreizend klimparcours in openlucht, streek neer op de Groenplaats en deze werd dan ook voor de gelegenheid voor de helft omgetoverd tot een laag klimparadijs. Boulderen (of blokklimmen) is het beklimmen van lage structuren of rotsen met als enige opvang een goede valmat. Fit zijn is geen vereiste, maar je moet rekening houden met het gebruik van zowat al je spieren, zelfs op plaatsen waar je niet wist dat je ze had! 

 

Foto door Elise Geuens

 

Zo hebben zich de afgelopen week 580 kleuters vermaakt op de rotsen en was er genoeg gelegenheid voor de geamuseerde passant om het spektakel te bewonderen en zelf eens een klim te wagen. Zaterdag en zondag was het dan de beurt aan de getrainde klimmers om zowel in een competitie voor volwassenen (zaterdag) als voor jongeren (zondag) hun klimtechnieken te tonen. Elk spiertje telde en was gespannen en de rotsen waren misschien laag, maar de concentratie was dat zeker niet. Probeer maar eens je hele gewicht op twee vingers te laten hangen...

 

Foto door Elise Geuens

 

Wie denkt dat daarbij het spektakel eindigt, heeft het mis! De andere helft van de Groenplaats én de gehele Grote Markt waren het terrein voor de UCI World Cup BikeTrials. Vrijdag 26 september vonden de kwartfinales plaats, zaterdag de halve finales en zondag werd de nieuwe wereldkampioen vastgelegd. Zowel mannen als vrouwen balanceerden met een speciaal uitgeruste en aangepaste fiets (onder andere zonder zadel) op het parcours. Zette je ook maar een voet op de grond gedurende het parcours, dan koste je dat strafpunten. En dat parcours bestond aan de ene kant uit kisten die ruim uit elkaar stonden, waar dan behendig op werd gesprongen, vaak ook enkel door gebruik te maken van het achterste wiel. Aan de andere kant waren grote boomstammen als mikadostokjes hoog op elkaar gestapeld, waardoor menig toeschouwer toch even moest nagelbijten als er weer eens een deelnemer uitschoof.

 

Foto door Elise Geuens

 

Wie zich dacht te vermaken op de Groenplaats, kon zijn ogen niet geloven op de Grote Markt. De Brabofontein werd omsingeld door hindernissen en er was zelfs een tribune voor het publiek voorzien. Het mooie weer maakte het prachtige schouwspel compleet. En ook hier maakten de sporters gebruik van grote rotsblokken, weliswaar om erop of erover te springen in plaats van te klimmen. Als laatste mocht de Belgische specialiteit in al dit plezier niet ontbreken en daarom maakten zelfs de frieten een verschijning in het parcours: houten balken werden geel geschilderd en in een witte bak gemonteerd om zo de Belgische lekkernij, inclusief frietzak, te representeren. Het zag er misschien wel grappig uit, maar het was allesbehalve een  lachertje voor de deelnemers die hier de meeste strafpunten kregen. Als troost dan maar een echt frietje gaan eten!

 

Wil je in het vervolg al deze fun zelf van op de eerste rij meemaken? Check dan zeker de Sporting A-website voor meer informatie over komende events. 

 

Foto door Elise Geuens



auditanten gezocht 2014-2015
29/09/2014
🖋: 

Beste theaterliefhebbers,

 

Graag even aandacht voor het volgende. Wij zijn de Bromvlieg, het theatergezelschap van Universiteit Antwerpen. Wij bieden al enkele jaren een podium aan jong artistiek talent, aan acteurs, regisseurs en mensen achter de schermen. De Bromvlieg is niet alleen theater vóór studenten, maar vooral theater dóór studenten van Universiteit Antwerpen. Om voorstellingen te kunnen blijven maken en vertonen, hebben we natuurlijk ook jouw hulp nodig! Want ook dit jaar staan er weer drie mooie projecten op stapel. Heb je zin om mee te spelen? Of om mee te helpen achter de schermen? Dan zijn wij op zoek naar jou! Kom gerust langs tijdens onze auditiedagen!

 

Deze audities zullen op maandag 6 oktober (19.00 tot 21.00 uur) en dinsdag 7 oktober (18.30 tot 21.00 uur) plaatsvinden in een lokaal dat later nog wordt meegedeeld (houd onze website in de gaten). Je kunt een van beide dagen uitkiezen. Deze audities zijn er om zo een idee te vormen hoeveel mensen willen meewerken het komende academiejaar en zijn zowel voor acteurs als medewerkers achter de schermen bedoeld: iedereen is welkom! De enige voorwaarde is dat je momenteel een student aan Universiteit Antwerpen bent. Wil je dit jaar achter de schermen komen helpen (organisatie, productie, assistentie, techniek, schminken of achter de bar werken) of andere ervaring komen opdoen in het theaterwezen? Dan hoef je niets voor te bereiden. Je moet je gewoon een van bovenstaande data komen aanmelden, dan krijg je alle informatie en maak je kennis met het kernteam.

 

Wil je meespelen en als acteur je geluk beproeven? Kom ons gerust verbluffen met je acteertalent op onze audities! Er worden twee dingen van je gevraagd:

 

  • een van de beschikbare auditieteksten voorbereiden
  • eigen inbreng opvoeren. Het mag tekstueel zijn (gedicht of monoloog), maar dat hoeft het absoluut niet te zijn, verras ons! (zing - dans - beeld een walvis uit - ?) Go for it!

 

De auditieteksten staan online op onze website. Je mag kiezen welke van de drie je voorbereidt om auditie te komen doen. Ook kun je daar binnenkort een beschrijving vinden van de producties waar dit jaar hard aan gewerkt gaat worden. Dus, zou je graag eens willen meespelen, meehelpen achter de schermen, of ben je gewoon op zoek naar meer informatie? Neem dan een kijkje op de website: http://www.ua.ac.be/debromvlieg.

 

We hopen je te zien op onze auditiedagen of bij een van onze voorstellingen!

 

Met theatrale groet,

 

De Bromvlieg



editoriaal
28/09/2014
🖋: 
Auteur

Wie de zee als geliefde neemt, moet de zoutsmaak bij de kus verdragen. Of: wie goed onderwijs wil, zal de kosten moeten dragen. De vraag is: wie draait op voor die kosten? Volgens Rector Alain Verschoren moet dit zeker niet op de student verhaald worden. Universiteiten zelf kunnen ook niet besparen op professoren en ander personeel. Geef universiteiten en hun docenten meer vrijheid om hun tijd efficiënter te benutten, belast ze minder met bureaucratische nonsens en er kan al veel bespaard worden.*

Zoals het op wereldniveau de afgelopen maanden niet bepaald komkommertijd geweest is, zo is in het zomerverlof ook veel gebeurd op politiek vlak in eigen land. Dat hebben we blijkbaar niet gevolgd vanuit eigen stad. Jazzcafé De Muze had in de zomermaanden te weinig klanten. Te hoge kosten waren dan ook voor De Muze een probleem en eigenaar Jan Van Den Braak heeft afgelopen zondag de deur moeten sluiten. Van Den Braak die als Nederlandse student in Antwerpen bleef hangen nam 47 jaar geleden het café over. Met de sluiting van het café dat niet alleen in Antwerpen, maar in heel België veel bekendheid geniet komt er een einde aan een jazzy tijdperk. Deze maand viert ze bovendien haar vijftigste verjaardag. De overgang is niet plezierig.

 

Dat nu overal protestcomités ontstaan en studenten weer ouderwets de straat op gaan zal Bart De Wever goed doen. Vorig jaar vertelde hij op de academische opening nog dat hij te weinig van ons hoorde, dat we te weinig actief werk maakten van onze idealen. Men had er blijkbaar veel voor over om ons de straat op te krijgen. Beste Bart, daar zijn we dan. Wel enkel voor onze eigen centen, uiteraard.

 

Met het uitblazen van de kaarsen wordt er nog een groot feest gegeven om het legendarische verleden te vieren. Misschien kan eigenaar Van Den Braak ook de regering Bourgeois eens uitnodigen om terug te blikken op democratischere tijden. Het café zal wel blijven bestaan, wie het overneemt is vooralsnog onduidelijk. Voorlopig dus lege banken op de Melkmarkt. Wie weet binnenkort ook meer lege schoolbanken aan onze universiteit. Al met al komt dat voor de huidige studenten van Universiteit Antwerpen misschien nog niet eens zo slecht uit.

 

* Meer over de bezuinigingsmaatregelen in het hoger onderwijs lees je in verandering, verbetering? (dwars 89)