in mijnen tijd

01/03/2018
Een guilty pleasure waar jong en oud schuldig aan is: The Sims (© Charlotte Bourguignon | dwars)
🖋: 

verleden

Ik weet het nog goed. De allereerste game die ik ooit mocht spelen van mijn ouders: The Sims 2 voor op de PlayStation 2! Voor zijn voorganger, The Sims was ik jammer genoeg veel te jong … die zag het levenslicht al in februari van het jaar 2000. Vijfjarige ik had toen nog niet door wat voor een invloed zo’n onbenullig spelletje op mijn leven zou hebben. Goed, het laden van het spel duurde dan wel een kwartier en je kon de pixels op twee handen tellen, maar dat was het allemaal wel waard. Uren heb ik gespendeerd aan dat spel. Het ging zelfs zo ver dat ik soms “sul sul” tegen mijn ouders zei, in plaats van “hallo”, want ja, Simlish was zo veel cooler. Het werd allemaal nog beter wanneer ik dan eindelijk ook The Sims kon spelen op de computer. Daar vielen de pixels al wat beter uit en waren de mogelijkheden eindeloos. Het simulatiespel leek dan misschien wel onschuldig, toch vond ik het af en toe al eens leuk om te kijken wat er gebeurde als je geen deur in een kamer met een Sim erin zette (want sinds The Sims 2 konden Sims ook echt sterven! Spannend!).

 

heden

Vorige maand bliezen onze Sims en hun makers 18 kaarsjes uit, en vierden ze zo hun volwassenheid. Nu ja, volwassenheid … Daar valt nog over te discussiëren, aangezien Sims nog steeds de domste wezens zijn die er bestaan. Wie verdrinkt er nu in een zwembad wanneer er geen trapje is? Beseffen die Sims dan niet dat je ook zonder trapje uit het zwembad kunt geraken? Blijkbaar niet. In The Sims 4, de laatst uitgebrachte versie, kan je Sim ook simpelweg doodvallen door te hard te lachen. Kan je het je voorstellen? Je hoort een schuine mop en boem, pats … dood. Ook de gamers zelf hebben een grote evolutie doorgemaakt. We zijn van onschuldige tieners naar een bende gekke twintigers gegaan die The Sims eerder als een guilty pleasure dan als gewoon tijdverdrijf beschouwen. Anderen gaan er dan weer helemaal in op zonder enige schroom. Zo moet je maar eens op YouTube kijken. Er zijn mensen die het leuk vinden om 24 uur lang het leven van een Sim na te bootsen. Hilarisch, dat wel. Je kan The Sims ook gebruiken als een soort coping mechanism waarin je je ellendige ex nabouwt en daarna in brand zet. Blijkbaar kan dit een therapeutisch effect hebben (niet dat ik uit ervaring spreek). Of je kan doen zoals ik en je hoofdredactie proberen na te maken terwijl je eigenlijk duizend-en-een andere taken in orde zou moeten brengen.

 

 

toekomst

Nu we toch al aan The Sims 4 zijn geraakt en het spel niet aan populariteit lijkt in te boeten, zou het me ook niet verwonderen dat er ons nog een The Sims 5 en een The Sims 6 in de toekomst staan te wachten. Misschien ook The Sims In Space of The Sims X zoals Apple gedaan heeft met zijn iPhones. Wat verklaart nu het succes van dit simulatiespel? Als je het mij vraagt komt dit door het escapistische element. Je ontsnapt even aan je eigen stressvolle leventje en je kan met een ander mensenleven (a.k.a. een Sim) spelen alsof hij een pop is en jij een god bent die de touwtjes in handen heeft. En dit zonder consequenties. Je zou voor minder psychopathische kantjes beginnen vertonen. Of je The Sims nu gebruikt om mooie huisjes te bouwen, families groot te brengen of om je moordlustige verlangens 'onschuldig' te laten manifesteren, het spel zal jong en oud altijd na aan het hart blijven liggen.

 


LVSV-openingsdebat dreigt van Universiteit Antwerpen te verdwijnen

01/03/2018
de K in K-blok staat voor Kafka (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Het LVSV-openingsdebat, dé politieke aftrap van het academiejaar, kan sinds enkele jaren op heel wat belangstelling rekenen bij zowel studenten als bij de verzamelde Vlaamse pers. De universiteit zelf blijkt echter een koele bewonderaar. Een aanvraag om het debat te laten doorgaan in de Aula Rector Dhanis, de grootste aula en het paradepaardje van UAntwerpen, werd al twee jaar op rij geweigerd. LVSV overweegt nu om zijn debat buiten op de universiteit te organiseren. Hoe moet het nu verder met het openingsdebat? 

Sinds de editie van 2015 is het openingsdebat van LVSV (Liberaal Vlaams Studentenverbond) uit zijn voegen gebarsten. Aanwezigen zullen zich die editie in het bijzonder nog wel herinneren als een chaotische en bewogen avond. Studenten hadden zich in allerlei onmogelijke bochten gewrongen om toch maar een plekje op de trappen te kunnen bemachtigen en zij die daar niet in waren geslaagd, stonden elkaar gevaarlijk te verdringen aan de deurposten. Aula R.001 puilde uit.

Zo kon het niet verder. Dat dacht ook LVSV, en dus besloten ze om in de lente van 2016 alvast de Aula Rector Dhanis vast te leggen voor de volgende editie van hun openingsdebat in oktober 2016. In eerste instantie kregen ze een njet: de universiteit stelt in principe het K-blok niet beschikbaar voor studentenverenigingen. Al was er een achterpoortje: indien LVSV het fiat kreeg van rector Alain Verschoren en van Bruno De Loght van het departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten, was het alsnog mogelijk om het openingsdebat in K.001 te laten doorgaan. 

Zo gezegd, zo gedaan: tegen het einde van de zomer had LVSV de toestemming van zowel de rector als Bruno De Loght verkregen via mail. Alles leek dan toch nog goed te komen. 

 

de universiteit ligt dwars

Maar ruim een maand na de bevestiging van de rector en De Loght, anderhalve week voordat LVSV politieke kopstukken uit de Vlaamse politiek zou ontvangen, kwam er een mail van Lokaalbeheer: het debat kon niet doorgaan in de Aula Rector Dhanis omdat dat 'logistiek niet mogelijk' was. Acht microfoons voorzien, bleek bij nader inzien toch een onmogelijke opdracht. Het debat zou opnieuw doorgaan in de hopeloos te kleine R.001, tot de frustratie van LVSV en de vele studenten die op een menswaardige manier naar de Vlaamse partijvoorzitters wilden komen luisteren.

Een jaar later probeerde LVSV het opnieuw. Ditmaal lieten ze niets aan het toeval over. De rector en de PR-verantwoordelijke van de universiteit werden persoonlijk aangesproken. Zelfs de burgemeester van Antwerpen himself kwam naar het debat. Toch was het opnieuw onmogelijk om een evenement, waarop letterlijk alle partijvoorzitters van Vlaanderen partij geven, te laten doorgaan in de grootste aula die de universiteit ter beschikking heeft.

 

twee maten en twee gewichten?

Een hardnekkig 'logistiek' probleem? Of toch een kwestie van beleid? Want uit de verklaringen die de universiteit geeft omtrent het beschikbaar stellen van het K-blok ontwaart men bij PFK-Spectrum, de koepel voor politieke studentenverenigingen in Antwerpen, een dubbelzinnige boodschap. Zo kreeg KVHV, toen het Theo Francken naar Antwerpen wou halen, nog te horen dat niet-facultaire studentenverenigingen het K-blok tout court niet mogen gebruiken voor hun evenementen. Een heel andere boodschap dan wat LVSV te horen kreeg toen ze eerst het fiat van de rector en Bruno De Loght moesten krijgen. Toen bleek de reden zich te situeren bij het onvermogen om acht microfoons te voorzien. 

Sterker nog: er waren wel degelijk andere, niet-facultaire studentenverenigingen die hun evenementen wél in de Aula Rector Dhanis mochten organiseren. Dat maakte PFK-Spectrum bekend in een brief gericht aan de universiteit. Zo organiseerde Mahara in mei 2016 het evenement 'Get connected to Ramadan: Lezing & Voedingstips'. Ook SINC en Capitant, eveneens niet-facultaire studentenverenigingen, organiseerden volgens hen al evenementen in K.001. Op de brief werd niet gereageerd.

 

het openingsdebat niet meer op de universiteit?

Men zou gaan vermoeden dat het de universiteit een worst zal wezen dat een van zijn studentenverenigingen een instituut heeft uitgebouwd dat er jaarlijks in slaagt de meest belangwekkende politici van Vlaanderen naar de universiteit van Antwerpen te halen. En dat zou hen, maar ook de studenten zelf, wel eens zuur kunnen opbreken. LVSV speelt immers met het idee om in de toekomst haar openingsdebat elders te organiseren.

 

Momenteel moeten wij door het gebrek aan capaciteit te veel mensen teleurstellen.

 

"We zijn inderdaad al voorzichtig op zoek naar andere locaties om het openingsdebat te kunnen laten doorgaan", vertelt Jeroen Van den Poel, penningmeester van LVSV. "Zo heeft een Antwerpse hogeschool al laten weten dat we met ons evenement zeker welkom zijn op hun campus. Uiteraard zien wij dat niet graag gebeuren, wij zijn een studentenvereniging die in de eerste plaats met de universiteit verbonden is. Maar momenteel moeten wij door het gebrek aan capaciteit te veel mensen teleurstellen", aldus Van den Poel.

 

de K staat voor Kaput

De reden voor het niet beschikbaar stellen van het K-blok blijkt nochtans duidelijk. "De Aula Rector Dhanis is als een studie-aula gebouwd en is simpelweg niet uitgerust om een debat te organiseren", verklaart Christel Geens van Lokaalbeheer. "Het ombouwen en klaarmaken van het K-blok voor zo'n evenement is bijzonder omslachtig en tijdrovend." 

"De aula K.001 is zo ontworpen dat er maar één microfoon is voorzien. De grote centrale lessenaar waaronder alle audio-aansluitingen zich bevinden, is bovendien vastgeschroefd. Die demonteren is een lastig karwei dat in principe enkel de dienst Nieuwe Media op zich mag nemen, en zij draaien al ontzettend veel overuren."

 

Het krappe rooster van het K-blok laat gewoon niet toe om zoiets te organiseren; niet voor, niet tijdens en niet vlak na de lessen.

 

"Alles in beschouwing genomen, duurt het minimaal een uur vooraleer het K-blok debatklaar is gemaakt. Van 9 uur tot 19 uur staan er lessen geprogrammeerd en elke prof verwacht dat hij bij aankomst meteen aan zijn les kan beginnen. Het krappe rooster van het K-blok laat gewoon niet toe om zoiets te organiseren; niet voor, niet tijdens en niet vlak na de lessen."

Een slecht ontworpen aula, de werkdruk voor de dienst Nieuwe Media en het drukbezette programma van de Aula Rector Dhanis zijn dus de redenen waarom het openingsdebat van LVSV niet in het paradepaardje van UAntwerpen kan doorgaan. Waarom dan de kafkaiaanse toestanden in 2016? En hoe zit het met die andere clubs die hun evenementen wel mochten organiseren in het K-blok? 

 

Kaputinterne communicatiefout

Vanuit Lokaalbeheer is de lijn duidelijk: "Wij hebben altijd duidelijk laten verstaan dat het K-blok niet beschikbaar is voor studentenverenigingen", zegt Christel Geens. "Bij de activiteiten die werden aangehaald, gaat het altijd om clubs die op een of andere manier samenwerken met de universiteit. Ofwel gaat het om evenementen die mee werden georganiseerd door een faculteit, zoals het geval was bij SINC en Capitant; ofwel door de universiteit zelf, zoals bij de lezing van Mahara."

Aan de manke communicatie vanuit de universiteit bij de editie van 2016 treft Lokaalbeheer geen blaam. Zij vernamen toen pas eind september, bij de indiening van de formele lokaalaanvraag, dat LVSV de Aula Rector Dhanis had aangevraagd voor hun debat op 4 oktober. Ze konden dus niet vroeger aangeven dat zoiets onmogelijk was. Gebrekkige interne communicatie blijkt hier dus de boosdoener. Een jammere zaak, net als de onfortuinlijke inrichting van het K-blok trouwens.

Of dit ook effectief het einde betekent voor het LVSV-openingsdebat, zal de toekomst verder uitwijzen. De faculteit FSW betrekken in de organisatie van hun debat kan misschien zoden aan de dijk brengen. 



de talige verwarring van een eigenzinnige Hollander

01/03/2018
[lopen] (© [Donna Kerseboom] | dwars)
🖋: 
Auteur

''Ah, u gaat lopen'', zei een passerende kotgenote toen ik de deur achter mij dichtsloeg. Ietwat beduusd keek ik haar aan. ''Lopen?'', antwoordde ik. ''Je ziet toch dat ik mijn hardloopschoenen aanheb?'' Achteraf bleek dat ik hier mijn eerste les had geleerd als Nederlander in het eigenzinnige Vlaanderen.

Ik zeg bewust eigenzinnig: voor mij is lopen een synoniem voor wandelen, en wie met 'lopen' hardlopen bedoelt zoekt toch beter een nieuwe fitnesscoach. Tegelijkertijd ben ik met mijn dwarse taalgedrag toch net zo eigenzinnig. ''Mijn uitspraak is toch juist'', denk ik vastberaden, terwijl mijn Antwerpse vrienden geen idee zullen hebben wat ik juist bedoel.

Laten we de misverstanden eens en voorgoed uit de weg ruimen. Het boek van de verwarring resoluut sluiten, om vervolgens weer met een schone lei te kunnen beginnen. Let wel: in Holland (ik bedoel, Nederland) kan die lei in theorie ook gewoon vies zijn. Het is slechts een uitdrukking.

Toen ik met mijn studie in Antwerpen begon, liep ik al snel tegen een aantal verrassingen aan. Iedere medewerker van de universiteit was hier ineens een academicus. Een titel was kennelijk niet nodig. Cursussen die studenten slecht bevielen werden omgedoopt tot 'buisvak'. Hierdoor werd het zelfs mogelijk om door een prof 'gebuisd' te worden. Mijn associaties liepen sterk uiteen. Ik bedacht me dat we in Nederland nog geen term hebben voor een werkstudent die het beroep van loodgieter leert. Mijn andere gedachte was minder beschaafd – laat ik het daar gewoon bij houden.

Toch valt niet ieder woord zo rauw op het Hollandse dak. Als iets of iemand bij ons zot is draait de psychiatrie overuren, en zalig word je met een beetje geluk alleen nog maar verklaard. Er zit een aandoenlijke parallel in het woord 'kuis'. Als je bij ons zegt dat een gelovige een kuis leven leidt, bedoel je meestal ook dat hij of zij een brave geheelonthouder is. Dat scheelt weer, want een Vlaams kuisen van de vloer is dan niet nodig. Zodra mijn huisbaas zegt dat de vloer proper is, noem ik hem brandschoon. We begonnen met een schone lei, we eindigen met een schone vloer.

Hoop is er dus alleszins. Mijn eerste anekdote was relatief onschuldig, het kan altijd erger. Denk je als Nederlander het volgende in: je wilt bij het krieken van de dag een stuk gaan hardlopen. Je pakt een beker, drinkt wat water en spoed je nog snel even naar het toilet. Beneden staat je hardloopmaatje ongeduldig te wachten. ''Waar bleef je zo lang'', zegt hij als je eindelijk arriveert. ''Ik moest poepen'', antwoord je met een blik vol onschuld. Meewarig kijkt je Antwerpse vriend je aan. ''Poepen?'' ''Ja, poepen'', zeg je. ''Dat doe je toch altijd op het toilet?''  



speedcubing: de onbekende wereld van de Rubiks kubuskampioenschappen

26/02/2018
Rubiks Kubuswedstrijden Natasja dwars
🖋: 

Bij de Rubiks kubus denken de meesten vrijwel onmiddellijk aan de jaren 80, en voor velen leek de hype toen ook uitgedoofd te zijn. Maar niets is minder waar, want sinds anderhalf decennium is deze tijdloze puzzel stilaan weer aan een opmars bezig. Wereldwijd trachten meer en meer mensen de Rubiks kubus zo snel mogelijk op te lossen op officiële wedstrijden, ook wel speedcubing genoemd. En ook in België wordt de heroplevende hype voelbaar. 

Het kan verkeren: de kleurrijke draaipuzzel leek na de eighties in de ogen van velen ten dode opgeschreven als een hype die ongekende hoogtes bereikte, maar al snel van de radar verdween. Na het ontstaan van het internet kreeg de kubus echter nieuw leven ingeblazen. Online konden speedcubers namelijk algoritmes en andere tips en tricks met elkaar delen om de kubus nóg sneller op te kunnen lossen, en zo groeide ook de honger naar een échte heropleving van de Rubiks kubus. In 2003 werd dan ook voor het eerst na 20 jaar nog eens het wereldkampioenschap Rubiks kubus georganiseerd, een traditie die zich sindsdien elke twee jaar zou herhalen.

opgelost in 6 seconden

Anno 2018 is deze online community uitgegroeid tot een heuse subcultuur op het internet. Via Facebookgroepen en Youtubefilmpjes delen speedcubers hun snelste tijden, nieuwe algoritmes, stellen ze vragen of kondigen ze nieuwe wedstrijden aan, en door dit online aspect is deze hobby heel toegankelijk en internationaal. De allersnelsten lossen de normale 3x3-kubus op in zo'n 6 seconden. Neem maar eens een kijkje op de Youtubekanalen van de Australiër Feliks Zemdegs, Amerikaans wereldkampioen Max Park of de Duitser Sebastian Weyer, en je zult versteld staan van wat zij in hun mars hebben.

een wereldwijde rage

Buiten het tweejaarlijkse wereldkampioenschap worden er wekelijks overal ter wereld Rubiks kubuswedstrijden georganiseerd. Deze vinden doorgaans plaats in eetzalen of sporthallen, en alle resultaten worden online gepubliceerd op de website van de officiële overkoepelende organisatie, de World Cube Association. In 2017 waren er wereldwijd 924 wedstrijden met een totaal van bijna 40.000 deelnemers. Dit lijkt niet spectaculair veel, maar in 2007 waren dit er respectievelijk nog 53 en 1500, om een idee te geven van de stille opmars van het speedcuben. Zo vonden er onlangs ook voor het eerst wedstrijden plaats in Armenië, Bulgarije, Nepal en Liechtenstein.

Het opzet van zo’n wedstrijd is simpel en wereldwijd identiek: elke speedcuber heeft de keuze om deel te nemen in verschillende categorieën. Deze variëren van de normale kubus van drie lagen tot grotere varianten met zeven lagen, van pyramidevormige puzzels tot het oplossen van de kubus met één hand of geblinddoekt. Je krijgt per categorie vijf pogingen om de puzzel op te lossen. Van deze vijf tijden wordt de gemiddelde tijd berekend en de deelnemer met de snelste gemiddelde tijd wint de overeenkomstige categorie.

iedereen mag en kan het 

Om aan een wedstrijd deel te mogen nemen, moet je niet voldoen aan bepaalde kwalificaties, het kunnen oplossen van de puzzels volstaat. Dat dit enkel voor genieën weggelegd is, is een grote misvatting, want dit is ondertussen gemakkelijker dan ooit geworden. Op Youtube vind je namelijk talloze tutorials om de kleurrijke kubus op te lossen. Daarna is het enkel nog een kwestie van de getoonde algoritmes na te apen tot je ze vanbuiten kent en je ze zonder spiekfilmpje kan toepassen.

ook populair in België

Onlangs organiseerde ik met een paar mede-speedcubers zo'n officiële wedstrijd in Wijnegem. In totaal waren er bijna 100 deelnemers, wat het tot een van de grootste wedstrijden in België tot nog toe maakte. De inschrijvingslimiet werd overigens al na minder dan twee weken bereikt, de hype is dus ook hier voelbaar. Net door de kleinschaligheid van deze hobby trekt zo'n wedstrijd al snel buitenlanders aan. Zo waren er naast een 30-tal Nederlanders ook Britten en Hongaren aanwezig.

Zelf heeft de Rubiks kubus mij al tot in onder andere Groot-Brittannië, Parijs en Praag gebracht en leerde ik telkens een hoop nieuwe mensen kennen vanuit alle hoeken van de wereld. En hoewel het steeds dezelfde puzzel is die je keer op keer oplost, vervelen doet speedcubing nooit. 



betweter

26/02/2018
Hitlers vrouwelijke kantje (© Rin Verstraeten | dwars)
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

'Huh? Hitler een vrouwelijk kantje?', hoor ik sommigen onder jullie denken. 'Is dat niet die gestoorde gek die godganse dagen in een donkere kamer met zijn vingers zat te tokkelen, terwijl hij binnensmonds “Verover de wereld. Dood ze allemaal!” mompelde?'. Hitler is inderdaad die gestoorde gek die de Tweede Wereldoorlog op zijn geweten heeft, maar ondanks zijn fanatieke en agressieve ge-nein!-nein!-nein! en zijn uiterst kil karakter, had de dictator een vrouwelijk kantje. Of, tenminste, ze hebben toch geprobeerd om hem dat te geven.

Er zijn heel wat zotte plannen om de oorlog te winnen de revue gepasseerd. Lijm droppen om de Duitse soldaten vast te kleven, bommen in fruitblikjes, dozen vol giftige slangen laten leveren, ... Het zijn maar enkele voorbeelden van absurde ideeën waar de geallieerden aan gedacht hebben om de oorlog in hun voordeel te laten uitdraaien. Het zotste idee was echter het plan van de Britste geheime dienst. Zij bedachten namelijk het geniale plan om oestrogeen door het eten van Hitler te mengen in de hoop dat hij zachter en minder agressief zou worden. Ziehier Hitlers vrouwelijke kantje.

Waarom oestrogeen en niet direct een vergif? Een paranoïcus als Hitler had uiteraard voorproevers. Je zou wel gek zijn als je die niet had ten tijde van oorlog. Als je voorproevers ineens een voor een beginnen te vallen als vliegen, eet je uiteraard je voorgeschotelde maaltijd niet meer op. Het voordeel van oestrogeen is dat het, in tegenstelling tot een vergif, smaakloos is en traag werkt. In plaats van direct dood neer te vallen, zouden de veranderingen geleidelijk zijn en vielen ze minder op. Hitler zou op die manier volgens de geallieerden traag van Nein! Nein! Nein! evolueren naar Jawohl! Jawohl! Jawohl! Ze gingen er dan ook van uit dat vrouwelijk gelijkstond aan zachtaardig.

Jammer, maar helaas bleef ook dit idee, samen met alle andere genoemde, slechts bij een idee. Het is de Britse spionnen in het Duitse legerkamp nooit gelukt om het oestrogeen effectief in Hitlers Bratwurst mit Sauerkraut te krijgen. Of het gewerkt zou hebben indien het wel gelukt zou zijn, is nog maar de vraag. Hoe dan ook blijft het een van de meest hilarische plannen in de geschiedenis. En, wie weet, misschien is Bratwurst mit Sauerkraut und Östrogene binnenkort wel het nieuwe nationale gerecht van Duitsland.



over studenten die niet drinken

23/02/2018
het leven van een nuchtere student (© Britt Gillet | dwars)
🖋: 
Auteur

‘De beste verhalen komen voort uit zatte avonden’, wordt weleens gezegd. Wanneer menig volwassen medemens terugdenkt aan zijn of haar studententijd, is de kans groot dat in hun straffe anekdotes een flinke dosis alcohol ook een rol toebedeeld krijgt. Maar hoe zit het met zij die zichzelf nooit genoeg moed indrinken om Brabo’s handje te gaan schudden op de Grote Markt? Hoe wordt het studentenleven ervaren door hen die nooit uit hun roes gewekt worden door het geknipper van een lampje dat oorspronkelijk wegenwerken signaleerde? Wij vroegen het hen zelf. Want, jawel, er zijn ook studenten die niet drinken.

Het leven van een nuchtere student is niet altijd even gemakkelijk. Je kan immers maar zoveel ‘Virgin Cuba Libre’s’ bestellen totdat de mop eraf is. Vanaf dat moment komen er vooroordelen, vragen en zelfs gevoelens van argwaan naar boven bij hun lustig drinkende medestudenten. Dan wordt er verwacht dat de geheelonthouders zich verantwoorden waarom ze hun geest en lichaam niet verdrinken in de alcohol. "Voor mij is het even gek als wanneer iemand zou vragen waarom ik niet rook", vindt Dries. Om te voorkomen dat onze trouwe lezers zich genoodzaakt voelen dergelijke vragen te stellen, legden wij een zestal van deze studenten op de rooster. Waarom drinken ze niet? Hoe ervaren zij het studentenleven? En vooral: hebben ze het gevoel iets te missen?

 

een droog studentenleven

Stuk voor stuk komen de geheelonthouders met een specifieke reden aanzetten om de alcohol links te laten liggen. "Ik vind het gewoon niet lekker", "Het mag niet in mijn godsdienst" en "Het vloekt met mijn medicatie" zijn maar enkele van de aangehaalde argumenten. Ze kunnen met andere woorden luisteren naar hun dokter, luisteren naar hun godsdienst, luisteren naar hun eigen smakenpalet of naar eender welk stemmetje dat het idee afkeurt. Van wie dit stemmetje is, bepaalt of men al dan niet het gevoel heeft iets te missen in de studententijd. Iemand die om medische redenen niet mag drinken, gaat dit eerder jammer vinden dan iemand bij wie het idee van intoxicatie simpelweg niet aanspreekt.

 

Voordrinks? Natuurlijk doe ik die mee! Ik organiseer ze zelfs zelf!

– Sofie

 

Een aantal zaken kunnen ze inderdaad missen. Want samen met de alcohol gaan er een aantal andere aspecten van de studententijd eerder aan hen voorbij. Op cantussen, bijvoorbeeld, voelen ze zich dikwijls net iets minder op hun plaats. "Ook als ik op café ben en iemand me een drankje aanbiedt, moet ik dat altijd afslaan", getuigt Sofie. Ook deelname aan studentendopen is geen evidentie, al gaven een aantal commilitones aan toch geheel nuchter én succesvol gedoopt en ontgroend te zijn. Alcohol is lang niet meer bij alle studentendopen de norm, en desnoods wordt die ‘norm’ met plezier aangepast voor een geëngageerde nieuwe schacht of por.

 

maar daarom niet minder vruchtbaar

Naast studentendopen en cantussen is er natuurlijk nog veel meer te vieren in een studentenleven. Hoe zit dat bijvoorbeeld met de voordrink? "Voordrinks? Natuurlijk doe ik die mee! Ik organiseer ze zelfs zelf!", lacht Sofie. Het moment waarop een vriendengroep zich collectief gaat bezatten om zich voor te bereiden op een avondje feest, laten ook de studenten die niet drinken maar zelden aan zich voorbij gaan. Vrienden weten hoe het zit, vrienden begrijpen en aanvaarden zonder problemen hun ‘onthouding’. En het beste van al is, iedereen heeft plezier. Scrupules lossen op in een badje van alcohol en het blijft hoe dan ook leuk je vrienden helemaal te zien loskomen.

 

Voor mij is het even gek als wanneer iemand zou vragen waarom ik niet rook.

– Dries

 

Dat loskomen werkt bovendien aanstekelijk. "Als iedereen om me heen gek doet, heeft dat een soort kameleoneffect op mij", zegt Dries. Zowat elke student die zijn mening gaf, haalde aan hoe je wordt meegesleurd in de sfeer van losbandigheid. Het enige dat ze op die avonden misten, was het excuus van zatheid. Ze laten zich evenzeer gaan, amuseren zich evenzeer en doen evenzeer gekke dingen. Baran legt het als volgt uit: "Ik denk dat ik me gewoon op een andere manier amuseer dan de anderen die wel drinken. Voor hen is de drank een essentieel onderdeel van de avond. Wanneer ik anderen naast de toiletpot zie, ben ik altijd blij dat ik geen alcohol nodig heb, ik amuseer me gewoon op een andere manier."

Men zou zich spontaan beginnen afvragen waarom we dan niet allemaal de alcohol gewoon links laten liggen. "Het is gewoon een knop omdraaien", zegt Roeland. Anderen hebben misschien eerder een alcoholische stuwkracht nodig om de klik te maken. Daarbij komt dat onze nuchtere vrienden, in tegenstelling tot hun katerige medestudenten, de volgende ochtend wél uit bed geraken en een productieve dag kunnen hebben. En wanneer ze weigeren hun ongewijzigde hersencapaciteit in te zetten voor bijvoorbeeld hun studies, kunnen onze 'geheelonthouders' − heb je hem? − nog altijd functioneren als geheugen van hun feestmaatjes.

 

Ik denk dat ik me gewoon op een andere manier amuseer dan de anderen die wel drinken. Voor hen is drank een essentieel onderdeel van de avond. Wanneer ik anderen naast de toiletpot zie, ben ik altijd blij dat ik geen alcohol nodig heb, ik amuseer me gewoon op een andere manier.

– Baran

 

Naast het geheugen van hun maatjes, doen ze ook vaak dienst als hun persoonlijke taxi, beter bekend als Bob. Natuurlijk is dat handig voor hun vrienden, maar er wordt maar zelden misbruik van gemaakt. Er wordt heus niet van hen verwacht dat ze om de beurt al hun vriendjes in bed gaan leggen. Als een situatie te ernstig wordt en iemand echt in de problemen geraakt, helpen ze natuurlijk graag. "Op den duur ontwikkel je daar een soort radar voor", weet Dries. Maar wanneer hun te beschonken vriendjes het best alleen redden, is er naar verluidt niets zo grappig als zatte mensen die proberen te zorgen voor nog zattere mensen. Ze amuseren zich dus even hard met hun vrienden, al is het niet geheel op dezelfde manier.

Zo anders is hij dus niet, onze nuchtere medestudent. En ook al is iedereen het er over eens dat alcohol deel uitmaakt van het studentenleven, inclusief zij die het nooit drinken, toch kan het ook zonder. Geen van hen vindt immers dat ze iets missen in hun studentenleven. De formule voor een rijke studententijd is voor iedereen anders, en voor sommigen resulteert dit in een 0,0% versie. En wordt er niet altijd beweerd dat dat van de smaak niks afdoet? Misschien is de vraag, eerder dan waarom sommige studenten niet drinken, eerder waarom dat anderen wél drinken. Stof tot nadenken voor het volgende diepzinnige tooggesprek, denken we dan!



22/02/2018
[upgrade van de Antwerp Tower] (© [Alex Noels] | dwars)
🖋: 
Auteur

De meesten van ons lopen er regelmatig langs richting de universiteit. De kot- en pendelstudenten die uit het station komen, alsook de meeste studenten die met de fiets komen, komen erlangs. De werf van de Antwerp Tower. Elke Antwerpenaar kent deze werf en moet deze passeren op weg naar de Meir. Maar wat zijn de plannen voor deze Antwerpse wolkenkrabber? Hoe gaat deze toren eruitzien wanneer hij klaar is? En vooral: hoe lang gaat dat nog duren?

Dat de Antwerp Tower eens werd opgeknapt, was hoog tijd. Al sinds hij geopend werd in 1974 klaagt de Antwerpenaar over het lelijke gebouw, dat er naast de prachtige opera wel heel schamel uitziet. Het was zelfs zo erg dat de Antwerp Tower in de top tien van de lelijkste gebouwen van Europa stond. Dat kon natuurlijk niet langer voor de trotse stad Antwerpen. Tijd dus voor een facelift voor het derde hoogste gebouw van onze stad. Na de opknapbeurt zal er heel wat veranderd zijn. Architectenbureau Matexi heeft de plannen opgesteld.

Zo krijgt de Antwerp Tower er drie verdiepingen bij waardoor het gebouw zo’n 100 meter hoog zal worden. Daarmee komt de toren nog niet in de buurt van de 123 meter van de kathedraal, maar wipt hij wel boven de 96 meter van de Boerentoren. Een nieuw tweede hoogste gebouw is in aantocht. Verder is de Antwerp Tower altijd al een pop-upinitiatief geweest, daar zal niets aan veranderen. Het gebouw rust namelijk op een plint die bedoeld is voor horeca, winkels en kantoren. Vele daarvan zullen pop-upstores zijn. Boven die plint komt er een nieuw restaurant met terras. Gezellig tafelen, zo aan de De Keyserlei en de Meir.

Verder komen er ook heel wat appartementen in de toren. Vanaf de verdieping boven het restaurant zullen er per verdieping tussen de zes en de veertien appartementen gebouwd worden. Het ene al wat groter dan het andere. Voor wie echt geld te veel heeft, komen er ook penthouses op de hoogste verdiepingen. De grootte van de penthouses gaat tot 240 m². Vanop deze hoogte heb je uiteraard een prachtig zicht over Antwerpen; de skyline zal er een hele nieuwe diepgang door krijgen. Ook is het bijna onmogelijk om nog dichter bij het centrum van de stad te wonen. Maar tegen welke prijs?

De plannen voor de Antwerp Tower zijn dus duidelijk groots en dat is maar goed ook, want er was veel werk aan de winkel. Ook de timing van de werken is zo gepland dat ze samenviel met de werken aan de Leien en het Operaplein om zo min mogelijk last voor de Antwerpenaar te creëren. Toch zullen de werkzaamheden aan deze wolkenkrabber nog een stuk langer doorlopen dan de andere. Het Operaplein zou namelijk klaar moeten zijn in december 2018, de Leien dan weer in het voorjaar van 2019. De ingeschatte einddatum voor de Antwerp Tower lijkt steeds verder weg te worden geschoven. Eerst zou het gebouw namelijk op hetzelfde moment als het Operaplein klaar geweest moeten zijn. Toen duidelijk werd dat dat niet ging lukken, werd het al snel december 2019. Laatste berichtgeving zou zelfs over december 2020 spreken.

De upgrade van de Antwerp Tower is een goede zaak die hoognodig was. Het is de ideale plek voor pop-upstores en voor horeca. Dat het gebouw ook een nieuwe look krijgt, is ook een enorme vooruitgang. Misschien dat de Antwerp Tower na jaren van schaamte toch weer een trots van Antwerpen kan worden. We zullen zien.



Vlaams muzikaal nationalisme

19/02/2018
onbekend en onbemind, maar steengoed (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

Hedendaagse afspeellijsten worden vlijtig gevuld met nummers van Taylor Swift, Ed Sheeran, Sam Smith, Sia, Niall Horan enzovoort. Om nog maar te zwijgen over de grote variëteit aan dj’s die wereldwijd door verschillende boxen knallen. Kortom, de schijnbare muziekvoorkeur van de gemiddelde Vlaming is op z’n minst internationaal te noemen. 

Tijden waarin menig tienermeisje flauwviel bij optredens van de gebroeders Wauters, ook wel Clouseau genoemd, lijken ver achter ons te liggen. Afgezien van Bazart kruipen we liever van ’s morgensvroeg al achter onze computer om peperdure tickets van onze, meestal Amerikaanse en Britse, idolen te bemachtigen. Wat is er gebeurd met ons Vlaams muzikaal nationalisme, met onze trots voor ‘eigen’ muziek? Hoog tijd om de Vlaamse music scene een welverdiende boost te geven, waardoor uw Vlaams muzikaal nationalisme niet anders kan dan zegevieren.

 

Shht

Deze redelijk nieuwe Gentse band valt onder de brede muzikale categorie van 'vreemd'. Een genre dat op hen wordt geplakt is noisepop, maar die term betekent op zichzelf niet veel. Beeld je in dat de muziek van Gestapo Knallmuzik in aanraking komt met goedkope straatdrugs van betwijfelbare kwaliteit. Dan ontstaat er zoiets als de band Shht. Er zijn er niet veel die vaardig zijn in het absurde. Shht heeft er een talent voor. Speelse gitaardeuntjes, elektronische klanken en puur lawaai wisselen elkaar constant af of vermengen zich. De tekst gaat over niks, maar wordt wel bijgestaan door een stevige portie autotune.

De liveshows van Shht moeten ook niet onderdoen aan de performancekunst van onze landgenoten uit de jaren tachtig. Een wandeling door het publiek, een professionele turnshow, ondersteboven aan het plafond zingen en mannelijk naakt zijn geen uitzonderingen. Hun cover van 'Bohemian Rhapsody' zorgt geregeld voor gefronste wenkbrauwen bij de liefhebbers van de klassieke rockmuziek. Dit kan zijn omdat zowat elk onderdeel van het nummer van Queen hier totaal verkracht wordt, maar laten we zeggen dat dit vooral komt omdat de stijl van Shht vernieuwend is. En raar. Vooral raar.

 

Kapitan Korsakov

Ook deze Gentenaren worden graag in het hokje van noise gezet. Maar waar we Shht eerder absurd noemen, valt Kapitan Korsakov onder de term intens. De band rond Pieter Paul Devos (ook bekend van Raketkanon, een band die perfect in deze selectie had gepast maar zij genieten al van wat bekendheid en het doel van deze rubriek is uiteindelijk om nationalistische hipsters te kweken) neemt wat Nirvana deed met garage- en noiserock en knalt dit de hedendaagse muziek in. Dit kan zeer heftige gevolgen hebben, al hebben ze ook een zachte kant.

Kapitan Korsakov is bijna het tegenovergestelde van een radiohit die ervoor zorgt dat een band een keer op Rock Werchter mag spelen om daarna terug vergeten te worden. Zij negeren alles wat toegankelijke muziek doet. Doordat ze zo tegengesteld zijn aan wat er vooral op de radio gespeeld wordt, vallen bands als Kapitan Korsakov steeds meer in de smaakt bij het jonge Belgische publiek.

 

BRUTUS    

De stijl van Brutus valt te vergelijken met die van een vliegtuig met turbulentie: zweverig, maar helt kan kan ook best hard denderen. Het postrock-gitaarwerk van Stijn Vanhoegaerden bevindt zich in hogere sferen en wordt perfect aangevuld door de daverende baslijnen van Peter Mulders. Op het podium is Mulders ook degene die je het meeste zal zien bewegen. Dit komt omdat de frontvrouw, Stefanie Mannaerts, gelimiteerd is door de lengte van haar drumstokken. Achter die drums voorziet ze de nummers ook met de stem van een engel die haar kleine teen tegen een misplaatste tafelpoot geeft gestoten.

Het is te merken dat Brutus hun inspiratie bij elfendertig andere bands en genres heeft gehaald. Hierdoor hebben ze een heel kenmerkende stijl gecreëerd. Hun debuutalbum Burst verscheen in 2017 en kreeg niet alleen in het Belgenland veel belangstelling. Ook de buitenlandse pers was meer dan lovend.

Brutus is het bewijs dat België tegenwoordig niet moet onderdoen op internationaal niveau als het gaat over lawaai maken. Zelfs de meest hardnekkige classic rock-fanaat zal bezwijken onder de impact van bands als Brutus. Zij zijn de laatste dolksteek in de koppige mentaliteit dat enkel de rockmuziek van vroeger vernieuwend en goed kan zijn, waarna die enkel nog kan zeggen "et tu, Brute."



de dwarsdoorsnede

17/02/2018
Imagine Dragons
🖋: 
Auteur

Imagine Dragons speelde op 16 februari voor een uitverkocht Sportpaleis, mijn haren staan nog steeds overeind, mijn hart klopt nog na en de adrenaline giert nog door mijn aderen.

Na een, voor mij toch, teleurstellend voorprogramma van K.Flay gaat het publiek helemaal uit zijn dak wanneer de lichten voor de tweede keer uitgaan. Het concert opent met een filmpje over het ontstaan van het leven op Aarde. Als je album Evolve heet, kan je natuurlijk moeilijk anders. Wanneer de vier muzikanten het podium opkomen gaat iedereen los. I Don’t Know Why als openingsnummer. Ik weet ook niet waarom de band zo succesvol is, but I guess it’s got something to do with you.

Na het snelle openingsnummer vertraagt Dan Reynolds het tempo al meteen en zet hij een trage versie van It’s Time in. Het publiek zingt uit volle borst mee, er is zelfs nauwelijks een verschil te horen wanneer Reynolds zijn microfoon uitsteekt naar het publiek. Eenmaal door het refrein begint de normale versie van het nummer. Reynolds staat vol passie op het podium te dansen en haalt op een gegeven moment een regenboogvlag boven, dit om zijn verkondigingen tegen homoseksualiteit toen hij als mormoon op missie was recht te zetten. Mijn avond is nu al gemaakt.

 

Wanneer ik een paar nummers later mee kan rappen met Whatever It Takes giert de adrenaline door mijn lijf. Ik heb op dat moment nog maar nauwelijks op mijn stoel gezeten en sta te shaken op het kleine stukje vloer ervoor. Mijn buren mogen blij zijn dat ze zijn blijven zitten of ze hadden heel wat elleboogstoten gekregen. Wanneer I’ll Do What It Takes voor de laatste keer door het Sportpaleis gegalmd heeft, neemt Reynolds de tijd om zijn fans te bedanken. Hij spreekt uit zijn hart en laat zijn dankbaarheid duidelijk merken. Als beloning spelen ze na deze speech I’ll Make It up to You. Al is de band ons helemaal niets verschuldigd.

Een paar snelle nummers later, gaat Reynolds ineens de serieuze tour op. Hij vertelt ons over zijn depressie en dat we als maatschappij moeten stoppen met mentale gezondheid te stigmatiseren. In deze emotionele speech vertelt hij ons waarom hij depressief is geworden, maar vindt hij ook tijd om ons te vertellen dat zijn broers hem vroeger Cookie Monster noemden voor hij kon zingen. Ook de vele schietpartijen op scholen in Amerika kaart hij aan. Het doet haast pijn om naar zijn verhaal te luisteren. Demons heeft me nog nooit zo diep in mijn hart geraakt.

 

Om het emotionele moment weg te spoelen volgen daarna Rise Up en On Top of the World, tijdens het laatste vallen er zelfs ballonnen uit de lucht die vrolijk doorheen de zaal rondgespeeld worden. Ik sta opnieuw volop te dansen en zing elk woord dat ik ken uit volle borst mee.

Dan vindt de band zijn weg doorheen het publiek naar het B-podium. Na het refrein van The Fall stelt Reynolds ons de rest van de band voor, alsof we daar behoefte aan hadden. Een akoestische versie van Bleeding Out kan me voor de tweede keer die avond tot tranen toe beroeren. Wanneer Dan Reynolds de juiste snaar raakt, kan hij wonderen verrichten met zijn stem. Daarna gaf de band ons de keuze: Amsterdam of I Bet My Life. Mijn persoonlijke voorkeur ging uit naar Amsterdam, maar ik zing nog steeds trouw ieder woord mee wanneer het publiek voor de andere optie kiest.

 

Terug op de mainstage spelen ze de grootste hits van dit album: Thunder en Believer. Mijn oren gonzen nog steeds na en mijn hart klopt er nog altijd sneller van. Mijn stem begint onderhand pijn te doen van het luide meezingen, maar ik zet door. En dan moet je weten dat ik normaal gezien nooit zing in het bijzijn van anderen.

Voor hun encore verdwijnt de band ongemakkelijk lang van het podium. Waarschijnlijk duurde het maar een minuut, maar naar mijn gevoel stond het publiek minstens een kwartier te joelen voor ze weer terugkwamen. Na het fantastische Walking the Wire komt dan eindelijk het nummer waar we Imagine Dragons van kennen: Radioactive. Opnieuw gaat de zaal uit zijn dak en wordt er uit volle borst meegezongen, ikzelf doe natuurlijk ook mee. De drumsessie waarin letterlijk heel de band staat te drummen is magisch en lijkt eindeloos door te gaan, op de goede manier. Ik begin ondertussen te beseffen dat het hierna gedaan is en kan alleen maar hopen dat de band nog even blijft door drummen.

 

Imagine Dragons is vooral populair bij de jongere generatie en heeft dan ook de reputatie om afgekraakt te worden door recensenten. Maar daar trokken ik en een vol Sportpaleis ons niets van aan. Het was een magische avond die ik niet snel zal vergeten.

 

 



vzw ArmenTeKort pakt kansarmoede aan door middel van power of the crowds

16/02/2018
ArmenTeKort (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Antwerpen doet het slecht op vlak van armoede – en dat is nog bijzonder zacht uitgedrukt. Zo’n 17 procent van de Antwerpenaren leeft onder de armoedegrens en maar liefst 28 procent van de Antwerpse kinderen tot drie jaar leven in armoede. Het zijn cijfers die schreeuwen om actie. Maar terwijl het armoedeprobleem toeneemt, groeien de middelen niet mee. Bovendien blijken traditionele remedies zoals concrete financiële hulp steeds minder toereikend om structurele armoede te verhelpen. Tijd voor een nieuwe, creatieve oplossing.

Dat dacht ook Theo Vaes, oprichter van de vzw ArmenTeKort (ATK). Als toenmalig voorzitter van de Raad van Bestuur van Daklozenhulp Antwerpen geraakte hij onder de indruk van het schrijnende armoedeprobleem in de Sinjorenstad. Na zich drie jaar lang te verdiepen in de materie en tal van gesprekken met experts en academici, richtte Vaes samen met Marijke Moens van Daklozenhulp Antwerpen en enkele andere gegadigden ATK op. Een vzw met een verfrissend en gedurfd doel voor ogen, want Vaes en co. willen van de strijd tegen kansarmoede een sociale beweging maken met het draagvlak van pakweg het feminisme.

 

kansarmoede

ATK richt zich specifiek op de naar schatting 8000 Antwerpenaren die leven in kansarmoede.[1]  Kansarmoede is een chronische vorm van armoede waarbij een complexe samenloop van factoren ervoor zorgt dat bepaalde mensen niet in staat zijn om de kansen te grijpen die nodig zijn om op eigen kracht uit een situatie van armoede te geraken. Voor jongeren betekent dit vaak een moeilijke thuissituatie. Door een gebrek aan middelen moeten ze thuis zelf verantwoordelijkheden opnemen en vaak ook mee gaan werken om de eindjes aan elkaar te knopen of schulden af te betalen. Dit gaat vaak ten koste van hun prestaties op school, maar ook het uitbouwen van een sterk sociaal netwerk – een belangrijke buffer tegen structurele armoede – komt zo in het gedrang. Armoede wordt zo van generatie op generatie overgebracht, een onaanvaardbaar fenomeen in een land zo welvarend als dat van ons.

Een belangrijk aspect van armoede dat de laatste jaren steeds meer aandacht krijgt van armoedeonderzoekers – maar voorlopig nog iets minder van overheden – is dat het vaak gepaard gaat met belangrijke psychologische onzekerheden. Vooral mensen die kansarm zijn en lang in armoede leven, krijgen door de opeenstapeling van teleurstelling te kampen met een gebrek aan eigenwaarde. Een niet te onderschatten probleem dat eerst verholpen moet worden, wil men iemand duurzaam uit de armoede helpen.

 

Mensen beseffen vaak niet hoe eenzaam het kan worden als je in een situatie van kansarmoede verkeert.

– Bjorn (17)

 

buddyproject

Dit is waar ATK komt kijken. Om het groeiend aantal mensen in kansarmoede de gepaste menswaardige begeleiding te geven die ze verdienen en nodig hebben om dat gevoel van eigenwaarde te herwinnen, zijn de middelen bij overheden en middenveldsorganisaties te beperkt. De druk op armoedewerkers neemt daardoor steeds toe. Een situatie die in de eerste plaats opnieuw ten nadele komt van mensen in armoede zelf. Zij vinden steeds minder een luisterend oor voor hun verhaal.

Met het buddyproject probeert ATK hier iets aan te doen. Het concept is eenvoudig: een kansrijke vrijwilliger wordt, na een intensieve opleiding, gekoppeld aan een persoon die in kansarmoede leeft en als het klikt, gaan de twee een vriendschapsrelatie aan. Aan de hand van een intensieve opleiding delen opgeleide armoedewerkers hun expertise met kansrijke vrijwilligers, die vervolgens worden gekoppeld aan een kansarme buddy, die zich ook vrijwillig moet opgeven voor het project. Op deze manier ontstaat een soort evenwaardige kruisbestuiving tussen armoedewerkers, kansarmen en kansrijke vrijwilligers. De expertise en ervaringsdeskundigheid van die eerst twee, en het engagement van die laatste, vullen elkaar aan en zorgen voor een efficiënte en gecoördineerde inzet van kennis en middelen. 

Voor veel mensen geeft deze persoonlijke en duurzame manier van armoedebestrijding dan ook veel meer voldoening dan wanneer ze een bedrag zouden storten op de rekening van een goed doel. Opmerkelijk aan het buddyproject van ATK is dan ook dat het er in slaagt om ook mensen buiten de groep traditionele vrijwilligers te rekruteren. Ook studenten en drukbezette ondernemers vinden hun weg naar ATK. Op die manier wordt de basis verbreed en komen we iets dichter bij een wereld waarin mensen in armoede niet langer onder de mat worden geveegd, maar juist terug dichter bij de samenleving komen te staan. Tegen 2023 wil ATK 5000 mensen in kansarmoede bereikt hebben via zijn buddyproject.

 

Het is alsof je elke week twee uurtjes vrijmaakt om af te spreken met een vriend

– Wannes (21)

 

Wannes en Bjorn

Wannes (21) en Bjorn (17) zijn al enkele maanden buddy’s via ATK. Op basis van leeftijd, interesses en gendervoorkeur werden Bjorn en Wannes door medewerkers van ATK aan elkaar toegewezen. “Het klikt goed”, vindt Bjorn. “Met Wannes kan ik goed praten. We drinken allebei ook graag koffie, dus we spreken geregeld af in Viggo’s op het De Coninckplein. Met mijn vorige buddy vlotte het wat minder. Die was wat te luidruchtig naar mijn smaak en hij had het zo druk dat hij niet veel tijd had om af te spreken.”

“Niet elke buddyschap is een succes”, bevestigt Vitor van ATK. “Soms botert het niet en dan proberen we een nieuwe buddy te vinden. Het is een beetje een proces van vallen en opstaan, tot de juiste klik is gevonden. We verwachten van onze vrijwilligers dat ze zich voor een periode van minstens twee jaar engageren, maar natuurlijk is niemand verplicht om buddy’s te blijven als het niet marcheert.”

Wie als kansrijke vrijwilliger in het buddyproject stapt, moet wel eerst een intensieve opleiding volgen. Wannes kreeg een spoedcursus van zes weken en is daarna meteen als buddy ingeschakeld. “Ik studeer Ergotherapie en zit hier in Antwerpen op kot. Ik deed een stage bij ATK en via Marijke (Moens, nvdr.) ben ik uiteindelijk ook buddy geworden. Het leuke van het buddyschap is dat je zelf kiest hoe je de gesprekken invult. We hebben het eigenlijk over van alles en nog wat. Wat ons interesseert, waar we mee bezig zijn … Het is alsof je elke week twee uurtjes vrijmaakt om af te spreken met een vriend.”

“We praten inderdaad zoals je met vrienden zou doen”, beaamt Bjorn. “Laatst hebben we samen geoefend voor mijn theoretisch rijbewijs. Ik ben een echte autofreak, Wannes iets minder, maar daar kan ik mee leven (lacht). Ik ben zelf ook in het buddyproject gestapt nadat ik er over gehoord had van Marijke, die ik kende van mijn vrijwilligerswerk bij Daklozenhulp Antwerpen.”

“Hoe meer contact, hoe beter”, vindt Bjorn. “Alleen op een appartementje zitten is ook maar niks. Als je onder de mensen komt, ga je je automatisch beter in je vel voelen. Mensen beseffen vaak niet hoe eenzaam het kan worden als je in een situatie van kansarmoede verkeert. Ik heb natuurlijk wel mijn vrienden, maar met hen praat ik niet graag altijd over mijn situatie. Dan wil ik gewoon onder maten kunnen zijn.”

 

Ik ben altijd een plantrekker geweest, maar geen enkele zeventienjarige zou op deze manier door het leven moeten gaan.

– Bjorn (17)

 

het verhaal van Bjorn

“Ik leef al tien jaar van instelling naar instelling”, vertelt Bjorn. “Mijn moeder en stiefvader hebben jaren geleden een heel groot bedrijf gehad en zijn overkop gegaan, waardoor ze heel diep in de schulden zaten. Mijn stiefvader is kort daarna overleden en mijn moeder kwam niet meer rond. Door de omstandigheden was ze niet meer in staat om voor mij zorgen. Ik werd wat verwaarloosd, al was dat niet haar bedoeling. Ze is er psychisch en mentaal onder door gegaan in die periode. Wat zo’n faillissement met mensen kan doen is onbeschrijfbaar. Ik heb mijn moeder al jaren niet meer gesproken. Er zijn veel dingen tussen ons gebeurd.”

“Dit jaar word ik achttien en kan ik niet meer in een instelling verblijven. Ik ben nu dus volop bezig met de voorbereidingen om zelfstandig te gaan wonen. Mijn dagen zijn volledig gevuld met het zoeken naar werk en een geschikte woonst, wat niet gemakkelijk is als je geen diploma hebt. Op het einde van de dag ben ik vaak mentaal uitgeput. Voor school is er voorlopig gewoon geen tijd en energie. Ik hoop wel mijn diploma ooit nog te halen, maar eerst moet ik dus mijn zaken op orde krijgen. Ik ben altijd een plantrekker geweest, maar geen enkele zeventienjarige zou op deze manier door het leven moeten gaan.”

Ondanks zijn moeilijke jeugd is Bjorn bijzonder vastberaden over zijn toekomst. “Mijn plan is om later Orthopedagogie te gaan studeren. Veel opvoeders hebben nooit zelf in een instelling gezeten. Ik heb heel mijn leven in een instelling geleefd, dus ik weet uit eigen ervaring wat werkt en wat niet. Ik help graag andere mensen en ik denk dat ik op die manier wel een meerwaarde kan betekenen voor jongeren die net als ik een moeilijke start hebben gehad.”

 

Zelf interesse om je op te geven als buddy? Surf naar http://www.armentekort.be/buddy en schrijf je alvast in voor de infosessies!

 


[1] Dit is een onnauwkeurige schatting op basis van de profielen die gekend zijn via bij de diverse sociale diensten. Veel mensen in kansarmoede blijven echter onder de radar, dus het werkelijke aantal ligt vermoedelijk een stuk hoger.