Vlaams muzikaal nationalisme

11/03/2018
onbekend en onbemind, maar steengoed (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Hedendaagse afspeellijsten worden vlijtig gevuld met nummers van Taylor Swift, Ed Sheeran, Sam Smith, Sia, Niall Horan enzovoort. Om nog maar te zwijgen over de grote variëteit aan dj’s die wereldwijd door menig boxen knallen. Kortom, de schijnbare muziekvoorkeur van de gemiddelde Vlaming is op z’n minst internationaal te noemen.

Tijden waarin menig tienermeisje flauwviel bij optredens van de gebroeders Wauters, ook wel Clouseau genoemd, lijken ver achter ons te liggen. Afgezien van Bazart kruipen we liever van ’s morgensvroeg al achter onze computer om peperdure tickets van onze meestal Amerikaanse en Britse idolen te bemachtigen. Wat is er gebeurd met ons Vlaams muzikaal nationalisme, met onze trots voor ‘eigen’ muziek? Hoog tijd om de Vlaamse music scene een welverdiende boost te geven, waardoor je Vlaams muzikaal nationalisme niet anders kan dan zegevieren.

Soul’Art

Je zou het bijna de meest ideale manier om je talen bij te schaven kunnen noemen. De Vlaamse hiphopgroep Soul’Art brengt namelijk rap en zang in het Nederlands, Frans en Engels. Het is een vijfkoppige groep waarvan M13, Jazzy Bench, Zed, Sparrow en Martha de meesterbreinen vormen. Filmliefhebbers herkennen hun naam ook wel uit de aftiteling van Black, de tweede film van Adil El Arbi en Bilall Fallah, waarvoor ze twee songs componeerden. Soul’Art brengt – nomen est omen – uitermate ritmische raps en pure soul, waarin ze geen enkel onderwerp schuwen. Hun debuut Granny’s Res EP is dan ook een must listen. De plaat bulkt van stevige beats, strakke en diepzinnige raps in diverse talen en een laidback vibe waardoor je bijna niet anders kan dan je ietwat bescheiden hiphopmoves boven te halen. Wie nu nog durft zeggen dat Vlaanderen geen straffe hiphopscene heeft, moet serieus gaan opletten: Soul’Art rapt je in alle talen onder tafel, vriend.

 

Brihang

Toegegeven, er wordt al genoeg gebasht op West-Vlamingen. Ze verdienen meer credits, zeker muzikale credits. Boudy Verleye, beter gekend als Brihang, is een rapper uit Knokke. In 2014 won hij de Nieuwe Lichting van Studio Brussel in een genre dat hij zelf omschrijft als ‘het braakland tussen muziek, kunst en poëzie’. Ongelijk kunnen we hem niet geven. Zijn nummers hangen aan elkaar van experimentele sounds, eerlijke songteksten vol introspectie en levenswijsheden maar ook boordevol grappig uitspraken. Om dan nog te zwijgen van het nog nooit zo graaf klinkend West-Vlaams accent. Zijn debuutalbum zolangmogelijk doet je nadenken, doet je verstommen, doet je over jezelf en je omgeving nadenken. Wa peij doar of? Joa wadde, w'ein buzze dat we dit muzikaal buitenbeentje hebben ontdekt.  

 

blackwave.

Vraag naar een meer dan geslaagd huwelijk tussen jazz-trompetten, funk-baslijntjes, strakke r&b-ritmes en Antwerpse woordenkunstenaars, en je komt vrij snel bij blackwave.. Naar eigen zeggen halen ze hun inspiratie uit ‘de alleronbekendste obscure soulmuziek van de jaren zestig, zeventig, tachtig’. Dat ze daarbij funk en soul stevig omarmen, kan je quasi letterlijk opmaken uit de lyrics hun laatste nieuwe single Elusive. Het Vlaams hiphopduo bestaat uit producer Willem Ardui en rapper Jean Atohoun, die zich live graag laten vergezellen door drie jazzmuzikanten. Dat het veelzijdige vakmannen zijn, wordt je meteen duidelijk bij het beluisteren van hun album Mic Check: diverse sounds van melancholische jazz naar feestachtige funk, van bescheiden introspectieve lyrics naar BIG Dreams. We zitten alvast op dezelfde golflengte.



over de Gentse Feesten, Extra Time en echte literatuur

10/03/2018
proffenprofiel: Steve Paulussen (© Lize D'haese | dwars)
🖋: 
Auteur

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Steve Paulussen is hoofddocent media en journalistiek, lid van de onderzoeksgroep Media, Beleid en Cultuur (MBC) en de pionier van het digitale tijdperk: “Ik was de eerste die een enquête afnam bij de allereerste generatie online-journalisten”. Dat was in 2002, het jaar dat de euro zijn intrede deed in onze portefeuilles. 

De interesse in journalistiek, waar komt die vandaan?

Ik was een voetballertje en ik droomde ervan om sportjournalist te worden. Later droomde ik ervan om schrijver te worden, want taal interesseerde mij ook erg. Als tiener schreef ik veel: dagboeknotities, gedichten, verhalen. Maar een roman zat er toch niet meteen in. Daarvoor had ik te weinig verbeelding en te veel schroom. Ze zeggen wel eens dat journalisten schrijvers zijn die geen talent hebben voor fictie. Zo is ook mijn interesse in journalistiek gegroeid. Maar tijdens mijn studies Communicatiewetenschappen besefte ik al snel dat ook een job in de journalistiek allicht te hoog gegrepen was – veel van mijn medestudenten waren daar alleszins beter in dan ik.

Dan kreeg ik plots de kans om wetenschappelijk onderzoek te gaan doen in journalistiek. Die kans heb ik gegrepen. En kijk, nu zit ik hier, niet als schrijver, ook niet als journalist, maar als docent journalistiek. De derde beste optie, zeg maar.

 

Vorig jaar viel er in dwars te lezen dat journalistiek een van de beroepsgroepen is die robots binnen afzienbare tijd zullen overnemen. Kunt u de lezers op andere gedachten brengen?

Dat robots het zullen overnemen, is natuurlijk niet zo. Er is wel een opkomst van geautomatiseerd nieuws, maar journalistiek blijft in de eerste plaats mensenwerk. De creatieve aspecten kun je nooit zomaar aan robots of een computer overlaten. Ik denk dat we ons daar niet veel zorgen om moeten maken. Er zijn heel mooie voorbeelden bekend van hoe geautomatiseerd nieuws leidt tot betere onderzoeksjournalistiek.

Zelf haal ik vaak de LA Times aan, die moorden in kaart brengt met algoritmes als ondersteuning. Op basis van politiedatabanken gaan computers monitoren waar er allemaal moorden plaatsvonden en daar genereren ze automatisch artikels uit. De computers laten zo journalisten toe om te kijken naar bepaalde patronen die uit die data afgeleid kunnen worden. Technologie is zelden een rechtstreekse bedreiging en vaak een mogelijkheid voor nieuwe toepassingen.

 

Tijd voor de prof als mens. Waar houdt u zich mee bezig als u geen onderzoek doet of lesgeeft?

Veel van de tijd die overblijft, gaat naar mijn gezin. Ik ben intussen twaalf jaar getrouwd met Sofie, die ik op mijn achttiende in mijn allereerste week als student in Gent heb leren kennen. Samen hebben we twee kinderen – Leon is tien en Rosan is acht. We wonen in Herentals, mijn geboortestad. Ik ben daar dus naar teruggekeerd en heb daar mijn familie en nog enkele ‘oude’ vrienden. Elk weekend is er dan wel iets te doen. Echte hobby’s heb ik niet, maar ik lees heel graag. Voor mij is een boek een belangrijke bron van ontspanning. Zelfs in de drukste weken van het jaar probeer ik tijd te vinden voor wat literatuur.

 

Heeft een favoriete schrijver?

Mijn favoriete boek is The Road van Cormac McCarthy, dat trouwens ook prachtig verfilmd is. Een favoriete schrijver heb ik niet meteen. Als ik er dan toch twee moet noemen, ga ik voor Louis Paul Boon en voor de nog levende schrijvers, Dimitri Verhulst. Maar mijn literaire smaak is eigenlijk heel breed, dus ik laat mij dikwijls ook verrassen, of lees ik de literatuurbijlage en op basis daarvan maak ik mijn keuze. Ik heb graag de echte literatuur waarvan sommigen zeggen: ‘Daar zit geen verhaal in’. En dan denk ik: er zit altijd veel verhaal in.

 

Heeft u als brave literatuurverslinder ook een guilty pleasure die u moet bekennen?

Ik voel me zelden guilty als ik een bepaalde pleasure heb (lacht). Aan de andere kant, maar dat is geen guilty pleasure, ga ik graag op café en kan het zijn dat ik dan wel eens doorzak. Ik heb me al weleens de bedenking gemaakt dat er waarschijnlijk ook studenten rondlopen in Herentals. In Gent heb ik dat ook eens meegemaakt, dat ik me tijdens de Gentse Feesten iets te veel liet gaan en dan plotseling om vier uur ’s ochtends een student tegenkwam.

 

U gaf aan dat u vroeger voetbalde, volgt u dat nog altijd?

Naar Champions League-wedstrijden kijk ik wel regelmatig en de Rode Duivels volg ik ook van nabij. Vroeger was ik een fervent supporter van Anderlecht, maar dat is met de jaren sterk verminderd. En nu Marc Coucke de club heeft gekocht, denk ik dat ik toch maar eens op zoek moet naar een andere ploeg. Ik moet wel bekennen dat ik een trouwe kijker van Extra Time ben, misschien is dat mijn guilty pleasure. Een verschrikkelijk saai programma, waarbij ik soms in slaap val. Dat gaat meestal nergens over. In Nederland heb je dan nog kleurrijke figuren aan tafel zitten. Op Extra Time heb je allemaal van die nette analisten die het voetbal van het weekend ervoor bespreken. Maar toch kijk ik elke week. Ik kan het zelf niet goed verklaren.

 

Wat verwacht u van de Rode Duivels deze zomer?

Dat ze wereldkampioen worden. Voor minder mogen we niet gaan.



blikopener

10/03/2018
[blikopener kleur] (© [Natasja Van Looveren en Stine Moons] | dwars)

Precies tien jaar geleden verruilde Hugo Claus het tijdelijke voor het eeuwige. Uit het oog, uit het hart? Zeker niet wat een van Vlaanderens grootste schrijvers betreft. Tien jaar na zijn dood leeft Claus meer dan ooit onder journalisten, schrijvers, liefhebbers en onderzoekers. Ook op onze eigen universiteit zit men niet stil. Aragorn Fuhrmann, vorig academiejaar afgestudeerd als master in de Taal- en Letterkunde, werkt samen met prof. Kris Humbeeck aan een nieuwe studie over hoe Hugo Claus zijn traumatiserende oorlogservaringen in zijn fictie heeft verwerkt.

Bij het horen van hun namen zal er bij sommigen misschien een belletje beginnen rinkelen, want Fuhrmann en Humbeeck hebben met hun voorpublicaties van hun studie naar Hugo Claus al heel wat belangstelling van verschillende media gekregen. Zo hebben ze onder meer in De Standaard en De Morgen meer uitleg bij hun onderzoek mogen geven, om maar een aantal van de grootste spelers binnen het perslandschap te noemen. Wat heeft dit duo ontdekt over een van Vlaanderens meest beschreven, belezen en onderzochte schrijvers dat nog niet eerder onder de aandacht was gebracht?

 

student en professor: een magische combinatie

We ontmoeten Aragorn Fuhrmann en Kris Humbeeck in het hart van de Clausstudie, namelijk het centrum voor de studie van het werk van L. P. Boon en Hugo Claus, dat zich op de Stadscampus bevindt. Een eerder onopvallend gebouw dat netjes opgaat in de rij huizen die de Lange Winkelstraat vormen. Een toevallige voorbijganger zal niet meteen opmerken dat er achter deze sobere gevel heel wat nieuwe ontdekkingen over Claus’ verleden en werk worden gedaan. Maar voordat we hier verder op ingaan, staan we ook even stil bij het toch wel opmerkelijke feit dat een student samen met een professor een boek schrijft. Aragorn Fuhrmann is via de colleges van professor Humbeeck en later ook met zijn bachelor- en masterscriptie als vanzelf helemaal in de wondere wereld van Hugo Claus gerold. Fuhrmann bleek helemaal op dezelfde lijn als prof. Humbeeck, zijn promotor, te zitten en toen hij tijdens zijn onderzoek een aantal interessante ontdekkingen deed, hebben de twee de handen in elkaar geslagen om flink te gaan spitten in het ‘collaboratieverleden’ van Claus.

“Af en toe gebeurt het dat je jonge talentvolle mensen spot die niet alleen talent hebben, intelligent zijn en over het nodige kritisch inzicht beschikken, maar ook meegaan in mijn benadering waarin ik Claus onderzoek”, aldus een enthousiaste professor Humbeeck. Voor hem is het belangrijk om Claus te beschouwen als iemand die in zijn werk worstelde met zijn ‘collaboratieverleden’ en al schrijvende de mechanismen van de totalitaire verleiding onderzocht, waarvan men eigenlijk altijd al wist dat Claus daar zelf op een zeer jonge leeftijd aan bezweken was en waar hij zelf later ook geen geheim van maakte. Alleen wist men niet, want dat is typisch Claus, wat er precies aan de hand was. Kan Claus echt hebben gecollaboreerd als we weten dat hij in 1929 geboren werd? Hij was zo jong dat het hooguit een collaboratie in korte broek kan geweest zijn, maar daar zijn natuurlijk ook gradaties van engagement in. Bovendien hoeft het schuldgevoel waarmee iemand worstelt – en het traumatiserende effect van zijn collaboratie – niet recht evenredig te zijn met zijn ‘objectieve’, juridische schuld. Dat vormt het uitgangspunt van Humbeecks benadering van Claus. Fuhrmann, die zich hier helemaal in kan vinden, ontdekte zo een aantal waardevolle biografische aanvullingen. Bovendien bevatten zijn bachelor- en masterproef aanzetten tot extra hoofdstukken van het boek waar prof. Humbeeck nu al een paar jaren aan werkt. Dan is het bijna logisch om dat boek samen te schrijven, samen aan artikels te werken en samen onderzoek te doen.

 

Claus tussen aanhalingstekens

In dit artikel zullen er wel meer termen tussen aanhalingstekens worden geplaatst, want als het over Claus’ collaboratie gaat, moet je voortdurend aanhalingstekens in de lucht schrijven, aldus prof. Humbeeck. De nationaalsocialistische sympathieën van Claus kunnen teruggevonden worden rond zijn dertiende levensjaar en zouden dus een jeugdzonde kunnen worden genoemd. Claus deed daar sporadisch ook uitspraken over – zo gaf hij toe lid te zijn geweest van de Nationaal Socialistische Jeugdvereniging oftewel de NSJV – , maar Humbeeck en Fuhrmann zijn verder gaan peuteren, iets waar Fuhrmann volgens de professor in uitmunt. Zo ontdekten ze via directe en indirecte getuigen dat Claus, voordat hij lid werd van de NSJV, ook al lid was geweest van een nog radicalere jeugdbeweging die maar zo’n drie maanden heeft bestaan, namelijk de Vlaamsche Jeugd. Die beweging was eigenlijk een poging om een soort Vlaamse Hitlerjeugd vorm te geven. Dat werpt een nieuw licht op Claus: hoe jong hij ook was, hij was wellicht een stuk fanatieker dan altijd wordt beweerd en hij zelf beweerde. Hij was doordrongen van antisemitisme en er zijn zelfs aanwijzingen dat hij ondanks zijn jonge leeftijd een poging ondernam om zelf ‘ten strijde te trekken’. Tot het eind van zijn leven worstelde hij in zijn fictie met dat jeugdige radicalisme en zijn politieke en ideologische ‘engagement’, wederom tussen aanhalingstekens.

 

een nieuwe lezing

Humbeeck en Fuhrmann willen dat nu ook verder uitwerken, niet door Claus’ werk autobiografisch te gaan lezen, maar door na te gaan hoe Claus door autobiografische elementen te fictionaliseren het discours van een Vlaamse variant van het nationaalsocialisme probeert te ontregelen. Zo benadrukken ze dat Claus zelf dwingend suggereert in Het verdriet van België dat het niet afgelopen was met die sympathie voor het nationaalsocialisme en voor radicale vormen van Vlaams nationalisme toen de bevrijding aanbrak. Hij bleef heel erg verstrikt zitten in allerlei netwerken die te maken hadden met de collaboratie. Er duiken dus regelmatig nieuwe elementen op die interessant zijn voor hun Clausstudie en die ook interessant zijn om te laten zien dat Claus in zijn werk nagaat hoe het naoorlogse Vlaanderen in feite maar heel moeizaam afstand neemt van een racistisch getint discours dat men allang overwonnen acht. Dat is ook wat Aragorn heeft gedaan in zijn nieuwste bijdrage over Claus' poëziebundel ‘de Oostakkerse gedichten’, die wordt beschouwd als het poëtische hoogtepunt van onze na-oorlogse literatuur. Deze experimentele poëzie blijkt meer met de historische realiteit verweven dan velen tot nu toe zagen: Claus gaat hier voor het eerst de confrontatie aan met een bepaald totalitair gedachtegoed én hij onderzoekt op een manier die geschiedwetenschappers en ideologiecritici kan inspireren hoe een bepaalde Christelijke mythologie de totalitaire verleiding kon stimuleren. Dat kan een antwoord bieden op de vraag hoe een keurig katholiek opgevoede jongen als Hugo Claus kon vallen voor een moderne heidense ideologie als het nationaalsocialisme.

Met deze vernieuwende benadering van Claus’ werk is het dan ook interessant om de periode tijdens de bezetting en de eerste naoorlogse jaren te bekijken, want daarin heeft Claus niet echt veel geschreven. Die periode moet nog grondiger biografisch gedocumenteerd worden.  Het zwaartepunt van het onderzoek komt te liggen op die teksten uit zijn oeuvre waarin hij heel erg nadrukkelijk de worsteling aangaat met die periode of dat juist niet doet. Wat Fuhrmann en Humbeeck dus willen laten zien met hun biografisch en tekst-analytisch onderzoek is hoe Claus een discours van politiek radicalisme in zijn fictie verwerkt. Wat doet hij bijvoorbeeld met de typische beeldspraak van het nationaalsocialisme? Voorbarig antwoord: hij speelt er allerlei rare spelletjes mee en ook dat willen Fuhrmann en prof. Humbeeck laten zien.

Er is dus nog wat werk voor de boeg, om het met een understatement te zeggen. Maar als alles volgens plan verloopt, zal het boek in het najaar van 2019 verschijnen. Nieuwe voorpublicaties komen eraan. 



verrassende soon-to-be scripties

09/03/2018
scripties: wie schrijft wat? | Lisa Decré | dwars
🖋: 

Het scriptieseizoen is weer volop bezig. De bib zit steeds voller met puffende, gestresseerde studenten die af en toe schoorvoetend een bron trachten op te sporen tussen de rekken. Die zware labeur kan echter in enorm verrassende scripties resulteren. Wij visten bij een aantal studenten naar hun originele scriptie-onderwerpen: van commerciële ruimtereizen tot een programma dat fake news registreert en van Belle en het Beest tot de begindagen van de supermarkt. 

Elise – Strategische Communicatie

“Ik onderzoek welke houding we hebben tegenover ingrijpende technologische innovatie in een winkelsetting. Staan we bijvoorbeeld open voor supermarkten zonder kassa's, of ligt dat nog ver buiten onze comfortzone?

 

Anna – Taal- en Letterkunde

“Ik vergelijk het originele verhaal van Belle en het Beest met de filmeditie uit 2017, om uit te zoeken welke elementen er zijn veranderd of een nieuwe functie hebben gekregen.” 

 

Kristof – Productontwikkeling

“Het aantal auto's stijgt wereldwijd en elektronisch afval wordt steeds vaker naar ontwikkelingslanden afgevoerd. Daardoor is in Sub-Saharisch Afrika een slecht gereguleerde, vervuilende industrie ontstaan voor het recycleren van autobatterijen. Ik zal de gebreken binnen deze industrie analyseren om vervolgens een oplossing te zoeken voor een van de gebreken, die ecologisch een meerwaarde heeft voor mens en milieu en toch economisch rendabel blijft voor de lokale industrie. "

 

Charissa – Productontwikkeling

“Ik ontwerp een slim systeem voor leerlingen dat hen helpt om te gaan met smartphone-afhankelijkheid. Het helpt hen grip te krijgen op hun gebruik om zo beter om te kunnen gaan met de vrijheid rond smartphonegebruik die ze zullen krijgen in het hoger onderwijs.”

 

Dries – Sociologie

"Mijn scriptie zal gaan over ‘niet-klassieke’ jeugdverenigingen voor jongeren met een migratieachtergrond. Waarom starten mensen ze op, en waarom worden jongeren er lid van? Via diepte-interviews probeer ik hier zicht op te krijgen.”

 

Alessandra – Geschiedenis

“Ik wil onderzoeken of empathie met slachtoffers in de 18de eeuw zo gangbaar was als vandaag, waar we bij elke ramp meteen willen weten of en wie de slachtoffers zijn. Het is erg boeiend om terug te grijpen naar het verleden en te kijken hoe men toen omging met rampen.

 

Leonie – Computationele Psycholinguïstiek

“Voor mijn scriptie maak ik, in samenwerking met VRT, aanpassingen aan een Engels programma dat fake news detecteert, zodat het ook zou werken voor het Nederlands.”

 

Arthur Van Den Bossche – Rechten

“Mijn thesis gaat over de hot topics rond economische activiteiten in de ruimte, zoals commerciële ruimtevaartreizen en ontginningen. Daarnaast zoek ik uit wat de mogelijke toekomstperspectieven zijn van het juridische ruimtevaartbeleid."

 

Ward – Geschiedenis

“Ik probeer te achterhalen hoe de Belgische voedseldistributeur en -producent Delhaize bijdroeg tot de creatie van een nieuwe consument, met de opening van supermarkten tussen 1957 en 1975. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde de levensstijl van de bevolking in West-Europa heel erg. Een verhoogde levensstandaard veroorzaakte een consumptiecultuur. Voedseldistributeurs zoals Grand Bazar en Delhaize waren hierdoor genoodzaakt hun winkelsysteem aan te passen. Het antwoord op deze nieuwe consumptiecultuur was de supermarkt, gekenmerkt door een grotere winkeloppervlakte met meer en goedkopere producten en zelfbediening met winkelkarretjes."

 

Shana – Filmstudies en Visuele cultuur

“Voor mijn masterproef probeer ik via interviews met kunstenaars en media-experts na te gaan of sociale media de seksuele censuur in schilderkunst verhogen. Ik bestudeer hoe kunstenaars met die media omgaan vooraleer ze iets posten en of censuur effect heeft op hun werk. Ook achterhaal ik of we volgens hen kunnen spreken van een nieuwe preutsheid of verpreutsing in de kunst, al dan niet onder invloed van #metoo.”

 

Pieter – Bio- en Medische Fysica

“In mijn scriptie doe ik onderzoek naar hoe het kan dat kleine niet-zoogdierachtigen, zoals hagedissen, elkaar kunnen horen. Zij traceren geluiden op een heel andere manier dan zoogdieren. Het verschil is te vinden tussen de oren. Zoogdieren hebben volledig geïsoleerde middenoren en gebruiken enkel de uitwendige informatie van het geluid. De niet-zoogdierachtigen hebben echter bijna allemaal een interne verbinding tussen hun oren, vaak via de neus-mondholte. Met dit anatomische trucje zijn zij in staat om te achterhalen waar het geluid vandaan komt. Als het geluid een trommelvlies doet trillen, wekt deze een golf op die door de gang loopt en het andere trommelvlies 'hindert'. Hierdoor lijkt het alsof één oor dichter bij de bron is en kunnen ze geluid traceren. Ik bouwde met een 3D-model het middenoor van de bruine anole (hagedissoort) na, om kwantitatief na te gaan hoe goed de golven het andere trommelvlies beïnvloeden. Het zal het eerste volwaardige computermodel zijn dat deze gekoppelde oren onderzoekt."

 

Zoë – Productontwikkeling

"Ik wil een hulpmiddel ontwikkelen voor bariatrische patiënten tussen 18 en 60 jaar, waarbij digitale elementen worden gecombineerd met een fysiek product. Het doel is motivatie en ondersteuning te bieden om gewoontes te doorbreken, onmiddellijk na de ingreep. Het product zal zo zorgen voor een blijvende verbetering van de levensstijl. Dit is belangrijk omdat steeds meer zware obesen een chirurgische maagingreep overwegen om hun gewicht sterk en langdurig te verlagen. Veel van deze bariatrische patiënten hervallen echter na verloop van tijd terug in hun ongezonde eetgewoonten en komen zo terug gewicht bij." 



editoriaal

07/03/2018
[editoriaal Anouk 6] (© [Lisa Decré] | dwars)
🖋: 

Ik moet bekennen dat ik een krom pepertje ben. Zo eentje als op de cover van het boek Prettig perfect? dat onze universiteit afgelopen maand uitbracht. Diezelfde rode groente lokt je ook naar een online zelftest om je eigen perfectionisme te berekenen. Het helpt alvast niet dat je achteraf zelf je aantal ja'tjes optellen moet – de servers van onze universiteit hebben ook hun gebreken.

De frustraties die met het optellen gepaard gingen, voorspelden mijn uitslag. En zo'n groente zijnde, kook ik vaak. Van de imperfectie van de wereld. En vooral: van de imperfectie van mezelf. Een geblutst pepertje heeft vele kantjes om aan te werken en hoewel ik graag overal – zo snel mogelijk – zoveel mogelijk – vooruitgang wil boeken, is dat niet altijd haalbaar.

Met zo'n drang om overal het beste van te maken, ontbrak het me jarenlang aan durf om een (groter) engagement aan te gaan. “Je werk is nu nog niet eens foutloos”, fluisterde het bezorgd engeltje op mijn schouder. Hoe in godsnaam durfde ik dan te lonken naar het dwarse roer? En ja, we zijn nog steeds niet perfect, maar er ligt desalniettemin wél weer een nieuwe editie in je handen. We houden koers. 

Koers houden betekent ook stormen overwinnen. De moeilijkste zijn vaak degene die je zelf hebt geschapen. Je eigen tekortkomingen steeds op je kaart zien staan, is afmattend. Ze bakboord laten liggen, voelt dan weer als egoïstisch genegeer. Het schipperen tussen die twee uitersten wordt verzwaard wanneer de wind fluisterstemmen meedraagt die net je onzekerheden en imperfecties bevestigen. Maar zelfs met zo'n bries in de zeilen geraak je vooruit.  

Het leren inzien dat niet alles uitstekend hoeft te lopen, was een moeizame ontdekkingsreis. En hoewel ik nog steeds kan verdrinken in het nastreven van de pittige perfectie, weet ik intussen dat ik ook minder vurige kantjes smaken kan. Iedereen mist ergens wel een hoekje. Overal vind je wel een foutje – ongetwijfeld ook weer in deze dwars. Maar daarom presenteer ik haar niet minder trots.



de toogfilosoof

05/03/2018
'hondenmensen zijn sadistische psychopaten' (© Stine Moons | dwars)
🖋: 

Zijn brein half verkankerd van het vele zuipen en zijn tong getraind door al het pseudo-intellectuele getheoretiseer, heeft de zotgestudeerde student de vervelende gewoonte ontwikkeld om zichzelf te verliezen in eindeloze monologen. Verketterd en verstoten door zijn vrienden zoekt hij zijn toevlucht in een troosteloos bruin café. Daar vindt hij een luisterend oor voor zijn absurd gebral. Daar vervult hij zijn lot. Daar wordt hij: de toogfilosoof.

Even goede vrienden, beste waard, maar die Belgium van u, die drink ik niet. Ik ben misschien wel zat, maar daarom nog niet zot! Vrijwillig een Belgium drinken is gelijk met uw bakkes wijd open onder het balkon van ’t kasteel in Laken gaan staan en koning Filip vragen om te pissen in uw muil. Nee meneer, zwelgen in zo veel vaderlandsliefde is voor ons Belgen onnatuurlijk. Wij krijgen daar identitaire kortsluiting van.

In dit land drinken wij juist bier om te ontsnappen aan de hopeloos complexe puinhoop die onze nationale identiteit is en de permanente existentiële crisis die dat met zich meebrengt. Om dan ons meest geliefkoosde bier vervolgens tijdelijk de naam Belgium – in het Engelands dan nog wel – te geven is niet meer en niet minder dan een dikke vette majeur in ons gezicht.

En daarbij, die Rode Duivels, ik moet ze niet. Een geforceerd stelletje mediasletten, dik betaald door de monarchistische voetbalbond, om het land bij mekaar te houden. Tous ensemble, maar enkel zolang het uitkomt voor hun portemonnee. Ik word daar niet warm van.

Met voetbal krijgt men alles verkocht, zo zullen ze in Laken wel gedacht hebben. En ze hebben een punt. De enige reden waarom die gesmolten poembaksmoel van Tom Coninckx überhaupt nog op televisie komt, is omdat die man een voetbalprogramma presenteert. De bal rolt, de kijker slikt.

Voetbal is de kanker van onze samenleving. Neen, u heeft me niet verkeerd verstaan; de morele en psychologische degradatie van onze jeugd is al volop aan de gang. Hoe vraagt u? De meest wraakroepende wantoestanden, de meest verdorven praktijken, het minst verdedigbare wangedrag; in de context van voetbal wordt de verontwaardiging systematisch buitenspel gezet.

Als onder hypnose kijken ouders toe hoe de ene na de andere reclamespot voor bier en goksites op het netvlies van hun voetbalgeobsedeerde kinderen wordt gebrand. Of vinden we het ondertussen normaal dat er tijdens een uitzending van een Champions League-wedstrijd maar liefst zes reclames voor bier en dubbel zo veel voor goksites worden getoond?

En wat er op het veld zelf gebeurt, is ook niet van de poes. Op haast ceremoniële wijze zijn de heren voetballers, de rolmodellen van menig kind, voortdurend in de weer met het tegenspreken, beschimpen, ridiculiseren en bedotten van de enige vorm van absoluut gezag op het speelveld: de scheidsrechter.

De grown-ups schudden eens gelaten met het hoofd bij de zoveelste schwalbe van Neymar, voetbalgekke meisjes en jongens kijken in vervoering toe naar zoveel overgave: wát een winnaar!

Ondertussen hangen hun kamers vol met posters van Messi en Ronaldo, twee meesterfraudeurs van intergalactisch kaliber die bakken Spaans belastinggeld verduisteren – de zwaar verlieslatende topclubs in Spanje worden voor miljarden door de overheid gesubsidieerd – om er vervolgens dure wagens, privéjets en lelijke tatoeages mee te kopen. Kinderen die fraudeurs en valsspelers idoliseren, 't is proper.

Onthoud mijn woorden: binnen enkele WK’s is het zover. Onder het mom van voetbalplezier is dan heel de natie verworden tot een drank- en gokverslaafd proletariaat zonder enige zin voor rechtvaardigheid. 

Ons fiere Vlaamse volk, op lepe wijze geknecht door de van Saksen-Coburgs, die nu samen met een oligarchie van voetbalsterren, gokbaronnen en bierfabrikanten de macht stevig in handen hebben. De voetbalmanie heeft Walen en Vlamingen al even dom en afgestompt gemaakt als hun noorderburen en ook koning Filip laat als een ware despoot zijn naamdag vieren door de met liters Belgium verdoofde natie.

Neen. Belgium, ik drink het niet. Geeft mij maar ne goeien Duvel. En gjiene rooie hé, beste waard, nen echte! Want die rooi Duvels die mogen ze van mijn part allemaal op een vliegtuig zetten naar China!



het laatste woord

04/03/2018
malapropisme (© Annelies Belemans | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘malapropisme’.

Ooit al eens een staande ovulatie gekregen? Een hartelijk koekje gegeten, dat je proefde met je smaakpupillen? Of heb je misschien al eens de flamingo gedanst? Het zou me ten zeerste verbazen. Je eisprong kan je misschien weleens al staande hebben gekregen (al wordt natuurlijk ‘staande ovatie’ bedoeld), maar tenzij dat koekje oprecht sympathiek was in plaats van hartig, en je het met je ogen verslonden hebt in plaats van met je smaakpapillen, spreken we hier van malapropismen. Mala-wat? Wikipedia, zeg het eens: “Een verhaspeling of malapropisme is het onjuiste gebruik van een woord, doordat het woord wordt verward met een ander woord dat er vormelijk op lijkt.” Hoed je voor dit taalfenomeen, want mensen die zich schuldig maken aan malapropismen komen vaak niet al te snugger, en zelfs een beetje komisch over. Want zeg nu zelf: houd jij je gezicht in plooi als iemand zegt dat hij de flamingo gaat dansen?

Een bekend ‘malapropist’ is Mrs. Malaprop uit het toneelstuk The Rivals van Richard Sheridan uit 1775. Zij gaf zelfs haar naam aan het begrip. Erg eloquent is ze niet, hoewel ze wel doet alsof. Ze verspreekt zich constant door woorden te gebruiken die lijken op de woorden die ze bedoelt. Zinnen als “He is the very pineapple of politeness!” (wat pinnacle hoort te zijn) of “She's as headstrong as an allegory on the banks of the Nile” (allegorieën op de Nijl? Eerder alligators, me dunkt) zijn haar niet vreemd. Richard haalde zijn inspiratie voor de naam van Mrs. Malaprop dan weer van het Franse mal à propos, wat ‘ongepast’ betekent. En ongepast wordt het, als men bij erg koud weer vraagt of opa wel terminaal ondergoed aanheeft (in plaats van de thermische variant).

Hopelijk hebben nog niet al te veel mensen dat malapropisme gebruikt. Nochtans zijn er enkele die vrij hardnekkig zijn. Mensen worden niet in kritische toestand naar het ziekenhuis gebracht, tenzij ze volop kritiek uiten op die verdomde ziekenhuizen terwijl ze in zorgelijke (kritieke) toestand zijn. In de zin ‘Aan je elleboog likken is fysisch onmogelijk’, bedoel je waarschijnlijk lichamelijk, fysiek dus, en geef je liever geen wetenschappelijke uitleg over de fysica. En laat de veroordeelde alsjeblieft niet naar het hof van castratie gaan, als je cassatie bedoelt. Al is het nog je aarsvijand. Ik bedoel, aartsvijand.



of Ivanka Trump het recht heeft om haar vader te geloven

04/03/2018
[mag ik je vertrouwen, papa?] (© [Alex Noels ] | dwars)
🖋: 
Auteur

De Olympische Winterspelen zijn achter de rug. Een internationaal evenement waar bijna ieder land zich laat vertegenwoordigen. In sportief opzicht, maar ook in politiek opzicht. Ivanka Trump was ook aanwezig. Ze is in Korea geïnterviewd door NBC News, over hele andere dingen dan sport: namelijk over de beschuldigingen aan haar vader, die zich seksueel zou hebben misdragen. Ze antwoordde dat het nogal ongepast is om een dochter deze vraag over haar vader te stellen en vond dat ze als dochter het recht heeft haar vader op zijn woord te vertrouwen.

Ik wil het niet hebben over of een dergelijke vraag ongepast is. Dat er een rollenconflict bestaat is niet te ontkennen, de dochter van de president zijn én een senior staffmember, is bijna vragen om problemen. Maar laten we een stapje terug nemen van wie Ivanka Trump is en wat dieper ingaan op wat ze nog meer zei, namelijk dat je als dochter het recht hebt om je vader te vertrouwen. Laten we het over rechten hebben.

Hebben we als mensen recht om iemand die we lief hebben of die dichtbij ons staat te vertrouwen? Dat het niet in de grondwet staat is zeker, en ook in het Europees verdrag voor de rechten van de mens zal je er niets over vinden. Een recht dat niet in een wet of verdrag is opgenomen, is geen recht. Althans, als we de filosoof Jeremy Bentham mogen geloven. Deze zogenaamde natuurlijke rechten zijn volgens hem onzinnig en er kan dus ook niet op beroepen worden. Toch maakt dat de uitspraak niet meteen tot een raar idee.

Stel nou dat we het omdraaien naar een plicht, een plicht om een geliefde of familielid te wantrouwen. Stel nou dat we Ivanka zouden verplichten haar vader níét op zijn woord te geloven. We stuiten meteen op een probleem: wantrouwen kan niet worden afgedwongen. Een ander probleem ligt al net zo voor de hand: als we onze geliefden en familie moeten wantrouwen, wat blijft er dan over van die zogenaamde ‘liefde’? Vertrouwen lijkt fundamenteel deel uit te maken van wat liefde en familie betekenen. De plicht om te wantrouwen heeft geen poot om op te staan.

Ondanks dat het recht om iemand te vertrouwen niet een recht is waar je je op kunt beroepen, is het wel een recht waar we als buitenstaanders rekening mee kunnen houden. Wanneer iemand aangeeft een ander te vertrouwen, júíst omdat het familie is, geeft dit een duidelijk signaal: het signaal van een subjectief oordeel. Het enige alternatief lijkt een subjectief oordeel verpakt in een feitelijke uitspraak. Een uitspraak als ‘mijn vader is onschuldig’ of ‘mijn vader zou nooit zo iets doen!’, alternatieven waar we allemaal nog meer afkeer voor voelen dan voor de status quo.

Om terug te komen op Ivanka Trump; is wat ze zegt dan wel relevant? Dat ze zich beroept op het natuurlijke recht om haar vader te geloven geeft het antwoord. Zolang het niet zeker is dat Donald Trump schuldig is, zal ze hem vertrouwen. Niet omdat hij te vertrouwen is, maar omdat ze zijn dochter is. Dat betekent voor ons dat we niets aan haar woorden hebben, maar vooral dat Ivanka Trump lef heeft. Het lef om toe te geven dat haar standpunt niet meer is, en niet meer kan zijn, dan een mening.



ben jij een boekenjager?

04/03/2018
[de Boekenjagers] (© [Camille Van Landegem] | dwars

Een hart voor fijne initiatieven? Geven zonder per se ook te nemen? Sociale media maken het mogelijk om mensen dichter bij elkaar te brengen en hun passies op originele manieren te laten delen. De Boekenjagers is zo'n voorbeeld, daarom kloppen we aan bij Veerle Nijs, oprichtster van het Facebookplatform De Boekenjagers.

Vangen, lezen en opnieuw vrijlaten in de natuur, dat is het principe waarop De Boekenjagers steunt. In concreto: dat ene (on)gelezen boek in je boekenkast dat ervoor zorgt dat je geen plaats meer hebt voor nieuwe exemplaren verpakken in een luchtdicht zakje met een leuk briefje erbij én verstoppen. Nog even een korte melding met tip van je verstopplaats ... en het zoeken kan beginnen. Niets houdt je tegen om ook vice versa te werk te gaan. Haal die speurneus boven en ga zelf op zoek naar die verborgen schat.

 

de nieuwe Pokémon Go

Het platform van De Boekenjagers bestaat sinds 2016. Na over de Waalse variant te hebben gelezen in de krant, was Veerle erg enthousiast: “Ik vond het zo’n geweldig concept dat ik vond dat we in Vlaanderen ook zoiets nodig hadden”, luidt het. En zo werd De Boekenjagers geboren. Amper een jaar later was het platform uitgegroeid tot een grote online community die offline plezier vond in het zoeken naar en verstoppen van boeken. NewsMonkey noemde De Boekenjagers zelfs ‘de nieuwe Pokémon Go’ en bestempelde het als dé nieuwe trend van 2017.

Met bijna 35.000 leden is dit een enorm groot initiatief. “De oorspronkelijke Waalse groep heeft ook erg veel leden, maar in andere landen lijkt het initiatief niet echt van de grond te komen”, stelt ze vast. “In Nederland heb je wel het geweldige ‘Voor jou van mij’, maar daar draait het principe om het droppen van kleine, meestal zelfgemaakte cadeautjes, niet van boeken." Dat is dan toch niet helemaal hetzelfde. Als laatste haalt Veerle ook nog geocaching aan als voorbeeld. Bij geocaching download je een applicatie op je telefoon waarmee je dan kan gaan zoeken naar uiteenlopende items die mensen verstopt hebben. Het leuke aan boekenjagen is dat je weet naar wat je op zoek bent. Als je van boeken houdt, zal je nooit teleurgesteld achterblijven.

Het raakt Veerle vooral wanneer er echte vriendschappen ontstaan dankzij De Boekenjagers. Wanneer mensen elkaar online vinden en een liefde delen voor een bepaald boek, dan ontstaat er soms een band. Maar er zijn zo ook grappige verhalen: “Bijvoorbeeld toen een man trots thuiskwam met een gevonden boek, waarop zijn vrouw hem lachend zei dat zij het boek daar eerder op de dag zelf verstopt had”, deelt ze ons mee. “Ook de spitsvondige, toepasselijke verstopplaatsen waar mensen droppen zijn soms hilarisch. Zo verstopte onlangs iemand het boek ‘Vochtige streken’ bij een condoomautomaat.” Je moet het maar bedenken.

 

schattenjacht

Ze vertelt ons dat ze een zwak heeft voor kindjes: "Zij vinden zo'n schattenjacht geweldig. Het gebeurt soms ook dat zo'n kindje een boek geheel toevallig vindt. Héérlijk toch! Een speeltuin of in de buurt van een school dus, dat zijn mijn favoriete plaatsen", klinkt het.

Of je nu op boekenzoektocht gaat als zevenjarige in de plaatselijke speeltuin, of als twintiger op de campus van je universiteit, het boekenjagen zit duidelijk in de lift. Het is een duurzame manier om boeken te recycleren en plaats te maken in je vaak overvolle boekenkast. Wij hebben alvast zelf twee boeken verstopt rond de campus. Wie komt er mee boekenjagen met ons? 

 

Interesse om zelf Boekenjager te worden? www.facebook.be/groups/boekenjagers  

 



duizendpoot met een mening

02/03/2018
🖋: 

Een duizendpoot. Werkstudente van de Master Meertalige Professionele Communicatie aan de UAntwerpen, columniste bij De Morgen, graag geziene gast bij Radio 1, marketeer, oprichtster en voorzitster van Amana vzw, evenals oprichtster van Jeugdhuis Fleks, bij gelegenheid gastdocente aan enkele hogescholen, zelfstandige en zeer actief rond sociale media en ondernemerschap. Zoals ik reeds zei, een duizendpoot dus. Mag ik u voorstellen: Yasmien Naciri, amper 26 lentes jong.

Uit je Instagram stories - ‘smienos’, voor de geïnteresseerden - kon ik reeds opmaken dat Cuperus je favoriete koffiebar is, met welke koffie en gebak kan iemand je hier gelukkig maken?

 

“Ik kies meestal voor thee, van koffie krijg ik nogal snel een zwaar gevoel. Mijn voorkeur gaat uit naar eender welke thee met kruiden”, luidt het. “Als het dan toch een koffie moet zijn, geef me dan maar een cappuccino met slagroom en stukjes maltesers bovenop.” Wanneer het nadien over gebak gaat, zegt ze enthousiast: “Gebakjes, alle gebakjes waar chocolade in verwerkt is!”

 

Met studeren, werken én ondernemen zit je agenda behoorlijk vol. Hoe houdt je deze combinatie in godsnaam staande?

 

Yasmien heeft zichzelf één regel opgelegd: “Mijn lessen zijn prioritair. Ik probeer steeds aanwezig te zijn. Indien dit onmogelijk is, probeer ik me steeds via mail te excuseren bij de desbetreffende professor.” Het is zwaar om zelfstandige te zijn, het vergt de nodige planning, organisatie en kosten. Toch behoudt ze een zekere vorm van vrijheid: “Ik heb de mogelijkheid om ook ‘s avonds steeds verder te werken. Tussen de lessen en vergaderingen door werk ik dan aan mijn columns. Wat echter wel nadelig is, is dat er op deze manier gewoon geen einde aan een werkdag komt.”

 

Kreeg je je gedrevenheid met de paplepel ingelepeld?

 

Ze geeft aan dat fijne leerkrachten in het secundair en een zelfstandige en onafhankelijke mama haar mee hebben gevormd tot wie ze nu is. Ook de koppigheid om iets te bereiken en de overtuiging een verschil te betekenen voor de samenleving kreeg ze mee van haar moeder. “Ik ben het kleinkind van een mijnwerker en thuis hebben we het nooit erg breed gehad. Deze situatie heeft me pijn gedaan en ook heel wat invloed gehad op mijn studies", klinkt het.

 

Zo was een gangbare studiereis in het middelbaar geen sinecure voor haar. “De directeur en leerkrachten van mijn school hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat ik een korting kreeg zodat ik toch kon meegaan met mijn klasgenoten. Dit heeft invloed gehad op de manier waarop ik kijk naar de samenleving en mensen die het minder goed hebben. Daar wil ik iets voor terugdoen.”

 

Je kreeg in september de kans om als jongste spreker deel te nemen aan de eerste TED Talk in Antwerpen. Hoe heb je dit ervaren?

 

“Ik had in eerste instantie een heel ander beeld meegekregen van wat dit zou worden: een zaaltje met honderd man en een presentatie in het Nederlands. Wat bleek? Het zouden uiteindelijk geen honderd mensen zijn, maar wel een overvolle Arenberg met maar liefst 800 paar ogen op mij gericht. En oh ja: het was wel degelijk in het Engels”, vertelt Yasmien die nog steeds onder de indruk is. “Op voorhand gingen we eten met de andere sprekers, enkele bekende ondernemers, een rector, mensen uit het Verenigd Koninkrijk. Toen merkte ik het enorme niveauverschil en dat maakte me erg bang. Ze waren er echter snel bij om me gerust te stellen en gaven me nog enkele tips.” Alles liep dan wel als gepland  ze deed gewoon alsof er niemand in de zaal zat  na haar storytelling moest ze toch even terug op adem komen. Het is duidelijk, ze verlegt graag haar grenzen.

 

De titel van haar presentatie was A woman of colour, waarin ze sprak over de diversiteit in de media, en dit vanuit haar eigen persoonlijke ervaring: “Ik werd bij De Morgen geïntroduceerd als ‘de eerste hoofddoekdragende die columns schrijft voor een krant’, waardoor ik me in eerste instantie gereduceerd voelde tot mijn uiterlijk. Nu begrijp ik beter waarom dat ook belangrijk kan zijn.”

 

Je bent zeer actief op sociale media. Tijdens de afgelopen examenperiode besloot je om je persoonlijke Facebookprofiel tijdelijk op inactief te zetten. Wat deed je ertoe aanzetten om over te gaan tot deze keuze?

 

“Dit is iets wat ik wel vaker probeer te doen, en de examens zijn daar de geschikte periode voor”, verklaart Yasmien. “Facebook bezorgt me enorm veel prikkels, ik krijg heel wat toegestuurd maar heb niet de tijd om alles te openen, en dat wekt frustratie op”, vertelt ze terwijl ze me de overvloed aan ongeopende berichten toont.

 

“Mensen hebben vaak de verkeerde mentaliteit: ze sturen je iets en verwachten meteen een antwoord, maar ze vergeten dat ze niet de enigen zijn. Er bestaat geen geduld meer, er worden antwoorden geëist en voor mij geldt nog steeds de regel: tijd is kostbaar”, vervolgt ze. “Ik bied mensen ook wel een alternatief, hoor. Wil je me echt bereiken? Stuur me dan een mailtje of zet iets op mijn prikbord! Op deze manier centraliseer ik mijn communicatie en gaat er geen informatie verloren.”

 

Als je een bekend persoon mocht kiezen met wie je de kans kreeg om een avond weg te gaan, wie zou dit dan zijn en hoe zou die avond er voor jou idealiter uitzien?

 

Na enige aarzeling kiest Yasmien toch voor iemand uit haar brede kennissenkring: Ish Ait Hamou: “Ik heb zelf ook gedanst en keek steeds erg naar hem op. Het traject dat hij heeft afgelegd  van choreograaf naar iemand die spreekt over samenlevingsproblemen en romans schrijft  vind ik zeer interessant.” Haar keuze staaft ze bij met de volgende verklaring: “Met Ish zou ik uren kunnen babbelen over kunst, dans, schrijven en de samenleving. Hij is een zeer positief iemand, down to earth, realistisch, niet naïef en hij durft de dingen te benoemen zoals ze zijn.”

 

Heb je nog een ultieme tip die je kan meegeven aan jonge ondernemers?

 

Volgens haar is het belangrijk om geen schrik te hebben, besef echter dat het ondernemerschap niet altijd rozengeur en maneschijn is: “Wees realistisch, maar wel pósitief realistisch. Weet dat er gevaren zijn, maar wees wel positief en focus op de mogelijkheden om je doel te realiseren.” Daar voegt ze ten slotte nog aan toe: "Durf hulp vragen en ook gas terugnemen indien nodig."

 

 

Volg je Yasmien graag op Twitter? https://twitter.com/smienos