een boekvoorstelling om 'u' tegen te zeggen

17/02/2019
1942.Het jaar van de stilte (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Onze rector Herman van Goethem stelde vorige week, in samenwerking met uitgeverij Polis, zijn nieuwste boek voor: 1942. Het jaar van de stilte. Los van hoezeer het boek aan te prijzen is, focussen we voor de verandering op de boekvoorstelling zelf. Een student die verrijking zoekt, kan die hier vinden; zelfs nog voordat er een boek opengeslagen wordt.

Elke professor kan getuigen dat de aula Rector Dhanis laten vollopen niet de gemakkelijkste opdracht is. Zeker niet als het voor 9 uur ‘s ochtends, of na 17 uur ‘s avonds is. Als de rector een boek voorstelt, lukt dat blijkbaar met gemak. Van Goethem merkte dan ook een beetje ondeugend op dat hij blij was “dat voor een keer al zijn studenten aanwezig waren”. Op de 700 bezette plaatsen zaten echter voornamelijk niet-studenten van Van Goethem, of toch niet van het afgelopen decennium. Dit zou de concentratie ten goede komen, die veel hoger was dan tijdens de meeste colleges gegeven in deze aula. Naast een mogelijk record voor de bezettingsgraad van het K-gebouw, mag dit enorme aantal trouwens ook gelden als een historisch moment in de relatief korte voorgeschiedenis van boekvoorstellingen. De meeste moeten afkloppen op de helft of minder.

 

Als je nog niet overtuigd was van het belang van dit nieuwe boek van de rector, verklapten de aanwezigheid van een cameraploeg van VRT nieuws, burgemeester De Wever in hoogst eigen persoon en schrijver Jeroen Olyslaegers dat het een atypische, veelbetekenende boekvoorstelling zou worden. Uitgever Harold Polis nam als eerste het woord. Hij beschreef kernachtig – maar niet kort – de thema’s die 1942. Het jaar van de stilte behandelt. Belangrijk op een boekvoorstelling! Van Goethem brengt met 1942 verzwegen feiten uit het kanteljaar van de Tweede Wereldoorlog aan het licht. De verhalen van slachtoffers die zich toevallig of niet in het verdomhoekje ophielden, het opportunisme van overheden tegenover de bezetter, ambtenaren die soms maar wat graag meewerkten met de Duitsers en hoe het er precies aan toeging bij de politiediensten tijdens deze Wereldoorlog. Dit alles wordt beschreven in dagboekvorm én in de tegenwoordige tijd, een atypische keuze voor een non-fictie geschiedenisboek. Hierdoor wordt het licht dat Van Goethem schijnt op de lang ‘verzwegen’ momenten uit de Tweede Wereldoorlog, een stuk persoonlijker, misschien zelfs intiemer. Het zou een foute inschatting zijn te denken dat we het ondertussen wel allemaal weten. Polis merkt op dat “de stilte een groot deel van de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog heeft opgeslokt.” Gelukkig zorgt de rector bij deze voor een rechtzetting.

 

Bart de Wever, zelf historicus van opleiding, had de eer het boek in te leiden. Hij beschreef het boek in termen van ‘noodzakelijk’ en ‘een meesterwerk’. Deze benamingen vielen meermaals, en vanuit de verschillende stoelen van de sprekers. Herhaling lijkt opnieuw een krachtig middel, bij het buitengaan waren 700 hersens geconditioneerd om te denken over het boek als ‘een noodzakelijk meesterwerk’. De Wever heeft niets dan lof voor 1942. Of we hem moeten geloven, is moeilijk in te schatten, maar hij verklaart het boek te hebben gelezen in de auto, tijdens de lunch en zelfs op het kleinste kamertje. Wegleggen kon hij het enkel wanneer het niet anders kon, door fysieke uitputting. Krachtige woorden van De Wever.

 

Na deze lovende woorden, kwam eindelijk Van Goethem – the man of the hour – zelf aan het woord, in gesprek met schrijver Jeroen Olyslaegers en Harold Polis. Het voelde een beetje aan als een dubbelinterview. Dit lijkt op het eerste zicht vreemd, maar vindt een verklaring in het ontstaansproces van Wil (2016), de bestseller van Olyslaegers. Van Goethem adviseerde de auteur tijdens het schrijven van deze roman, die grotendeels over het Antwerpse politiekorps tijdens de Tweede Wereldoorlog gaat. Er kwam dus eerst een roman voort uit Van Goethems jarenlange onderzoek, en nu een non-fictieboek. Dat Van Goethem toen al twaalf jaar bezig was met dit onderzoek, mag verklaren waarom hij drie jaar geleden al waardevol advies kon geven. Twaalf jaar! Een werk van lange adem dus, dat nu in boekvorm de wereld ingestuurd wordt. Van Goethem zelf was - niet verwonderlijk - ‘op’ aan het eind van de avond. Ik neem de vrijheid dit te interpreteren als niet enkel op deze gespreksavond slaand, maar ook op dit hele monnikenwerk.

 

Op de vraag of Olyslaegers niet beter had gewacht tot het onderzoek afgerond was, komt een nogal vaag antwoord. De feiten die na de publicatie van Wil nog aan het licht kwamen, waren volgens Olyslaegers té ongeloofwaardig om in de roman te verwerken. Hoewel ze waargebeurd waren en in dit non-fictie boek hun plaats hebben, zou niemand ze geloofd hebben als hij ze zou hebben opgenomen in een roman. Het gesprek meandert verder en hier en daar worden al enkele van de beschreven ‘stiltes’ aangestipt. Van Goethem wijst op de absolute medewerking van de Deurnese politie aan de razzia’s, maar zet ook meteen recht dat niet heel het Antwerpse politiekorps betrokken was bij de razzia’s: maar 200 van de 1600 politieagenten zouden effectief deelgenomen hebben aan de gruwelijke ophalingen.

 

Hoewel de sprekers niet al te diep ingaan op de inhoud van het boek, worden de vele toehoorders toch geprikkeld om het boek te lezen. Het boek wordt overladen met complimenten en er wordt voortdurend gezinspeeld op de grote impact die de onderzoeksresultaten zullen hebben. Een geslaagde formule, te merken aan de lange rij aan de boekenstand, verzorgd door immer professionele boekhandel De Groene Waterman en het geroezemoes tijdens de receptie nadien. Ongetwijfeld anders dan aan het einde van de vele colleges die al in het K-gebouw werden gegeven, had niemand haast om te vertrekken. Helemaal zeker ben je daar natuurlijk nooit van, maar dat lag mijns inziens niet enkel aan de hapjes die ter beschikking waren.



de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

13/02/2019
de Salamander (© Corine Nelemans | dwars)
🖋: 

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent echter niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan. Er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

In januari 2016 verruilde Billy Bruyndonckx (29) de dj-booth voor de toog van De Salamander, beter bekend als ‘de Sali’. Billy's grootvader, die vorig jaar overleed, heeft er indertijd mede voor gezorgd dat hij De Salamander kon overnemen. Billy had een heel goede band met zijn grootvader. “Ik zou hem graag nog eens aan m’n toog willen”, zegt hij zachtjes. 

De Salamander is in januari al drie jaar in de handen van Billy, maar hoe lang het café daarvoor al bestond, weet hij niet. Wel weet hij te vertellen dat het al acht jaar de naam De Salamander draagt, en dat het pand al erg lang een café is. Daarvoor luisterde het café naar de naam Captain's Cabin. Vroeger bestond het pand uit twee verschillende gebouwen. “Dit gebouw was een café”, vertelt Billy terwijl hij wijst naar het plafond. “Je ziet het hoogteverschil tussen de twee delen. Het gedeelte aan de voorkant was vroeger een groentewinkel. Ik spreek nu wel over lang geleden.”

Het was geen jongensdroom van Billy om café-uitbater te worden, maar De Salamander kwam nu eenmaal op zijn pad en werd een nieuwe uitdaging. “Ik heb altijd in de horeca gewerkt. Ik heb gedraaid, ben discotheekmanager geweest en heb nog in ’t Vervolg gewerkt. Ik zou niet willen zeggen dat een eigen café uitbaten een logische stap was, maar ik was het draaien beu en wou eens iets anders proberen. Daarom ben ik met De Salamander begonnen.”

Billy is begonnen als dj Billuga toen hij achttien jaar was. Het begon als een hobby waarbij hij draaide op kleine feestjes. Op zijn 21ste is hij begonnen als zelfstandig dj, iets dat hij heeft gedaan tot zijn 26ste. In de Antwerpse cafés was Billy een vast gegeven, maar daarnaast heeft hij op talloze andere locaties mogen draaien. “Ik ben in Frankrijk geweest, in Italië, heb een keer Summerfestival gedaan … Ik denk dat ik bijna alle grote clubs wel heb gehad, waaronder de NOXX en de Red & Blue. Maar ook op bedrijfsfeesten en huwelijken heb ik gedraaid, een beetje allround.” Als je Billy eens achter de draaitafels wilt zien staan, kun je hem nog regelmatig vinden op grote TD’s in Antwerpen. 

 

Ze zeggen altijd dat je studententijd de leukste tijd van je leven is. Maar over het algemeen kan het leven toch schoon zijn.

 

Op de vraag of Billy gestudeerd heeft, krijg ik een kort maar krachtig antwoord. “Ik heb een week gestudeerd, ja. Eigenlijk heb ik drie jaar gestudeerd, maar ik heb drie jaar geen zak gedaan. Verbloem dat wel een beetje, hè. Ga nu niet schrijven dat ik een nietsnut ben”, lacht hij. Billy was misschien niet zo’n serieuze student op school, maar hij was wel serieus aan het genieten van het studentenleven. “Mijn nicht heeft mij op een middag ’t Vervolg ingejaagd en ik ben daar niet meer vertrokken. Ik schreef me in bij Eligia, heb me laten dopen en heb nog een jaar als feestleider in het presidium gezeten. Ze zeggen altijd dat je studententijd de leukste tijd van je leven is. Ik ben het daar wel mee eens. Niet dat ik me nu niet amuseer, maar in die tijd heb je minder verantwoordelijkheden, minder kopzorgen. Dus op dat gebied zal het misschien ietsje leuker zijn geweest. Maar over het algemeen kan het leven toch schoon zijn.”

Welk beroep Billy zou uitoefenen als hij geen café-uitbater zou zijn, is een groot raadsel. Billy vertelt dat hij op de middelbare school metaalbewerking heeft gedaan en dat hij denkt dat hij daar waarschijnlijk in beland zou zijn als hij niet was gaan studeren. “Zolang ik het nog kan en het plezant blijft, wil ik zeker nog café-uitbater blijven.”

Billy heeft bijna al zijn huidige vriendschappen gesmeed tijdens zijn studententijd. Michael, de cafébaas van De Schacht, is een van zijn beste vrienden. “Ik ben zelfs peter van zijn kleine”, zegt Billy. Sinds hij De Salamander heeft overgenomen, heeft hij er veel nieuwe vrienden bijgekregen. Hij vindt het tof dat sommige klanten hem niet zien als cafébaas, maar meer als vriend. Ze vragen bijvoorbeeld regelmatig om samen iets te gaan eten of drinken. “Ze weten ook dat als ze een probleem hebben, ik voor hen klaarsta.” Daarnaast staat hij op goede voet met zijn personeel, dat hij niet eens personeel wil noemen, omdat het allemaal maten van hem zijn. “Maar als het erop aankomt, weten ze ook wel wie de baas is. Da’s heel simpel.”

De cafébaas is al een tijdje samen met zijn vriendin. Wat er zoal op de planning staat? Huisje, boompje, beestje en kindje. En eventueel nog een extra zaak openen. Wat voor zaak dat zal zijn, valt nog te bezien. “Een beetje ondernemen, hè. We zien wel.”



waarom vrouwen minder presteren

12/02/2019
[studentenquizzen, een mannenwereld?] (© [Camille Van Landegem] | dwars)

In de top vijf van een studentenquiz valt zelden een team met (alleen maar) vrouwen te bespeuren. Ladies, step your game up! Of is er meer aan de hand?

Snor de hoofdsteden van de Europese naties op, rammel de ministers in de Vlaamse Regering af en zorg ervoor dat het journaal op je digicorder staat. Er staan in het tweede semester namelijk weer heel wat studentenquizzen voor de deur. Groepjes van vijf of zes studenten zakken af naar de resto en wedijveren voor de eerste plaatsen. In het beste geval keren ze op het einde van de avond huiswaarts met een verre reis of festivaltickets. De teams die zich liever tegoed doen aan bier en frituursnacks kunnen met de zuip- of boefprijs aan de haal. Studentenquizzen drijven competitiviteit en studentikoziteit op de spits.

Jullie studentenblad laat zich niet onbetuigd en organiseert al enige tijd haar eigen quiz. Het viel ons op dat de teams die de afgelopen jaren met de prijzen gingen lopen vooral uit mannen bestonden. Na een rondvraag bij verschillende studentenclubs kwamen dezelfde bevindingen uit de bus: voornamelijk mannelijke teams bezetten de top vijf. Dat is opmerkelijk, omdat er wel steeds ongeveer evenveel vrouwen als mannen deelnemen aan studentenquizzen.

 

meer handen schudden dan kussen

Quizploeg Presto behaalde al verschillende keren goud, zilver en brons op studentenquizzen. Het team bestaat uit meer mannen dan vrouwen. “Dat heeft in mijn ogen niets te maken met het winnen van een quiz”, zegt Damiaan. Hij legt uit dat zijn quizploeg een vriendengroep is en daartoe nu eenmaal meer mannen dan vrouwen behoren. Het is hem nog niet opgevallen dat de top vijf vaak voornamelijk uit mannen bestaat. “Anders is dat toeval, vermoed ik.” Ken probeert met zijn team Manly Tears altijd voor de eerste plaats te gaan als ze deelnemen aan studenten- en scoutsquizzen. Hij heeft bedenkingen bij het idee dat de top een mannenwereldje is. “Grosso modo zal dat wel zo zijn, maar in veel teams spelen vrouwen mee en er zijn ook hele goede teams die enkel uit vrouwen bestaan.”

“Ons is het zeker al opgevallen dat er meer mannen in de top van de quiztabel staan”, zegt Sofie van Team Duts. “Dat maakt het eens zo leuk als wij de top vijf halen”, lacht ze. Team Duts won onder meer de afgelopen twee edities van de Nordkempus-quiz. Een ploeg met alleen maar vrouwelijke leden is al snel de vreemde eend in de bijt. Sofie vertelt dat ze geregeld verbaasde reacties krijgen wanneer de stand wordt omgeroepen en ze in de top drie staan. “De meesten verwachten niet meteen dat een volledig vrouwelijk team zo goed scoort.”

 

Mannen krijgen vaak van jongs af aan te horen dat ze over rationele kennis moeten beschikken.

 

Chiara herinnert zich een anekdote van toen Team Duts de derde plaats veroverde op de dwarsquiz. “We kregen persoonlijke felicitaties van Herman van Goethem, die dat jaar de quiz presenteerde. De mannelijke quizzers kregen een handdruk en de vrouwelijke deelnemers een kus op de wang. Toen ons team naar voren kwam, hoorde ik hem zeggen: ‘Amai, ik had niet gedacht dat ik vandaag zoveel zou moeten kussen.’ Hij leek dus ergens wel verbaasd een volledig vrouwelijk team te zien verschijnen.”

 

sport versus mode

We vragen de studentenquizzers waarom het lijkt dat vooral mannen excelleren in quizzen. Volgens Ken hangt veel af van wie de quiz organiseert en de vragen opstelt. Sommige studentenclubs werken met een systeem waarbij elk presidiumlid vragen opstuurt, terwijl andere de quiz door een werkgroep laten samenstellen, legt hij uit. Als in die werkgroep of in het presidium meer mannen zitten, zullen de vragen logischerwijs meer op mannen gericht zijn. Het valt hem op dat in zo goed als elke quiz een sportronde voorkomt, maar een ronde over mode veel minder aanwezig is. “Waarmee ik natuurlijk niet wil zeggen dat vrouwen niets over sport weten of mannen niets over mode. Maar een aantal thema’s zijn duidelijk meer toegespitst op mannen dan op vrouwen.” Ook Natasja van Team Duts merkt op dat het meestal mannen zijn die quizzen samenstellen. “Zo sluipen er heel wat thema’s in een quiz die traditioneel ‘mannelijk’ zijn. We scoren daar systematisch minder goed op.”

Chiara vertelt dat ze ooit eens meegeholpen heeft met het bedenken van vragen voor een studentenquiz. “We hadden toen één vraag met de film Mean Girls als antwoord, en één vraag waarbij de naam van een modeontwerper werd gezocht.” Na de quiz kregen ze van verschillende mannelijke teams te horen dat de vragen te vrouwelijk zouden geweest zijn. Ze heeft daarentegen nog nooit iemand horen klagen dat een quiz te veel op mannen gericht zou zijn. “Terwijl er bij elke quiz meer dan genoeg vragen gesteld worden over mannelijke sporters of politici. Dit komt, denk ik, doordat mannen en mannelijkheid nog steeds als ‘neutraal’ gezien worden.”

 

Toen ons team naar voren kwam, hoorde ik hem zeggen: ‘Amai, ik had niet gedacht dat ik vandaag zoveel ging moeten kussen.'

 

Nog een mogelijke oorzaak van dat mannen beter scoren op studentenquizzen zou volgens Natasja en Ken hun competitiviteit zijn. “Competitief zijn wordt als iets typisch mannelijk gezien. Ze zullen daardoor op een quiz harder hun best doen en bijvoorbeeld minder babbelen tussendoor, wat dan weer als typisch vrouwelijk wordt bestempeld”, legt Natasja uit. Chiara en Sofie merken op dat rond studentenquizzen een sfeertje hangt waarin stereotiep mannelijk alfa-gedrag verheerlijkt wordt. Volgens hen zijn er altijd wel een aantal mannenteams die de ruimte domineren, veel drinken en schunnige moppen en opmerkingen maken over vrouwen. Tot slot denkt Sofie dat onzekerheid vrouwen parten speelt en ze daardoor minder goed scoren: “Als ik vriendinnen wil meevragen, waarschuwen ze me vaak op voorhand al dat ze ‘niets gaan weten’. Dit heb ik nog niet uit de mond van mijn mannelijke vrienden gehoord.”

 

competitieve vrouw is de bitch

Quizzen peilen naar feitenkennis. Volgens professor Sofie Van Bauwel, expert op het vlak van gender en media, is die vooral op mannenmaat gemaakt. “Mannen krijgen vaak van jongs af aan te horen dat ze over rationele kennis moeten beschikken. Ze worden gestimuleerd om feitenkennis op te doen. Die stimulans krijgen vrouwen minder of niet. Zij moeten eerder verzorgend zijn en bijgevolg excelleren ze daarin meer.”

De professor wijst net als de quizzers op een verschil in competitiviteit. “Mannen zijn over het algemeen meer met spelletjes bezig. Van kindsbeen af worden ze gestimuleerd om zich competitief op te stellen.” Het format van een quiz lijkt op de leest van de man geschoeid. Vrouwen daarentegen worden vaak eerder afgerekend op hun competitiviteit. Ze krijgen al snel het imago van de bitch opgeplakt. Van Bauwel: “Denk maar aan de kritiek die onder meer Linda De Win en Danira Boukhriss Terkessidis te verduren kregen toen ze met succes aan De Slimste Mens deelnamen.”

 

van verschillende slag

In Arendonk vindt elk jaar Ladies@thequiz plaats. Alleen vrouwen mogen deelnemen en vragen over auto’s en voetbal zijn afwezig. Het evenement is een gigantisch succes en verkoopt snel uit. Professor Van Bauwel vindt dat niet opmerkelijk. “We weten dat vrouwen geïnteresseerd zijn in quizzen. Onderzoek toont aan dat heel wat vrouwen nauwgezet tv-quizzen volgen. Zelf aan een quiz deelnemen vinden ze vaak moeilijker.” Tenzij ze zich onder elkaar begeven, zo lijkt het. Bij Ladies@thequiz is dat het geval. Daar hoeven ze zich minder druk te maken om vragen over Ronaldo of Tesla model 3. 

Vrouwen zullen volgens de professor sneller overstag gaan wanneer ze expliciet aangesproken worden om deel te nemen aan een quiz. Dat lijkt al vaak te gebeuren, want gemengde teams als Presto duiken op elke quiz op. Damiaan benadrukt dan ook dat vrouwen in het team een absolute meerwaarde vormen. “Vaak zorgen ze voor het doorslaggevende antwoord.” Ken is het hiermee eens. “De beste teams zijn complementair. Met mensen van verschillende slag win je de meeste quizzen.”



de wereldverbeteraar

09/02/2019
in tijden van nood kun je alles knuffelen (© Alex Noels | dwars)

De mug die om je oor zoemt als je probeert te slapen, toont geheel onbaatzuchtig aan dat je nooit te klein bent om een wereld van verschil te maken. In de aula komt de student in aanraking met gebrek aan koffie, verloren versnaperingen en professoren die zijn vergeten hoe het is om student te zijn. Van tijd tot tijd nemen de frustraties zo’n proportie aan dat de toogfilosoof uithangen in een troosteloos bruin café niet meer volstaat. Met de examens in zicht ziet zelfs een wereldverbeteraar soms het licht in de duisternis niet meer. In deze tijd van hoge nood is een wereldverbeterende sidekick hoognodig om het zonnetje in huis te zijn. Twee dwarsers slaan in deze speciale exameneditie dan ook de handen in elkaar om opnieuw een concreet probleem uit het studentenleven aan te pakken. 

Examens betekenen voor veel studenten bittere eenzaamheid. Afgesneden van je sociale leven ben je voor enkele weken onverbiddelijk verbannen naar je vaste studieplek. Je vrienden kom je met een beetje geluk in een flits juist voor of na je examen tegen, je gezinsleden kortstondig aan de keukentafel. Het broodnodige sociale contact blijft dan ook steken op een tragisch onverzadigd niveau. 

Het enige gezelschap waarop je kunt bouwen gedurende deze donkere dagen, zijn de dikke cursussen, je slordige notities en onduidelijke PowerPoints. Door de vele uren die je slijt achter je bureau, wordt elke vorm van genegenheid en intimiteit afgevlakt. De enige die op regelmatige basis zijn armen om je heen slaat en je helemaal in zijn grip heeft, is de stress. In tijden van nood kun je alles knuffelen, maar stress is geen geliefde knuffelaar. 

Het gebeurt daarom niet zelden dat deze twee redacteurs zich proberen te nestelen in de genegenheid die voorhanden is: warme dekentjes, een oud knuffeldier, soms zelfs onze Hogwartsmantel. De mogelijkheden zijn echter beperkt en de examenperiode is lang, dus echt volstaan doet dit niet. Het is dan ook des te tragischer dat Universiteit Antwerpen niet meer haar steentje bijdraagt aan de mentale examentoestand van haar studenten.

In tegenstelling tot de Universiteit Antwerpen, heeft de Universiteit van Californië daar alvast iets goeds op gevonden: hier kunnen studenten zich tijdens de examens ontspannen met het voeren en verzorgen van lama’s. Met deze dieren een hindernissenparcours afleggen is ook een optie. We wijzen UAntwerpen er dan ook op dat er ook op campus Drie Eiken lama’s voorhanden zijn. Paarden, koeien, visjes, ratten en muizen zijn hier tevens van de partij. Waar blijven die broodnodige groepsknuffelsessies?

Veeleisend zijn we niet eens. Lama’s zijn misschien exotisch, maar ook inheemse dieren kunnen in tijden van knuffelnood de student tot rust brengen. Zo vindt het knuffelen van puppy’s al langer plaats op de universiteiten in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. In november werd dit geniale initiatief voor het eerst geïntroduceerd aan de Universiteit van Amsterdam. Op twee dagen tijd kregen 160 studenten de kans om met een begeleider een kwartiertje met de puppy’s te spelen in een speciale puppykamer. De plaatsen voor de knuffelsessie vlogen in een paar minuten de deur uit.

De populariteit van het puppyknuffelen is niet verwonderlijk, want als je de studie van de University of British Columbia in Vancouver mag geloven, zorgt het knuffelen van honden ervoor dat het stresspercentage van de knuffelende studenten tot 47% daalt. Bovendien zou de student zelfs tot tien uur na de knuffelsessie minder negatieve emoties en stress ervaren en gemotiveerder zijn dan andere studenten. Kortom: puppy’s are an inexhaustible source of magic

De Universiteit Antwerpen heeft met andere woorden de gemoedstoestand van haar studenten in handen en met een beetje gekneed hier en daar kan ze de donkere examenperiode heel wat lichter maken. Bij deze nomineren we twee wereldverbeterende initiatieven waarmee de universiteit niet enkel het studentenleven verbetert, maar ook het leven van dieren zelf.

Eerst stellen we met lichte dwang voor om de verzorging van de lama’s, die op de buitencampussen gehouden worden in het kader van de richting dierengeneeskunde, aan studenten over te laten. Dit is immers een win-winsituatie voor alle partijen: het verlaagt het stressgehalte van de student, verlicht het takenpakket van het zorgpersoneel van UAntwerpen én geeft meer knuffels voor de dieren in kwestie.

Voor studenten die de buitencampus als het einde van de wereld beschouwen, zou de universiteit een alternatief kunnen voorzien. In samenwerking met Antwerpse dierenasielen kan de universiteit haar studenten de kans geven om hun koude, grijze blokperiode wat warmte en kleur te geven door een handje toe te steken in het dierenasiel. Dit komt niet enkel de stressende student ten goede, maar ook de asielen, die altijd een extra helpende hand kunnen gebruiken, en onze harige (of minder harige) vrienden die anders veel te weinig menselijk bezoek ontvangen.

Natuurlijk zijn er nog de meelijwekkende studenten die met een pelsallergie kampen. Omdat discriminatie – in welke vorm dan ook – echt niet meer van deze tijd is, moeten ook zij deel kunnen nemen aan deze onmisbare knuffelsessies. Op de buitencampus is hier al een oplossing voor voorzien in de vorm van giraf Dana, de overleden giraf waarvan het skelet nu gebruikt wordt voor didactische doeleinden. Om ook aan de knuffelnoden van de allergische studenten op de stadscampus tegemoet te komen, zou het interessant zijn mocht het asiel waarmee men samen werkt ook beschikt over naaktkatten en/of –cavia’s.

Een knuffelige examenomgeving is geboren.
 



de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

27/01/2019
Michael, de Schacht
🖋: 

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent echter niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan. Er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

Op de Sint-Jacobsmarkt gaat café De Schacht al zijn achttiende levensjaar in. Eigenaar Michael Bridoux (34) alias ‘Brikkie’ heeft het nu vijf jaar in zijn bezit. Naast een studentencafé in de Scheldestad runt hij in Deurne volkscafé De Piper. Michael is een drukbezet man, maar is ook een man van grote ambitie.

 

Uitdagingen 

Voor Michael De Schacht overnam, was hij gerant bij Den Doedelzak. Hij had het café overgenomen samen met de toenmalige eigenaar van ’t Vervolg, die een van de hoofdrolspelers in de ‘Bende van de douanier’ bleek te zijn. Door de criminele activiteiten van Michaels compagnon moesten ze noodgedwongen de deuren van het café sluiten. Even twijfelde Michael om alleen verder te gaan met Den Doedelzak, maar na alles wat er gebeurd was, besloot hij dat het tijd was voor een nieuwe uitdaging. 

Deze uitdaging diende zich aan toen 'Brikkie' weer in contact kwam met de vorige eigenaar van De Schacht, die hij nog uit zijn eigen studententijd kende. De vorige eigenaar vertelde aan Michael dat hij van plan was om te stoppen met De Schacht en Michael zag het direct zitten om het café over te nemen. “Alles was binnen twee weken in kannen en kruiken”, zegt hij.

Naast studentencafé De Schacht runt hij in Deurne volkscafé De Piper. Michael vertelt dat de twee zaken moeilijk te combineren zijn, maar dat het door veel te werken en weinig te slapen wel haalbaar is. “Ik doe het graag en daarom probeer ik te relativeren hoe zwaar het soms is." Daarnaast wil Michael benadrukken dat het belangrijk is om te genieten. "Het klinkt misschien cliché, maar als je iets beleeft, besef je niet hoe het voelt om het te beleven. Als je veel werkt, merk je dat je bepaalde dingen in het leven mist. Zo had ik bijvoorbeeld meer willen reizen.”

Michael is voorlopig nog niet van plan om te stoppen. “Ik wil dit zeker tot mijn veertigste blijven doen.” En daarna? “Rentenieren”, lacht hij. “Ik denk dat De Schacht over zes jaar niet meer van mij zal zijn, maar dat ik wel in de horeca blijf werken. Na mijn veertigste wil ik me meer focussen op een andere leeftijdscategorie. Mensen soigneren is inherent aan horeca en nu soigneer ik de studenten. Als ik ouder word, zou ik graag een wat ouder publiek willen soigneren.” Als er een andere zaak op zijn pad komt, deinst hij daar niet voor terug. “Ik wil altijd nog iets met eten doen. Ik kook zelf heel graag, dus een klein restaurantje opstarten in de buurt van mijn woonplaats (Schilde) zou ik echt leuk vinden.”

 

Met de hakken over de sloot 

Dat Michael voor zichzelf is begonnen, komt niet uit de lucht vallen. Hij heeft namelijk een bachelordiploma KMO-management behaald. “Ik heb wel getwijfeld of ik de opleiding wilde afmaken. Ik heb uiteindelijk toch doorgezet en heb mijn diploma met de hakken over de sloot behaald. Als ik een andere richting had gedaan, had ik het nooit gehaald”, vertelt Michael. Veel studenten KMO-management aan de KdG Hogeschool worden lid van studentenclub Eligia. Zo ook Michael die zich liet dopen bij de club. Door zijn studentenjob in het stamcafé van Eligia, ’t Vervolg, is hij de horeca ingerold.

 

Als de mensen je een toffe cafébaas vinden, komen ze naar je café. Dat is wel een beetje de kracht van De Schacht.

 

De café-uitbater is zelf een groot voetballiefhebber. Op zijn zeventiende heeft Michael de kans gekregen om te debuteren in derde klasse. Doordat hij zelf fervent voetballiefhebber is, is het WK altijd een hele belevenis in De Schacht. “De sfeer tijdens het WK hier is echt de max. Het allereerste WK dat wij hier uitzonden was in 2014. Er zat een man of vijftig binnen en het bier droop letterlijk van het plafond. Dat was bangelijk.”

 

Family man

Voor Michael zijn respect en beleefdheid de belangrijkste waarden, waarden die hij heeft meegekregen van zijn ouders. “Als cafébaas moet je het respect van de mensen winnen. Ze moeten je een toffe vinden. Als dat het geval is, komen ze naar je café. Dat is wel een beetje de kracht van De Schacht.”

A ls 'Brikkie' niet achter de toog staat, besteedt hij tijd aan zijn gezin. Michael heeft al negen jaar een relatie met Kristy, de mama van hun eenjarig dochtertje Maëlle. Michael vertelt dat Kristy en hij allebei in ’t Vervolg werkten, maar dat ze elkaar pas echt leerden kennen tijdens de skireis van Eligia in 2005. Er ontstond een vriendschap tussen Michael en Kristy die zo’n drie à vier jaar bleef duren. “Toen is de vonk overgeslagen en is dat uitgegroeid tot wat we nu hebben.” Een mooi verhaal. “Ja, ik had ook kunnen zeggen dat we een keer in ’t Vervolg tegen elkaar zeiden: ‘Vandaag gaan we vossen’, maar dat is misschien niet wat je wilt horen”, lacht hij.

“Kristy is de reden dat ik het zo goed doe. Het is geen verrassing dat wij elkaar soms minder zien, maar zij gaat daar perfect mee om”, zegt Michael. Hun dochtertje is vorig jaar in oktober geboren. Sinds de geboorte van Maëlle probeert Michael meer thuis te zijn. Als hij over haar praat, begint hij te stralen. “Wat je voelt voor je eigen kind is onbeschrijfelijk. Maëlle heeft mij compleet gemaakt, compleet gelukkig. Die vonk met Kristy was er altijd al, maar sinds Maëlle er is, is die weer aangewakkerd. Kristy heeft mij het mooiste geschenk dat je iemand kunt geven, gegeven. Dat is in één woord fantastisch. Ik zeg het je, als je later mama wordt, ga je dat beamen.” 



pottenkijkers

24/01/2019
minestrone
🖋: 

Haal je fat pants uit de kast en dij uit met dwars in deze online vreet- en zuiprubriek voor mensen die het nét even anders doen. Mensen die houden van empirisch experimenteren, eetbaar exploreren en extravagant exposeren met een beperkt budget doch calorierijke fantasie. Deze keer staat een makkelijke minestrone-maaltijdsoep op het menu, die zo gevuld is dat je ze bijna met een vork kan eten.

Geen troostvoedsel is zo effectief als een goede kom soep. Makkelijk weg te lepelen en boordevol groenten is soep de perfecte snelle lunch of hongerstiller bij een all-nighter. Maar heb je daar geen mixer en feilloze kookkunsten voor nodig? Absoluut niet! Deze minestronesoep kan zelfs je kleine zusje maken en aan een scherp mes en een grote kookpot heb je voldoende. Het leuke is dat je er (bijna) alles in kunt gooien, zodat je minestrone niet twee keer hetzelfde smaakt en je gemakkelijk restjes groenten uit de koelkast wegwerkt. Win-win!

 

ingrediënten (voor 3 grote / 4 kleine kommen)

De volgende ingrediënten zijn essentieel:

- een blik tomaten (tomatenblokjes of hele tomaten)
- een handvol gedroogde bonen of een blik bonen, bijvoorbeeld kidneybonen, witte bonen of zwarte bonen
- je soepgroenten: twee middelgrote wortels, een ui en een prei
- een bouillonblokje 
- kruiden: peper, zout en 1 à 2 teentjes knoflook 

Met deze ingrediënten kan je je creativiteit de vrije loop laten:

- extra groenten: broccoli, Chinese kool, sperziebonen, paprika, bloemkool, selder ...
- droge pasta (een portie voor één persoon is voldoende) of rijst
- parmezaan
- extra kruiden, zoals chilipoeder, komijn ...

 

minestrone maken in 7 stappen

1. Kook de bonen. Je maakt dit recept nóg goedkoper door met gedroogde bonen te werken. Die moet je een dag op voorhand al laten weken, zodat de kooktijd verkort. Wanneer je dan begint met koken, zorg je ervoor dat je de bonen direct op het vuur zet. Ze hebben een kooktijd van 30-40 minuten, dus tegen dat de rest van je soep klaar is, zijn zij ook gaar. Een potje bonen opentrekken kan natuurlijk ook. Zorg er in beide gevallen voor dat je de bonen goed uitspoelt voor je ze begint te koken.

2. Snij de groentjes. Vervolgens was je de groenten en snijd je ze in kleine stukjes. Dat duurt wel iets langer, maar je kooktijd vermindert er enorm door en het is aangenamer om te eten.

 

3. Zet de pan op het vuur. Doe wat olie in de pan en voeg je groenten toe. Laat ze 5 minuten lang op middelhoog vuur stoven. Voeg al vast wat knoflook, peper en zout toe.

4. Voeg het blik tomaten toe. Als je tomatenblokjes hebt, kan je ze zo aan de pan toevoegen. Heb je hele tomaten, dan snijd je die nog snel in stukjes voor je ze aan de pan toevoegt. 

5. Tijd voor water en bouillon. Laat je pan nog even op het vuur staan en voeg dan één tot anderhalve liter water toe (meer is beter, maar goed, de realiteit is dat er in veel kotkeukens alleen kleine pannetjes staan). Nog een bouillonblokje erbij gooien, en aan de kook brengen.

6. Laat de soep even koken. Controleer ondertussen je bonen. Zijn ze al bijna gaar? Dan mogen ze stilaan van het vuur. Als ze nog wat hard zijn, laat je ze nog even doorkoken. Als je soep een paar minuten aan het koken is, doe je wat pasta bij de pot. Spaghetti kan je makkelijk in drie breken om geïmproviseerde vermicelli te maken. Ook de bonen mogen in deze fase aan je soep worden toegevoegd. Laat alles nog even doorkoken ...

7. Et voilàHaal de pan van het vuur als alles gaar is. Kruid indien nodig nog een beetje bij met peper en zout. Als het goed gegaan is, heb je nu een voedzame maaltijdsoep! Serveer met een royale portie parmezaan erover (geloof ons, dat maakt de soep nog tien keer beter!).

 

De consistentie van deze soep is afhankelijk van een aantal factoren: de hoeveelheid groenten die je gebruikt hebt, hoeveel water je in je pan hebt kunnen krijgen, de kooktijd, ... Het kan dus zijn dat je soep redelijk 'gevuld' is en zelfs meer lijkt op een soort stoofpot dan op een lichte bouillon. Dat is allemaal oké! Door haar hybride karakter kan deze soep dienst doen als volwaardige maaltijd, maar kan je ook kleine kommetjes eten als simpele lunch. 

Oh ja: de soep slurpt gemakkelijk weg. Laat je witte kleren dus in de kast hangen, zodat je ongestoord en vlekkeloos kan genieten van deze maaltijd. Smakelijk!



24/01/2019
bibgangsters (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

Het leven van een bibliotheekblokker is hard: luidruchtige koffiekletsers aan de andere kant van de zaal, een eeuwige zoektocht naar een goede studieplek op zondag of die ene buurman die constant Netflix zit te kijken terwijl jij je intens probeert te concentreren op je studiewerk, ze maken het ons niet makkelijk. Niets kan echter tippen aan de schurkerige streken van de bibgangster.

De bibgangster is de geniepige stroper die je om 10u30 kan waarnemen wanneer hij sluw de bibliotheek binnenglipt. Met de slaap nog in zijn ogen sluipt hij vervolgens rond door jouw vertrouwde focusplek, in een zoektocht naar een maagdelijk witte prooi waarop hij snel elke cursus van het aflopen jaar kan neerploffen. Dit alles met het bed waar hij zo meteen weer inkruipt al fel in zijn gedachten. Zodra het nietsvermoedende slachtoffer gelokaliseerd is, strooit onze gluiperige gangster er gezwind nog enkele balpennen rond als ware het 6 december, en verdwijnt pardoes even snel als zijn motivatie groot was begin september. Rest ons als subassertieve brave bibblokkers dan niets behalve eens geïrriteerd kijken en ons defaitistisch weer te richten op het eigen studiewerk, aan elke kant omgeven door niet vergezelde handboeken en syllabi? Niet bepaald. De toolbox van de subassertieve verzetsstrijder is allesbehalve leeg.

Een klassieker in het boekje van de dappere passief-agressieveling is het onbevreesd en stiekem wegnemen van een balpen die vooralsnog eigendom was van de onrechtmatige overheerser. Goed, waarschijnlijk zal de verlate veroveraar niet eens doorhebben dat zijn wingewest net iets kaler is geworden wanneer hij na twee uur terugkomt van zijn drie uur durende middagpauze. Maar jij weet dat je deze slag symbolisch toch weer gewonnen hebt. Een overwinning zonder overwonnene, maar in je hoofd vind je het toch wel dapper van jezelf.

Het wordt nog leuker als je ziet dat je immer afwezige overbuur iets wiskundigs op tafel heeft liggen. Luister naar dat kleine stemmetje in je hoofd dat dreint: “zoveel negativiteit, dat moet toch een heel stuk positiever kunnen!” wanneer er weer een zwerm gefrustreerde zitplaatszoekers zuchtend voorbij zwoegen. En positiever kan het zeker! Neem gewoon een mooie zwarte stift en tover per half uur eens een minnetje om in een plusje. Wees er maar zeker van dat je overbuur binnen enkele uren erg verward zijn berekeningen zal nakijken, verbaast waar al die positiviteit plots vandaan komt.

Ben je nog helemaal in de kerstsfeer, dan heb ik een leuke voor je: neem een vel kerststickers mee naar de bib en kleef ze pal in het midden van de nog rustig op kot slapende bibliotheekgangsters schrift. Bonuspunten voor glitterstift! Vooral moeilijke bewijzen of saaie titels verdienen een flinke opfleurbeurt. Kleef er maar gewoon overheen! 

Ach, wie houden we voor de gek? We weten beiden dat subassertief als we zijn, we gewoon weer eens geïrriteerd opkijken van onze boeken als er weer eens een vileine bibboef rondsluipt, en met fronsende wenkbrauwen verder blokken. Maar is het niet mooi om te dromen de boekbandieten toch een kleine speldenprik toe te dienen, al was het maar in ons hoofd?

 



pottenkijkers

17/01/2019
Comfort Quiche (© Maxene Willems | dwars)
🖋: 

Haal je ‘fat pants’ uit de kast en dij uit met dwars in deze online vreet- en zuiprubriek voor mensen die het nét even anders doen. Mensen die houden van empirisch experimenteren, eetbaar exploreren en extravagant exposeren met een beperkt budget doch calorierijkefantasie.

Tijdens de examens hebben we comfort nodig. In de vorm van een fleecedeken en een flauwe serie in de avond, of juist comfort op z’n Engels: troost. Dit kan een dikke knuffel zijn van je lief of je gefriendzonede vriend(in). Persoonlijk verkies ik een dik stuk parmezaan, of drie repen Côte d’Or. Ze knuffelen mijn binnenste. Voor een nog grotere liefkozing kruip ik de keuken in en verwen ik mezelf door een maaltijd in elkaar te knutselen. Geen zesgangenmenu – ook al heb ik daar wel behoefte aan – de tijd beperkt mij tot het in elkaar flansen van niets minder dan comfortfood. Vanavond: quiche!

 

ingrediënten

voor 3 à 4 personen:

 

 
 
  • 6 eieren
  • 100 ml room
  • 1 bladerdeegbodem
  • 250 g feta (of goedkopere saladekaasvariant)
  • 100 g kerstomaatjes
  • 250 g verse spinazie
  • 2 teentjes knoflook
  • 1 rode ui
  • 250 g champignons
  • 1 handvol pijnboompitten

bereiding

Begin met de oven aan te zetten op 190 graden. Vergeet je handen niet te wassen, om de dunne laag ongedefinieerde materie onder je nagels van aan je gat te krabben de ganse dag, te verwijderen.

 

Spinazie is smakelijk en belooft gigaspierballen, maar je hebt bij het klaarmaken ietwat geduld nodig omdat het groene goud goed moet slinken. Begin met het in een flink hete pan te gooien, kruid steeds bij met peper en zout. Als je over de helft heen bent van je hoeveelheid, begin je met het toevoegen van de geperste knoflook. Helemaal op het eind rooster je in een minuutje de pijnboompitten goudbruin. In een tweede pan die nog heter mag, mogen de dungesneden champignons goudbruin kleuren en het rode versnipperde uitje bak je mee.

 

Klop de eieren los samen met de room, peper en zout. Giet dit mengsel over in een met bladerdeegbodem bedekte ovenschaal en voeg de overige ingrediënten toe. Dit wil dus zeggen: spinazie, champignons, kerstomaten en feta!

 

In het midden van je oven mag deze compositie een halfuurtje stollen tot een prachtig paradepaardje van jouw eigen makelij. Tijdens deze dertig minuten kun je nog vlug je laatste hoofdstuk herhalen, een powernapke doen, of een poosje verder krabbelen aan je derrière. Bon appetit.

 


de dwarsdoorsnede

09/01/2019
English grammar  (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer doen we een ietwat ongewoon onderwerp aan: een Engels grammaticaboek. Maar niet zomaar een, English Grammar through Dutch Eyes van de onderzoekers Foster, Lemmen, Smakman, Dorst en Dol brengt Engelse grammatica aan de man via een alternatieve aanpak. Het boek focust op de verschillen tussen het Nederlands en het Engels. Dit zou een garantie moeten zijn om vlot het Engels te leren beheersen, oftewel het te ‘masteren’.

Wat de auteurs drijft is hun “enthusiasm for how language works or doesn’t work, and why”. Ik kan er niet aan doen, dat intrigeert me dan toch een beetje. Enthousiasme over grammatica proberen overbrengen, je moet het maar doen. Dat het boek zichzelf niet al te serieus neemt, wordt al snel duidelijk. Het begint namelijk met de vaststelling dat je als lezer geen bijzonder spannende of fantastisch leuke leeservaring te wachten staat. Een wat onverwachte opener, die m'n wenkbrauwen deed fronsen, maar wel nieuwsgierig maakte naar deze grammatica.

 

Het boek is net als de meeste grammatica’s gestructureerd: je vindt er hoofdstukken over nouns, pronouns, tense en adjectivals. Wat wel bijzonder en atypisch is aan dit grammaticaboek, is dat het speelser is, en oog heeft voor de ‘menselijke’ kant van grammatica. Zo halen ze grappige anekdotes aan over waarom ze met nouns beginnen, en voelt het boek zelf veel minder droog of stijf aan. Hoewel de theorie in se dezelfde is, vrolijken ze die op met tussentiteltjes die me vaak deden grinniken. Ach, wat is het makkelijk om een taalliefhebber met wat mopjes aan je kant te krijgen! Een voorbeeld? “Pessimism and optimism in grammar: few chocolates or a few chocolates”.

 

Daarnaast beginnen de theoriestukjes telkens met een Nederlandse zin die vrij letterlijk vertaald wordt naar het Engels, en leggen ze aan de hand daarvan de verschillen uit. Goede tactiek lijkt mij, zo wordt alles wat ‘behapbaarder’ en blijft het langer hangen. Dat er minder reflexieve werkwoorden in het Engels zijn, is zo eenvoudigweg te wijten aan dat het Engels er steeds vanuit gaat dat de "genoemde actie" door het onderwerp en ‘op’ het onderwerp toegepast wordt. Als dat niet zo is, zullen ze het wel vermelden. Het Nederlands gaat daar niet vanuit, en heeft bijgevolg vaker een reflexief pronomen. Vandaar het verschil tussen ‘Bob scheert zich elke ochtend.’ en ‘Bob shaves each morning.’

 

Voor personen die geïnteresseerd zijn in Engelse grammatica is dit een leuke inleiding, bovendien veel toegankelijker dan een echt handboek. Baanbrekend is de informatie die je krijgt echter niet. Als je grammatica op universitair niveau hebt gevolgd, hoef je dit boek niet ook nog door te nemen. Toch is het waardevol om meer inzicht te krijgen in ‘waarom’ de verschillen tussen onze talen er zijn en hoe ze juist functioneren. Op UAntwerpen wordt de nadruk gelegd op het Engels aan te leren als een aparte taal. In Taal- en Letterkunde zitten ze zo bijvoorbeeld nooit te vertalen, maar doen ze oefeningen in het Engels. Je moedertaal wordt hier dus een beetje ‘doodgezwegen’. Hier zal vast een educatief verantwoorde strategie achter zitten, maar daarom is dit boek toch een leuke aanvulling. Plots valt je ‘franc’ (ik ben van de oude stempel, of zo doe ik me toch graag voor) dat het in het Engels inderdaad nooit ‘she gives an advice’ is, terwijl je dat onbewust wel wist, maar nooit bij stilstond. De verbindingen in onze hersenen worden op deze vergelijkende manier toch wat extra gestimuleerd.

 

Om door je examen te raken, zal je een uitgebreidere grammatica moeten raadplegen. Maar als je even niet meer kan volgen of de droge taal beu bent, is dit wel een aanrader. Het vormt een aanzet om anders over grammatica te denken, en op een ‘normale’ en eenvoudige manier de grammatica uit de doeken te doen.



de dwarsdoorsnede

07/01/2019
Aquaman (© Warner Bros)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer kijken we naar de laatste nieuwe in de schijnbaar eindeloze lijst van superheldenfilms die vandaag onze schermen kleuren. Aquaman, van regisseur James Wan. De film die op Justice League volgt, is tegen veel verwachtingen in uitstekend. Tegen de verwachtingen in, omdat alle vorige Worlds of DC-films, op Wonder Woman na, verre van goeie punten gescoord hebben bij critici en het brede publiek. Daarnaast is de hoofdrol ook weggelegd voor een superheld die met vissen praat en rondloopt in een felgroene, -oranje en geschubde uitrusting.

De superheld, Aquaman of Arthur Curry, wordt met verve neergezet door Jason Mamoa. De Hawaiiaanse acteur lijkt zich prima te amuseren in de rol en trekt daarmee het publiek moeiteloos mee. Eerst richting Atlantis, later op een heuse schattenjacht doorheen Afrika en Sicilië en vervolgens naar het allerdiepste deel van de oceaan. Na zijn oddysee keert hij net op tijd terug om de wereld van de ondergang te redden. De hele film door is het een plezier om naar hem te kijken en net daardoor onderscheidt deze film zich van al zijn voorgangers. James Wan verdient daarvoor alle lof. De regisseur die naam maakte met enkele fantastische horrorfilms (Insidious, The Conjuring, Saw, etc.), bewijst hier dat hij ook een enorme blockbuster meester is. Hij schreef het verhaal samen met Geoff Johns, dezelfde man die de Aquaman comics schreef voor The New 52 van DC comics en daaruit dus heel veel inspiratie voor deze film puurde.

 

Het afkomstverhaal van Arthur Curry is zo goed als rechtstreeks overgenomen uit The New 52 comics, net zoals een groot deel van de andere verhaallijnen en de twee slechteriken in de film. Ook deze twee slechteriken verdienen hulde want zowel Black Manta als King Orm, steken ver boven de andere Worlds of DC slechteriken uit. Zeker King Orm, de halfbroer van Aquaman en in zijn afwezigheid dus koning van Atlantis. Hij krijgt begrijpelijke motieven, een goed achtergrondverhaal en wordt uitstekend gespeeld door Patrick Wilson. Dat alles zorgt ervoor dat hij veruit de beste en meest memorabele schurk is die we al te zien kregen in een DC film sinds The Dark Night-trilogie van Christopher Nolan.

 

Voor Black Manta (Yahya Abdul-Mateen II) geldt eigenlijk hetzelfde. Alleen illustreert het personage wat minder goed is aan deze film. Er gebeurt idioot veel en er worden talloze personages en plaatsen voorgesteld. Deze overvloed aan informatie maakt het de kijker nagenoeg onmogelijk om alles te volgen en te onthouden. De film die de volle 143 minuten duurt, was zeker niet onvolledig geweest zonder Black Manta en kon hem eigenlijk ook perfect missen. Hem sparen voor een sequel, die er ongetwijfeld zit aan te komen, was misschien een verstandigere keuze geweest. Door het weglaten van dit subplot, zou er meer tijd vrij geweest zijn om andere personages beter te onderbouwen. Daarvoor denk ik aan Willem Dafoe’s Vulko, Aquamans mentor, die heel wat meer schermtijd verdient dan hem nu gegeven is.

 

Op de speelduur en overdaad aan materiaal na waren er nauwelijks mindere punten op te merken aan de film. De CGI die in zowel elke actie- en onderwaterscene nodig was, valt opvallend goed mee. De computeranimaties waren zeker niet overal perfect maar we hebben in het recente verleden al veel slechtere voorbeelden gezien. De snor van acteur Henry Cavill (Superman) en de looks van het personage Steppenwolf in Justice League verschijnen spontaan voor de geest. Het special effects-team achter de film verdient bovendien alle credits voor de prachtige opbouw en vormgeving van de onderwaterwereld. Atlantis en zijn koninkrijken doen denken aan Asgard uit de Marvelfilms of Pandora uit James Camerons Avatar. Het is bij momenten adembenemend mooi en tot in de details uitgewerkt. Zo zijn ook de kostuums waarin iedereen rondzwemt, helden en schurken, bij de beste die al te zien waren in superheldenfilms. Ze zijn ongelofelijk accuraat en lijken zonder aanpassing uit de Aquaman comics overgenomen te zijn.

 

Wanneer James Wan ons bij het ingaan van het laatste deel meeneemt naar de Trench, het diepst gelegen koninkrijk van Atlantis waarvan de inwoners tot verschrikkelijke wezens geëvolueerd zijn, komt de horrorachtergrond van de regisseur naar boven. De wondermooie onderwaterwereld wordt zo heel snel adembenemend om andere redenen. Wan jaagt zijn publiek meerdere keren de stuipen op het lijf en zorgt met enkele sensationele visuals voor de beste scène van de film.

 

Afsluiten doen we met een fantastische cameo van Mary Poppins-actrice Julie Andrews, die voor deze film haar stem leent aan een gigantisch zeemonster. Dat alleen is al reden genoeg om Aquaman te gaan bekijken. Nog een uitstekende reden is MVP (most valuable player nvdr.) Amber Heard. De actrice vertolkt Mera, de partner in crime en toekomstige liefde van Aquaman. Heard steelt op meerdere momenten de show, het meest uitgesproken wanneer ze de titelheld uit een heel benarde situatie weet te redden. Zij, samen met de rest van de geweldige cast en regisseur James Wan, maken van deze film een geweldig en vooral ontzettend leuk kijkstuk. Genoeg redenen om een dikke twee uur aan deze film te spenderen. Het is de perfecte (uitgebreide) blokpauze of beloning na een examen, je verlaat de cinema gegarandeerd ontspannen en met een grijns op het gezicht.