klaar voor de start?

28/03/2019
30 dagen plasticvrij - de voorbereiding (© Suzanne Roes | dwars)
🖋: 

Het hoesje van een sappige komkommer, een bakje van zoete druiven en een kunststof folie om een tijdschrift te beschermen. Ook al willen we minder plastic kopen, de supermarkten maken het ons niet gemakkelijk. Bij winkels als Robuust zijn de producten voor studenten niet te betalen en kotbazen kunnen weinig enthousiasme opbrengen om de fietsenstalling te vervangen door een moestuin. Barbie had gelijk, life is plastic. Kunnen we dan echt niet meer zonder? We nemen de proef op de som. Twee auteurs, dertig dagen, nul plastic. De komende vier weken zullen zij hun ervaringen met jullie delen.

 

Suzanne
Ik ben er nog lang niet klaar voor. De grootste voorbereiding die ik heb is het loon dat net op mijn rekening gestort is. Dat is ook meteen de belangrijkste voorbereiding, want met een blik op de schappen wordt duidelijk dat de plasticvrije optie nooit de goedkoopste is.

Met een uitgebreide zoektocht vind ik voor steeds meer aspecten van mijn dagelijkse consumptie een alternatief. Met brood in papieren zakken, verse groenten van de Handelstraat en een eigen koffiemok in mijn tas kom ik hopelijk een heel eind. Nog voor ik begonnen ben, is mijn kennis van verpakkingsmaterialen in ieder geval hoger dan ooit. Wegwerpkoffiebekers zijn blijkbaar niet alleen van karton gemaakt. Condooms zijn daarentegen van latex, wat 100% natuurlijk is, maar zolang ze in een plastic verpakking zitten staat mijn seksleven de komende maand onder druk.

Mijn grootste struikelblok: yoghurt. Het enige merk met een plasticvrije verpakking van mijn dagelijkse ontbijt is Pur Natur, en daarmee kom ik er niet. Zulke hippe biologische bakfietsmoeder-alternatieven passen niet binnen mijn studentenbudget. Ik ging bij vrienden en familie ten rade: zelf yoghurt maken was het meest voorkomende antwoord, maar het probleem verschuift naar melk… Na een tevergeefse poging om glazen melkflessen te vinden kon ik mijn grote overwinning vieren: op dinsdag komt de melkauto bij mij in de buurt. Het is niet alleen mogelijk om mijn eigen fles mee te nemen, ik krijg er zelfs korting mee. Of daarmee de grootste problemen overwonnen zijn, is een andere vraag. Ik durf geen grote uitspraken te doen maar zie het nog zonnig in.

 

Selena 
Wat ik me vooral afvraag, is waarom ik hier eigenlijk in toegestemd heb. In eerste instantie klonk het allemaal helemaal niet zo erg. Wat is nu een maandje? Toen ik echter wat beter ging letten op wat ik nu zoal gebruik, zakte de moed me in de schoenen. Plasticvrij eten is één ding, goedkoop plasticvrij eten een tweede. Om de kosten wat in te perken, is mijn voornemen voor aankomende week te proberen zo veel mogelijk producten op te maken die nu in de kast staan te verpieteren. 

Koken is een rustmomentje in mijn dag. Want wat is er nu rustgevender dan het getik van een mes op een snijplank tijdens het snijden van een knoflookje? Toch eet ik eet overdag niet zo spannend. ‘s Ochtends yoghurt met noten en koffie met amandelmelk. ‘s Middags rijstwafels met hummus (of pindakaas, bij gebrek aan beter). Echter, zowel de yoghurt, als de noten, als de koffie, als de amandelmelk, als de hummus zijn in plastic verpakt. Foodprep it is! Rijstwafels schijn je gelukkig gewoon zelf te kunnen maken. Hummus natuurlijk ook, maar aangezien ik geen foodprocessor heb zal ik deze in de praktijk zelf moeten stampen, met de onderkant van een soeplepel of de achterkant van een groot mes. 

Om me voor te bereiden heb ik alvast twee overpriced, maar eco-verantwoorde aankopen gedaan bij het Natuurhuis: een Organicup (vaarwel, overal rondslingerende tampons) en een tandenborstel van bamboe.

 

...af!

Of we nu wel of niet klaar zijn voor de strijd: vandaag is het startschot gegeven. We zeggen onze geliefde gewoontes gedag om ons consumentenprofiel opnieuw uit te vinden, en de kans bestaat dat we daar spijt van krijgen. Zelf yoghurt maken en twee keer zoveel tijd uittrekken voor het boodschappen doen, zijn niet het eerste waar je aan denkt bij zo'n experiment. Maar aan die tijdsintensieve en ambachtelijke activiteiten gaan we vast nog wat skills en interessante weetjes overhouden. We nodigen in ieder geval alle lezers uit om met ons mee te doen. Deel vooral je tips en tricks met ons. We zullen ze nodig hebben! 

 


de veertiende kinderuniversiteit op UAntwerpen

28/03/2019
kinderuniversiteit_Natasja
🖋: 
Auteur

Welkom aan de universiteit! Hier leer je raketten en robots bouwen, ontcijfer je geheime boodschappen en ben je baas van Europa voor een dag. Klinkt als een doorsnee dag aan de universiteit, niet? Wel, voor de deelnemers van de Kinderuniversiteit was dit de realiteit. In tegenstelling tot de rest van het academiejaar waren de gangen van de universiteit op zondag 17 maart niet gevuld met studenten, maar met kinderen van acht tot en met veertien jaar. 

 

De academische wereld wordt vaak verweten in een ivoren toren te leven. Professoren en academisch personeel zouden te ver van de maatschappij staan en zeker de afstand tussen de academische wereld en kinderen zou bijna onoverbrugbaar zijn. In 2002 besloot de Duitse universiteit van Tübingen het tegendeel te bewijzen. Ze organiseerde een namiddag op de universiteit waar kinderen naar hartenlust vragen konden stellen: de eerste kinderuniversiteit was geboren.

Zeventien jaar later is het nog steeds een enorm succes en duiken overal kinderuniversiteiten op: in Rome, Wenen, Leuven… en dus ook in Antwerpen. Dit jaar konden kinderen hier al voor de veertiende keer een hele dag gratis op de Universiteit Antwerpen terecht om kennis op te doen over de verschillende onderzoeksdomeinen. Al deze domeinen waren goed vertegenwoordigd. Zo waren er workshops waarin de natuurwetenschappen centraal stonden, maar ook activiteiten die heel sterk teruggrepen naar kennis van de taal- en humane wetenschappen. Mensen, dieren, planten, heden en verleden... de universiteit vond een goede mix van al deze elementen en bracht ze samen in een programma met doorlopende activiteiten en korte workshops. 

Aan de doorlopende activiteiten konden alle kinderen zonder inschrijven deelnemen. Ze ontdekten er bijvoorbeeld de wondere wereld van microben, leerden om onzichtbare inkt zichtbaar te maken, hoe je zelf handzeep kan maken of hoe Antwerpen er zo’n 400 jaar geleden uitzag. Waren de colleges altijd maar zo interessant! Daarnaast waren er ook nog korte workshops waarvoor kinderen moesten inschrijven en waarin ze echt de handen uit de mouwen konden steken. Ze leerden er boekbinden, bewonderden een nevelkamer, aten algenconfituur en sprinkhaanbilletjes…In tegenstelling tot de ons allen bekende colleges, kregen kinderen de kennis niet zomaar aangereikt. Interactieve lessen in aula’s stonden naast standjes waar kinderen volledig zelfstandig de wetenschappelijke wereld konden ontdekken.

Hoewel dit allemaal geen activiteiten zijn die op een doorsnee dag aan de universiteit plaatsvinden, stapt de universiteit hiermee toch een beetje uit de ivoren toren. In haar opdrachtverklaring geeft de universiteit aan te streven naar het verspreiden van wetenschappelijke kennis door onderzoek, onderwijs en dienstverlening aan te bieden en zo op een positieve manier bij te dragen aan de samenleving. Zowel onderzoek, onderwijs als dienstverlening kwamen tijdens de Kinderuniversiteit sterk naar voren. De kinderen maakten dan misschien geen doorsnee dag uit het studentenleven mee, ze konden wel kennis vergaren door te experimenteren en interactieve colleges te volgen waarin kritisch vragen stellen enorm werd aangemoedigd. 

Kennis vergaren is duidelijk zeer populair. Meer dan 1500 kinderen namen deel aan de workshops en genoten van de shows die gegeven werden door wetenschappers uit alle hoeken van de universiteit. Het grote succes van de kinderuniversiteit bewijst dat een ivoren toren ook een kinderspeelplaats kan zijn. De afstand tussen de academische wereld en de maatschappij lijkt misschien nog te groot voor de meeste mensen, maar kindervoetjes konden hem voor één dag overbruggen.

 


wegwijs in groen vervoer

26/03/2019
wildgroei aan mobiliteit (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

De laatste jaren is er heel wat vooruitgang geboekt op het vlak van (groene) mobiliteit, en dat zie je in de stad. Eigenlijk kan je er zelfs niet naast kijken. Wanneer je voorbij het Centraal Station wandelt, staat er een arsenaal aan milieuvriendelijke transportmiddelen je op te wachten: fietsen, elektrische brommers, zelfs steps en groene wagens. Een goede evolutie, toch zeker in het licht van het actuele klimaatdebat. Maar zie jij door de bomen - of door de weelde aan transportmiddelen - de stad nog? Welke opties zijn er, en hoe studentvriendelijk zijn ze?

vlot met velo 

Het begon allemaal met de stadsfietsjes van Velo. Elke student kent ze wel, die kleine rode fietsjes die je verspreid over de hele stad vindt. Erg gemakkelijk, zolang er een fietsstation in de buurt is en er wel degelijk Velo’s zijn. Voor 49 euro heb je een jaarabonnement (voor 4 euro heb je een dagpas, voor 10 euro een weekpas). Studenten krijgen geen speciale prijs, maar het is best voordelig vergeleken met de andere opties. Daarnaast moet je ook op je tijd letten. Wanneer je langer dan een half uur fietst, komt er een surplus bovenop. Nog een nadeel zijn de wachtlijsten. Om de efficiëntie van hun fietsen te verzekeren, had de stad Antwerpen een wachtlijstsysteem ingevoerd: je moest wachten op je abonnement tot er nieuwe plaatsen vrijkwamen. Tegenwoordig zijn de wachtlijsten gelukkig niet meer zo lang en krijg je vaak vrijwel meteen je abonnement. 

Een Velo is dus vooral handig wanneer je vlot korte afstanden wilt doen, tussen plekken waar fietsstations aanwezig zijn. Daarbij draag je ook je steentje bij aan je ecologische voetafdruk en struikelen de mensen niet over je fiets, aangezien je deze op een vaste plek moet terugzetten. 

 

classy met cloudbike

Omdat er voor Velo enorm lange wachtlijsten waren, startten Jim Briels en Max Machtelinckx in samenwerking met de BMW-garage Jorssen hun eigen fietsendeelsysteem. Je hebt ze wellicht al gezien in de stad, die mooie lichtblauwe fietsen. Klassevoller, comfortabeler en makkelijker te huren, want alles gebeurt via je smartphone. Dat comfort heeft wel een prijskaartje. Bij Cloudbike heb je geen jaarabonnement, maar een driemaandelijks abonnement aan 20 euro (op een jaar tijd kost dit je dus 80 euro). Dat is bijna het dubbele van Velo op jaarbasis. Claim je de fiets langer dan 40 minuten, dan betaal je 5 cent per minuut bovenop je abonnement. Je fiets parkeren kan je enkel in de begrensde zones die je te zien krijgt via de app. Gelukkig zijn er wel een 50-tal van die drop zones binnen en rond Antwerpen en kan je je fiets meestal makkelijk kwijt.

 

slim met swapfiets

Maar er is meer! In Antwerpen vind je vandaag ook overal fietsen met een blauwe voorband. Dit zijn Swapfietsen. Waar Cloudbike en Velo gebruikmaken van een deelsysteem, gaat Swapfiets voor een leasingprogramma. Wanneer je de fiets huurt, is deze ook echt de jouwe zolang je ervoor betaalt. Handig wanneer je bijvoorbeeld op kot zit, maar je eigen fiets van thuis niet tot in Antwerpen krijgt. Nog een bonus is het feit dat ze een studententarief aanbieden; voor 15 euro per maand is deze fiets van jou. Gaat je fiets stuk, dan wordt hij gratis gerepareerd of vervangen (lees: geswapt) door iemand van het Swapteam, en je bent bovendien ook verzekerd tegen diefstal. Klinkt allemaal heel mooi, de vraag is alleen of je 15 euro per maand wilt spenderen aan een fiets. 

 

snel met scooty

Moet het allemaal iets gezwinder gaan voor jou, of leg je een langere afstand af, dan is Scooty misschien iets voor jou. Zowel in Antwerpen als in Brussel vind je deze elektrische deelscooters waarmee je op een groene en snelle manier de stad kunt doorkruisen. Je betaalt eenmalig 2,99 euro registratiekosten en daarna 25 cent per gereden minuut (en 5 cent per minuut dat je pauzeert). Bovendien krijg je bij je registratie 20 minuten gratis rijtijd om de scooters uit te testen. Momenteel is er jammer genoeg geen studententarief, maar er zouden binnenkort wel abonnementen volgen. De scooters zijn volledig elektrisch en dragen dus bij aan het verminderen van de uitstoot. 

Toch zijn er aan dit systeem ook enkele nadelen verbonden. Zo moet je minstens 18 jaar oud, in het bezit van een rijbewijs B én een kredietkaart zijn (iets wat niet elke student op zak heeft). Je kan je scooter ook niet zomaar overal neerzetten. Net als bij Cloudbike mag je je rit enkel beëindigen binnen een zogenaamde 'Business Area' die aangegeven staan in de applicatie. 

Heb je een rijbewijs maar ben je onervaren op een scooter, dan zorgt Scooty er wel voor dat je een gratis initiatie kan volgen zodat je veilig de weg op kan. In elke scooter zitten ook twee helmen zodat jij en je eventuele passagier beschermd zijn. 

 

behendig met bird

Snel zijn, maar geen rijbewijs? Misschien zijn de steps van het Amerikaanse Bird dan wel iets voor jou. Na Parijs, Brussel en Wenen was Antwerpen de vierde Europese stad waar Bird neerstreek. Deze elektrische steps maken het makkelijk om je behendig door de stad te bewegen zonder dat je daarvoor een rijbewijs of enige fysieke energie nodig hebt. Om een ritje te starten betaal je 1 euro en daarbovenop betaal je 15 cent per minuut dat je de step gebruikt. Je kan de steps wel enkel tussen 4 uur ‘s morgens en 22 uur ‘s avonds gebruiken. ‘s Nachts worden ze van de straat gehaald om ze op te laden. 

Met een elektrische step ga je ook snel vooruit, maar liefst 18 kilometer per uur. Daarom is het aangeraden om een helm mee te brengen, wat niet zo handig is wanneer je onverwacht een Bird nodig hebt. 

 

prettig met poppy

Ten slotte zijn er sinds 2017 ook deelwagens te vinden in het Antwerpse, onder de naam Poppy. De flashy Audi’s en Volkswagens zijn opmerkelijk aanwezig in en rond de stad en vormen een goede manier om jezelf comfortabel te verplaatsen binnen en buiten Antwerpen. Qua kost is het erg duidelijk: je betaalt 33 cent per minuut, tenzij je meer meer dan 200 kilometer aflegt, dan komt er een extra kost van 25 cent per minuut bij. Prijzig, maar je krijgt er ook wat voor terug: een elektrische of op CNG-rijdende (compressed natural gas) auto met ruime koffer en het comfort van een nieuwe wagen. Tegenwoordig biedt Poppy ook scooters aan. Daarvoor betaal je, net als bij Scooty, 25 cent per minuut. 

Als student kan Poppy handig zijn wanneer je je in groep verplaatst, een langere afstand moet afleggen of iets zwaars moet verplaatsen, wat moeilijker is met de andere opties. Maar hoe studentvriendelijk is Poppy? Je hebt uiteraard een rijbewijs nodig, dat is logisch. Ook heb je een kredietkaart nodig (prepaid wordt niet aanvaard), wat het net dat tikkeltje minder studentikoos maakt. Ook is er (voorlopig) geen studententarief, wat het aantrekkelijker zou kunnen maken voor de studenten.

 

groen, groener, groenst?

Al die groene oplossingen zijn natuurlijk een geweldige vooruitgang voor de stad en dragen allemaal op hun eigen manier bij aan een kleinere CO2 uitstoot. Toch kan je je ook wel enkele vragen stellen bij de overvloed aan opties. Wordt het niet te veel? Met al die fietsen, steps en scooters zie je op sommige plekken het voetpad niet meer, wat het alleen maar moeilijk en gevaarlijk maakt voor gewone voetgangers. Daarbij kan je je ook afvragen hoe ecologisch ze allemaal echt zijn. Zo rijden er bijvoorbeeld dagelijks verschillende wagens rond om ervoor te zorgen dat de fietsjes onderhouden worden en moet er ook een auto gebruikt worden wanneer de 'swapper' je kapotte swapfiets komt ophalen. Daarbij is het vervangen van je fiets door een elektrische scooter ook niet bepaald ecologisch, want je verbruikt nog steeds elektriciteit.

Dat de sharing economy in de lift zit, is een feit. We zien het in alle markten: van Netflix over Apple Music tot het delen van fietsen en auto's. Men gaat uit van een utopie waarin we zelf geen vervoersmiddelen meer zullen bezitten, maar deze zullen delen met de hele samenleving, om zo naar een groenere toekomst te werken. Je kan je afvragen hoe haalbaar dit idee is, en of mensen écht bereid zullen zijn om hun gewoontes zomaar te veranderen. Toch zijn deze mogelijkheden een stap in de goede richting en een reden te meer om de auto wat vaker thuis te laten en te kiezen voor een groener alternatief. 



het laatste woord

26/03/2019
Petrichor (© Selena de Waard | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet op komen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘petrichor’.

 

Ooit buitengekomen vlak nadat het geregend heeft? Niet in de stad, maar bijvoorbeeld ergens in de Ardennen? Op z’n minst ergens waar de grond nog niet bedekt is door lagen beton, maar waar de oorspronkelijke aarde nog bovenaan ligt. Weet je nog hoe dat was? De natte ondergrond, de plasjes, de druppels die van de bladeren rolden. Herinner je je die geur? De geur van regen op droge grond. Die hemelse odeur.

Als je weet wat ik hiermee bedoel, heb je ooit al petrichor geroken. Het is de geur die ontstaat nadat regen op droge aarde valt, het best te ruiken vlak na het regenen zelf, in de naweeën van de storm. Mensen houden van nature van deze geur omdat onze voorouders nog zo afhankelijk waren van het goddelijke water uit de lucht.

Het begrip is samengesteld uit twee Oudgriekse woorden, namelijk van πέτρα (petra) wat ‘steen’ betekent en ἰχώρ (ichor). Ichor verwijst in de Griekse mythologie naar de gouden vloeistof die als het bloed van de goden dient. Isabel Joy Bear en Roderick G. Thomas bedachten deze term toen ze hem met plezier gebruikten in een artikel voor het magazine Nature. Ze beschreven het fenomeen als petrichormoleculen die in de grond verborgen zijn en pas ontsnappen door de regen. Deze verbinding wordt ‘geosmine’ genoemd en heeft een bijzonder lage geurdrempel.

Geosmine, de stof die dus verantwoordelijk is voor petrichor, is qua reuk haast een afrodisiacum voor ons. Mensen zijn ontzettend gevoelig voor deze geur, meer zelfs dan de meeste diersoorten. Het wekt iets primitiefs en dierlijks in ons op: een gevoel uit lang vervlogen tijden, vele regens geleden. Toen de regen nog een voorbode van voorspoed was en niet enkel brenger van frustraties.

Kom eens buiten op een regenachtige dag. Maak lange tochten over lange paden die lang droog hebben gestaan voor het regende. Ruik de petrichor in de lucht en laat dat instinctief gevoel naar boven komen. Weg van de stad, weg van de smog, weg van de ongezonde lucht. Alleen nog maar petrichor. De goddelijke geur na regen op droge grond. Adem in, adem uit.

 


in gesprek met Jasper Posson

26/03/2019
wijze lessen van een Antwerpse comedian (© Alex Noels | dwars)
🖋: 
Auteur

Op een blauwe maandag was hij praeses van PSW, studeerde hij Politieke Communicatie en was in vijf jaar tijd zelden in de aula aanwezig. Tegenwoordig heeft hij zijn job als ambtenaar opgezegd en stort hij zich op zijn passie: comedy. Jasper Posson won in 2017 de Lunatic Comedy Award, de prijs die Phillipe Geubels in 2006 won. dwars ging het gesprek met hem aan.

 

In zijn kleine vijf jaar als komiek heeft hij al verscheidene optredens gegeven. “In Nederland spelen is heel leuk, daar heb je gauw de sympathie”, steekt hij van wal. “Ze vinden je accent schattig: die zachte G, oh wat leuk!”, zet hij zijn beste Hollandse accent op. Toch is het niet alleen de G waarin we verschillen. “Belgen doen meer aan comedy, Nederlanders meer aan cabaret. Comedy gaat erom zo grappig mogelijk proberen te zijn, terwijl cabaret gaat over het vertellen van een treffend verhaal”, legt hij uit. Overigens verschillen de meningen daarover. 

Possons allereerste optreden was in Café The Joker. Het comedy-café dat zich aan de Kleine Markt bevindt, is een icoon voor Vlaamse komieken. “Je zult geen comedian in Vlaanderen vinden die daar niet heeft gespeeld, dat kán bijna niet”, benadrukt hij. “Iemand die zich zo noemt en niet in The Joker heeft gespeeld, zou ik heel raar vinden. Als comedian begin je met open mics en dan passeer je daar sowieso. Er zijn maar tien open mics in Vlaanderen.”

 

realiteit van een comedian

“Ik vraag me af of die bestaat”, antwoordt Posson als we vragen naar de Antwerpse comedy community. “Er is wel een scene, maar die bestaat gewoon uit Antwerpenaren die aan comedy doen, bekend en minder bekend. De bindende factor tussen comedians is het jaar waarin ze begonnen zijn, dan volgen ze hetzelfde traject; ze gaan naar dezelfde open mics en gaan na een paar jaar ook op dezelfde manier stappen zetten.”

Als we vragen wie hem inspireerde om te beginnen met comedy komt hij met een verrassend antwoord. “Mijn inspiratie ligt bij Amerikaanse stand-up comedians als Dave Chapelle, Louis C.K. en Chris Rock.” Hij bekeek hun shows op het wereldwijde web. “De Belgische scene kende ik eigenlijk helemaal niet voordat ik begon”, geeft hij toe.

 

Ga op café, zuip jezelf te pletter en bovenal: maak fouten.

 

Het blijft lastig om naam te maken als comedian. “Niemand kent mij”, geeft hij aan, “er zijn nog altijd veel goede comedians die niet heel bekend zijn.” Zelf heeft hij zijn job als ambtenaar een jaar geleden opgezegd en stort zich sindsdien op zijn comedywerk, waarmee hij zich erg amuseert. Als zelfstandige voert hij schrijfopdrachten uit, doet hij redactiewerk voor tv-programma’s, is hij aanwezig bij brainstormsessies en natuurlijk schrijft hij ook grappen. Momenteel kan hij daar goed van leven. “Van optreden alleen kunnen er maar zeer weinig leven. Het duurt ook wel even voordat je die status hebt bereikt.”

Zelf stond Posson in de finale van de Humo's Comedy Cup, samen met Sander VDV en Amelie Albrecht, de uiteindelijke winnares. “Amelie is de eerste vrouw die die prijs won. Dat heeft veel media-aandacht gekregen en daardoor is zij bekender. Ik moet zeggen, ze is zeer funny en heeft een unieke stijl die je niet vaak ziet. Je zou haar de vrouwelijke Geubels kunnen noemen.” Momenteel tourt het drietal finalisten door heel Vlaanderen, tijdens hun rondgang bezoeken ze verschillende culturele centra. 

 

zielloze mens in een kostuum

Eens we door onze vragen heen zijn, vragen we Posson of hij nog iets kwijt wil. Hij komt met advies voor studenten. “Kies je richting op basis van wat je triggert en waar je in geïnteresseerd bent. Als je je richting kiest omdat je denkt dat er veel werk in zit, ga dan handelsingenieur doen en ga vervolgens bij Deloitte werken. Daar is gegarandeerd werk, met een dikke bak onder je gat, maar je moet wel shitwerk doen. Een vreselijke zielloze mens in een kostuum word je dan. Doe dat niet.”

Vervolgens wordt de filosoof in hem wakker. “Je leert meer aan de toog van een café dan in de aula”, spreekt een ervaringsdeskundige. “Ik heb echt amper in de les gezeten op vijf jaar tijd, maar heb niet het gevoel dat ik veel heb gemist. Prima als je veel naar de les gaat, maar ga vooral veel op café. Je hoeft niet per se bij een studentenclub, maar zorg ervoor dat je buiten komt. Alles is beter dan jezelf op je kot te entertainen. Ga dus op café, zuip jezelf te pletter en bovenal: maak fouten. Ga met de verkeerde mensen een relatie aan en heb daar vervolgens spijt van.”

 

onzekerheid

Posson zelf koos ervoor zijn passie te volgen. “De keuze voor geld en zekerheid is een totaal verkeerde. Kies juist voor onzekerheid en kijk wat er dan gebeurt. En mocht het niet lukken: ze zoeken altijd mensen bij de Brico. Je kunt altijd, op ieder moment, voor zekerheid kiezen, maar je kunt op heel weinig momenten voor onzekerheid kiezen. Door dat te doen, groei je als persoon.”

 

Jasper Posson tourt momenteel met Amelie Albrecht en Sander VDV door heel Vlaanderen. Het laatste optreden van hun tour vindt plaats op 18 mei 2019 in Deurne.

 


over laat beslissen, slijmliedjes en remmingen

26/03/2019
proffenprofiel Geert Dom
🖋: 

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Geert Dom is naast professor Psychiatrie ook Medisch Directeur bij het Psychiatrisch Ziekenhuis Multiversum in Boechout. Hij zetelt als eerste Belg ooit in de European Psychiatric Association (EPA) én is sinds vorig jaar voorzitter-president van de European Federation of Addiction Societies (EUFAS). Hoog tijd om de man achter die titels te leren kennen.

Dag professor! U heeft een serieus oeuvre. Hoe blaast u stoom af in uw vrije tijd?

Dat doe ik vrij letterlijk, ik speel namelijk jazz op blaasinstrumenten: saxofoon en klarinet. Daarnaast beoefen ik ook piano en zing ik. Twee keer per week ga ik naar de muziekschool in Lier. Een keer per week speel ik in een bandje. Gewoonlijk vervoeg ik me zondagochtend bij de fanfare van Boechout, een vrolijke bende met vooral salsa- en balkanmuziek.

 

Bij geneeskunde kan ik niet anders dan aan het ingangsexamen denken. Was dat voor u een struikelblok?

Er was toen nog geen ingangsexamen voor geneeskunde! Voor mijn ingangsexamen als ingenieur was ik er wel van de eerste keer door, dus daar ben ik niet over gestruikeld.

 

Wat voor student was u zelf?

Ik was absoluut niet iemand die op zijn achttiende wist wat hij wou doen, au contraire. Eigenlijk was het mijn droom om pure wiskunde te kunnen combineren met filosofie. Mijn ouders raadden me dat heel hard af, omdat ik 'daar nooit mijn boterham mee ging verdienen'. Toen ben ik te braaf geweest en ben ik als compromis voor ingenieur gaan studeren. Dat was absoluut geen succes, na één jaar ben ik met geneeskunde begonnen. Toen wist ik ook nog niet goed wat ik wilde doen. En met geneeskunde kan je nog later – véél later  kiezen. 

 

Wat was voor u de trigger om aan onderzoek te beginnen doen?

Ik heb pas laat in mijn carrière gedoctoreerd, in 2006, maar ik was altijd al nieuwsgierig. Al vroeg in mijn klinische loopbaan heb ik trainingen gegeven over verslavingen en heb ik enkele boeken gepubliceerd. Mijn belangrijkste drijfveer was dat er héél weinig op academisch niveau over verslaving werd nagedacht en gehandeld. Ik zocht naar proffen die daarmee bezig waren, maar die waren er niet in Vlaanderen. De volgende stap was om erop te promoveren. Een van mijn missies is dat die belangrijke en gemarginaliseerde problematiek meer academische aandacht krijgt. Ondertussen is er wel meer belangstelling, maar Vlaanderen hinkt toch achterop.

 

Hoe start u uw dag?

Mijn ochtendritueel is dat ik – een beetje gedwongen door mijn vrouw – met de twee honden ga wandelen. De jongste is een Irish Terriër en de oudste lijkt daar erg op, maar die hebben we geadopteerd uit een asiel. Daarna ontbijt. Als er tijd voor is, lees ik een krant en dan check ik systematisch mijn mails. Ik woon op zeven minuten van mijn werk, en dan loopt dat zo door tot een uur of tien 's avonds.

 

Uw vakgebied is verslaving. Verandert dat de manier waarop u omgaat met alcohol?

Ja, dat remt me wel. Graag drink ik een glaasje goede wijn, maar ik ben wat alerter, net omdat ik alle mogelijke nadelen ken.

 

Is er een bepaald drankje waar u zeker geen nee tegen zou zeggen?

Ik zeg tegen veel ja. Ik probeer dat met mate te doen, net omdat er zoveel lekkere dingen zijn. Goed eten en goed drinken met mate... ik zit niet in het kamp van de geheelonthouders. Maar tegelijkertijd moet je je wel bewust zijn van wat 'met mate' inhoudt.

 

Stel dat u één iemand kan uitnodigen om bij u te komen eten  levend, dood, beroemd, maakt niet uit. Wie schuift er bij u aan tafel?

Daar heb ik eigenlijk nooit over nagedacht. Ik denk dat het wel iemand zou zijn uit de muziekwereld, of iemand die twee- tot drieduizend jaar geleden leefde. Dat fascineert mij enorm: hoe hebben mensen vroeger geleefd? Ik zou dat ongelofelijk interessant vinden om met zo iemand ne klap te doen.

 

Wat is een belachelijke guilty pleasure van u?

Belachelijke dingen? Ik heb nogal wat "onvolkomenheden" en doe heel veel belachelijke, onnozele dingen. Ik shop graag: elke dag ga ik naar de Delhaize, da's bijna pathologisch! Maar ik kook dan ook wel elke dag. Ik zit graag voor de tv leeg te lopen. Ik kijk meer tv dan nodig is op de weinige momenten dat ik kan. Dan kijk ik heel regressieve dingen. Talkshows, rampenfilms, waarop ik denk: my God, wat zit ik hier nu te doen? En ik hoor graag slijmliedjes, met een heel romantische melodie. Een beetje tegenstrijdig wellicht, want ik speel zelf jazz. Ik kan zeer ontroerd raken door Charles Aznavour, bijvoorbeeld. Enfin, een vat vol guilty pleasures.

 

Om af te sluiten: welke saus moet er bij uw frietjes?

Als de kids nog eens thuiskomen en er worden frieten gehaald, zijn daar altijd bitterballen en kaaskroketten bij. En dan vraag ik stiekem om pickles mee te nemen.



chaos, eenzaamheid en heimwee

26/03/2019
Kan Erasmus ook tegenvallen? (© Rin Verstraeten | dwars)
🖋: 

Tijdens deze periode krijgen heel wat studenten het heuglijke nieuws dat ze zijn toegelaten voor Erasmus. Ze zullen op een exotische bestemming de tijd van hun leven hebben. Feesten, buitenlandse studenten ontmoeten en misschien wel makkelijker goede punten behalen. Maar wat als die verwachtingen niet worden ingelost? Wat als het niet evident is om vrienden te maken, er van feesten niet veel in huis komt en de leerstof moeilijker is dan verwacht? "Ik wilde zo graag terug naar huis dat ik voor mijn laatste weken op Erasmus zelfs een aftelkalender had gemaakt."

 

Jaarlijks vertrekken bijna 6000 Vlaamse studenten op Erasmusuitwisseling naar het buitenland. Volgens de website van Universiteit Antwerpen versterkt deze ervaring hun talenkennis, aanpassingsvermogen en interculturele bagage. Onderwijsminister Crevits voegt daaraan toe dat de ervaring studenten belangrijke troeven voor de arbeidsmarkt bijbrengt. Erasmus bezorgt je niet alleen cv-materiaal, maar soms ook een lief. Ondertussen zouden er al één miljoen Erasmusbaby’s zijn geboren.

 

Iedereen gaat ervan uit dat Erasmus altijd tof is, daarom konden ze niet vatten dat ik er ongelukkig was.

 

Om na te gaan of studenten echt zo tevreden zijn met hun uitwisseling, bestaat er een verplichte tevredenheidsenquête. Daaruit bleek dat 73 procent ‘very satisfied’ was. Ongeveer 25 procent duidde ‘rather satisfied’ aan en slechts twee procent koos voor ‘neither dissatisfied nor satisfied’. Het is gelukkig dus maar een klein percentage dat zijn buitenlandse ervaring niet geweldig vond. Maar wat zouden de redenen voor een slechte ervaring kunnen zijn?

 

gemiste start

We horen bij heel wat studenten dat een Erasmusuitwisseling op voorhand moeilijk te organiseren is. Elias en Camille van de faculteit Rechten zijn ontevreden over de dienstverlening van UAntwerpen. “We kregen vaak geen antwoord op mails, verkeerde informatie, of gemene reacties als we een vraag stelden”, legt Elias uit. “Ik heb al tientallen gelijkaardige verhalen gehoord, dus het lijkt een meer algemeen probleem te zijn.” Ook voor Olivia uit Taal- en Letterkunde liep de regeling van haar Erasmus niet van een leien dakje. Ze zocht meer dan twee maanden lang naar een kot en moest uiteindelijk noodgedwongen in een appartement op een slechte locatie wonen.

Ook in het gastland verloopt niet altijd alles even gemakkelijk. Justine vertrok op Erasmus naar Parijs, maar liep tijdens haar eerste weken verdwaald rond op de campus. Ze had geen studentenkaart en geen (e-mail)adressen waar ze terecht kon. “Er was geen structuur, amper hulp en vooral veel chaos.” Ook haar lessen verliepen stroef omdat ze de leerstof vaak niet begreep. Ze probeerde proffen te benaderen, maar kreeg bijna nooit respons. Haar medestudenten hielpen haar evenmin. "De Parijse studenten waren allesbehalve gastvrij." Daardoor moest ze zichzelf elke dag naar school sleuren, wetende dat ze alleen in de les zou zitten. Uiteindelijk haalde Justine na bloed, zweet en tranen slechts één van haar vier vakken. “Van Erasmus hoor je vaak dat het een semester is waarbij je met je ogen dicht razend goede punten haalt. Dat was in mijn geval absoluut niet zo.”

 

eenzaam en alleen

Een ander positief cliché dat leeft over Erasmus, is dat je er gemakkelijk vrienden maakt. Volgens Olivia klopt dat beeld niet altijd: “Omdat mijn appartement in een saaie buurt buiten het centrum lag, was het moeilijk om met mensen van de les af te spreken. Er was ook niet echt een Erasmuscommunity waardoor ik niet zo snel vriendschappen kon opbouwen.” Als gevolg daarvan bracht ze veel tijd alleen door en voelde ze zich soms eenzaam. Het contact met de locals verliep bij haar ook niet altijd vlot: “Enerzijds door de taalbarrière en anderzijds omdat ze minder moeite wilden steken in contact te zoeken met mij omdat ik een Erasmusser was”. Louise, die naar Santiago de Compostella ging, ervoer hetzelfde probleem. “Ik had het gevoel dat ik daardoor de lokale cultuur niet echt leerde kennen.” Ze ontmoette vooral andere Erasmussers waarbij al snel ‘landengroepjes’ ontstonden. Daar viel ze wat tussenuit, omdat ze de enige Belgische student was.

 

 Er was geen structuur, amper hulp en vooral veel chaos.

 

Door het moeizame contact met anderen en het gemis van vrienden en haar lief, kreeg Louise heimwee. Na drie weken besloot ze om definitief terug naar huis te keren. Olivia en Justine gingen tussendoor enkele keren naar huis. “Toen ik tijdens de kerstvakantie terug in Antwerpen bij mijn vrienden was, fleurde ik helemaal op”, zegt Olivia. Justine vertrok een keer halsoverkop naar huis na een slecht examen. “Ik zat toen voor me uit te staren achter mijn bureau. Mijn volgende examen kwam er bijna aan en ondertussen stapelden de vuile kleren zich op, kwam het eten niet vanzelf op mijn bord en beleefden mijn vrienden in België leuke avonden. Ik had het toen even nodig om weg te vluchten.”

 

ongelovige reacties

Justine, Olivia en Louise stootten wel eens op onbegrip toen ze over hun minder toffe ervaring praatten. Olivia vond het moeilijk om na haar terugkeer aan haar omgeving te vertellen dat ze vaak eenzaam was geweest. “Iedereen gaat ervan uit dat Erasmus altijd tof is. Veel vrienden waren jaloers dat ik in het buitenland zat en daarom konden ze niet vatten dat ik er soms ongelukkig was.” Bij Justine stonden sommige mensen verstomd toen ze hoorden dat ze voor het merendeel van de vakken niet geslaagd was. Volgens haar hangt er een beeld van feestjes, drank, hoge punten en weinig verwachtingen rond een Erasmuservaring. Toen Louise vervroegd terugkeerde van Erasmus, reageerden haar vrienden ook verbaasd: "Je hoort Erasmus leuk te vinden omdat iedereen dat vindt."

Tim Berckmans van de Dienst Internationale Samenwerking (DIS) erkent dat studenten moeilijke momenten meemaken tijdens Erasmus. Dat hoort bij de aanpassing aan een nieuwe omgeving. De meeste studenten leren daarvan bij. Voor Olivia en Justine was Erasmus inderdaad een leerschool. Ze schaafden hun talenkennis bij, leerden hun plan trekken en ontdekten nieuwe hobby’s. Volgens Berckmans gaat het gelukkig slechts om een heel klein percentage studenten dat ontevreden is. De faculteiten proberen hun Erasmuspartners op voorhand te screenen en bij regelmatig terugkerende problemen wordt de samenwerking herbekeken. Ook probeert DIS studenten goed voor te bereiden met infosessies en een brochure over de emotionele aspecten van Erasmus. Volgens Louise zijn die infosessies nog iets te veel een good news show. “Heimwee komt nauwelijks aan bod. De infosessie voelde eerder aan als een promotiepraatje voor een uitzonderlijke ervaring."

 

De namen van de studenten werden gewijzigd omdat ze kozen anoniem te getuigen.

 


twintig jaar sociaal-economische geschiedenis door de ogen van Pieter Timmermans

26/03/2019
werk voor de toekomst (© Belga | dwars)
🖋: 
Auteur

Met meer dan twintig jaar ervaring als CEO van de grootste werkgeversorganisatie van België, wordt hij weleens de nestor van het sociaal overleg genoemd. Pieter Timmermans heeft er een drukke carrière opzitten: hij startte bij de studiedienst van het ministerie van Economische Zaken, om daarna de sprong te maken naar een adviseurschap bij de toenmalige minister van Begroting Herman Van Rompuy en vervolgens aan de slag te gaan bij het VBO (Verbond van Belgische Ondernemingen). Daar werd hij in 2012 verkozen tot CEO. Sinds 27 mei 2013 is hij eveneens regent bij de Nationale Bank, in 2018 werd hij zelfs baron. In onzekere tijden als deze werpen we graag een blik op twintig jaar economische verandering in België, in een zoektocht naar wat het verleden ons te leren heeft. Wie kan ons hierin beter bijstaan dan de man die al twee decennia lang het socio-economische landschap van ons land mee vormgeeft?

De afstuderende student heeft af te rekenen met uitdagingen die onze ouders zelfs niet voor mogelijk hielden. De wereld om ons heen is de voorbije twintig jaar grondig veranderd en stabiliteit lijkt verre van nabij. Wat ziet u als de grootste uitdaging voor studenten anno 2019?

De grootste uitdaging voor de student is om niet te denken dat hij geslaagd is als hij een diploma behaalt. Vijftig jaar geleden was dat wel waar. Toen volstond een universitair diploma om voor de rest van je leven een topfunctie te bekleden in een van onze Belgische bedrijven. Die tijd ligt ondertussen ver achter ons. De meeste studenten beseffen dit inmiddels. Tegenwoordig streven velen naar minstens twee diploma’s, liefst aangevuld met een doctoraat. Op dit moment zien we ook die tweede fase haar laatste adem uitblazen. In de toekomst zal je diploma niet meer dan een toegangsticket zijn waarmee je de eerste vijf jaar ‘veilig’ zit. Gedurende heel je loopbaan zal je een gretigheid moeten tonen om jezelf steeds te blijven ontwikkelen. Anders ben je binnen een tiental jaar outdated.

In de toekomst zal het ook perfect mogelijk zijn om zonder universitair diploma door te stoten naar topfuncties. Je zal zelf je inzetbaarheid op de arbeidsmarkt hoog moeten houden. Dat vereist natuurlijk een heel andere mindset. Je kan niet meer verwachten dat je werkgever instaat voor jouw vorming, daar zal je zelf naar op zoek moeten gaan. Degenen die dat niet kunnen, zullen achterblijven.

 

Ondertussen kan u beroep doen op meer dan twintig jaar ervaring in het sociaal overleg. Wat zijn de grootste veranderingen die u meemaakte?

Digitalisering creëert een enorme afstand tussen onderhandelaars, omdat iedereen met de smartphone in de hand het overleg volgt en maar half aanwezig is. Aan het begin van mijn carrière kon je als onderhandelaar rustig aan tafel van gedachten wisselen zonder dat de pers daar een paar uur later meteen van wist. Vandaag is dat onmogelijk en dat verstoort de dynamiek van een overleg enorm. Bij een onderhandeling is de chemie tussen personen enorm belangrijk. 

Daarnaast is het overleg ook grondig veracademiseerd, en dat is een erg goede evolutie. We discussiëren de laatste jaren veel minder op basis van gevoelens, maar vertrouwen op feiten, aangeleverd door een objectieve instantie.

 

Verliezen we daardoor niet een deel van die chemie? Discussiëren we te veel over cijfers en verliezen we zo de concrete leefwereld van werknemers uit het oog?

Je moet die rapporten zien als een voorbereidend instrument. Finaal is het product van een onderhandeling natuurlijk nog steeds een akkoord tussen mensen. Door je onderhandeling te staven op feiten heb je tenminste een goede basis van waaruit je met de hele tafel kan vertrekken.

Ik herinner me nog levendig een onderhandeling aan het begin van mijn carrière. De olieprijs was op dat moment gestegen, waardoor sommige producten plots een stuk duurder werden. De vakbond zei tijdens de onderhandelingen dat de prijs van hun winkelkar in de Delhaize steeg, dus de index moest aangepast worden. Een maand later daalde die olieprijs weer en ging de inflatie terug naar beneden. Als we bij de eerdere onderhandelingen een akkoord hadden gesloten, was dat een slecht akkoord geweest. De argumentering van de vakbond destijds was louter gebaseerd op een gevoel: “Kijk eens, mijn karretje gevuld met melk is de afgelopen maanden 20 procent duurder geworden! Dus mijn beste werkgever, ik moet een loonsverhoging krijgen.” Dat soort situaties komen tegenwoordig veel minder voor, net omdat we frequenter beroep doen op objectieve rapporten.

 

Welke factoren doen een sociaal overleg slagen?

De persoonlijke relatie tussen de onderhandelaars onderling is het allerbelangrijkste. Een vriend van de andere tafelgenoten zal je niet zijn, maar het moet wel klikken. Wanneer ik aan de onderhandelingstafel aanschuif, doe ik dat altijd met de intentie om te zoeken naar de argumenten waarom het overleg zou kunnen slagen. Redenen vinden waarom het zou kunnen falen is te makkelijk. Op het einde van de onderhandeling moet je eveneens de moed hebben om net iets verder te gaan dan je mandaat in feite reikt. Bij elke onderhandeling krijg je namelijk een mandaat van je leden over wat je mag toestaan. In die last mile moet je echter net over de grenzen van je eigenlijke mandaat kunnen gaan. Ondanks dat je van je achterban eigenlijk niet de goedkeuring kreeg, moet je de moed hebben toch nog een stapje extra te zetten in het belang van het overleg.

 

In een interview uit september 2018 geeft u aan dat het goed zou zijn als de werknemers en werkgevers het voortouw zouden nemen in het afbakenen van het stakingsrecht. Waarom is die ingreep noodzakelijk?

Die ingreep is noodzakelijk omdat het stakingsrecht regelmatig misbruikt wordt. U zal mij nooit horen zeggen dat ik het recht van een arbeider om het werk neer te leggen in twijfel trek. Momenteel ontstaan er echter problemen omdat ons rechtssysteem niet duidelijk omschrijft wat er toegestaan is. Daardoor ontstaat er een misplaatst gevoel van onschendbaarheid bij actievoerders. Wanneer er tijdens een demonstratie iets misloopt, wijst men zodoende steeds door naar het individu. Dat komt omdat de vakbond zelf niet aangeklaagd kan worden, juridisch gezien bestaat ze namelijk niet. In juridische termen zeggen we dat ze ‘geen rechtspersoonlijkheid' heeft. Hierdoor gebeuren er zaken die absoluut niet kunnen. Het is bijvoorbeeld omwille van veiligheidsredenen bij wet verboden om de sporen in treinstations te blokkeren. De NMBS treedt normaal dan ook erg streng op tegen spoorlopers. Maar bij stakingen mogen sommigen plots wel met hun vlaggen op de sporen staan zwaaien. Daar moeten duidelijke regels over zijn: wie dat doet, no mercy.

Er zijn ook voorbeelden van directieleden die doodeenvoudig gegijzeld worden door hun personeel in hun eigen gebouw. Men wil tijdens een overlegmoment de tafel verlaten, maar wordt verhinderd door een groep vakbondsleden. Zij zeggen letterlijk: “wij gijzelen u, u mag hier niet buiten”. Dat is wat mij betreft ontoelaatbaar. Niemand durft er echter tegen op te treden, omdat er geen regels zijn.

Het stakingsrecht is een recht, maar geen absoluut recht. Stakingsrecht eindigt daar waar het recht op werken begint. Een werkgever kan bij stakingen ook niet aankomen met een knokploeg om iedereen uit de weg te ranselen. We moeten daarom via een overeenkomst tussen vakbonden en werkgevers de grenzen van het stakingsrecht afbakenen, om mistoestanden tegen te gaan. Wanneer we niet in staat zijn onderling met de vakbond tot een akkoord te komen, dient de wetgever die taak op zich te nemen. 

 

U bent ook hoogleraar aan de KU Leuven. Met welke levensles wil u dat studenten de universiteit verlaten?

Op het einde van een lessenreeks geef ik mijn studenten graag twee boodschappen mee. In de eerste plaats vraag ik om iets terug te doen voor je land. Je hebt een geweldige kans gekregen om hier te mogen studeren tegen een goede prijs. Ten tweede: pin je niet meteen vast op één bepaalde job na het behalen van je diploma. Verander een paar keer van werk totdat je ergens middenin je dertiger jaren stabiliteit kan beginnen opbouwen. Gebruik de eerste tien jaar van je loopbaan om te kijken welke richting je uit wil. Als pas afgestudeerde is het jouw taak om eerst de arbeidsmarkt te besnuffelen.
 



betweter

26/03/2019
het regent diamanten (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

"In Antwerp we speak diamond" en dat al sinds 1447. Hier passeert jaarlijks 80 procent van de ruwe en de helft van de geslepen diamanten; de bijnaam 'diamantstad' is dus niet gestolen. Maar diamonds are not forever. Ze groeien niet aan de bomen en de aarde herbergt maar een beperkte hoeveelheid. Wat als de voorraad uitgeput raakt? 

Los van synthetische alternatieven, hebben wetenschappers ontdekt dat hoewel aardse diamanten zeldzaam zijn, buitenaardse dat niet zijn. In het universum zweven ontelbare nanodiamanten en ook meteorieten die neervallen op aarde en soms diamanten bevatten. Wetenschappers voorspellen ook dat er buiten ons zonnestelsel planeten bestaan die volledig uit deze edelsteen opgebouwd zijn. Maar ook planeten in ons eigen zonnestelsel bevatten diamanten. Zo toonden wetenschappers aan de hand van experimenten aan dat er zich op Saturnus, Jupiter, Uranus en Neptunus een vreemd natuurverschijnsel voordoet: het regent er diamanten. 

Op Saturnus en Jupiter start diamantvorming als bliksem methaan in koolstof verandert. Die koolstof valt naar beneden en door toenemende druk ontstaat eerst grafiet en later diamant. De diamanten blijven vallen tot de druk en temperatuur zo hoog zijn dat de edelstenen vloeibaar worden. Ook op deze planeten zijn diamanten dus niet forever. Neptunus en Uranus zijn veel kouder en bestaan uit vaste kernen omringd door dikke lagen ijs vol waterstof en koolstof. De diamanten worden gevormd wanneer deze stoffen diep onder de oppervlakte met extreme druk te maken krijgen. Ze zinken en blijven groeien tot ze op de vaste kern van de planeet botsen en ophopen tot heuse diamantbergen.

Die bergen ontginnen lijkt sciencefiction, maar steeds meer overheden maken van mijnen in de ruimte een prioriteit. In 2015 kregen Amerikaanse burgers de toestemming om buitenaardse grondstoffen te bezitten. In 2017 stelde Luxemburg de eerste wetten op over ruimte-ontginning en begin maart 2019 startte Rusland hierover gesprekken met Luxemburg. Buitenaardse diamantmijnen zijn minder futuristisch dan gedacht, maar of de aardbewoners zich het motto 'un pour tous et tous pour un' zullen toe-eigenen of eerder het individualistische 'ieder voor zich', valt nog af te wachten. Wordt ontginning in de ruimte de nieuwe gold rush en kopen we binnenkort diamanten van Uranus? Als het aan mij ligt, laten we die diamanten waar ze zijn, maar diamantenregen? Die wil ik wel eens met eigen ogen zien!
 



de blikopener

26/03/2019
blikopener (Rin Verstraeten | dwars 118)
🖋: 

Niet iedereen heeft een spannend onderwerp om over te schrijven tijdens hun universitaire carrière. Menig masterstudent zit opgescheept met saaie vragenlijsten of geforceerde telefoongesprekken, waar vaak niets grensverleggends uit voort zal vloeien. Het onderzoek van Steven Jillings is van een heel andere aard. Hij is naar Moskou gereisd en bestudeert nu de effecten op onze hersenen van een verblijf in de ruimte. 

Steven heeft een achtergrond in de Biomedische Wetenschappen en doctoreert nu aan de faculteit Wetenschappen. Voor zijn onderzoek nam hij structurele en functionele MRI-scans van kosmonauten, voor en na een ruimtereis. Zo kon hij verschillende veranderingen in hun lichaam registreren. De Russische kosmonauten – ze wensen liever geen astronauten genoemd te worden – verbleven één shift, oftewel zes maanden lang, in het International Space Station (ISS). Er werden twaalf personen geobserveerd. Voor drie van de proefpersonen was het de eerste keer dat ze een ruimtereis maakten, zogenaamde first time flyers. Tot een half jaar na terugkomst op Moeder Aarde werden de kosmonauten opgevolgd. Hoewel zowel ruimtereizen als magnetische resonantiebeeldvorming (MRI) al meer dan vijftig jaar mogelijk zijn, is Stevens onderzoek nog steeds pionierswerk. Enkel NASA voert ook zulke scans uit. 

Stevens eerste paper behandelt de veranderingen in de samenstellingen van weefsels in het brein. Na de opnames vielen de volumeveranderingen meteen op. Op de scans is te zien dat de ventrikels, de hersenkamers, zijn vergroot. Hierin vloeit het cerebrospinaal vocht (CSV). Deze vloeistof of liquor, zoals het ook vaak genoemd wordt, heeft beschermende eigenschappen en heeft een transportfunctie in het brein. Er is ook onderaan het brein meer ruimte ontstaan, en bovenaan minder. De hersenen zijn dus in de schedel een stukje naar boven verplaatst. 

Het is al langer bekend dat tijdens verblijf in de ruimte een vochtophoping in de bovenste helft van het lichaam plaatsvindt. Dit is een normaal fysisch effect. Op aarde wordt alles omhoog gepompt tegen de zwaartekracht in. In de ruimte ontbreekt deze kracht. Hierdoor wordt alles meer naar boven gestuwd, richting het hoofd. Een bijkomend fenomeen is een verminderde heropname van het CSV, die beschermende vloeistof dus. Normaal gezien wordt deze bovenaan het brein opnieuw geabsorbeerd. Door die stuwing naar boven ontstaat er een compressie van dit reabsorptiegebied.

Steven vindt het jammer dat ze de kosmonauten niet meteen kunnen zien nadat ze geland zijn. De Antwerpse onderzoeksgroep waartoe hij behoort, doet haar eerste metingen pas op de negende dag na de landing. Dan is het brein echter al voor een deel genormaliseerd. Wel hebben ze op dit eerste meetpunt kunnen vaststellen dat er een toename van het CSV in de hersenkamers is. Na verloop van tijd herstelt dit, maar tot een half jaar na de ruimtereis is dit nog niet terug naar het normale niveau gezakt. Dat heeft mogelijk invloed op langere termijn. Een ander voorbeeld van de effecten van ruimtereizen, is het ontstaan van oogproblemen na terugkeer. Dat is toe te schrijven aan vochtophoping. Er is dan een verschil in de druk die uitgeoefend wordt op de ogen en de hersenen en dat kan voor ongemakkelijkheden zorgen. 

Tot nu toe vreest Steven niet voor de gezondheid van de kosmonauten, mits de nodige maatregelen genomen worden. Vooral bij first time flyers zijn de effecten van gewichtloos zijn in de ruimte merkbaar. Bij kosmonauten die de aarde vaker verlaten hebben, lijken deze effecten minder sterk. Het is nog onbekend hoe het lichaam zal reageren op ruimtereizen die langer dan een jaar duren. Op dit moment staat vast dat de lichamelijke veranderingen die een half jaar ruimtereizen veroorzaken, geen blijvende gezondheidsproblemen met zich meebrengen. Maar na een jaar – of wie weet hoelang we in de toekomst in de ruimte kunnen verblijven – misschien wel. Het uitzetten van de ventrikels kan je als een soort buffersysteem zien: het beschermt ons brein. Handig dat onze hersenen zo goed voor zichzelf kunnen zorgen. Het vermogen van de mens en zijn brein om zich aan te passen is groot. Deze veerkracht is een sleutel tot het functioneren van de mens. Tot nu toe is de mensheid geëvolueerd met de aanwezigheid van zwaartekracht. Als deze factor wegvalt, zal het lichaam zich plots heel anders moeten gaan gedragen.

In een tweede paper zal Steven uit de doeken doen wat de functionele veranderingen zijn in de hersenen. Met functionele MRI-scans worden daarvoor opnames gemaakt van de relatieve bloedtoevoer. Het volgend onderzoek is gefocust op het evenwicht, een van de meer complexe systemen die verstoord kunnen raken door een verblijf in de ruimte. Daarover mag dwars echter nog niet te veel zeggen, want Steven en zijn onderzoeksgroep doen dat binnenkort zelf!