Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie is het tijd voor de ‘eenwoud’. Eindelijk. 

Als kind kon ik niet genoeg krijgen van feitjes over planeten en fantaseerde ik over de hoogste plekken ter wereld. Ik klom in bomen, viel van de takken en bedwong de houten reuzen dan opnieuw. Een reuzenrad stemt me tevreden, een achtbaan maakt me euforisch. De wolken doen me dromen, de sterren fascineren me, de bergketens wenken. En toch: ik heb hoogtevrees, de beklemmende soort. Ik kan niet meer zeggen sinds wanneer. Misschien is er met elke val een druppeltje angst bijgekomen. 

Wat we nu kennen als ‘de loterij’ heeft er niet altijd zo uitgezien. Dan bedoel ik niet het feit dat de loterij zich op een televisiescherm voltrekt, in een studio ver weg van haar publiek, of het hoogtechnologische bingosysteem dat steevast door een gerechtsdeurwaarder gecontroleerd wordt. Loterijen in de nieuwe tijd ontstonden op initiatief van de stedelijke overheid als manier om met schulden om te gaan. Al gauw evolueerde een redelijk eenvoudige tombola tot een literair spektakel met gevarieerde prijzen. Een korte reis door de tijd.

Al geruime tijd mis ik de mensen die ik niet ken. Die jongen met die iets te felle jas van dat college op donderdagochtend. De eenbenige vrouw die ik minstens wekelijks groette op de Paardenmarkt. De man die altijd rokend te vinden was op dat bankje bij de supermarkt. Stuk voor stuk bekende gezichten met onbekende namen en dat houd ik liever zo. Er zit een bepaalde mystiek aan deze figuranten, aan de ogen waarin verhalen zich schuilhouden, maar de mond die ze niet ten gehore brengt. Zolang hun verhalen opgeborgen blijven mag ik ze zelf schrijven. Die felle jas is vast door zijn moeder gekocht, zelf vindt hij hem spuuglelijk. Dat been is afgezet door een enge dokter met een Duits accent na een giftige slangenbeet in de jungle van Malawi. De rokende man is er nog steeds van overtuigd dat hij morgen zal stoppen. 2020 heeft de constructie van mijn innerlijke rariteitenkabinet flink vertraagd, door mij en mijn sprookjesfiguren veilig in ons kot op te bergen. Heb ik even geluk dat dat van mij ramen heeft. 

Niet Vlaams genoeg voor de Vlamingen, niet Nederlands genoeg voor de Nederlanders. Geplaagd door zijn dualiteit duikt Antwerpenaar en keeskop Tino in het diepe vat van Vlaamse volksmuziek om te assimileren. Met wie? Moakt da zelf maar uit ze, frikandel.  

In een wereld vol protesten, sociale-mediagekibbel en dronken discussies op café ging ik op zoek naar een oase van samenspraak. Ik werd niet teleurgesteld. De voorbije weken nam ik jullie mee doorheen mijn zoektocht naar een objectief beeld van Debate Your Issue, DYI. Vandaag bevat de kern een andere boodschap. Wat is nu het nut van dit project? En is er überhaupt een probleem? Is DYI de oplossing?

Soms kan kunst bevreemdend werken. Meer dan eens kunnen we ons afvragen wat een kunstwerk nu eigenlijk is, wat het moet voorstellen en of het zelfs kunst is. Welk verhaal moeten we erin lezen? De campussen van UAntwerpen staan vol kunstwerken, maar of er veel studenten zijn die ze goed bekijken valt te betwijfelen. dwars vliegt er echter in en belooft je dat vijf minuten eerder opstaan om de pareltjes op de universiteit toch eens goed te bekijken, helemaal de moeite waard is.  

Enkele maanden geleden begon ik aan mijn eerste academiejaar. Ik nam geen plaats vooraan in de aula, ik droeg geen naamkaartje en ik liep niet verloren in een doolhof van gangen. In plaats daarvan zat ik in mijn pyjama achter een scherm. Ik moest mijn weg niet zoeken in een doolhof van gangen en liep in vergaderingen waar mijn naam gewoon in een bolletje verscheen. Ik zat vast op één plaats met een blikje Cara Pils in de hand, wanhopig starend naar mijn iets te ijzig stille Tinderapp. Ik bevond me tussen een moeras van planten en rotzooi, op zoek naar mijn samenvatting van het (studenten)leven van afgelopen maanden tot nu. 

Fantastisch nieuws. Na 2020 belooft ook 2021 een onvergetelijk jaar te worden of toch een soort van. En niet in de laatste plaats voor de onovertroffen geluksvogels die studenten zijn die in deze onvergetelijke jaren waarachtig de mooiste tijd van hun leven beleven. Een tijd die hen leert proeven van vrijheid en met die vrijheid leert omgaan. Een tijd die een schier onuitputtelijke bron zal blijken van dierbare herinneringen, straffe caféverhalen, hilarische aulamomenten en vriendschappen voor het leven na dwaze nachtelijke avonturen. U snapt meteen, een tijd die je zelfs niet voor het fortuin van Bezos wilt missen.

In een wereld vol protesten, sociale mediagekibbel en dronken discussies op café, ging ik op zoek naar een oase van samenspraak. Ik werd niet teleurgesteld. Vorige week stelde ik jullie voor aan het project Debate Your Issue, DYI. Vandaag haal ik mijn innerlijke Sherlock Holmes boven en ga ik op zoek naar de oorsprong van het project. Stap voor stap creëer ik een reconstructie van het ontstaan van het project en komen de motivaties van de organisatoren bovendrijven. Ik neem jullie graag mee op mijn zoektocht.