Lissabon, Het Vasco Da Gama-artikel

dwars door Europa
06/03/2010
Bron/externe fotograaf
Tania Silva

Elk jaar ruilen duizenden studenten over heel Europa hun universiteit enkele maanden voor eentje in het buitenland. Willem, een goede vriend, heeft Lissabon gekozen als bestemming. Geweldig, vind ik, want er staan palmbomen naast de luchthaven en volgens onze piloot is het om tien uur in de ochtend al 12 graden Celsius. Afgang voor al wie in de winterkoude van België zit. Dit is het verslag van enkele dagen als uitwisselingsstudent in Lissabon.

Verrassing

Ik stap met Maarten, partner in crime, af bij Campo Pequeno aan de met betonnen woonblokken bezaaide Avinida da Republica. Campo Pequeno is de naam van een Moorse stierengevechtarena waar ook concerten plaatsvinden. Het gebouw waarin Willem volgens onze info woont ligt om de hoek. We hebben hem niet echt op de hoogte gebracht van ons bezoek, zodat we enkel kunnen hopen dat hij thuis is. Drie symfonieën op de deurbel later wordt de voordeur elektronisch geopend. Wie schetst Willems verbazing en (mannelijke) blijdschap toen hij ons in de trappenhal vond? Na een ommetje langs de Instituto Superior Técnico – de wetenschap runt zichzelf niet – doorkruisen we voor het eerst het met zwervers en bedelaars bezaaide centrum van Lissabon, nochtans zo’n plek waarvoor een woord als ‘pittoresk’ werd uitgevonden. Net als Antwerpen stopt ook deze stad abrupt aan een rivier: de Taag. Ook hier is de kade een prima plek voor pils en vriendschap. Niet in het minst omdat iemand op het idee kwam om rolschaatsen, Tupperware en planten te combineren tot zitgelegenheid met uitzicht op het water.

 

Hoog, hoger, Bairro Alto

Tania komt uit Porto maar woont in Lissabon, alwaar ze een groot appartement deelt met een allegaartje van buitenlandse studenten. Vanavond kookt ze voor ons, de Duitsers Tobias en Louis en de Spanjaard Javi. Na enkele happen vermoed ik dat er iets is misgelopen in de keuken, maar omdat Tania beweert dat dit gerecht met rijst en rundvlees typisch Portugees is, zwijg ik er maar over. Zoals steeds in internationaal gezelschap is Engels de voertaal, wat voor Javi en de Braziliaanse Darlene toch een struikelblok lijkt. Het maakt de gespeelde beledigingen die de Erasmussers onderling maken alleen maar grappiger – met Spaans acccent: “That is what you mama tell me last night.” Tobias, een geograaf in opleiding die wat weg heeft van een kabouter, herinnert mij aan de aardbeving die in 1755 zowat heel Lissabon verwoestte. Een stevige tip bij het dateren van gebouwen voor wie in het centrum aan sightseeing doet. Over heropbouw gesproken, in de nineties pompte de lokale overheid serieus wat geld in de verpauperde buurt Bairro Alto (letterlijk ‘Hoge Wijk’) en kijk eens aan: anno nu is deze buurt overdag het mekka van hipdom, inclusief graffiti, om ’s avonds te veranderen in een soort festival zonder muziek. Dat gaat als volgt. Honderden jongeren stappen af bij het metrostation diep in de heuvel waarop Bairro Alto gelegen is; ze ‘roltrappen’ vervolgens naar boven, kopen bij gebrek aan nachtwinkels in een bar een litrosa Sagres – de Jupiler van Portugal – en drinken deze in goed gezelschap op in een van de vele volgepropte, smalle straatjes. Zo bevind ik me met een plastieken beker in de hand op een kruispuntje genaamd ‘Erasmus Corner’, een verzamelpunt als het ware. (Met de ‘Antwerp represent’ die daar in stift op een muur staat, heb ik overigens niets te maken.) In een parkje dat uitkijkt over Lisboa by night wordt in een kioskje wél muziek gedraaid. We dansen er onder de bomen tot drie uur, dan moet alles dicht in de hoge wijk. Hoe geweldig moeten de zomers wel niet zijn, als ik al van een winteravond in Portugal hou.

 

Jezus

Na enkele dagen brainstormen besluiten marketingmensen in Lissabon meestal met: “Laten we het toch maar Vasco Da Gama Center noemen.” Vandaar de tsunami aan Vasco dit en Vasco dat, voornamelijk op de site waar de Wereldtentoonstelling van 1998 plaatsvond. Het graf van Vasco Da Gama is, zo meen ik, wel terecht naar hem vernoemd. De ontdekkingsreiziger ligt in het klooster Mosteiro dos Jeronimos in de buitenwijk Belém begraven tegenover Portugals grootste dichter, Luis de Camões. Bij Unesco weten ze Belém best liggen, want behalve het klooster is ook de vijfhonderd jaar oude Toren van Belém, die voor de grote aardbeving in het midden van de Taag stond en vandaag aan haar oever, werelderfgoed. Omdat toerisme geen half werk duldt, ronden we de dag af door in de officiële bakkerij het (wereld-?) bekende gebakje Pastéis de Belém te halen. Ik had er meer dan één moeten kopen, stelde ik vast toen het op was.

 

De Taag heeft, weer naar analogie met de Schelde, ook een linkeroever. (Anders zou het een zee zijn.) Met een veerboot steken we laat op de avond de rivier over om op zoek te gaan naar Jezus. Ik heb het dan over een 75 meter hoog standbeeld van de zoon Gods dat over Lissabon waakt. Onderweg tanken we bij in een karikatuur van een Hard Rock-café en stuiten we voor het eerst deze reis op een kebabzaak. Onze queeste wordt een gematigd succes: na middernacht vinden we Jezus verschanst achter een gigantische omheining. Ach, de tocht was belangrijker dan het doel, zoals bij andere metaforen en uiteindelijk het leven. Wel balen dat we die laatste veerboot voor onze neus zagen uitvaren.