Het Tutoraatproject

verder studeren als je van allochtone afkomst bent
08/10/2013

De bewoners van Antwerpen komen vanuit alle windrichtingen, maar van die smeltkroes van nationaliteiten valt maar bitter weinig te merken wanneer je de universiteitsgebouwen binnenwandelt. Zelden hoor je mensen keuvelen in het Turks of Marokkaans wanneer je een groepje passeert, de hoofddoeken en keppeltjes zijn uit het zicht verdwenen en de huidskleur beperkt zich tot de vele tinten wit, sporadisch vermengd met een vleugje karamel of een toefje chocola. Ook bij de andere vormen van hoger onderwijs wordt de multiculturaliteit van de havenstad niet in een evenredige populatie studenten van buitenlandse origine vertaald. Minder dan 20 procent van allochtone jongeren vindt de weg naar het hoger onderwijs tegenover de helft van de Vlaamse jongeren. Bovendien slaagt slechts een vijfde van de jongeren van Turkse en Noord-Afrikaanse afkomst in het eerste jaar, in vergelijking met een derde van de allochtonen van andere origine en 60 procent van de Vlaamse jongeren. Kunnen we wegwijzers plaatsen zodat ze toch de eindmeet en een hoger diploma behalen?

Het Tutoraatproject geeft al sinds 2005 begeleiding aan leerlingen uit het vierde, vijfde en zesde jaar secundair onderwijs uit het ASO en TSO. De voornaamste doelgroep van het project zijn allochtone scholieren en jongeren uit kansarme milieus. Ze willen hulp bieden bij het wegwerken van hun leerachterstand en de instroom naar het hoger onderwijs bevorderen. Deze jongeren kunnen zich vrijwillig inschrijven in bijlessen van de vakken waar ze de meeste moeilijkheden mee ondervinden. In de vorm van wekelijkse bijlessen geeft een student van de Associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen een bijkomende ondersteuning in zijn of haar expertisegebied. De studenten houden er ook een zakcentje aan over, want ze krijgen een vrijwilligersvergoeding van 15 euro per gegeven bijles. ‘Ik wilde vooral ontdekken of het mij zou bevallen om les te geven. Ik ben studente Frans-Italiaans en daardoor heb ik de mogelijkheid om later in het onderwijs te stappen. Anderzijds vond ik het heel interessant om met de leefwereld van kansarme leerlingen kennis te maken, en het leek me nuttig om hen te helpen’, aldus Jolien, die vorig jaar de Franse taal van leerlingen van het vijfde jaar Handel en Kantoor bijschaafde. Vele allochtone jongeren komen uit een milieu waar weinig participatie in het hoger onderwijs is en hebben daardoor nood aan rolmodellen die hen wegwijs kunnen maken. Irina weet uit eigen ervaring hoe moeilijk het is om het thuisland te verlaten en in een ander land een nieuwe start te maken. ‘Ik ben vanuit Oekraïne naar België gekomen toen ik negen jaar oud was. Mijn aanpassing aan een nieuw land en een nieuwe taal ging eigenlijk redelijk vlot, misschien omdat ik nog vrij jong was. Ik wil duidelijk maken aan andere jongeren dat het mogelijk is om verder te studeren als je van allochtone afkomst bent. Nu zit ik in mijn derde bachelor economisch beleid aan de Universiteit Antwerpen. Wiskunde is altijd mijn lievelingsvak geweest en daarom ben ik tutor wiskunde geworden. Ik wilde aan jongeren laten zien dat wiskunde echt leuk kan zijn.’

 

Persoonlijke problemen

De tutoraatlessen vinden vlak na de schooluren plaats in de school van de leerlingen zelf en duren 75 à 90 minuten. Het eerste semester wordt er een vijftal bijlessen gegeven tussen begin november en half december. In de periode na de krokusvakantie is er opnieuw plaats voor een tiental lessen. ‘Naar mijn gevoel zijn er voldoende bijlessen om de leerlingen te ondersteunen bij de leerstof die ze moeten kennen. Bij sommige leerlingen lagen de mindere prestaties echter niet bij het vak. Problemen thuis of een andere mentaliteit zorgen er soms voor dat de leerlingen zich niet goed in hun vel voelen en daardoor slechte punten halen. Er was bijvoorbeeld een meisje in mijn les die graag later advocaat zou willen worden, maar haar godsdienst laat het niet toe dat je criminelen verdedigt, daardoor kan ze dus geen rechtenstudies volgen. Er was ook een leerling wiens gezin zware geldproblemen had. Ik merkte hoe zwaar het op een jongere weegt wanneer de ouders zelfs de schoolrekening niet kunnen betalen’, vertelt Jolien over haar ervaringen, ‘ In mijn bijlessen had ik eigenlijk te weinig tijd om buiten de vakinhoud ook aandacht te schenken aan hun persoonlijke problemen of aan hun studiemethode. Ik vind dit wel jammer, want ik denk dat de meeste Tutoraatleerlingen daar wel nood aan hebben’.

 

Vorig academiejaar gaven meer dan honderd tutoren bijles, die elk semester meer dan 300 leerlingen bereikten en in totaal 900 bijlessen gaven. De meeste studenten hebben weinig ervaring met lesgeven, maar er wordt een vormingsdag voor alle nieuwe tutoren ingericht om hen voldoende bagage te geven om met de bijlesgroepjes aan de slag te gaan. De ouders van Irina zijn zelf leerkracht en ze heeft hen dan ook om tips gevraagd. ‘Ze vertelden me dat het belangrijk is om verschillende methodes te gebruiken in de lessen en ervoor te zorgen dat ze zoveel mogelijk zelf doen. Als iemand in de bijles een vraag had, vroeg ik ook altijd of de andere leerlingen het wilden uitleggen. Op die manier hielpen ze elkaar. De beste tip die ik van hen kreeg was dat ik gewoon moest improviseren als de les niet volgens plan verliep. Ik heb ook geleerd om steeds aan het tempo van de leerlingen te werken. Je moet er wel aan wennen dat alles niet altijd even snel gaat als je zelf wilt. Ze geven het meestal wel aan als ze behoefte hebben aan een pauze of wanneer ze een babbeltje willen maken. Een van mijn leerlingen kwam na enkele lessen naar mij met haar persoonlijke problemen. We bleven soms wat langer na de bijles als ze er behoefte aan had om nog dingen te bespreken.’

 

In de invulling van de Tutoraatlessen zijn de studenten volledig vrij. Voor de eerste bijles vindt er een contactmoment plaats tussen de tutor en de vakleerkracht. Dan maakt de student kennis met de school en de leerstof die de leerlingen de volgende periode gaan behandelen in de klas. Bij Jolien verliep de samenwerking met de leerkracht altijd zeer vlot. ‘De leerkracht informeerde me wekelijks over de leerstof die er gezien was. Ik maakte altijd zelf mijn oefeningen, maar zorgde ervoor dat die in de stijl van het handboek van de leerlingen waren. Ik vond het leuk dat ik helemaal zelf kon kiezen hoe ik de bijlessen invulde. Zo maakte ik soms een kruiswoordraadsel met de geziene woordenschat of liet ik hen een wedstrijdje aan het bord doen om zoveel mogelijk juiste antwoorden te vinden. Ik gaf les aan een groepje jongens en ik maakte vaak oefeningen met invulzinnen over voetbalthema’s of onderwerpen uit de actualiteit, waarover ze dan spontaan met mij discussieerden. Dit heeft echt wel voor meer interactie gezorgd en het verbeterde ook mijn band met hen. Ze apprecieerden het dat ik er zoveel moeite in stak om er iets leuk van te maken.’

 

Te weinig thuisstudie

Het doel van de bijlessen is natuurlijk dat de leerlingen een beter inzicht in de leerstof verkrijgen en betere punten behalen. Bij het groepje waaraan Irina wiskundeles gaf, is dit zeker gelukt. ‘Na de paasexamens was iedereen, met één uitzondering, geslaagd voor wiskunde. Ze hadden zo’n vijftig à zestig procent behaald. Dat was een hele verbetering ten opzichte van ervoor, want ze waren allemaal gebuisd voor het wiskunde-examen voor de kerstperiode. Het geeft veel voldoening als ze de leerstof beter begrijpen omdat je het nog een keertje extra hebt uitgelegd. In de klas gaat de uitleg vaak snel en pennen ze zonder nadenken over wat er op het bord komt. Ze hebben veel bijgeleerd in de bijles doordat ze zelf de oefeningen moesten maken. Als de oefeningen lukten, dan motiveerde het hen ook om nog meer oefeningen te maken. De meesten van mijn leerlingen studeerden thuis te weinig, maar ik denk niet dat de bijlessen echt voor een mentaliteitsverandering hebben kunnen zorgen, volgens mij werken ze thuis nog steeds onvoldoende voor school.’

 

Maar liefst 97 procent van de tutoren heeft het gevoel dat de bijlessen een positief effect op de leerlingen hadden. De leerlingen die de Tutoraatlessen volgen, hebben vaak een allochtone afkomst of een moeilijke thuissituatie, waardoor ze meer kans hebben op een leerachterstand. Toch slaagde 86 procent van de tutees er vorig jaar in om een A- of een B-attest te behalen en kreeg dus toestemming om over te gaan naar het volgende jaar. Meer dan de helft van de leerlingen heeft meer inzicht in het vak gekregen en 43 procent heeft veel betere resultaten op het rapport. 81 procent van de leerlingen merkt minstens een kleine verbetering op in de punten voor het bijlesvak. Dankzij de Tutoraatlessen merken de tutees dat ze betere resultaten halen als ze meer aandacht besteden aan het vak, wat ook voor meer zelfvertrouwen zorgt en voor meer motivatie om de boeken open te slaan en te studeren.

 

De grootste groep, namelijk 66 procent van de leerlingen die de Tutoraatbijlessen hebben gevolgd, studeert ondertussen verder. Van deze groep koos de overgrote meerderheid voor een hogeschoolopleiding, daarnaast vatte 35 procent van de voormalige tutees een universitaire opleiding aan. Een vierde van de leerlingen die ondertussen de middelbare schoolbanken achter zich gelaten zouden moeten hebben, is in de laatste jaren een keertje moeten blijven zitten en moet het diploma secundair onderwijs nog behalen. Aangezien er vooral jongeren met zwakke schoolresultaten deelnemen aan het project, kan er gezegd worden dat de aanpak van het Tutoraatproject vruchten afwerpt. Door de extra aandacht die aan de leerlingen wordt geschonken, krijgen de leerlingen een extra duwtje in de rug waardoor ze hun achterstand inhalen en beter presteren op school. 86 procent van de tutees vonden de bijlessen een positieve ervaring en dat is voor een groot deel te danken aan de enthousiaste studenten die aan het project deelnemen.

 

Steentje bijdragen

Ook voor de meeste tutoren is het Tutoraatproject een aangename ervaring. Jolien kan met een goed gevoel terugblikken op de bijlessen die ze gaf. ‘Ik ben heel blij dat ik heb deelgenomen aan het project. Het getuigschrift dat ik door mijn deelname heb gekregen staat natuurlijk mooi op mijn cv, maar ik kan ook echt veel beter zaken uitleggen aan andere mensen. Het voelt goed om je steentje te kunnen bijdragen en andere jongeren te helpen. Het ging er ook altijd heel leuk aan toe in de bijles. Ze gaven mij altijd veel respect en er was zeker plaats voor een mopje of een praatje tussen de oefeningen door. Vele allochtone jongeren worden geremd door hun moeilijke thuissituatie en ik vind het knap dat velen onder hen zo hard hun best doen om er het beste van te maken. Ze spreken thuis een andere taal, terwijl ze op school Nederlands krijgen en daarenboven nog Engels en Frans, dat is echt niet zo gemakkelijk. We moeten proberen om hun cultuur niet langer als een handicap op school te zien, maar meer te focussen op de positieve kanten en van de multiculturaliteit in Antwerpen een verrijking maken.’