Humans of UAntwerpen

10/05/2021
humans 137
🖋: 

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zo veel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Het is merkwaardig hoe bescheiden Mathijs Vanacker is als je bekijkt wat hij allemaal tegelijkertijd doet. Mathijs is topondernemer bij Dripl en combineert dat met het schrijven van zijn masterthesis voor de opleiding Productontwikkeling.  

 

respect the Dripl 

Wat is Dripl? Dripl verkoopt automaten waar je je drinkbus kan vullen met lokaal geproduceerde bio-limonade. Volledig verpakkingsvrij, om zo single use plasticflesjes en blikjes te elimineren. Duurzaam betekent bij Dripl niet duurder. De prijs is gelijkgetrokken met de prijs die je voor een standaard frisdrank zou neertellen. Mathijs: “Het zou een no-brainer moeten zijn voor de eindgebruiker om te kiezen voor de goede variant waaraan geen kilometers plakken.”  

Lucas Moreau en Colin Deblonde, teamgenoten van Mathijs, kwamen op het idee voor Dripl toen ze voorbij frisdrankautomaten in Antwerpen Centraal liepen: "Iedereen heeft een hervulbare drinkfles voor water, maar waarom kan je die niet vullen met smaak?" Om het team te versterken werden Lukas Marivoet en Mathijs ingeschakeld. In hun garage timmerden ze het eerste prototype van de Dripl Refill Point in elkaar. Zo spaarden ze al vijftienduizend verpakkingen uit dankzij vijf zulke refill points. Eind mei komen daar nog tien bij. Van de grote spelers zijn ze niet bang. “Ik weet het, we vechten zoals David tegen de Goliaths van de drankenindustrie, maar er is zó veel mis met het huidige systeem dat we overtuigd zijn dat het anders kan.” Hun eigenheid behouden is cruciaal: jong, fris en een beetje scheenschopperij. 

Momenteel bestaat het kernteam van Dripl uit vier, elk met hun uiteenlopende expertise: "Colin doet de financiën. Lucas is de hardware-ingenieur en Lukas is de software-ingenieur. Ik houd me bezig met marketing en design, dat houdt in dat ik het merk Dripl moet uitbouwen en op de kaart zetten." Mathijs is de enige die op dit moment nog full-time studeert. “Ik ben voor de harde pijn gegaan en heb dit jaar de volle 60 studiepunten opgenomen. Ik verdeel mijn tijd gelijk: de helft Dripl en de andere helft school. Daardoor heb ik iets minder tijd om in Dripl te steken dan de drie anderen om dan vanaf volgend jaar voor de volle 100% te kunnen doorknallen.” 

 

zoektocht naar een evenwicht 

Maar zowel een thesis als een snelgroeiend bedrijf vraagt veel aandacht, valt die balans soms niet scheef? Dat blijkt een van Mathijs zijn grootste dilemma's: "Enerzijds wil je zo snel mogelijk afstuderen, anderzijds wil je de sneltrein die je onderneming is, niet missen.” Alhoewel Dripl af en toe meer richting de twee derde van zijn tijd gaat, vraagt zijn thesis eigenlijk al zijn aandacht. Die constante zoektocht naar een evenwicht tussen de twee blijft. “Het gaat er in het echte leven wel compleet anders aan toe. Er komt veel meer bij kijken dan je denkt. De ervaring en expertise die ik nu opdoe op een jaar, is niet te vergelijken met wat ik in vier jaar op school heb geleerd.” 

Dat Mathijs ondernemer zou worden was niet evident omdat hij niet uit een ondernemersfamilie komt. Zijn ouders hebben misschien geen ervaring, maar ze vormen een grote steun. Als hij iets nodig heeft kan hij bij hen terecht. “Dat wil niet zeggen dat ik een portefeuille toegestoken krijg, we moeten er zelf voor werken.” Maar het begrip en enthousiasme dat ze voor hem opbrengen, is veel waard. Aan het einde van een drukke week kan hij thuiskomen en uitpuffen zonder een heel verslag te moeten uitbrengen, wat hij enorm apprecieert.   

Af en toe rusten is dan ook broodnodig. Zelfs in het weekend zit zijn agenda overvol. Enkel op zondag rust hij soms uit in de zetel naast zijn vader, kijkend naar de koers. Als er genoeg energie overblijft op het einde van de week, durft de ondernemer zelf ook eens op zijn fiets kruipen om er dan in de avond weer in te vliegen met een meeting voor de komende week. “Maar het is het allemaal waard, ik investeer mijn tijd in de toekomst.” 

Die toekomst komt snel dichterbij: Mathijs studeert dit jaar eindelijk af. Dan wil hij zich fulltime focussen op Dripl. "Dat zou zeker moeten lukken, we gaan echt voor de lange termijn. Onze volgende stappen zijn om te schalen en honderden machines in België, Nederland en Frankrijk uit te rollen." Het netwerk dat ze daarvoor nodig hebben konden ze onder andere door wedstrijden cultiveren. Zo wonnen ze Durf Ondernemen, een startertraject van UGent. Corona was voor die plannen natuurlijk een vloek; bedrijven hadden hun onderhandelingen over een Dripl even on hold gezet. Mathijs: "De focus voor werkvloeren lag tijdens corona niet bij het aankopen van nieuwe producten, eerder bij het in leven houden van hun bedrijf." Toch bleek die pandemie ook een zegen: "We kregen de tijd om op adem te komen, om terug te kijken op de vorige stappen en om even op de rem te duwen." 

Heeft hij nog advies voor studenten die ook in de ondernemersboot willen stappen? “Wat veel mensen niet weten is dat je, als ondernemende student, ontzettend veel voordelen hebt in tegenstelling tot bijvoorbeeld een dertiger die een onderneming wil starten. Die moet z’n job ervoor laten vallen en meteen een inkomen genereren, wat als student minder hoofdzakelijk is.” Dat is Mathijs’ ultieme tip: begin er zo vroeg mogelijk aan als je met een idee zit. Als student ben je minder afhankelijk en gaan er heel veel deuren open. Je krijgt meer steun en je netwerk uitbouwen gaat veel vlotter. “Het is gewoon die stap zetten. Eens je dat gedaan hebt, moet je er gewoon de volle 100% voor gaan.”  



systematisch seksisme tegenover livestreamers

10/05/2021
twitch
🖋: 
Auteur

I’m so happy I’m not a woman on Twitch”, verzucht streamer Ludwig Ahgren als hij net daarvoor unban-verzoeken van zijn vriendin heeft beoordeeld. Op haar streamkanaal QTCinderella (QT) wordt ze regelmatig door haar kijkers geslutshamed, geobjectiveerd en geseksualiseerd: wil ze even haar bh uitdoen? In Ludwigs unban-verzoeken vindt QT alleen maar trolls: kijkers die vragen om geband te worden of gewoon losse tekens spammen. Vrouwelijke Twitch-streamers hebben disproportioneel vaak met seksisme te maken. Toch wordt hen vreemd genoeg tegelijkertijd verweten dat ze het makkelijker zouden hebben op het platform. Als mannelijke gamer vroeg ik me af in hoeverre beide argumenten steek houden: een observatie over seksisme op Twitch.

Voor de niet-ingewijden: Twitch is met voorsprong de grootste streaming-service voor gamers. In het eerste kwartaal van dit jaar werd er meer dan een miljard uur aan content op het platform bekeken. Dagelijks zweeft het totale kijkersaantal rond de drie miljoen en zijn gemiddeld 100.000 mensen zelf aan het livestreamen. Alle livestreams zijn gratis toegankelijk, je hoeft zelfs geen account aan te maken om er bij een binnen te springen. Tenzij je de chatfunctie wil gebruiken, daarvoor moet je je wel registreren. Eenmaal geregistreerd kan je live met de streamer praten.  

 

waarom chat niet zo PogChamp is

Helaas laat juist die livechat frequent de schaduwkant van livestreaming zien: de anonimiteit van de gebruikers en de vrijblijvendheid waarmee je streams in en uit kan springen, leidt tot een lagere barrière om je gal te spuwen. Gelukkig heeft Twitch daaraan gedacht: streamers kunnen hun chat zelf modereren of laten modereren. Wanneer een kijker over de schreef gaat, kunnen moderators razendsnel de banhammer laten vallen. Dankzij de ban kunnen gebruikers geen berichten meer in de chat plaatsen, om zo te voorkomen dat denigrerende berichten de boventoon voeren.  

Je zou zeggen dat de bron van galspuwers na een paar bans al snel opdroogt, maar feit is dat bans zo vaak gebeuren dat grotere streamers minutenlange video’s op YouTube posten waar ze hun unban-requests reviewen. Kijkers kunnen namelijk in beroep gaan tegen hun ban, maar de streamer mag wel zelf kiezen of hij hun gelijk geeft, of überhaupt reageert. Dat is waar we terugkomen bij het begin. Zowel mannen als vrouwen krijgen met vervelende commenters te maken, maar hoe toonaangevend is het seksisme waar QT mee kampte?

 

vrouwen zijn belangrijker dan de game pepoG

Of seksisme eerder de norm dan de uitzondering is, was de exacte vraag die onderzoekers aan Indiana University zichzelf stelden. In 2014 filterde het team een miljard tekstberichten uit Twitch-chats om te zien welke woorden het vaakst werden getypt. Doel was om de heersende consensus dat online gaming communities genderongelijkheid bevorderen op de proef te stellen. Daarvoor onderzochten ze tweehonderd Engelstalige mannelijke en vrouwelijke kanalen die ze selecteerden op basis van chatactiviteit. Hoe hoger, hoe beter. Naar de top 100 actiefste chats in beide categorieën verwezen ze verder als de populaire kanalen, de resterende honderd noemden ze de minder populaire. Wat bleek? Bij mannelijke streamers praatten kijkers graag over het videospel zelf – termen als 'point', 'winner' en 'star' prijkten bovenaan de frequentielijst. Vrouwelijke streamers werden daarentegen constant geobjectiveerd – woorden als 'marry', 'boobs' en 'tits' stonden bij de meest voorkomende woorden in hun chat.

 

Woorden als 'marry', 'boobs' en 'tits' stonden bij de meest voorkomende woorden in hun chat.

 

Interessant is dat de grafiek een duidelijk verschil laat zien tussen de populaire en minder populaire kanalen. Bij minder populaire vrouwelijke kanalen werden er significant minder opmerkingen gemaakt over het uiterlijk van de streamer. Net als de minder populaire mannen werden ze ook vaak in de tweede persoon aangesproken. Ze hadden dus vaker directe conversaties met kijkers. Bij vrouwen zochten kijkers wel duidelijk nog actiever de conversatie op. Twitch-emotes en alledaagse groeten als 'hello' kwamen daar tussen de frequentste berichten naar boven drijven, terwijl die bij mannen in de grafiek ontbraken. Populaire streamers hadden juist veel vaker chatters die vanuit de derde persoon over hen praatten. Naarmate de kijkersaantallen van streamers stegen, vonden ze dus minder tijd om met individuele kijkers te interageren, die op hun beurt snel afstandelijker werden.  

Ironisch is dat juist die objectivering als argument tegen vrouwen wordt gebruikt. Omdat ze vrouw zijn, zouden ze gemakkelijker kijkers aantrekken en gemiddeld sneller groeien dan mannelijke streamers. Ergens lijkt er een logische verklaring te zijn voor die groei: vrouwen zijn in de minderheid en vallen dus automatisch op. Slechts 35% van de streamers is vrouw. Maar hoewel vrouwen misschien meer clicks krijgen omdat ze vrouw zijn, lijkt het even moeilijk om die kijkers te behouden of om naar een echt gigantische viewer base door te stoten. Van de 100 grootste kanalen worden er op het moment maar twee gerund door een vrouw. Mannen zijn en blijven de kijkcijferkanonnen op Twitch. Waarom vrouwen zelden tot de top kunnen doordringen en of seksisme daarbij een rol speelt, blijft een raadsel.

 

live vanuit je bubbelbad Kappa

Dat gezegd hebbende zijn er evengoed stream formats die de stereotypen tegen vrouwen voeden. Hot tub streamers bijvoorbeeld. Zoals de naam al doet vermoeden, gaat het hier om een subsectie van streamers, bijna uitsluitend vrouwen, die in zwembroek of bikini live gaan vanuit een bubbelbad of binnenzwembad, vanwaaruit ze omringd door warme, gekleurde belichting met hun kijkers praten. De top-streamers in deze categorie trekken schijnbaar bovengemiddeld veel publiek, in het geval van Amouranth zelfs meer dan tienduizend, waarbij de kijkersaantallen van het gros van de Twitch-streamers verbleken. Veel streamers roepen gefrustreerd dat die streams te ver af staan van het gameplatform dat Twitch zou moeten zijn.  Een van de grootste Twitch-streamers, bekend onder het alias xQcCow, tweette zelfs dat hij de hot tub metapathetic” vond en dat Twitch die “trash” van de hoofdpagina moest halen.

 

Blijkbaar is het succesrecept voor hen om simpelweg zoveel mogelijk kleding uit te trekken.

 

Als hot tub streamers voor velen het heersende discours over vrouwelijke streamers weer bevestigen, wat blijft er dan over voor vrouwen? Blijkbaar is het succesrecept voor hen om simpelweg zoveel mogelijk kleding uit te trekken. Gelukkig zijn er nog genoeg tegenvoorbeelden van vrouwelijke streamers die met meerdere lagen kleding aan duizenden volgers binnenslepen. Jammer is dat objectiverende argumentatielijnen als deze absoluut niet voorbehouden zijn aan streamers met een bikini of diep decolleté. Gamer girls die in een hoodie achter het scherm zitten, zouden weer kijkers krijgen door hun knappe gezicht. Toen de eerdergenoemde onderzoekers de top 200 vrouwelijke streamers selecteerden, zaten daar juist vooral gamer girls in: vrouwen die de focus wilden leggen op hoe ze het videospel speelden en niet op hun uiterlijk. De hot tub rage bestond toen nog niet eens. Ook nu centreren verreweg de meeste populaire vrouwelijke kanalen, zoals die van Pokimane en Fuslie, zich gewoon rond gamen.  

Jaren na het onderzoek blijkt dus vooral dat er maar één conclusie kan worden getrokken: als het onderzoek in 2021 opnieuw uitgevoerd zou worden, is de kans groot dat er vergelijkbare resultaten uit de koker zouden rollen. De discussie is nog even springlevend als in 2014. Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat het in 2014 gedetecteerde seksisme is afgenomen. Hebben vrouwen het dus gemakkelijker op Twitch? De statistieken zeggen van niet; hun chatlogs zeggen hetzelfde.  



een gesprek met professor Herbert De Vriese

10/05/2021
geluk
🖋: 

“Ben ik gelukkig?” Minstens een keer per dag gaat die vraag door mijn hoofd. Het lijkt een simpele vraag, maar hoe dieper ik erover nadenk, hoe harder ik mijn hoofdje krenk. Want wat betekent geluk nu eigenlijk? Is geluk iets tijdelijks? Kan je de ene dag gelukkig zijn en de andere niet? Of is geluk een ultieme levensvervulling die je, eens ze gevonden is, nooit meer kunt verliezen? Iedereen heeft er iets anders over te vertellen. Ga ik online op zoek naar quotes, dan vind ik duizend verschillende antwoorden. Theorieën over geluk die mij op het net worden aangeprezen, hebben een semi-therapeutisch gehalte waaraan ik mij stoor. In de klassieke filosofische boeken zie ik te weinig raakpunten met de wereld van vandaag. Op de vraag wat geluk precies inhoudt, kon ik voorlopig nog geen antwoord vinden dat mij tevredenstelt.

In onze maatschappij domineert het idee dat geluk een kwestie van succes is. Sociale media houden ons voor dat het altijd beter kan. We moeten voor onszelf leren concrete doelen te stellen en zodra we zo’n doel halen, zullen we gelukkig zijn. Daarna verschijnt er weer een nieuw doel dat onze aandacht trekt. Bereiken we dat doel niet, dan voelt dat als een mislukking. Vaak laten we ons daardoor vangen. Is geluk dan alleen weggelegd voor wie succesvol is?

Het leek me een goed idee om raad te vragen aan een professor Wijsbegeerte, die weet er hopelijk meer van dan ik. Zo kwam ik terecht bij Herbert De Vriese, die ik leerde kennen tijdens de tweede Antwerpse Filosofienocturne. Hij is vooral met cultuurkritiek en een aantal duistere Duitse denkers bezig.

 

Volgens een oude filosofische opvatting is het ultieme geluk verbonden met kennis, inzicht en wijsheid. In het zuivere denken zullen we het ware geluk vinden. Kunnen we nog iets met die opvatting?

Neen, ik denk niet dat we daar vandaag nog veel aan hebben. Het klassieke, theoretische ideaal van geluk lijkt me al enkele eeuwen compleet achterhaald. Maar het is wel interessant om na te gaan hoe men tot deze opvatting van geluk is gekomen. Geluksopvattingen van de filosofische traditie zijn ook gecontamineerd, gekleurd door hoe mensen in zeer specifieke omstandigheden daarover nadachten. Dat mogen we niet vergeten. Onze hoogste filosofische idealen van geluk zijn uitgedacht door mensen die op een bevoorrechte of exclusieve positie in de samenleving stonden. Ze bleven buiten de greep van het arbeidsproces, met zijn zware verantwoordelijkheden en inspanningen, en hadden alles om goed en comfortabel te leven.

 

Onze hoogste filosofische idealen van geluk zijn uitgedacht door mensen die op een bevoorrechte of exclusieve positie in de samenleving stonden.

 

 

Ze hielden zich niet bezig met wat de gewone man of vrouw gelukkig kon maken?

Inderdaad, de idee dat ware kennis gelukkig maakt, is een elitair concept van geluk. Toch is het interessant om te onderzoeken hoe het tot stand is gekomen. We kunnen er namelijk een logica in ontwaren die ook voor ons aantrekkelijk blijft.

Wat is het cruciale punt van verschil? Vroeger geloofden veel mensen in een transcendente orde die garant stond voor het bestaan van eeuwige en onveranderlijke waarheid. Of juister: ze geloofden in een transcendente orde, in een bovenwereld of een goddelijke instantie, die niet alleen voor zichzelf een absolute waarheid bevatte, maar die waarheid ook voor de mensen hier op aarde openstelde. Die waarheid was dus objectief gegeven, als een bereikbare bestemming voor wie voldoende scherpzinnig was en er hard genoeg naar zou zoeken. Neem bijvoorbeeld de ideeënwereld van Plato. De ideeën zijn eeuwig en onveranderlijk, maar mensen kunnen er wel toegang toe krijgen door hun redelijke vermogens te gebruiken.

 

Je zegt dat we daar een logica in herkennen?

Wel, het gaat om een contrast. Door langdurige oefening en levenslange toewijding leert de klassieke denker een waarheid kennen die helemaal losstaat van het vergankelijke leven hier op aarde. Denken is de puurste act die wij kunnen stellen. Of je nu twee of vier ledematen hebt, gezond bent of ziek, lelijk of mooi, of je nu gezegend bent met alle wereldse genoegens en successen of al een leven lang getart wordt door het lot, voor het schouwen van de ideeën maakt het niets uit. Daarbij wordt abstractie gemaakt van ieders concrete levenssituatie.

Het punt is dat we in contact komen met iets wat ons eigen vergankelijke leven overstijgt. Daarin zie ik een logica waaruit we iets kunnen leren: geluk heeft te maken met een zoektocht naar iets wat groter is dan wijzelf, naar iets wat ons zal overleven. We vatten een waarheid die er ook zal zijn wanneer wij er niet meer zijn. Net omdat we het beperkte bereik van ons gewone leven hier op aarde grandioos overtreffen, vinden we het opperste geluk. Het is een soort bovenaardse prestatie, de absolute waarheid kennen.

 

Weinig mensen zullen nog zeggen: gelukkig zijn is de wijsheid hebben.

 

 

Maar dat theoretische ideaal van geluk vond je toch achterhaald?

Zeker, nu hebben we er niet veel meer aan. Je kan dat alleen verstaan tegen de achtergrond van mensen die geloven in zo’n verheven ideeënwereld, van mensen die ervan overtuigd zijn dat er een eeuwige en ware structuur van de dingen is waartoe ze met hun denken kunnen doordringen. Maar ik vind het wel een interessante dynamiek.

Een goede analogie vind je in de religieuze levenshouding. Gelovigen houden hun aandacht gericht op het heilige en het goddelijke, op elementen die niet van deze wereld zijn. Ze stellen zich in dienst van door God geopenbaarde geboden en verbinden zich zo met een absolute waarheid. Het mensenleven is eindig, maar God en de Waarheid zijn dat niet. Je herkent dezelfde dynamiek: mensen gebruiken hun beperkte tijd en vermogens om uit te komen bij iets wezenlijks en duurzaams. Iets wat er niet alleen vandaag, maar voor alle tijden toe doet. Sinds de negentiende eeuw is het in de westerse wereld nochtans steeds minder evident om in een religieuze of filosofische bovenwereld te geloven. Door het wegvallen van het geloof in een objectief gegeven waarheid, komt de theoretische opvatting van geluk onder druk te staan. Weinig mensen zullen nog zeggen: gelukkig zijn is de wijsheid hebben.

 

Betekent het dat we ertoe veroordeeld zijn om voortaan in deze wereld gelukkig te zijn, zonder contact met een hogere wereld?

'Veroordeeld' is wat sterk uitgedrukt, maar volgens mij is het zeer herkenbaar wat je zegt. Velen onder ons zullen een tastbaardere en ‘aardse’ vorm van geluk nastreven en omarmen, en zullen die in discussies fanatiek verdedigen. Mensen proberen nu om in dit eindige leven gelukkig te zijn, zonder andere middelen dan diegene die dat eindige leven aanreikt.  

 

Ik hoor een negatieve ondertoon.

Wellicht ben ik wat kritisch. Ik wil het geluksideaal van onze hedendaagse samenleving niet afkraken, maar ik vermoed wel dat het een aantal valkuilen verbergt waarin veel mensen, en vooral veel jongeren, vroeg of laat terechtkomen.

Laat ik het zo samenvatten: het doel van ons geluk ligt vandaag niet meer buiten, maar binnen het menselijke leven. Men zal nu zeggen: het meest volmaakte leven dat je kan leiden is er een dat geslaagd en vervuld is. Het is een leven dat alle haalbare mogelijkheden van het bestaan in zich heeft gesloten. Aan je geluk bouwen betekent dan: steeds meer resultaten toevoegen aan je cv van dromen en opmerkelijke prestaties. Zo hebben we van het hemelse geluk een nieuwe, aardse vorm van geluk gemaakt.

 

Vriendschap is heilig, wordt weleens beweerd.

 

Maar wat we vergeten, is dat we ons hebben losgekoppeld van een eeuwige en onveranderlijke orde. We hebben onze zoektocht naar geluk binnengebracht in een wereld van verandering en contingentie. Doorgaans beseffen we wel dat we daarin niets van blijvende en absolute waarde kunnen verwerven. Dat besef buigen we zelfs om tot iets positiefs: het heeft geen zin om in de zon te staren, we moeten binnen de horizon van onze overzienbare leefwereld alle kansen benutten om gelukkig te worden. Toch miskijken we ons vaak genoeg op de controle die we menen te hebben om zoveel mogelijk kleine dingen van relatieve waarde te verwerven. Zo hollen we niet alleen de waan van de dag, maar ook de waan van het compleet succesvolle leven achterna. Want wat we willen doen en bereiken om aan een geslaagd leven te werken ontsnapt ten dele aan onze beheersing. Bovendien is het patroon dat we voor ogen houden om van een vervuld of rijkelijk gevuld bestaan te spreken, zélf onophoudelijk in beweging. Het verandert zo snel dat we op een gegeven ogenblik vaststellen dat we niet meer mee zijn. We blikken terug op een rist verwezenlijkingen die ons geluk hadden moeten bepalen, maar die intussen veel van hun glans verloren hebben.  

 

Daar lijken oudere mensen toch meer last van te hebben dan jongere mensen?

Zonder twijfel. Maar je kan omgekeerd ook stellen dat jongere mensen, eens ze hier gevoelig voor worden, ouder worden. Let op, ik vind het niet verkeerd dat mensen in hun leven een ruime waaier aan activiteiten, verwezenlijkingen en belevenissen opzoeken. Wel vermoed ik dat ze bedrogen zullen uitkomen, zodra ze hierin de garantie voor hun persoonlijk geluk zien. 

De filosofische gedachte waar ik bij uitkom, is dat de ervaring van het waardevolle zelden berust op het unieke en uitzonderlijke karakter van wat we beleven en veel vaker op de herhaling ervan. Denk aan oprechte en diepe vriendschap. Vriendschap is heilig, wordt weleens beweerd. Ze heeft een betekenis op zich, ze staat boven de vriend of vriendin en boven alle afzonderlijke momenten van vriendschap. Maar zoiets komt pas tot stand door het veelvuldig aanhalen van de vriendschapsband. Stukje bij beetje groeit de vriendschap aan tot een vaste waarde. Kortom, het is door herhaling dat we iets bijzonders doen ontstaan. En om dat goed te doen, hebben we tijd nodig.  

 

Hier zijn de volwassenen weer in het voordeel?

Ik denk van wel. In ieder geval zie ik een verband tussen geluk en levenservaring. Gelukkig zijn heeft volgens mij namelijk te maken met het herkennen van iets intrinsiek waardevols in activiteiten die zich herhalen. In de vluchtige stroom van ons leven kristalliseert zich iets uit dat duurzaam en substantieel is. Zo beginnen we ons te verhouden tot een waarheid die losstaat van ons eigen leven. Natuurlijk herken je nu de logica waarop ik bij het begin van ons gesprek wees: vanuit het vergankelijke bestaan dat je hier op aarde hebt gekregen, op zoek gaan naar iets van een andere orde, connectie maken met iets dat jezelf overstijgt en je in zekere zin zal overleven.

 

Je kan in dat opzicht besluiten dat de jeugd niet de beste levensfase is om gelukkig te zijn.

 

 

Daarom blijft die oude filosofische opvatting van geluk belangrijk? 

Inderdaad, de oriëntatie op iets hogers blijft volgens mij betekenisvol. Er valt iets van waarde te ontdekken in dit leven wat groter is dan de optelsom van de afzonderlijke ervaringen ervan. En dan kan iemand met veel levenservaring getuigen: "Ik heb vriendschap gekend in mijn leven, ik heb liefde gekend. Trouw, respect, integriteit." Iets van een hogere orde die niet helemaal opgaat in het eigen kortstondige leven geeft voortaan waarde aan dat leven, maakt het de moeite waard. Maar om dat soort gelukservaring te kennen, is levenstijd nodig. Je kan in dat opzicht besluiten dat de jeugd niet de beste levensfase is om gelukkig te zijn.

 

Welke boodschap houdt dat in voor de jongere mensen van vandaag en voor onze medestudenten?

Misschien is de voornaamste boodschap dat niemand zich moet laten opjagen in de zoektocht naar geluk, dat ieders tijd nog komt. We worden gek gemaakt met flitsende beelden en slogans om elke dag weer een nieuwe unieke ervaring aan ons levensgeluk toe te voegen. Maar waarschijnlijk komt het ware geluk pas met de jaren, omdat het verwachting en herhaling vraagt en heel veel geduld. Geluk is een werk van lange adem. 



doorbraken

10/05/2021
filosofiestudente
🖋: 

De twintigjarige Thalia* studeert Wijsbegeerte aan UAntwerpen. Houd uw medelijden voor uzelf. Als filosofiestudente kan zij tenminste op een geschakeerde wijze uiteenzetten waarom corona kut is. 

“Mensen denken misschien dat ik de clichéstudent ben die Wijsbegeerte is beginnen studeren om de wereld beter te begrijpen”, haalt Thalia meteen aan. “Dat klopt niet. Ik ben met Wijsbegeerte begonnen om semidiepzinnige quotes op Instagram te zetten en te doen alsof ze van mezelf zijn.” 

“Dat gezegd zijnde is het wel zo dat ik me vereerd voel in deze tijden Wijsbegeerte te studeren. Je leert actuele maatschappelijke problematieken in een breder perspectief plaatsen aan de hand van de lange wijsgerige traditie. Neem nu Plato. Plato was een belangrijke filosoof volgens mijn syllabi. Hoe zou hij met corona zijn omgegaan? En wat kunnen we van hem leren? Door te lezen, kritisch te denken en logisch te argumenteren kom je er na een tijdje achter dat Plato corona vreselijk kut had gevonden.”  

“Maar hoe wijs Plato ook was, hij kon zich vergist hebben. De maatschappij verandert, inzichten evolueren. Zo zie je dat een filosoof als Descartes al enigszins anders naar corona had gekeken. Waarschijnlijk – zeker zijn we nooit – had Descartes corona vraiment kut gevonden.” 

“Het typeert filosofen”, weet Thalia. “Filosofen kijken voorbij de waan van de dag en weigeren genoegen te nemen met eenvoudige of ongenuanceerde antwoorden. Er wordt vaak lacherig gedaan over de zin van een opleiding Wijsbegeerte. Maar ik doorzie dingen die voor Jan Modaal onbevattelijk zijn. Door mijn studie kijk ik anders naar corona. Dat geeft me toch een streepje voor op de rest van de samenleving.” 

Tot slot vragen we de filosofiestudente naar haar eigen synthese over de impact van corona op mens en maatschappij. Thalia kijkt peinzend, laat een stilte vallen, vraagt een kwartiertje bedenktijd en kiest dan, zoals het filosofen kenmerkt, weloverwogen haar woorden uit: “Echt kut.” 

 

*Om potentiële werkgevers niet af te schrikken, wenst Thalia anoniem te getuigen. Naam en adres zijn bij de redactie bekend. 



tweedecarrièrestudent

10/05/2021
TCS 137
🖋: 

Tijd om de omerta te doorbreken. Iedereen weet wat er speelt, iedereen weet dat er slachtoffers vallen en dat er slachtoffers zullen blijven vallen zolang het stilzwijgen wordt bewaard. Hier staat wat iedereen al langer weet, maar wat niemand luidop durft te opperen: de samenvattingenmaffia houdt de universiteit stevig in haar greep. 

De angst om te spreken is groot. De tentakels van de samenvattingenmaffia in het hoger onderwijs reiken dieper dan die van Sihame El Kaouakibi in kleverige subsidiepotten. Een universiteit in een stad als Antwerpen ontspringt logischerwijs de dans niet. Na een lange discrete zoektocht wil een moedige student getuigen, zij het geheel anoniem.  

“Samenvattingen zijn oplichterij”, benadrukt de anonieme student onmiddellijk bij het begin van ons avondlijke gesprek in een loods op een afgelegen industrieterrein langs het Albertkanaal. “Het begon bij mij allemaal in mijn eerste Bachelor. Het was kerstvakantie, ik was moe en moedeloos van al het blokken en juist op dat moment zag ik online een aanbod passeren met de belofte 'Door alleen vlugvlug deze samenvatting te lezen, heb ik vorig jaar 14/20 behaald'. Dan moet je al verdomd sterk in je schoenen staan om aan de verleiding te kunnen weerstaan.” 

De samenvattingenmaffia slaat in al haar wreedheid toe op momenten dat studenten het kwetsbaarst zijn. De anonieme student vult aan: “Alleen de succesverhalen hoor je. Wie iets anders durft te beweren, wordt monddood gemaakt. Schaamte is ook een reden waarom alleen maar de positieve verhalen bovendrijven. Ik had een 6 voor dat examen. Een 6. Met de naar verluidt ideale samenvatting. Daar pak je niet mee uit natuurlijk.” 

Toch bleef de anonieme student nog lange tijd samenvattingen gebruiken. “In mijn ogen ontbrak elk alternatief. Zo gehersenspoeld was ik. Nu weet ik dat samenvattingen gemakzuchtige simplificaties van de werkelijkheid zijn, terwijl we als studenten net de complexiteit van de dingen leren omarmen. Het is niet omdat we soms een ledemaat of vitaal orgaan moeten achterlaten bij Universitas in ruil voor een handboek dat we voor meer of minder dan een tiende gebruiken, dat fortuin vergaren door andermans werk te debiliseren of te misvormen zonder diens medeweten plots geoorloofd is.” 

“Iedereen kent wel iemand die samenvattingen verhandelt of gebruikt”, zucht de anonieme student. “Samenvattingen zitten ingebakken in onze cultuur en daarom is het comfortabeler om te doen alsof het gebruik ervan volstrekt normaal is. Met alle gevolgen van dien weliswaar. Door te zwijgen houden we een pervers systeem in stand.” 

Intussen gaat alles goed met de anonieme student. “Ik haal nu zonder samenvattingen 16'en en 18'en bij de vleet. Ik hoop dat mijn verhaal vele anderen kan inspireren: je slaagt niet dankzij je op het internet gekochte samenvatting, maar ondanks.” 

Het relaas van deze anonieme doch bijzonder moedige student voor u samengevat: geloof nooit samenvattingen. 



editoriaal

10/05/2021
editoriaal 137
🖋: 
Auteur

Bijna drie dwarsjaren later, waarvan twee in de hoofdredactie, begint mijn hand al aarzelend boven de virtuele papierbergen uit te steken. Bij afscheid hoort afzwaaien, toch? Ik voel het redenaarsbloed al borrelen wanneer ik het succesverhaal in mijn bovenkamer samenvoeg: lange nachten, diepe dalen, de maandelijkse tochten door de zeven ringen van de schrijffoutenhel – als ik nu nog één dt-fout zie ... Bloed, zweet en tranen vol inkt drupten op mijn toetsenbord terwijl ik het zoveelste last-minuteartikel net voor de deadline uittypte (fashionably late heet dat). Vergezeld van een bijna machinaal geratel vlogen er voor deze editie alweer drie uit. De bootstrap myth is er niets bij.

Misschien is het juist poëtisch om met de stille trom te vertrekken. Kalm richting de achterdeur lopen, bij het weggaan nog snel een handschoen tussen de kier gooien en niet meer kijken naar wie hem opraapt. Bij mijn laatste editoriaal gewoon als een schaatser langs het breekpunt klunen alsof er nooit een onderbreking was. Pas later te horen krijgen wie er aan de top staat wanneer de volgende generatie dwars weer met een doffe klap op de mat valt.  

Uiteindelijk is de titel toch gemaakt om snel doorgegeven te worden. Langzaam laat ik mijn hand dan ook weer zakken. “Alles is toch relatief”, schiet er door me heen. “Titels zijn maar opsmuk; ik ben nog nooit op straat herkend voor mijn hoofdredacteurschap.” Ik grinnik luidop wanneer ik terugdenk aan mijn klasgenoot die me een maand geleden vroeg of ik de hoofdredacteur van dwars misschien kende. “Niet dat ik bitter ben of iets dergelijks. Al die glamour zou toch niets voor me zijn”, zeg ik er wel maar snel achteraan.  

Toch zou ik liegen als ik zou zeggen dat ik met mijn laatste editie voor ons zwart-witte studentenblad de deur uit zou willen sluipen. Daarvoor zijn er te veel redactieweekenden, vergaderingen en last-minuteartikels overheen gegaan – schrijf ik, terwijl de deadline voor mij ook al gepasseerd is. Daarvoor denk ik nog te vaak terug aan de kans die ik had om de illustere oude Macintosh te redden van de vuilstort – sorry, oud-dwarsers. Ik denk niet dat ik, toen ik begon, alle kwaliteiten bezat voor de functie. Waarschijnlijk nu nog steeds niet, maar toch wel meer. Aan het eind van mijn rit schuif ik mijn laatste dwars dan ook nog trots in jullie handen en zwaai ik alvast naar de overkant van de zomervakantie, waar dwars gewoon doordendert.



van het middelbaar naar de universiteit

10/05/2021
middelbaar

 

van de regen ...

De middelbare school: de tijd waarin je wordt opgeleid tot volwassene. Een tijd van verschillende klassen, met de cool kids en de groepsidentiteit. We stappen na zes jaar de poort van de hel uit, het volwassen leven in. Een bevrijding, eigenlijk het begin van iets beters. Ik laat mijn 'rugzakje' achter.

Ik was eindelijk verlost van de klassenmaatschappij van de 21e eeuw: de laatste jaren van mijn middelbaar. De tijd waarin je gekraakt of gemaakt werd door hoe je eruitzag of wie je als persoon was. Het middelbaar ervaarde ik als een standenmaatschappij die bestond uit drie klassen: de elite, de burgerij en het plebs. De cool kids behoorden door hun blauw bloed tot de elite en iedereen wist dat je van hen niet zou kunnen winnen. Dat wilde niet zeggen dat ze allemaal gelukkig waren met hun erfelijke titel, maar ze vormden wel een standaard voor hun volgelingen. In de burgerij zaten zij die connecties hadden met de cool kids en die nog een kans maakten om zich op te werken tot de elite. Ze hadden de middelen wel, maar ze waren het nog net niet. In het plebs zaten de jongeren die niet meededen met de grote groep, maar liever dat tikkeltje anders waren. Zij bleven liever trouw aan zichzelf, ook als het niet aansloot op de opgelegde zijnswijze. Om die reden werden ze verstoten uit de maatschappij waarin onafhankelijkheid nog niet bejubeld werd.  

In het middelbaar was je als puber op zoek naar een identiteit, een identiteit die je invulde naargelang de gedachten en verwachtingen van de ander, in dit geval de elite. Je nam de groepsidentiteit over, zodat je jezelf wel terugvond in de rest. Je hoorde erbij. Je zou het wel redden. Ik hoorde er niet bij. Ik was het niet. Ik redde het niet. Ik had mezelf niet in een groepje geworteld, maar het voelde wel alsof ik tot een groep moest behoren. Ik kon mezelf niet vinden en zijn bij de rest. “Wanneer gaan we dan eindelijk streven naar een eigen identiteit, naar onafhankelijkheid?” dacht ik toen. Ik verlangde naar gelijkgezinden, maar ik moest wachten.  

Tot het moment dat ik eindelijk de grote poort verliet en alles kon achterlaten. Ik was blij dat ik eindelijk wat meer volwassenheid tegemoet ging, maar was dat wel zo? Waren mijn verwachtingen over later niet te groot? Maar voor het eerst voelde ik me niet meer zo onzichtbaar als voorheen, ik voelde me voor het eerst vrij van een klasse, vrij van een stempel op mijn identiteit. Maar zij die gewoon waren om tot een groep te behoren en de groepsidentiteit deelden, hadden misschien wel dezelfde verwachtingen van het middelbaar als van het hoger onderwijs. Misschien nog niet beseffend dat we na het verlaten van de grote poort, ineens allemaal vrije, individualistische, onafhankelijke ‘volwassenen’ horen te zijn. We worden anders, we worden iemand.  

Ook al mocht ik in mijn eerste jaar nauwelijks naar de campus, toch voelde ik dat ik mijn gelijkgezinden, mijn plekje, had gevonden. Geen druk meer om tot een groep te behoren. Ik kwam voor het eerst ergens thuis op een school. Ik had eindelijk het gevoel dat capaciteiten boven populariteit gaan. Misschien heb ik toch nog witte sneeuw gezien en gevonden. 

 

in de drup

De middelbare school: de tijd waarin je wordt opgeleid tot volwassene. Zes jaar lang collectief instuderen hoe het is om volwassen te zijn, om daar vervolgens ook echt aan te beginnen, helemaal in je eentje. Weinigen hebben die volwassenheid uiteindelijk gevonden.

Het is ondertussen al een hele tijd geleden dat ik 'verlost' werd van mijn middelbare school, een simpelere tijd waarin we nog op zoek waren naar onszelf. Iedereen zat zo in zijn eigen kliekje, maar van de klassenstrijd tussen schachten en studiebollen, treinstudenten en kotbewoners, of profknuffelaars en opnamekijkers was geen sprake. Tuurlijk, de cool kids zaten in de middagpauze echt niet bij de outcasts aan tafel, maar was dat nu zo erg? Het was nog helemaal niet belangrijk om de elitestudent uit te hangen die een goed sociaal leven, hoge cijfers en een vol CV naadloos weet te combineren. We zaten nog maar in het oefenrondje, waar niet meedoen met de grote groep, maar liever dat tikkeltje anders zijn nog geen consequenties had. Na een slechte dag op het middelbaar kon je je laven aan de gehaktballen van je moeder en een knuffel van je hondje. Is toch net even iets anders dan diepvriespizza en YouTube.  

In het middelbaar mag je als puber nog vrij op zoek naar een identiteit, een identiteit die je langzaamaan invult door te experimenteren met verschillende groepjes. Je neemt stukjes van een groepsidentiteit over, hoort even ergens bij, realiseert je dat het toch niet echt je ding is, en probeert weer iets anders. Je zou het wel redden. Zelfs als je echt buiten de boot viel kwam je uiteindelijk toch ergens op je pootjes terecht. Stukje bij beetje timmerden we voort aan onze identiteit, onze onafhankelijkheid. Zes jaar lang konden we op zoek gaan, om daarna vol hoop en dromen aan het ‘echte leven’ te beginnen. Althans, dat dachten we.  

Toen het moment kwam dat ik eindelijk de grote poort verliet en alles achter moest laten, kwam ik in een soort zwart gat terecht. Zeker, ik was blij dat ik eindelijk wat meer volwassenheid tegemoet ging, maar ik had me nogal verkeken op hoe dat proces zou verlopen. Ik voelde me minstens een jaar lang onzichtbaar, vogelvrij verklaard, zoekende naar een identiteit om me aan vast te binden. Ik heb dat jaar van alle ‘identiteiten’ geproefd: de feestende schachten, de kunstzinnige dromers, de permanente bibliotheekbewoners … om vervolgens te concluderen dat ik bij geen van allen aansluiting vond. Ik was inderdaad vrij, individualistisch en onafhankelijk, maar vooral eenzaam.

Langzamerhand ben ik uit dat zwarte gat gekropen, maar dat doet niet af aan het zware begin. Weg van mijn veilige plekje, verwijderd van mijn vangnet zat ik daar, alleen in een gigantische collegezaal. School had nog nooit zo weinig als thuis gevoeld. Dat jaar zag ik veel zwarte sneeuw, en het duurde nog even voordat de hemel opklaarde.



het laatste woord

10/05/2021
loskop
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip 'loskop'. 

Ken je dat gevoel dat je ergens naartoe rent met een bepaald doel in je hoofd? En dat je er eenmaal aangekomen geen flauw benul van hebt wat je daar staat te doen? Als een bezeten topsporter loop je naar de plaats waar je vandaan kwam, als een echt kieken zonder kop. Speciaal teruggelopen om je herinnering weer op te halen. Zoeken was onbegonnen werk, want je had je bovenkamer nog niet opgeruimd.  

Mijn vergeetachtigheid uit zich vooral in huishoudelijke taakjes die me opgegeven worden. “Sofie, zou je om negen uur de was uit de droger willen halen? Sofie, neem je straks de wasmand even mee naar boven?” “Ja ja mama, komt in orde!” Om tien uur lig ik in mijn bed zorgeloos te slapen zonder dat de verse was uit de droger is gehaald en terwijl de wasmand nog steeds niet op de juiste plek is gezet. Het ene oor in, het andere oor uit. Het toppunt is wanneer mijn mama expliciet vraagt om iets niet te vergeten. “Sofie, vergeet je geen witloof mee te nemen van de Spar. Sofie, vergeet je de beestjes niet eten te geven wanneer ik weg ben?” Ondanks het lijstje in mijn handen en haar moederlijke stem in mijn hoofd vergeet ik alsnog de witloof mee te nemen. ‘s Avonds komt mijn mama thuis en vraagt ze aan mij of ik de beestjes eten heb gegeven. “Oh nee mama, ik heb dat vergeten ...” Mijn hoofd staat soms – eigenlijk altijd – los van mijn lichaam.  

Gelukkig gaat mijn vergeetachtigheid nog net niet te ver. Ik vergeet niet dat ik elke dag een verse onderbroek hoor aan te doen. Ik vergeet niet dat ik mijn huis niet kan verlaten zonder kleren, ik hoor iets aan te hebben. Ik vergeet niet dat ik als vrouw niet staand kan plassen (ik zou nogal nat worden). Ik vergeet niet dat ik tijdens mijn regels iets moet inbrengen of iedereen kan meegenieten van mijn Japanse vlag die buiten hangt. Dan zou ik pas een bloedserieus kutprobleem hebben. De ‘belangrijke’ dingen zijn belangrijk genoeg om te onthouden. Ik onthoud ze wel, omdat ik weet dat ik me diep zou schamen als ik me er niet aan zou houden.  

Voor mensen zoals jou en mij, die maar al te vaak hun hoofd eens vergeten, heeft het Afrikaans een prachtig woord uitgevonden: loskop. Laten we dat woord nou eens niet vergeten. Zo heeft onze handicap ook eindelijk een label gekregen.  



kunst op de campus

09/05/2021
Situ
🖋: 

De bedrijvigheid heerst wanneer ik het grote atelier betreed waarin de In Situ-studenten werken. Overal in de ruimte liggen materialen verspreid, kunstinstallaties in diverse staten van voltooiing, en ik moet moeite doen om nergens op te trappen. Kan ik mijn excuses nog aanbieden aan elke kunststudent op wiens materialen ik misschien heb getrapt? Ik kon enkele studenten van In Situ, een afstudeerrichting van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, heel eventjes storen, voor ze verder werkten aan hun kunstprojecten. 

‘Kunst in situ’ duidt op kunst die gemaakt wordt op een bepaalde plaats en die zich baseert op de specifieke kenmerken van die plaats, in die mate dat het kunstwerk in kwestie verbonden is met de plaats. Plaats en kunstwerk kan je dus niet los van elkaar zien. Campus Drie Eiken wordt zo een canvas voor de studenten van De Academie. Niet in de zin van dat het een blanco blad is; juist alle betekenissen, alle associaties die de universiteitscampus, zijn studenten, zijn omgeving roepen de kunst als het ware op in de kunstenaars van De Academie. De opdracht legt hen op een tijdelijk, low budget werk te maken. Daarbuiten staat het hun geheel vrij om zich te laten inspireren door al wat Campus Drie Eiken te bieden heeft. 

  

universitair thuis 

Een thema dat in bijna al mijn gesprekken met de kunststudenten naar voren komt, is verbondenheid. Verbondenheid met de omgeving, verbondenheid met andere mensen. Eenzaamheid heeft, na een tumultueuze tijd vol virusstrubbelingen en isolerende maatregelen, haar tol geëist en veel van de kunstwerken lijken te roepen om knusheid, om verbondenheid, om een uitgereikte hand naar de ander. Een voorbeeld daarvan is het werk van Yi Zhang. Door middel van zes roeiriemen wil ze van de brug nabij gebouw U een bootje te maken. De roeiriemen nodigen uit tot samenspel, tot een herinnering maken met vrienden of vreemden, wie ook in de buurt zij. Met corona in het achterhoofd zorgde Yi ervoor dat de roeiriemen ver genoeg uit elkaar staan om afstand te garanderen, waardoor veiligheid geen obstakel hoeft te zijn voor plezier. De intimiteit van sociale relaties vindt ze belangrijk, geeft ze grif toe. Het is iets wat ze behoorlijk mist tijdens de pandemie. Je thuis voelen is je gekend voelen. Geven om een ander bouw je op door herinneringen aan elkaar te maken, te bewaren. Yi’s kunstwerk wil daar graag bij helpen. 

Ook Miguel Garchitorena grijpt naar een thuisgevoel. Nabij de fietsenstallingen van de bibliotheek vond de masterstudent een trap met blauwe relingen. “Ik kreeg het idee door een ervaring met transitional spaces”, vertelt hij. “Dat is een ruimte waar twee verschillende ‘werelden’, om het zo te zeggen, met elkaar in contact komen.” De reling op Campus Drie Eiken wil hij vervangen om dat dubbele gevoel te benadrukken. Door er een houten reling te plaatsen, roept hij een interieur op, en in die zin een thuisgevoel. Over het algemeen lopen studenten de trap gewoon op en af; door de reling te veranderen in iets wat er op het eerste gezicht eigenlijk helemaal niet ‘past’, wordt hun blik ook naar de omgeving getrokken. De campus is omgeven door natuur. Door dat natuurlijke aspect te benadrukken en door het huiselijke een plaats te geven, hoopt Miguel dat passanten op een andere manier naar de ruimte kijken. Eerst was het toch wat lelijk, lacht hij, terwijl de campus zo mooi is in zijn details. 

  

water in beweging 

Nabij de komida bouwde Paul Müller twee houten installaties op het meer. Die installaties heten An attempt to make waves en trachten, zoals de speelse naam al weggeeft, het water in golfbewegingen te duwen. De handgemaakte installaties worden aangestuurd door de wind en staan tegenover elkaar op het meer, waardoor hun golven elkaar tegenkomen. Een ontmoeting op het water, als het ware. Mijn hersenen kunnen de complexe constructie van Pauls ersatzwindmolen niet helemaal verwerken, maar bij elke vraag blijft Paul nuchter. Er liggen geen metaforen verborgen in de houten vormen, maar juist oplossingen voor eerdere problemen. “Ik kan het niet aanraden,” lacht hij, “altijd die technische problemen!” Dat betekent niet dat de hele constructie puur op praktisch nut gebaseerd is. Net zoals de golven verstild water opbreken, breekt Paul met de lineaire waterbewegingen die zo vaak in kunst te vinden zijn. De straal van Manneken Pis zegt weinig, geeft hij aan, terwijl golven meer dynamiek brengen. En dat past veel beter bij een campus waar de wetenschappen telkens weer een poging doen om verder te geraken dan hun voorgangers. 

De wetenschappelijke kant van de universiteit inspireerde Elle Verstraeten net zo goed. Toen ze de campus voor het eerst bezocht, was het terrein overladen met sneeuw. Dat beeld bleef bij haar hangen. “Op mijn middelbare school vond ik chemie erg interessant”, vertelt ze. “De kennis van toen wilde ik gebruiken om het beeld van de ijskristallen vast te houden, ook tot in de zomer.” Haar aanvankelijke plan was om NaB4O7H2OUA naast Giraf Dana in het S-gebouw te plaatsen, dit om het beeld van een wetenschappelijke expositie te behouden. Omwille van praktische redenen prijkt het kristal nu in het O-gebouw, waar het alle ruimte heeft om te schitteren. Om het kristal te maken haalde ze water uit het meer, om zo een natuurlijke link met de campus te behouden. Uit dat water liet ze kristallen groeien op een wollen membraan. Het geheel is sterk en kan wel tegen een stootje, maar oogt tegelijkertijd fragiel. Misschien dat de kracht juist zit in de kwetsbaarheid van de individuele kristallen. 

  

reflectie in gesprek  

Marcelo Venzon is een pre-masterstudent die eerder afgestudeerd is als architect. Die voorkennis wilde hij graag implementeren in zijn kunstproject, maar naar eigen zeggen bleek de te doorgronden grond te omvangrijk om enige connectie te voelen met de gebouwen. Tot hij het O-gebouw ontdekte, met zijn gele gezichten om de universiteit te weerspiegelen en zijn gepolijste zuilengalerij. “De zuilen herbergen een spiegeleffect”, vertelt hij enthousiast, terwijl hij me foto’s op zijn gsm laat zien van hoe het er allemaal uitziet. Zijn project concentreert zich op die reflectie en in die zin ook de zoektocht naar de connectie met de omgeving. Langs de hele galerij behangt hij de verschillende zuilen met een foto van de omgeving, waardoor de architectuur van het O-gebouw zichzelf kan integreren in de natuur rond zich heen. De foto zelf is op een prachtige dag gemaakt, bijna idyllisch. Bij slecht weer geeft dat een groot contrast, waardoor de verbinding met de omgeving bijna alweer doorbroken wordt. Maar een poging tot verbondenheid is ook een vorm van verbondenheid, toch? Marcelo wijst naar zijn eigen hand op de foto, iets wat me nog niet eens was opgevallen tot hij op het plekje wijst. “Zo is er ook nog een beetje menselijkheid in al die natuur.” 

Het O-gebouw is sprekend, beaamt Feng Li, maar het fort ernaast sprak hem al helemaal aan. Het zijn allebei beeldende locaties en met zijn kunstwerk wil hij de twee samenbrengen. Hij bouwt een eigen katapult dat de campus en het fort tot een geheel zal vormen. Een reliek van de geschiedenis, maar dan met een twist: de katapult komt voor in diverse regio’s, periodes en culturen en daarom zal zijn katapult een fusie zijn van vroeger tot nu, van Europa tot Azië. In het grasveld tegenover zijn katapult staat een witte sculptuur. Fengs plaatsing houdt daar bewust rekening mee: hij wil een dialoog ontketenen tussen de sculptuur en de katapult, of een oorlog, of allebei. Het wordt een Negotiation, zoals het schilderij passend heet. Net zoals de katapult zelf zich manoeuvreert tussen de verwachtingen van een bepaalde categorie, is de spanning hier voelbaar. Wat wordt het, uiteindelijk, wat brengt de toekomst? Al wat minder gemakkelijk in een hokje te plaatsen is, brengt enige spanning met zich mee, maar ook in die spanning is berusting te vinden. Al stelt Feng me meteen wel gerust voor ik meegetrokken word in die palaverende waterval: de minimalistische katapult is niet functioneel, dus veel zal er niet uitgevochten worden. Maar dat is aan de verwachtingen ontkomen op zich. 

Campus Drie Eiken is voor mijn Stadscampushart nog altijd een ongrijpbaar doolhof, maar de twaalf kunstinstallaties brengen me dichter bij het terrein. Ze dwingen, nee, verzoeken me om stil te staan, na te denken, de wereld om me heen net een tel langer in vraag te stellen. Het zal een gemis zijn wanneer de tijdelijke kunstwerken verdwijnen. Maar dan kijk ik uit naar de volgende editie. 

  

De kunstwerken van de In Situ-expositie zijn nog te bezichtigen van 6 mei tot en met 17 oktober 2021 op Campus Drie Eiken. 

 



doorbraken

25/04/2021
breakout room
🖋: 

Is er leven mogelijk in breakout rooms? Eeuwenlang fascineert de vraag al. De wetenschap heeft tot op heden nooit bewezen dat levensvormen in dergelijke zeer moeilijke omstandigheden kunnen bestaan. Volgens topwetenschappers staan we nu op het punt van een revolutionaire doorbraak. 

Breakout rooms zijn algemeen aangenomen het meest raadselachtige verschijnsel van het universum. Niemand die weet hoe ze zijn ontstaan, waartoe ze dienen en wat er zich afspeelt. “We hebben een belangrijke stap gezet om het mysterie te ontrafelen”, vertelt Koen Van Keulen van het EBorA (European Breakout room Agency, n.v.d.r.). “Een team topwetenschappers heeft in een breakout room sonore trillingen waargenomen die afkomstig lijken te zijn van een wezen dat al enkele duizenden jaren in een vegetatieve toestand verkeert. De waargenomen trillingen situeerden zich aan de rand van een breakout room, wat er mogelijk op wijst dat het wezen op de vlucht sloeg, maar tragisch genoeg het bewustzijn verloor alvorens het de uitgang vond.” 

“Die zachte ruis is wel het enige teken van leven”, geeft Van Keulen schoorvoetend toe. “Beelden van het eventuele leven in de breakout rooms ontbreken. Al onze camera’s deden het niet.” 

“Dat er in breakout rooms überhaupt leven mogelijk is, heeft als onverbiddelijke consequentie dat we niet alleen zijn in het universum.” In contact treden met die wezens sluit Van Keulen uit. “Naar breakout rooms afreizen is onhaalbaar, een permanente aanwezigheid van de mens uitgesloten. Door de samenstelling van de atmosfeer is praten er onmogelijk, wat meteen de vraag oproept op welke manier de veronderstelde wezens er dan wel communiceren.” 

De bewoners van Mars reageren geschokt op deze bevindingen: “We zijn hier niet klaar voor.”