opinie

07/06/2021
Monet
🖋: 

Al sinds de vroege bronstijd worden reclameborden gedecoreerd met nauwelijks geklede vrouwen. Die traditie zit helaas in een diep dal. Ook de gouden jaren van Hollywood, toen Paul Verhoeven vond dat je nooit genoeg borsten kan hebben en dus prompt een vrouw met drie stuks in beeld bracht, zijn lang vervlogen.  

Er zijn meer mensenlijven te bezichtigen dan ooit, maar de duistere krochten van het internet zijn niet noodzakelijk cultureel relevant. De strijd om de naakte lichamen wordt niet gestreden aan de groezelige kant van de grens, pornografie bestrijden is voer voor religieuze fundamentalisten. Wij, redelijke burgers, bakkeleien liever over wat aanvaardbaar is voor algemeen vertoon. “Is die seksscene wel artistiek verantwoord?” luidt dan de vraag, zonder stil te staan bij het feit dat de hele film verstoken is van artistieke waarde. “Is dat naakt wel functioneel?” Waarom heb ik die vraag nog nooit gehoord over een landschap? Noem mij gerust een voyeur, want ik kijk er graag naar; het landschap én het naakt, functioneel of disfunctioneel. Dat laatste noemen we dan gratuit. In het Frans, want de Fransen hebben daar een rijke traditie in. 

Gratis naakt, in het geniep klinkt het toch als een aantrekkelijk concept. In het geniep, want misschien is mijn voorkeur net iets waar jij aanstoot aan neemt, dus dat hangen we niet aan de grote klok. Hypocrisie is het smeermiddel van het sociale weefsel. 

Ik vermoed toch dat zelfs de meest naakt-afkerige mens – in het geniep – de ogen onverbiddelijk voelt dwalen naar de kleur van blote-mensenvel. Of is het voor jou toch naar de picknickmand hierboven? Ik zal niemand verwijten te veel te kijken naar een picknickmand. Noch zal ik Thomas Loriers verwijten dat hij die mand te expliciet in beeld bracht. Toch sprong Manet in zijn Déjeuner sur l’herbe een stuk gevoeliger om met die mand; door strategisch geplaatste stukken fruit en een zorgvuldig gekozen kijkhoek werd veel meer aan de verbeelding overgelaten. Abstractie ten spijt is bovenstaande illustratie in vergelijking botweg gratuit. Zulke obsceniteit spreekt tot onze dierlijke instincten, maar het beeld is niet de dader, slechts het slachtoffer van onze wellust. 

Er is geen excuus nodig voor een naakte vrouw, naakte man of naakte picknickmand. Alleen de naakte waarheid, kleed die liefst in de nieuwe kleren van de keizer. 



de dwarsdoorsnede

30/05/2021
Arenberg
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer: studeerlocatie Arenberg van STUDY360. 

Wat er aan mij als creatief en intelligent wezen nog het meest ontbreekt in deze geïsoleerde, hersenafstompende manier van leven, is de inspiratie en de frisse blik die ik haal uit culturele uitstapjes. Het zien van andermans kunstzinnige uitspattingen brengt bij mij doorgaans een al dan niet kortstondige aha-erlebnis teweeg, waardoor ik er voor even vast van overtuigd ben dat ik de Mona Lisa kan upgraden of het warm water zou kunnen heruitvinden. Nu zit ik hier, zonder fontein van inspiratie en met een gebrek aan intellectuele overmoed. De enige uitstap die op mijn agenda vastgepind staat, is een vijfvoudig bezoekje aan Antwerp Expo, en laat ons zeggen dat een “Eureka!” achteraf iet of wat vijgen na Pasen is.  

Gelukkig opende Arenbergschouwburg zijn deuren voor studenten die net als ik wel weer een roze bril zouden kunnen gebruiken om naar de stapels cursussen te kijken. Het gebouw verwelkomt me al vanop straat met de slogan “Ge zijt zo schoon als ge lacht”. Straf dat ze dat door mijn mondmasker konden bespeuren, maar ik moet zeggen, het stemt me meteen opgewekt aan het begin van mijn blokdag. Bij het binnengaan waan ik me in een regenboogwereld en een mengelmoes van goed ogende interieurs. Na registratie leiden aanwijzingen me richting BarBrut, een van de foyers in het theaterhuis die opvalt met zijn felle kleuren en vooral met zijn knalroze metershoge ladderstoelachtige installatie. Laten we ons inbeelden dat het een uitkijkpost is waar een strenge ouwe vent voortdurend zit te controleren of ik nog aandachtig studeer. Ik neem plaats in de zaal en pak mijn spullen uit. Dagje afzien in stijl, let’s go.  

Na een poosje naar mijn scherm te turen, besluit ik de benen eens te strekken. Tegenover de in- en uitgang van BarBrut staat een toog vol met koffie en thee en een koelkast met frisdrank. Ik kijk al uit naar mijn deugddoend koffietje om een uur of twee. Wie trouwens meer into the fancy lattes is en geld te veel heeft, vindt ook zeker wat wils bij enkele hippe koffiebars in de Theaterbuurt. Soit, weer aan het werk, volgens de imaginaire toezichter duurt mijn pauze al lang genoeg. Ik vul mijn waterfles nog bij aan de watertank in de hoek van de zaal, achter de felroze uitkijkpost, en ga verder aan het werk.  

Even later moet ik nodig naar het kleinste kamertje van het gebouw. De gang die me daarheen leidt, hangt vol met schilderwerken van de kunstenaar MATT, kleurrijk en humoristisch. Da’s dan een museumbezoekje en een blokdag ineen. De wc zelf was niet zo bijzonder; in vergelijking met de rest van het interieur kon hij best wel een lik verf en een dosis absurditeit gebruiken.  

Hoewel er de laatste tijd uit theaterhuizen als deze niet al te veel naar buiten is gekomen, was het personeel hier al druk in de weer. Af en toe zag je wel iemand passeren en de zalen in- en uitlopen. Op het moment van mijn bezoek was er ook merkbaar iets te doen in de Blackbox, een van de kleinere zalen van Arenberg. Om de zoveel tijd werd de stilte in de studiezaal overstemd door een applaus. Voor mij niet per se storend, ik neem het op als motiverend schouderklopje.  

Of je er tienen door gaat scoren of niet, de Arenberg is ongetwijfeld een van de kleurrijkste en opbeurendste plekken waar je kan belanden tijdens de blok. Van mij krijgt ze een 8 op 10. En die koffie om twee uur? Die heeft gesmaakt. 

 

Informatie over STUDY360 vind je op deze site. Adres is Willem Tellstraat z/n, 2000 Antwerpen. 



Bierman

30/05/2021
Mongozo banana
🖋: 

De pastor en het bier, er is geen duo dat meer onafscheidelijk is. Als pastorale superheld schrijft Gert Van Langendonck ons met zijn geestelijk vernuft op weg naar de beste smaken in het bierlandschap. Prosit! 

Tot nut en vermaak van alle dwarslezers neemt Bierman even de tijd om de actualiteit in een halve paragraaf samen te vatten: Moeder Aarde heeft wraak heeft genomen op de volledige mensheid door middels één schamele vleermuis het economische en sociale leven anderhalf jaar volledig plat te leggen. Sommigen ontkennen die middelvinger van Moeder Aarde en verdenken er een selecte groep van superrijke mensen van wraak te hebben genomen op de aanstootgevende middelmaat van de burgerij door via 5G-zendmasten een virus de wereld in te zenden. Het vaccin waarmee die elite pretendeert de wereld te zullen verlossen bevat geheime zendertjes waarmee ze op termijn het leven van alle mensen volledig naar haar onzichtbare hand kan zetten.  

Dat laatste is helaas niet het geval. Hoe graag de mens zichzelf ook ziet als zelfstandige actor in het kosmische ballet, er zijn andere krachten aan het werk die ons in beweging zetten. We zijn geen actoren maar acteurs die meedansen om niet van het podium te vliegen. Of nog: het vaccin is wel van ons, maar niet de ziekte. Uit het doembeeld dat de mens zichzelf de duivel aandoet, spreekt hetzelfde verlangen naar autonomie en controle dat ironisch genoeg grotendeels aan de grond ligt van deze crisis en bij uitbreiding aan het permanente tekort dat alle menselijk handelen tekent. 

Maar niet getreurd! We spelen nog mee, het vaccin ligt klaar, en dus wacht ons – na blok en examens – een nieuw normaal. Het sociale leven zal zich weer op gang trekken. De terrassen en nachtwinkels zijn open en overconsumptie van alcohol wordt weerom uit de huiskamers en op de straat gebracht, waar het veel beter niet thuishoort. Vanaf nu heeft iedereen die vergat de Cara lauw te zetten opnieuw een alternatief in de sociale ruimte.  

Dus rijst de vraag wat het beste bier is om te bestellen op een zonovergoten terras na achttien maanden van droogte. Het moet een bier zijn met niet te veel alcohol natuurlijk, want dat stijgt te snel naar het ongeoefende hoofd, maar wel met genoeg alcohol om zonder al te veel remmingen door te kunnen bomen over het 5G-netwerk en andere grote maatschappelijke problemen. Verder moet het een bier zijn dat duidelijk tekenen van overcompensatie vertoont. Iets wat als het ware overloopt van levensvreugde.  

Bierman zou nooit gedacht hebben dat hij dit nog zou schrijven, maar heel deze pandemie heeft bij hem voor het eerst in zijn leven de goesting laten ontstaan om ongegeneerd Mongozo Banana, Coconut of Mango te bestellen (of zelfs kriekenbier als er echt niks anders te krijgen is) en daar zelf nog wat suikerklontjes en een scheve parasol aan toe te voegen. Overigens bestaat er ook Timmermans Pêche, Strawberry en Framboise op basis van Lambiek voor de mensen die echt geen risico schuwen. Kitsch, overdaad en slechte smaak: deze zomer moeten even alle remmen los, zeker ook in bierland. Natuurlijk staat het ook u vrij, beste lezer, om op een terras op de Ossenmarkt een simpele pils te bestellen en iedereen zelf nog een fles grenadine mee te laten nemen om naar smaak toe te voegen. De komende weken gaat niemand daar raar van opkijken, dus profiteer ervan. Wat dat betreft: profiteer van het leven. U bent er nog, u hebt het gehaald. Een wereld van mogelijkheden plooit zich open. Vogels ontploffen van levensvreugde in de bomen. En morgen is een nieuwe dag.  

Ooit komt de dag dat de mensheid volledige controle heeft over haar eigen lot. Of toch zeker een kleine elite over dat van anderen. Tot die tijd is de vreugde van het moment geen slechte plaats om te verblijven. Bierman wenst u alvast goede examens en een zalige vakantie! 



sonder

23/05/2021
sonder
🖋: 

De trein was te laat, zoals de NMBS wel vaker pleegt te overkomen, en nu lijkt het wel een race om zo snel mogelijk op de bestemming te raken. Raketten in nette pakken of regenfrakken richting de uitgang, haast alsof er ergens een aftelklok hangt die ik niet zie door de menigte heen. Word ik opgesloten als ik het treinstation niet op tijd verlaat? Maar zo erg zou dat niet zijn als dat me een seconde meer geeft om stil te staan. 

Een lange man in een ruitjeskostuum leidt de horde richting de uitgang. Hij marcheert alsof dit station hem toebehoort, een zekere ongenaakbare trots in elke pas die hij neemt. Zijn aktetas is oud; wanneer ik goed kijk, zie ik dat het handvat zich op de palliatieve zorgen bevindt en dat de tas niet meer volledig dicht raakt. Door de ouderdom, vraag ik me af, of door de hoeveelheid documenten die het stervende ding met zich meedraagt? Hoe druk is de beste heer, stapt hij helemaal vooraan omdat hij elke tegel van het perron kent of omdat hij de tijd niet meer vindt zijn omgeving te zien? Mist hij de omgeving? Naar wie gaat hij? Mocht ik het hem vragen, zou hij antwoord geven? Ik denk het niet. Iets aan hem geeft aan dat hij de tijd niet heeft om zich aan me te verantwoorden. 

Een vrouw draagt een nieuwsgierig rondkijkende kleuter op de arm, terwijl twee oudere kinderen van tegel tot tegel springen. Zijn ze bang om op een naad te springen uit angst hun moeder iets aan te doen? Of hebben ze slechts nood aan een spelletje, iets om zich in uit te leven na een saaie treinreis? Ik denk dat de vrouw hun moeder is, maar dat kan ook een overhaast getrokken conclusie zijn. Ik weet niet of ze werkt, ik weet niet of het moederschap haar gelukkig maakt – ze ziet er zo moe uit, maar dat hoeft niets te zeggen. Genegenheid en vermoeidheid gaan hand in hand. Wie laat slaap aan zich voorbijgaan voor iets wat hen koud laat? Voelt ze zich gesteund in het thuisfront? Luistert er iemand naar haar? Nu, in dit treinstation, luistert ze naar de kleuter, die wijst naar een meisje met een gekleurde haarbos. 

Het paars steekt scherp af tegen het grijze pantheon van dit transportmedium, maar ze lijkt te schrikken van de kinderlijke aandacht, alsof ze liever verdwijnt in het niets dan terug te zwaaien. Toch zwaait ze terug en kijkt ze dan weer weg. Haast alsof ze zich schaamt. Is er iemand in haar leven die haar het gevoel gaf dat gezien worden een slecht voorteken is? Ze botst op tegen een bejaarde man die vloekt en haar vervolgens geen blik meer gunt. Zijn lange baard blijft me bij – wie weet krijgt hij daar complimentjes over. Of niet, misschien wordt hij vooral vergeleken met Sinterklaas. Zou dat hem storen? Hij lijkt een brombeer, maar wat weet ik ervan? Ik loop achteraan en ik staar naar de levens voor me die ik nooit allemaal kennen zal. 

De gedachte doet me ergens schrikken: het is een ernstig geval van sonder. Sonder is een neologisme, verzonnen door John Koenig in 2012, in het kader van zijn project The Dictionary of Obscure Sorrows. De blog verzint neologismen voor allerlei gevoelens en fenomenen die zo moeilijk te benoemen zijn, van lilo (een vriendschap waarvan je de draad na tijden zonder contact weer kan oppakken alsof je elkaar gisteren nog zag) tot Altschmerz (verveeldheid met je eigen chronische kwaaltjes, de ergernis dat je na jaren en jaren je nog altijd over exact dezelfde zaken onzeker voelt). Sonder is wellicht een van Koenigs bekendste creaties: het plotselinge besef dat elke vreemdeling die je ziet een eigen leven leidt dat je nooit kennen zal. Elk persoon is iemand met eigen dromen en zorgen, chronische gebreken en wilde plannen. En voor hen, voor hen ben jij de vreemde, het onbekende gezicht wiens leven nooit gekend zal zijn. Sonder duidt op precies de realisatie dat je nooit iedereen zal kennen. Is dat niet juist mooi? Hier slenter ik, achteraan de mensenmassa. Ik ben een van hen, een mens als een ander, en elk ander heeft exact dat gevoel. We zijn allemaal zodanig bezig met onszelf dat we soms zelfs vergeten dat iedereen ook nog een 'zelf' is, maar ach, net daarin schuilt de menselijkheid van menigtes. 



vragen voor en door studenten

23/05/2021
vaccinatiemotivatie
🖋: 
Auteur extern

Kyrina Decloedt en Silke Crols


Nu er in de strijd tegen het coronavirus eindelijk vaccins bestaan, is het van groot belang dat zo veel mogelijk mensen zich laten inenten. De laatste maanden bleek dat die bereidwilligheid niet bij iedereen bestaat. Dokters en wetenschappers doen enorm veel moeite om mensen ervan te overtuigen dat een prikje echt niet gevaarlijk is, maar dat is niet zo eenvoudig. “Vertrouwen komt te voet en gaat weg te paard”, merkt professor Erika Vlieghe op. Zij geeft samen met professor Pierre Van Damme duidelijkheid over het belang van vaccinatie en de vrijheid die dat met zich meebrengt.

Waarom moeten ook jonge mensen zich laten vaccineren?

Pierre Van Damme: “We moeten die fameuze groepsimmuniteit artificieel behalen door vaccinatie. Die moeten we in de hele bevolking bereiken, want anders blijven er groepen over waarin het virus vrij kan circuleren en ook muteren. Hoe minder mensen vatbaar zijn, hoe minder kans dat er nieuwe varianten ontstaan.”

Erika Vlieghe: “Het is waar dat jongeren meestal niet erg ziek worden van het virus, maar ze zijn niet compleet onkwetsbaar. Sommigen sterven er zelfs aan. De belangrijkste reden blijft toch de rest van de maatschappij. Als jij, als niet-risicopatiënt het virus krijgt, kan je het nog wel doorgeven aan je ouders of je grootouders en misschien heeft het vaccin net bij hen niet goed gewerkt.”

P: “Dat solidariteitsprincipe is heel erg belangrijk. Dat zien we ook bij de mondmaskers: die zijn niet alleen voor jezelf, maar vooral voor anderen. Je laat je vaccineren om je eigen gezondheid te beschermen, maar ook die van anderen.”

 

“Dat solidariteitsprincipe is heel erg belangrijk.”

 

Zouden vaccinatieweigeraars ervoor kunnen zorgen dat de bevolking dat perspectief verliest?

P: “Ja, in zekere zin wel, als die groep weigeraars te groot blijft. Zij hebben een grote invloed op mensen die om bepaalde redenen niet gevaccineerd kunnen worden, bijvoorbeeld een ernstige allergie op een van de bestanddelen van het vaccin. Die patiënten zijn dan gedoemd om voor de rest van hun leven in thuisquarantaine te blijven.”

 

Door de AstraZeneca-situatie is er veel wantrouwen ontstaan. Is die angst gegrond?

P: “Het is heel begrijpelijk dat mensen zich vragen stellen en duidelijke antwoorden moeten krijgen. Na een vaccinatie kunnen er bijwerkingen optreden. Als dat iets medisch is, zoals een bloedstoornis, moet nagegaan worden of dat met het vaccin te maken heeft. Er kwam een signaal vanuit Denemarken dat er iets mis was, maar het land volgde de standaardprocedure binnen de Europese Unie niet op. Ze namen een eenzijdige beslissing en dienden AstraZeneca niet meer toe. Een deel van Europa volgde. Zo creëer je vertrouwensverlies bij de mensen.”

E: “Je moet natuurlijk altijd voorzichtig en kritisch blijven, maar we zijn nog altijd een pandemie aan het bestrijden met dat vaccin. Wanneer je een vaccinatiecampagne stopzet, heeft dat uiteraard ook enorme gevolgen voor de volksgezondheid.”

 

“We zijn nog altijd een pandemie aan het bestrijden met dat vaccin.”

 

Wat zijn precies de bijwerkingen van het vaccin?

P: “Alle COVID-vaccins hebben bijwerkingen. Je kan verwachten dat je, buiten lokale nevenwerkingen zoals roodheid, kans hebt op hoofdpijn en algemene spierpijn. Daarnaast is er een kleine kans dat je koorts maakt. Dat is niet abnormaal, je kan dat perfect bestrijden met pijnstilling. Het is absoluut geen reden om je tweede vaccin niet te laten zetten, want de COVID-symptomen zijn waarschijnlijk veel ernstiger bij een besmetting. Ondertussen worden ook erg zeldzame bijwerkingen geobserveerd, namelijk bloedklonters gecombineerd met een verlaagd aantal bloedplaatjes, en dat verklaart waarom het vaccinatiebeleid de laatste weken telkens werd aangepast. Alle vaccins worden optimaal ingezet in functie van de leeftijd om zo snel als kan zo veel mogelijk volwassenen in België een eerste dosis te geven. Ook dat komt stilaan in zicht. ”

E: “Er zijn weinig redenen om het vaccin niet te laten zetten. Enkel wanneer je een hele lange en specifieke allergieënlijst hebt, raden we aan het even met je huisarts of allergoloog te bespreken.”

 

In welke mate zijn we met het bestaande vaccin beschermd tegen de nieuwe varianten?

P: “De huidige vaccins zijn vooral werkzaam tegen de variant uit Wuhan, maar ook tegen de Britse zijn ze doeltreffend. Bij de overige varianten beschermen ze nog altijd tegen hospitalisatie en ernstige infecties. Dat zagen we voornamelijk bij de ontwikkeling van het Johnson & Johnson-vaccin. Hun alternatief biedt trouwens heel wat logistieke voordelen omdat één prik volstaat. Je kan daar veel meer mensen mee bereiken, ook de minder gemakkelijk bereikbare groepen zoals zeelui, daklozen en sekswerkers.”

 

Wat zijn de mogelijke gevolgen wanneer je je als student niet laat vaccineren?

P: “Het grootste gevolg is dat we die groepsimmuniteit moeilijker gaan bereiken. Binnen de toegang tot scholen of bepaalde evenementen heb je twee grote groepen: de groep ‘officiële instanties’ en de groep ‘privé-initiatieven’. Scholen behoren tot de officiële instanties en die kunnen je nooit weigeren, zelfs als je niet ingeënt bent. Organisatoren van privéactiviteiten hebben juridisch gezien wel het recht om mensen zonder vaccin te weigeren.”

E: “Dat recht kan pas ingeroepen worden wanneer iedereen de kans heeft gekregen om zich te laten vaccineren. Anders zou dat wel heel onrechtvaardig zijn.”

P: “Als je nu nog twijfelt aan de vaccinatie mis je niet meteen de boot. Er komt nog een tweede ronde, maar je zal dan wel wat langer op je prik moeten wachten.”

 

“Een mentaliteit van verplichten is niet zo effectief.”

 

Waarom verplichten we het COVID-vaccin niet in België?

P: “Een mentaliteit van verplichten is niet zo effectief, dat kan enkel in situaties zonder andere uitweg. Als mensen een verplichting niet opvolgen, moeten daar consequenties aan vasthangen. Velen zullen dan nog eerder voor die straf kiezen en daardoor stijgt de vaccinatiegraad niet. Een verplichting kan ook weerstand veroorzaken. Daarom kiest België liever voor sensibilisering. Zo kunnen mensen die goed geïnformeerd zijn zelf hun keuze maken. Dat is bij het zorgpersoneel in Vlaanderen gelukt met een vaccinatiegraad boven de 90%. Nu moeten we stap voor stap ook de andere doelgroepen overtuigen.”

E: “Alles wat je kan doen zonder mensen te dwingen is beter. Het is arbeidsintensief om mensen te overtuigen en dat te blijven doen. Maar jullie werken daar met dit interview nu ook aan mee, hè (lacht).”

 

Schetsen de media een correct beeld over de veiligheid van het COVID-vaccin?

P: “Iedereen is plots expert geworden op sociale media, niets is gevalideerd, dus je moet bronnen kritisch blijven bekijken. Berichten geraken heel snel verspreid en dat is enorm nuttig, maar het kan ook gevaarlijk zijn. Je kan bijvoorbeeld in een bubbel van foute informatie vastzitten en het is heel moeilijk daar weer uit te geraken.”

E: “Er zijn mensen die daar per ongeluk insukkelen, het is belangrijk hun vragen en overtuigingen te nuanceren. Je hebt ook mensen die minder openstaan voor dialoog, hen overtuigen is stukken moeilijker.”

 

Als ik na dit interview nog met vragen zit, waar kan ik dan correcte informatie vinden?

E: “De overheid ondersteunt heel wat websites waarop experten valse berichten ontkrachten. Een voorbeeld daarvan is gezondheidenwetenschap.be.”

P: “Artsen gebruiken dezelfde site om heel snel te kunnen antwoorden op vragen. Ook op laatjevaccineren.be kan je je correct informeren.”

E: “Nog een heel interessante is factcheckvlaanderen.be, dat gaat over meer dan alleen corona.”



de dwarsdoorsnede

23/05/2021
Hof de Bist
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Sinds een niet nader genoemd virus mijn – goed, iets te dure – gewoonte om in theehuizen te studeren stopzette, had ik nood aan een alternatief. STUDY360 van STAN bracht soelaas voor de examenperiode. 

Ik zakte af naar het Ekerse 252 CC, een cultuurcentrum in een waar kasteel. Met de studieboeken in de hand stond ik alvast klaar om me een heus prinsesje te voelen en hopelijk nog wat blokwerk voor elkaar te krijgen ook. Hof de Bist en het omliggende park zijn goed bereikbaar, wat de keuze grotendeels beïnvloedde, maar meer dan dat zijn ze werkelijk prachtig te noemen. Bij slecht weer valt het park enigszins tegen, maar op zonnige dagen is een wandeling doorheen de bloeiende natuur een goede blokpauze. 

De voorziene studeerruimte bevindt zich op de zolder – dat studeervolk moet toch wat worden weggemoffeld, merk ik. Goed verlicht, dat alvast als pluspunt, maar de ruimte is wat klein, waardoor er niet veel plaats is. Dat is dubbel: aan de ene kant werkt de rust goed om me te kunnen concentreren, maar aan de andere kant is het wel spurten om een tafel te bemachtigen. Bij deze editie van STUDY360 kan je namelijk niet op voorhand een tafel reserveren en moet je in feite maar op tijd aan de deur staan. Gelukkig maar dat het vroege opstaan nog wat loont: de tafels vormen een aangename studeerplek – comfortabele stoel, voldoende groot tafelblad, één stopcontact voor elk bureau. Pas op: er is ongeveer één luidruchtige stoel, dus probeer de juiste uit te kiezen. Als je goed kiest, ga je een prachtige dag tegemoet; als je pech hebt, dien je niet te bewegen, opdat je je medestudenten niet stoort. En nu we het er toch over hebben, wat is er mis met de akoestiek van 252 CC? Zo ongeveer elk geluid dat je maakt, voelt als een onrechtmatig lawaai. Wat is de kans dat de buur geërgerd opkeek om een lawaaierige ademhaal en niet om zijn wel erg dikke cursus? Of is dat de prijs die je betaalt voor een kasteelzolder? 

252 CC deelt met alle liefde gratis Nalu uit, wat een schrale troost is voor het gebrek aan water, koffie en thee. Mijn theehart bloedt; mijn ander hart bonst onderhand misschien net wat te hard. De bijkomende energie is fijn en een van de pluspunten van de locatie in vergelijking met de andere studieplekken. Maakt dat het gebrek aan andere dranken beter? Mijn precieze mening daarover verandert van dag tot dag, maar een conclusie uit die besluiteloosheid is een puntje af van de slotsom. Ik verdien mijn thee. 

De openingsuren van 252 CC vormen het grootste struikelblok. Ze zijn open van 8.30 u tot 16.30 u. Misschien goed voor vroege vogels, maar als nachtuil doet het pijn. Lange blokdagen in 252 CC zitten er daarom voor mij niet echt in. In het weekend sluit het Ekerse cultuurcentrum ook, wat al helemaal niet ideaal is te midden van de examenperiode. De blokkende student ontvlucht de slaapkamers van thuis juist om elders een degelijke routine op te bouwen – op die manier wordt het wel erg lastig. 

Hoeveel punten verdient deze locatie uiteindelijk? Studeren kan ik er goed, mits ik mezelf zo ver krijg dat ik al mijn principes verraad en rond half negen voor de ingang sta. Nalublikjes te over, nergens water of thee te bespeuren. Goede bloksfeer, nieuwe onzekerheid over luidruchtig ademen ontwikkeld. Hm. Een zes? 

  

Informatie over STUDY360 vind je op deze site. 252 CC bevindt zich in de Veltwijcklaan 252 in Ekeren. 



editoriaal

10/05/2021
editoriaal 137
🖋: 
Auteur

Bijna drie dwarsjaren later, waarvan twee in de hoofdredactie, begint mijn hand al aarzelend boven de virtuele papierbergen uit te steken. Bij afscheid hoort afzwaaien, toch? Ik voel het redenaarsbloed al borrelen wanneer ik het succesverhaal in mijn bovenkamer samenvoeg: lange nachten, diepe dalen, de maandelijkse tochten door de zeven ringen van de schrijffoutenhel – als ik nu nog één dt-fout zie ... Bloed, zweet en tranen vol inkt drupten op mijn toetsenbord terwijl ik het zoveelste last-minuteartikel net voor de deadline uittypte (fashionably late heet dat). Vergezeld van een bijna machinaal geratel vlogen er voor deze editie alweer drie uit. De bootstrap myth is er niets bij.

Misschien is het juist poëtisch om met de stille trom te vertrekken. Kalm richting de achterdeur lopen, bij het weggaan nog snel een handschoen tussen de kier gooien en niet meer kijken naar wie hem opraapt. Bij mijn laatste editoriaal gewoon als een schaatser langs het breekpunt klunen alsof er nooit een onderbreking was. Pas later te horen krijgen wie er aan de top staat wanneer de volgende generatie dwars weer met een doffe klap op de mat valt.  

Uiteindelijk is de titel toch gemaakt om snel doorgegeven te worden. Langzaam laat ik mijn hand dan ook weer zakken. “Alles is toch relatief”, schiet er door me heen. “Titels zijn maar opsmuk; ik ben nog nooit op straat herkend voor mijn hoofdredacteurschap.” Ik grinnik luidop wanneer ik terugdenk aan mijn klasgenoot die me een maand geleden vroeg of ik de hoofdredacteur van dwars misschien kende. “Niet dat ik bitter ben of iets dergelijks. Al die glamour zou toch niets voor me zijn”, zeg ik er wel maar snel achteraan.  

Toch zou ik liegen als ik zou zeggen dat ik met mijn laatste editie voor ons zwart-witte studentenblad de deur uit zou willen sluipen. Daarvoor zijn er te veel redactieweekenden, vergaderingen en last-minuteartikels overheen gegaan – schrijf ik, terwijl de deadline voor mij ook al gepasseerd is. Daarvoor denk ik nog te vaak terug aan de kans die ik had om de illustere oude Macintosh te redden van de vuilstort – sorry, oud-dwarsers. Ik denk niet dat ik, toen ik begon, alle kwaliteiten bezat voor de functie. Waarschijnlijk nu nog steeds niet, maar toch wel meer. Aan het eind van mijn rit schuif ik mijn laatste dwars dan ook nog trots in jullie handen en zwaai ik alvast naar de overkant van de zomervakantie, waar dwars gewoon doordendert.



gezocht: brug tussen gevangenis en samenleving

10/05/2021
gevangenissen
🖋: 

Als je erover nadenkt, is het allemaal best simpel. Je pleegt een strafbaar feit, je belandt in de rechtbank. De rechter noemt je een stoute jongen of een stout meisje en je baant je een weg naar de gevangenis. Daar spendeer je een op voorhand bepaalde tijd in de cel en dan sta je weer op vrije voeten om als een brave burger opnieuw deel te nemen aan de maatschappij. Joepie! Of niet? In de realiteit loopt het vaak toch anders. Sylvie Van Dam en Manu Pintelon vertellen. 

Na een detentieperiode opnieuw een plekje vinden in de samenleving is niet evident. En dat blijkt uit verschillende zaken, zaken die toch samen lijken te hangen. Zo kampt België met een hoge recidivegraad en een overbevolking in de gevangenissen. Waarom? Manu Pintelon is de nationale coördinator van RESCALED en van vzw De Huizen. Volgens hem kan de recidivegraad naar beneden gehaald worden met kleinschalige detentiehuizen, zoals vooropgesteld door vzw De Huizen. Als de vrijheidsstraf kwaliteitsvol wordt uitgevoerd en de gedetineerde zich vlotter opnieuw kan aansluiten bij de samenleving via de nabijheid van de buurt en de focus op toekomstperspectieven, is er minder kans dat een ex-gedetineerde hervalt. Wat dan met de overbevolking? “Het is opvallend dat de gevangenissen telkens weer vol geraken, hoewel er wel steeds nieuwe worden bijgebouwd. Er klopt iets fundamenteels niet aan het systeem, en dan bedoel ik het grotere systeem, hoe België omgaat met het opleggen van straffen, niet alleen met het gevangenissysteem. Door bepaalde tendensen worden de gevangenissen steeds vol gezet. De regering maakt plannen om nieuwe gevangenissen bij te bouwen, maar ik denk niet dat dat de ultieme oplossing is voor de overbevolking.”  

Waar ligt het pijnpunt dan? Pintelon: “De gevangenissen moeten kwalitatief verbeteren, in plaats van blindelings bijgebouwd te worden, steunend op modellen uit de achttiende eeuw toen een mensbeeld in zwang was dat zich richtte op individuele opsluiting. Nu staan we veel verder. We weten dat we mensen moeten helpen in het herstel van hun sociale relaties – we zijn tenslotte sociale wezens – in plaats van maar te hopen dat het individu zelf tot inkeer komt. Toch blijven we diezelfde basis gebruiken, zoals de nieuwe gevangenis in Beveren. Pure copy-paste. Neem nu de nieuwe gevangenis in Haren: daar gebruiken ze het principe van de prison village. Het hanteert een andere structuur en fungeert meer als een dorp dan als een gevangenis. Alsnog spookt de erfenis van het oude systeem in de fundamenten: de nabijheid van de buurt ontbreekt, er is geen integratie en geen link met de samenleving. Het is een goede ontwikkeling dat ze meer inzetten op differentiatie, maar een prison village kan je moeilijk kleinschalig noemen.” 

 

excuseer, hoe en wanneer? 

Sylvie Van Dam is postdoctoraal onderzoeker aan UAntwerpen en heeft onderzoek verricht bij Brug Binnen Buiten. Dat is een project dat ondersteuning biedt aan (ex-)gedetineerden van de gevangenis van Antwerpen om hun re-integratie te bevorderen door hen te koppelen aan een buddy-vrijwilliger. Zo’n project blijkt nodig: de overgang van detentie naar vrijheid verloopt zelden van een leien dakje. “Er zit veel verschil bij mensen naargelang hun statuut”, vertelt Van Dam. “Ik heb zelf vooral onderzoek gedaan bij mensen in voorhechtenis of met korte straffen. Wanneer zij vrijkomen, is vaak erg onduidelijk, aangezien ze maandelijks voor de rechter komen en er dan over hun lot wordt beslist.”  

 

Soms heeft een ex-gedetineerde gewoon geen geld voor een busticket. 

 

Dienst Justitieel Welzijnswerk Antwerpen biedt trajectbegeleiding aan de gedetineerden en hun omgeving aan om die overgang soepeler te maken, maar volgens Van Dam ligt hun werkdruk erg hoog. “Er zijn veel gedetineerden en er is maar weinig tijd om de trajecten af te leggen. De onzekerheid en onvoorspelbaarheid omtrent het moment waarop iemand wordt vrijgelaten, maakt het ook moeilijker om hen voor te bereiden. Als iemand een langere straf moet uitzitten, is het eigenlijk gemakkelijker om hen voor te bereiden: er is meer tijd en er is dikwijls ook iets meer zekerheid. Je kan de overgang versoepelen met banale dingen, zoals weten bij welke organisaties je terecht kan wanneer je van de ene op de andere dag vrijkomt.” 

Op dat punt kan Brug Binnen Buiten helpen, geeft Van Dam aan. “Het is soms moeilijk om al te beginnen wanneer iemand nog vastzit, maar bij hun vrijlating kunnen ze de organisatie contacteren en worden ze gekoppeld aan een vrijwilliger. Die vrijwilligers kunnen, als ze voldoende ondersteund worden door sociale professionals, echt een verschil maken. Het is niet evident om bij een voorwaardelijke vrijlating alle administratie in orde brengen of aan alle voorwaarden te voldoen. Een vrijwilliger is iemand die naast de ex-gedetineerde staat om te helpen en om alles samen uit te zoeken. Dat kan in erg kleine dingen zitten: soms heeft een ex-gedetineerde gewoon geen geld voor een busticket om ergens te geraken. Een mogelijke voorwaarde bij het vrijkomen kan bijvoorbeeld zijn dat een ex-gedetineerde werk moet zoeken, maar als je een strafblad hebt, vind je helemaal niet zo gemakkelijk werk. Ook wanneer je vrij bent, ondervind je veel drempels wanneer je probeert om je weer aan te sluiten bij de samenleving. Dan hervallen mensen snel in oude gewoontes, in hun oude netwerken. Maar dat is vaak waar het eerder misgelopen is.” Opvang bieden na vrijlating kan helpen om hen in verbinding te brengen met meer ondersteunende netwerken, netwerken die kunnen helpen om heraansluiting te vinden bij de samenleving. “Of aansluiting,” zegt Van Dam, “want de aansluiting was er vóór de straf niet altijd.” 

 

huisje boompje beestje 

Project vzw De Huizen stelt detentiehuizen voor als alternatief van de traditionele gevangenissen. Zulke detentiehuizen zetten in op kleinschalige en gedifferentieerde detentie waarbij tegemoet wordt gekomen aan de noden en behoeften van de gedetineerden. “Het wordt af en toe een 'kleine gevangenis’ genoemd, maar eigenlijk is dat een redeneerfout”, begint Pintelon. “Het is een kleinschalige manier om aan vrijheidsberoving te doen. Zoals de naam al zegt, is het een huis. Alle gedetineerden krijgen een eigen kamer, zodat ze ook wat privacy hebben, en beneden is er een gemeenschappelijke keuken en living. We creëren in die huizen een vorm van samenleven, inclusief een huishouden dat geregeld moet worden. Wat eten ze die zondag? Wanneer doen ze de was en de plas? Soms verzorgen ze ook samen een huisdier. Op die manier normaliseren we de detentie, wat volgens vele studies erg belangrijk is. Normalisering wordt snel gelinkt aan het huis, zo verloopt de re-integratie in de samenleving ook gemakkelijker.”  

 

Op termijn willen we het huidige gevangenissysteem met de grond gelijk maken.

 

Die normalisering komt eveneens naar boven in de derde pijler van vzw De Huizen, namelijk de nabijheid van de buurt. “We werken erg lokaal”, zegt Pintelon. “Er zijn uiteraard nimby’s (not in my backyard, n.v.d.r.), maar toch bestaat er een grote draagkracht binnen steden en gemeenten, zeker wanneer er voldoende informatie wordt gegeven over het project en over de personen die in het detentiehuis van die buurt terecht zouden komen. In Edingen, waar het tweede detentiehuis van België ligt, bestond er aanvankelijk minder animo. Achteraf gezien kwam dat doordat de inwoners niet genoeg informatie kregen, waardoor er begrijpelijkerwijze wat meer tegenkanting ontstond. Het duurt tenslotte even voor je iemand nieuw opneemt in de groep. Ondertussen is die gaan liggen en loopt het goed. In Mechelen, waar het eerste transitiehuis staat, verliep het eigenlijk perfect. Deels omdat de inwoners genoeg informatie hadden ontvangen, onder andere door infoavonden en buurtevenementen te organiseren, maar deels ook omdat er in Mechelen al een gevangenis is. Voor de Mechelaars is het gevangeniswezen daarom sowieso minder een ver-van-mijn-bedshow.” 

Ondertussen is vzw De Huizen al negen jaar hard aan het werk om het concept ‘detentiehuis’ in te burgeren in het beleid en in de samenleving en op die manier een alternatief aan te bieden voor het oude concept van de gevangenis. Pintelon: “Ten opzichte van andere landen hebben we een streepje voor wat detentiehuizen betreft, puur omdat het idee recent geïntegreerd werd in het regeerakkoord van onze nieuwe regering. De minister van Justitie is ook mee met ons concept; het staat in zijn beleidsnota, dus we merken dat er zaken aan het bewegen zijn. Ook in andere landen is er animo voor ons concept en veel nieuwsgierigheid. Onze toekomstperspectieven zijn goed.” Hij pauzeert even. “We voelen ons gehoord door het beleid, dat is zeker, maar op dit moment worden we wel een beetje gezien als extra plaatsen in het systeem, niet als vervangers van. Dat is een periode waar we doorheen zullen moeten, maar op termijn willen we het huidige gevangenissysteem met de grond gelijk maken.” 

 

herstel, nu voor echt 

Nabijheid van de buurt is ook een belangrijke pijler voor vzw De Huizen. Dat uit zich in een wisselwerking met de buurt door middel van bijvoorbeeld buurtwerk. Pintelon: “Het hangt een beetje af van hoe het gebouw van het detentiehuis eruitziet. Als er een grote binnenruimte is, kan die bijvoorbeeld gebruikt worden voor avondlessen of als een gemeenschappelijke zaal voor de buurt. Een detentiehuis zou ook een sociaal restaurant kunnen openen. De keuze is afhankelijk van de buurtbewoners: waar hebben zíj nood aan? Ook hier moet je gedifferentieerd werken. Wat zijn de mogelijkheden voor dat detentiehuis en voor die buurt? Op die manier kan de gedetineerde iets wezenlijks terugdoen voor de omgeving. Dat is werken aan herstel, een belangrijk strafdoel in België. Door de buurtwerking werk je aan het herstel van de samenleving. Daarnaast is het van belang om vanaf dag één te werken aan de toekomst en aan de toekomstperspectieven van een gedetineerde. Dat is herstellend werken aan jezelf als individu. Ik vind het belangrijk om te zeggen dat we voorstander zijn van de vrijheidsstraf, maar die moet wél kwalitatief worden uitgevoerd. We schuiven detentiehuizen naar voren als een betere en humanere manier.” 

 

Door de buurtwerking werk je aan het herstel van de samenleving, maar ook aan jezelf als individu.

 

Dan moet je nog ergens beginnen. Vzw De Huizen koos voor een stap-voor-stapstrategie per doelgroep. Dat kwam in 2018 tot uiting in een aanbevelingsnota van de vzw over de zogenaamde loopplankhuizen: detentiehuizen bedoeld voor jongvolwassenen van achttien tot vijfentwintig jaar. “We hebben de keuze gemaakt om in België per doelgroep te werken. Van daaruit begonnen we te denken: wat is in het huidige systeem het meest noodzakelijk? In principe stellen we dat jongvolwassenen de meest moeilijke en cruciale doelgroep is, juist omdat zij onze toekomst zijn, omdat zij hun hele leven nog voor zich hebben. De jongvolwassenheid is zo’n cruciale fase in het leven: de hersenen zijn nog niet ontwikkeld; jongeren hebben nood aan verantwoordelijkheid om te kunnen groeien, te kunnen bloeien. Ik vind het een goede keuze, want voor die groep mensen hebben detentiehuizen ontzettend veel te bieden. Het is een strategische keuze geweest om eerst voor jongeren te gaan. Als je kijkt naar de veiligheid van de samenleving is het het belangrijkst om bij hen het verschil te maken.” Een andere doelgroep zijn mensen die langere straffen opgelegd hebben gekregen. “Bij langere straffen kan je werken aan de re-integratie op lange termijn en zo aan een echt herstel van de samenleving. In een loopplankhuis werk je bijvoorbeeld acht maanden intensiever met de jongvolwassenen, maar bij een langere straf heb je veel meer tijd om te werken aan de toekomstplannen. Het zou trouwens onlogisch zijn om gedetineerden die een straf van bijvoorbeeld twintig jaar moeten uitzitten, wél op te sluiten in een gevangenis. Detentiehuizen kunnen even goed beveiligd zijn en bieden bovendien zinvolle detentie aan.” 

 

mens of crimineel? 

Heraansluiting vinden bij de maatschappij blijkt essentieel. Toch leeft er een stigma over mensen met een detentieverleden. Van Dam: “Voor ex-gedetineerden is werk zoeken geen sinecure. Je kan veertig brieven schrijven voor een vacature; zodra je vermeldt dat je in de gevangenis hebt gezeten, word je niet uitgenodigd op gesprek. Eén keer had een ex-gedetineerde de informatie weggelaten en werd die toen wel uitgenodigd op gesprek. Maar een bewijs van goed gedrag en zeden kon die niet voorleggen, waardoor die uiteindelijk ook niet meer mocht terugkomen. Zelfs in de hulpverlening bestaat dat stigma: sommige hulpverleners koesteren wantrouwen tegenover mensen met een detentieverleden.” 

 

De beschaving van een land kan je afmeten aan hoe humaan het omgaat met gevangenen.

 

“Er bestaat op dat vlak inderdaad een zeker wantrouwen”, zegt Pintelon. “Ook in onze dagelijkse werking ervaren we dat als een obstakel en bij zowat elke lezing die we geven, merken we dat we van ver moeten komen. Mensen kijken in een bepaald stereotiep kader naar mensen in gevangenissen, dus het blijkt nodig om mensen juist mee te nemen in de ervaring die we in de praktijk met gedetineerden hebben. Ergens begrijp ik dat wel: wanneer je als buitenstaander naar een televisieprogramma kijkt, is dat het beeld waardoor je wordt gevormd. Je kan het mensen niet verwijten dat ze op die manier denken, maar het is niet hoe de werkelijkheid in elkaar zit. Elk strafbaar feit heeft een context en een achtergrond.” Van Dam haalt aan dat de vrijwilligers bij Brug Binnen Buiten in hun contact met de (ex-)gedetineerden al snel leren dat het allemaal niet zo zwart-wit is. “De vrijwilligers van Brug Binnen Buiten krijgen een heel andere kijk op (ex-)gedetineerden. Dan pas krijgen ze vaak inzicht in uitsluitingsmechanismen in de samenleving, in armoede, in multi-problematieken. Die inzichten nemen ze mee naar hun familie en vrienden. Vrijwilligers zijn uiteraard gebonden aan een deontologische code, dus ze mogen niet op de details ingaan, maar de inzichten die ze verwerven, geven ze wel door aan hun sociale netwerk. Dat brengt een rimpeleffect teweeg.” 

Zodra het woord ‘gevangenis’ valt, lijken mensen te vergeten dat de term ‘(ex-)gedetineerde’ nog altijd op een persoon van vlees en bloed slaat. “Ik denk zelf dat dat te maken heeft met hoe we naar het gevangeniswezen kijken”, zegt Van Dam. “Nu lijkt het een beetje op de vergeetput van de samenleving, net alsof we zeggen: “We sluiten iemand die iets verkeerd heeft gedaan op, dan moeten we niet naar haar of hem kijken. We zien wel hoe het verder gaat als die persoon terug vrijkomt”. Ja, het is mogelijk om iets zinvols te doen met de tijd die je in de gevangenis moet spenderen, maar in mijn ogen zijn er daar nog te weinig mogelijkheden voor. Dat is in eerste instantie een kwestie van middelen, maar ook van aandacht en visie. De afgelopen jaren merk ik dat er dingen aan het veranderen en evolueren zijn, maar de brug tussen de gevangenis en samenleving kan sterker. Contact houden met gedetineerden is daarbij erg belangrijk. Een theatervoorstelling in de gevangenissen waarbij de buurt betrokken wordt, is een goed voorbeeld. Op die manier toon je dat de gedetineerden ook mensen zijn. En dat alleen al – gedetineerden het gevoel geven dat ze mens zijn – maakt een groot verschil. Claude Lévi-Strauss zei eens: “De beschaving van een land kan je afmeten aan hoe humaan het omgaat met gevangenen.” Ik denk dat daar een grote kern van waarheid in schuilt.” 



systematisch seksisme tegenover livestreamers

10/05/2021
twitch
🖋: 
Auteur

I’m so happy I’m not a woman on Twitch”, verzucht streamer Ludwig Ahgren als hij net daarvoor unban-verzoeken van zijn vriendin heeft beoordeeld. Op haar streamkanaal QTCinderella (QT) wordt ze regelmatig door haar kijkers geslutshamed, geobjectiveerd en geseksualiseerd: wil ze even haar bh uitdoen? In Ludwigs unban-verzoeken vindt QT alleen maar trolls: kijkers die vragen om geband te worden of gewoon losse tekens spammen. Vrouwelijke Twitch-streamers hebben disproportioneel vaak met seksisme te maken. Toch wordt hen vreemd genoeg tegelijkertijd verweten dat ze het makkelijker zouden hebben op het platform. Als mannelijke gamer vroeg ik me af in hoeverre beide argumenten steek houden: een observatie over seksisme op Twitch.

Voor de niet-ingewijden: Twitch is met voorsprong de grootste streaming-service voor gamers. In het eerste kwartaal van dit jaar werd er meer dan een miljard uur aan content op het platform bekeken. Dagelijks zweeft het totale kijkersaantal rond de drie miljoen en zijn gemiddeld 100.000 mensen zelf aan het livestreamen. Alle livestreams zijn gratis toegankelijk, je hoeft zelfs geen account aan te maken om er bij een binnen te springen. Tenzij je de chatfunctie wil gebruiken, daarvoor moet je je wel registreren. Eenmaal geregistreerd kan je live met de streamer praten.  

 

waarom chat niet zo PogChamp is

Helaas laat juist die livechat frequent de schaduwkant van livestreaming zien: de anonimiteit van de gebruikers en de vrijblijvendheid waarmee je streams in en uit kan springen, leidt tot een lagere barrière om je gal te spuwen. Gelukkig heeft Twitch daaraan gedacht: streamers kunnen hun chat zelf modereren of laten modereren. Wanneer een kijker over de schreef gaat, kunnen moderators razendsnel de banhammer laten vallen. Dankzij de ban kunnen gebruikers geen berichten meer in de chat plaatsen, om zo te voorkomen dat denigrerende berichten de boventoon voeren.  

Je zou zeggen dat de bron van galspuwers na een paar bans al snel opdroogt, maar feit is dat bans zo vaak gebeuren dat grotere streamers minutenlange video’s op YouTube posten waar ze hun unban-requests reviewen. Kijkers kunnen namelijk in beroep gaan tegen hun ban, maar de streamer mag wel zelf kiezen of hij hun gelijk geeft, of überhaupt reageert. Dat is waar we terugkomen bij het begin. Zowel mannen als vrouwen krijgen met vervelende commenters te maken, maar hoe toonaangevend is het seksisme waar QT mee kampte?

 

vrouwen zijn belangrijker dan de game pepoG

Of seksisme eerder de norm dan de uitzondering is, was de exacte vraag die onderzoekers aan Indiana University zichzelf stelden. In 2014 filterde het team een miljard tekstberichten uit Twitch-chats om te zien welke woorden het vaakst werden getypt. Doel was om de heersende consensus dat online gaming communities genderongelijkheid bevorderen op de proef te stellen. Daarvoor onderzochten ze tweehonderd Engelstalige mannelijke en vrouwelijke kanalen die ze selecteerden op basis van chatactiviteit. Hoe hoger, hoe beter. Naar de top 100 actiefste chats in beide categorieën verwezen ze verder als de populaire kanalen, de resterende honderd noemden ze de minder populaire. Wat bleek? Bij mannelijke streamers praatten kijkers graag over het videospel zelf – termen als 'point', 'winner' en 'star' prijkten bovenaan de frequentielijst. Vrouwelijke streamers werden daarentegen constant geobjectiveerd – woorden als 'marry', 'boobs' en 'tits' stonden bij de meest voorkomende woorden in hun chat.

 

Woorden als 'marry', 'boobs' en 'tits' stonden bij de meest voorkomende woorden in hun chat.

 

Interessant is dat de grafiek een duidelijk verschil laat zien tussen de populaire en minder populaire kanalen. Bij minder populaire vrouwelijke kanalen werden er significant minder opmerkingen gemaakt over het uiterlijk van de streamer. Net als de minder populaire mannen werden ze ook vaak in de tweede persoon aangesproken. Ze hadden dus vaker directe conversaties met kijkers. Bij vrouwen zochten kijkers wel duidelijk nog actiever de conversatie op. Twitch-emotes en alledaagse groeten als 'hello' kwamen daar tussen de frequentste berichten naar boven drijven, terwijl die bij mannen in de grafiek ontbraken. Populaire streamers hadden juist veel vaker chatters die vanuit de derde persoon over hen praatten. Naarmate de kijkersaantallen van streamers stegen, vonden ze dus minder tijd om met individuele kijkers te interageren, die op hun beurt snel afstandelijker werden.  

Ironisch is dat juist die objectivering als argument tegen vrouwen wordt gebruikt. Omdat ze vrouw zijn, zouden ze gemakkelijker kijkers aantrekken en gemiddeld sneller groeien dan mannelijke streamers. Ergens lijkt er een logische verklaring te zijn voor die groei: vrouwen zijn in de minderheid en vallen dus automatisch op. Slechts 35% van de streamers is vrouw. Maar hoewel vrouwen misschien meer clicks krijgen omdat ze vrouw zijn, lijkt het even moeilijk om die kijkers te behouden of om naar een echt gigantische viewer base door te stoten. Van de 100 grootste kanalen worden er op het moment maar twee gerund door een vrouw. Mannen zijn en blijven de kijkcijferkanonnen op Twitch. Waarom vrouwen zelden tot de top kunnen doordringen en of seksisme daarbij een rol speelt, blijft een raadsel.

 

live vanuit je bubbelbad Kappa

Dat gezegd hebbende zijn er evengoed stream formats die de stereotypen tegen vrouwen voeden. Hot tub streamers bijvoorbeeld. Zoals de naam al doet vermoeden, gaat het hier om een subsectie van streamers, bijna uitsluitend vrouwen, die in zwembroek of bikini live gaan vanuit een bubbelbad of binnenzwembad, vanwaaruit ze omringd door warme, gekleurde belichting met hun kijkers praten. De top-streamers in deze categorie trekken schijnbaar bovengemiddeld veel publiek, in het geval van Amouranth zelfs meer dan tienduizend, waarbij de kijkersaantallen van het gros van de Twitch-streamers verbleken. Veel streamers roepen gefrustreerd dat die streams te ver af staan van het gameplatform dat Twitch zou moeten zijn.  Een van de grootste Twitch-streamers, bekend onder het alias xQcCow, tweette zelfs dat hij de hot tub metapathetic” vond en dat Twitch die “trash” van de hoofdpagina moest halen.

 

Blijkbaar is het succesrecept voor hen om simpelweg zoveel mogelijk kleding uit te trekken.

 

Als hot tub streamers voor velen het heersende discours over vrouwelijke streamers weer bevestigen, wat blijft er dan over voor vrouwen? Blijkbaar is het succesrecept voor hen om simpelweg zoveel mogelijk kleding uit te trekken. Gelukkig zijn er nog genoeg tegenvoorbeelden van vrouwelijke streamers die met meerdere lagen kleding aan duizenden volgers binnenslepen. Jammer is dat objectiverende argumentatielijnen als deze absoluut niet voorbehouden zijn aan streamers met een bikini of diep decolleté. Gamer girls die in een hoodie achter het scherm zitten, zouden weer kijkers krijgen door hun knappe gezicht. Toen de eerdergenoemde onderzoekers de top 200 vrouwelijke streamers selecteerden, zaten daar juist vooral gamer girls in: vrouwen die de focus wilden leggen op hoe ze het videospel speelden en niet op hun uiterlijk. De hot tub rage bestond toen nog niet eens. Ook nu centreren verreweg de meeste populaire vrouwelijke kanalen, zoals die van Pokimane en Fuslie, zich gewoon rond gamen.  

Jaren na het onderzoek blijkt dus vooral dat er maar één conclusie kan worden getrokken: als het onderzoek in 2021 opnieuw uitgevoerd zou worden, is de kans groot dat er vergelijkbare resultaten uit de koker zouden rollen. De discussie is nog even springlevend als in 2014. Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat het in 2014 gedetecteerde seksisme is afgenomen. Hebben vrouwen het dus gemakkelijker op Twitch? De statistieken zeggen van niet; hun chatlogs zeggen hetzelfde.  



het laatste woord

10/05/2021
loskop
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip 'loskop'. 

Ken je dat gevoel dat je ergens naartoe rent met een bepaald doel in je hoofd? En dat je er eenmaal aangekomen geen flauw benul van hebt wat je daar staat te doen? Als een bezeten topsporter loop je naar de plaats waar je vandaan kwam, als een echt kieken zonder kop. Speciaal teruggelopen om je herinnering weer op te halen. Zoeken was onbegonnen werk, want je had je bovenkamer nog niet opgeruimd.  

Mijn vergeetachtigheid uit zich vooral in huishoudelijke taakjes die me opgegeven worden. “Sofie, zou je om negen uur de was uit de droger willen halen? Sofie, neem je straks de wasmand even mee naar boven?” “Ja ja mama, komt in orde!” Om tien uur lig ik in mijn bed zorgeloos te slapen zonder dat de verse was uit de droger is gehaald en terwijl de wasmand nog steeds niet op de juiste plek is gezet. Het ene oor in, het andere oor uit. Het toppunt is wanneer mijn mama expliciet vraagt om iets niet te vergeten. “Sofie, vergeet je geen witloof mee te nemen van de Spar. Sofie, vergeet je de beestjes niet eten te geven wanneer ik weg ben?” Ondanks het lijstje in mijn handen en haar moederlijke stem in mijn hoofd vergeet ik alsnog de witloof mee te nemen. ‘s Avonds komt mijn mama thuis en vraagt ze aan mij of ik de beestjes eten heb gegeven. “Oh nee mama, ik heb dat vergeten ...” Mijn hoofd staat soms – eigenlijk altijd – los van mijn lichaam.  

Gelukkig gaat mijn vergeetachtigheid nog net niet te ver. Ik vergeet niet dat ik elke dag een verse onderbroek hoor aan te doen. Ik vergeet niet dat ik mijn huis niet kan verlaten zonder kleren, ik hoor iets aan te hebben. Ik vergeet niet dat ik als vrouw niet staand kan plassen (ik zou nogal nat worden). Ik vergeet niet dat ik tijdens mijn regels iets moet inbrengen of iedereen kan meegenieten van mijn Japanse vlag die buiten hangt. Dan zou ik pas een bloedserieus kutprobleem hebben. De ‘belangrijke’ dingen zijn belangrijk genoeg om te onthouden. Ik onthoud ze wel, omdat ik weet dat ik me diep zou schamen als ik me er niet aan zou houden.  

Voor mensen zoals jou en mij, die maar al te vaak hun hoofd eens vergeten, heeft het Afrikaans een prachtig woord uitgevonden: loskop. Laten we dat woord nou eens niet vergeten. Zo heeft onze handicap ook eindelijk een label gekregen.