een kijkje in de keuken

15/12/2021
cover 140
🖋: 

Waar talloze enquêtes, interviews en nieuwsartikels de pedagogische voor- en nadelen van thuis- of fysiek onderwijs minutieus behandelen, laat de aandacht voor de impact op het wel en wee van het academische personeel te wensen over. Het ligt voor ons studenten voor de hand het universitaire beleid af te kraken als het ons niet uitkomt, maar wat voor afwegingen worden er achter de schermen gemaakt? Op welke manier kunnen wij ons inzetten voor verandering? In het kader van de blijvende vraag naar online lessen en lesopnames na de, weliswaar kortstondige, terugkeer van fysiek onderwijs, sprak dwars met Koen Pepermans over beleidsvorming en democratisering. Hij is faculteitsdirecteur van de faculteit Sociale Wetenschappen, Data Protection Officer en tevens oprichter van de focusgroep naar aanleiding van de petitie ‘Behoud de onlinelessen’.

Pepermans is als faculteitsdirecteur al vroeg betrokken bij het lesopnamevraagstuk: "Vanuit mijn functie ben ik eigenlijk betrokken bij heel veel van onze processen. Zo ben ik samen met mijn team verantwoordelijk voor de administratieve organisatie van het decanaat.” Die betrokkenheid eindigt niet op facultair niveau: “Samen met de decaan ben ik ook betrokken bij een aantal projecten op centraal niveau die mee vormgeven aan de universiteit." Daar maakt dit dossier natuurlijk ook deel van uit. 

 

hoe nu verder? 

Voor studenten was de terugkeer van de lessen naar de aula's een welkome, maar ook plotselinge verandering. Intern was dat proces al langer op gang: “Binnen onze eigen faculteit hebben de stafmedewerkers veel studenten en collega’s bevraagd en is er nog voor de zomer een beleidsnota gemaakt over de lesopnamestrategie voor '21-22." Daar zijn ook studenten aan te pas gekomen: het bestuur van UAntwerpen heeft om de maand overleg met studentenvertegenwoordigers gehad. Al snel merkte Pepermans dat de meningen over het gebruik van lesopnames verdeeld waren: de faculteit Sociale Wetenschappen telt zeventien opleidingen, met allen hun eigen visie over welke lesmethode het meest geschikt is. Bedenk erbij dat er nog tien andere faculteiten zijn en de nood aan een discussie over lesopnames op centraal universitair niveau wordt ineens duidelijk: “Boven de faculteiten is eigenlijk dezelfde oefening gebeurd; er is gediscussieerd over de opnames en de livestreams, evenals over welke investeringen er voor de zomer moesten gebeuren om die mogelijk te maken.” 

Het grote aantal gesprekken voor en in de zomer hadden als doel een strategie te vinden waarmee alle belanghebbenden op de universiteit het eens konden zijn, dat kan nog wel eens tot felle discussie leiden: “We hebben lange faculteitsraden gehad sinds de start van corona. En ja, je hebt daar soms hevige discussies tussen voor- en tegenstanders. Zo wierp de één bijvoorbeeld voor dat de aanwezigheid bij online lessen net iets hoger was dan in de aula, terwijl de ander vindt dat de magie alleen gebeurt in een fysieke les.” Naarmate het debat vorderde, werd steeds duidelijker dat een rechtlijnig, top-downbeleid zo goed als onmogelijk was om waar te maken: “Het kan perfect zijn dat docenten zeggen dat het voor hun vak in BA3 geen probleem is dat er opnames zijn, al is dat voor hun mastervak absoluut uitgesloten. Voor de mastervakken, vooral de vakken die inzetten op vormen van simulatie en interactie, is het doel om tijdens de les van elkaar te leren. Professoren vinden het dus enorm belangrijk dat studenten daar fysiek aanwezig zijn, want online werkt het toch niet op dezelfde manier. We hebben zo’n diversiteit aan opleidingen dat het écht niet mogelijk is om daar één uniforme richtlijn op toe te passen.” 

 

Iedereen heeft zijn eigen visie over welke lesmethode het meest geschikt is. 

 

Naast de pedagogische argumenten voor een terugkeer naar lessen op de campus waren er voor sommige professoren ook principiële bezwaren: "Een redelijk grote minderheid accepteerde het verplicht opgelegd worden van een bepaalde lesmethode niet omdat ze dat zagen als een inbreuk op hoe ze hun onderwijs vormgeven. Wij geven die academische vrijheid aan docenten voor hun onderzoek, maar de vrijheid van onderwijsmethode is niet minder belangrijk.” Niet alleen qua lesmethode, maar ook qua inhoud kunnen onlinelessen een vrijheidsbeperkend gevoel teweegbrengen: “In de adviesraad Privacy en Informatieveiligheid uitten een aantal professoren hun zorgen dat er geknipt en geplakt zou kunnen worden uit een les en dat er dan een bepaalde uitspraak misbruikt kan worden. Ik zeg niet dat dat een breed gedeeld gevoel is, maar ik heb dat een paar keer horen vermelden.” Het onder studenten nog altijd populaire stigma van de technofobe professor die koppig weigert lesopnames te verzorgen kan wat Pepermans betreft van tafel. “Ik denk dat die technologische argumenten zeer beperkt zijn. Ik heb heel veel mensen op heel korte tijd veel dingen zien bijleren, ook de proffen die notoir slecht met technologie waren. Áls dat speelt, is dat toch bij een zeer kleine minderheid, denk ik. Het is toch voornamelijk dat pedagogische argument dat ik in de discussie omtrent onlinelessen gehoord heb.” 

 

overzicht 

De voor de studenten ogenschijnlijke willekeur waarmee er wordt gekozen of een vak wel of niet online beschikbaar is, is dus volgens de professoren vooral een noodzakelijk kwaad om de leskwaliteit te verbeteren. Dat neemt echter niet weg dat het huidige beleid te wensen overlaat; anders was er natuurlijk nooit een petitie gekomen. Initiatiefneemster Ilse Stroobant worstelde bijvoorbeeld erg met de informatievoorziening en heeft een hoop e-mails moeten sturen om erachter te komen of haar lessen online beschikbaar waren. “Eén doel is in ieder geval om de docenten te vragen om dit soort dingen heel duidelijk op de studiewijzer op Blackboard aan te duiden. Het punt dat de informatie beter gecentraliseerd kan worden vind ik zeker terecht, maar uiteindelijk zijn inhoudelijke zaken rond vakken eigenlijk weggelegd voor de docenten zelf. Hun behoeften kunnen namelijk ook per les variëren: sommige proffen hebben geen enkel probleem met opnames, maar hebben soms bijvoorbeeld een bepaalde gastspreker waar interactie en aanwezigheid gewenst is, of de spreker wil het college zelf niet op laten nemen. Dat neemt niet weg dat ik zeker wil bekijken of we op een of andere manier ergens een centraal overzicht kunnen creëren dat dan hopelijk zo correct mogelijk is.” 

 

een breder verhaal 

Is er dan echt een petitie nodig om zulke veranderingen te realiseren? Dat wekt toch ergens de indruk dat de universiteit zelf de vinger niet geheel aan de pols van de studenten houdt. Ons gesprek wendt zich tot een breder vraagstuk: het betrekken van studenten bij het beleidsproces. “We hebben al eens een studiedag gehad over hoe we alle studenten kunnen betrekken bij de universiteit. Dat is een onderwerp dat overigens regelmatig terugkomt. Ilses initiatief is natuurlijk een van de manieren voor studenten om hun stem duidelijk te maken, maar de studentenvertegenwoordigers zijn voor ons toch wel het eerste en belangrijkste aanspreekpunt.” Dan nog rijst de vraag of die stuvers wel een goede vertegenwoordiging van de ‘gemiddelde’ student zijn. “Wij hopen dat natuurlijk wel, maar het zijn toch vaak studenten met een grotere betrokkenheid dan de gemiddelde student. 

 

Beleidskeuzes die de stem van iedereen vertegenwoordigen, komen er alleen met inzet van beide kanten. 

 
Pepermans licht toe hoe moeilijk het kan zijn om juist die gemiddelde student te bereiken: “Vorig jaar hadden we bij onze faculteit een online onthaal door corona, dat is eigenlijk automatisch van een informatiesessie tot een interactieve sessie verworden, waar alle nieuwe studenten hun vragen konden stellen. We hebben dat nog twee keer herhaald met een oproep aan alle eerstejaarsstudenten, maar helaas waren er uiteindelijk nog maar een drie- of viertal studenten.” Helaas moeten de faculteiten dus vooral op de inspraak van studentenvertegenwoordigers rekenen. “Ik vind directere democratie binnen de universiteit wel een interessant onderwerp, we hebben bijvoorbeeld ook met onze faculteitskring gesprekken over hoe de gemiddelde student ook binnen onze blik blijft. Dat is dan ook echt een van onze aandachtspunten elk jaar, zorgen dat we genoeg studenten vertegenwoordigen, uit verschillende richtingen, om zo goed mogelijk contact te houden." Die directe democratie komt alleen tot stand als er van beide kanten inzet wordt getoond: "Aan de ene kant willen we graag dat studenten veel initiatief nemen en vragen stellen als ze het ergens mee oneens zijn, aan de andere kant moeten we docenten misschien ook nogmaals sensibiliseren om kritische vragen door te koppelen en serieus te nemen, of op z’n minst uit te leggen aan een student wat er wel en niet kan en wat de verwachtingen zijn. Communicatie is de sleutel." 

De dialoog tussen studenten en de universiteit zo open mogelijk houden is cruciaal voor dossiers zoals het lesopnamebeleid, waar zowel student als professor grote gevolgen van kan ondervinden. Het wegvallen van die dialoog is dan ook een reële angst, zeker als lesopnames de afstand tussen de student en de professor vergroten. Als door de wandelgangen dan verhalen klinken van studenten die hun colleges kijken tijdens de afwas, of juist op halve snelheid alles wat een professor zegt overschrijven, huivert Pepermans toch een beetje. Een universitaire graad mag immers niet gedegradeerd worden tot een simpele thuisstudie: “Het mag niet zo ver komen dat alles zo voorgekauwd wordt dat de eigen synthese en de eigen intellectuele prestaties van de student daarbij inschieten. Aan de andere kant willen we de studenten ook keuzevrijheid geven in hun manier van aanpak. Zo maak je de afweging: hoe benader je studenten als volwassen individuen? Volwassenheid betekent ook betrokkenheid, het nemen van verantwoordelijkheid en een stukje er zelf voor zorgen een goed geïnformeerde deelnemer te zijn aan het onderwijsproces.” Bij die volwassen aanpak hoort ook wederzijds begrip: “We moeten functioneren binnen de (menselijke) mogelijkheden die er zijn, verschillende visies kan je niet zomaar met een beleidsbeslissing veranderen. Niet elkaar van wit of zwart proberen te overtuigen, maar wel de common ground proberen te vinden waar we elkaars standpunten begrijpen en een oplossing vinden die voor beide kanten zo goed mogelijk werkt. Onze wereld is niet de ideale wereld, maar we moeten er natuurlijk naar streven het elke dag zo goed mogelijk te doen.” 



waarom er nog hoop is voor deze planeet

15/12/2021
Sara Vicca
🖋: 

Ja, de aarde warmt op. En nee, het ziet er niet al te best uit. Tot daar is vrijwel iedereen mee. Maar hoe is het zo uit de klauwen gelopen? Wat kunnen we doen? Kunnen we nog iets doen? Is het niet beter in het reine te komen met de ecologische vernietiging? Lekker zen. En daarbij, het klimaat is toch continu in verandering? Vragen genoeg voor klimaatwetenschapster en biologe Sara Vicca. Zij is als onderzoekster verbonden aan UAntwerpen, doceert het vak klimaatverandering en gidst u tussen de bomen het bos door.

Beginnen doe ik met een schijnbaar doodeenvoudige vraag. Waarom warmt de aarde op en hoe snel gaat het? “Omdat we broeikasgassen in de atmosfeer stoten. Vooral door het verbranden van fossiele brandstoffen. En broeikasgassen houden warmte vast, ze liggen als een dekentje rond de aarde. We zitten nu aan een opwarming van ongeveer 1,1°C ten opzichte van het pre-industriële tijdperk. Een opwarming van 1 à 2 graden lijkt weinig spectaculair. Weet dan wel dat het temperatuurverschil tussen dag en nacht groter is. Deze ogenschijnlijk minieme opwarming wijzigt ons klimaatsysteem drastisch. De neerslagpatronen veranderen, er zijn meer hitte-extremen, ijs smelt waardoor de zeespiegel stijgt, enzovoort. De opwarming brengt ons op onbekend terrein in het holoceen. Dan spreken we over de afgelopen 10 000 à 12 000 jaar. In al die tijd fluctueerde de globale temperatuur maar weinig. Anderzijds bedraagt het temperatuurverschil tussen het huidige tijdperk en de ijstijden ook ‘maar’ 4 tot 6°C. En toen zag de wereld er helemaal anders uit. De zeespiegel stond 120 meter lager en grote delen van Europa waren bedekt door een ijskap.”

 

een beetje warmer?

Nu zou je kunnen denken: een klein beetje warmer, een klein beetje meer mediterraan klimaat op het strand van Oostende. “Dat zou bijzonder prettig zijn, maar zo werkt het niet. We krijgen vooral veranderende weerspatronen, met name meer extreem weer, zoals extreme neerslag en hittegolven.” 

 

"Zonder de opwarming van de aarde zouden de hitte-extremen van de voorbije zomers nooit zo hoog zijn geweest."

 

De afgelopen zomers werden we geteisterd door hittegolven, deze zomer spoelde de halve provincie Luik weg door overstromingen. Maar kun je dat ook linken aan de klimaatverandering? Toch wel, zo blijkt. “Tot enkele jaren geleden werd gezegd: we kunnen geen individuele gebeurtenissen toeschrijven aan de opwarming van de aarde. Wetenschappers focussen zich sinds een aantal jaar op de bijdrage van de mens op individuele klimaatextremen. Sommige weersextremen zouden onmogelijk zijn geweest zonder menselijke bijdrage, andere zijn waarschijnlijker geworden. Extremen die anders ook zouden plaatsvinden, worden nog extremer gemaakt.”

“Zonder de opwarming van de aarde zouden de hitte-extremen van de voorbije zomers nooit zo hoog zijn geweest. En ook voor extreme neerslag is de link vrij eenvoudig. Doordat de atmosfeer opwarmt, kan de atmosfeer meer water bevatten en kan er ook meer water uit de lucht vallen.”

 

golfstroom, straalstroom

Ik laat me welwillend inleiden in de basisbeginselen van de klimaatwetenschap. En zo gebeurt het dat de termen golfstroom en straalstroom vakkundig aan me worden uitgelegd. “De straalstroom is een stroom van winden die 10 kilometer boven onze hoofden circuleert en zeker in onze regio een sterk effect heeft op het weer. Hangt de straalstroom ten noorden van ons, krijgen we lucht uit het zuiden en hebben we mooi weer. Blijft die in de zomer lang in deze positie hangen, krijgen we een hittegolf. Ligt de straalstroom ten zuiden van ons, krijgen we koude lucht uit het noorden. En passeert de straalstroom boven ons hoofd, krijgen we nat en wisselvallig weer.”

“In juli bleef de straalstroom lang hangen boven het oosten van België waardoor er daar op korte tijd veel neerslag is gevallen. De wetenschap verwacht dat je meer blokkeringen krijgt in de straalstroom door de klimaatverandering, al is dit nog niet volledig opgehelderd.”

“De golfstroom is een stroom in de oceaan die warm water van de Golf van Mexico naar onze regio brengt. Die zorgt ervoor dat het hier warmer is dan op dezelfde breedtegraad in Canada. Is daar een link met de klimaatverandering? Jawel, door het afsmelten van het ijs op Groenland en de Noordpool komt er meer zoet water in de zee, waardoor de golfstroom afzwakt en op termijn dreigt stil te vallen. Daardoor zou het hier tijdelijk wat koeler kunnen worden, maar dat stilvallen verwachten we deze eeuw nog niet.”

 

kantelpunten

Een begrip dat in de klimaatberichtgeving almaar frequenter voorkomt, zijn tipping points. “Het klimaatsysteem heeft een aantal kantelpunten. Die kantelpunten zijn zelfversterkende processen die onomkeerbare gevolgen kunnen hebben. Denk aan het afsmelten van de ijskap op Groenland. Wanneer een bepaald opwarmingsniveau wordt overschreden, valt het verder afsmelten van deze ijskap niet meer te stoppen, zelfs niet als de aarde niet meer verder opwarmt. Bovendien zorgt het afsmelten van het ijs ook voor een afname van het zogenaamde albedo-effect: ijs weerkaatst licht, dus wanneer er minder ijs is, wordt meer licht geabsorbeerd door de oceanen of het land en zo warmt de aarde verder op.” 

 

"Met de huidige maatregelen stevenen we af op bijna 3°C opwarming."

 

“Het verraderlijke aan kantelpunten is dat we niet goed weten waar ze zich precies bevinden en dat we waarschijnlijk pas een aantal jaren of decennia na het overschrijden van een kantelpunt weten dat het overschreden is.” Dat roept automatisch de vraag op of het beperken van de opwarming tot 1,5 à 2°C wel voldoende is. “Dat is een compromis tussen wat nog haalbaar is en wat nodig is om gevaarlijke klimaatverandering af te wenden. Bij 1,5°C zitten we nog vrij safe. Bij 2°C nemen we al veel meer risico’s, de tipping points indachtig. Met de huidige maatregelen stevenen we af op bijna 3°C opwarming. Met de beloften waarrond nog wel beleid moet volgen, gaan we al dichter naar de 2°C. In de meest positieve scenario’s komen we uit op ongeveer 2°C. Maar dat betekent wel dat de landen die nu in 2050 — of, in het geval van China, in 2060 — klimaatneutraal beloven te zijn, dan ook echt klimaatneutraal moeten zijn. Het beleid dat ons in die richting moet stuwen, ontbreekt tot dusver.”

 

koolstofopslag

Vicca doet onderzoek naar de koolstofcyclus. “Om het wat concreter voor te stellen: ik onderzoek hoe planten en bomen reageren op droogte en hitte. Ecosystemen nemen een deel van de CO2  die we uitstoten op en vertragen zo klimaatverandering. Wanneer hitte en droogte toenemen, zal deze bufferende werking afnemen. Sinds een aantal jaar ben ik meer met de oplossingen bezig. Momenteel doe ik onderzoek rond negatieve emissietechnologieën, meer specifiek over het versneld verweer van silicaatgesteenten.”

 

"Het heeft weinig zin om op deze technologieën in te zetten als we niet massaal onze emissies reduceren."

 

Ik knik driftig alsof ik nog mee ben. “Doorheen de geologische geschiedenis heeft de verwering van silicaatgesteenten het klimaat gestabiliseerd. Bij de verwering daarvan wordt CO2 vastgelegd. Door het gesteente te vermalen en aan te brengen op bijvoorbeeld landbouwbodem, kunnen we de verwering enorm versnellen en zo zouden we CO2 kunnen opslaan. De labotesten verraden best wat potentieel. Wij zijn nu bezig met experimenten over hoe die verwering verloopt in een bodem en wat de effecten zijn van het aanbrengen van het gesteente op planten.”

Lekker handig. Alle CO2 oppotten en voor de rest uitstoten maar. “Het potentieel van die technieken ligt ver onder wat we uitstoten. De schatting voor versnelde verwering ligt rond 5 à 10% van wat we nu uitstoten. Ook als we alle koolstofcaptatietechnieken bij elkaar samentellen — denk aan het planten van bomen — kom je nog niet aan de helft van wat we nu uitstoten. Bovendien hebben technologieën ook neveneffecten en zijn ze niet gratis. Het heeft weinig zin om op deze technologieën in te zetten als we niet massaal onze emissies reduceren.”

“We gaan CO2 uit de lucht moeten halen door een combinatie van technieken. Theoretisch is het nog mogelijk om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C zonder deze technieken, maar in realiteit is het onmogelijk geworden. Tegen de tweede helft van de eeuw moeten we aanzienlijke hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen. Afhankelijk van de emissiereducties, moeten we tegen het eind van de eeuw zo’n 10 miljard ton CO2 per jaar uit de atmosfeer halen. Dat komt overeen met ongeveer 20% van de huidige uitstoot. Bepaalde sectoren zoals de luchtvaart, de staalindustrie en de scheepvaart zijn moeilijk te decarboniseren en deze technieken kunnen die CO2-uitstoot compenseren. Ze zullen mogelijk ook nodig zijn om te compenseren voor een overschot – dus CO2 opslaan die we al te veel uitgestoten hebben om de opwarming tot 1,5 of 2 °C te beperken”

 

"Positieve effecten op de ene plaats kunnen elders een hoop ellende betekenen."

 

En wat gezegd van het zonlicht dimmen? “Ik hoop dat we dat nooit zullen moeten toepassen. Geo-engineering geeft de schijn dat je goed weet waarmee je bezig bent. Dat is hier niet het geval. Als je het licht van de zon gaat dimmen door sulfaataerosolen in de atmosfeer te brengen, ga je het inkomende licht verminderen. En dat heeft invloed op planten en neerslagpatronen. Bovendien zal de CO2-concentratie in de atmosfeer niet dalen, waardoor de oceaanverzuring blijft. En eenmaal de injectie van sulfaataerosolen stopt, gaat de opwarming snel weer verder. Er zullen dus een hoop nieuwe problemen worden gecreëerd waarvan we op voorhand niet weten wat we ervan kunnen verwachten. Nog gezwegen van de ethische vragen. Wie mag bepalen wat de temperatuur is? Positieve effecten op de ene plaats kunnen elders een hoop ellende betekenen.”

 

het is om zeep

Het klimaat? Niets meer aan te doen. Laten we in het reine komen met de ecologische vernietiging. “Klimaatverandering is geen binair probleem. Het is niet zwart of wit. Het is nooit te laat. Je kunt altijd veel erger vermijden. Door fatalistisch te zijn help je de zaak niet vooruit.”

Actie dan maar. Welke grote klimaatwerven moeten zo snel mogelijk worden aangepakt? “Ik wil niet een sector of domein als belangrijkste werf aanduiden. De energietransitie is cruciaal, mobiliteit, landgebruik en veeteelt moeten aangepakt worden en ook de huisvesting heeft aanpassing nodig. Gebouwen moeten worden geïsoleerd en energie-opwekkers worden. De transformaties in alle sectoren moeten hand in hand gaan. Je kunt de mobiliteit niet veranderen zonder energietransitie. Het bouwen van een coherent verhaal is belangrijk. De klimaattransitie moet ook een sociaal rechtvaardig verhaal zijn, anders krijg je andere problemen. De gele hesjes zijn een voorbeeld van hoe een onrechtvaardig klimaatbeleid tot opstanden kan leiden.”

 

"Niets doen staat gelijk aan schade herstellen."

 

Maar we moeten nog bekomen van de coronacrisis. “We kunnen de coronacrisis als opportuniteit gebruiken om de klimaat- en de biodiversiteitscrisis aan te pakken. Voor de relanceplannen om de economie weer op gang te krijgen, worden veel financiële middelen vrijgemaakt die ons kunnen helpen bij de klimaattransitie. De Europese Green Deal en Europese relanceplannen gaan sterk in die richting. En ook in Amerika maakt president Biden beloftes om enorme infrastructuurwerken te doen om de klimaatcrisis het hoofd te bieden.”

 

maar China!

Ter opfleuring van ons gesprek had ik een fraai palet aan opmerkingen verzameld die ikzelf zou labelen als schoolvoorbeelden van dooddoeners die doch in het publieke debat her en der als grote wijsheden gelden. De eerste: de klimaatcrisis is onbetaalbaar. “Geen klimaatbeleid voeren is pas onbetaalbaar. De kosten van niets doen liggen vele malen hoger dan de investeringen om de klimaattransitie te maken. Je moet het ook echt zien als investeringen. Niets doen staat gelijk aan schade herstellen. Dat zijn kosten. Als we investeren in maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan, gaat dat ons op termijn geld opleveren. Natuurlijk heb je investeringskosten. Het kost bijvoorbeeld geld om je huis te isoleren, maar dat verdient zichzelf terug omdat je minder moet uitgeven aan energie.” 

Maar de bossen in Siberië, Sicilië, Australië en Turkije zijn aangestoken! “Je hebt drie dingen nodig voor een brand: een ontsteking, brandbaar materiaal en omstandigheden om het in gang te houden. We krijgen steeds vaker warm en droog weer zodat de branden die er ontstaan door de klimaatverandering verergerd worden.” 

 

"Als we eindeloos gaan opdelen, is er niets of niemand verantwoordelijk en komen we geen stap vooruit."

 

Maar China! Wat heeft het voor zin dat wij iets doen, gezien de beperkte mondiale CO2-uitstoot van België? “China beweegt ook. Zij willen tegen 2060 klimaatneutraal zijn. China bouwt nog kolencentrales, dat klopt, maar ze investeren ook veel in hernieuwbare energie. Als we eindeloos gaan opdelen, is er niets of niemand verantwoordelijk en komen we geen stap vooruit. Bovendien hangen er aan de klimaattransitie heel wat opportuniteiten vast. We worden er niet slechter van. Door te investeren in hernieuwbare energie maken we komaf met de luchtvervuiling. Door onze huizen beter te isoleren, gunnen we onszelf een gezondere leefomgeving. En de investeringen in de klimaattransitie zijn een bron van groene jobs. Er zijn heel veel redenen om wel te investeren in de klimaattransitie, laten we ons op die redenen focussen.”

Allemaal goed en wel, maar wat dan met de overbevolking in Afrika? “De footprint van een gemiddelde Afrikaan is veel lager dan een Europeaan. De beste manier om overbevolking aan te pakken, is door vrouwen onderwijs te geven. Daar kan niemand iets op tegen hebben. De toename van de bevolking is trouwens niet rechtstreeks de oorzaak van de klimaatverandering. Het overgrote deel van de uitstoot staat op het conto van de rijkste mensen en zij zijn in de minderheid op deze planeet. De armste 50% van de wereldbevolking is samen verantwoordelijk voor minder dan 10% van de globale uitstoot. De rijkste 10% is samen verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de globale uitstoot.”

 

een beter milieu begint niet bij jezelf

Tot zover het hoofdstuk klimaatdooddoeners. De Nederlandse auteur Jaap Tielbeke schreef een naar de maatstaven van klimaatboeken druk besproken klimaatboek. De titel zat daar zeker voor iets tussen. Een beter milieu begint niet bij jezelf: klopt de titel? “De titel bevat zeker heel wat waarheid. Met individuele acties kun je maar een beperkt bereik hebben. Ook al doe je er alles aan om je footprint te beperken, het systeem is zo gemaakt dat je met alles wat je doet CO2 uitstoot. Het systeem moet zo aangepast worden dat de footprint van elk individu automatisch naar beneden wordt aangepast. De grootste hefbomen om dat mogelijk te maken zitten niet bij het individu, maar bij de overheid. De titel is een beetje provocerend en je kunt als individu natuurlijk iets betekenen, maar we komen pas ergens als er een beleid is dat de klimaattransitie mogelijk maakt.”

 

"Er zijn compensatieprojecten die meer slecht doen dan goed."

 

Eigenlijk ben ik lekker bezig. Ik compenseer mijn vliegreisje van Deurne naar Ibiza door bomen te laten planten in de Sahel. “Als je een vliegtuigreis niet kan vermijden, dan is een compensatie beter dan niets te doen. Maar dan moet het wel een compensatie zijn die op een duurzame manier gebeurt, wat niet altijd evident is om te achterhalen. Er zijn compensatieprojecten die meer slecht doen dan goed, bijvoorbeeld door bomen te planten in een veengebied. Dat wil zeggen: op bodem waar heel veel organische materie aanwezig is. Door op deze plaats bomen te planten, onttrek je er vocht en komt de CO2 die al eeuwen in de veengrond opgeslagen zit vrij. Een ander voorbeeld: bomen planten op brandgevoelige plaatsen.”

In hoeverre is de luchtvaart verantwoordelijk voor de klimaatcrisis? “Percentueel is ongeveer 3% mondiaal weinig. Al zijn er ook maar weinig mensen die vliegen. Voor je persoonlijke footprint scheelt vliegen of niet vliegen een hoop. Er zijn aanpassingen in het systeem nodig om de keuze voor het vliegtuig minder evident te maken. Dan denk ik aan een kerosinetaks, maar ook aan betere alternatieven zoals snelle, comfortabele en goedkope treinreizen zodat we bijvoorbeeld binnen Europa alvast zo weinig mogelijk het vliegtuig moeten gebruiken.”

 

keuzevak 'klimaatverandering'

De klimaatverandering is zo urgent, maar tegelijk trekt de transitie zich traag op gang. Een mens zou voor minder depressief worden. “Er zijn zeker wel momenten dat ik het niet zo rooskleurig zie. Klimaatverandering houdt me een groot deel van mijn leven bezig. Daarom ben ik me ook gaan focussen op de oplossingen, in plaats van alleen maar het probleem te bestuderen. En ik heb zelf ook al acties ondernomen om die kennis in de praktijk vertaald te zien. Denk aan het vak klimaatverandering dat alle tweede- en derdejaars in alle opleidingen van onze universiteit kunnen volgen. We hebben met enkele collega’s in 2019 ook Scientists For Climate opgericht om te helpen met het informeren van de bredere bevolking.”

Over wetenschappers gesproken. Het lijkt me frustrerend om wetenschappelijke bevindingen niet of nauwelijks vertaald te zien in het beleid. Moeten wetenschappers hun boodschap anders brengen? “Wetenschappers proberen al veertig jaar hun boodschap ‘anders’ te brengen. Het gaat hier niet over hoe de boodschap wordt gebracht. Wel over wat de boodschap is. Er moet een transformatie gebeuren die een grote impact heeft op zowat elk aspect van ons leven, dat is niet evident. En er zijn natuurlijk ook heel wat vertragingsacties geweest van vooral de fossiele brandstoffenindustrie. Die heeft al vele miljarden uitgegeven aan het zaaien van verwarring om actie te vertragen, helaas met succes.”

 

"2021 zal naar verwachting het jaar worden met de hoogste CO2-uitstoot ooit."

 

Nu zien we alle dagen noodgedwongen wetenschappers op televisie. Naar hen wordt er, zij het soms schoorvoetend, wél geluisterd. “Corona was een heel acute crisis, terwijl de klimaatverandering op langere termijn speelt, ver buiten de beleidsperiode van regeringen. Het is ook nog eens een globaal probleem, waarbij elk land kijkt wat andere landen doen. Politici weten heus wel waar we voor staan, maar velen willen niet aan ingrijpende maatregelen beginnen waarvan mensen denken dat ze die als onaangenaam gaan ervaren. Als ik kijk naar Vlaanderen: het afbouwen van de uitstoot gaat veel te traag, maar Vlaanderen zal uiteindelijk toch mee moeten met Europa. Op globaal vlak beweegt er sinds het akkoord van Parijs eind 2015 ook wel wat meer, maar het is nog steeds te weinig en te traag. Dat wordt ook duidelijk als we naar de huidige uitstoot kijken: 2021 zal naar verwachting het jaar worden met de hoogste CO2-uitstoot ooit. ”

De lieftallige dwarslezer zit met nog één vraag: hoe kan ik het best mijn steentje bijdragen aan een beter klimaat? “Door je te informeren, door mijn vak te volgen (lacht). Stem voor politici die meer begaan zijn met de klimaatverandering, of zet druk op politici die dat nog niet zijn. En eens je geld verdient, investeer in zaken die de transitie versnellen.”
“Stoppen met vliegen of vlees eten zijn de meest impactvolle acties om je eigen footprint te verkleinen en kunnen soms stimulerend werken voor je omgeving. Wat vlees betreft, is vooral rundsvlees te vermijden. De grote hefboom zit echter in elkaar en vooral de politici warm te maken voor de klimaattransitie.”



poëzie

15/12/2021
Handen
🖋: 
Auteur extern

Benjamin Heirbaut


Je huid is de enige jij  

die mijn vingers kennen; 

je gladheden en je kuiltjes,  

je turnerseelt, de moeder- 

vlek op je slaap.  

Ik beeld me in dat je oneffenheden 

omgekeerde bergen zijn;  

dat ik met mijn vingertoppen, 

in spiegelschrift,  

 je binnenhuidse welvingen lees. 

         

            Wat hou ik ervan je strelend te ontcijferen. 



doorbraken

15/12/2021
doorbraken
🖋: 
Auteur

Omwille van de maatregelen die eind november werden genomen door de Vlaamse regering was het weer feest bij de dienst Preventie. Nu alle recepties jammerlijk worden afgelast is het aan hen, de enigen die inzake veiligheid een greintje gezond verstand hebben, om de budgetten op te maken. Afhaalkreeft van de Universiteitsclub en champagne horen daar uiteraard bij. Hilariteit alom toen de aangeschoten rector de studentenverenigingen het spijtige nieuws moest melden dat alle studentenactiviteiten tot het tweede semester, en eigenlijk liefst voorgoed, opgeschorst worden. Daar hoort ook Kerst op UA bij, dat dit jaar op straat zal staan. 

De praeses van voormalig Unifac (gisteren volgens rectoraal decreet hernoemd tot VUAS-stadscampus) reageert: “Dat UAntwerpen ons teleurstelt zijn we inmiddels al gewend, het probleem is vooral dat ons plan B nu ook wegvalt.” Plan B was de gekende wintermarkt op campus Antwerpen van KU Leuven organiseren, maar ondanks dat Luc Sels met plezier studenten van UAntwerpen ontvangt, wil hij "wintermarkten en dat soort woke bullshit niet op (z)ijn universiteit hebben”. VUAS-stadscampus is teleurgesteld: “De regels rond corona zijn op KU Leuven zijn altijd lichter geweest. Daarom hadden we wel verwacht dat we daar met onze wintermarkt terechtkonnen, zeker omdat het uiteindelijk gaat om een goed doel. De inclusieve intentie van de naam dient gewoon om meer geld in te zamelen.” Dat doel is dit jaar dwars, het studentenblad van onze universiteit. “Kerstmis gaat uiteindelijk toch ook om sukkelaars helpen en dat zijn echt de grootste sukkelaars die we kennen.” 

Met plan B ook in de vuilbak werd het tijd om werkelijk out of the box te gaan denken. “Toen iemand op ons wekelijks Pol-Rémy-overleg vroeg waarom we niet gewoon de straat afzetten, klikte het. Het verkeer hinder je niet, want uiteindelijk kan niemand zijn weg hier toch vinden met al die eenrichtingsstraten.” Doordat VUAS-stadscampus niet langer gebonden is aan Hof van Liere opent het ook nieuwe mogelijkheden. “We hebben meer dan genoeg plaats voor VUAS-buitencampus (tot gisteren nog ASK-Stuwer n.v.d.r.). Het spreekt voor zich dat zij zich gewoon naar hier verplaatsen; het is niet dat ze in Wilrijk iets te doen hebben nu Fort VI dicht is.” Dat de buitencampus naar Antwerpen afzakt, is ook fijn voor buitencampusclub Aesculapia. “Aangezien zij ook op straat zijn gegooid, kunnen die gewoon meedoen. We zijn in ieder geval benieuwd naar hun naughty santa schachtenwedstrijd. Het is nu een zoveel inclusiever evenement geworden.”  

VUAS-stadscampus kreeg ook hulp uit onverwachte hoek: “Jurgen Slembroeck van de vrijzinnige dienst is enorme fan van het concept ‘kerst op straat’. Hij heeft ons dan ook gesteund met 50 000 flyers van een debat tussen twee mensen van wie nog nooit iemand heeft gehoord. Die flyers gaan onze clubs zeker kunnen gebruiken om hun vuurkorven mee aan te steken.” De vrijzinnige dienst heeft ondertussen een aanvraag ingediend om het werkingsbudget te verhogen wegens de stijgende drukkosten. 

Toch reageert niet iedere reactionair even goed op de uitspraken van de praeses van VUAS-Antwerpen. Diens collega van het NSV antwoordt fel: “Het feit dat iemand met een inclusieve intentie ‘wintermarkt’ zegt, toont duidelijk dat het hier gaat om institutionele onderdrukking. Het is gewoonweg problematisch hoe weinig mensen in leidinggevende posities begrijpen dat woorden er wel degelijk toe doen. Ik hoop dan ook dat de praeses van VUAS-stadscampus eens een boek over intersectionalisme ter hand neemt. Dat kerst op straat moet, is iets waar we op zich wel mee kunnen leven, we zijn uiteindelijk KVHV niet, maar het moet voor eens en altijd gedaan zijn met inclusieve intenties.” 



editoriaal

15/12/2021
Timkoe
🖋: 
Auteur

Onze rector schreef een brief voor de Sint, de heilige man. Vele kapoentjes zijn het niet met hem eens, maar ik denk eigenlijk dat de intenties die achter de brief zitten waardevol zijn. Waar bij mij het schoentje wringt is hoe hij – en vele anderen met hem –  voortdurend het voortschrijdend inzicht van de wetenschap te pas en te onpas blijft verbuigen tot ‘we wisten niet beter’. Dat biedt weinig soelaas als wat je kwalijk genomen wordt, net is dat je beter had moéten weten.  

Het wetenschapspaard werkt hard. Hoewel bereid om oud bewandelde daken te verlaten als het niet relevant meer blijkt, blijft het steeds doordacht in zijn tred. Contrasteer dat met beleid: steeds opgejaagd, onder invloed van opinie, markten, peilingen en controverse. Voortschrijdend inzicht zou dan ook nooit een excuus zijn voor flipperkastpolitiek zonder de leidcultuur van het ‘doen’. De problemen die zich nú stellen, moeten ook nú aangepakt worden. Dat kan een overheid zijn die de koopkracht van gezinnen én de economie wil ondersteunen door bedrijfswagens fiscaal aantrekkelijk te maken, ook al gaat dat in tegen elke ecologische logica. Maar evengoed een universiteit die in het midden van een pandemie een grote feesttent laat zetten als nú-oplossing voor de sluiting van Fort VI, ook iets wat iedereen al jaren had moeten zien aankomen. Door steeds in termen van voortschrijdend inzicht te spreken ontken je impliciet dat het verleden, net als de toekomst trouwens, vol vergissingen zit die hadden voorkomen kunnen worden.

Die standvastigheid in de vergissingen van gisteren zorgt ervoor dat de veranderingen die vandaag alsnog doorbreken voor velen niet voor morgen zijn. In plaats van te roepen dat het (opnieuw nú) anders moet, is het wijzer om te wijzen op het feit dat het al altijd anders had moeten zijn. Het onprettige gevoel dat niets ooit goed genoeg is, heeft in zo’n om-kadering minder te zien met de – regelmatig in hypocrisie gedrenkte en dus makkelijk te negeren – voorvechters van verandering maar met de onvooruitzienendheid van onze – minstens even dubbelsprekende – voorgangers. Met kerstmis in aantocht is het niet slecht om de wonderen die zo’n schuldverschuiving teweegbrengt te gedenken. Het ontslaat ons niet van verantwoordelijkheid, integendeel, maar het bevrijdt ons misschien net lang genoeg van het krampachtig up-to-date blijven van nieuwste inzicht om de tijd te nemen om te anticiperen op het rijk dat komend is.  

Als er nog een rijk overblijft, ten minste. Al het gepraat over voortschrijdend inzicht ten spijt wijst professor Sara Vicca ons er deze editie op dat klimaatsverandering, al decennia gekend, nog steeds aan een rampkoers vaart. Het doet de vraag rijzen of de vorige generatie écht geloofde dat technologie dat probleem wel zou oplossen, of ze er liever niet aan wilde denken. Ik heb veel zulke vragen: had niemand de rekensom gemaakt dat vaccins niet genoeg beschermen als je de contacten vertwintigvoudigt? Had onze studentenraad voordat een werkstudent aan de alarmbel trok niet kunnen zien dat lesopnames een heet dossier zouden worden nadat het na anderhalf jaar – eindelijk, zoals in de ons omringende landen – voor velen vanzelfsprekend was geworden? Was zwarte piet twintig jaar geleden dan wél een aanvaardbare traditie? Ze leiden tot weer andere: gaan we op dezelfde manier om met een blind geloof in hernieuwbare energiebronnen? Met het geloof in de private markt als het aankomt op privacy? Dat ‘aan de juiste kant van de geschiedenis staan’ normaliseren wel geen autoritaire gevolgen zal hebben?  

Ik hoop dat we niet blijven spreken over een mythisch inzicht dat pas op ons neerdaalt wanneer de tekenen niet langer genegeerd kunnen worden. Het gebrek om buiten de kaders van je eigen tijd te denken hoeft geen veroordeling (dat van die steen en die zonden), maar aan je kop in het zand steken is evengoed niets voortschrijdends. 

 



eerste hulp bij juridische vragen van studenten

15/12/2021
ASLC
🖋: 
Auteur

Puur hypothetisch, je bent net verhuisd naar een nieuw kot en wat blijkt: je hebt eigenlijk een kat in een zak gekocht! De verwarming werkt niet goed, wat zeer onhandig is in deze aankomende wintermaanden. Daarbovenop kan je je raam niet volledig sluiten waardoor de enige warmte die je hebt niet wordt vastgehouden. Kortom, het is een (ijskoude) ramp. Dat mag echter geen smet op je studententijd zijn. Ter ondersteuning voor dergelijke situaties is er ALSC vzw, een gratis organisatie van en voor studenten, opgericht door rechtenstudent Axel De Hoon. 

Axel raakte tijdens een gesprek met een oud-klasgenoot in 2019 geïntrigeerd door het concept van juridisch consultancy voor studenten: "Hij vertelde me over zijn organisatie, Brussels Law School Consultancy, en hoe die een succesformule had gevonden om studenten gratis juridisch advies te verlenen. In Luik, Louvain-la-Neuve en Hasselt bestaan er al gelijkaardige situaties, maar BLSC zette specifiek in op het adviseren van jonge ondernemers en studenten.” Toen Axel zijn klasgenoot opnieuw sprak, was BLSC zodanig gegroeid dat ze bepaalde aanvragen niet meer kon verwerken. Een marktopportuniteit opende zich voor hem wanneer hij de vraag kreeg om ALSC op te richten. "Voor mij was het opstarten van ALSC een persoonlijke verrijking. Ik heb lang in het studentenleven gezeten en zo verschillende functies en postjes bekleed, maar na verloop van tijd had ik het wel gezien en zocht ik naar een nieuwe uitdaging, liefst juridisch gestoeld. Clubs zijn een fantastische manier om het studentenleven te ondersteunen, maar uiteindelijk zijn die organisaties altijd gestoeld op herhaling omdat ze werken volgens een gekend stramien dat ze al jaren onderhouden. Verandering gaat traag en zo is het ook moeilijk je te onderscheiden. Met ALSC kunnen wij volledig ons eigen ding doen en onze eigen filosofie en manier van werken uitwerken, wat vernieuwend en spannend aanvoelt." 

 

laagdrempeligheid 

ALSC legt de focus op het begeleiden van studenten en jonge ondernemers, aangezien de organisatie zelf bestaat uit studenten, waardoor een vertrouwensband makkelijker opgebouwd kan worden. Niet-studenten zou ALSC eerder doorverwijzen naar gespecialiseerde initiatieven en advocatenkantoren. "De insteek bij ons is vooral gratis laagdrempelige dienstverlening bieden aan studenten. Voor studenten kan een betaling voor een juridisch probleem namelijk al direct een grens zijn. Hetzelfde geldt voor studenten die met een start-up zitten en gewoon even geïnformeerd willen worden over de juridische mogelijkheden of beperkingen die zij hebben binnen hun businessplan. Als je net een start-up bent begonnen heb je niet de financiële draagkracht om tienduizenden euro's op tafel te leggen bij een advocatenkantoor voor wat advies. Onze zustervereniging uit Brussel begon met een betalende dienstverlening, maar merkte dat wanneer zij overschakelden naar een gratis advies ze meteen hun doelpubliek konden vergrootten."  

 

Voor vele studenten is de kostprijs van een juridisch probleem een belangrijke grens. 

 

"Ik vind dat we goed bezig zijn. Heel wat studenten hebben dus effectief wel een juridisch probleem of een juridische vraag. Het blijkt dat we wel een gat in de markt hebben gevonden, aangezien we een wekelijkse instroom van enkele cases hebben. En waarschijnlijk is dit nog maar het topje van de ijsberg. Er is ooit onderzoek geweest naar hoeveel zaken effectief in de rechtbank terechtkomen. Het bleek dat dat cijfer maar 3% was. Conclusie: het is een gigantische drempel. Iemand die een probleem heeft, denkt al snel dat hij/zij daar best geen advocaat voor aanstelt uit angst of onzekerheid. Daarom is die lage drempel zo belangrijk, zeker in het geval van studenten die geen financiële reserves hebben. Ons doel is echt studenten over de streep krijgen om naar ons te komen wanneer ze een probleem hebben." Daar begint ALSC ondertussen in te slagen. De laatste maand groeide hun cliëntenbestand met rasse schreden. Axel hoopt tegen het einde van het jaar zelfs enkele honderden studenten te hebben geholpen. Daarbij zet de organisatie constant in op marketing binnen de start-upwereld.  

 

a band of brothers and sisters 

Hoe wordt dan uiteindelijk de stap gezet tot de organisatie van zo'n vzw? In de eerste plaats probeerde Axel een groep vertrouwelingen rond hem te verzamelen. Een vzw organiseer je immers niet alleen en inzetten op een gestroomlijnd team is hiervoor essentieel: "In totaal zijn we nu met 24 mensen waarvan 9 in het bestuur en een 15-tal consultants. Het bestuur bestaat niet alleen uit mensen die zich volledig op het juridische aspect storten, maar heeft ook verantwoordelijken voor bijvoorbeeld marketing en de financiën. De legal verantwoordelijken controleren vooral wat de draagwijdte is van een project en of wij effectief de case kunnen aannemen.” Belangrijk om weten is dat niemand van deze leden van ALSC iemand in de rechtszaal kan verdedigen. De consultants zijn geen advocaten aangezien zij nog in opleiding zijn en geen baliestage hebben gedaan. Axel benadrukt dat de essentie van hun taakvoering op het advies geven is geënt, al is de lijn tussen adviseren en verdedigen heel dun.  

"De 15 consultants zijn degenen die zich bezighouden met het adviseren. De meeste consultants zijn vaak met twee of drie aan één zaak bezig. Aangezien we 4 tot 5 zaken binnenkrijgen per week heeft elke consultant bijna altijd een zaak lopen. We proberen wel steeds te mikken op een week verwerkingstijd voor onze consultants om het dan weer door te sturen naar onze twee legals voor een kwaliteitscheck. Per case werken we ook met een draaiboek dat de consultants kan bijstaan bij het schrijven van hun adviezen.” Bij het overleggen van die adviezen geven de consultants steeds een lijst met opties waarbij de voor- en nadelen afgewogen worden. Zo heeft de cliënt steeds de vrijheid zelf verdere stappen te ondernemen, met ALSC als back-up. 

 

De cliënt heeft steeds de vrijheid zelf verdere stappen te ondernemen, met ALSC als back-up. 

 

"We willen ook dat onze medewerkers veel real life cases krijgen om zo echt in contact te komen met de wereld van het recht. Je moet sowieso in een later stadium van je opleiding op een beperkte tijd stage lopen bij een advocatenkantoor, notaris of openbaar ministerie. Tijdens die stages kan je weliswaar eens meedraaien in die wereld, maar je krijgt in de meeste gevallen geen verantwoordelijkheid om adviezen te schrijven. Bij ons kan je dat wel doen, je krijgt de mogelijkheid de zaak van begin tot einde af te werken. Ik ben ervan overtuigd dat veel consultants al een groot voordeel gaan hebben in hun latere carrière omdat ze deze ervaring al hebben opgedaan. Vaak is het ook zo bij stageplaatsen of de latere baliestage dat je enkel ergens binnenraakt met impressionante punten, een blinkende cv en een goede motivatiebrief. En zelfs al heb je al die competenties, dan nog word je vaak onderbetaald voor je werk. Ik hoop vooral dat onze mensen wel de erkenning krijgen die ze nodig hebben voor later." 

 

newbies en sollicitanten  

Tot op heden is ALSC uitsluitend door studenten van de universiteit van Antwerpen georganiseerd, maar een uitbreiding is zeker mogelijk. Een hogeschoolopleiding bijvoorbeeld zet veel meer in op de praktischere kant van het recht. "We focussen nu vooral op UAntwerpen om daar al bekendheid op te bouwen. Het voordeel bij het inschakelen van hogeschoolstudenten is de snelle aantrek bij start-up- en businessstudenten. In een later stadium zie ik ons zeker wel die markt aanspreken, maar voorlopig houden we het nog even klein." Voor de geïnteresseerden, vrije sollicitaties zijn altijd welkom. ALSC zit weliswaar nu op een niveau waar ze evenredig werk binnenkrijgen naargelang hun consultants, maar dat aantal varieert elk jaar, waardoor er zeker plaatsen kunnen vrijkomen. Voor een zitje in het bestuur moet je wel een masterstudent zijn: “Je moet een bepaald aantal vakken gezien hebben eer je in aanmerking komt voor een job als bestuurslid. We proberen een gezonde mix te maken tussen tweedejaars, derdejaars en masters om zo ook continuïteit te bewaren." 

 

We stellen het zonder subsidies, maar zo behouden we wel onze onafhankelijkheid. 

 

Die tweedejaars- tot masterstudenten krijgen met een hele variëteit aan cases te maken: problemen met een kotbaas; zaken op een kot die kapot zijn of een verbod op huisdieren, studentenjobs die foutief betaald zijn of studentenverenigingen die willen checken of hun statuten nog kloppen enzovoort. “We hebben ook jonge ondernemers gehad die een app wilden ontwikkelen en advies nodig hadden over hoe je een patent aanvraagt. Soms hebben we ook wel complexere zaken, bijvoorbeeld een bedrijf met een aanzienlijke schuldenlast. Dan trekken onze 2 bestuursleden van legal na of wij zo'n moeilijke case kunnen opvolgen of niet. Als blijkt dat wij hen niet kunnen ondersteunen sturen we onze cliënten altijd door naar een andere gespecialiseerde organisatie." Natuurlijk functioneert ALSC als een professionele verenging en zijn alle gesprekken die zij voeren en adviezen die ze voorleggen volledig vertrouwelijk. Alle leden van de beweging hebben een non-disclosure moeten tekenen om de privacy van de cliënten te bewaren. 

 

struikelblokken 

De organisatie van ALSC klinkt heel nobel en mooi maar alles heeft natuurlijk een prijs. "Onze Brusselse zustervereniging heeft in totaal 16.000 euro subsidies gekregen van de stad Brussel voor haar projecten. Met dat geld kan zij bepaalde boeken, magazines en databanken aankopen waardoor ze meer info ter beschikking heeft voor haar adviezen. Wij stelden Stad Antwerpen en UAntwerpen dezelfde vraag, maar kregen die financiële ondersteuning helaas niet. Uiteindelijk hebben we niet zoveel geld nodig, maar we zijn wel bezig met extern materiaal, zoals banners en kaartjes met ons e-mailadres. Daarvoor zouden subsidies wel mooi meegenomen zijn. Natuurlijk impliceren subsidies ook een zekere vorm van afhankelijkheid. Wij zijn dan toch wel blij dat we vrij zijn te doen wat we willen. We hebben enkele equal partners die ons ondersteunen, maar in essentie zijn we onafhankelijk.” Ondanks dat UAntwerpen geen financiële ondersteuning kan bieden, helpen ze de vzw wel in het aanbieden van lokalen. Daarbij zit ALSC nu in een proces om studentenvereniging te worden, wat kan bijdragen aan hun zichtbaarheid.  

 

the road ahead 

Axel is vooral trots op de organisatie en hoe die problemen voor mensen kan verhelpen die al lang met iets zitten. "Specifiek iemand helpen voelt ook gewoon goed. Ik denk dat dat hetzelfde is voor onze consultants. Ze kunnen evengoed een jaar meedraaien in een advocatenbureau, maar bij ons hebben ze meer voeling met de cliënten en de cases." Daarnaast is ALSC een goede leerschool voor rechtenstudenten die al tijdens hun opleiding de kneepjes van het vak willen verkennen. Bovendien is ervaring opdoen in deze tijd essentieel voor iemand die de job van haar/zijn dromen ambieert.”  

En hoe ziet Axel de toekomst zelf in? "Ik hoop gewoon dat mensen die effectief een juridisch probleem hebben – studenten, jonge ondernemers of mensen daarbuiten – weten dat ze bij ons kunnen aankloppen met eender welke vraag. Zelfs is dat maar een vraag als 'wat doe ik met een coronaboete?'. Het kunnen soms de kleinste dingen zijn, maar kom gewoon langs en dan gaan wij altijd eens kijken of wij voor die persoon iets kunnen betekenen dan wel moeten doorverwijzen. Ik hoop dat elke generatie studenten de weg naar ons zal vinden. Ik denk dat we goed bezig zijn en dat we altijd studenten gaan kunnen blijven helpen." 



sensibiliseren of demotiveren?

06/12/2021
ijkingstoets
🖋: 

Wie vanaf volgend academiejaar Farmaceutische Wetenschappen wil studeren aan UAntwerpen zal eerst verplicht een ijkingstoets moeten afleggen. De resultaten zijn niet bindend. 

Tot nog toe konden studenten Farmaceutische Wetenschappen bij het begin van de zomervakantie een vrijblijvende ijkingstoets afleggen. 24 van de 162 generatiestudenten maakten daar bij het begin van dit academiejaar gebruik van. Bart Tambuyzer,
inhoudelijk en logistiek verantwoordelijke voor de ijkingstoetsen Farmaceutische Wetenschappen en voorzitter van de centrale ijkingstoetscommissie, legt de filosofie achter de verplichte ijkingstoets uit. “Het doel van de ijkingstoets is een spiegel voorhouden. De opleiding Farmaceutische Wetenschappen was vragende partij om de ijkingstoets te verplichten voor iedereen. Alle mensen die aan de opleiding willen beginnen krijgen zo de kans om na te gaan of ze de juiste startcompetenties bezitten om de opleiding aan te vatten.” 

De opleiding Farmaceutische Wetenschappen is in korte tijd flink gegroeid. Waar rond de eeuwwisseling een dertigtal studenten aan de opleiding begonnen, zijn er dat dit jaar ruim vijf keer zoveel. De keerzijde van de medaille is dat een derde van de eerstejaars in het eerste semester voor geen enkel vak slaagt.  

Wim Martinet, gewoon hoogleraar aan het departement Farmaceutische Wetenschappen, zoekt naar verklaringen: “Heel wat studenten kiezen voor Farmaceutische Wetenschappen zonder in het middelbaar veel wetenschappen of wiskunde of chemie te hebben gehad. Dat merken we duidelijk in de instroomtoetsen, testen bij aanvang van het academiejaar die peilen naar de voorkennis van studenten. Vooral de voorkennis van chemie is verrassend genoeg bijzonder ondermaats. Nochtans primeert chemie in onze opleiding. En dat reflecteert zich ook in de studieresultaten.” 

Tambuyzer benadrukt dat de ijkingstest geen toelatingsproef is. “Wel wordt er aan de ijkingstoets in de toekomst remediëring gekoppeld. Dit voorjaar bespreken de verschillende instellingen in Vlaanderen hoe de verplichte remediëring er zal uitzien mocht je niet geslaagd zijn voor de ijkingstoets. Het is de bedoeling dat die vanaf 2023-2024 wordt ingevoerd. Dat wil niet zeggen dat elke opleiding op zichzelf geen initiatieven kan nemen. Met de huidige ijkingstoets proberen we al kwetsbare studenten te detecteren en zij kunnen hulp krijgen via overbruggingsonderwijs, monitoraat of aan-de-slagpakketten.” 

Martinet gelooft dat het verplichten van een ijkingstoets een sterk sensibiliserend effect heeft mits een goede remediëring. “Ik zie heil in een verplichting tot overbruggingsonderwijs of deelname aan sessies van het monitoraat. We hebben een monitoraat Chemie, Wiskunde en Fysica dat uitstekend werk levert. Je kunt een ijkingstoets opleggen en er niets mee doen. Er is een kans dat de student begint na te denken over de studiekeuze. Maar velen denken: ‘Het zal wel lukken, we zien wel.’ Je moet iets opleggen opdat die studenten zich kunnen bijschaven en hun kennis kunnen bijsturen.” 



opinie

26/11/2021
huisartsen in Glasgow
🖋: 
Auteur extern

Lenie Hollants, Lukas Hellebuyck


"Our fragile planet is hanging by a thread. We are still knocking on the door of climate catastrophe. It is time to go into emergency mode — or our chance of reaching net zero will itself be zero.“ Zo concludeerde VN secretaris-generaal António Guterres aan het einde van de COP 26 (Conference of the Parties) in Glasgow. Het komt niet als een verrassing, deze COP van veel woorden en weinig daden. De uitkomst stond al in de vermoeide, teleurgestelde ogen van Greta Turnberg geschreven die we tegen het lijf liepen na het boarden van de Eurostar huiswaarts. Maar wat me vooral bijblijft van deze klimaattop is de verbeten blik en vreedzame strijdlust van de 100 000 mensen die deelnamen aan de klimaatmars op zaterdag 6 november.  

Samen met acht collega’s huisartsen in opleiding uit verschillende praktijken van Geneeskunde voor het Volk trok ook ik naar Glasgow om mijn stem te laten horen en op te roepen voor een verantwoordelijk klimaatbeleid. Je zal je misschien afvragen waarom, is het immers niet ongezien druk in elke huisartsenpraktijk? Dat klopt, graag doe ik het niet, maar ik kan niet anders; ik zie elke dag van dichtbij de impact van het milieu op de gezondheid van onze patiënten. In Antwerpen bijvoorbeeld hebben bovengemiddeld veel mensen last van luchtwegproblemen ten gevolge van luchtvervuiling en fijn stof. Als we die mensen beter willen maken volstaat het niet om medicatie voor te schrijven, maar moeten we de maatschappelijke oorzaak aanpakken.  

De gezondheid van patiënten wordt niet enkel door luchtvervuiling bedreigd. De opwarming van de aarde zorgt voor steeds meer extreme weersomstandigheden (bosbranden, storm, overstromingen …). In ons land beleefden we de gevolgen van de klimaatopwarming recent van dichtbij. Met Geneeskunde voor het Volk trokken we deze zomer herhaaldelijk naar de door overstromingen getroffen gebieden in Wallonië. We merkten daar de enorme impact van de overstromingen op de gezondheid. Initieel zagen we veel mensen zonder hun medicatie, patiënten met blessures opgedaan tijdens de overstromingen zelf of tijdens het wanhopig maar ook verbeten opruimen van de chaos, onverzorgde wonden ... Verder ontmoetten we een heleboel mensen met posttraumatische stress en depressieve symptomen, bij wie het niet meer lukte om administratieve zaken in orde te brengen of aan de opkuis te beginnen. 

 

Our fragile planet is hanging by a thread. We are still knocking on the door of climate catastrophe. It is time to go into emergency mode — or our chance of reaching net zero will itself be zero.

 

VRT NWS berichtte de afgelopen 2 weken over toenemende droogte in de Sahel, bosbranden in Californië, overstromingen in Wallonië, huizen in Siberië die door de smeltende permafrost verdwijnen. Die evoluties zorgen voor een heel arsenaal aan klimaatziekten: allerlei soorten én nieuwe infecties, traumata, psychisch lijden (o.m. posttraumatische stressstoornis), brandwonden – je kan zo nog even doorgaan. Als koolstof- of methaanproducerende organismen uit de permafrost vrijkomen, zou dat de bovendien temperatuurcurve wel eens exponentieel kunnen doen stijgen.  

The greatest risk to human health is neither communicable nor noncommunicable disease — it is climate change”, schreef Fiona Godlee, hoofdredacteur van The British Medical Journal, al in 2011. En gelijk had ze. De WHO berekende dat gevolgen van de klimaatveranderingen tussen 2030 en 2050 maar liefst 250 000 extra doden met zich zullen meebrengen, vooral in ontwikkelingslanden en voor armere gemeenschappen met tekortschietende gezondheidszorg. Dat staat dan nog los van de enorme meerkost voor de gezondheidszorg en in de tweede plaats het toenemende aantal mensen in armoede door ziektes, overstromingen, bosbranden … 

 

The greatest risk to human health is neither communicable nor noncommunicable disease — it is climate change.

 

Hoewel de toekomst er niet rooskleurig uitziet en de verschillende betrokken partijen aanwezig op de COP in Glasgow momenteel weinig meer lijken te beloven dan blah blah blah, kwam ik toch met onverhoopt veel energie terug thuis. Zo’n diverse groep mensen en organisaties verbonden zien voor het klimaat, dat geeft hoop. Vreedzaam maar standvastig riepen zij de overheden op om openingen te creëren in het huidige kapitalistische systeem om de mensheid en andere levende organismen op deze planeet een trieste toekomst te besparen. 

Het creëert het gemeenschappelijke gevoel dat we allemaal mensen zijn en samen vechten samen voor de toekomst. De toekomst van onze planeet én elkeen op de aardbol. Planet and people before profit. Nous sommes un. We are one.   

 

individuele maatregelen, rookgordijn voor collectieve maatregelen 

Als transport 22% van de CO2-uitstoot verzorgt, en industrie goed is voor rond de 40-45% CO2-emissie, waarbij vijf Belgische multinationals bijna evenveel uitstoten als de volledige Belgische bevolking, dan begrijp je dat we er met individuele maatregelen niet komen. Ik eet maximaal tweemaal in de week vlees of vis, ik probeer zoveel mogelijk verplaatsingen met fiets of openbaar vervoer te doen, om die ecologische voetafdruk – trouwens ironisch genoeg een concept door BP (British petroleum) bedacht – zo laag mogelijk te houden. Daarmee voelt mijn inwendige klimaatengel zich misschien wat gesust, maar eigenlijk is dat een druppel in de oceaan. En misschien komt dat de grote bedrijven ook niet al te slecht uit, aangezien het de aandacht mogelijks wegtrekt van de collectieve maatregelen die er moeten komen om de grootste uitstoot te minderen. En ondanks alle alarmbellen die al jaren steeds maar roodgloeiender rinkelen, is dat nog niet gebeurd. Integendeel, grote aantallen projecten die steunen op fossiele brandstof worden nog steeds gesubsidieerd door de overheid.  

 

West vs. Oost, Noord vs. Zuid: wie toont verantwoordelijkheid? 

Wat onze politiekers wel doen, is belerend naar elkaar wijzen. En vooral naar de ontwikkelingslanden die niet genoeg hun best zouden doen. Er wordt vaak naar China gekeken als één van de grootste CO2-uitstoters op dit moment. Als we kijken naar uitstoot per capita, bezit Qatar de mooie eerste plaats, de VS bekleedt de zestiende plaats, en Duitsland hinkt jammerlijk achter op plaats 38. En waar blijven die ontwikkelingslanden? China neemt een mooie plaats 48 in, India staat maar liefst op 128. Dus nog eens: wie zijn de grootste vervuilers?  

Als we het historisch plaatje bekijken sinds 1850, zien we dat 92% van de koolstofuitstoot door Westerse landen gebeurde. We vergeten daarnaast soms dat we een groot deel materialen, die we in het Westen menen nodig te hebben, laten produceren door landen als China, wat de CO2-uitstoot van deze landen vergroot. Ga maar eens na hoeveel voorwerpen thuis het label made in China dragen. Ik krijg een beetje rood op mijn wangen de volgende keer dat ik vingertjes zie wijzen naar ontwikkelingslanden. En eigenlijk gaat dit enkel over steenkool.  Australië is een van de grootste producenten van ijzer(erts), de VS ontgint massaal olie maar ook grondstoffen voor kunstmest, Rusland exporteert gas en olie wereldwijd …  Het is goed dat men de aandacht richt op steenkool, maar dat mag de blik niet afleiden van andere belangrijke bronnen van CO2-uitstoot. Klein weetje: gas en olie zijn de energiebronnen waar de Westerse landen voornamelijk op teren. Verbazingwekkend: er wordt niets vermeld over olie en gas in het slotakkoord van de COP26.  

 

Planet and people before profit. Nous sommes un. We are one.

 

We vergeten ook wel eens dat met koloniale opbrengsten gehaald uit landen als India wij meer mogelijkheid zagen complexe installaties en technologieën te ontwikkelen om efficiënter energie te creëren. Tegelijkertijd verhinderen de patenten (of eigendomsrechten) daarop ontwikkelingslanden toegang tot deze technologieën. Om nog maar te zwijgen over de financiële mogelijkheden van ontwikkelingslanden. De koloniale schuldenlast, maar even goed instanties als het IMF, dwingt deze landen soms zo kapitalistisch en competitief te werk te gaan, dat een degelijk klimaatbeleid voeren er onhoudbaar is. Het lijkt dan ook alleen maar eerlijk dat de Westerse industrielanden, die historisch nog steeds de grootste vervuilers uitmaken, de eerste en grootste stap nemen om de Klimaattransitie in gang te zetten. 

Slimme investeringen en sociale terugbetalingssystemen kunnen het leggen van zonnepalen op daken, het investeren in efficiëntere en minder verbruikende huishoudapparatuur absoluut boosten. Energiezuinige woonwijken uittekenen en mensen subsidiëren om huizen te isoleren gaf in andere landen reeds mooie resultaten qua CO2-uitstoot. Zo bestaat het Vaubandistrict met 2000 woningen in Freiburg enkel uit zero-energy of energy-plus huizen, wat betekent dat deze woningen of evenveel groene energie produceren als ze verbruiken, of zelfs méér energie produceren. Het goedkoper maken van treinen kan ertoe leiden dat mensen minder snel de auto of een zogenaamde cheap flight nemen, naast talloze andere slimme maatregelen die onder het cadeaupapier liggen wachten tot het beleid er rijp voor is. De mogelijkheden zijn er, maar verandering heeft tijd nodig om z’n plaatsje te bemachtigen in het hoofd van veel mensen. Jammer genoeg hebben we die tijd niet meer. Laten we dus samen voor een die sociale klimaatrevolutie gaan. We weten dat dit in het begin een startkapitaal zal vragen, maar we zien ook dat quasi alle groene investeringen zichzelf op termijn terugbetalen. 

 

de voetafdruk van onze eigen gezondheidszorg 

En wat kan ik doen, als huisarts in opleiding? Ik kwam tot het besef dat onze gezondheidssystemen een enorme én groeiende broeikasuitstoot kennen. Onderzoek van de dienst duurzame ontwikkeling van de National Health Society (de gezondheidszorg in het VK) becijferde dat de koolstofvoetafdruk van de NHS tussen 2004 en 2012 nog aangroeide tot 21 megaton CO2, wat gelijkloopt met de uitstoot van een gemiddeld land. De CO2-uitstoot vloeit onder meer voort uit het verwarmen, verkoelen en verlichten van gebouwen en verschillende machines, afvalverwerking en transport van patiënten of artsen. 

 

Because who's going to save the planet except us? This is not a planet for humans. We just live on it. It's not our property. We simply have to learn to live in respect with it. We have to learn to behave ourselves.

 

De koolstofvoetafdruk van de eerstelijn ligt aanzienlijk lager. Dat brengt het belang van goed georganiseerde, efficiënt werkende eerstelijnsgezondheidszorg naar voren. Een kwalitatieve eerstelijnszorg zorgt voor minder opnames en dus minder energieverbruik en afval in ziekenhuizen, minder transport naar het ziekenhuis, etc. Multidisciplinariteit – verschillende disciplines in eenzelfde praktijkhuis dicht bij de bewoners van de wijk – kan daarnaast het patiëntentransport minimaliseren. Inzetten op tele- of videozorg en goede digitalisering vermindert de CO2 -uitstoot eveneens. 

Het zogenaamde ‘vergroenen’ van de gezondheidszorg zoals hierboven beschreven, is echter maar een deel van de oplossing. De grote sociale ongelijkheidskloof zorgt namelijk voor een bemoeilijkte toegang tot ‘gezondheidsgoederen’ (divers voedingspatroon met voldoende fruit en groenten, gezuiverd drinkwater …) en kwalitatieve woonplaatsen (zonder lucht- of grondvervuiling, groen, geen overstromingsgevaar …) voor de minder begoeden in de maatschappij. Het ontbreken daarvan is de voorloper en vaak de belangrijkste veroorzaker van ziekten. Om dit belangrijkste en van oorsprong socio-economische luik aan te pakken, is er verantwoordelijk en inzichtelijk beleid nodig. Dat onderstreept nogmaals het belang van een sociale klimaatomwenteling.  

 

tijd voor actie! 

Als huisarts heb ik de taak de stem te vertegenwoordigen van hen die bij mij kwamen met ziekten door milieuvervuiling en klimaatverandering. Gezondheidspromotie is immers één van de CanMeds rollen – the good practice leidraad voor de huisarts. 

Iedereen kent de drempelvrees die voorafgaat aan verandering. Als we die drempels niet over rijden, kiezen we de weg richting afgrond. We onderschatten soms onze eigen kracht, en de kracht van mensen die zich met elkaar verenigen. Toch zijn alle grote zaken, zoals vrouwen- arbeidersrechten, recht op betaalbare gezondheidszorg … afgedwongen door mensen die opstonden en zich verenigden. Laten we de politiekers, aandeelhouders en multinationals, als ze nu niet in beweging komen, van onderuit een duw in de rug geven. We moeten dat opnieuw doen, nu meer dan ooit. Ik zeg dat niet graag, ik doe dat niet graag, maar er is geen keuze meer als we onze toekomst willen redden. De tijd van wachten en praten, die is op.  

Ik sluit af met een quote uit de conferentie met Indiaas historicus en journalist Vijay Prashad:  

Because who's going to save the planet except us? This is not a planet for humans. We just live on it. It's not our property. We simply have to learn to live in respect with it. We have to learn to behave ourselves.” 



poëzie

30/10/2021
koffie
🖋: 
Auteur extern

Benjamin Heirbaut


naar ‘The Emperor of Ice Cream’  

van Wallace Stevens  

  

Roep hem die filtersigaretten rolt, 

de bewalde, tot hier. Zeg hem 

in keukenkopjes geurend gruis te malen, 

ons te wapenen tegen de wrange nasmaak van 

een zonsopgang. Laat stelletjes  

de geijkte formules van het goed humeur herhalen 

en laat de radio het journaal spelen voor de kat.  

Laat wat komt al geweest zijn voordien. 

De enige keizer is de keizer van caffeïn. 

  

Neem uit de badkamerkast, 

die met in de spiegel een barst, het potje 

dagcrème, dat kwam bij een ongelezen tijd- 

schrift, en smeer hem over je gezicht. 

Als de jonge kraaienpoten nog steeds zichtbaar zijn 

Dan tonen ze hoe moe we zijn, en kwetsbaar. 

Laat nooit achter je masker zien. 

De enige keizer is de keizer van caffeïn.  

 



GreenOffice kookt

30/10/2021
paprika
🖋: 
Auteur extern

Stan Schepers


nodig voor twee personen 

  • 1 blik rode bonen  
  • 1 blik tomatenstukjes 
  • 1 blikje maïskorrels  
  • 1 ui  
  • 1 paprika  
  • 1 teentje look  

kruiden naar smaak  met 

  • komijnpoeder 
  • zout 
  • kaneel  
  • paprikapoeder 
  • Niet al deze kruiden in huis? Geen probleem! Mix en match eens met andere kruiden. Een beetje limoen, peper, koriander, tabasco, shiracha … zijn ook allemaal kruiden die hier perfect bij passen. 

 

  1. Snij de ui en paprika in blokjes en de look fijn.  
  2. Bak de ui en look in een pot met een beetje olijfolie en voeg een snufje van alle kruiden toe. 
  3. Wanneer de ui begint te verkleuren voeg je de tomatenstukjes, rode bonen en paprika toe.  
  4. Laat even sudderen en voeg de maïs toe.  
  5. Breng op smaak met komijnpoeder en paprikapoeder.  
  6. Voeg eventueel nog wat vegan kaas of voedingsgist toe.  

 

Smakelijk!