de strijd om Spoor Oost
24/05/2015
🖋: 
Auteur

De komende weken kun je de Sinksenfoor bezoeken op Spoor Oost. De verhuizing van de foor op de Gedempte Zuiderdokken is een feit, maar ook nu is er veel buurtprotest. Donderdag 21 mei zijn voor de Antwerpse kortgedingrechter de pleidooien gehouden rond de milieustakingsvordering die omwonenden van de site Spoor Oost hebben ingediend. De omwonenden vragen meer maatregelen rond geluidsimpact en mobiliteit, een minder lange openingstijd én een nieuwe locatie vanaf volgend jaar. Hoewel er van de pleidooien op het kortgeding weinig te verstaan was, werden de meningen luid en duidelijk verkondigd in persoonlijke gesprekken met Michel Franssens, woordvoerder van de actiegroep Park Spoor Oost (PSO) en Frans Lauwers, kabinetchef van Rob van de Velde, Antwerps Schepen voor Ruimtelijke Ordening, Erfgoed en Groen. Twee partijen die recht tegenover elkaar zijn komen te staan.

Om met de Sinksenfoor naar Park Spoor Oost te verhuizen is een weloverwogen keuze geweest volgens Frans Lauwers: “Er waren weinig alternatieven. Er is twee jaar geleden een besluit geweest van de kortgedingrechter, twee maanden voor de start van de Sinksenfoor. We hadden tegen dat vonnis van de kortgedingrechter in beroep kunnen gaan. Maar tegen de tijd dat je dan een arrest hebt, ben je een half jaar verder. Dan is die Sinksenfoor al niet meer doorgegaan.”

 

alternatieve locaties

Lauwers: “We kwamen bij het verlaten overslagterrein van de spoorwegen uit. Dat was de beste plaats voor de Sinksenfoor. Dat betekent niet dat de Sinksenfoor daar de volgende tien, twintig jaar blijft staan. Het plan is om het er vijf jaar te laten plaatsvinden. Eventueel kan het daarna verhuizen naar de Kaaien, op voorwaarde dat de Kaaien zijn heraangelegd. Voor dit moment is de beslissing van de Sinksenfoor op Spoor Oost tijdelijk, omdat wij als stadsbestuur ook andere plannen hebben met Spoor Oost. Dat het een park moet worden staat in het bestuursakkoord. Dat kunnen we nu nog niet realiseren, omdat we met de werken aan de ring, de Oosterweelverbinding, zitten en dan gaat er aan het Sportpaleis een grote werkzone ontstaan. Daar zitten we dan met een enorm parkeerprobleem.”

 

In ruil voor die verhuizing naar de nieuwe locatie heeft de Stad wel een interessant aanbod moeten doen aan de foorkramers. Michel Franssens: “De foorkramers hebben zich er bij neer moeten leggen. Ze zijn wel flink gecompenseerd: ze moeten minder stageld betalen, blijven langer open (zowel in aantal weken als in dagelijkse sluitingstijd) en de Stad voert een grote reclamecampagne.“ De Stad zegt de Sinksenfoor slechts de komende vijf jaar in Park Spoor Oost te willen organiseren, maar de bewonersvereniging PSO twijfelt daaraan. Franssens: “Onze vrees is dat er veel andere evenementen zullen volgen en dat het een permanent pretpark wordt. Dat evenementen als BorgerRock, Zomer van Antwerpen en Laundry Day ook allemaal naar dat terrein verhuizen. Mensen die op ’t Zuid gingen wonen wisten dat die foor er was, maar dat is in onze buurt niet het geval.”

 

 

participatie

Toen de plannen van de Stad bekend werden gemaakt met betrekking tot de site Spoor Oost, stonden de bewoners daar nog niet meteen onwillend tegenover. Zij werden betrokken in het meedenken, maar de participatiemogelijkheden werden door beide partijen anders ervaren.

Franssens: “Onze actiegroep is ongeveer anderhalf jaar geleden tot standgekomen. Toen kwam de hele problematiek van de site naar boven en de buurt wilde daar positief op ingrijpen. Bij aanvang zijn we uitgenodigd door de Stad om mee te denken hoe we de site konden invullen. Zo waren er een aantal denkdagen waar we in werden betrokken die veel creatieve ideeën opleverden. Dat leidde bij ons tot een argwanend enthousiasme. We hebben daar al ervaring mee. Ook bij de ontwikkeling van het Moorkensplein en de Turnhoutsebaan werden we als buurt betrokken, maar van al die participatievoorstellen is niets terechtgekomen.”

 

Frans Lauwers licht de intenties van de Stad toe: “Helemaal op het begin was de bewonersvereniging uitgenodigd om mee te denken over de site. Ze zijn toen een paar keer op het kabinet geweest, maar hadden al snel een bepaald programma voor ogen. Ze realiseren zich niet dat het om een participatiebeleid gaat om zaken te realiseren met de andere stakeholders op Spoor Oost. We hebben hen de hand gereikt en gezegd: wij willen samen met u overleggen op voorwaarde dat alle voorbereidende documenten als work in progress worden beschouwd en dat we die de volgende dag niet in de krant zien staan, want als dat het geval is, dan kunnen we niet meer praten. We willen met jullie overleggen in ruil voor bepaalde discretie en dan vragen wij ook om wederzijds begrip over de te nemen beslissingen. Een stadsbestuur wordt democratisch verkozen en als stadsbestuur probeer je met alle belangen van de bewoners van je stad iets te doen. Een actiegroep kijkt alleen naar de eigen belangen, maar Borgerhout is groter dan de belangenroep PSO alleen.”

 

 

bestemming

Actiegroep PSO zelf ziet dit uiteraard anders, namelijk dat de inspraak een illusie was.

Franssens: “Er werd ons eigenlijk een rad voor de ogen gedraaid. Er werden drie bestemmingen naar voren gebracht; evenementen, parking en groen en het laatste is dus weggevallen. Als je de Sinksenfoor toelaat, dan komt er asfaltering en dan is er meteen niet meer de mogelijkheid om nog veel groen te creëren. Schepen Van de velde wilde wel dat we zouden zwijgen, maar onze functie is om druk uit te oefenen op de politiek. Vandaar dat we daar niet mee akkoord zijn gegaan, wij willen een drukkingsgroep blijven. Dat hele participatieproces is eigenlijk fake. Dat is ook een eenmalig gebeuren geweest. Daarna waren die participatiebijeenkomsten, die denkdagen, gewoon informatiedagen. Alles was al beslist, er kon nog weinig ingebracht worden.”

 

Beide heren laten de tekening van Spoor Oost zien volgens het huidige bestemmingsplan. Zij wijzen op dezelfde punten, maar leggen ze anders uit.

Franssens: "Er is gewoon weinig groen. Het is nu een kale betonnen vlakte. UFO’s en vliegtuigen zouden er zonder problemen kunnen landen. Wat wij daar uiteindelijk willen is een multifunctionele groene zone. Een speel- en ontmoetingsplek. Wij spiegelen ons ook wel aan Park Spoor Noord. Met een grote as van Noord naar Zuid zou je van Park Spoor Noord door kunnen lopen naar Park Spoor Oost. Richting het Rivierenhof kun je dan een slinger van groene zones vormen.”

Lauwers kijkt naar hetzelfde kaartje en legt de multifunctionaliteit van asfalt uit: “De bedoeling is dat daarop de parkeerzones afgebakend worden. Naar de benodigde capaciteit aan parkeerplaatsen zal er voor bepaalde zones gekozen worden en zullen die vrijgemaakt worden. Als er niet zo veel nodig zijn dan zijn die andere zones beschikbaar voor andere doeleinden. Het zal parking in combinatie met sportmogelijkheden zijn. Aan de zijkanten heb je groen. De situatie zal zo blijven tot Oosterweel gedaan is, dan wordt dat opnieuw aangepakt. Dan gaat dat terrein terug dicht. De Stad heeft een bouwvergunning en dan zal alles heraangelegd worden.”

 

   

 

groen of poen?

Lauwers: “PSO is teleurgesteld door de korte termijnoplossing. Dat er nu nog altijd geparkeerd gaat worden. Alhoewel, het is sowieso maar tijdelijk. Het gaat er van ‘s ochtends tot ’s avonds niet vol met auto’s staan. Ze aanvaarden niet dat je de aankoop voor een deel financiert met zo’n ontwikkeling. Ook over vijf jaar moet er wel een deel ontwikkeling zijn waardoor het terugverdiend wordt. Maar dat zal ook aan het zittende stadsbestuur liggen. Er zijn geen middelen beschikbaar om die prijs voor een park te betalen. PSO verwijst altijd naar Park Spoor Noord, maar dat is niet realistisch. Park Spoor Oost was een woestenij, nu is er tenminste al iets.”

Dat ziet Franssens toch heel anders, hij vindt dat de prioriteiten anders zouden moeten liggen: “Het gaat om het welzijn van duizenden mensen, niet enkel om het commerciële gebeuren. Wat is nu het belangrijkste: evenementen organiseren of de gezondheid van mensen? Studies wijzen uit dat we hier al zwaar belaagd zijn, een levensduurvermindering van een half jaar. Moet je daar in de eerste plaats niet mee bezig zijn in plaats van met botsauto’s en frietkoten?”

 

Dat er te weinig groen is beaamt Lauwers wel: “Borgerhout is een van de dichtbevolkste wijken, waar weinig open ruimte en groen is. Die wijk heeft daar wel nood aan, die wens is dus begrijpelijk. Maar is dat realistisch daar? Dat terrein is aangekocht door de Stad Antwerpen en dat moet terug verdiend worden. Dat zijn dan hele dure vierkante meters. Park Spoor Noord heeft in aanleg tien jaar geduurd. Dat was ook van de spoorwegen, maar voor het terrein moesten ze niets hebben. In ruil daarvoor hebben de spoorwegen bouwrechten gekregen op een stuk van de Noorderlaan, waar je de torens nu al ziet verschijnen. Je kunt dus niet zomaar zeggen als stad: 'hier gaan we eens een park leggen'. Bij Park Spoor Oost is dat eigenlijk hetzelfde verhaal. Dat is een investering die de stad moet doen, maar elke belastingbetaler in heel Antwerpen betaalt daar aan mee. Heel Vlaanderen betaalt mee. Die kosten moet je terugverdienen met andere bestemmingen, andere mogelijkheden.”

 

 

milieu

Franssens: "Er is een bodemanalyse geweest en er blijkt een historische verontreiniging met zware metalen aanwezig te zijn. Men minimaliseert dat en zegt dat het niet over het gehele terrein zo is. Dat is een van onze argumenten om grondiger te onderzoeken. Om die schadelijke invloed in kaart te brengen. Stad stelt dat het vanwege de betonnen verharding niet nodig is. Of die bodem vervangen moet worden is aan milieuexperts, maar wij zijn daar wel door verontrust. Het is een kankerplek in een druk bewoonde buurt.” Dezelfde feiten worden ook hier door de andere partij anders uitgelegd.

Lauwers: “Dat schijnt geen probleem te zijn, de bodemvervuiling. Het is een terrein dat opengesteld wordt voor publiek. Die vervuiling is niet zo groot dat het een gevaar is voor de volksgezondheid. Er is geen aanleiding tot bodemsanering. De noodzakelijkheid van bodemsanering hangt hangt af van de eventuele overschrijding van de normen. En dan hangt het er nog vanaf wat je er mee doet. Als je het asfalteert dan moet je het niet snel saneren.”

 

En dan zijn er nog de zorgen omtrent geluidhinder. PSO vindt dat deze onderschat worden.

Franssens: "Er was onlangs het Terlopleinfeest en het geluid werd ook weerkaatst door de hoge flats daar. We gaan het aantal decibellen meten en telkens als het overschreden wordt gaan we een klacht indienen.”

Lauwers vindt het overdreven, zoveel last kunnen zij daar niet van hebben volgens hem: “Op de Gedempte Zuiderdokken stond de foor veel dichter bij de bewoning. Vanaf het hartje van de foor naar de eerste bewoners, is het nu zo’n 200 meter. De enigen die daar wel direct hinder van ondervinden, zijn niet de bewoners van Borgerhout aan de andere kant van de spoorweg, maar de bewoners van de blokken van TSO, die zitten daar het dichtste tegen. PSO heeft bij die groep weinig aanhang. Die hebben een eigen groep, die constructief meewerken. Zij zouden het hardst moeten klagen en zij doen het niet.”

 

 

actiegroep vs. kabinet

Hoe anders zou de situatie er uitzien onder het vorige stadsbestuur? Franssens vindt het een delicate vraag: “We zitten met een heel moeilijke politieke situatie. Borgerhout is een links eiland in een rechtse zee. De districtsraad hier met Groen, SP.A en PvdA staat achter ons, maar de districtsraad heeft niet veel te zeggen. Indertijd van Patrick Janssen waren er wel plannen om hier een park van te maken, ook voor het Moorkensplein waren onteigeningen goedgekeurd. Die plannen zijn allemaal door het huidige stadsbestuur van de kaart geveegd. Men zegt dat er groen is, maar dat stelt niets voor op al die hectares. Als je naar de glossy reclamefolders kijkt, dan lijkt dat een groen terrein en dat is volksbedrog. We zijn bovendien heel angstig dat dit een permanent evenementenpark gaat worden. De groennorm per inwoner wordt hier absoluut niet gehaald, met het park zou dat enigszins gecompenseerd kunnen worden. Men laat die historische kans nu links, of eigenlijk rechts, liggen.” Lauwers vindt dat PSO weinig argument heeft, maar weet inmiddels dat ruimtelijke ordening veel losmaakt: “Ik heb als beleidsmaker de emotionele reacties van mensen onderschat. Je grijpt daarmee rechtstreeks in op het leven en welzijn van mensen. Daarom dat de samenwerking met de bevolking heel belangrijk is, die moet dan ook goed verlopen en daar ligt een moeilijkheid. Beleidsmakers weten niet goed hoe ze met die inspraak moeten omgaan en bewoners zien participatie voornamelijk vanuit hun eigen belangen.“

 

 

Op donderdag 28 mei, de dag dat deze editie van dwars uitkomt, zal de rechter uitspraak doen. Volg onze facebookpagina om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen.



achter de schermen
22/05/2015
🖋: 
Auteur

Je kan het niet missen als je in Antwerpen woont: dat oh-zo-mooie gebouw aan de Graanmarkt, genaamd het Toneelhuis, ook wel bekend als de Bourla. Dit stadstheater móet je eens bezocht hebben. Geld is geen excuus: voor studenten worden er portemonneevriendelijke tarieven gehanteerd. Ik kreeg de kans om – letterlijk – achter de schermen te gaan in het Toneelhuis en wel bij de voorstelling Passions humaines, geregisseerd door Guy Cassiers met tekst van Erwin Mortier.

Guy Cassiers is sinds 2006 artistiek leider in het Toneelhuis. Naast hem creëren nog een zestal andere artiesten er hun werk, namelijk Olympique Dramatique, Bart Meuleman, Abke Haring, Benjamin Verdonck, FC Bergman en Mokhallad Rasem. Dit zorgt voor uiteenlopende vormen van theater, verschillend qua discipline en schaal. Van puur teksttheater tot sterk visueel beeldend theater, van klank- en beeldtechnologie tot artisanaal kleinschalig handwerk. Het verschil tussen deze makers wil een afspiegeling zijn van de verscheidenheid die zo kenmerkend is voor 't Stad. Voor ieder wat wils!

 

Passions humaines

De voorstelling Passions humaines is een typisch Belgisch verhaal, dat draait rond de beeldhouwer Jef Lambeaux en zijn controversiële werk De menselijke driften. Uit dit werk spreekt Lambeaux' passie voor het menselijk lichaam en vooral voor de beweging. Het kunstwerk zorgt voor controverse tussen enthousiaste liberalen en verontwaardigde katholieken vanwege het pornografische karakter ervan. Die onenigheid wordt alleen maar erger wanneer koning Leopold II de opdracht geeft om het werk in marmer uit te voeren. Schrijver Erwin Mortier buigt zich over dit verhaal en maakt van de controverse rond het beeldhouwwerk een panorama van menselijke drama's, maatschappelijke tegenstellingen en ideologische gevechten. Rond de figuur van Lambeaux verzamelt hij een groep kleurrijke personages die samen de tijdsgeest, de normen en waarden en de hypocrisie aan het einde van de negentiende eeuw incarneren. Met een tweetalige Frans-Nederlandse cast is Passions humaines in alle opzichten een Belgisch verhaal.

 

technische doorloop

Maar hoe gaat dat er bij zo'n voorstelling nu backstage aan toe? Ik word rondgeleid door productieleider Michaël Greweldinger en chef techniek Joost Man. Vanavond speelt Passion humaines voor de tweede week in het Toneelhuis, na een aantal avonden gespeeld te hebben in Frankrijk. Het is vier uur 's middags, maar achter de schermen van de Bourla wordt er al hard gewerkt aan de voorstelling van vanavond. Er wordt een technische doorloop zonder acteurs gedaan waarbij alle technische aspecten (geluid, licht en decorwisselingen) per scène worden doorlopen en gecheckt. Het is heel apart om datgene wat je normaal als kijker vanuit de zaal ziet, eens vanachter het doek te beleven. Alles loopt hier heel gestructureerd, iedereen heeft zijn eigen taak. Het is aan Joost om dit alles te coördineren. Aangezien er nu al meerdere voorstellingen zijn gespeeld, is de technische doorloop binnen vijftien minuten gedaan. Maar bij een eerste voorstelling is dat wel anders. Ieder theater is namelijk weer anders, bijvoorbeeld qua hellingsgraad van het podium. Tijdens een tour moet hier in ieder theater weer rekening mee worden gehouden en moeten decorstukken daar soms aan worden aangepast.

 

Toch heeft Joost niet enkel als taak om de techniek te coördineren, hij wordt al vanaf het allereerste begin van een voorstelling betrokken bij het proces. Guy Cassiers staat er namelijk om bekend dat hij vanaf de start samen zit met alle technici. Op deze manier kunnen zij meteen inspringen op ideeën en zien of deze technisch realiseerbaar zijn of niet.

 

The Phantom of the Opera

Omdat de technische doorloop deze keer zo vlot verloopt, is er nog wat tijd voor een rondleiding in de Bourla. Joost neemt me mee naar de kelders van het Toneelhuis, onder het podium bevinden zich blijkbaar nog drie verdiepingen. Ineens waan je je in een setting van de musicalfilm The Phantom of the Opera (guilty pleasure van de redacteur). Het is hier een doolhof van houten panelen en katrollen. Vroeger werden deze gebruikt om decorstukken op het podium te laten bewegen, maar ondertussen zijn ze niet meer in gebruik. Toch is het bijzonder dat deze mechaniek nog aanwezig is, het Toneelhuis is namelijk een van de weinige moderne theaters waarbij er nog zoveel oorspronkelijke mechanismen zijn behouden.

 

een grote familie

Na de rondleiding is het etenstijd en begeven we ons naar de kantine. Hier stroomt het ondertussen vol met alle werknemers van het Toneelhuis. Van de techniekers tot de leidinggevers, van de stagiaires tot de acteurs, iedereen eet hier samen. Het is één grote familie. Dit moet ook wel, voor sommige voorstellingen zijn ze namelijk weken samen op tour. Zo speelt Passion humaines 15 en 16 juni weer op het Holland Festival in Amsterdam. Het voelt nog een beetje onwennig om me als studente plots tussen al dit creatief geweld te bevinden, maar iedereen is heel open en de sfeer is gemoedelijk. Het is mooi om te zien hoe zoveel verschillende soorten mensen zo goed met elkaar samengaan op het moment dat zij naar eenzelfde doel werken, namelijk een geslaagde voorstelling.

 

showtime

Intussen is het nog maar een uur voordat de voorstelling begint en begeven de acteurs zich naar de kleedkamers. Daarna is het tijd voor de soundcheck die ik vanuit de zaal kan bekijken. Het is de eerste keer dat ik eens in een vrijwel lege theaterzaal zit. Maar niet voor lang, over een halfuur opent de zaal voor het publiek. Ik kan nog net een stukje van de inleiding door Petra Damen – die verantwoordelijk is voor de publiekswerking – meepikken in de hal van het Toneelhuis en daarna kan de show beginnen.

 

Wanneer ik weer gewoon als bezoeker in de zaal zit tussen de rest van het publiek, vergeet ik al snel de technici die nu achter de schermen hun taken uitvoeren en laat ik me meeslepen door het stuk. Dat lijkt me alleen maar een goed teken. Na de voorstelling drinken de productieleider en regisseur nog een pintje in de foyer en dan is het tijd weer om naar huis te gaan. Maar voor de echte volhouders is er natuurlijk altijd nog café De Duifkens op de Graanmarkt, waar veel theaterbezoekers nog een laatste pintje (of twee) drinken.



Transatlantic Trade and Investment Partnership
21/05/2015
🖋: 

Europa is al een tijdje met de Verenigde Staten aan het onderhandelen over het ‘Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag’, beter gekend onder de Engelse benaming ‘Transatlantic Trade and Investment Partnership’ (TTIP). Dit handelsverdrag moet de mondiale vrijhandel stimuleren.

c’est quoi ça?

Handelsakkoorden zijn bindende afspraken die de Europese Unie maakt met andere landen of internationale organisaties om zo de handel tussen de verschillende partijen te stimuleren. Voorbeelden van zulke afspraken zijn het vastleggen van lagere invoertarieven waardoor goederen makkelijker tussen de verschillende partners kunnen worden verhandeld. Het sluiten van deze akkoorden haalt dus handelsbarrières weg zodat beide economieën kunnen groeien.

 

De Europese Unie heeft al eerder verschillende vrijhandelsakkoorden gesloten. Zo werd op 1 maart 2013 vrije handel mogelijk tussen de EU en Peru. Op 1 augustus 2013 werd er dan weer een verdrag met Colombia ondertekend, waar zich in 2014 ook Ecuador bij aansloot. Deze akkoorden zouden naar verwachting 500 miljoen euro per jaar opleveren aan de bedrijven in de betrokken economieën. Ook met landen als Zuid-Korea, Mexico, Zuid-Afrika, Chili, Centraal-Amerikaanse landen en de ACS-landen (African, Caribbean and Pacific Group of States) zijn de afgelopen jaren akkoorden gesloten.

 

what about TTIP?

De Europese Unie onderhandelt dus nu over het sluiten van zo’n vrijhandelsverdrag met de Verenigde Staten van Amerika. Volgens sommigen zou het sluiten van dit akkoord leiden tot een enorme economische groei bij beide partners, terwijl andere denken dat het wel zeer moeilijk zal worden voor regeringen om de markten zo te organiseren dat de consument voldoende beschermd wordt.

 

De handelsrelaties tussen de VS en de EU zijn al jaren zeer goed, wat wil zeggen dat er nu al relatief weinig barrières zijn. Toch zou het sluiten van een pact goed zijn voor een handelstoename van 50 procent tussen de twee partners. Men speelt dan ook al sinds de jaren negentig van vorige eeuw met het idee om zo’n vrijhandelszone te creëren. De effectieve onderhandelingen voor TTIP zijn begonnen in juli 2013. Dit akkoord zou de grootste handelszone ter wereld maken, goed voor 46 procent van het BBP van de hele wereld.

 

Momenteel zitten de onderhandelingen in de negende ronde. Voor de EU wordt er onderhandeld door de Europese Commissie. Die heeft een mandaat gekregen van de lidstaten die hun richtlijnen voor de onderhandelingen aan de commissie hebben doorgegeven. De Europese Commissaris voor Handel, momenteel de Zweedse Cecilia Malmström, leidt de onderhandelingen. De Europese Commissie heeft geen mandaat om een akkoord te sluiten. Als de onderhandelingen zijn afgelopen, zullen de Raad, de parlementen van de lidstaten en het Europees Parlement hun goedkeuring nog moeten geven aan het verdrag. De deadline die was vooropgesteld, eind 2015, wordt hoogstwaarschijnlijk niet gehaald.

 

was ist das Problem?

Het TTIP heeft dus zijn medestanders waaronder de Europese Commissie, maar ook werkgeversorganisaties en bedrijven. Volgens hen zal het verdrag enorme economische groei met zich meebrengen en honderdduizenden banen creëren. Ook zal het er voor zorgen dat de regelgeving tussen de VS en de EU geharmoniseerd wordt, wat ook kostenbesparend zou werken.

 

Toch groeit de kritiek op het TTIP met de dag. Bepaalde fracties binnen het Europees Parlement, vakbonden en vele NGO’s wijzen op verschillende problemen die het TTIP met zich mee zou brengen. Zo is er veel kritiek op het gebrek aan transparantie waarmee de onderhandelingen gepaard gaan en de verschillende lobbygroepen en grote bedrijven die het achter de schermen voor het zeggen zouden hebben.

 

Een ander punt van kritiek gaat over de harmonisatie van de regelgeving tussen de VS en de EU. Critici in de EU hebben schrik dat uit het akkoord zal blijken dat de strenge, EU-regelgeving verzwakt zal worden in het voordeel van de veel meer gedereguleerde VS-regelgeving. Dit zou bijvoorbeeld de deur open zetten voor meer vervuilende wagens naar Amerikaanse normen, of naar de import van Amerikaanse chloorkippen.

 

Het laatste en misschien wel grootste punt van kritiek gaat over ISDS (Investor-to-State Dispute Settlement). Door het ISDS-mechanisme kunnen overheden gedwongen worden om miljarden euro's belastinggeld te betalen aan multinationals als compensatie voor wetgeving die hun winsten zou kunnen aantasten.

 

 


sociaaldemocraten tegen ISDS in handelsverdragen met Canada en VS

De Europese sociaaldemocraten hebben in april hun positie ten aanzien van het omstreden ISDS-mechanisme  bevestigd. Door het ISDS-mechanisme kunnen overheden gedwongen worden om miljarden euro's belastingsgeld te betalen aan multinationals als compensatie voor wetgeving die hun winsten zou kunnen aantasten. In het verleden eiste de Zweedse energiereus Vattenfall een compensatie voor het voor de omslag naar een milieuvriendelijker Duits energiebeleid en ook tabaksgigant Philip Morris daagde Uruguay en Australië voor het Internationaal Arbitragehof omwille van anti-tabaksmaatregelen. “Wij willen niet dat het ISDS-mechanisme wordt opgenomen in de handelsverdragen met Canada (CETA) en de Verenigde Staten (TTIP),” zo klinkt het.

 

Met de herbevestiging van haar positie omtrent ISDS komen de Europese sociaaldemocraten tegemoet aan de bezorgdheid van duizenden Europese burgers, die in de afgelopen periode hun ongerustheid over ISDS hadden geuit.

 

Sociaaldemocraten roepen de Europese Commissie nu op om het hoofdstuk omtrent ISDS in de handelsverdragen met de VS en Canada aan te passen en te verbeteren, om ervoor te zorgen dat deze niet worden verworpen in het Europees Parlement. Indien de Europese Commissie beide handelsverdragen alsnog goedgekeurd wil zien in het Europees Parlement, zullen er nog drastische aanpassingen moeten worden doorgevoerd. Als dat niet gebeurd, verliest de Europese Commissie de steun voor beide verdragen.

 


standpunt Europese Volkspartij omtrent ISDS

De EVP-fractie is verheugd over het initiatief van de Europese Commissie om het ISDS-mechanisme te moderniseren, waardoor het transparanter en onpartijdig wordt. Het voorstel dat gepresenteerd werd door commissaris voor Handel Cecilia Malmström is een stap in de goede richting, in het bijzonder voor de lopende onderhandelingen over het Trans-Atlantisch Vrijhandels- en Investeringsverdrag (TTIP). De EVP-fractie verwelkomt het voorstel om de oprichting van een permanent internationaal onafhankelijk Hof van Arbitrage te ondersteunen op de lange termijn. Ze wil een TTIP dat een gemoderniseerd, transparant en onpartijdig ISDS-mechanisme bevat dat moet voorkomen dat elke discriminerende behandeling van EU-investeerders, in het bijzonder het midden- en kleine bedrijven, door de VS zou worden bestraft.

 

De EVP-fractiewoordvoerder in de Commissie Internationale Handel van het Europees Parlement, Daniel Caspary, benadrukte het belang van een sterke bescherming van het investeringsmechanisme: "Het is in het belang van iedereen om grensoverschrijdende investeringen te vergemakkelijken en op hetzelfde moment onze beleggers te beschermen. Hiervoor moeten we een gemoderniseerd en transparant geschilmechanisme hebben dat een snel proces mogelijk maakt, de kosten onder controle houdt en vooral, wettelijk geregeld is zodat de politieke bereidheid niet afneemt. Met het voorstel voor de oprichting van een bilateraal hof van beroep en onafhankelijke arbitrage, is een belangrijke stap gezet om bezorgdheid van de burgers verder te verminderen."

 

"Dit nieuwe concept van de Europese Commissie is een goede basis voor de volgende rondes van onderhandelingen met de Verenigde Staten," zei Godelieve Quisthoudt-Rowohl, EVP-rapporteur voor de TTIP-resolutie in het Europees Parlement. "Het is ondenkbaar voor ons om een investeringspartnerschap af te ronden zonder dat onze investeerders wettelijke bescherming krijgen door moderne arbitrage. We hebben al in de uitgebreide economische en handelsovereenkomst (CETA) aangetoond dat de moderne regels nodig en mogelijk zijn om meer effectief bescherming te bieden aan investeerders zonder afbreuk te doen aan de regelgeving en soevereiniteit van de verdragsstaten. We blijven werken om van de TTIP een succes te maken en zo onze toekomst in handen te nemen, in plaats van de dingen tot stilstand te brengen zoals de tegenstanders van het TTIP willen doen."



Brigitte Kaandorp
21/05/2015
🖋: 

La Kaandorp gaf een SUPERDELUXE show, het beste van wat ze ooit bracht als succesvolle cabaretière. In een onnavolgbare stijl neemt ze haar publiek mee op reis door haar rijke oeuvre. Klassiekers als Ik heb een zwaar leven en Annelies van de Pies mochten daarbij niet ontbreken. Keer op keer trakteert ze haar publiek op lachwekkende situaties, uit het leven gegrepen. Waar haalt ze haar stof en lacht ze zelf nog veel?

Ik zou echt niet weten wat ik anders had willen worden dan cabaretière. Volgens mij was ik dan een heel sneue juf Nederlands met een burn-out geworden. Ik kan natuurlijk goed -daar kwam ik ooit achter- mensen aan het lachen brengen. 'Verbeter de wereld, begin bij jezelf', luidt toch die slogan. Ik hoop door mensen aan het lachen te brengen dat ze iets vrolijker de deur uit gaan dan dat ze binnenkwamen. Dat is mijn missie. M’n kinderen vinden me godzijdank ook best nog grappig. Daar was ik een beetje bang voor, voor die rollende ogen. We hebben een eigen humor thuis, een soort onderlinge gekkigheid. Ze komen ook nog steeds naar mijn shows kijken. Mijn zoon, ondertussen 20 jaar oud, zit wel met een soort techniciteit naar mijn show te kijken, van: 'wat doet die vrouw nou eigenlijk?' Terwijl hij vroeger gemakkelijker alles goed vond.

 

Het is niet echt een hoofdzonde, maar ik sta altijd een beetje weigerachtig tegenover het maken van een nieuwe show, of om me voor te bereiden op een avondshow. Daarom heb ik, als ik een show geef, steeds een zenmoment van drie kwartier nodig voor ik opkom. Het eerste kwartiertje doe ik een soort gymnastiekje en probeer ik echt de tunnel in te gaan: je moet focussen op wat je gaat doen. In de zaal zit namelijk 800 man, daar moet je doorheen. Je kan niet recht uit het dagelijks leven, hup, de zaal in stappen. Ik heb een soort concentratie dat ik me richt op het publiek en me voorstel dat het leuk wordt en dat ik er zo zin in krijg. Na dat kwartier maak ik me niet meer druk, dus echt stress heb ik dan niet meer want anders word je gek als je er je tot vlak van te voren druk om maakt. Het blijft immers mijn professionele bezigheid, dus heel de tijd stressen heeft echt geen zin.

 

Ik kan echt onmogelijk kiezen tussen zingen of theater. Kiezen is voor mij echt wel verliezen dan. De recensenten noemen het vaak een aangekleed liedjesprogramma en dat klopt ook wel. Ik ben gewoon ooit met liedjes begonnen en het geklets tussendoor kwam er automatisch bij. Je kan mij dus een half-om-halfje noemen. Liedjes, langs de ene kant, zijn heel dankbaar. Ze blijven langer hangen en ik heb een paar gouwe ouwes waar mensen vaak naar vragen dus dan blijf je gewoon zingen. Maar kletsen, ach, dat is ook heerlijk. Een heel nonsensverhaal ophangen en daar mensen volledig in meekrijgen... Ik kan gewoon geen keuze maken!

 

Bette Midler is absoluut een groot voorbeeld voor mij en heeft me best geïnspireerd. Het is een brutaal wijf, ze is grappig én ze kan goed zingen. Onze eigen Toon Hermans vond ik ook fantastisch, hij had zo een mooi gevoel voor timing. Hij kon zijn publiek aan het lachen brengen met werkelijk niks. Dan zei hij tegen zijn toneelmeester: “Dennis kan je even m’n tennisraket uit de auto halen” en dan ging ‘ie staan wachten op ‘t toneel tot het tennisracket werd gebracht. Dat duurde vijf minuten en mensen pisten echt in hun broek van het lachen. Dat vind ik magistraal. Maar er is echt wel nog steeds een verschil tussen mannen en vrouwen in de cabaretwereld. Zo weet ik van mezelf dat ik een eigen soort humor heb. Ik heb ook het idee dat vrouwen zich sneller ‘te kakken’ zetten dan mannen. Mannen zullen vaker een grote mening verkondigen terwijl vrouwen meer zoiets hebben van “ik weet het niet, ik doe maar wat” en dat vinden mensen dan ineens grappig ofzo. Ik moet toegeven dat ik wel het idee heb dat ik nooit helemaal serieus word genomen door de mannen. Dat is op zich niet erg want ik heb toch wel succes. De recensenten houden echter toch meer van de mannen in het cabaret.

 

Altijd vrolijk zijn en lachen, kan ik niet. Lachen en huilen liggen erg dicht bij elkaar. In mijn humor zit ergens een grond van waarheid, sommige dingen zijn letterlijk uit mijn leven gegrepen. Dat merk je bijvoorbeeld aan een nummer zoals Zeewind. Dat is zo'n heftig nummer, dan krijg je direct de zaal stil. Het nummer gaat over een vriend die een hersenbloeding kreeg. ‘s Ochtends was er nog niets aan de hand, ‘s avonds lag hij al in het ziekenhuis. Hij lag daar met een gebruind gezicht, hij ademde nog, maar was er niet meer. Ik dacht nog: Dat is veel te privé en veel te gedetailleerd. Maar het publiek voelt dan toch ergens aan dat het écht is. Ook voor mezelf is lachen en huilen soms nauw verweven. Ik kan soms erg somber zijn. Dat zie je bij alle komieken. Neem nou Robin Williams, een van de beste komieken ter wereld, bleek achteraf toch zo depressief als een deur te zijn. Volgens mij kan je pas echt goede grappen maken als je de andere kant ook kent. Als je echt altijd vrolijk bent dan zie je het contrast niet meer.



post uit Praag #9
18/05/2015
🖋: 

Redacteur Maurits Chabot ruilde ons geliefde Antwerpen in voor Praag. Gelukkig is onze Erasmusstudent niet helemaal van de aardbol verdwenen; wekelijks stuurt hij digitale brieven vol Tsjechische avonturen. Altijd neergepend in zijn typische schrijfstijl. Scheur die denkbeeldige envelop open, de postduif is gearriveerd!

Over mijn lessen en professoren had ik weinig te zeggen. Hoewel velen de beste bedoelingen hadden, was het niveau van de colleges niet om over naar huis te schrijven. Letterlijk. Toch is het de moeite waard een impressie te geven van één professor. Een vriendelijke man. Het leek soms bijna of hij echt om de lessen gaf.

 

Van te voren was ik gewaarschuwd dat het universiteitspersoneel van Praag geen vloeiend Engels sprak. Hoewel mijn professoren ons over het algemeen prima te woord stonden, was er af en toe een slip of the tongue.

 

opening

De docent van het vak ‘Creating Europe’ lijkt het de eerste les een goed idee een voorstelronde te doen. Alle studenten geven hun naam, geboorteland en studierichting. Bij het noemen van de studierichting laat de professor steeds weten of een verwant onderwerp tijdens de lezingen aan bod komt. Wanneer een studente uit Duitsland vertelt dat ze onderzoek doet naar de rol van vrouwen in Europese samenwerking, reageert de professor enthousiast: “I surely can do something on women!” Behalve een Engels meisje is de (onbedoelde) betekenis van de opmerking de klas ontgaan. De Engelse zoekt mijn blik. Het semester kan beginnen.

 

collegezaal

De collegezaal waar ‘Creating Europe’ plaatsheeft, is geen collegezaal. Het is zelfs geen lokaal. De ruimte is een vierkant kamertje, aan het einde van een gang op de derde verdieping. De muren houden zich schuil achter boekenkasten en bij het raam staat het bureau van de professor. Er is een tafel tegenaan geschoven, met zeven houten stoelen eromheen. De stoelen en tafels hebben veel weg van een showroom van IKEA. Het is het privékantoor van de professor. Afgaande op de geur die er iedere week hangt, zwoegt hij urenlang op taaie dossiers voordat wij binnenstappen. Een raam opent de professor echter niet. Ook al ruikt het naar ontbonden camembert. Ook al is het buiten dertig graden. Ook al staan zelfs de boeken te zweten.

 

profes-sober

Eenmaal vroeg ik, in een spontane bui, de professor naar tips om de Praagse cultuur te proeven. Levensgevaarlijk. Eindeloze stilte. Ik keek naar buiten terwijl zijn buik rommelde. Weer stilte. Het geluid van moeizaam denken. Ik wilde al zeggen dat het goed was en het lokaal verlaten, maar ineens had hij een ingeving. “You should go for beers, that is what we like to do.” Bier drinken; Praagse cultuur volgens de professor.

 

verzorgd

Iedere week staat er een blik cola naast zijn laptop. Vanaf mijn stoel kan ik horen hoe hij de koolzuuroprispingen vanuit zijn omvangrijke buik probeert te onderdrukken. Hij drinkt met lange teugen en wrijft dan met zijn handen in zijn gezicht. Vaak kriebelt hij in zijn baard, of in zijn bleke haardos dat altijd als een spel mikado-stokjes alle kanten op steekt. Als hij ons Engels niet verstaat, lacht hij vriendelijk.

 

test

Halverwege het semester hebben we een onverwachte test. We moeten vijf vragen beantwoorden over artikelen die we moesten lezen. “Please, keep it short”, drukt hij ons op het hart. Hij legt uit dat we zeker geen ingewikkelde zinnen moeten schrijven. Blijf bij de kern, wees to the point. “No complicated sentences”, herhaalt hij. Na een paar minuten vraag ik een nieuw blaadje. “Extra paper?”, hij schrikt. “I told you to keep it short.” Als ik het inlever, pakt hij mijn antwoorden bevreesd aan. Een zucht. “Gosh, that is a lot”, verzucht hij welgemeend maar berustend.

 

Bij het verlaten van de laatste les staat hij bij de deur. Hij geeft ons een hand. Ik ga die dolle dinsdagmiddagen aan het einde van de gang op de derde verdieping, in dat kleine lokaaltje nog missen. Net als die professor.

 

Praags aanzicht

Praags aanzicht



de dwarsligger
18/05/2015
🖋: 

De homo sapiens studentus, of dwarsligger in de volksmond, is een bijzondere soort. Naast de kenmerkende activiteit van studeren, staan de exemplaren van dit ras vooral bekend als genieters van het (nacht)leven. Hebben zij ook andere geheimen prijs te geven? dwars zoekt het uit in hun natuurlijke habitat: het kot. Onze dwarsligger van de maand heet Lilli (19). Ze studeert Engels-TFL en zit nu al bijna één jaar op kot. Op stiltes hoef je bij Lilli niet te rekenen, ze vertelt honderduit over studie, mannen, reizen en geeft ons ook nog wat handige tips.

We zijn op kot bij Lilli, een uitbundige, goedlachse, exotisch-ogende jongedame, oorspronkelijk uit Brussel en momenteel Taal- en Letterkunde student. Ze is chaotisch, een gangmaker en bij tijd en wijle erg luid. Ze is erg content met haar kot, maar een dubbelbed zou toch wel fijner zijn, aangezien ze graag spoont. Ook schuwt Lilli het niet om haar kleine bedje uit te lenen. "Ik ben heel vrijgevig en heb mijn kot weleens uitgeleend aan vrienden die geen kot hebben. Liever hier dan dat ze in een steegje gaan poepen."

 

Ze heeft honderden verhalen. Ook handige tips, zo blijkt. Als je een brandtrap aan je raam hebt, kun je beter de gordijnen sluiten als er iemand op bezoek is. Zo hebben haar kotgenoten weleens de trap naar het hemelse raam van Lilli beklommen, om haar daar in haar evakostuum te kunnen bewonderen. Een andere tip is er eentje over een potje rubber dat je niet naast een kaarsje mag zetten, omdat dat nog weleens gevaarlijke scheuren kan opleveren.

 

Lilli combineert haar studie met af en toe op café gaan, cantussen, met vriendinnen potten Nutella leeg eten en hier en daar een rol in een kortfilm spelen. "Ik moet iemand spelen die verkracht wordt in een open veld, omringd door blikjes Cara." Ze heeft besloten om na dit jaar een andere studie te gaan doen die haar meer basis zal bieden voor een master Ontwikkelingshulp. Het liefst zou ze een job vinden waarin ze zich effectief waardevol kan maken voor mensen in gebieden in nood.

 

Er hangen wat schilderijen en tekeningen aan de muur. Eentje is samen met een vriend die langskwam met verf en een fles wijn, gemaakt. Een andere met een vriendin met liefdesverdriet midden in de nacht in Buenos Aires, toen Lilli een jaar in Zuid-Amerika was. Ze heeft daar nog in het Hard Rock Cafe gewerkt. De avonturen en verhalen van destijds in combinatie met de praatgrage dame kunnen zo uren vullen.

 

Ze mag dan graag een pintje drinken en een dansje wagen, ze weet toch ook haar studies deftig te doen. Zo is ze in het eerste semester voor nog geen enkel vak gebuisd en hoopt ze dit ook in het tweede semester vol te houden. Deze knappe kop beweert dan ook dat ze vooral veel profijt heeft gehad van een gedegen middelbare opleiding. "Goed samenvatten en de juiste verbanden leggen," is nog één van haar tips. Waar Lilli niet zo goed in is? "Mensen feliciteren mij als ik ergens eens op tijd verschijn."



onderwijsatelier over gelijke kansen
18/05/2015
🖋: 

Gelijkheid in het onderwijs? Dat is er toch al? Voor sommigen is de wereld heel eenvoudig. Voor diegenen die het Onderwijsatelier bijgewoond hebben, heeft de wereld wat meer nuance. Twee directeurs, een socioloog en een docent Onderwijskunde – het klinkt als het begin van een goede mop – brachten die avond hun ideeën en onderzoeksbevindingen naar voren. Het Onderwijsatelier, onder meer door Caroline Gennez georganiseerd, had ditmaal als doel de recent gepubliceerde Pisa-resultaten te bespreken.

Pisa, kort voor Programme for International Student Assessment, is een driejaarlijks internationaal onderzoek dat uitzoekt hoe ver vijftienjarigen staan op het vlak van wiskunde, leesvaardigheid en wetenschappelijke geletterdheid. Er is, wonder boven wonder, een verband vastgesteld tussen de afkomst op sociaal, economisch en etnisch vlak van leerlingen en hun onderwijskansen. Een voortdurende dialoog over dit onderwerp is belangrijk. Het moet bespreekbaar blijven, ook nu gelijke kansen in het onderwijs niet meer gezien worden als een kerndoelstelling. Uit de resultaten van de Pisa-test van 2009 blijkt dat er een grote kloof bestaat tussen het leesniveau van de beste en de slechtste leerlingen. Vergeleken met de peiling van het jaar 2000 is deze kloof zelfs gegroeid. Daarom moet er extra aandacht zijn voor onderwijsgelijkheid.

 

Dimo Kavadias, docent Onderwijskunde, ziet segregatie in het Vlaamse onderwijs. Dat is een probleem want in onze samenleving bepaalt het diploma dat je behaalt héél veel andere factoren in je leven. Het beïnvloedt wie je vrienden zullen zijn, waar je zult werken, welk soort werk je zult doen en hoeveel je zal verdienen. Dit speelt een rol in je gezondheid, je eetgewoonten, noem maar op.

 

voorrang

Wat kan er veranderen om gelijkheid te garanderen? Een manier om gelijkheid te verzekeren is de keuzevrijheid van ouders om een school te kiezen in te perken. De best geïnformeerde ouders weten de beste scholen te vinden, terwijl andere kinderen in de kou blijven staan. Het probleem is echter dat het afnemen van het recht van ouders zelf een school voor hun kind te kiezen in strijd is met de grondwet. Wat wél kan helpen is het invoeren van zogenoemde 'voorrangspercentages', waarbij een school een zeker aantal inschrijvingen voorbehoudt voor sociaal kwetsbare leerlingen.

 

Dirk Jacobs, als socioloog verbonden aan de ULB, vindt het heel belangrijk dat we een klimaat creëren waarin het oké is om problemen te benoemen. Dat is de enige manier om ze op te lossen; er mogen geen heilige koeien zijn. Ook hij ziet dat kinderen uit gezinnen die hoger op de socio-economische ladder staan, ook hoger scoren op de Pisa-test. Voor hem is het belangrijk dat scholen een gebalanceerde compositie hebben. Scholen waar voornamelijk welgestelde kinderen op zitten zullen elkaar optrekken; scholen waar niemand thuis Nederlands spreekt en waar armoede welig tiert zullen elkaar naar beneden trekken. Een goede spreiding van leerlingen zorgt ervoor dat armere leerlingen toch mee naar boven getrokken kunnen worden.

 

Een school met een sterk gemotiveerd team doet ook wonderen. Onderzoek toont aan dat scholen met veel diversiteit, maar met een duidelijke missie en een schoolteam met sterke cohesie wél in staat zijn gemiddeld of zelfs beter te scoren. Helaas is het juist in die scholen waar de meest ervaren en competente leerkrachten het hardste nodig zijn, dat je doorgaans beginnende leerkrachten vindt. Jacobs is ervan overtuigd dat Vlaanderen alles in huis heeft om de onderwijsproblemen op te lossen. Het is een kwestie van de juiste mensen met de juiste middelen op de juiste plaats te krijgen.

 

voorbeeld

De man van de avond was echter Hocine Trari. Hij is directeur van basisschool Kriebel in Deurne. Het verhaal van zijn school zou zo verfilmd kunnen worden. Elk semester verhuist een vijfde tot een derde van de leerlingen. De helft van ‘zijn ouders’ zijn eerstegeneratie immigrant. Van zijn 300 leerlingen is 80 procent moslim. Bijna 80 leerlingen hebben een andere nationaliteit dan de Belgische. Zijn school kreeg slechte punten van de inspectie. Vooral Nederlands en wiskunde moesten dramatisch verbeteren. Niemand wilde directeur worden van een gedoemde school, maar Hocine zocht net die uitdaging. Nu, drie jaar later, is zijn school geslaagd voor de inspectie.

 

Hij vertelt over concrete gevallen van misgelopen communicatie met ernstige gevolgen. Zo zag hij enkele leerlingen die dit jaar naar het eerste middelbaar gegaan zijn. Er werd hen aangeraden naar een ASO school te gaan, maar toen hij met ze praatte, kwam hij erachter dat ze in de nabijgelegen BSO school zaten. Waarom? Omdat hun ouders te laat waren voor de inschrijving. Schrijnend. Hocine zet nu mensen in die leerlingen (en hun ouders) begeleiden bij de overgang van lager naar secundair.

 

financiële tegemoetkoming

Al staat de maximumfactuur hem toe om tot 70 euro te vragen op de schoolrekening, er wordt niet meer dan 30 of 35 euro aangerekend. Toch blijven er een aantal rekeningen open. Hij laat die rekeningen open. Het heeft geen zin de ouders op te jagen om toch te betalen. Toevallig is er een proefproject waaraan hij meewerkt, georganiseerd door het OCMW. In het kader van dit project wordt er uitgezocht waarom deze facturen niet betaald worden. Wat blijkt? Verschillende ouders hebben recht op verhoogde tegemoetkomingen zonder het zelf te weten. Daarbij komt nog dat Hocine die schoolfacturen rechtstreeks aan het OCMW mag factureren: win–winsituatie.

 

Er is werk aan de winkel, maar er is hoop. Het kan beter, en met de juiste inzet en een positieve houding kan elke school stappen in de goede richting zetten. Het is aan ons, het bredere publiek, om de discussie in leven te houden. Het is aan ons om open te staan voor elkaar, voor een betere toekomst, een toekomst voor iedereen.



microscoop op wetenschap
18/05/2015
🖋: 

Universiteit Antwerpen mag terecht trots zijn op haar Centrum Medische Genetica. Het onderzoeksteam van de afdeling Cognitieve Genetica heeft een gen ontdekt dat bij mutatie de oorzaak is van een nieuw syndroom: het Helsmoortel–Van der Aa syndroom. dwars sprak met Céline Helsmoortel, bio-ingenieur, doctoraatsstudente en uitermate vlotte madam uit Lint.

DNA for dummies

Een mens bestaat uit 35 biljoen cellen. Verscholen in de kern van elke cel bevindt zich een sensationele spiraalvormige substantie: ons DNA. Het DNA is zeer geconcentreerd opgerold in 23 paar chromosomen. Als het zich ontrolt, kunnen onze 20.000 genen zichtbaar worden. Slechts 2 procent van het DNA bestaat uit de coderende genen, dit gedeelte noemt men het exoom. Het grootste deel van het menselijk genoom bestaat dus uit niet-coderend DNA. Een gen is het gedeelte van het chromosoom met gecodeerde informatie voor één bepaald eiwit. Een gen zelf is dan weer opgebouwd uit een bepaalde volgorde van basenparen. Het menselijk genoom heeft ongeveer 3 miljard basenparen met vier mogelijke basen: adenine, thymine, guanine en cytosine. Deze vier vormen de bouwstenen van de streepjescode van je bestaan.

 

een monstermachine

Deze belachelijk lange code werd voor het eerst ontrafeld in 2001 dankzij het Human Genome Project. Dit project duurde 11 jaar lang. De moderne technologie kan vandaag gelukkig iets sneller het genoom in kaart brengen dankzij next generation sequencing. In het genetisch onderzoekscentrum van Universiteit Antwerpen staat er een waanzinnig krachtige machine verscholen: de HiSeq1500. Het apparaat heeft weliswaar een prijskaartje waarvan je achterover zou vallen, maar er zijn baanbrekende mogelijkheden aan verbonden. Deze machine kan het volledige exoom van acht personen tegelijkertijd ontrafelen op anderhalve dag. De vier basen krijgen elk een kleurtje en de laser van de HiSeq1500 leest deze kleurtjes af. Opdat de machine dit kan lezen, moet het DNA worden aangehecht in een flow cell. De gelabelde basenparen vloeien daarna als het ware in acht kanaaltjes. Dankzij het labelen met kleurtjes kan het DNA in kaart worden gebracht en zo kunnen mutaties worden gelokaliseerd. Het identificeren gebeurt via een computeranalyse van een gigantisch tekstbestand met alle opeenvolgende basen.

 

de symptomen

Mede dankzij deze technologie is een gen gevonden dat verantwoordelijk is voor het Helsmoortel – Van der Aa syndroom dat verschillende kenmerken heeft. Er is sprake van een milde tot ernstige verstandelijke beperking met een IQ lager dan 70. Patiënten hebben tevens autisme spectrum stoornissen. De mutaties in dit specifieke gen zijn verantwoordelijk voor 0,17 procent van alle gevallen van autisme spectrum stoornissen, dit lijkt misschien niet veel, maar dit is een aanzienlijk aandeel als je bedenkt dat er maar 1 procent in totaal überhaupt genetisch verklaard wordt. De personen hebben ernstige spraakproblemen. Sommige kinderen kunnen een paar woorden zeggen, anderen zijn alleen in staat om klanken te produceren. Ook herkent men verschillende uiterlijke kenmerken: een prominent voorhoofd, hoge haarlijn, dunne bovenlip en een brede neusbrug. Daarnaast hebben ze een verstoord dag- en nachtritme waardoor er slaapproblemen ontstaan. Sommige ouders laten hun kind in een tent slapen zodat ze zich veilig voelen en toch tot rust kunnen komen.

 

een de novo mutatie

Elke biologische reactie in ons lichaam gebeurt door middel van eiwitten. Om deze eiwitten te produceren is er een bouwplan nodig. De info hiervoor zit in het specifieke gen. In het geval van het Helsmoortel–Van der Aa syndroom is er een fout in het ADNP-gen, waardoor het eiwit korter is dan normaal en er foute informatie inzit. ADNP staat voor activity-dependent neuroprotective protein, het is een eiwit dat zenuwcellen beschermt. Zonder deze bescherming gaat er dus iets mis in het ontwikkelingsproces van de hersenen. Het fascinerende aan de fouten in het gen is dat ze niet afkomstig zijn van de ouders. Dit heet een de novo mutatie. Veel aandoeningen zijn erfelijk, maar in het geval van Helsmoortel – Van der Aa, zijn het mutaties die pas zijn ontstaan in het kind. De onderzoekers konden het verband leggen tussen deze mutaties en het ziektebeeld dankzij een internationale samenwerking. Bij het eerste onderzochte patiëntje was er enkel een vermoeden, vier maanden later werd in Nijmegen nog één persoon geïdentificeerd na het checken van het DNA. Vervolgens werden ook patiënten in Sicilië, Seattle, Zweden en Australië ontdekt en zo zijn ze langzamerhand aan tien kindjes gekomen voor hun studie die vorig jaar gepubliceerd werd in het gerenommeerde tijdschrift Nature.

 

erkenning

Bij de families valt een zware last van de schouders. Na talloze doktersbezoeken en menig medisch onderzoek is er eindelijk gevonden wat hun kindje heeft. De ouders hebben contact met elkaar en zitten in een besloten groep op Facebook. Hier kunnen ze hun ervaringen delen en herkenbaar gedrag wordt zo over en weer gecommuniceerd. De onderzoekers houden deze groep in de gaten en kunnen daardoor beter inzicht krijgen in het syndroom. In het originele onderzoek waren tien kindjes geïncludeerd. Momenteel zijn er al een veertigtal personen die Helsmoortel–Van der Aa zouden hebben. Het onderzoeksteam is alvast benieuwd naar de toekomst. Universiteit Antwerpen mag fier zijn op Céline: 26 jaar en al een syndroom op haar naam. Daar neemt dwars de pet voor af.

 

 

Meer weten? Het gepubliceerde artikel in Nature Genetics is online te vinden.



openbare veiling op de Vrijdagmarkt
17/05/2015
🖋: 

Aan koopjesjachten doen we allemaal. Of je nu een dolgedraaide moeder bent die als een gladiator haar tegenstanders bekampt tijdens de winter- en zomersolden, of een vrekkig mannetje dat te allen tijde op de balans van zijn kapitaal let, of een budgetloze student die simpelweg genoodzaakt is het goedkoopste te kiezen. Ook de bieders, die tijdens een veiling hun stem schor roepen en armspieren doen verkrampen, vallen onder de noemer van koopjesliefhebbers. Bij deze laatste groep rijzen al gauw de Jambers-vragen: wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen? Gaat het om een sinister volkje, in bedwang gehouden door de macht van de veilingmeester? Of zijn het schattenjagers, op zoek naar verborgen parels tussen de uitgestalde kitsch? En hoe gaat dit veiling-gebeuren juist in zijn werk? dwars zakte af naar het historisch centrum van Antwerpen en was getuige van de wekelijkse openbare veiling op de Vrijdagmarkt. Daar zochten en vonden we antwoorden, want: niet geboden is altijd mis.

Een vrouw passeert met een antieke kroonluchter in haar ene hand, een bureaulamp in de andere. Verderop loopt iemand met een opgerold oosters tapijt op de rug, zeult een kind met een doos speelgoed groter dan hijzelf en tracht een groep mannen tevergeefs een zetel in hun bestelwagen te duwen. Her en der over het plein liggen kapotte meubelstukken en stapels rotzooi verspreid, waarrond mens-geworden gieren in grote getale cirkelen, opdat ze de meest waardevolle spullen eruit kunnen vissen. Wie niet beter zou weten, waant zich in een plundertocht van Atilla de Hun. Maar op vrijdagmiddag is dit het normale straatbeeld op de Vrijdagmarkt.

 

de theorie

Omwonenden zijn er bekend mee en komen graag kijken: iedere vrijdag van 9 tot 13 uur wordt een deel van de Vrijdagmarkt met koorden afgespannen en vindt hier een openbare veiling plaats. Deze koorden bakenen de grenzen van de zogenoemde ‘carré’ af, het figuratieve speelveld van de veilingmeester waarbinnen een hele reeks tafels staan opgesteld met daarop ontelbaar veel spullen. De veilingmeester schat ter plekke de producten naar waarde en probeert ze te verkopen aan de omstaanders. Ondertussen houdt een collega op een laptop bij welke loten er verkocht zijn en tegen welke prijs – alles is genummerd, waardoor deze taak toch overzichtelijk blijft. Tevens is een deurwaarder aanwezig voor toezicht.

Vroeger passeerde waardevolle kunst op de veiling, maar tegenwoordig worden vooral oude meubelstukken en prullaria verkocht. De verkopers halen deze spullen bij mensen die er geen blijf mee wisten na het opruimen van hun zolder of garage, maar ook bij deurwaarders die inboedels in beslag hebben genomen. Het authentieke gebeuren heeft dus ook zijn tragisch kantje.

 

 

de praktijk

In de Drukkerijstraat, een zijstraat van de Vrijdagmarkt, weerklinkt al de luide stem van de veilingmeester, die met plat Antwerps dialect door de microfoon van zijn headset roept. ‘‘Deze oude sterrenkijker, beginnende aan 10 euro. 10 euro, wie biedt 10 euro? Niemand? Deze sterrenkijker aan 5 euro.’’ Enkele geïnteresseerden steken hun hand in de lucht en schreeuwen om de aandacht van de veilingmeester. ‘‘5 euro voor meneer in de hoek,’’ vervolgt deze, ‘‘7 euro mevrouw daarginds. 7 euro, wie biedt meer?’’ Zo gaat het door totdat er één persoon overschiet, die voor 15 euro het aftandse apparaat mee naar huis mag nemen. Meteen kiest de veilingmeester het volgende product. Een komisch zicht is het wanneer hij een doos kleding uitkiest die aan de overkant van de carré staat, en de massa mensen – toch gemakkelijk een honderdtal – op een drafje volgt. Allemaal willen ze zo snel mogelijk zien om welk artikel het juist gaat, en eventueel zo snel mogelijk hun bod plaatsen.

 

Omdat de veilingmeester nog volop in de weer is de laatste producten te verkopen, wend ik mij tot de aanwezige deurwaarder. Als ik hem vraag of er wel eens conflicten zijn tussen verkopers en kopers, lacht hij. ‘‘Dat moet lukken, vanochtend hadden we nog een klein incident. Er werd een doos schoenen te koop aangeboden, waarbij de veilingmeester duidelijk benadrukte dat het alléén maar linkerschoenen betrof. De doos vol linkerschoenen werd uiteindelijk verkocht voor 40 euro. Een halfuur later stond die man hier echter terug, met de klacht – u raadt het – dat de doos enkel vol linkerschoenen zat. Moest dit niet tot driemaal toe vermeld zijn geweest, dan hadden we hem zijn geld teruggegeven. We hebben voorgesteld de doos terug te koop aan te bieden en dat verworven geld zou de man dan ontvangen. Uiteindelijk zijn de schoenen verkocht aan 20 euro.

 

 

alternatief voor vakantiewerk

"Mensen van verschillende leeftijden en origine komen hier rondsnuffelen," gaat de deurwaarder verder, "Er duikt hier ook iedere week een student op die telkens enkele producten koopt, om ze vervolgens door te verkopen op een andere markt. Ter vervanging van een studentenjob.’’ Wie zijn baantje bij McDonalds of elders beu is, weet dus wat te doen. Rond 13 uur arriveert de stadsdienst om het overgebleven vuil op te kuisen. ‘‘Spullen die niet waardevol zijn en die de veilingmeester niet verkocht krijgt, laten verkopers gewoonweg achter. Dan beginnen de ware plundertochten pas echt.’’ De verplichte verschijning van de politie luidt het officieuze einde van de veiling in. Maar volgende week gaat de koopjesjacht hier weer van start, hetzelfde uur en op dezelfde plaats.

 



aanbevelingen voor studieontwijkend gedrag #9
17/05/2015
🖋: 

De examenperiode is weer aangebroken en dat maakt ons studenten weer de meest productieve wezens ter wereld! Als we niet zwetend boven de boeken hangen, breken we records op bestofte spelletjes, beginnen we verwoed op te ruimen of hangen we nostalgisch voor de buis wanneer er jeugdseries uitgezonden worden.

De bib vult zich weer met ijverige studenten die hun hersenen kraken op ‘Thermodynamica’ of ‘Inleiding tot het recht’. De strijd om een 10 op 20 te halen is weer aangebroken, maar geen paniek, je staat er niet ongewapend voor. Met deze – hopelijk niet al te herkenbare – valkuilen én oplossingen ervoor, kun je elk vijandig examen de baas.

 

valkuil:  ‘Ik ga al mijn handboeken samenvatten, zo moet ik ze niet meer bekijken in de examenperiode.’

Je moet enkel een samenvatting maken als de cursus niet gestructureerd is. Als je een handboek van 500 pagina’s gaat samenvatten in een ‘beknopte’ samenvatting van 400 bladzijden, heeft het weinig nut. Als je in het academiejaar studeert, probeer dan steeds om het vak ‘blokklaar’ te maken: sta stil bij hetgeen je doet en vraag je telkens af hoe het jou zal helpen tijdens de examens. Ga per vak na welke methode je het best toepast. Staat er al veel informatie op de slides, dan kun je misschien best per les de hoofdstukken in het handboek lezen en de slides verder aanvullen. Is het handboek de basis van de cursus, dan kan het wel de moeite zijn om tijd in een goede samenvatting te investeren. Afhankelijk van het type student dat je bent, kunnen ook schema’s of mindmaps de leerstof verduidelijken.

 

Supertip: Spreek met je vrienden af om samen een boek samen te vatten. Veel minder werk en toch een compleet overzicht!

 

valkuil:  ‘Ik leer alle stof grondig en dan los ik de avond voor het examen de voorbeeldvragen op.’

Als je pas vlak voor het examen naar examenvragen uit de vorige jaren kijkt, kan het zijn dat je gaat panikeren. Ook kan het zijn dat je de focus niet op de juiste materie hebt gelegd. Het is beter om die examenvragen te bekijken voor je begint met blokken. Zo weet je wat belangrijk is en hoe het gevraagd wordt.

 

Supertip: Kijk de website van je studentenvereniging na. Vaak vind je er een aantal nuttige examenvragen van de vorige jaren.

 

valkuil:  ‘Een planning opstellen is tijdverlies. Ik leef wel van examen naar examen.’

Een realistische planning is heel belangrijk om een overzicht te bewaren. Lijst in het academiejaar op wat je per vak nog moet doen. Probeer deze taken dan in een week-, dag- en misschien zelfs uurplanning te gieten. Maak je planning zo concreet mogelijk, zoals ‘lees hoofdstuk 2 van Marketing’. Zo is de kans groter dat je actie onderneemt en als je het doel haalt, werkt dat ook motiverend.

 

Zorg er wel voor dat het haalbaar is: het is niet de bedoeling dat je volledig uitgeput aan de blokperiode begint. Als je teveel dingen moet doen in je beschikbare tijd, stel dan prioriteiten. Als er bijvoorbeeld vooral oefeningen op het examen gevraagd worden, verlies dan niet je tijd met het memoriseren van definities. Plan ook je ontspanning en verplichtingen in.
Raak vooral niet in paniek: wanneer je je planning niet volledig haalt, wil dit niet zeggen dat je het examen zal buizen.

 

Supertip: Plan elke week een dagje buffer in. Als je achterraakt op schema, dan heb je nog tijd om op deze dag verloren tijd in te halen. Heb je nog tijd over, dan kun je op dat moment iets leuk doen.

 

valkuil:  ‘Ik neem geen pauzes, daar heb ik te weinig tijd voor!’

Pauzes zijn heel nuttig om de concentratie te bewaren en om jezelf te belonen voor het studeren. Het is ook belangrijk om het studeren en pauzeren goed van elkaar af te bakenen. Probeer dus om weg te gaan van je bureau en iets helemaal anders te doen dan lezen of computeren. Maak er bij voorkeur iets actief of sociaal van. Als je in de bib studeert, is een pauze nemen met anderen ideaal. Een andere tip is om een activiteit te kiezen die niet kan uitlopen. Een spannende serie is misschien geen goed idee, omdat je dan in de verleiding komt om een aantal afleveringen achter elkaar te kijken en die pauze eeuwig kan duren.

 

Ook als je niet geconcentreerd hebt gestudeerd, heb je recht op een pauze. Als je blijft studeren en je schuldig voelt omdat je nog niet veel hebt bereikt, lukt het studeren meestal ook niet goed. Vermijd je afleiders. Als je smartphone je erg verstrooit tijdens het blokken, leg deze dan aan de kant en beloon jezelf door enkel in je pauze Facebook te checken of berichten te beantwoorden.

 

Supertip: Laat al je energie de vrije loop tijdens je pauze door loeihard mee te zingen op je favoriete liedje en je helemaal te laten gaan.

 

valkuil: ‘Ik kan beter het volgende hoofdstuk proberen memoriseren, dan te herhalen wat ik al heb geleerd.’

Herhalen is heel belangrijk bij het studeren. Vaak is het beter om nog even de dingen te herhalen die je gestudeerd hebt, zodat je deze ook grondig kent, dan nog snel het laatste hoofdstuk erbij te blokken. Herhalen kun je na elk kort blok doen of na een hele dag. Het is belangrijk dat je een goed overzicht hebt van de cursus en alles aan een kapstok kan hangen. Het is ook belangrijk dat je actief herhaalt: door jezelf te ondervragen over de belangrijkste punten of door linken te leggen met andere hoofdstukken bijvoorbeeld. Gewoon alles doorlezen, is minder nuttig.

 

Supertip: Vraag een vriend of ouder om je te ondervragen of maak vooraf kaartjes met aan de ene zijde een vraag en aan de andere zijde het juiste antwoord. Zo wordt herhalen meteen een pak leuker. Je kan ook met andere overleggen over de leerstof, waardoor je misschien linken ontdekt en meer inzicht krijgt in het vak. Let er wel op dat dit niet voor extra stress zorgt en doe het dus niet vlak voor een examen.

 

 

Hopelijk zorgen deze tips ervoor dat je deze valstrikken omzeilt en een overleef je de examenperiode zonder kleerscheuren of herexamens. Want een gewaarschuwd student, die is er minstens twee waard. Tot in de bib!

 

Heb je nog vragen of wens je nog wat extra tips? Neem dan een kijkje op de website www.teleblok.be of de website van de Universiteit Antwerpen. De studentenbegeleiders van het STIP helpen je graag bij vragen rond studiekeuze, psychologische problemen, studievaardigheden of bijzondere faciliteiten. Wanneer je nood hebt aan individuele studiebegeleiding, aarzel dan niet om een afspraak met hen te maken via stip@uantwerpen.be. Dit artikel kwam tot stand dankzij de medewerking van studentenbegeleidsters Ruth De Pau en Hanne Van Balen.