auteur Lize Spit
30/04/2016

Ze verovert de wereld. Aan een sneltempo. Zij. De 27-jarige Brusselse die opgroeide in een klein, Vlaams boerengat vlakbij het Kempische Pulderbos. Drie maanden na de geboorte van haar debuutroman Het Smelt, gaat dwars tegenover haar zitten. Ze vraagt ons wat wij studeren. Waarom we schrijven. Waarom we haar zo graag wilden spreken. De bescheidenheid achter de hype. Beste lezers, hier is ze dan: Lize Spit.

We kaatsen haar vraag terug. Wil zij nog (verder) studeren? “Eigenlijk wel. De studie Scenario aan het RITSC is op vlak van basiskennis vrij pover. Ik heb er nog wel eens aan gedacht om wat meer basiskennis op te doen. Geschiedenis bijvoorbeeld. Taal- en Letterkunde zou ik niet direct durven aanvatten. Ik heb schrik dat ik dan niet meer zou kunnen schrijven. Dat door al dat lezen en bestuderen van taal mijn woorden niet meer vanzelf zouden komen.”

 

debuterende bekendheid

“Veel journalisten die ik de laatste maanden heb ontmoet, vertelden me dat ze Taal- en Letterkunde zijn gaan studeren in de hoop ooit schrijver te worden. Daarna zijn ze de journalistiek in gegaan, omdat ze dachten dat ze niets meer toe te voegen hadden aan alles wat ze bestudeerd hadden.”

 

Dankzij je roman heb je al heel wat journalisten moeten trotseren. Je foto’s staan in tijdschriften en je gezicht komt op de televisie. Kun je nog onzichtbaar zijn?

“Het hangt er vanaf waar ik ben. In de Franstalige Brusselse wijken kan ik nog ongestoord rondlopen. In Vlaanderen is dat moeilijker. Zo kwam tijdens het winkelen laatst een verkoopster mijn handtekening vragen. Ze was heel vriendelijk, maar ik blokkeerde volledig. Ik besefte plots dat ik geen anoniem iemand meer was. Dat is een vreemde gedachte. Wat als die vrouw zou vinden dat ik maar een stukje pretentie was wanneer ik de kleren niet meer mooi terug kon opvouwen? Mensen weten opeens wie ik ben. Of denken dat toch te weten.”

 

Schrijven is het harnas dat ik draag.

 

“Dat zal wel even snel weer verdwijnen. Binnen een jaar is er iemand anders nieuw en dan kan ik weer gewoon mijn gangetje gaan. Het hangt er natuurlijk ook vanaf hoe je met die plots opgekomen bekendheid wil omgaan. Zo ben ik bijvoorbeeld gevraagd voor een testaflevering van De Slimste Mens en kledingmerken willen outfits sponsoren. Ik moet me heel bewust afvragen of ik een BV wil worden of enkel een schrijfster wil zijn.”

 

“Ik denk eigenlijk niet dat ik mee ga doen. Het heeft niet zoveel te maken met wat ik echt doe. Je bent gemakkelijk bezig met andere dingen en dan kom je niet meer aan schrijven toe. En schrijven is wat ik het liefste doe en waar ik me elke dag mee wil bezighouden.”

 

Lukt(e) het om alle dagen te schrijven?

“Tijdens het schrijven van mijn roman schreef ik inderdaad dag in, dag uit. Ik had een voorschot gekregen dat mij toeliet om bijna een jaar thuis te werken en dat heb ik ten volste proberen te benutten. Ik heb een kantoor aan de rand van de stad en daar trok ik iedere dag weer naartoe. Vanaf negen uur werkte ik hard door, om tegen vijf uur weer huiswaarts te keren en daar een avondlijke en nachtelijke schrijfsessie te houden. Enkel in het weekend ging ik niet naar kantoor. Maar ook dan werkte ik heel de dag en een groot deel van de nacht.”

 

De machine van mijn boek bleef maar ratelen in mijn hoofd.

 

“Soms had ik nachten na elkaar maar drie of vier uur slaap. Sommige nachten kon ik zelfs helemaal niet slapen. Nachtjes doorwerken, het heeft ook iets magisch. Alsof je echt even alleen op de wereld bent, want iedereen slaapt. Er gebeurt niets meer. Dat helpt heel erg om te werken, ik zat echt in een soort roes.”

 

machineroutine

“Mijn werkritme had iets eenzaam. Een goede eenzaamheid, dat wel. Het is gek om nu met vrienden over die tijd te praten. Een vriendin van mij zei onlangs dat ik toen heel erg ver weg zat, onbereikbaar was. En ze had eigenlijk gelijk. Ik deed natuurlijk nog aan dingen mee, maar eigenlijk was ik er nooit echt helemaal bij. Ik kon mij niet meer ontspannen met andere mensen. De machine van mijn boek bleef maar ratelen in mijn hoofd.”

 

Als dat jouw werkritme is, chapeau. Veel kunstenaars schijnen alcohol, drugs of wilde feestjes nodig te hebben. Jij had enkel regelmaat nodig.

“Die afhankelijkheid van producten vind ik zo’n bullshit. Ik drink zelf nooit als ik schrijf. Nog nooit heb ik na het drinken van een glas alcohol een woord op papier gezet. Misschien uit angst dat ik zou gaan denken dat ik beter schrijf naarmate ik meer drink. Misschien krijgen veel schrijvers zo een probleem? Soms dronk ik een glas wijn, maar dan zodat ik daarna niet meer zou kunnen schrijven en me wel eens een avond moest ontspannen.”

 

Ik werk en speel echt met de hoogste verwachtingen.

 

“Ik wil heel scherp en nuchter zijn als ik werk. En die regelmaat werkt inderdaad heel erg goed voor mij: elke dag weer diezelfde trein nemen, elke dag schrijven in hetzelfde ritme. Misschien komt het door de tijdsdruk. Misschien ook door faalangst. Of omdat ik net heel gedisciplineerd ben. Maar ik dacht altijd dat iedereen werkte zoals ik. Pas de laatste maanden besef ik dat dat niet zo is."

 

"Ik ging eens op schrijfkamp en daar beschreven anderen me als een soort Margaret Thatcher. Altijd zat ik achter dezelfde tafel uren te kloppen, zonder op te kijken, met een ijzeren discipline, met of zonder kater. Hoewel ik wat vrienden heb leren kennen in het schrijverscircuit, wil ik me in dat milieu niet te veel mengen. Het is al bij al niet zo’n geweldig wereldje. Er zit daar veel jaloezie.”

 

Was het gemakkelijk om te breken met die strakke routine nadat je boek naar de drukker werd gestuurd?

“Ik viel nadien echt in een zwart gat. Het waren ellendige, nutteloze weken. Het werkritme was volledig weggevallen en ik was vreselijk moe, ik moest herstellen van de schrijfperiode. Op het einde wou ik echt dat het boek klaar was. Het werd tijd dat het een publiek kreeg. Want uiteindelijk werk je een hele tijd maar in het ijle. Tot tien minuten voordat het boek naar de drukker moest, heb ik de tekst nog zitten aanpassen. Toen heeft mijn uitgever me gezegd: ‘Lize, nu is het genoeg. Laat het los. Het is klaar.' Sindsdien heb ik mijn eigen boek niet meer gelezen. Ik zou alleen maar de dingen zien die beter hadden gekund.”

 

noodzakelijke afstand

“Mijn boek is nu als een kindje dat heeft leren lopen en waar ik niet meer moet naar omzien. Maar die eerste weken waren moeilijk. Velen vroegen mij ineens naar een tweede boek. Ik was bijna beledigd door die vraag. ‘Jongens, is dit dan niet genoeg?’, vroeg ik mij af. Maar dat is natuurlijk logisch, ik zou die vraag waarschijnlijk ook stellen als ik een schrijver zou ontmoeten.”

 

“Nu ik merk dat mijn boek goed is terecht gekomen, zou ik aan iets nieuws kunnen beginnen zonder dat ik moet werken vanuit teleurstelling of miskenning. Dat is een mooie uitgangspositie. Ik merk dat ik de vraag naar een tweede boek daardoor beter kan verdragen. Mijn debuut heeft genoeg aandacht gekregen.”

 

Je woont nu in Brussel. Is de stad, net als Viersel, een mogelijk locatie geworden voor je verhalen?

“Niet echt. Na tien jaar wonen in die stad heb ik nog geen idee wat ik erover zou kunnen vertellen zonder in clichés te vervallen. Dat had ik niet bij Viersel. Maar daar heb ik ook zo lang gewoond, wetend dat ik een boek over dat dorp zou willen schrijven. Ik heb daar ontzettend veel observaties gedaan, met dat doel voor ogen. En elk jaar, wanneer ik er weer terugkwam, woog ik het dorp een beetje af: ‘Hoe zou het in mijn roman zijn?’ Na een tijd had die omgeving haar eigen leven in mijn hoofd.”

 

“Ik sprak laatst met iemand die de anekdotes over de roddelcultuur in het dorp ongeloofwaardig vond. Maar die heerst er echt. Je wordt daar de hele tijd gezien door mensen en tegelijk word je ook niet gezien. Iedereen weet wel wie je bent, maar niemand is echt in je geïnteresseerd. Ze zetten je in een heel klein kader en zelden kun je daar echt uitbreken. Heel wat mensen lijden daar onder, maar na een tijdje doen ze bijna geen moeite meer om zich uit dat kader te wringen.”

 

Schrijven is mijn houvast. Schrijven is mijn wereldbeeld.

 

“Maar ik doe daar evengoed aan mee. Als ik bij vrienden uit het dorp kom, dan voel ik altijd de noodzaak om te vragen of er nog roddels zijn. Praten over anderen is natuurlijk ook iets dat je verbindt. In Brussel kom ik echter nooit ergens binnen met de vraag of ik nog wat moet weten. Daar roddel ik zelden over anderen. Die stad is natuurlijk onoverzichtelijk groot. In een dorp oordeel je veel gemakkelijker door je eigen wereldvreemdheid.”

 

Voel je dan de noodzaak om met een zekere afstand over die dingen te spreken?

“Ja, ik denk het wel. Je kunt toch niet over een dorp gaan schrijven als je niet weet wat er zich daarbuiten bevindt? Want dan kun je ook niet zien wat er eigenlijk te zien valt.”

 

“In het begin keek ik alleen maar vanuit de dorpse Lize naar de stad. De eerste keer dat ik in Brussel kwam, nam ik de bus die de berg naar de Botanique oprijdt. Als ik dan achter me keek en de Koekelberg zag en alle lichtjes van de auto's, waande ik me echt in New York. Het duurde lang voordat mijn referenties in de stad kwamen te liggen en niet meer in mijn dorp. Nu ben ik veel meer Lize de stadspersoon. Daardoor kan ik ook beter naar mijn geboorteplaats kijken, vind ik.”

 

Jij hebt uit je dorpse kader kunnen breken en de literaire wereld veroverd. Hoe geraak je zo ver?

“Ik geloof dat het feit dat je in jezelf gelooft, heel veel doet. Ik ben niet bijzonder zelfzeker, maar ik heb grote ambities en verwachtingen. Voor mij moet er een grote noodzaak of kracht achter zitten. Misschien is dat de reden waarom mijn boek zo sterk en wijdverspreid is. Misschien voelen mensen de kracht die achter mijn verhaal schuilt wel, hoeveel ik ervoor op het spel heb gezet. Ik hoop maar dat ik ambitieus genoeg was.”

 

Kunnen gelukkige mensen kunst maken? Of moet je een duister kantje hebben?

“Volgens mij hangt het er niet zozeer van af wat je hebt meegemaakt, maar hoe gevoelig je bent. Want ik denk dat gevoelige mensen meer meemaken. Omdat ze zich in anderen kunnen verplaatsen en soms voor honderd mensen tegelijk voelen. Omdat ze weten welke dingen ze moeten zien. Ik geloof echt dat als je een groot inlevingsvermogen hebt, je minder kans hebt om te ontsporen en meer kans om kunst te maken.”

 

doelbewust pennen

"Je hoeft dus niet getraumatiseerd te zijn in mijn ogen. Maar soms vraag ik me af of je weet waarover en waarom je moet schrijven, als je nooit veel tegenwind hebt gehad. Als je nooit heel hard hebt moeten vechten voor wie je bent of wat je wil, als je je omgeving vanzelfsprekend vindt. Natuurlijk kan je dan verhalen en gevoelens gaan verzinnen. Maar de noodzakelijkheid om precies die dingen te uiten, zal ontbreken. En die noodzaak voelt een lezer tussen de regels door, volgens mij.”

 

Begint schrijven dan als een soort zelfopgelegde therapie? Als een verwerkingsproces?

“Voor mij draait het schrijven meer rond bruikbaarheid. Ik kan schrijven over iets dat mij raakt of pijn doet. Op die manier heeft het toch nog nut gehad, een doel gediend. Erover schrijven zorgt dat het negatieve kan worden omgedraaid naar iets neutraals. Soms zelfs iets positiefs.”

 

“Die omkering is voor mij wel therapeutisch. Maar ik ga nooit achter mijn computer zitten om eens neer te schrijven wat ik heb meegemaakt. Ik ben nog nooit beginnen schrijven zonder dat ik wist waarvoor het zou dienen. Aan therapeutisch opschrijven doe ik niet. Ik schrijf niet om wat voor mezelf te houden, maar voor een publiek. Als ik wat voor mezelf wil doen, ga ik wel iets anders doen.”

 

Ik hou niet van wedden op twee paarden.

 

Schrijf je herinneringen of momenten die je denkt later te kunnen gebruiken wel op? Of volstaat het om in je geheugen te spitten?

“Beide. Een goede observatie gaat zelden verloren, denk ik. Ik hoop toch dat die altijd terugkomt in een of andere vorm. Maar als ik ’s nachts in bed een idee heb, twijfel ik ook of ik er nu voor moet opstaan of niet. Afgelopen nacht heb ik een gedachte gewoon laten doorlopen. Nu vraag ik me wel af of ik hem niet had moeten opschrijven. Je hebt ook heel vaak van die flutideëen. Maar ik heb er vertrouwen in dat de dingen die belangrijk zijn blijven hangen voor de toekomst.”

 

Je houdt dus geen dagboeken bij?

“Nee, inderdaad! Als kind had ik wel een dagboek, maar dat ontstond eerder als een dwangmatigheid om de dingen vast te houden. Het staat vol met oplijstingen. Welke dieren er dood gingen, wat we als avondeten hadden gehad, wie bij wie bleef slapen. Er staan maar heel weinig diepzinnige dingen in. Registraties hadden de bovenhand. Nu doe ik dat niet meer. Ik wil daar geen energie aan verliezen.”

 

“Ik wil echt met afstand schrijven. Als ik boos ben, lukt het me niet om woorden op papier te zetten, omdat de techniek dan in de weg zit. Wanneer ik kwaad ben, heb ik eerder goesting om met verf te beginnen kladden. Ik heb me daar wel een periode mee bezig gehouden, maar ik hou niet van wedden op twee paarden en ben voluit voor het schrijven gegaan.”

 

“In mijn dagboek hield ik ook vaak dingen bij die draaiden rond schrijven. Er staat een stukje in over een schrijfwedstrijd in het vijfde leerjaar. We hadden een kortverhaaltje moeten schrijven voor een scholenwedstrijd. Achteraf bleek dat de juf zelf een selectie had gemaakt om in te sturen. Mijn schrijfsel had zelfs de jury niet bereikt. Ik was daar heel kwaad over. Mijn verhaaltje bewaarde ik in mijn dagboek. Het was heel cliché en slecht. Maar toen vond ik dat publiek al belangrijk.”

 

Speelt competitiviteit ook een rol?

“Zeker. Ik speel bijvoorbeeld gezelschapsspelletjes om ze te winnen. Dat moet ook! Ik haat het om spelletjes te spelen met iemand die zich zomaar gewonnen geeft. Waarom speel je dan? Niet dat ik graag win. Eigenlijk vind ik winnen heel vervelend. Ik vind het steeds zo erg voor de mensen die verliezen. Maar ik vind toch dat je moet spelen om te winnen.”

 

krachtige doorzetter

“Ik werk en speel echt met de hoogste verwachtingen. Ik geloof dat die wilskracht de uitkomst mee bepaalt. Mijn moeder zucht bijvoorbeeld steeds wanneer ze aan de beurt is om de dobbelstenen te gooien. Die worpen zijn dan vaak ook niets waard. Ik zit dan luidop te hopen op zessen en gooi die eigenlijk echt heel vaak. Zou dat toeval zijn? Of wordt het niets omdat je niets verwacht? Misschien is er toch een kracht vanuit jezelf die de uitkomst mee bepaalt?”

 

“Twee keer deed ik mee aan Write Now!, een grote schrijfwedstrijd in Vlaanderen en Nederland. De eerste keer belandde ik in de finale, maar die won ik niet. Ik had zo gehoopt op de overwinning, dat ik dagenlang treurig was. Het voelde als een soort van liefdesverdriet. Ik wilde de beste zijn, niet meer en niet minder. Het jaar nadien deed ik opnieuw mee. Ik haalde weer de finale. De avond voor het finaleweekend met workshops en de prijsuitreiking werd ik aangereden door een auto. Mijn knie was gebroken, er moesten schroeven in. De dokters planden een operatie in voor dat weekend. Ik weigerde. Ik moest en zou naar Rotterdam gaan. Na lang smeken hebben ze de operatie uitgesteld en mijn been gegipst zodat ik toch op de trein kon stappen. Ik wou daar zijn, ondanks dat ik verging van de pijn.”

 

“Ik wist zelfs niet eens of ik in Rotterdam zou winnen. Maar ik moest er zijn. In het geval het zou gebeuren. En toen gebeurde het! Soms denk ik dat dat misschien wel een voorbeeld is van mijn doorzettingsvermogen. Natuurlijk denk ik nu: ‘Stoemerik. Was gewoon in dat ziekenhuis gebleven, aan een infuus met pijnstillers.’ Maar toen was Rotterdam echt alles. Ik kon dat niet meer in perspectief plaatsen. Dat doorzetten heeft zijn voor- en nadelen.”

 

Kun je je inbeelden dat je die gedrevenheid ooit voor iets anders zou voelen dan voor het schrijven?

“Enkel voor kinderen, als ik die ooit krijg. Maar dat maakt dat ik ook schrik heb om kinderen te krijgen, omdat dat het schrijven en mij zou veranderen. Dat zou plots geen prioriteit meer zijn. En nu is dat altijd nummer één.”

 

“Als ik moest kiezen tussen mijn knieën of mijn schrijven, dan zou ik mijn knieën afstaan. Omdat ik weet dat ik op zijn minst nog mooie verhalen zou kunnen schrijven over mijn gebrek aan benen. Maar als ik niet meer kan schrijven, kan ik niets meer.”

 

Misschien is er toch een kracht vanuit jezelf die de uitkomst mee bepaalt.

 

“Misschien voelt dat zo omdat ik voor mijn schrijven heel veel bevestiging krijg. Ik haal daar mijn geluk uit. Schrijven is mijn houvast. Schrijven is mijn wereldbeeld. Mijn manier van kijken en denken wordt erdoor bepaald. Als het schrijven zou wegvallen, zou de wereld heel wat lastiger zijn voor mijn. Schrijven is het harnas dat ik draag.”

 

“Dat klinkt allemaal zo zwaar, niet? Ik denk vaak dat ik mezelf minder serieus moet nemen. Maar ik vind dat je jezelf soms serieus moet nemen om ergens te kunnen geraken.”

 

Ze lacht. “Ik zit hier nu wel te doen alsof ik weet hoe de dingen in elkaar zitten. Maar ergens roept er nu een stemmetje in mij: ‘Lize, waar ben je mee bezig?!’”

 

Beste lezers, dit was Lize Spit. Een straffe madam met een bescheidenheid die bijna even krachtig is als haar pen.



het allerlaatste woord

30/04/2016
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er maar niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten te hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze keer: ‘serendipiteit’.

Wie zoekt, die vindt. Het zou zo op een azuurblauw tegeltje boven de haard van menige (groot)moemoe kunnen prijken, een waarheid als een koe. Of is dat een misvatting? Speelt de verneukeratieve taal hier misschien een spelletje met ons? En als het geen waarheid, maar een misverstand is, welk herkauwend zoogdier hoort er dan bij? “Een kameel!”, roept Horace Walpole ons vanuit de 18de eeuw toe en hij kan het weten. De man mag zich immers de trotse uitvinder van het wondermooie woord ‘serendipity’ noemen, de gave om te vinden wat je niet zocht.

 

Ben je je sleutels kwijt, dan vind je steevast een verloren sok terug en het antwoord op die ene gewraakte examenvraag komt altijd een paar uur te laat, op een onverwacht moment. Toch is serendipiteit vooral een erg hoopvol woord. Van theezakjes tot velcro, van synthetische platics tot Slincky’s, de banaalste én belangrijkste uitvindingen zijn vaak het gevolg van stom geluk. Of wat te denken van microbioloog en Nobelprijswinnaar Alexander Fleming. Had deze sloddervos zijn labo beter opgeruimd, dan was hij wellicht nooit op penicilline, het eerste antibioticum, gestoten! Serendipiteit wordt daarom wel eens beschreven als “zoeken naar een speld in een hooiberg, en eruit rollen met een boerenmeid.” Een dankbare gedachte voor studenten en onderzoekers die met writer's block kampen of binnenkort een spervuur aan examenvragen moeten zien te overleven.

 

Walpole, politicus, kunsthistoricus en ongetwijfeld stiekem ook sprookjesliefhebber, kwam op het woord na het lezen van De drie Prinsen van Serendip, “a silly fairy tale”. In dat Perzische sprookje doen drie prinsen uit wat nu Sri Lanka heet, dankzij hun kiene observatievermogen de meest onwaarschijnlijke vondsten. Zo komen ze op een van hun tochten een kamelenhoeder tegen die hen vraagt of ze een verloren gelopen kameel hebben gezien. De prinsen moeten hem teleurstellen, maar slagen er met behulp van enkele weinigzeggende aanwijzingen in om te achterhalen dat de kameel kreupel is, blind in één oog, een tand mist, een lading boter en honing droeg en een hoogzwangere vrouw vervoerde. Wie met een open, scherpzinnige blik de wereld benadert, kan geluk dus afdwingen, volgens Walpole.

 

Ziet het er dus niet naar uit dat je scriptie een Nobelprijs in de wacht zal slepen of schiet je een kemel, laat je hoofd dan niet hangen. Wie geduldig is, nieuwsgierig en scherpzinnig, stapt op een goede dag in bad en krijgt zijn eureka-moment. En als de prof je een ‘minus habens’ noemt, en je zo op academisch verantwoorde wijze voor een achterlijke student verslijt, laat je dan niet van je (koeien- of kamelen)melk brengen en denk aan dit woord. Briljant zijn zit immers niet in de genen, het is een attitude!



Alex Agnew
30/04/2016
🖋: 
Auteur

Enkele weken geleden interviewden we voor onze honderdste editie Alex Agnew over zijn comeback als comedian. Nu staat hij effectief terug op de planken voor de try-outs van zijn show doorheen Vlaanderen. Vorige week stond de Antwerpse King in het CC Merksem en dwars was er bij.

In het voorprogramma stond Xander De Rycke. De jonge komiek heeft er al tien jaar ervaring op de planken opzitten en toert momenteel (eveneens try-outs) met Alex Agnew voor zijn vierde zaalshow. Een beter voorprogramma hadden ik en mijn vrienden niet kunnen wensen; tegen dat het aan de heer Agnew was moesten wij nog de tranen uit onze ogen wrijven en proberen op adem te komen. Xander De Rycke is nog maar 27, maar als we de titel van zijn nieuwe show Quarter-Life Crisis mogen geloven, zit hij momenteel met heel wat vragen over zijn eigen leven. Onder andere de twijfel of hij wel de juiste vragen stelde toen hij zeven jaar geleden met zijn huidige vriendin begon te daten zorgde herhaaldelijk voor lachsalvo’s. Eveneens werd de huidige generatie jongeren op de hak genomen en werd er gehakt gemaakt van de selfiestick. En toen was het aan de grootmeester zelf, zoals altijd ingeleid door een loeihard metal nummer.

 

 

Dat Alex Agnew al jaren een van de beste comedians in Vlaanderen is, staat als een paal boven water. Een van de redenen die hij in zijn interview met dwars aanhaalde om te stoppen, was het gevoel dat hij niets nieuws te vertellen had. Dat merkte ik persoonlijk in zijn (twee) laatste show(s). Maar toen ik de kans kreeg om hem vorige week live te gaan zien heb ik uiteraard geen seconde getwijfeld. Na drie jaar heeft hij inderdaad weer een hele hoop te vertellen. En met Unfinished Business neemt hij absoluut geen blad voor de mond. Niet dat hij dat vroeger deed, maar deze show leek mij nog scherper, nog meer ‘op het randje’ voor sommigen. Toen we hem vroegen waar de grens ligt, was hij duidelijk:

“Nergens. Er is geen grens. Grenzen zijn onzin.” Hij schudt zijn hoofd. “Je mag geen schrik hebben om iets te zeggen uit angst iemand te beledigen. Van een belediging ga je toch niet dood?”

 

En toch is het niet zomaar blind tegen de schenen stampen dat hij doet. Alex Agnew lijkt gegroeid. Het zijn niet meer enkel de geluidjes en de choquerende uitspraken om te choqueren. Wel een man die kwaad is op veel dingen die hij ziet gebeuren en twee uur op het podium komt 'zagen', zoals hij het zelf altijd noemt. Eveneens in onze honderdste editie vroegen we waarom hij terug begonnen was. “I’m just doing it for the money!”, was zijn antwoord toen. Op het podium herhaalde hij net hetzelfde. “En omdak het thuis echt kotsbeu was!” Maar vooral de zin om terug te spelen droop er vanaf.

 

 

Dat het een try-out was, was er bijna niet aan te merken. Op de affiche stond: "Xander De Rycke; 40min. Alex Agnew; 60min." Na iets meer dan het beloofde uur speelde de geluidstechnicus het nummer om de show af te sluiten, maar dat was buiten Alex Agnew zelf gerekend. “Stop! Zet da nummer maar terug af. Merci Merksem! Jullie zijn een geweldig publiek. Zal ik nog even verder spelen?” De sfeer zat echt zo goed dat de King zich aan zijn nieuwe materiaal waagde en bijna dubbel zo lang speelde. Het publiek bleef onophoudelijk lachen en mede door de duur van de show zou je niet denken dat dit een try-out was, maar een volwaardige voorstelling. Om af te sluiten haalde Alex Agnew het boek Fifty Shades of Grey boven. Na een verhaal over hoe hij dat boek voor zijn vrouw en haar vriendinnen voorgoed verpest heeft, las hij de desbetreffende passage uit het boek voor op het podium. “Als ik iets ga bereiken met deze show, dan hoop ik dat ik dit boek voor iedereen verpest die mijn voorstelling ziet.”

 

 

Alex Agnew tourt vanaf september met Unfinished Business door heel Vlaanderen. Alle try-outs tot juni zijn uitverkocht.



100 jaar Toon Hermans
25/04/2016
🖋: 

Zaterdagavond was het Nekka-nacht, en dit keer stond dit Mekka van de Nederlandstalige muziek in het teken van een grootmeester van het Nederlands: Toon Hermans. Zelfs honderd jaar na zijn geboorte zijn zijn liedjes en zijn cabaretstijl nog altijd relevant en zoals wij hebben mogen ontdekken, bij momenten betoverend mooi.

Zaterdagavond zat de Lotto-Arena afgeladen vol, en ook donderdag en vrijdag was hij volledig uitverkocht. Met reden: verschillende artiesten brachten hier een hommage aan Toon Hermans, een man die een grote invloed uitoefende op hun carrière, vertelt Warre Borgmans, de presentator van de avond.

 

De sfeer is dan ook voornamelijk nostalgisch te noemen. Mooie momenten waren er onder andere toen Herman Van Hove, de manager van Toon Hermans, samen met een van zijn vaste begeleiders kwam vertellen wat de lievelingsliedjes van de meester waren. We kregen kippenvel toen Lissa Meyvis, die overigens al een tijdje In de Schaduw van Toon tourt, Lieverd bracht, een van zijn mooiste nummers. Maar ook Johan Verminnen en Rocco Granata die Toon Hermans beiden goed kenden, raakten ons met enkele van zijn tragere liedjes.

 

Maar Hermans schreef niet alleen ontroerende teksten. Door te spelen met taal, kon hij zijn publiek ook danig aan het lachen brengen, zo demonstreerden Pieter Embrechts, Els de Schepper, Riet Muylaert, Bert Verbeke en ook Bart Peeters. "Et tu un plat qui couc, Madame, Un plat qui couc, un beauté ram", zingt de zaal mee. De familie van Toon, die ook in de zaal aanwezig was, kon het wel smaken!

 

Bovendien is er nog een delegatie uit Sittard aanwezig, zo vertelt Borgmans ons. Of mevrouw Loof … HUTJES, LOOFHUTJES en het hele zootje zich welkom voelen? Dat zal wel! Ook een heuse Toon Hermans imitator, in de vorm van Bart Cannaerts, brengt een samenvatting van zijn bekendste sketches met een twist: “de duif leeft nog, m’neer …” Of wat dacht je van een clown, die in Hermans-stijl verschillende klungelige goocheltrucs brengt?

 

Zo ging de avond te vlug voorbij. Het oeuvre van Toon Hermans is te groot om in één avond uit de doeken te doen, maar wij zagen in ieder geval enkele highlights. We maken er een mentale nota van: zijn teksten moeten we zeker nog eens nalezen, en ook de dvd’s van zijn shows zijn zeker het herbekijken waard. Want hoe mooi deze hommage aan de dichter, liedjeszanger, comedian, cabaretier, en zo veel meer ook was, er gaat natuurlijk niets boven het origineel.



over de som der delen, schone kunsten en boegen van boten
18/04/2016
🖋: 

De rubriek ‘proffenprofiel’ toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken; wat zijn/haar docent zoal op zijn brood smeert bijvoorbeeld. Professor Frans Van Meir – docent aan de Faculteit Farmaceutische, Biomedische en Dierkundige Wetenschappen – wordt als laatste van het academiejaar bestookt met vragen.

U focust zich tijdens de lessen histologie, of weefselleer, op een van de allerkleinste aspecten van het lichaam. Zijn details boeiender dan het grote geheel?

Het is wel bijzonder dat orgaanfalen zijn oorzaak vindt in een foutieve werking op moleculair niveau. En cellen zijn nu eenmaal de kleinste structurele eenheden waar je deze moleculaire mechanismen kan bestuderen. Toch moet je in het onderzoek oog blijven houden voor het geheel, want het geheel is meer dan de som van de delen.

 

Wat is uw favoriete celorganel en kleuring?

Ik heb heel wat elektronenmicroscopisch onderzoek gedaan van de bloed-luchtbarrière in de long. Lysosomen in de alveolaire macrofagen tonen een palet aan vormen en zijn zeer heterogeen. Wanneer je proefdieren colloïdaal goud laat inhaleren en dan zure fosfatase met een neerslag van lood zichtbaar maakt, krijg je fantastische beelden. Ik raad iedereen aan: “Zoek ook de schone kunsten in uw werk!”

 

U zetelt in een hele hoop raden. Naar welke vergadering gaat u het liefst?

De Onderwijsraad, omdat daar de verschillen in onderwijscultuur tussen humane en exacte wetenschappen zeer bevruchtend kunnen werken, met verbeteringen in het onderwijs tot gevolg. Ik hoop nog te kunnen bijdragen aan een echt interdisciplinair initiatief, zelfs nu ik niet meer in de Onderwijsraad zetel.

 

Welke herinnering speelt er zich na al die jaren lesgeven nog levendig af in uw hoofd?

Als jonge assistent histologie begeleidde ik de practica van de derde kandidatuur geneeskunde. Deze waren geprogrammeerd op een vrijdag van 8.30 tot 16.30 uur, echte marathonpractica. De meeste studenten waren zeer vlijtig, toch was er een student die ik constant op zijn opdrachten moest wijzen, bovendien kon hij niet op zijn plaats blijven zitten; het is de enige keer dat ik een student de deur gewezen heb. Deze student is nu wel collega-prof en werkzaam in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Dit was ook het jaar dat studenten moesten betalen als er een preparaat sneuvelde, veertig frank per preparaat. Uit protest werd er niet individueel betaald, maar werd er de eerste keer een omhaling – of 'een collecte', voor de Nederlanders – onder de studenten georganiseerd. De omhaling werd bij het diensthoofd ingeleverd. Er is nooit meer een tweede omhaling geweest; preparaten zijn er nog wel gesneuveld.

 

Herkent u zaken bij uw studenten uit uw eigen studententijd?

Studenten zijn niet veel veranderd, de tijd en de omgeving wel. Studenten studeren wanneer het nodig is en gaan uit wanneer het mogelijk is. Wat is er dan veranderd? Het Examenreglement is veranderd, vroeger werd er nog gedelibereerd, nu niet meer. Het is nu mogelijk om internationaal te gaan, vroeger was dat onbestaande. Een minder gewaardeerde eigenschap van de student van tegenwoordig is dat deze zeer egoïstisch is. Een meer gewaardeerde eigenschap is dat hij/zij toch zeer kritisch kan zijn. Zijn de proffen veranderd?

 

Was professor worden altijd al een droom? Had u andere kinderdromen?

Vlaamse kinderen werden grootgebracht met sport: wielrennen of voetbal. Ik voetbalde bij de jeugd van ’s-Gravenwezel in reeksen die speelde tegen Berchem,Tubantia Borgerhout, Beerschot en Antwerp. Ooit ben ik als knaap gescout door Antwerp; maar ik was niet goed genoeg. Nadien heb ik nog wel in bevordering gespeeld, maar met voetballen gestopt voor de studies. Ik heb goed gekozen.

 

Wat doet u om tot rust te komen na een hectische werkdag of een vermoeiende werkweek?

Ik loop wat rond in mijn tuin met de grasmaaier, wied nog wat onkruid. Ik lees de krant, een tijdschrift, ja ook een wetenschappelijk tijdschrift.

 

Voor welke guilty pleasure pleit u schuldig?

Ik ben onschuldig.

 

Wie mag er u vergezellen op de boeg van de Titanic?

Ik heb zeer de vlug de neiging om te braken op de boeg van een schip, ook van een klein bootje. Ik wil dan ook niemand verplichten. Mijn vrouw kent mijn zwakte.

 

Wat smeert u ’s ochtends op uw boterham?

Dat hangt van de versheid van het brood af. Met vers brood: één boterhammetje met kaas en één boterhammetje met shit of mouse. Na vijf dagen, met oud brood: één boterhammetje met krabsalade en één boterhammetje met confituur.

 

Welk nummer heeft u of zou u graag hebben als ringtone?

Is er keuze? Het trilt!

 

Met de examens in aantocht: welk advies heeft u voor uw studenten die een mondeling examen komen afleggen?

Maak kort voor het begin van het examen tijd voor een sanitaire stop. Een beetje zenuwen kan geen kwaad, maar bewaar zelf het overzicht en zorg ervoor dat je gekleed bent.

 

Heeft u nog een levenswijsheid die u onze lezers op het hart wil drukken?

Wees gulzig in het opdoen van kennis – leef, geniet en werk met passie. Focus op datgene waar je goed in bent en vergeet niet dat je niet alleen bent op deze aardbol.

 

Hartelijk dank, professor!



11/04/2016
🖋: 
Auteur

Zolang de mens bestaat zijn er mannen én vrouwen geweest. Zolang de mens al als mens op aarde rondwandelt, houden zij zich graag bezig met het vertellen van een verhaaltje of twee. Ondanks de kleine meerderheid aan vrouwen op aarde lijken vrouwelijke auteurs soms een bedreigde diersoort in de wereld van de Literatuur met een grote L.

In de koffiebar annex boekenwinkel waar ik mijn centen verdien en simultaan mijn literaire hartje op kan halen, staan prachtige boeken geschreven door mannen, én vrouwen. Waaronder klassiekers van Virginia Woolf en het recente bestsellerdebuut van Lize Spit. Toch hadden de meeste mensen die wij in het kader van Internationale Vrouwendag (8 maart) naar hun favoriete boek van een vrouwelijke auteur vroegen het toch even moeilijk om op een naam te komen.

 

Een boek van een vrouw? Het cliché wil dat vrouwelijke schrijvers vooral trashy doktersromannetjes produceren of licht verteerbare chicklit die meegaat in de vakantiekoffer. Het meer serieuze werk van vrouwelijke hand zou dan wel vooral over familiedrama’s gaan en wordt meestal voorzien van een bloemige cover die ingelijst ook niet zou misstaan in de wachtkamer van je tandarts. Wie aan de grote literaire werken denkt, ziet nou eenmaal eerder een parade aan mannelijke auteurs voorbij wandelen.

 

De oplossing? Wie die dag een boek van een vrouwelijke auteur kocht kreeg een gratis koffie. Een druppel op een gloeiende plaat misschien, maar er zijn gelukkig meer initiatieven die deze onterechte gendergap in de wereld van de literatuur graag gedicht zien. De Anna Bijns Prijs en de Opzij Literatuuprijs bijvoorbeeld. Met die speciale aandacht zou je bijna gaan denken dat vrouwen niet in het reguliere literaire prijzencircuit mee mogen dingen.

 

Niks is minder waar. Meerdere vrouwen zijn al eens genomineerd geweest voor de grote literaire prijzen. Er zijn zelfs al vrouwen die effectief de AKO literatuurprijs of P.C. Hooft-prijs wonnen. De eerste Libris literatuurprijs was voor Frida Vogels, helaas was zij ook meteen de laatste vrouw die deze onderscheiding in ontvangst mocht nemen. De Gouden Boekenuil, voorheen Gouden Uil, heeft echter vooralsnog enkel een onderscheiding aan vrouwen uitgedeeld in de categorie jeugdliteratuur.

 

Alles bij elkaar opgeteld ziet het er alweer wat minder glorieus uit voor de vrouw in de literatuur. Wie advocaat van de duivel wil spelen, kan het argument opvoeren dat die meerderheid van mannen die al die prijzen thuis in de kast hebben staan nou eenmaal betere boeken hebben geschreven. Maar in tegenstelling tot de officiële juryprijs van de Gouden Boekenuil, verkoos de publieksjury al meerdere malen een vrouwelijke schrijver. Als de lezers de weg naar deze boeken vinden kunnen ze het blijkbaar dus wel degelijk smaken.

 

Een aparte prijs voor vrouwen lijkt dan zo’n gek idee nog niet. Blijkbaar hebben de meeste lezers nog een steuntje in de rug nodig om de vrouwelijke auteurs te vinden. Want in de wereld waar de meeste mensen hun boeken bij de Fnac kopen en de kookboeken de bestsellerlijsten in stand houden, kan een prijs veel betekenen voor de auteurs in kwestie. Een geldprijs, maar ook en vooral aandacht voor het werk en een kans op een nieuw en uitdijend publiek.

 

Gelukkig ligt niet alles in de handen van officiële jury’s die beslissen wie een gênant groot stuk bordkarton met een sierlijke cijfers mee naar huis mag nemen. De lezer van vandaag zoekt op verschillende manieren nieuw voer om zijn literaire honger te stillen. Websites als Goodreads verbinden lezers met elkaar aan de hand van ratings, reviews, suggesties gebaseerd op eerdere keuzes, lijstjes en leesgroepen. Zo kan je deelnemen aan de groep 500 Great Books by Women als de vraag naar je favoriete vrouwelijke schrijver je ook een black-out bezorgt. Niemand minder dan actrice én VN-ambassadrice voor gelijke rechten tussen man vrouw, Emma Watson, heeft ook een leesclub op Goodreads. Our shared shelf is een online boekenclub over feminisme. En ja, ook mannen mogen meedoen, graag zelfs.

 

Geen fan van het internet en heb je liever zoveel mogelijk contact met andere levende wezens? De ouderwetse leesclub is alweer enige tijd in opmars. Eerlijk is eerlijk, echt weg zijn ze nooit geweest, want ja het zijn vooral de vrouwen die in groepsverband zijn blijven lezen. Terwijl Watson in april Caitlin Moran's How to be a Woman leest en bespreekt met de rest van de wereld, doet de leesgroep feminisme van de Groene Waterman dat op 27 april in het klein in ons eigen Antwerpen. Naast het langetermijn-engagement van een leesclub zijn er ook eenmalige evenementen die aandacht aan de schrijvende vrouw besteden. Zoals Bibliotheek Permeke dat de viering van haar tienjarig bestaan afsloot met een boekenbal en de Nacht van de vrouwelijke stem. Een programma vol met vrouwen die schrijven, dichten en voordragen. Maar liefst 32 vrouwen konden het publiek beroeren met krachtige en zachte stem. Om maar te zeggen, zelfs in eigen land en taalgebied zijn er genoeg vrouwen het woord en de pen machtig.

 

Mijn favoriete boek door een vrouw geschreven? Maak er maar alvast boeken van! 10 favorieten in willekeurige volgorde:

 

  • Americanah
    – Chimamanda Ngozi Adichie
  • The Handmaid's Tale
    – Margaret Atwood
  • Slaap!
    – Annelies Verbeke
  • Einde en begin (Verzamelde gedichten)
    – Wislawa Szymborska
  • Fun Home
    – Allison Bechdel

 

  • 100% Chemie
    – Doeschka Meijsing
  • Man Walks into a Room
    – Nicole Krauss
  • Bezoek aan haar man
    – Lydia Davis
  • Blinde gedichten
    – Delphine Lecompte
  • White Teeth
    – Zadie Smith


de dwarsdoorsnede
11/04/2016
🖋: 

Brussels vurige nachtleven lijkt wat geblust na de situaties van de afgelopen weken. Maar vanavond in het Koninklijk Circus wordt er gedanst. En hoe. Voor de entree tracht een louche figuur tickets te verpatsen voor een concert dat binnen het uur uitverkocht was, maar ik ben erbij. Bij het binnenkomen word ik gescheiden van mijn vriend en ingedeeld in een rij. Met mijn armen en benen gespreid en mijn tas binnenstebuiten schuifel ik naar binnen.

Per stap die ik zet stijgt de temperatuur. Mijn keel is kurkdroog en mijn oksels klam. Met enige tegenzin betaal ik drie euro voor een Maes Raedler, maar de slappe smaak gaat snel aan me voorbij wanneer ik de opening naar de zaal zie.

 

Tweeduizend mensen gehuld in duisternis met uitzondering van één man. Één spot gericht op hem en zijn hoogtechnologisch speelgoed. Shed speelt vanavond als voorprogramma van Moderat.

 

We nemen plaats op bioscoopachtige klapstoelen. Al snel heb ik last van mijn voeten, die ik niet stil kan houden. En ja hoor, daar gaan mijn schouders, mee op de maat.

 

Shed staat sterk in zijn schoenen en kent zijn apparatuur goed genoeg om knappe klanken om te toveren tot een gaaf geheel. Tussen de nummers houdt hij steeds een korte pauze, niet lang genoeg om het publiek te laten applaudisseren maar lang genoeg om de sfeer te breken. Een beetje sneu, maar door zijn vernieuwende geluid vergeef ik het hem. Droog steekt hij zijn hand in de lucht en zonder iets te zeggen stapt hij van het podium.

 

Haastig struinen we de zaal rond. Wagen we ons tussen het zwetende volk op het middenplein of verstoppen we ons achter de meute tegen de muren. We verkiezen de gulden middenweg en staan op de trappen tussen enthousiaste veertigers. Plots klinkt er trommelvliesonvriendelijk geschreeuw, geklap en gefluit.

 

 

Het driekoppige Duitse collectief zet stevig ‘Ghostmother’ van hun nieuwe album ‘III’ in. Sascha Ring, beter bekend als Apparat heeft Gernot Bronsert en Sebastian Szary van Modeselektor aan zijn zijde. Samen vormen ze Moderat.

 

De visuals zijn waarlijk fabelachtig. Net boven het hoofd van Apparat vormt zich een zonne-eclips. De gasslierten van de zonnecorona omarmen zijn gedaante en laten geen ziel in de zaal onaangedaan. De beelden op het kolossale scherm volgen elke ritmewisseling nauwgezet.

 

De nummers van hun derde album worden ingenieus aan elkaar geregen. De bas knalt recht door alles en iedereen in de zaal heen. Mijn organen worden heen en weer geklotst. Mijn hartslagen volgen hun beats en elke cel in mijn lichaam trilt vreugdevol op en neer.

 

 

 

 

Mijn ogen sluiten en ik geef me over. Overspoeld door het geweld, kan ik mijn lijf niet meer zeggen hoe te bewegen, maar heeft de muziek de macht over mijn ledematen.

 

 

Enkele klassiekers mochten niet ontbreken; Rusty Nails werd vergezeld door de begeesterende videoclip en uiteindelijk werd Bad Kingdom  als eerste toegift gespeeld.

 

 

 

Om toch even te muggenziften, hoefden ze niet tot twee keer toe te doen alsof ze het voor gezien hielden, om dan vervolgens nog een paar nummers te brengen. Speel toch gewoon twee uur aan een stuk zonder iedereen een schorre stem te bezorgen. Want mijn stembanden hebben het zwaar te verduren gehad, net zoals iedere spier in mijn lichaam.

 

Wauw, wederkerig kippenvel.

 



de dwarsdoorsnede
10/04/2016
🖋: 
Auteur

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze week duikt redacteur Robbe in het laatste boek van Luc De Vos: Paddenkoppenland.

Studeren. Van mijn leven niet. Ik raakte al helemaal in de war van die vraagstukken waarin een trein in Brussel vertrek tegen honderd kilometer per uur terwijl er ook een vertrekt in Gent tegen tachtig kilometer per uur, en dan de vraag waar en wanneer ze elkaar tegenkomen. Met een bovenmenselijke inspanning slaagde ik erin meer dan de helft van die vragen correct te beantwoorden, meestal tot mijn eigen verbazing. De andere jongens in de klas begonnen er zelfs niet aan en behaalden stuk voor stuk het mooie ronde cijfer nul. Wij leefden in het jaar 1973. Ik was gestopt met mij zorgen te maken. Dit systeem liep op zijn laatste benen, het was een grap van de geschiedenis waarin ik bij toeval was beland.

 

 

 

Enkele weken geleden schreef ik over het literaire debuut van mijn persoonlijke held Luc De Vos. Deze week neem ik Paddenkoppenland onder de loep. Zijn zesde en jammer genoeg laatste roman. Zelf beschouwde De Vos dit als zijn belangrijkste werk op moment van uitgave. Dat valt naar mijn mening perfect te begrijpen, aangezien je sterk voelt dat hij veel meer geëvolueerd is als (roman)schrijver. Zijn eerste boek, Het woord bij de daad, was meer een samenraapsel van kortverhalen en columns. Paddenkoppenland is dit allerminst.

In dit verhaal volgen we Ronny De Keyzer. We duiken Ronny’s leven binnen op de eerste autoloze zondag van 1973. Ronny is op dat moment een kleine jongen die in een armzalig dorpje opgroeit in de schaduw van de Gentse industrie. Ronny is een dromer en is er vast van overtuigd dat hem niet dezelfde toekomst te wachten staat als de andere dorpsbewoners, de 'Paddenkoppen' zoals hij ze noemt. Zijn familie en vrienden zijn allemaal simpele mensen die hard werken en niet te veel dromen. De kleine De Keyzer wordt dan ook vaak als een zonderling beschouwd die niet echt ergens bijhoort. Hijzelf heeft die paddenkop niet en hoopt ooit een rockster te worden. Ronny blijft verder dromen en wachten tot zijn moment komt, want zelf iets ondernemen is zinloos volgens hem.

Voor hij het weet wordt de kleine Ronny volwassen. Pech achtervolgt hem en het eindeloze wachten blijft bij wachten. Muziek wordt in zijn leven naar de achtergrond verdrongen en zijn tijdelijke kantoorbaantje wordt algauw een vaste job. In zijn vrije tijd zit hij thuis boeken te lezen en sloten bier te drinken. Ook wanneer hij gaat samenwonen en kinderen krijgt, lijkt het wel alsof alles op automatische piloot gebeurt. Wanneer zijn leven in een definitieve plooi lijkt te vallen, komt hij alsnog succes en de liefde tegen.

 

 

Luc De Vos creëert in Paddenkoppenland zijn compleetste en meest innemende personage. Wat mij betreft heeft Ronny De Keyzer vele gelijkenissen met Luc De Vos zelf. Een Vlaamse boerenzoon uit de buurt van Gent die zijn lot wil overstijgen door het in de muziekwereld te maken. Tegelijk wordt de luie, domme, simpele mens een spiegel voorgehouden. Ook de romantische kant van de Vlaamse Paddenkoppen wordt door De Vos in zijn kenmerkende, poëtische stijl beschreven. Er wordt gelachen met de simpele mens die zijn levensloop aanvaardt en ondergaat, maar ook de dromers worden met beide voeten op de grond gebracht en geconfronteerd met de harde realiteit van het dagelijkse leven. Paddenkoppenland leest als een trein, is bij momenten hilarisch en soms ook enorm ontroerend. Voor mij een van de beste boeken in jaren.



editoriaal
09/04/2016

Na de paasvakantie start traditioneel de aanloop naar de examens. In de bibliotheek waren al enkele ijverige studenten druk in de weer, maar nu wordt het menens voor zij die nog ontkennen, zoals ondergetekenden die procrastineren in de vorm van een nieuw dwarsnummer! Misschien moeten we proberen om onze aandacht beter bij onze studie te houden. Gelukkig brengt de universiteit raad (pagina 8). Toch is vluchten soms een betere optie.

Althans, dat leken enkele staatshoofden en zakenlui te denken: om de belastingen te ontvluchten belegden zij via een advocatenkantoor in Panama. Wij beschikken nog niet over het kapitaal om in hun voetsporen te treden, maar we kunnen wel eens proberen op andere manieren de werkelijkheid te ontlopen. Zo vroegen we onze columnist zijn oude PlayStation van onder het stof te halen: games zullen wel soelaas bieden, toch (pagina 12)?

 

Dat is echter niet altijd zo, want gemakkelijk is het wegleggen van die spelletjes niet, zo concluderen wij na het lezen van pagina 20. Zelfs al lukt het om de videospelletjes op te bergen, ontsnappen doe je niet: de politieagenten, paracommando’s en terroristen uit de videospelletjes lijken de gamewereld te zijn ontglipt en dolen nu in onze steden rond. Laat ons alstublieft met rust (pagina 24)!

 

Het verkiezingsnieuws laat ons alvast niet met rust. Het is al de tweede keer dat we jullie hier lastigvallen met zulke ‘banaliteiten’, maar daar ontkom je nu eenmaal niet aan op het einde van het academiejaar. Dit keer gaat het niet om een nieuwe rector, maar stemmen jullie op je nieuwe vertegenwoordigers. Dat deze verkiezingen ook belangrijk zijn zag je eerder al op onze website verschijnen, maar lees je nu ook op papier (pagina 14).

 

Zet je op een bankje in de zon, in een mooi park. De wereld is zo slecht nog niet: per slot van rekening heb je de nieuwe dwars in handen.



dwars brengt raad
07/04/2016
🖋: 

Vanaf elf april is het zover: tot zeventien april zijn het studentenraadsverkiezingen. Alle studenten krijgen de kans om hun vertegenwoordigers voor het komende jaar aan te wijzen. Het is iets heel anders dan de kiesweek, maar het is minstens even belangrijk. Toch lijken veel studenten zich het belang ervan niet te realiseren. dwars sprak met Anaïs Walraven, voorzitter van de Studentenraad, om ons geheugen op te frissen.

Hoe belangrijk is studentenvertegenwoordiging voor een universiteit?

"Studentenvertegenwoordiging is eigenlijk het kloppende hart van een universiteit, die constant in verandering is. Studenten vormen samen immers de grootste groep binnen UAntwerpen, maar zijn over het algemeen slechts vijf jaar aanwezig in de academische wereld. Toch is hun stem uitermate belangrijk in onze instelling. Zonder hun input kan onze universiteit immers niet doelgericht vernieuwen en innoveren om de meest studentikoze universiteit te blijven. Studentenvertegenwoordigers, ook wel stuvers genoemd bundelen de meerstemmigheid van onze studentengeleding tot een sterke stem met enorme draagkracht binnen én buiten UAntwerpen. Dit om de belangen van onze studenten overal te verdedigen, de nodige zaken te verwezenlijken en zodanig een betere studentenomgeving te creëren. Onze stuvers proberen dit altijd op een constructieve manier aan te pakken met het personeel."

 

"Het is tevens belangrijk om op te merken dat zij dit niet enkel defensief doen zoals vele studenten lijken te denken. Natuurlijk zijn we er voor jullie wanneer er een probleem dient opgelost te worden, zoals nog onlangs de Mekano bij de faculteit Ontwerpwetenschappen, late examenroosters bij de Specifieke Lerarenopleiding of meer studieruimte op het niveau van ASRA (Associatie Studentenraad Antwerpen: UAntwerpen, KdG, AP & HZS). Vaak is het werk van een stuver eerder proactief doordat zij zelf met ideeën en verbeteringen op de proppen dienen te komen nog vooraleer studenten dit voor mogelijk hadden gehouden of enige hinder ondervonden. Dit is eigenlijke de belangrijkste taak van een stuver, maar deze ontwikkelingen gebeuren altijd achter de schermen tijdens de vele raadszittingen en blijven daar helaas meestal. Denk maar aan probleemloze curriculumhervormingen, verschuivingen in de vakinhoud en werkvormen of meer aandacht voor specifieke voedingspatronen in onze Komida’s, enzovoorts. Aan deze zaken hebben meerdere stuvers waarschijnlijk heel lang gewerkt, maar de grotere studentenpopulatie weet dit meestal niet."

 

"Om zulke zaken meer naar buiten te brengen, onze studenten beter te informeren over het reilen en zeilen van onze operatie én natuurlijk om tevens meer input van studenten te verkrijgen, opteerde het bureau van de Studentenraad (of dagelijks bestuur) er dit academiejaar voor om de Facebookpagina www.facebook.com/sruantwerpen nieuw leven in te blazen. Via dat medium proberen we iedere dag de studenten één of twee keer iets mee te delen over waar we mee bezig zijn of wat eraan komt. We hopen eveneens dat meer studenten hierdoor geneigd zullen zijn om zelf hun zegje te komen doen tijdens een studentenoverleg of als stuver tijdens een raadszitting van een onderwijscommissie, faculteitsraad of een Algemene Vergadering van de Studentenraad zelf."

 

Anaïs Walraven, voorzitster van de Studentenraad
(
© Quinten Verlinden)

 

 

Wat zijn de belangrijkste vernieuwingen die er volgend jaar aankomen?

"Wel, een eerste belangrijke verandering is eigenlijk dat we volgend jaar niet langer werken met integrerende mandaten. Deze zitjes werden gecreëerd om de inkantelende studentengeledingen een aparte stem te geven in de Sstuvo- en Studentenraad, maar deze inkanteling is al enige jaren achter de rug en we zien hen ook niet langer als ‘die integrerende richtingen’. Zij zijn ondertussen up to speed en weten onze officiële kanalen en verkiezingswegen steeds beter te vinden. Daarom gaan zij vanaf volgend jaar helemaal op in de gewone studentenvertegenwoordiging. Bovendien hebben we een goede relatie met hun oude (pré-UAntwerpen) én nieuwe stuvers en zien we onze hernieuwde samenwerking volledig zitten. Dit jaar hebben we bijvoorbeeld samengewerkt aan de dossiers omtrent Conservatie-Restauratie, de Mekano en Monumenten- & Landschapszorg."

 

"We zijn ook druk bezig met het verkrijgen van een bestuursjaar. Dit document stelt deze stuvers in staat om dertig studiepunten door te schuiven naar het volgende academiejaar. In Nederland hebben stuvers dit al, maar in Vlaanderen zou het een uniek gegeven zijn. Wij zien een bestuursjaar als een extra faciliteit voor stuvers die zich dagdagelijks inzetten voor hun medestudenten. Die enkelingen die van studentenvertegenwoordiging eigenlijk hun day time job gemaakt hebben en bijna werkstudenten zijn, zeg maar. Hieronder verstaan we het bureau van de Studentenraad en de negen facultaire stuvers, die de eerste hulplijn zijn voor alle stuvers van hun faculteit. Omdat deze vijftien stuvers zich eigenlijk compleet in hun mandaat moeten gooien en hun studies hier vaak onder lijden, hebben we geopteerd voor een bestuursjaar als ondersteuning bij hun iets langere studieloopbaan. Dit is echter geen verplichting. Het is een mogelijkheid, maar geen must."

 

"Zo geeft UAntwerpen via het diplomasupplement aan dat deze stuvers zich ontzettend hard hebben ingezet voor hun medestudenten, sociaal engagement toonden en tevens heel wat extra competenties verworven hebben tijdens de uitvoering van hun mandaat. Bovendien laat onze instelling zo blijken dat het begrijpelijk is om misschien een halfjaartje langer over je studies te doen, wanneer je jezelf zo hard inzet voor je medestudenten. De Onderwijsraad heeft dit bestuursjaar ondertussen al goedgekeurd, maar nu moet het nog goedgekeurd worden door de Raad van Bestuur van UAntwerpen. Een dossier legt dus altijd een hele lange weg af vooraleer het werkelijkheid wordt."

 

"Dit lijkt misschien wat overdreven wanneer een student dit hoort, maar ik kan je verzekeren dat wanneer je op een hoog niveau stuver bent, je eigenlijk geleefd wordt. Ik heb als voorzitter van de Studentenraad heel wat dagen geklopt waarop ik begon te vergaderen om acht uur ‘s morgens in het Agora Café en pas om middernacht klaar was met mijn laatste meeting. Bovendien moet je altijd en overal bereikbaar zijn. Zo werd ik tijdens de examenperiode in januari herhaaldelijk wakker gebeld door panikerende studenten die vergeten waren zich in te schrijven voor een examenmoment of doodgewoon hun lokaal voor het examen van die volgende ochtend niet online vonden. Ook je studietijd wordt hierdoor danig teruggeschroefd. Als er iemand een probleem heeft en je dringend opbelt, maakt het voor die student in kwestie immers niet uit of je nu net wou werken aan je thesis. Die mensen zijn over het algemeen verward of boos en hebben dan een oplossing nodig. Niet twee dagen later … Dus dan pak je zo snel mogelijk je boeltje in de bib en rep je jezelf ernaartoe. Op dat moment help je die studenten gewoon en ben je blij dat je een verschil hebt kunnen maken en een glimlach op iemands gezicht kon toveren, maar het weegt ook wel zwaar door. Gelukkig weet mijn vriend hoe graag ik dit doe en heeft hij ondertussen ook al leren koken!" (lacht)

 

 

Waarom is het belangrijk dat studenten stemmen tijdens de studentenvertegenwoordigingsverkiezingen?

"Dat is eigenlijk zowat de belangrijkste beslissing die ze maken dat academiejaar – naast hun eigenlijke studiekeuze dan – op het vlak van hun betrokkenheid bij UAntwerpen. Zij moeten immers kiezen wie hen gaat vertegenwoordigen tijdens het komende academiejaar. Kies je voor iemand die al jaren stuver is, iemand die er dolgraag aan wil beginnen, iemand die denkt één specifiek probleem snel te kunnen oplossen, iemand die alom bekend is in het uitgaansleven, iemand die eerder een vakbondsman of -vrouw is, iemand die het altijd eens is met de professoren of gewoon voor een goede vriend(in)? Dit is geen gemakkelijke keuze."

 

"Studenten denken vaak dat het niet uitmaakt wie ze kiezen als stuver, omdat deze studenten gewoonweg naar vergaderingen gaan en dit vaak werk is waarvan studenten weinig afweten. Toch is het voor de studenten uitermate belangrijk om een stuver te kiezen die bij hen past. Je hebt iemand nodig die stevig in zijn of haar schoenen staat, die niet bang is om de studentenmening te verkondigen terwijl men tezelfdertijd altijd constructief moet zijn en een compromis moet beogen. Iemand die altijd energiek klaar staat voor zijn of haar medestudenten met groot enthousiasme en gewiekste geest. Het belangrijkste blijft echter nog altijd de aanspreekbaarheid. Je wil een stuver hebben die praat met iedereen en 24/7 bereikbaar is. Iemand die niet aarzelt om zijn of haar eigen ding opzij te schuiven en jullie problemen de volledige prioriteit te geven. Iemand die er zelf ook heel wat voldoening en plezier uithaalt. Zo iemand is niet makkelijk te vinden, maar ik ben er zeker van dat we samen die witte raven wel opsporen tijdens de stuververkiezing."

 

 

Hoe gaat het stemmen voor studentenvertegenwoordigers precies in zijn werk?

"Er wordt verwacht dat je eerst de motivaties van alle kandidaten leest (op onze Facebookpagina, in het Unifac-postje of in de ASK-snelkrant), waarna je kan klikken op onze poster die bovenaan jouw Blackboard-startscherm prijkt of de link op onze Facebookpagina. Zo word je doorverwezen naar het eigenlijke stemformulier. Daar kan je jouw vertrouwen geven aan onze kandidaten. Je kan natuurlijk ook gewoonweg naar onze stemhokjes komen en daar een praatje slaan met de stuvers in spé."

 

 

Waarom is het belangrijk dat studenten ook op de campussen kunnen stemmen in plaats van enkel online?

"Ook dit jaar staan we op heel wat campussen met onze stemhokjes. We hebben gemerkt dat dit toch beter werkt dan enkel online stemmen. Zo hebben heel wat studenten vaak geen laptop bij en kunnen ze ‘s middags lekker makkelijk samen met hun vrienden stemmen in die stemhokjes. Als we als stuverteam zelf op de campus aanwezig zijn, komen mensen ook direct met ideeën en opmerkingen naar ons toe. Dat is ieder jaar al zo gebleken. Bovendien kunnen we die studenten dan in een keer overtuigen om de oplossing mee te helpen door te stemmen. Natuurlijk zijn er ook altijd heel wat studenten die de kandidaten daar graag eens ontmoeten om dan pas nadien geïnformeerd hun stem uit te brengen."

 

"Vanaf dit jaar krijgen stemmers echter ook een beloning. De eerste honderd studenten die passeren bij onze stemhokjes elke middag krijgen immers een lekker stuk taart. Maandag gooien we de motivaties van de stuvers in spé online en vanaf dinsdag zijn we elke dag op een andere campus te vinden met onze stemhokjes en heel wat lekkers, want ja hoor er is een breed taartenaanbod." (lacht)

 

 

Als studenten één ding zeker niet mogen vergeten over deze verkiezingen of de studentenraad – behalve dan dat we moeten stemmen – wat zou dat dan zijn?

"Dat studentenvertegenwoordigers heel wat werk verrichten achter de schermen en dat zij 24/7 bezig zijn voor hun medestudenten zodat jullie zonder (al te veel) zorgen kunnen studeren aan een studentikoze universiteit waar de studentenstem hoog in het vaandel gedragen wordt. Vergeet dan ook niet dat een stuver vaak maanden of zelfs jaren werkt aan een dossier voordat dit af is. Soms laten goede en doordachte oplossingen nu eenmaal langer op zich wachten, maar geen nood. Er wordt in de coulissen immers heel hard gewerkt aan onze ideale studentenomgeving."

 

 

Meer info vind je in de 'Stuverbrochure 2016'.