top tien studentikoze apps om het academiejaar door te komen

04/10/2016
🖋: 

In een tijdperk waarin mobiele netwerken niet 2 of 3, maar 4G-technologie gebruiken, de iPhone – naast nog een paar S’en, C’s en ondertussen ook SE’s – al aan haar zevende generatie toe is en de nieuwste Samsung letterlijk ontploft van de cutting “Edge” technologie, zien steeds meer mensen en organisaties het potentieel ervan in. Maar zullen deze zwarte, zilveren of (rosé)gouden apparaten ook voor universiteitsstudenten een onmisbare extensie van hun arm worden? Hebben ze zodanig nuttige functies dat we onze goede oude vrienden Pen en Papier voorgoed aan de kant kunnen leggen? dwars neusde nieuwsgierig rond in de virtuele supermarkten en legde een tiental noemenswaardige programmaatjes in zijn winkelkarretje die wel eens gig-app-praktisch zouden kunnen blijken tijdens dit academiejaar.

10 – studeren in alle talen van de wereld

Met de nieuwe Google Translate-app kan je tegenwoordig gewoon een foto nemen van de tekst die je wil vertalen. Daarna veeg je over de woorden en vertaalt hij ze onmiddellijk. Wanneer je de app voor de eerste keer downloadt, kan je ook instellen van en naar welke taal je het meest vertaalt, zodat je niet altijd moet gaan zoeken. Bovendien kan je in deze talencombinatie offline vertalen als je nog een paar megabytes extra downloadt. Op Android kan je daarnaast in elke app woorden selecteren en meteen vertalen.

 

 

 

 

9 – notities doorsturen als een pro

Met Tiny Scanner heb je je notities in no time gescand en geconverteerd naar een pdf-bestand. Meer nog, je kan dat bestand ook meteen doormailen naar je dankbare medestudenten. “Dat kan je toch ook gewoon met de foto-app?”, hoor ik je al denken. Ja, maar met de scanner-app kan je de afbeelding ook netjes afsnijden en met de Instagram-achtige ‘scan-filter’ lijkt het alsof je gewoon een ouderwetse scanner hebt gebruikt. Zo wordt de tekst leesbaarder en is ook de belichting beter. Best of both worlds, toch?

 

 

 

 

8 – het overzicht bewaren

Mindmaps maken op papier? Zó 2006. Dat kan nu ook gewoon op je smartphone of tablet. Met SimpleMind maak je snel mooie en overzichtelijke mindmaps op je computer, tablet of smartphone. Zo wordt ook het ingewikkeldste in één oogopslag duidelijk.

 

 

 

 

7 – begin de dag met een knal

Wekkerapplicaties zijn er met hopen, maar Alarmy - Sleep if u can is met voorsprong de meest hardnekkige en wordt door zijn ontwikkelaars terecht als the world’s most annoying alarm app bestempeld. Om deze wekker ’s ochtends uit te schakelen, moet je goed wakker zijn. Je kan zelf kiezen welke foltering je verkiest: een stevige optelsom oplossen, een selfie nemen in een bepaalde pose, je gsm een bepaald aantal keer op en neer schudden of een vooraf ingestelde barcode scannen. Leuk toch? En ondertussen piept en trilt de wekker rustig verder. Te gebruiken op eigen risico.

 

 

 

 

6 – deep focus

Ben je de motiverende afspeellijsten van Spotify beu of op zoek naar iets sterkers? Dan is Beeminder misschien iets voor jou. Met de app kan je persoonlijke doelen stellen van een aantal push ups per dag tot het aantal minuten dat je op Facebook zit. De app stelt een ‘yellow brick road’ op, die je doel grafisch weergeeft. De app is volledig gratis en als je netjes je doelstellingen volgt, blijft dat ook zo. Als je echter off track gaat, betaal je automatisch een bijdrage. Slapend zal je met deze app niet rijk worden, dus.

 

 

 

Iets minder drastisch? Forest laat een boompje groeien op je smartphonescherm zolang de app geopend is. Sluit je hem om naar een andere app te gaan, gaat je boompje dood. Hou je echter braaf je focus, dan heb je voor je het weet niet enkel een goed examen afgelegd, maar ook een groot bos geplant.

 

 

 

 

5 – schaaf je talenkennis bij op de bus

Altijd al Spaans willen leren? Droom je van een vakantie naar Vietnam? Geïntrigeerd door Esperanto? Wacht niet langer en begin vandaag nog met het leren van die ene prachtige taal. Het aanbod van Duolingo doet niet anders dan uitbreiden en de methode die de app gebruikt wordt door wetenschappers aangeprezen. Je kan zelf kiezen hoeveel tijd je per dag aan je taal wil besteden en de app stalkt je met notificaties zodat je zeker blijft oefenen. Het voelt als een spelletje en door elke dag wat te lezen, typen of spreken gaat het snel vooruit.

 

 

 

 

4 – blijf op de hoogte

Ook digitaal leer- en communicatieplatform Blackboard is de iTrain opgesprongen. Waar de website soms chaotisch en onpraktisch is, is de app veel overzichtelijker en handiger. Met push-notificaties komen alle mededelingen gewoon op je gsm binnen en kan je ze meteen lezen. Documenten die de prof heeft geüpload, kan je gewoon openen op je gsm en zelfs in één klik op Dropbox zetten. Via de app ben je dus direct op de hoogte van nieuwe content of een last minute lokaalwijziging. Ook UAntwerpen heeft trouwens haar eigen app, waarop je onder andere je cijfers en de contactgegevens van professoren kan raadplegen.

 

 

 

 

3 – met je hoofd in de wolken

Hierboven dook er al een op, een cloudservice. Als je al je bestanden voor je schoolwerk altijd op de server opslaat, kan je ze van overal en op al je verschillende apparaten openen. USB-stick met de powerpoint van je presentatie in alle stress thuis vergeten? Geen probleem, log gewoon in op Dropbox, Google Drive of OneDrive, download het bestand en ga ervoor! Via de universiteit heb je trouwens toegang tot een terabyte aan OneDrive-opslagruimte, niet twijfelen dus!

 

 

 

 

2 – laat die laptop ook maar thuis

Ook krijg je van UAntwerpen een gratis Office 365-abonnement (je moet ingelogd zijn op de UAntwerpen e-mail), waarmee je toegang krijgt tot alle pro-functies van de mobiele versies van Word, Excel en PowerPoint. Met deze apps kan je elk document gemakkelijk openen, bewerken en weer opslaan, zowel op gsm als tablet. De handout van de prof op je gsm en je notitieblok ernaast of rechtstreeks notities maken met je tablet, het kan allemaal.

 

 

 

 

1 – hou alles handig georganiseerd

Pen en Papier lijken dan in sommige situaties nog steeds onmisbaar, voor onze trouwe vriend Agenda bestaat er een foolproof digitaal alternatief. Het handige aan Google Calendar is dat het op alle platformen werkt, computers (calendar.google.com), tablets en smartphones, in alle merken en maten. Als je al je afspraken op hetzelfde account ingeeft, zijn ze dus altijd en op al je apparaten beschikbaar. Gebruik je toch liever je vertrouwde agenda-app, kan je al je agenda’s van Google Calendar in een paar klikken importeren in je favoriete app. Zo hou je al je agenda’s handig centraal, maar kan je toch dezelfde app blijven gebruiken. Door de link onder je SisA-lessenrooster in Google Calendar in te geven, kan je ook al je lessen gemakkelijk importeren.

 

 

 

Google Calendar heeft daarnaast nog een praktisch broertje, Google Keep, dat even universeel is als Calendar (keep.google.com). Keep is een virtuele “post-it”-verzameling waarin je zoveel to-do-lijstjes als je wil kan toevoegen. Je kan ook reminders instellen op een bepaald tijdstip of wanneer je een bepaalde locatie binnenwandelt. Gooi al die kleine blaadjes dus maar weg en hou alles handig bij op je smartphonescherm.

 



Alain Verschoren voor het laatst als rector aan het woord

03/10/2016
🖋: 

De eerste donderdag van het academiejaar associëren we allemaal met de academische opening en Studay. Je was vast aanwezig op de Sloepenweg, maar was je ook getuige van de woorden die het nieuwe academiejaar inluidden? Nee? De academische rede van rector Van Goethem werd gelukkig achteraf nog in papieren versie in je handen geduwd. De afscheidsrede van aftredend rector Alain Verschoren echter niet. Ook zijn speech was het herbeleven waard en daarom drukken wij ze je graag digitaal op het hart.

Geachte aanwezigen

 

De vorige weken waren vreemd: de laatste keer dit, de laatste keer dat, en vandaag ook de laatste keer dat ik iets mag zeggen op de plechtige opening van het academiejaar, tenzij men mij natuurlijk volgend jaar of zo als gastspreker uitnodigt (hint).

 

Ik heb nooit Boudewijn de Groot-allures of -aspiraties gehad (ik richt me hier even tot de ouderen onder ons): dit is dus geen testament (en op mijn leeftijd zeker niet van mijn 'Jeugd'.) Integendeel, we moeten ons blijven concentreren op de toekomst, niet het verleden. Wellicht moeilijk voor een historicus. Toch zou ik naar onze nieuwe rector toe willen zeggen: “Doe wel en zie niet om.”

 

Ik heb voor deze gelegenheid wel even terug gekeken naar mijn vorige openingsspeeches. Heel wat uitdagingen, zeg maar problemen, die aan bod kwamen de vorige jaren zijn intussen opgelost. Tenminste, die waar we zelf enigszins controle over hadden. Denk bijvoorbeeld maar aan de zichtbaarheid (of onzichtbaarheid) van onze universiteit, het gebrek aan eigen accenten en profiel, de oorspronkelijk magere studentenaantallen, de beperkte wetenschappelijke impact, het tekort aan gebouwen, ...

 

We zitten anderzijds nog steeds opgescheept met een stevige onderfinanciering en met een financieringsmodel dat de Vlaamse universiteiten (en hogescholen) verplicht elkaar te blijven beconcurreren, op de zakdoek die Vlaanderen groot is. Een mooie zakdoek weliswaar, een dynamische, ambitieuze en innoverende zakdoek, maar, sorry, toch een zakdoek. Ik benijd dan ook buitenlandse topuniversiteiten, de échte topuniversiteiten, die nadrukkelijk betoelaagd worden via sponsoring en donaties van alumni, stevige samenwerking met de bedrijfswereld en sterke internationale werving en uitstraling.

 

Ik weet het, een en ander heeft te maken met een bepaalde cultuur en met fiscale mogelijkheden, maar wordt het niet stilaan tijd dat ook wij hier wat creatiever worden? We kruipen weliswaar meer en meer uit onze ivoren toren, maar we blijven achteraf toch nog veel te veel en veel te lang in de buurt ervan rondhangen.

 

We zijn in Vlaanderen soms ook erg oubollig. Als student een onvoldoende? Dan moet je een zittijd of een jaar wachten voor je je examen mag overdoen. In de VS herkans je zo vaak je nodig hebt. Voordeel is zelfs dat je je cursus dan tenminste x keer gestudeerd hebt. Net zo'n beetje als wat onze entrepreneurs ervaren: we stimuleren ze wel om bedrijfjes op te starten, maar als het niet lukt dan zijn ze gebrandmerkt voor het leven, terwijl, opnieuw in de VS, drie keer overkop gaan vaak net een pluspunt is: je hebt ervaring en bent een bewezen doorzetter.

 

Tot vervelens toe: we moeten ons veel sterker maatschappelijk durven profileren en écht afstand durven nemen van die ivoren toren.

 

Dit betekent niet dat we ons uitsluitend op winst moeten richten, op onderwerpen die geld opbrengen. Ik benadruk hierbij nogmaals dat de humane wetenschappen, waar we toch vaak over geringere grootteordes van bedragen spreken, tenminste even belangrijk zijn als de andere. Ik heb het op ongeveer elke opening gezegd: een universiteit die te weinig aandacht besteedt aan humane wetenschappen, die zich uitsluitend concentreert op de inhumane wetenschappen, is geen universiteit maar een fabriek.

 

Wat die maatschappelijke rol van het hoger onderwijs betreft: we moeten, en dat geldt uiteraard voor alle onderwijsniveaus, jongeren maximaal voorbereiden op hun rol in de samenleving van morgen. We moeten hierbij echter goed beseffen dat het huidige onderwijs zich nog teveel richt op een aantal beroepen die mogelijk niet meer zullen bestaan op het moment dat studenten afstuderen. Verder moet het hoger onderwijs ook maximaal toegankelijk worden en blijven. U weet dat ik nooit gelukkig geweest met de verhoging van de inschrijvingsgelden: het blijft een extra drempel voor heel wat studenten, zeker in een regio als de onze, terwijl het qua inkomsten voor ons toch maar een druppel op een hete plaat is. Ik ben het niet eens met OESO-topman Dirk Van Damme die stelt dat de inschrijvingsgelden een pak hoger moeten, gekoppeld aan een systeem van studieleningen (terloops: ik ben het wél met hem eens dat vooral het secundair onderwijs dringend moet besparen. Dat laatste ligt natuurlijk politiek wat moeilijker, zeker in pre-verkiezingstijden waar alle partijen en politici populistische trekjes krijgen. En waar men electoraal maar al te goed beseft dat lager en middelbaar onderwijs meer sympathie krijgen van Jan met de Pet dan het hoger onderwijs.) Maar die inschrijvingsgelden, dus. Die zijn er niet in de Scandinavische landen, en in de VS zijn ze hoog, extreem hoog. Vooral de universiteiten die vooraan staan in de diverse rankings hebben er geen probleem mee inschrijvingstarieven van 50.000 dollar en meer te hanteren. Met als gevolg dat de schuldenberg in de VS veroorzaakt door openstaande studieleningen momenteel zo'n 1,3 miljard dollar bedraagt. Willen we daar naartoe? Terzijde, omdat ik zonet rankings vermeldde, weet u dat in een recente ranking gebaseerd op onderwijsindicatoren, en dus niet louter op wetenschappelijke output, bv. Oxford, dat qua onderzoek veelal op één staat, het qua onderwijs en studentensatisfactie moet stellen met een 28ste plaats? Overigens staat geen enkele Britse universiteit van de Russell Group van elite-universiteiten in de onderwijs top twintig.

 

Moeten we eigenlijk wel mee blijven doen met die ratrace? Moeten we keer op keer naar de pers stappen als we in een of andere ranking, en het zijn er veel, een paar plaatsen gestegen zijn? De Vlaamse universiteiten staan allemaal in de top 200 of 300 of zo, dat wil zeggen in de top 5% op wereldniveau. Buiten de absolute top, de Ivy League, zijn de onderlinge verschillen overigens zeer miniem. En dan is er nog het artificiële van heel dat rankinggedoe. Aan de ULB is de voorbije jaren niets speciaals veranderd: nog altijd dezelfde onderzoekers en lesgevers, dezelfde gebouwen, enz., same as ever, maar toch zijn ze recent een pak gestegen in een aantal rankings. Weet u waarom? Omdat VUB-prof. Englert de Nobelprijs Fysica heeft gekregen ...

 

Maar goed, dat de academische wereld niet perfect is weten we allemaal. Wat mij betreft, als lid van die academische wereld, er is een tijd van komen en van gaan, en mijn tijd van gaan is gekomen. Ik ben daar niet ongelukkig om omdat ik het grootste vertrouwen heb in het beleid dat zal gevoerd worden door mijn opvolger en zijn ploeg. De enige raad die ik hem / hen durf meegeven, en ik val hiermee in herhaling, is: “Doe wel en zie niet om.” Leer uit het verleden maar werk aan de toekomst, de toekomst van onze universiteit en van onze associatie.

 

Overigens, wordt het niet stilaan tijd dat we durven spreken over DE Antwerpse Associatie? Die twee Leuvense opleidinkjes in Antwerpen en die ene hogeschool die nu eenmaal een verkeerde keuze heeft gemaakt, moeten ons toch niet deren? Antwerpenaren zijn bescheiden mensen, dat is universeel bekend, maar is het niet meer dan ooit tijd te tonen wat onze universiteit en onze hogescholen waard zijn? Herman, Robert, Patrick, Pascale, Veerle en de duizenden personeelsleden en studenten van het Antwerpse Associatie: toon wat jullie kunnen, en dat is veel, zeer veel. Ik reken op jullie en wens jullie het allerbeste toe voor de toekomst. En die toekomst, geachte aanwezigen, zal schitterend zijn, daar twijfel ik niet aan.

 

Ik heb gezegd.



23/09/2016
🖋: 
Auteur extern

Ulrike Burki


Ze zitten op het strand
de man, het kind en zij
op een blauwe badhanddoek
haar armen en haar benen wijd
een zeester, zegt hij,
heelt zichzelf als hij een stuk verloren is

 

zij bedenkt dat ze al lang niet meer is heel geweest
dat er al sinds het baren van het kind
een leegte in haar heerst
waarin ze soms de zee hoort klotsen
verder niets

 

ze neemt een spade, ze zegt,
laten we een put graven,
die dempen met alles wat ik al verloren heb
een balletje, twee puzzelstukken, de sleutel van het tuinhek
dit gesprek

 

 

Ulrike Burki



de Brombeer

21/09/2016
🖋: 
Auteur

Er valt heel wat te zeggen over goede journalistiek. Een krant, of zo u wil een tijdschrift, is niet volledig zonder de bijdragen van de cartoonist of de satiricus. De betere kranten hebben dat allemaal. Tussen hun integer en correct journalistiek werk vindt men de grappige cartoon of de schertsende column. Dat is nodig. Dat verlicht de boel.

 

De jeugd houdt hier dan ook ontzettend van en je kan het hen niet kwalijk nemen. Zij zijn immers de slachtoffers en niet de veroorzakers van de besparingen in het onderwijs, de hyperactieve visuele cultuur en het breder intellectueel verval. Men kan een labrador ook niet verwijten dat hij onvoorzichtig de straat oversteekt en een aanrijding met een BMW X1 hem fataal wordt. Hij wist niet beter. Was hij opgeleid tot blindengeleidehond, het zou anders zijn geweest. Educatie, educatie, educatie. Hij kan het S.M.A.K. dan nog zoveel bezocht hebben of godbetert een succesvol YouTube-kanaal hebben, hij blijft ongeïnformeerd en ongecultiveerd.

 

Dàt is hem fataal geworden. Hij had – bij wijze van spreken – De Standaard maar moeten lezen, zeker toen ondergetekende er nog de plak zwaaide. Wij deden ten minste nog aan volksverheffing. Dat is dan ook precies wat ik mijn buurman heb verteld na het ongeluk. Een bedrijfswagen moeten inleveren met een ingedeukte bumper is ook niet minnetjes. Iedereen is slachtoffer en niemand treft echt schuld als we de situatie van wat dichterbij bekijken.

 

Een groot zootje ongeregeld als je het mij vraagt, geen diepgang, geen passie voor de feiten ...

 

Maar goed, terug naar het onderwerp: gezien die grote voorliefde voor het lichtere genre, vindt men in alle studentenbladen dan ook enkel zelfverklaarde humoristen, cartoonisten en aspirant-schrijvers. Een groot zootje ongeregeld als je het mij vraagt. Geen diepgang, geen passie voor de feiten – laat staan waardevol journalistiek werk – maar af en toe gaat er zo iemand naar een echte krant om de boel wat op te leuken. Ik kan daar mee leven. We hebben er zelf ook zo een paar aangeworven in mijn tijd. Dat neemt niet weg dat het mij opportuun lijkt een studentenblad ook wat bij te brengen over echte journalistiek en helder schrijven. Ik was dan ook blij en verheugd om dwars te mogen vervoegen en zal mijn uiterste best doen het blad bij te brengen wat ik in al die jaren hard labeur heb bijgeleerd over het vak. Toen wij na interne meningsverschillen vertrokken bij Trends wilden ze ons daar bij de directie niet geloven, maar je ziet het. Een ex-hoofdredacteur wordt minister van financiën en ‘yours truly’ heeft ook niet bepaald stil gezeten, maar in het komende jaar meer daarover. Belangrijk om te onthouden: dwars zal enorme sprongen voorwaarts maken in de nabije toekomst. Jullie zullen het geweten hebben.



editoriaal

17/09/2016
🖋: 

Dames en heren, hij is nu verkrijgbaar! Ik heb het niet over de iPhone 7, maar over de eerste dwars van het academiejaar. Wij pakken, net zoals Apple deed, uit met een geheel nieuwe formule, die voor een groot deel hetzelfde blijft. De opmerkzame lezer heeft immers al gezien dat de inhoudstafel van deze dwars verschilt van de laatste dwars van vorig academiejaar. Bovendien is er bij ons nu ook plaats voor poëzie en hebben we een nieuwe huistekenares, Christina De Witte, beter bekend als Chrostin. Oh, en zei ik al dat we nu ook enkele artikels in English hebben? Erasmusproof dus!

Vernieuwing alom, want niet alleen dwars maakt een verandering door, ook de universiteit komt met wat nieuws: rector UAntwerpen 3.0. De plannen van dit nieuwe Operating System voor de universiteit, prof. dr. Van Goethem, lees je op pagina 10. Over Operating Systems gesproken, we lazen in de krant dat steeds meer studenten richtingen studeren die leiden naar banen die door computers kunnen worden overgenomen. Hoe doe je dat dan, overleven in de wijde wereld buiten de universiteit? Waarschijnlijk kan onze columniste (ja ook zij is nieuw!) je wat tips geven (p.16).

 

De meesten staan echter nog niet zo ver en maken zich op om het nieuwe academiejaar goed in te zetten. We vroegen aan de minister van Onderwijs wat ze deed om dat mogelijk te maken (p.4). Je opnieuw inschrijven betekent echter ook boeken en cursussen kopen, maar moeten die wel zo duur zijn? Wij zochten het uit op pagina 12. Sommigen vertrekken bovendien op Erasmus, hopelijk hebben zij niet te veel problemen ondervonden bij hun vertrek (p.28).

 

Nieuwe rector, nieuwe afgestudeerden, maar ook en vooral nieuwe studenten. Het zijn er blijkbaar wel minder dan vorig jaar. Dat laten wij niet aan ons hart komen, want al deze vernieuwing geeft toch reden tot vieren! En liefst met een goed glas bier. Weet je niet welk bier je best kiest in deze situatie? Dan kan een zytholoog je misschien helpen (p.34). En anders vier je gewoon door deze dwars te lezen. Ik beloof je, het is de moeite!



de cursus- en handboekenmarkt onder de loep

15/09/2016

Een nieuw academiejaar brengt voor studenten nieuwe budgettaire kopzorgen met zich mee. Na een dure zomer vol niet te missen festivals, onontbeerlijke Vietnamreizen en twee of drie obligate citytrips, wacht de student bij de start van het academiejaar opnieuw een grote uitgave: de onvermijdelijke aanschaf van het cursusmateriaal. Met alle cursussen, readers en handboeken die je om de oren vliegen kan dit een prijzig plaatje worden. Maar de student, besparingsdier in hart en nieren, zou zichzelf niet zijn als hij geen manier vond om de kost van die vermaledijde cursussen wat te drukken.

Nee, we hebben het niet over Cara Pils, het betaalbare ambrozijn der studenten, maar over de overkoepelende studentencursusdienst die deze maand het levenslicht ziet. In tijden waarin ‘democratisering’ het toverwoord lijkt en menig eerstejaarsstudent letterlijk bezwijkt onder de studie(boeken)druk, werpt zij zich op als beschermer van de studentikoze belangen. Hoeveel aandacht wordt er eigenlijk besteed aan de kostprijs van het studiemateriaal? dwars zocht het voor je uit.

 

padafhankelijke geschiedenis

Toen de Universiteit Antwerpen in 2003 werd opgericht – na de fusie van haar voorgangers UFSIA, RUCA en UIA – had dat ook een impact op de cursusleveranciers. Vandaag wordt het studiemateriaal voor studenten op de buitencampussen ter beschikking gesteld door de cursusdiensten van onze alma mater zelf. Die bevinden zich op Campus Drie Eiken en Campus Groenenborger.

 

Op de Stadscampus is het daarentegen vooral Universitas dat de studenten onder een stapel syllabi bedelft. Deze oneigenlijke cursusdienst van de Stadscampus was jarenlang een onderdeel van Unifac tot het zich eind jaren 70 afsplitste en door twee studenten werd omgevormd tot een bedrijfje. “We kopieerden lesnota’s van studenten. Nu ja, eigenlijk was het in die tijd nog stencilen; kopieermachines konden we ons niet veroorloven”, herinnert een van de oprichters zich. Vandaag is Universitas uitgegroeid tot een moderne onderneming die niet alleen de cursussen voor UAntwerpen en de AP Hogeschool drukt, maar die bijvoorbeeld ook alle syllabi van de twintig grootste opleidingscentra in België verstuurt. Tegenwoordig maken cursussen nog slechts 25 procent van de omzet van Universitas uit.
Voor handboeken moet je dan weer in de eerste plaats bij Acco zijn. Ook dit Leuvense bedrijf werd halverwege de jaren 50, toen de studiekost torenhoog was, door enkele studenten uit de grond gestampt. Sindsdien opende de coöperatieve vennootschap zeven vestigingen.

 

Leidt die situatie er niet toe dat cursussen op de buitencampussen stukken goedkoper zijn? Dat een universitaire dienst goedkoper te werk gaat dan twee bedrijven met winstoogmerk die een quasimonopolie en een gecombineerde jaaromzet van zeventien miljoen euro hebben, lijkt een evidentie, en dus namen we de proef op de som. Een kleine steekproef leerde ons echter dat Universitas ongeveer € 0,02 aanrekent per bladzijde. Voor een syllabus van een van de buitencampussen moet je afgerond € 0,03 per bladzijde betalen.

 

waakhonden vs. geldwolven?

Betekent dit dat de cursusdiensten van de verschillende studentenclubs op de Stadscampus met existentiële crisissen kampen waar zelfs een filosofiestudent nog een puntje aan kan zuigen? Toch niet. Vooral voor handboeken en lijvige cursussen betaal je als student soms nog te veel. Dat bewijst onder meer het bescheiden succes dat Klio (studentenclub Geschiedenis) onlangs boekte. Het wist professor Christian Laes ervan te overtuigen om zijn cursus bij hen uit te brengen, omdat ze hem goedkoper konden aanbieden dan Acco. Als gevolg daarvan verlaagde Acco de prijs waardoor de aankoopprijs voor Acco-leden zelfs lager kwam te liggen dan via de studentenvereniging het geval was!

 

De cursusdiensten willen als waakhond fungeren en de monopoliepositie van Universitas en Acco blijven afzwakken. Ze hopen ze de prijs voor de student zo veel mogelijk te drukken en de rol van waakhond lijkt nog lang niet uitgespeeld. Dat beaamt ook Beau Vingerhoets, voorzitster van Weduc, de cursusdienst van Wikings-NSK (studentenclub faculteit TEW): “Zeker voor handboeken kan je soms te veel betalen. Dankzij onze zoektocht naar/lobbywerk bij sponsors (coverbranding) en samenwerkingen met uitgeverijen als De Boeck, slagen we er geregeld in om ze goedkoper aan te bieden. Al blijft het uiteindelijk de prof die bepaalt welke uitgever hij verkiest.” Bovendien verenigden de verschillende studentenverenigingen zich in wat vanaf september de ‘Cursusdienst UA Stadscampus’ zal gaan heten.

 

Wij bieden een continuïteit en professionaliteit die er bij studentenverenigingen niet kan zijn.

 

Of hen dat een sterkere onderhandelingspositie en meer bekendheid zal geven, blijft nog maar de vraag. Alle ‘cudi's’ (Weduc, Sofia, PSW, Klio en Lingua) behouden immers hun eigen werking, openingsuren en materiaal. Ze zullen dus enkel een lokaal in het komidagebouw (de resto) delen. Beau: “Sofia drukte de cursussen boven haar stamcafé, het ter ziele gegane Den Uil. In het lokaal dat de unief hen toekende mochten ze dat niet meer. Ook wij konden niks meer verkopen, nadat we ons lokaal in het Unifac-gebouw moesten verlaten. (Sorry Weduc, uw favoriete studentenblad had een warme journalistieke thuis nodig, nvdr.) Op ons voorstel zijn we toen beginnen zoeken naar een gemeenschappelijke locatie voor alle cursusdiensten en we kwamen bij de resto uit. Aanvankelijk was de universiteit niet gewonnen voor het voorstel, maar nu staat ze er helemaal achter.” Een verdere integratie zit er voorlopig evenwel niet in. “Daarvoor moet er eerst voldoende vertrouwen zijn en moeten er heel wat praktische moeilijkheden overwonnen worden,” benadrukt Beau, “maar op termijn kan het misschien wel.”

 

Met die woorden in het achterhoofd trokken we naar Tom Van Uffelen en Frank Libeer, algemeen directeur van respectievelijk Universitas en Acco. Zelden hebben we mensen ontmoet die zo gepassioneerd meters cursussen doorklieven. De heren zijn echter niet onder de indruk. “We gaan daar niet heftig op reageren,” zegt Frank Libeer vastberaden, “het is een vrije markt.” Ook Van Uffelen is niet bang: “Cursusdiensten van studentenclubs hebben altijd al bestaan. Proffen stappen wel eens over naar zo'n studentendienst, maar dat gebeurt evengoed andersom. Bovendien bieden wij een continuïteit en professionaliteit die er bij studentenverenigingen niet kan zijn. Als hun printer stuk is, kunnen ze geen cursussen meer bezorgen en goede praesidia worden opgevolgd door praesidia met minder ondernemingszin. Bovendien krijg ik wel eens van uitgevers te horen dat ze problemen hebben met studentenverenigingen die, door hun beperkte werkingsbudget, hun facturen te laat betalen.”

 

wolven gedomesticeerd

“We zijn ons natuurlijk ook heel bewust van het belang van betaalbaar studiemateriaal. Daarom hanteren we het zogenaamde ‘solidariteitsprincipe’”, vult Libeer aan. “We passen op syllabi een maximale bladprijs toe door de drukkost over alle studenten te verdelen. Daardoor zullen studenten uit minder populaire opleidingen of met erg dunne cursussen niet méér moeten betalen per bladzijde dan de studenten uit massarichtingen als Rechten bijvoorbeeld. Daarnaast zetelen in onze Raad van Bestuur ook vijf studenten die mee kunnen toezien op de prijzen. Sinds dit academiejaar is daar trouwens ook een Antwerpse vertegenwoordiger bij.”

 

Bij Universitas valt eenzelfde geluid te horen: “Ook wij hanteren een uniforme bladprijs ongeacht de oplage of het aantal bladzijden. Die is zelfs overeengekomen met de universiteit.” Dat Universitas en Acco ook de prijs proberen te drukken, is logisch volgens Van Uffelen, want “We moeten proffen en studenten nog steeds overtuigen om hun cursussen bij ons te laten drukken of kopen.” Daardoor is het verschil in kostprijs ten opzichte van de studentencursusdiensten naar eigen zeggen verwaarloosbaar klein. Toen Universitas tien jaar geleden plots geconfronteerd werd met een nieuwe concurrent die ver onder de prijs ging en de Karel de Grote Hogeschool als klant wegkaapte, werden alle prijzen opnieuw tegen het licht gehouden. De nieuwe speler verdween echter even snel als hij gekomen was. Het toont aan dat het geen sinecure is om onder de prijs van Universitas te gaan, die overigens sinds 2005 niet meer werd geïndexeerd.

 

Voor wie vertrouwd is met de werkwijze van het bedrijf hoeft dit niet te verbazen: het systeem is tamelijk kostenefficiënt. Zo worden cursussen steevast in kleinere oplages gedrukt. Doet er zich een tekort voor, dan wordt er on demand bijgedrukt om zo de stockrisico's – die worden doorgerekend aan de student – tot een minimum te beperken. Daar stopt het niet, want zaakvoerder Van Uffelen ziet het groot: “Eigenlijk is het mijn droom om volledig zonder stock te werken. In een ideale wereld zouden alle proffen hun cursussen eind juni binnen brengen. Studenten kunnen dan reeds tijdens de zomermaanden hun cursussen bestellen op onze webshop zodat wij slechts die cursussen moeten drukken waarvoor al betaald is.” Of dit haalbaar is voor drukbezette proffen die de eeuwig veranderende academische wereld moeten bijbenen, is nog maar de vraag. De kloof is alleszins nog groot. Halverwege september hadden sommige proffen hun cursus nog steeds niet ingeleverd, terwijl Universitas de uiterlijke datum op eind augustus had vastgesteld. Nochtans worden er al voor de sluiting van het academiejaar brieven verstuurd naar de faculteiten en hun professoren.

 

invloed van prof en universiteit

De oplettende lezer heeft al door dat proffen heel wat invloed hebben op de uiteindelijke prijs van hun cursus. Aangezien de universiteit geen echt centraal beleid heeft op dit gebied en ook de departementen hier – voor zover we konden nagaan – niet bijsturen, is het de prof die bepaalt waar en hoe zijn cursus wordt uitgegeven.

 

Studenten moeten soms dure handboeken aankopen, terwijl ze er maar enkele hoofdstukken uit moeten kennen.

 

Door te kiezen voor een studentencursusdienst wanneer die een lagere prijs aanbiedt, kunnen ze de markt competitief houden. Nog belangrijker, voor onze portefeuille alleszins, is dat proffen ook de afwerking kunnen kiezen: een syllabus laten inbinden, perforeren ..., het heeft allemaal een invloed op de prijs. Vanwege de vaste bladprijs is een cursus die volledig recto gedrukt is bij Universitas bovendien dubbel zo duur als een recto-verso-exemplaar. Geen verwaarloosbaar verschil! Bij Acco is dat laatste niet het geval. “Wij werken eigenlijk met een vaste gedrukte paginaprijs,” legt Libeer uit. “Of er recto-verso wordt gedrukt, is een keuze van de docent die bijvoorbeeld ingegeven kan zijn vanuit de overweging dat er nota’s op de blanco bladzijde kunnen worden genomen.”

 

“Ik merk soms ook dat studenten dure handboeken moeten aankopen, terwijl ze er maar enkele hoofdstukken uit moeten kennen. Dat is eigenlijk niet nodig, want Universitas kan die hoofdstukken bij de uitgever opkopen en bundelen in een goedkopere reader”, aldus Van Uffelen. “Proffen plaatsen die hoofdstukken ook wel eens op Blackboard, maar als studenten ze dan zelf gaan afdrukken, komt het nog altijd duurder uit.” Maar dat is enkel het geval àls studenten de hoofdstukken afdrukken natuurlijk. “Inderdaad, maar zeg nu zelf, een gedrukte tekst blokken is toch veel beter, dan studeren van een scherm. Dat hebben wetenschappelijke studies trouwens aangetoond.” Libeer is het daar niet helemaal mee eens: “Bij Acco zijn we momenteel ‘Sofia’ aan het ontwikkelen, een digitaal leerplatform dat naast de papieren cursus bijdraagt tot een verdere beheersing van de leerstof. De prijs ervan (tot negen euro per individuele cursus, nvdr.) hopen we op termijn omlaag te kunnen halen.”

 

Voor er misverstanden ontstaan: proffen krijgen noch op de Stadscampus, noch op de buitencampussen een vergoeding voor de verkoop van hun syllabi. Royalty's zijn onbestaande of verwaarloosbaar klein.

 

De meeste proffen zijn zich wel degelijk bewust van hun verantwoordelijkheid. Vaak komen ze zelfs op de proppen met creatieve oplossingen om het prijskaartje binnen redelijke grenzen te houden. Professor Bruno Peeters, voorzitter van de Antwerp Tax Academy, sleepte zo een sponsorovereenkomst met Deloitte in de wacht, dat nu elk jaar de kostelijke wetgevingsbundel (195 euro) cadeau doet aan alle masterstudenten Fiscaal recht en masterstudenten die fiscaalrechtelijke vakken volgen. “Het up-to-date houden van de uitgebreide en snel evoluerende fiscale wetgeving, heeft immers een impact op de prijs. Van een goed boek over Romeins recht, dat niet meer wijzigt, kunnen grotere oplagen worden gedrukt en dus zal de prijs ook lager liggen.” Daarnaast kwam er een studentenuitgave van het handboek Fiscaal Recht dat met zeventig procent korting kan worden gekocht, omdat ze wordt ‘gesponsord’ door de duurdere hardcovereditie die op de markt wordt aangeboden.

 

Of van de universiteit hetzelfde gezegd kan worden, is onduidelijk. Een centraal beleid lijkt te ontbreken. Daarenboven werd in het Onderwijs- en Examenreglement van dit jaar art. 5.3.3 ingevoerd dat strikt genomen het delen van bijvoorbeeld powerpointslides door studenten verbiedt zonder toestemming van de prof. De bepaling mag dan wel een legitieme reden hebben, maar goedkopere studentencursussen kopen zit er dus niet meer in.

 

Studenten die problemen ondervinden met het betalen van hun studiemateriaal, kunnen wel bij het STIP terecht voor een financiële tussenkomst.

 

Art. 5.3.3 OER: studentje pesten of noodzakelijk kwaad?

Vanaf dit academiejaar geldt er een nieuwe regel met betrekking tot de verspreiding van studiemateriaal. Volgens artikel 5.3.3 in het OER is het niet meer toegelaten om “[…] (delen van) studiemateriaal (bv. cursusteksten, slides, oefeningen, voorbeelden examenvragen) dat iemand in het kader van zijn/haar opleiding gratis of tegen betaling heeft verkregen, digitaal of op andere wijze te multipliceren en aan anderen gratis of tegen betaling ter beschikking te stellen, tenzij met uitdrukkelijke toestemming van de auteur; commercieel gebruik door studenten van studiemateriaal is steeds verboden.” Een student die zich niet aan deze regel houdt, kan een straf van de deontologische commissie opgelegd krijgen. Dit kan gaan van vermaning of tijdelijke schorsing tot uitsluiting. Een opmerkelijke maatregel die heel wat verontwaardigde reacties en vooral veel vragen oproept. Toch is er geen reden tot paniek, zegt Anaïs Walraven, voorzitster van de Studentenraad.

 

“Het nieuwe artikel is niet zo streng en onrechtvaardig als het op het eerste zicht lijkt. De procedure is namelijk zo opgesteld dat vooraleer de student voor de deontologische commissie verschijnt, er eerst een studentenbemiddelaar tussenbeide komt. Lukt het dan nog niet om de partijen te verzoenen, zetelen er in de deontologische commissie nog steeds studenten in de tuchtraad die democratisch verkozen zijn. Het is onwaarschijnlijk dat zij voor banale dingen strenge straffen zullen opleggen aan andere studenten. Als er al straffen aan te pas zouden komen, zullen het kleine zaken zijn zoals bijvoorbeeld een tijdelijke schorsing van een week.”

 

“De regel is in het leven geroepen om specifieke problemen en wanpraktijken te voorkomen, niet om studenten het leven zuur te maken”, zegt Anaïs. “Zo zijn er studenten die samenvattingen aan medestudenten verkopen via Quickprinter, terwijl die ‘samenvattingen’ in realiteit slechts een kopie van de cursus zijn waar simpelweg de oefeningen uit werden gelaten.” Daarnaast is er ook een probleem in de richtingen waar veel concurrentie heerst onder studenten om stageplaatsen te bemachtigen. Daar zouden studenten naar verluid bewust foute notities en/of samenvattingen doorspelen om concullega-studenten de loef af te steken. Het zijn dit soort praktijken waar de universiteit met dit nieuwe artikel een einde aan wil stellen.

 

Bovendien zijn proffen ook bezorgd om de vaak povere kwaliteit van de samenvattingen die circuleren, zij willen hier meer grip op krijgen en bijsturen waar nodig. Maar ook de proffen zelf hebben baat bij de nieuwe regels. Zij konden tot nog toe namelijk zelf in een conflict verzeild raken met buitenlandse uitgevers. Volgens de zogenaamde ‘Digital Millennium Copyright Act’ kunnen de professoren immers aangeklaagd worden als het materiaal dat ze hebben overgenomen, vaak gaat het om grafieken en dergelijke, illegaal worden verspreid door derden (lees: studenten). Zo zou er naar verluid vorig jaar een prof aan de universiteit zijn geweest die verwikkeld was in zo'n rechtszaak.

 

en wa moet da kosten professor?

Tijdens onze zoektocht botsten we op veel manieren om de kostprijs nog meer te drukken: proffen kunnen hun cursussen vroeger indienen en recto verso laten drukken, Acco en Universitas vragen soms meer dan de studentencudi's die op hun beurt (nog) niet fusioneren wat hen meer slagkracht zou geven. Toch zagen we vooral heel veel goede wil bovendrijven.

 

Vlieg dus maar met een gerust hart in het nieuwe academiejaar, want over de kostprijs én de kwaliteit van het studiemateriaal wordt gewaakt. “Wist je dat het biologisch afbreekbare plastiekje rond je syllabus al na vijf jaar verdwenen is als je het ritueel onder de grond begraaft?”, vertrouwt Van Uffelen ons nog toe. “En dat ongeacht of je het er in september of in juli hebt afgehaald ...”

 

 

Tips voor studenten: Tips voor proffen:
  • Kijk altijd op de website van de universiteit of op Blackboard naar de vakbeschrijvingen om te weten welk studiemateriaal je verplicht moet aankopen.
  • Wacht tot de eerste les van een vak voor je je cursussen koopt. Zo vermijd je dat je een verouderde syllabus aanschaft.
  • Surf naar de website van de studentencursusdienst van je richting om te zien of zij handboeken en cursussen goedkoper aanbiedt. (Klio, Sofia, Weduc, Lingua en PSW)
  • Ga op zoek naar tweedehandsboeken en -syllabi, maar let goed op het uitgavejaar zodat je geen verouderde versie aanschaft. Vergeet ook niet dat een cursus die reeds door een andere student werd volgekleurd minder vlot leert.
    Aanbiedingen vind je vaak in je mailbox of via de studentencursusdienst van je richting. Zo organiseert Weduc bijvoorbeeld elk jaar de Tweduc boekenmark en wordt midden oktober de Tweduc-website gelanceerd.
  • Hou vakbeschrijvingen steeds up-to-date.
  • Kies voor een goedkope(re) afwerking.
  • Dien uw syllabus op tijd/zo snel mogelijk in.
  • Druk recto verso indien mogelijk (bv. oefeninggedeeltes van een syllabus kunnen wel eenzijdig worden gedrukt).
  • Verzamel de benodigde hoofdstukken in een goedkopere reader.


blikopener

14/09/2016
🖋: 

Op donderdag 22 september, de dag waarop de eerste dwars van dit academiejaar uitkomt, wordt in Amsterdam het ‘New Scientist Wetenschapstalent 2016’ verkozen. Achttien universiteiten uit Nederland en Vlaanderen nomineerden elk drie veelbelovende jonge wetenschappers. Daaruit selecteerde het toonaangevende populair-wetenschappelijk magazine New Scientist een top 25. Bij die 25 zitten ook twee kleppers van onze alma mater: biologe Sara Vicca en informaticus Steven Latré. De uiteindelijke winnaar wordt verkozen door het online stemmende publiek en de vakjury waarin onder andere Rik Torfs zetelt. Een uitgelezen gelegenheid om het onderzoek van onze genomineerden in de verf te zetten.

kunnen planten de wereld redden?

Sara Vicca onderzoekt de invloed van klimaatverandering op de koolstofcyclus van planten binnen landecosystemen. Ecosystemen wisselen continu enorm veel koolstof uit met de atmosfeer: jaarlijks is dat zo’n 120 petagram over de hele aarde samen. Ter vergelijking: de jaarlijkse koolstofuitstoot van de mens bedraagt zo’n 10 pentagram (1 petagram = 1012 kg). Momenteel nemen ecosystemen dus een beetje meer koolstof op dan ze afgeven, tot nu toe hebben ze zelfs zo’n 30 procent van de menselijke uitstoot gebufferd. Indien dit niet had plaatsgevonden, zou de concentratie van koolstofdioxide in de atmosfeer al veel hoger liggen. Toch is er geen reden om victorie te kraaien: klimaatveranderingen vormen een bedreiging voor deze buffer.

 

Concreet spitst het onderzoek van Sara Vicca zich toe op de opslag van koolstof in planten en hoe de verdeling daarvan afhangt van omgevingsfactoren. Uit zowel grote datasets als experimenten blijkt dat de opname van koolstof niet rechtlijnig is, maar onder meer afhangt van voedingsstoffen zoals stikstof en fosfor. Planten zullen in een andere mate koolstof uit de atmosfeer onttrekken wanneer door bijvoorbeeld droogte of verminderde bemesting de verhouding van deze nutriënten verandert. In de huidige klimaatmodellen wordt er echter van uitgegaan dat planten onder verhoogde CO2 meer groeien en zo hun rol als buffer zullen blijven waarmaken, maar nutriënten maken geen deel uit van deze projecties.

 

De resultaten van Vicca’s onderzoek zijn belangrijk omdat ze kunnen kwantificeren hoe deze nutriënten een rol spelen in de opslag van koolstof en bijgevolg in de feedback op klimaatverandering.

 

internet in een stad der dingen

Zo’n dertig jaar geleden werden de eerste huizen verbonden met het internet: via die ene vaste computer kreeg iedereen plots internet thuis. Tien à vijftien jaar geleden werd internet persoonlijker: via smartphones en laptops werd het verbonden aan individuen. De volgende evolutie, die al in haar kinderschoenen staat, is dat we ook alledaagse dingen verbinden met het internet. Een slimme thermostaat die de verwarming wat hoger zet als je binnen een straal van vijf kilometer van je huis bent? Handig en binnen handbereik!

 

Er wordt verwacht dat volgend jaar al zo’n vijftig miljard toestellen zich op de snelweg van het wereldwijde web zullen begeven, maar hoe leid je het verkeer van al die uiteenlopende vehikels in goede banen? Een uitdaging voor professor Steven Latré die binnen het onderzoeksinstituut iMinds de uiteenlopende draadloze protocollen (bluetooth, wifi, ...) van al die toestellen met elkaar wil verbinden.

 

Stadslab Antwerpen

In de grootschaligheid schuilt meteen ook de grootste uitdaging: hoe test je immers iets dat zoveel verschillende factoren bevat? Steven Latré en zijn collega’s gebruiken daarvoor de hele stad en maken van Antwerpen hun digitale speeltuin. Concreet gaan ze aan de slag met het sensornetwerk van de stad. Informatie over bijvoorbeeld luchtkwaliteit en verkeersstromen die nu afzonderlijk wordt verwerkt, zal in de toekomst samenkomen in een groot smart-cityplatform. Op dit moment is het team bezig met de technologische uitrol van de gateways: de toegangspoorten tot het (sensor)netwerk.

 

Uniek aan dit project is dat de gateways in Antwerpen alle draadloze protocollen zullen ondersteunen, waardoor je in theorie alle verschillende soorten sensoren aan het netwerk kan koppelen. Door over de ganse stad op heel veel plaatsen gateways te plaatsen, kunnen we op grote schaal realistische oplossingen gaan aftoetsen en van Antwerpen een echte slimme stad maken. Het netwerk zelf is de eerste bouwsteen van het smart-cityplatform en het focuspunt van de Antwerpse onderzoeksgroep.

Ten tweede is er de data-analyse en een derde laag bestaat uit de gebruikers van de stad, de burgers. Zij zullen toegang krijgen tot de informatie over hun stad en kunnen zelf actief deelnemen aan het vergaren ervan. Daarnaast maakt het netwerk het mogelijk om via allerhande applicaties de burgers in real life met elkaar te verbinden. In de nabije toekomst wordt het stadsleven een applicatie.

 

wetenschapscommunicatie

Hoewel er veel prijzen zijn voor wetenschappelijk onderzoek, vond Latré de nominatie door de universiteit van Antwerpen zelf het meest eervol. Sara Vicca ziet de nominatie vooral als een mooie kans om het onderzoek naar klimaatverandering meer zichtbaarheid te geven. Met 25 genomineerden uit verschillende onderzoeksrichtingen is het sowieso appelen met peren vergelijken, maar uiteindelijk is visibiliteit belangrijker dan wie uiteindelijk het Wetenschapstalent 2016 zal worden.



Erasmusproblematiek aan UAntwerpen

11/09/2016
🖋: 

Elk jaar vertrekken er studenten van UAntwerpen voor een of twee semesters naar het buitenland. Om te studeren, nieuwe mensen te leren kennen en een nieuw land te ontdekken. In zo’n uitwisseling kruipen heel wat uren voorbereiding en administratie, maar uiteindelijk is het dat helemaal waard, toch? Behalve als je niet mag gaan. dwars ging in gesprek met studenten, UAntwerpen en de Studentenraad om uit te zoeken wat er verbeterd kan worden.

Het mag gezegd worden dat studenten die niet kunnen vertrekken flink in de minderheid zijn. Maar aangezien UAntwerpen er zo op hamert dat op Erasmus gaan belangrijk is, valt het wel op dat studenten om een andere reden dan het niet behalen van vakken thuis moeten blijven. De redenen waarom studenten uiteindelijk niet kunnen gaan zijn erg uiteenlopend.

 

ervaringen van studenten

dwars sprak met de ongeluksvogels die een niet zo internationale ervaring hebben beleefd. Margot Vandersmissen heeft zelf haar inschrijvingsprocedure stopgezet. Ze zou naar Lancaster gaan om daar aan de Master Taal- en Letterkunde Engels te beginnen, maar de communicatie tussen Lancaster University en UAntwerpen verliep erg stroef. Zo dacht men in Lancaster dat ze daar haar masterscriptie zou schrijven en moest ze allerlei extra bewijzen en motivatiebrieven indienen. Aangezien ze hierdoor elke week (of zelfs elke dag) meerdere mails moest schrijven en ze tegelijkertijd haar bachelorscriptie nog tot een goed einde moest brengen, besliste ze om niet te gaan.

 

Voor Dido Jacobs ging het niet om stroeve communicatie, maar het gebrek eraan. Deze studente Taal- en Letterkunde Nederlands-Engels zou naar Londen gaan in september, maar kwam er veel te laat achter dat ze daar geen vakken van de opleiding Engels kon volgen. Bovendien veranderde dit jaar het curriculum van haar opleiding, waardoor vakken in Londen die eerst als vervanging konden dienen, nu niet meer aansloten op haar vakken aan UAntwerpen. Daar heeft ze echter absoluut geen waarschuwing over gekregen van de universiteit.

 

Daarentegen zijn er natuurlijk ook studenten die wel een erg goede ervaring hebben met hun uitwisseling. Amaury De Meulder, student Toegepaste Taalkunde, zegt bijvoorbeeld dat hij juist bijna geen problemen ervoer. Hij merkt wel op dat de aanvraagprocedure erg aan de student wordt overgelaten. Het is vaak moeilijk om vervangende vakken te vinden en contact te zoeken met de buitenlandse universiteit. Hij vermoedt zelf dat deze procedure zo ingewikkeld is om de meest gemotiveerde studenten eruit te filteren. Op die manier kunnen alleen de mensen die er de moeite voor over hebben naar het buitenland vertrekken.

 

UAntwerpen verheldert

Wat heeft de universiteit hierover te zeggen? De Dienst Internationale Samenwerking informeert ons dat van de 792 aanvragen die in februari 2016 werden afgesloten nu slechts 608 mobiliteiten doorgaan. Ze vermelden er wel meteen bij dat dit verschil natuurlijk meerdere oorzaken kan hebben. Zo kan het gaan om dubbele aanvragen, studenten die zelf hebben afgezien van hun aanvraag, die niet mochten vertrekken van hun opleiding of die niet werden aangenomen door de gastinstelling. Per faculteit verschillen de oorzaken, mede doordat het op elke faculteit anders geregeld wordt en ze allemaal een eigen coördinator hebben. Drie van deze coördinatoren waren bereid met ons te spreken.

 

De Erasmuscoördinator van de Faculteit Rechten, Mieke Briels, zegt dat de voornaamste reden voor afstel van vertrek bij haar faculteit is dat studenten in september niet voor hun vakken geslaagd zijn. Er zijn niet per se regelingen die het voor rechtenstudenten moeilijker maken, maar wel is het belangrijk dat als je naar bepaalde landen gaat (Spanje, Italië, Frankrijk, Duitsland en Zwitserland) je daar wat vakken volgt in de landstaal. Vorig jaar waren er 52 kandidaturen, waarvan acht studenten werden weerhouden omdat hun studieloopbaan te zwak was. Uiteindelijk zijn er nog vijf mensen niet vertrokken omdat ze voor vertrek niet al hun vakken behaald hadden. Interessant is nog dat bij de Faculteit Rechten elke student nog vóór het indienen van de kandidatuur een persoonlijk adviesgesprek heeft. Hierin wordt gekeken naar budget, inhoud van de vakken, het verschil tussen kleine en grote steden en de taal die eventueel geleerd moet worden.

 

Bij de Faculteit Ontwerpwetenschappen weet Nele Simons ons te vertellen dat het percentage studenten dat bij hen niet vertrekt elk jaar erg schommelt. Maar er is wel altijd genoeg plaats voor studenten die willen gaan, “Eigenlijk hebben de studenten dus zelf hun lot in handen.” Ze denkt niet dat het op bepaalde faculteiten moeilijker is om te gaan, maar er zijn wel vakken die moeilijker te vervangen zijn en dan wordt er samen naar een oplossing gezocht. Haar advies is om op tijd met je aanvraag te beginnen, goed te informeren naar de vakken die een universiteit biedt, de verslagen op Blackboard te lezen van studenten die al zijn geweest en je zeker niet blind te staren op de bestemming.

 

Tot slot zegt Piet De Vroede dat het bij de Faculteit Sociale Wetenschappen op dezelfde manier werkt als bij de Faculteit Ontwerpwetenschappen. Ook daar is er een vak dat studenten niet mee kunnen nemen naar het buitenland, Statistiek II. Er is voor gekozen om voor uitgaande studenten een speciaal traject uit te bouwen, zodat ze het vanop afstand kunnen volgen. Zij zitten dit jaar met ongeveer twintig procent van de ingeschreven studenten die uiteindelijk niet vertrekken, maar daar zijn opnieuw heel uiteenlopende oorzaken voor.

 

kritische blik

De Studentenraad is al even bezig met de problemen rond Erasmusuitwisselingen. Elk jaar krijgt ze weer nieuwe klachten binnen en zelf kijkt ze ook kritisch naar hoe het proces verloopt.

 

Het valt Anaïs Walraven, voorzitter van de Studentenraad, op dat studenten vaak niet weten wanneer ze wel of niet mogen vertrekken. Soms komen studenten er op het laatste moment achter dat er iets mis is. Natuurlijk mag je van studenten verwachten dat ze zelf wat opzoekwerk doen, maar als het zo vaak fout gaat, is de oorzaak misschien dat ze te weinig ingelicht zijn. Studenten realiseren zich vaak ook niet dat de aanvragen faculteitsgebonden zijn. Ze horen dan van vrienden van een andere faculteit verhalen over Erasmus en vragen aan hen hoe je dat het best regelt. Ze weten dan niet dat op hun faculteit misschien andere regels van toepassing zijn. Daarnaast worden modeltrajectstudenten steeds zeldzamer. Studenten die geen modeltraject volgen, voelen zich geen uitzondering meer en realiseren zich soms te laat dat ze bepaalde vakken hadden moeten behalen vooraleer ze op Erasmus zouden vertrekken.

 

Aangezien UAntwerpen zo expliciet zegt dat er meer studenten op uitwisseling zouden moeten gaan, zou ze ook moeten proberen de begeleiding elk jaar te verbeteren. De Studentenraad probeert alle problemen bij de universiteit aan te kaarten. Het enige probleem is dat ze pas kan ingrijpen wanneer het al is misgelopen. Want wie controleert of de coördinatoren hun werk doorheen het jaar wel goed doen? Anaïs spoort studenten aan om hun verhaal te delen, zodat ze op die manier kunnen voorkomen dat dezelfde problemen het jaar erna weer ontstaan.

 

Om erachter te komen welke problemen studenten tijdens hun uitwisseling ervaren, startte de Studentenraad in samenwerking met dwars een enquête. De resultaten hiervan wil ze graag aan de Dienst Internationale Samenwerking voorleggen. Naast de vaker voorkomende problemen kwam hier onder andere een verhaal uit van een student die in het buitenland geen verblijfplaats heeft kunnen vinden. De hieraan gerelateerde feedback was dat studenten graag nog een informatiesessie zouden hebben voor vertrek. Daarin zou dan, in plaats van informatie over de inschrijving, informatie over huisvesting en verzekeringen moeten worden gegeven.

 

hoe moet het nu verder?

Stel, je bent een van deze ongeluksvogels. Wat doe je dan het best? Alle coördinatoren die we spraken, waren het erover eens dat het jaar erna nog eens proberen een goede optie is. Het is een geweldige ervaring en werkgevers zien het graag terug op je CV.

 

Bedenk wel: zij zijn er nu eenmaal om de uitwisselingen te promoten. Het is natuurlijk best begrijpelijk dat je – met het vooruitzicht misschien weer niet te kunnen vertrekken – niet nog eens het hele traject wilt doorlopen. Gelukkig zijn er meer dan genoeg andere opties. Je kunt een stage of vrijwilligerswerk in het buitenland doen, geregeld via de universiteit (denk aan USOS) of via een studentenorganisatie (AIESEC). En ook heel belangrijk, deel je ervaring met de Studentenraad, zodat zij terugkerende problemen kan voorkomen.



over een drukke agenda, bubbels en een klavertjevier

11/09/2016
🖋: 

De rubriek ‘proffenprofiel’ toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken; wat zijn/haar docent zoal op zijn brood smeert bijvoorbeeld. Professor Rita Roggen, docent aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, wordt als eerste van dit academiejaar bestookt met vragen.

U doceert in alle bachelorjaren Toegepaste Taalkunde en aan de masterstudenten Vertalen, u heeft een eigen vertaalbedrijf, tolkt tussendoor ook nog voor de Antwerpse rechtbank en bij conferenties hier en daar én u bent recent verkozen tot voorzitter van de Belgische Kamer van Vertalers en Tolken (BKVT). Hoe krijgt u dit alles gecombineerd?

Die vraag stel ik me ook vaak! Wellicht door geregeld eens een steek(je) te laten vallen. Tot voor kort combineerde ik dat – weliswaar zonder voorzitterschap of bestuursmandaat binnen de BKVT – met het actieve moederschap en twee jaar zorg voor mijn papa. Weinig slapen dus, meestal maar zo’n vijf uur per nacht.

 

Wat doet u na zo’n overvolle werkweek om de batterijen op te laden?

Om echt af te kicken ga ik lopen tussende velden, rond het fort en nec plus ultra op het strand of breng ik een dagje met Leonoor door, mijn eerste kleinkind.

 

Het departement Toegepaste Taalkunde verhuist dit jaar naar de Stadscampus. Wat zal u het meest missen aan Campus Zuid?

Ik heb daar meer dan veertig jaar van mijn leven gesleten. Het was mijn thuis! De gezelligheid, het wij-gevoel, de samenhorigheid, de kleinschaligheid ... Het kwaliteitslabel – “Oh, u bent van de Schildersstraat! Dan zult u wel goed zijn.” – is voltooid verleden tijd.

 

U heeft zowel aan de universiteit van Heidelberg als aan die van Antwerpen en Gent gestudeerd. Wat is het strafste verhaal uit uw zo gevarieerde studententijd?

Ik was zó braaf … een seut. Maar misschien dit: de prof Vertalen Nederlands-Duits van de tweede licentie die ons tijdens het examen vroeg welke teksten we in de loop van het jaar hadden vertaald. “Professor, u hebt dit jaar geen enkele keer lesgegeven.” Zijn oplossing? “Neem dan maar een krant en begin te vertalen op pagina één.” Of de prof Engels die je stupid bastard en silly cow noemde als je fouten in je vertaling Nederlands-Engels had.

 

Ook nu volgt u de activiteiten van de studentenclub van Toegepaste Taalkunde op de voet. Is er veel veranderd ten opzichte van vroeger?

Heel veel. De relatie docent-student is totaal anders. Onze proffen gaven ons een onvoldoende omdat ze ons gezicht nog nooit hadden gezien. In beroep gaan kon niet. De prof was oppermachtig. Nu zijn wij dienstverleners en de studenten klanten. Er is vaak totaal geen respect meer voor de docenten en voor hun privéleven. Anderzijds vind ik persoonlijk de lossere omgangsvormen veel leuker. Zolang er maar respect blijft. Echt volwassen is de student die mij tijdens de cantus ‘Rita’ noemt en in de les ‘mevrouw’.

 

U bent opgegroeid in het West-Duitsland van voor de val van de muur. Hoe verschilt uw kindertijd van die van uw eigen kinderen?

Mijn kinderen hebben een thuis. Mijn vader was lid van de NAVO en wij zijn zowat twintig keer verhuisd. Bovendien gingen we vanaf de leeftijd van twaalf jaar op internaat, een levenslang trauma: in een kasteel dat eigenlijk een kazerne was, stonden voor de kleine meisjes honderd bedden klaar, netjes in vier rijen van 25, gescheiden door een kast aan het hoofdeinde en een stoel aan het voeteinde. Waar bleef je met je verdriet(jes), je vragen, je twijfels? En er was de constante dreiging dat de Russen over de Rijn zouden komen en wij niet meer tijdig in België zouden geraken …

 

Mijn vader drilde zijn kinderen, zelfs het beste was niet goed genoeg. Ik probeerde mijn kinderen andere waarden bij te brengen: doe je best en dan zien we wel. Ik wilde vooral gelukkige kinderen, geen carrièremensen. Ik noem mijn gezin vaak mijn ‘klavertjevier’ en ben er bijzonder trots op.

 

Wat heeft de Bondsrepubliek dat ons koninkrijkje niet heeft?

Het is wat verminderd, maar Duitsers blijven gedisciplineerd. Ordnung muss sein. Ook al blijven ze zich schuldig voelen voor de fouten uit het verleden, toch is er meer vrijheid. Je mag jezelf zijn, je mag je mening verkondigen. Mijn Duitse leeftijdsgenoten waren in alle opzichten veel vrijer dan wij. Zij kenden de pil, wij moesten nog als maagd huwen.

 

Van welke taalfout in het Nederlands krullen uw tenen het kromst?

Dat is een moeilijke. Kleine voetjes, kleine teentjes, maar toch. Heel ergerlijk vind ik: “Hoe noemdegij?” ‘Noemen’ in plaats van ‘heten’, dus. ‘Groter als mij’ in plaats van ‘groter dan ik’. En mensen die niet snappen dat

alles fysica is, maar niet fysiek. Regen is een fysisch verschijnsel, maar als ik een uur ga lopen, ben ik fysiek moe.

 

Als een student u een eindejaarscadeau zou geven, met welke fles zou deze bij u goede punten scoren?

Bubbels, graag uit de buurt van Reims. Maar ik ben er wel zuinig op, enkel bij speciale gelegenheden. Anders wordt het een dagelijkse zonde. Daarvoor is er Tönissteiner of het plat water uit mijn ‘gezond kraantje’ met een takje munt of een schijfje komkommer.

 

Is er een Duitse levenswijsheid die u onze lezers nog ans Herz wil legen?

Mijn lijfspreuk is een Franse: La grimace est plus jolie quand on rit. Of uit Le Petit Prince: “On ne voit bien qu’avec le coeur” en “C’est le temps que tu as perdu pour ta rose qui rend ta rose si importante.” Ik heb ook veel bewondering voor Angela Merkel. Dus, samen met haar zeg ik: “Wir schaffen das!”

 

Hartelijk dank, professor!



Herman Van Goethem over het rectorschap

11/09/2016
🖋: 

“De universiteit heeft meer dan ooit nood aan een rector met visie, aan een rector die inspireert, aan een rector die, waar nodig, ook nieuwe wegen durft inslaan.” Een inleidende zin uit de visie- en beleidstekst van Herman Van Goethem, toen nog kandidaat-rector en volop in verkiezingsstrijd met Johan Meeusen, ondertussen met 51,4 procent van de stemmen de gekroonde opvolger van Alain Verschoren. Hoog tijd dat we onderzoeken of de voormalige prof Geschiedenis en Rechten een rector met visie en inspiratie is die een onbekend pad wil betreden.

Klokslag half elf wandelt Herman Van Goethem het Agora Caffee op de Stadscampus binnen, precies het tijdstip dat we hadden afgesproken om elkaar tussen thee en koffie te spreken. “Timemanagement is erg belangrijk. Ik werk niet meer dan vroeger, maar ik merk wel dat ik nu veel efficiënter met tijd moet omspringen”, steekt de kersverse rector van wal. Of mogen we hem die titel eigenlijk nog niet toekennen? “Dankzij een of ander reglement start mijn mandaat pas vanaf 1 oktober. Dwaas vind ik dat, want het academiejaar is dan al een week bezig. We moeten de begindatum van het mandaat veranderen naar 1 september of 1 augustus, dat spreekt voor zich.”

 

“Anderzijds ben ik al sinds maart vlijtig aan de slag om mijn rectorschap voor te bereiden, een inloopperiode die ik met open armen heb verwelkomd. Door het goede contact met de vorige rector, een goed draaiende administratie en de hardwerkende ploeg rond mij loopt de overgang erg vlot, en dat is een noodzaak, want dit beroep verschilt totaal van lesgeven en onderzoek uitvoeren.” Wat doet de man aan het hoofd van een universiteit juist? Een vraag die blijkbaar van onze gezichten af te lezen valt, want onverstoord raast Van Goethem verder: “Naast vergaderingen voorzitten, bestaat mijn taak erin mensen samen te brengen in functie van een bepaald project. In totaal zijn er zo’n vijftigtal belangrijke dossiers die openliggen en die ik telkens aanstuur, zonder dat ik me in het operationele begeef. Het is niet aan mij om die dossiers tot op dat niveau te doorgronden, daarvoor heb ik een team.”

 

We vragen hem of hij een voorbeeld kan geven van zo’n dossier, want bij zijn gepassioneerde, doch ietwat vage repliek kunnen we ons niet meteen een beeld vormen. Na een teug van zijn koffie treedt de rector met plezier in detail: “Analoog met The Internet of Things, denken we na over een University of Things, een groot project dat vertrekt vanuit de vraag wat je kan aanvangen met big data in de organisatie van een stedelijke en commerciële samenleving. Ik stel me voornamelijk de vraag hoe een universiteit mee deze kar kan trekken. Het eventuele antwoord is in de vorm van een nieuwe opleiding met een tweejarige, interuniversitaire master die ingebed kan worden in de universiteit en meegefinancierd wordt door de bedrijfswereld. Dat laatste is noodzakelijk omdat we middelen nodig hebben, al moeten we erop letten dat we niet afhankelijk worden van de bedrijven. Zij zien ons nogal eens graag als leverancier van producten, hetgeen we uiteraard niet zijn. Maar de dossiers gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Personeelsstructuur, valorisatie van onderzoek en het optrekken van nieuwe gebouwen zijn enkele voorbeelden van interne universitaire onderwerpen. Ontwikkelingssteun en sociale problematiek vragen dan weer om een samenwerking met de stad.”

 

Niet al te subtiel polsen we of een vroegere bekendmaking van de examenroosters als aandachtspunt gemarkeerd staat. Zijn antwoord is positief, want hoewel hij het vanzelfsprekend vindt dat de roosters op facultair niveau gedeeld worden, is hij van mening dat de verdeling in sommige faculteiten sneller kan. “Niettemin kan ik slechts opmerken dat we ervoor moeten zorgen dat de roosters vlugger bekend geraken, want ik ken dat dossier niet en ben dus niet op de hoogte van allerlei hindernissen. Maar als ik het als rector aangeef, maakt dat indruk en kan dat een impuls zijn.”

 

Van Goethem mag dan achteloos onderuitgezakt op zijn stoeltje zitten – hetgeen deels te wijten valt aan zijn nonchalante persona, deels aan het niet al te comfortabele meubilair in het Agora Caffee – aan vuur in zijn woorden ontbreekt het niet. “Mijn tip voor de studenten is dat ze nieuwsgierige passie leggen in hun studies. Dan loopt het doorgaans wel goed. Anderzijds zijn er studenten die dat niet in zich hebben. Sommigen zijn ook erg ‘jong’ op achttien. Toestanden zoals in Azië, waarbij ouders in tentjes overnachten om hun achttienjarige kind tijdens de eerste weken te begeleiden, zijn hier gelukkig niet de norm. De overgang naar ‘de grote wereld’ kan moeilijk zijn, maar na enkele jaren studeert iedereen wel als volwassen intellectueel af. Dat zien we elk jaar opnieuw bij de promoties. We vormen mensen, dat vind ik geweldig.”

 

De energie van de rector lijkt onuitputtelijk. In zijn eigen studentenjaren combineerde hij Geschiedenis met Rechten, waarbij hij de vakken van de ene opleiding in eerste zit en de vakken van de andere in tweede zit aflegde. Het hoogleraarschap was een logisch vervolg.

 

“Ik ben een geboren wetenschapper, gemaakt om te schrijven. Als onderzoeker ben ik momenteel een vis op het droge. Eigenlijk komt mijn rectorschap een jaar te vroeg, want ik had de tijd goed kunnen gebruiken om mijn boek over Antwerpen tijdens de Tweede Wereldoorlog af te werken. Zeker nu ik zie hoe knap Jeroen Olyslaegers met mijn archiefmateriaal is omgesprongen in zijn roman Wil. Hij gebruikt fictieve personages met fictieve dialogen, wat moet dat dan geven als ik de feiten weergeef? Mijn werk zal dus volgen, maar daar zal ik ook ‘wil’ voor nodig hebben.”

 

“Maar versta me niet verkeerd, ik loop op wolkjes”, voegt hij er snel aan toe, vooraleer we het tegendeel zouden durven vermoeden. “De job is gewoon geweldig, nog veel beter dan ik had verwacht.” Of Van Goethem het rectorschap als een bekroning van zijn carrière ziet? “Zo zou ik het niet noemen, want ik had nooit gepland rector te worden. Ik heb soms iets van een jager, die intuïtief sterk is en zodoende de juiste beslissing neemt wanneer zich een keuzemogelijkheid voordoet. Als ik het geluk heb twee mandaten te voltrekken, tel ik 65 jaar. Dan volgt er nog een leven, hè!”

 

Als we polsen naar zijn relatie met professor Meeusen, die het tijdens de rectorverkiezing met 48,6 procent van de stemmen nipt moest afleggen tegen Van Goethem, weet de rector ons te verzekeren dat we niet naar sensatie hoeven te zoeken: “We komen heel goed overeen. Op geen enkele manier zit er een haar in de boter. Verkiezingen zijn een wat ruw genre, met name de debatten. Elkaar zo openlijk kritiek geven vond ik allesbehalve plezant. Het toont weer eens hoe hard de politieke wereld is. Als professoren zijn we geprivilegieerden, want de pers buigt driedubbel voor ons. Terwijl een hoogleraar steeds keurig zijn interview mag nalezen, wordt op een politicus zonder meer gesjot.”

 

Na deze ondervinding blijft het een tijdje stil, een teken dat we genoeg informatie verzameld hebben en het interview erop zit. Van Goethem schuift het krakkemikkige stoeltje naar achter en wil afscheid nemen, als er net een collega-academicus passeert die schichtig in diens richting knikt. Wanneer de man weg is, geeft de rector nog een laatste opmerking: “Dat vind ik dus confronterend: er zijn bepaalde mensen die me bijna geen goeiendag meer durven wensen. Gezag is nodig, maar ik blijf gewoon Herman Van Goethem hoor, mens van vlees en bloed.”