het vuur in Hilde Crevits

11/09/2016
🖋: 

Stipt om half vier lopen we door de schoolpoort. De bel luidt en op de speelplaats worden klasrijen gevormd. Behalve iets verderop, waar een groep kinderen zich verzamelt rond een voorovergebogen vrouw. Wij zien enkel een blauwe sportieve t-shirt en zwarte gympen. De leerlingen wapperen fier met een papier waarop een handtekening prijkt. ‘Hilde’ lezen we in een flits.

“Daar zijn jullie!”, lacht Hilde Crevits, “Je hebt hier wat gemist.” Basisschool Kompas in Geel is vandaag gestart met het initiatief one mile a day dat kinderen meer wil doen bewegen. “Ik heb de ouders nog niet gesproken, maar ze kunnen er toch niets op tegen hebben dat hun kinderen meer bewegen op school?”, vertelt ze voor een aanwezige cameraploeg. We zijn niet als enige pers getuige van de uitgewisselde high fives en fist bumps tussen onze minister van Onderwijs en ‘haar’ leerlingen. Tien minuten later wordt het t-shirt geruild voor een hemd en is onze minister klaar om zich richting Mechelen te laten voeren. En wij mogen mee.

 

We kruipen achterin de auto, zij rechts, wij links. Haar smartphone in glitterjasje (“Op reis was er een uitverkoop van zulke hoesjes …”) wordt opzij gelegd. Een dikke bundel papieren verhuist naar haar schoot. “Ik ben er helemaal klaar voor.” En dus steken we van wal.

 

Een jaar geleden werd het inschrijvingsgeld verhoogd voor het hoger onderwijs, niet zonder protest. Hoe staan de zaken er een jaar later voor?

“Er is inderdaad heel wat te doen geweest rond die verhoging, maar ik sta daar honderd procent achter. Het afgelopen academiejaar steeg het aantal studenten in het hoger onderwijs met 1,1 procent, dus van een schrikeffect is zeker geen sprake. De verhoging geldt dan ook niet voor iedereen. De studenten die een studiebeurs krijgen, betalen nog steeds hetzelfde bedrag als voorheen. Dan is er nog een groep die daar net buiten valt, de bijna-beursstudenten. Ook voor hen is er een bijzonder tarief in het leven geroepen.”

 

“Nu, ik vind dat het inschrijvingsgeld nog altijd laag is. Vlaanderen investeert zevenduizend euro in de student en deze moet zelf minder dan duizend euro bijdragen. Dat blijft toch nog zeer bescheiden?”

 

Ik ben het een beetje beu dat het onderwijs steeds opnieuw wordt afgeschilderd als problematisch.

 

“Vorige week kreeg ik de vraag of er niet veel meer aanvragen zijn om gespreid te betalen. Dat klopt, maar het kan evengoed een positief signaal zijn. Meer mensen weten kennelijk dat je die aanvraag kan doen. Je krijgt dan ook wel eens te horen dat je het automatisch zou moeten aanbieden, maar dat werkt niet voor iedereen. Ik ben bijvoorbeeld net wat slordiger in zulke zaken en als ik het in drie keer zou moeten betalen voor mijn kinderen, zou de kans veel groter zijn dat ik het eens een keertje vergeet. Iedereen is daarin echter anders, dus ik vind het zeker belangrijk dat het wel kan.”

 

“Ik denk dat we tevreden mogen zijn met ons hoger onderwijs in Vlaanderen. Je kan studeren wat je maar wil, waar je maar wil en aan een heel democratische prijs. Sommige parlementsleden komen me vertellen dat studeren in Scandinavische landen gratis is. Ook dat klopt, maar ze hebben daar een enorme numerus clausus. Als het volzet is, is het volzet. Bij ons is er enkel een stop voor de studierichtingen Geneeskunde en Tandheelkunde. We kennen hier op dat gebied een ongelooflijke luxe.”

 

Het toelatingsexamen arts en tandarts ligt toch erg gevoelig. Een paar dagen geleden kregen weer een hele hoop studenten te horen dat ze de studie niet mogen aanvatten.

“We breken dromen met de toelatingsproef arts en tandarts, dat is waar. Ik hoor de verhalen ook in mijn directe vriendenkring. Gisteren nog kreeg ik een mailtje van een vriend wiens zoon net een tiende tekort had. Dat is vreselijk. Het is zeker niet zo dat als je niet slaagt voor het examen, het dan onmogelijk zou zijn voor jou om een goede geneesheer te worden.”

 

Bij het begin van uw legislatuur kondigde u aan de proef grondig onder de loep te nemen. Wat is er al gebeurd en wat mogen we nog verwachten?

“Eerst en vooral hebben we een begeleidingscommissie aangesteld. Een aantal experten – die niet met de vakinhoudelijke kant van het examen bezig zijn – zorgen ervoor dat de taal van het examen verstaanbaar Nederlands is. Twee jaar geleden zijn er immers een aantal mensen naar de Raad van State getrokken omdat het examen niet helder genoeg was opgesteld. Ze hebben toen gelijk gekregen. Zulke situaties willen we vermijden. Het examen is door deze commissie nu begrijpbaar opgesteld, maar het blijft natuurlijk zeer moeilijk.”

 

“De lat ligt erg hoog, omdat we de instroom bewust willen beperken. Als geneesheer werk je op kosten van de maatschappij. Te veel artsen zou kunnen leiden tot onnodig veel consultaties, waardoor ook de kosten van de ziekteverzekering erg zouden toenemen. Dus hebben wij een examen nodig met een zodanige moeilijkheidsgraad dat ieder jaar een groep van zo'n duizend studenten kan starten. Dat precieze aantal varieert van jaar tot jaar, maar we zien wel dat we daarmee binnen de federale quota blijven op het moment van de doorstroom naar het beroep.”

 

 

De kranten kopten laatst dat steeds meer huisartsen op jonge leeftijd al een patiëntenstop invoeren. Moet daar geen rekening mee worden gehouden bij het opstellen van het toelatingsexamen? Wordt een tekort aan huisartsen door de beperkte instroom zo niet in de hand gewerkt?

“Bij het afleggen van het toelatingsexamen moet je nog niet aangeven of je voor arts of tandarts wil gaan, laat staan welke specialisatie je later zal uitkiezen. Wij hebben bij het examen geen idee hoeveel huisartsen uit die groep zullen komen zoveel jaar later. Ik heb er wel al aan gedacht om het examen te splitsen: een voor arts en een voor tandarts.”

“We hebben immers ook een tekort aan tandartsen. Ik weet alleen niet of twee toelatingsexamens in het leven roepen wel de oplossing voor dat probleem is.”

 

“Bij de studie Geneeskunde zien we dat er erg veel jongeren specialist willen worden. Het beroep van huisarts kent gelukkig de laatste jaren weer een opmars, maar er is een nieuwe generatie opgestaan. Eentje die niet meer van zeven uur 's ochtends tot twaalf uur 's nachts wil werken, maar ook nog wil kunnen genieten van het leven. Dat verandert de toekomstperspectieven. Daarom voert de federale overheid nu ook onderzoek uit om in te schatten hoeveel artsen we later nodig zullen hebben. We willen een langetermijnplanning maken. Er wordt aan gewerkt.

 

Hoe moeilijk is het om als politicus een evenwicht te vinden tussen de traagheid waarmee (onderwijs)structuren veranderd kunnen worden en de snelheid waarmee de maatschappij evolueert? Is het onderwijs niet gedoemd om overal achteraan te hollen?

“Moeilijk is het zeker, het is en blijft een enorme oefening. We willen nu bijvoorbeeld de eindtermen vernieuwen in het secundair onderwijs. De huidige zijn twintig jaar oud en stammen uit de periode waarin de digitale wereld nog praktisch onbestaande was. Het is dus tijd dat die eens in een modern jasje gestoken worden, zodat ze klaar zijn voor de volgende twintig jaar. Al kunnen we sommige evoluties natuurlijk niet inschatten. Wat niet wil zeggen dat de huidige eindtermen volledig achterhaald zijn, hele stukken zijn nog erg modern en kunnen zeker hergebruikt worden.”

 

“Zulke hervormingen lopen inderdaad traag. Anderzijds staat er in onze grondwet dat er vrijheid van onderwijs moet zijn. Dat houdt in dat er niet zoveel voorwaarden zijn om een school op te richten. Hierdoor ligt er enorm veel creativiteit aan de basis van scholen. De school waar we net zijn vertrokken, is bijvoorbeeld volop bezig met co-teaching waarbij er twee leerkrachten voor één grotere klas staan. In zulke initiatieven geloof ik fel. Je moet als minister vooral veel mogelijk maken, maar niet te veel opleggen. In het verleden hebben we veel te vaak dingen verplicht, waardoor een stukje creativiteit gefnuikt is. Het is mijn taak om dat terug op de voorgrond te krijgen in het onderwijs.”

 

Ieder kind is verschillend, maar de deuren zouden voor iedereen op dezelfde manier moeten opengaan.

 

In welke mate kunnen leerkrachten bijdragen aan deze creativiteit?

“Zij vormen de cruciale schakel. Ik vind het vreselijk wanneer leerkrachten het leerplan volgen met het werkboek én alle leerblaadjes met oefeningen. Op die manier is er geen ruimte om nog een stukje creativiteit te laten leven. Dat vind ik zeer spijtig. Je herinnert je toch nog altijd die ene leerkracht die eruit sprong? Niet steeds omwille van het vak, maar om de persoonlijkheid, om de stijl van lesgeven en leerkracht zijn.”

 

Zijn er leerkrachten u zo bijgebleven?

“Mijn turnjuf van de lagere school was mijn absolute idool. In het secundair onderwijs heb ik een aantal moeilijke jaren gehad. Ik voelde me niet goed in mijn vel en zeker mijn vierde middelbaar heeft daar erg onder geleden. Wanneer ik nu van jongeren hoor dat ze er geen goesting meer in hebben, kan ik dat wel begrijpen. Ondanks mijn slechte punten voor wiskunde, ben ik toch aan Latijn-Wiskunde begonnen in het vijfde middelbaar. Daar had ik een leerkracht wiskunde die me als een volwassene behandelde en me mezelf liet zijn. Plots haalde ik weer goede punten voor dat vak. De persoonlijkheid van de leraar doet er echt wel toe, dat heb ik zelf mogen ondervinden.”

 

Hoe verzeker je de kwaliteit van leerkrachten? Er hangt zoveel van hen af.

“We willen de kwaliteit van de lerarenopleiding verder versterken. Er komt nu een soort toelatingsproef om te laten blijken wat we van je verwachten als je leraar wil worden. Inhoudelijk moet de opleiding wat versterkt worden, alsook de leer- en lesmethodieken. Bovendien is er nood aan extra coaching wanneer de jonge leerkrachten starten. We willen daar de komende periode erg in investeren.”

 

Is dat mogelijk, de problemen van vandaag oplossen én een fundering leggen voor later?

“Zeker, de anderstalige leerlingen vormen een mooi voorbeeld. Door de asielcrisis zijn er erg veel vluchtelingenkinderen in onze scholen ingeschreven. De OKAN-klasjes – onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers – zijn als paddenstoelen uit de grond geschoten. Ik ben enorm positief verrast over hoe snel en goed dat verlopen is. Leerkrachten met tonnen ervaring waren bereid om hun expertise te delen en de maatschappelijke uitdaging aan te gaan. Ondertussen leren de toekomstige leerkrachten in de lerarenopleiding hoe ze moeten omgaan met de enorme diversiteit die vandaag in de klassen aanwezig is. Zo zijn deze al bij het afstuderen voldoende geschoold om in meertalige contexten les te geven. We stoppen het in de opleiding, waardoor we bouwen aan de toekomst.”

 

In het verleden hebben we veel te vaak dingen verplicht, waardoor een stukje creativiteit gefnuikt is.

 

Vangt u signalen op van een toenemende maatschappelijke radicalisering? Zijn er scholen die verdrinken?

“Er is zeker radicalisering merkbaar in onze maatschappij, maar tegelijk zie ik hoe ongelooflijk veerkrachtig ons onderwijs daarop reageert. Na de zware aanslagen in Brussel en Zaventem zijn de scholen geen enkele dag dicht geweest, alle kinderen konden naar school blijven gaan. Leerkrachten en scholen tonen een zeer groot maatschappelijk engagement. Ik ben dus positief gestemd over het wapen dat het onderwijs is tegen radicalisering. Zoals Malala Yousafzai, de kinderrechtenactiviste die de Nobelprijs voor de Vrede won in 2014, ook zei: 'Het onderwijs en kritisch denken zijn de beste wapens tegen elke vorm van geweld.' Daar moeten we dus volop in blijven investeren.”

 

“Enkele weken geleden zei ik ook al in een interview dat ik vind dat scholen nog meer aandacht moeten hebben voor het burgerschap. We moeten echt goed weten wat er in onze grondwet staat en wat dat allemaal betekent. Wat is gelijkheid tussen man en vrouw? Vrijheid van meningsuiting? We moeten aan jongeren blijven duidelijk maken hoe mooi onze samenleving is. Het is zo belangrijk dat we die waarden uitdragen.”

 

“Onderwijs is dan ook zoveel meer dan enkel kennis opdoen. We moeten kinderen engageren. Ze moeten zelfstandige volwassenen kunnen worden. Dat leer je thuis, maar ook een stuk op school. Het is een deel van het opvoeden, vind ik, om kinderen met tegenstellingen te leren omgaan. Je moet risico’s durven nemen, bereid zijn om te falen. Anders ga je nooit veel uitdagingen hebben in je leven.”

 

Wat vindt u de grootste uitdaging in uw job? Wat zou u het allerliefst veranderd zien in het onderwijs?

“Mijn grootste ideaal is dat meer kinderen gelijk aan de start zouden kunnen komen. Het is confronterend om te zien dat kinderen die onvoldoende aanwezig zijn in de kleuterklas op driejarige leeftijd al zo’n spectaculaire achterstand kunnen oplopen ten opzichte van andere kinderen. Dat is ook de reden waarom de Vlaamse regering heeft beslist om in de toekomst een premie uit te reiken wanneer een kindje op driejarige leeftijd al naar school komt. Dat vind ik een zeer goede maatregel. We moeten alle kinderen naar school krijgen. Allemaal. Ook op die leeftijd. Je merkt dat als je er niet op tijd bij bent, je een achterstand opbouwt in de loop van de jaren. De kinderen die op die leeftijd niet naar school gaan, zijn ook de leerlingen die op latere leeftijd vaker gaan spijbelen of opeens afhaken.”

 

“De gelijkheid van kinderen intrigeert mij enorm. Ieder kind is verschillend, maar de deuren zouden voor iedereen op dezelfde manier moeten opengaan. Dat is helaas zo moeilijk te realiseren. Ook in het hoger onderwijs. Hoeveel kinderen krijgen door hun thuissituatie geen kans om hoger onderwijs te volgen? En hoeveel kinderen mogen vier keer falen en het toch nog een keer proberen? Daarom willen we een oriëntatieproef invoeren in het middelbaar en dat ieder kind die aflegt. Hopelijk zijn er zo jongeren die misschien toch tot de conclusie komen dat het hoger onderwijs wel degelijk iets voor hen kan zijn. Ik hoop dat de scholen daarna met de ouders in gesprek kunnen treden."

 

“Dus als ik iets mocht kiezen dat in een vingerknip opgelost zou kunnen worden, is het dat. Ik besef heel goed dat ik dat niet gemakkelijk voor elkaar ga krijgen. Maar ik mocht kiezen, toch?”

 

Zeker. U klinkt trouwens bijzonder begaan. Mag ik spreken van liefde voor uw vak?

“Ik doe mijn job inderdaad ontzettend graag. Maar er zijn ook erg veel zorgen. Ik moet bekennen dat ik niet wist dat de opdracht zo omvangrijk zou zijn toen ik eraan begon. Ik ben het een beetje beu dat het onderwijs steeds opnieuw wordt afgeschilderd als problematisch. Ik wil niet meelopen met al die negatieve verhalen en probeer te kijken naar al het positieve. Leerkrachten en directeurs zeggen soms dat ik precies weer geloof in hen. En ze hebben dat ook nodig. Waarom zou je de leiding van een groep nemen, als je niet in je mensen gelooft?”

 

“Leerkracht zijn is een enorme opdracht, dat besef ik maar al te goed. De armoede neemt toe, steeds meer kinderen leven in moeilijke gezinssituaties. En dan komen er nu de vluchtelingenkinderen bij die al zoveel hebben meegemaakt. Je kan niet verwachten dat een kind zijn zorgen aan de kapstok hangt als het de klas binnenkomt.”

 

“Mijn ouders waren leerkrachten. Ik ben groot geworden met het vak. Mijn moeder kon de kinderen meetrekken door de manier waarop ze lesgaf. Ze krijgt nog steeds kaartjes van kinderen die ooit, soms wel dertig jaar geleden, bij haar in de klas zaten. Het is dan moeilijk om niet te geloven in de kracht van het onderwijs. Dat is wellicht ook de reden waarom ik het zo graag doe.”

 

We moeten alle kinderen naar school krijgen. Allemaal.

 

Was het dan moeilijk kiezen tussen Openbare Werken en Mobiliteit en Onderwijs?

“Ik was heel graag minister van Openbare Werken en Mobiliteit, ik ging er ook echt van uit dat ik weer voor die positie zou gaan. Opeens kreeg ik de kans om minister van Onderwijs te worden en daar heb ik eigenlijk niet verder over moeten nadenken. Het onderwijs begeleidt het grootste kapitaal dat we hebben in onze maatschappij. Het gaat om met het kostbaarste dat mensen bezitten: hun kinderen. Ik ben nog steeds erg blij dat ik heb toegezegd, ik zou er altijd spijt van hebben gehad als ik het niet had gedaan.”

 

We rijden Mechelen binnen. Wanneer de autodeuren openen voor het Huis van de Mechelaar, is ons interview on the road afgelopen. “Dat was eens wat anders, niet?”, lacht ze. We vereeuwigen ons gesprek niet enkel op tape, maar ook met een selfie. Wanneer ze even later haar speech voor de Week van de Geletterdheid geeft, verdwijnt het spiekbriefje al snel in haar broekzak. “Ik was vandaag in het gezelschap van twee studentes die alle kansen hebben gekregen, maar niet iedereen kon op diezelfde trein springen. Ik vind het ongelooflijk knap dat jullie je engageren om bij te leren”, spreekt ze de volwassen cursisten toe. “We zijn nooit te oud om te leren”, besluit ze. Achteraf vraagt ze ons stilletjes of we het niet erg vonden dat ze ons aanhaalde. “Ik vond het wel passend …”

 

Onze minister van Onderwijs is een vlotte dame en aan haar intentie kunnen we niet twijfelen.



de dwarsligger

10/09/2016

The homo sapiens studentus is a special species. Besides the typical activity of studying, the members of this species are known as real (night)life lovers. But do they have other secrets to unfold? dwars finds out in their natural habitat, the student dorm.

​Joona is a twenty-two-year-old Finn, hairdresser, fashion freak, art lover, student in professional sales and shameless people watcher (aren’t we all?). In short, he is a busy guy who fits in perfectly in our city. This versatile student came all the way from Helsinki to live the Antwerp life.

 

big city life

Joona has only been in Belgium since the 29th of August but he already loves our sparkling city, ‘t Stad. “Antwerp isn’t that big, you can go everywhere without using the underground or tram. The citizens dress fashionably and look nice. Besides, everyone is super social, which makes me feel comfortable.”

 

Besides his enthusiasm for the city, Joona is equally enchanted by his new housemates. Back in Helsinki, he rented a student dorm in a building that counted approximately one hundred student rooms. However, the students hardly greeted one another. It seemed like everyone had their own group and they kind of ignored the others. Here in Antwerp, the fashion-conscious Finn is staying in a building with about eighty students.

 

That is quite a few too, nevertheless he remarks a main difference: his new housemates are immensely friendly. “I am very excited to see what the student life will be like. But I already know my housemates are up to date with the nightlife, so that won’t be a problem (laughs).”

 

comfy couch

In Antwerp, Joona enjoys the luxury of having a student room with his own shower. In Helsinki he shared a shower with other students and we all know how horrible that can be. Nonetheless, the shower isn’t his favourite part of the new crib. His preference goes to his couch, without a doubt. It’s comfy to chill on as well as convenient for his friends who come over to visit. So he didn’t have any problems so far? “The biggest difficulty I run into here is definitely visiting the grocery store. The names of the products are all written in Dutch and French. Honestly, I often don’t understand what they mean. A while ago, I went to the supermarket with a friend from Helsinki. We were looking for cream. Instead we apparently bought something totally different. I think it was whipped cream, but I am not sure at all. Anyhow, it tasted horrible!”



betweter
10/09/2016
🖋: 

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Vissen. Zo noemen we de dieren die in de zee leven. Alhoewel, niet alle dieren die in de zee leven zijn vissen en bovendien zijn er vissen die in rivieren en meren leven. Maar ook daarin leven niet alleen vissen. Oké, dan hebben alle dieren met vinnen toch de naam vis? Nee, ook niet! Want er zijn ook zoogdieren met vinnen.

 

Natuurlijk overdrijf ik nu. Hét kenmerk dat vissen onderscheidt van andere dieren zijn de kieuwen. Vissen hebben kieuwen, zoogdieren longen. Zoogdieren leggen bovendien geen eieren. Daarnaast zijn er nog een aantal kenmerken die de vissen onderscheiden van andere dieren die in het water leven. Daarom heten vissen vissen en klasseren we ze in een aparte categorie. Maar toch is het niet zo simpel. Vissen bestaan namelijk niet.

 

Dat is niet iets wat ik verzonnen heb en al zeker geen grap. Een veel slimmere persoon dan ikzelf, paleontoloog en bioloog Stephen Jay Gould, is na een levenslange studie van vissen tot deze conclusie gekomen. Toch wil dat niet zeggen dat er geen dieren met schubben en kieuwen in onze zeeën en rivieren zwemmen. Het gaat over de categorie: de term 'vis' brengt dieren samen die absoluut niets met elkaar te maken hebben! Genetisch gezien heeft een zalm immers meer gemeenschappelijk met een kameel dan met een aal.

 

Doet je hoofd nu pijn en vind je me een vreselijke muggenzifter? Goed, want dat is de bedoeling van deze rubriek. Mensen die echter net zoals ik houden van nutteloze weetjes om iedereen gek mee te maken, moeten de podcast No such thing as a fish eens beluisteren. En onthoud, de volgende keer dat je opa je vraagt om mee te gaan vissen, ga je eigenlijk zalmen. Of forellen. Of haringen.



09/09/2016
🖋: 

Begin augustus kropen heel wat studenten weer achter hun boeken. Ze kregen een nieuwe kans om voor hun examen te slagen en hadden hopelijk geleerd uit hun fouten van de vorige poging. Wouter (fictieve naam), een student van de faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen, wilde zich optimaal voorbereiden en vroeg de Universiteit Antwerpen om een kopie van zijn vorige examen. Die weigerde. Heeft UAntwerpen dat recht? Wat zijn eigenlijk de rechten van de student omtrent het opvragen van een examenkopie? Hoe pakken andere universiteiten dit aan? dwars zocht het voor je uit.

Wouter meende uit het recht op de passieve openbaarheid van bestuur, dat neergeschreven staat in artikel 32 van de grondwet, te kunnen afleiden dat studenten recht hebben op een kopie van hun examen. Voor documenten in het bezit van Vlaamse instellingen wordt dit verder geregeld in het decreet van 26 maart 2004 betreffende de openbaarheid van bestuur, dat stelt: “De (bestuurs)instantie is verplicht aan ieder natuurlijk persoon, rechtspersoon of groepering ervan die erom verzoekt, de gewenste bestuursdocumenten openbaar te maken door er inzage in te verlenen, er uitleg over te verschaffen of er een afschrift van te overhandigen.”

 

De Universiteit Antwerpen is als publieke universiteit een overheid/bestuursinstantie en valt bijgevolg onder het toepassingsgebied van het decreet. Dit werd reeds bevestigd door de beroepsinstantie inzake openbaarheid van bestuur en door Pascal Smet toen die nog minister van Onderwijs was. Een student heeft dus wel degelijk recht op een kopie van zijn examen, wanneer zijn aanvraag overeenkomstig het decreet voldoende duidelijk en niet onredelijk is. Het zou bijvoorbeeld onredelijk zijn om de kopieën op te vragen van alle examens en herexamens over de afgelopen twee academiejaren van 23 basisvakken binnen dezelfde opleiding (ooit echt gebeurd aan de Universiteit Gent overigens!).

 

Volgens de Universiteit Antwerpen werd de initiële aanvraag van Wouter geweigerd omdat de mogelijkheid om een examenkopie op te vragen nog niet volledig was uitgeklaard op universitair niveau. Naar aanleiding van de weigering bracht Wouter het onderwerp voor de onderwijscommissie. Daar werd beslist dat studenten onder bepaalde voorwaarden een examenkopie kunnen opvragen. Ze moeten met name een financiële vergoeding van 20 euro per examen betalen en een geheimhoudingsdocument ondertekenen. Deze regeling geldt enkel voor de faculteit Toegepaste Ingenieurswetenschappen en ook slechts tijdelijk. De juridische dienst van de universiteit is momenteel bezig met het opvolgen van dit proces.

 

Ik deed zelf de test en verzocht de faculteit TEW via mail tweemaal om een examenkopie. Drie weken later is er nog steeds geen reactie gekomen. Zou er binnen de universiteit nog steeds geen algemene actie zijn ondernomen? Ook in het OER (Onderwijs- en Examenreglement) van onze universiteit wordt niks vermeld over examenkopieën. Enkel het recht van de student op bespreking en inzage van het examen staan hierin beschreven. Ook het OER van de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel vermelden niets over het recht van de studenten op een examenkopie. In het OER van de Katholieke Universiteit Leuven is dit wel terug te vinden. De KU Leuven is dus de enige grote Vlaamse universiteit die het recht op een kopie heeft neergeschreven in haar officiële reglement.

 

Wat houdt universiteiten dan tegen om examenkopieën te verschaffen wanneer een student hiervoor een aanvraag indient? Een eerste argument is dat de werkdruk enorm zou verhogen moest elke student een kopie van zijn examen(s) vragen. De universiteiten zouden hier veel middelen en tijd aan moeten spenderen en daar hebben ze niet genoeg personeel voor. Het is natuurlijk moeilijk te voorspellen of het effectief zo'n vaart zou lopen. Indien enkel een kleine minderheid van ijverige tweedezit studenten om een kopie vraagt, volstaat dit argument niet. Een ander argument, dat voornamelijk door proffen wordt aangehaald, is dat er door het uitgeven van examenkopieën op langere termijn databanken zullen ontstaan of op andere manieren examenvragen en -antwoorden doorgespeeld worden. Een prof zou in staat moeten zijn om nieuwe examenvragen te maken, maar gelet op de beperkte leerstof valt het te begrijpen dat die vragen niet onuitputbaar zijn. Anderzijds bestaan er nu ook al heel wat facebookgroepen waarin lijsten met examenvragen te vinden zijn. Dit probleem doet zich dus niet enkel voor bij het uitgeven van examenkopieën. Een oplossing hiervoor zou kunnen zijn dat de UAntwerpen in het OER vermeldt dat het verboden is om examenvragen met elkaar te delen.

 

Tot slot zou het uitgeven van examenkopieën tot gevolg kunnen hebben dat studenten nog meer in discussie gaan met de prof over hun resultaat nadat ze de verbetering ervan hebben kunnen inkijken. Dit zou proffen meer tijd en moeite kosten en in het ergste geval zouden er nog meer rechtszaken aangespannen kunnen worden tegen de Universiteit Antwerpen ter betwisting van een uitslag. Het valt dus te begrijpen dat UAntwerpen geen ‘reclame’ zal maken voor het verlenen van examenkopieën, maar het recht op een examenkopie is wel degelijk omschreven in een decreet. Misschien wordt het wel tijd dat de universiteit het ook toepast. Een duidelijkere communicatie hierover zou al een stap in de goede richting zijn.



het laatste woord
09/09/2016
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze keer: ‘zytholoog’.

Dankzij de onuitputtelijke gekke woordenvloed van mijn collega’s kende deze rubriek al vele gouden appels op zilveren schalen. Nu het mijn beurt is om aan jullie literaire geneugtes te voldoen, ligt de lat dus hoog. Om eerlijk te zijn, hoger dan de capaciteit die mijn nog niet afgekoelde zomervakantiebrein momenteel aankan.

 

De oplossing lag gelukkig om het hoekje. Voor ‘het laatste woord’ van deze eerste dwarseditie van het nieuwe jaar, heb ik besloten om jullie geesten te verruimen met niets minder dan het laatste woord uit de Dikke Van Dale der Nederlandse taal, zijnde de zytholoog. Deze wordt wel nog opgevolgd door enkele bizarre afkortingen zoals de zzp’er (zelfstandige zonder personeel) en zzz (klanknabootsing van een zoemend geluid), maar zeg nu zelf, wie leest daar een artikel over – bijenliefhebbers geëxcludeerd.

 

Het Griekse woord ‘zythos’, dat bier betekent, ligt aan de basis van deze term. Zytholoog is dus eigenlijk een chic synoniem voor bierkenner of bieroloog. Zoals een sommelier gespecialiseerd is in wijn, hoort de zytholoog een professional te zijn in het classificeren en degusteren van bier. De eetliefhebbers en keuzestressgevoeligen onder jullie hebben misschien al gemerkt dat er op restaurant een redelijk nieuwe trend is ontstaan, namelijk niet alleen een wijnkaart die aangepast is aan het menu, maar ook een bierkaart. Dit afstemmen van bier op de gastronomie valt in het vakgebied van de biersommelier, alsook de organoleptische analyse en kennis over spontane gisting.

 

Organo-wat? Bij een organoleptische analyse wordt het karakter van het bier geproefd en aldus ingedeeld naargelang de prikkeling der zintuigen. Goed nieuws voor al wie na deze achtste vermelding van het woord bier hevig zit te watertanden: in België en Nederland is het mogelijk een opleiding te volgen tot zytholoog! In slechts twee cursusjaren kan je met avondlessen een meester worden in de zythologie, dit alles jammer genoeg niet aan UAntwerpen …



niemandsland

05/09/2016
Niemandsland
🖋: 
Auteur

Gegroet studenten! Ik heb jullie land verlaten, daar waar pintjes vloeien als rivieren, cursussen meer kosten dan je 18m2-onderdak en niemand omkijkt wanneer je van maandag tot donderdag cornflakes als avondeten nuttigt. Met aarzelende, doch harde sprong kom ik terecht in het lage gras van het niemandsland. Ik noem het ‘niemandsland’, omdat ik geen andere gepaste term vind voor het jaar waar mijn laatste check-in op SisA (bye bye winkelkarretje) en de eerste check-in op de werkvloer (de sleutelhanger voor die badge ligt al klaar) plaatsvinden. Mijn doel is hier neer te pennen wat mijn pad en gedachten kruist.

Mijn diploma dat het logo van de Universiteit Antwerpen draagt, komt nog maar vers van de pers en het lijkt alsof ik een schone lei in mijn handen geduwd krijg. Mijn studiecarrière volgt in mijn schaduw, de nog te ontdekken toekomst ligt aan mijn voeten. Veel is nog niet uitgestippeld en in niemandsland is Google Maps nog niet uitgevonden. Alles wat ik weet over de mysterieuze plek, beperkt zich momenteel tot het voelen van het stevige gras onder mijn voeten (geen warm omhelzend tapijt, maar stevig zoals dat van een voetbalveld), de deurklink van de universiteit nog porrend in mijn rug en de grote richtingwijzer naast me die roept dat ik kan kiezen tussen ‘werken’, ‘reizen’, terug ‘studeren’, maar ook nog altijd groenteboer kan worden in Australië.

 

Ik richt mijn blik echter niet enkel op de wijzer. De groene zee van gras, levendig door de wind, versiert mijn aandacht. Ik verwacht hier en daar ook wel eens een verscholen plas modder of een kuil, waarin ik mijn eerste belastingbrief zal willen doen verdwijnen bijvoorbeeld, maar de open vlakte doet hier en nu een vlinder in mijn buik ontpoppen die alle windrichtingen op wil en kan ontdekken. Met 24 lentes jong ligt de horizon open.

 

Dat gevoel van vrijheid en vleugels brengt ook een zekere kwetsbaarheid met zich mee. Vrijheid en onzekerheid zijn zelden van elkaar gescheiden, zeker daar waar het de niemandslander ontbreekt aan identiteit. Zelden wordt de tocht in kaart gebracht. Het niemandsland krijgt amper aandacht, denk maar aan Underemployed, een serie van MTV uit 2012 die probeerde om het traject van afgestudeerde jongeren op een grappige manier te brengen en waarvan de stekker na één seizoen werd uitgetrokken. Misschien is onze doelgroep te klein en te vluchtig, want ik ben nog geen Vlaamse versie over medeniemandslanders tegengekomen.

 

Tegelijk verlangt je omgeving dat het antwoord op de vraag “En wat ga je nu doen?” netjes binnen duidelijke, grijpbare hokjes past. Een vraag die eigenlijk niet zoekt naar een antwoord dat een werkwoord bevat, zoals ‘werken’, maar wordt verwacht eruit te zien als één allesomvattende beschrijving van je identiteit, die zowel inhoudt wie je bent als wat je doet, iets zoals ‘student’, ‘werknemer’, ‘werkgever’, ‘gepensioneerde’, ‘tiener’, ‘baby’ en noem maar op.

 

In het verleden was de niemandslander student, in de toekomst werkende mens. Maar wat is hij vandaag? Werkloos of werkzoekend of reiziger of ontdekker of laat lid van de gap year club of …? Het woordje ‘of’ dat tussen deze hokjes staat, is een broedplaats voor de quarterlife crisismicrobe, een naar beestje dat als een gewicht je benen verzwaart. Dus laten we alle hokjes negeren en het woordje ‘of’ vervangen door ‘en’, want het ontbreken van een definitie geeft de mogelijkheid er zelf een te scheppen. Je hebt het tempo waarin je en’en verzamelt zelf in de hand.

 

Dat is waar ik nu mee bezig ben. Ik ben reiziger, werkzoekende, volger van een avondcursus, redacteur bij dwars en doorkruiser van het niemandsland. Met logboek in de hand en vinger in de lucht ga ik het komende jaar verkennen, niet meer vanuit een 18m​2-kot en met de doos cornflakes nog dicht.



07/07/2016

Omdat de examenperiode in de weg staat van vroege vogels als Best Kept Secret Festival en Graspop, staat bij veel festivalliefhebbers Rock Werchter als eerste op de to-dolijst. Nochtans is er gelijktijdig het Brusselse Couleur Café. Het kleine prijskaartje en snelle vervoer naar Brussel maken dit festival geknipt voor studenten, de line-up is – hoewel bescheidener dan die van grote broer Rock Werchter – de moeite. De sfeer bij een festival waar 'kleur' zelfs deel uitmaakt van de titel, kan toch allesbehalve ondermaats zijn?

groen als accentkleur

“Couleur Café is voor hippies en bakfietsvlamingen”, klinkt het soms enigszins schamper, maar zijn love and peace niet eigen aan ieder zichzelf respecterend festival? Er wordt inderdaad actiever ingezet op solidariteit dan op andere festivals: de ‘Solidarity Village’ is een vast onderdeel, waar verenigingen als Amnesty International proberen te sensibiliseren rond een bepaald thema. Dit jaar was dat de rechten van de vrouw. Daarnaast wordt zichtbaar ingezet op ecologie. Niet alleen zijn borden en bekers vervaardigd uit recycleerbare materialen, het publiek wordt ook actief aangespoord om met het openbaar vervoer te komen, om vegetarisch te kiezen aan een van de vele internationale eetkraampjes en om te sorteren. Wie veertig drinkbekers verzamelt krijgt daarvoor in ruil een drankbon; eens de terughoudendheid voorbij is dat voor de arme student de ideale manier om pintjes te scoren. Wie schrik heeft om tussen jengelende kinderen terecht te komen kan op beide oren slapen: het publiek van Couleur Café is in het twaalfjarige bestaan geëvolueerd van gezinnen met kinderen naar overwegend jong volk, studenten dus.

 

 

volwaardig festival

Toegegeven, de line-up is niet zo mainstream, maar acts met een exotische toets zijn de muziek bij uitstek om het zomergevoel op te wekken. Youssou N'Dour, Chic en De La Soul zijn artiesten om u tegen te zeggen en lieten geen ziel onberoerd. Julian Marley – zoon van – bestookte de menigte vanop het hoofdpodium met meeslepende reggaeklanken die het publiek recht naar Jamaica voerden. Daarnaast stonden er enkele grote namen van eigen bodem op de affiche. Op vrijdag was er Selah Sue om de nederlaag van de Rode Duivels tegen Wales te doen vergeten, zaterdag kon het publiek de rauwe stem van Arno Hintjens goed smaken en zondag was het feest compleet met Black Box Revelation. Jan Paternoster vond het na een kwartiertje spelen “Nu al plezanter dan op Rock Werchter”, op zijn pet stond ‘Brussels’ om die verklaring kracht bij te zetten. Warhorse en Gloria – sterkhouders van de nieuwe plaat – werden uit volle borst meegezongen, het leek erop dat alle aanwezige festivalgangers zich als één man om het hoofdpodium hadden verzameld. Hun set was ongetwijfeld een van de hoogtepunten van Couleur Café 2016.

 

 

In de Univers-tent passeerden kleppers als De Jeugd Van Tegenwoordig, Jamie Woon, Trixie Whitley en de immer vrolijke balkanklanken van Goran Bregovic. De bekende onbekende Brit Jamie Woon wist met zijn sensuele elektro-soul tegelijk te ontroeren en op te zwepen. Samen met zijn energieke backing vocals hadden de gegadigden gerust een hele nacht kunnen dansen. De Jeugd Van Tegenwoordig riep op om alle smartphones weg te steken met de woorden: “Leef een keertje voor jezelf.” Dat liet de verzamelde menigte tieners in de tent zich geen twee keer zeggen; DJVT laat na tien jaar nog steeds de jeugd van tegenwoordig de tijd van hun leven beleven.

 

Couleur Café is een festival dat je op veel vlakken niet onberoerd laat. En dat Frans daar in Brussel, dat nemen we er gewoon bij.

 



dwarse podcasts

22/06/2016
🖋: 
Auteur

Radio een dood medium? Leve het internet! Enthousiaste en gepassioneerde radiomakers blijven niet bij de pakken neerzitten en werpen hun talenten in de strijd bij het maken van podcasts, radioshows te beluisteren wanneer jij wilt. Tijdens het strijken bijvoorbeeld, of in de trein terug naar het thuisfront. De groeiende populariteit van het medium – met name in de Verenigde Staten – betekent ook een groeiend en overweldigend aanbod. Maar ook in Nederlandstalig gebied zijn verschillende radiomakers lustig aan het podcasten geslagen. dwars biedt een selectie die je een hart onder de riem kan steken tijdens de examens.

Citybooks

Studeren, blokken, je opsluiten in je kot, bij je ouders thuis of in de bunkers van de bibliotheek. Het zijn juist deze tijden wanneer de reislust het hardst toeslaat. Zelfs de gerechtvaardigde eet- een rookpauzes op het Hof van Liere kunnen niet genoeg lichtstralen bieden om de onrustige ziel tot rust te sussen. Hart en hoofd willen wandelen door onbekende steden. Op zoek naar het avontuur! Vlaams-Nederlands cultuurhuis deBuren speelt in op de wanderlust van de drukke mens van vandaag met het City Books project. Verschillende schrijvers nemen je in hun luisterverhalen van 30 minuten mee op reis in steden over heel de wereld. Van Lissabon tot Sheffield, en via Stellenbosch weer terug naar Ieper. En je bent op tijd weer thuis om je samenvatting nog eens door te nemen.

 

 

Roes

Roes is uitstekend luistervoer wanneer je geen tijd hebt om te feesten, maar er tijdens het studeren wel iets over wil leren... De roes is niet enkel iets wat je moet uitslapen na een nacht stevig pintjes pakken. Want wie de wereld(en) van de roes in trekt, komt op de meest uiteenlopende plekken terecht. Voor het jonge online platform VPRO Dorst ging AudioCollectief SCHIK op onderzoek uit naar dit wonderlijke en tot de verbeelding sprekende gegeven. De drie Vlaamse en Nederlandse radiomaaksters komen er in vier afleveringen achter dat de roes je via vele wegen kan vinden, overvallen en naar nieuwe plekken kan brengen. Na het beleven van de roes eindigen we altijd weer met beide voeten op de grond.

 

 

De Kapitein Kobe Show

“Steeds vaker merkte ik dat de verhalen van doorzettingsvermogen, hard werk en discipline een grote rol spelen in het leven van de mensen waar ik naar opkijk”, aldus de Kapitein zelf. In zijn één op één gesprekken wordt er gezocht naar de motivaties en doelen van zijn gasten en hoe zij gekomen zijn waar ze nu zijn. Succesvolle en inspirerende mensen in de breedste zin van het woord. De stijl van de podcast is die van een serieus Radio1-gesprek; weinig opsmuk en to the point. Maar hier krijgen de sprekers de tijd om genuanceerd en aandachtig te zijn. Tijd genoeg dus om mentale of fysieke notities te maken en je eigen doelen nog eens scherp te stellen.

 

 



pottenkijkers

22/06/2016
🖋: 

Haal je 'fat pants' uit de kast en dij uit met dwars in deze online vreet- en zuiprubriek voor mensen die het nét even anders doen. Mensen die houden van empirisch experimenteren, eetbaar exploreren en extravagant exposeren met een beperkt budget doch calorierijke fantasie. Deze nieuwe twist op het traditionele tiramisurecept laat iedereen duimen en vingers bij aflikken. Voor één keer gooi je die calorieteller uit het raam. Ook goed als lekker studieontwijkend gedrag aangezien dit culinair oeuvre toch wel makkelijk een uurtje in beslag kan nemen. En het is weer veel te lang geleden dat ik dit nog gemaakt heb. I miss you, tiramisu!

Opmerking: De juiste hoeveelheid is afhankelijk van je persoonlijke smaak, en het aantal porties hangt af van hoe gulzig je bent. De hieronder weergegeven hoeveelheden zijn voor een grooote kom. Trust me.

 

Wat heb je nodig?

- 2 pakjes lange vingers en 1 pak speculaaskoekjes

- 2 pakken pure chocolade

- bloemsuiker

- 5 eieren

- 500 gr. mascarpone

- een kan sterke koffie

- and last but not least... the liquor of your choice

 

Let the games begin!

Stap 1: Maak heel sterke koffie. Zo sterk dat je cartoongezichten zou trekken als je ervan zou drinken. Giet daarbij een scheut sterke drank naar smaak en giet dit alles in een diep bord.

Stap 2: Smelt de chocolade au bain-marie en doe dit bij de sterke (nu een andere betekenis, hé ) koffie. Blijf roeren tot je een consistente, lopende massa krijgt. Deze mag niet te vast zijn, maar ook niet te lopend. De koekjes moeten dit kunnen absorberen zonder direct uit elkaar te vallen.

Stap 3: Scheid 5 eieren. Bij het eigeel doe je ongeveer 4 soeplepels bloemsuiker en dit klop je op tot een smeuïg geheel. Voeg hier de mascarpone aan toe en klop opnieuw op. Voeg daarna extra suiker toe naar eigen smaak. Het eiwit klop je vervolgens stijf met 1 soeplepel bloemsuiker, en spatel je onder de mascarponemix. Dit wordt je tussenlaag.

 

Ready. Set. Go!

In een grote kom met een platte bodem doe je afwisselend:

- 1 laag ondergedompelde lange vingers (in het koffie-chocolademengsel)

- 1 laag mascarponemix

- 1 laag ondergedompelde speculaaskoekjes (ook in het koffie-chocolademengsel)

- 1 laag mascarponemix

- doe zo verder en wissel af! De bovenste laag bestaat uit de mascarponemix met geraspte chocoladeschilfers als je er nog over hebt. Wil je een feestelijk kerstdessert, sprenkel er dan nog gezeefde bloemsuiker bovenop. Tadaa!

 

Zet de kom in de koelkast voor minimum een paar uur of, voor het allerbeste resultaat, voor een nacht, zodat de koekjes de smaak optimaal hebben geabsorbeerd en alles is doordrongen van een smeuïge, luchtige, licht zoete smaak.

 

Game Over!

Deze pièce de résistance is een ware crowdpleaser op elk feestje en voor elke gelegenheid! Geloof me, ik heb het zelf uitgetest. Je bent niet langer de kotstudent die alleen spaghetti kan klaarmaken en afhaalchinees bestelt ... Je bent snugger, want je hebt immers de raad en de recepten van dwars gelezen. Deel ze met je vrienden of laat hen in de waan over je nieuwe Masterchefskills, aan jou de keuze! In ieder geval wordt dit gegarandeerd je nieuwe versiertruc. En ladies, de lijn loopt naar de koelkast. Of zoals mijn zus het zegt: "Een ronde lijn is ook een lijn!" En geef nu zelf toe, die is toch veel mooier dan een rechte.



15/06/2016
🖋: 

Na enkele verwoede afleidingspogingen (flemen, janken, kattenkwaad – opeens besef ik de oorsprong van dit woord) zwicht ik door die o zo onschuldige oogjes, voor de harige overtuigingskracht. Snorrend van contentement wordt mijn zwarte broek opnieuw haar witte camouflage gegeven. Nu zijn we allebei klaar voor een eerste race: deur open, de trap af, net niet uit de bocht gaan, de tweede trap af en vierklauwens tot op de mat… afgetikt! Niet onder de indruk van mijn toch nog behoorlijke conditie tijdens een zittende blokperiode, word ik geeuwend opgewacht door de trotse winnaar. Die schiet meteen langs mij heen, terug richting de start voor een tweede rondje snelheidsmeting. Ik volg gedwee maar geef fysiek forfait en kies voor een andere aanpak.

 

Ik haal ons favoriete speeltje boven, the red dot, en zet me op bed. Mijn schijnbaar onvermoeibaar speelmaatje ploft na tien minuten naast mij neer, tevreden met haar herhaaldelijke vangst. Een uitgebreide wastafereel en wat knuffels later, kunnen we er samen weer tegenaan voor een volgend uurtje maffen en studeren. Wie welke taak op zich neemt moet dringend herbekeken worden, maar tot dan doet zo’n energieke kat je helemaal heropleven in nog geen kwartier tijd. Geslaagde pauze!