ook getest op studenten

19/11/2017
[ook getest op studenten] (© [Lize D'haese en Stine Moons] | dwars)
🖋: 

Mens sana in corpore sano: een gezonde geest in een gezond lichaam. Jammer genoeg is dit gezonde lichaam niet voor iedereen vanzelfsprekend. Maar wat indien je als student je steentje kunt bijdragen aan het onderzoek naar nieuwe medicatie en vaccins? En wat als je er ook nog iets aan kunt verdienen?

Wanneer iemand zich opgeeft als proefpersoon, is dat vaak voor een fase 1-onderzoek. Deze onderzoeken bestaan eruit om medicatie te testen op een groep gezonde vrijwilligers. Of, zoals Vanessa Desmedt van de Pfizer Clinical Research Unit het verwoordt: “Uitsluitend gezonde personen met een minimumleeftijd van achttien jaar, een gezonde levensstijl, de juiste instelling en betrokkenheid worden in rekening gebracht.” Aan de hand van dergelijk klinisch onderzoek krijgen onderzoekers informatie over de reactie en verdraagzaamheid van het lichaam op een medicijn en de eventuele nevenwerkingen.

Indien iemand lijdt aan een bepaalde aandoening zoals alzheimer, diabetes en kanker is deelname aan klinisch onderzoek uiteraard ook mogelijk. Bij deze groep patiënten wordt onderzocht of de medicatie het beoogde effect bereikt en welke dosissen het meest geschikt zijn.

 

Men neemt vrijwillig deel en kan hierdoor ieder moment uit de studie stappen, maar indien men dit doet zijn de resultaten voor ons ook waardeloos.

 

Na de eerder genoemde, bestaan er ook fase 3- en fase 4-onderzoeken. Fase 3-onderzoeken worden uitgevoerd op grotere groepen vrijwilligers. Er wordt tevens gebruik gemaakt van placebogroepen. De onderzoekers willen aantonen dat het medicijn een verbetering is tegenover de reeds bestaande middelen. Ten laatste vindt fase 4-onderzoek plaats wanneer het product reeds op de markt verkrijgbaar is. Ze garanderen verdere opvolging, spoort eventuele zeldzame bijwerkingen op en onderzoekt of het middel ook effectief is om andere ziektes en aandoeningen te bestrijden.

 

een prikje hier, een prikje daar

Heel ver hoef je niet te lopen om deel te nemen aan klinisch onderzoek. Onze universiteit heeft namelijk haar eigen Centrum voor de Evaluatie van Vaccinaties (CEV), dat gelegen is op Campus Drie Eiken. Hier houden ze zich uitsluitend bezig met vaccinstudies, die overigens allemaal zijn goedgekeurd door het Ethisch Comité van UAntwerpen/UZA. “Iedereen kan deelnemen aan onze studies, zowel studenten en personeel van UAntwerpen als familie en buitenstaanders. Dit indien de persoon voldoet aan de voorwaarden van de specifieke studie”, verklaart prof. Pierre Van Damme, voorzitter van de vakgroep VAXINFECTIO.

Het CEV organiseert op de Campus infosessies per nieuwe studie, waarin al de nodige informatie wordt verschaft. Ook krijgen geïnteresseerden de gelegenheid om al een eerste afspraak te maken. Prof. Van Damme vult aan: “Afhankelijk van de studie is de eerste consultatie een langere screening. Voorts worden ook al de criteria en het toestemmingsformulier overlopen, volgt er een eerste bloedafname en wordt het aantal visites gepland.”

De studies bestaan uitsluitend uit korte visites van een halfuur tot een uur, perfect doenbaar tijdens een tussenuur. De vergoeding voor je deelname schommelt rond de vijftig euro per visite. Bij een studie van vijf visites heb je dus zonder al te veel moeite 250 euro op zak. Zo’n vergoeding wordt ook telkens door het Ethisch Comité goedgekeurd: voor een recent onderzoek naar een nieuw poliovaccin, waarbij je enkele weken in quarantaine doorbracht, werd een vergoeding van meer dan €8000 goedgekeurd. Veel heeft dus te maken met de tijd die je aan het onderzoek besteedt. Wel belangrijk volgens prof. Van Damme: “Men moet weloverwogen en met de juiste intenties aan de studie beginnen en neemt vrijwillig deel. Uit de studie stappen is zo op ieder moment mogelijk maar indien men dit doet zijn de resultaten voor ons ook waardeloos.”

 

de farmareuzen

Naast centra gespecialiseerd in het onderzoek naar vaccins bestaan er uiteraard ook nog allerlei andere instanties die zich bezighouden met de ontwikkeling van medicatie. Zo beschikt de Clinical Research Unit van Pfizer over ruime ontspanningsfaciliteiten waaronder een biljart-, bioscoop- en studiezaal. Met name van de studiezalen wordt naarstig gebruik gemaakt: “Studenten die deelnemen aan onze studies genieten meestal van de rustige omgeving om te studeren”, verklaart Vanessa Desmedt.

 

Het aspect klinisch onderzoek is bij het grote publiek, studenten incluis, nog steeds onvoldoende gekend.

 

En óf die studenten aanwezig zijn: “We kunnen stellen dat hun aantal in onze database tussen de vijftien en twintig procent ligt. Veel van hen blijven – eens ze aan het werk zijn – verder deelnemen aan onze studies." Een exponentiële groei van studenten merkten ze bij Pfizer gedurende de afgelopen 25 jaar echter niet op. Dit heeft volgens Vanessa Desmedt meerdere redenen: “Enerzijds dienen studenten vandaag de dag steeds vaker fysiek aanwezig te zijn in de les, wat hen ervan weerhoudt om zich te kunnen engageren voor een studie. Anderzijds is het aspect klinisch onderzoek bij het grote publiek, studenten incluis, nog steeds onvoldoende gekend.” Niet onbelangrijk: net zoals bij andere onderzoekscentra biedt Pfizer een financiële vergoeding aan, die berekend is in functie van de duur en het ongemak die de tests met zich meebrengen.

 

de proefpersonen

Wout (26) nam deel aan klinische studies via SGS, die voornamelijk plaatsvonden in het Stuivenberg ziekenhuis: “Aan een biopsie naar het onderzoek van bloedstolling hield ik twee kleine littekens over. Dit werd wel vooraf meegedeeld bij de uitgebreide briefing.” Een serieuzer onderzoek waar hij aan deelnam was dat naar Alzheimer. Hierbij werd hersenvocht afgetapt via een katheter aan de ruggengraat.

“De eerste studie die ik deed was met een mobiele MRI. Na het injecteren van een vloeistof ging men na of er zo een beter beeld te verkrijgen was”, vertelt Daniel (23). Hij was voornamelijk proefpersoon in de vakanties en nam deel aan enkele onderzoeken van vier tot zeven dagen. Later werkte hij ook nog mee aan een onderzoek in verband met astmamedicatie. “Per onderzoek waaraan ik deelnam, verdiende ik rond de 1000 euro.”

Iemand die in totaal 10.000 euro heeft verdiend aan haar deelnames bij medische onderzoeken is Anna (26). “En dat alleen door gewoon een pilletje te nemen en dan in het ziekenhuis te verblijven. Dat geld was makkelijk verdiend, want ik kon ondertussen studeren en tv-series kijken”, zegt ze hierover. “Je wordt veel én uitgebreid gescreend; ze voeren bloed-, ademhalings- en harttesten uit, maar bijvoorbeeld ook of je positief test op drugs. Eigenlijk wordt alles getest waardoor ik ook steeds wist dat ik kerngezond was!” Wel stelt ze dat het voor vrouwen niet altijd even eenvoudig blijkt deel te nemen: “anticonceptie is niet steeds toegelaten bij alle medicatie, dus vrouwen worden snel geweigerd bij de selectie”.

 

Per onderzoek waaraan ik deelnam, verdiende ik rond de 1000 euro.

 

Welke voordelen er verbonden zijn aan je deelname? “Het is praktisch dat je op je vergoeding 0% belastingen betaalt en dat de uren die je erin investeert niet meetellen voor je studentenuren”, laat Wout nog weten. Ook Anna heeft goede herinneringen aan de studies waaraan ze deelnam: “Het schept een band als je drie weken binnen zit met dezelfde mensen. Ik heb er twee goede vriendinnen aan over gehouden!”

 

(on)verantwoord

Het kan weleens door je hoofd spelen: "Is het wel verantwoord om je lichaam aan te bieden aan de wetenschap, puur voor het geld?" Kristien Hens, bio-ethicus, ziet hier echter geen graten in: “Ik denk dat het niet zo erg is dat de motivatie om aan goed onderzoek mee te doen uit solidariteit, een handje geholpen wordt door een redelijke vergoeding voor tijd en verplaatsing. Dit natuurlijk steeds als het onderzoek degelijk en waardevol is en de participanten niet aan onnodig risico worden blootgesteld. Daar dienen ethische comités voor.”

De studenten die we interviewden spreken overwegend positief over de onderzoeken. Vergeet echter niet dat er altijd risico's aan dit werk verbonden zijn en negatieve ervaringen kunnen voorkomen. Zo vertelt een student, die anoniem wenst te blijven, ons dat hij ooit een katergevoel van drie dagen overhield aan een onderzoek. Hoewel je er de geneeskunde mee helpt, is de keuze aan jou. Weeg je het geld af tegen de persoonlijke risico's?



de helden van de blok

19/11/2017
[samenvatten] (© [Natasja Van Looveren] | dwars)

Tijdens de maanden december en januari nestelt de student zich in de zetel met een warme kop thee en zijn of haar favoriete samenvatting. Twee jaar geleden brachten wij al eens een artikel over de verkoop van die samenvattingen. Toch blijft de ‘samenvattingscultuur’ fascinerend, en zeker: de mensen erachter. Wie zijn toch die dappere samenvatters, die menig student door de examens heen loodsen met hun bondige, alomvattende documenten?

Een van deze stille helden is een heus cultfenomeen binnen de opleiding Engelse Taal- en Letterkunde geworden. Boven de meestgebruikte samenvattingen van deze studenten prijkt mysterieus de naam: Eline de Mey. Zij vertelt dat ze haar uitgebreide samenvattingen altijd maakte als manier van studeren. “Als ik die documenten dan toch op mijn pc heb staan, waarom zou ik ze dan niet gewoon online zetten zodat ook iemand anders er iets mee is?”, zegt Eline.

 

sharing is caring

Zo goed als elke opleiding heeft tegenwoordig een Facebookpagina en/of Dropbox. Dat is dan ook waar Eline haar samenvattingen deelde. Zo kreeg ze er meteen wat voor terug: mensen beantwoordden haar vragen en ze kon gebruik maken van andere gratis samenvattingen die gedeeld werden. “Ik deed het ook niet om er iets terug voor te krijgen”, maar ze vult aan dat er ook wel eens studenten bij waren die haar samenvattingen voor lief namen. Een brutale student durfde haar zelfs te sturen: “Wanneer is uw samenvatting voor [een gigantisch vak] af?”

Aan het verkopen van samenvattingen heeft ze nooit gedacht. Sterker nog, ze is er tegen. “Toen ik merkte dat er ook een site was waar samenvattingen tegen betaling verkocht kunnen worden, heb ik ze daar ook gratis op geplaatst als klein (waarschijnlijk non-effective) protest”, vertelt ze.

Haar samenvattingen worden drie jaar later nog steeds gebruikt en de term ‘redder in nood’ zal waarschijnlijk al door veel Taal- en Letterkundestudenten uitgesproken of getypt zijn. “Vorige week kreeg ik nog een bericht van een meisje dat ik nog nooit gezien heb, dat me wilde bedanken voor een samenvatting van drie jaar geleden. Zoiets maakt mijn dag echt megagoed.”

Een rechtenstudente, die anoniem wenst te blijven, verdient wél een zakcent aan haar samenvatkunsten. “In onze richting heerst wel een solidariteitsgevoel: zo helpen we elkaar als er onduidelijkheden zijn en posten we examenvragen, bijvoorbeeld. Maar er is ook een soort consensus dat als je ergens heel hard aan werkt, je er wel iets voor in de plaats mag krijgen.”

Zelf begon ze met samenvattingen aanbieden in haar eerste jaar. “Ik was een beetje teleurgesteld door de kwaliteit van de bestaande samenvattingen, waardoor ik er dan maar zelf heb gemaakt. Ik merkte dat die het redelijk goed deden: als je goede punten haalt op school, en mensen weten dat, zijn ze ook geneigd om je studiemateriaal te vertrouwen. Best logisch, eigenlijk.”

Of ze er veel aan verdient? “Dat hangt sterk af van het vak. Sommige samenvattingen zijn uniek omdat ze erg veel tijd hebben gekost of omdat je ervoor naar de les hebt moeten gaan. Die zijn vanzelfsprekend iets meer waard.”

 

samenvattingscultuur

Toch heeft niet elke opleiding zo’n cultheld. Gelukkig kunnen studenten dan meestal wel terecht bij hun faculteitsclub. Elke club die we spraken heeft een Dropbox of ander platform om samenvattingen te delen. Deze worden stuk voor stuk gekeurd en zijn allemaal gratis. “Als faculteitsclub zijn we verantwoordelijk voor alle studenten van de faculteit TEW en willen we hen dus ook allemaal gratis kunnen aanbieden,” laat Wikings-NSK ons weten.

Elke studierichting gaat gepaard met een andere ‘samenvattingscultuur’. Dat ligt soms aan de lesstof en soms aan de studenten. Bij WINAK en Translatio is bijvoorbeeld niet zoveel vraag naar samenvattingen. Studenten van respectievelijk Informatica en Toegepaste Taalkunde moeten hun leerstof vaak dagelijks toepassen en hoeven tijdens de examens meestal niet uit samenvattingen te blokken. Bij kleine richtingen, zoals Biologie, ontstaat een soort natuurlijke solidariteit doordat iedereen elkaar kent. De praeses van Fabiant, de faculteitsclub van die richting, zegt dan ook dat daar eigenlijk nooit aantekeningen verkocht worden. 

 

Maar er is ook een soort consensus dat als je ergens heel hard aan werkt, je er wel iets voor in de plaats mag krijgen.

 

Als er dan geen materiaal verkocht wordt, vinden studenten andere manieren om elkaar te steunen. Zo beheren veel clubs de Facebookgroepen van hun studie, waar studenten elkaars vragen beantwoorden. Winak heeft dan weer een eigen wiki, “den Tuyaux”, waar studenten examenvragen van de afgelopen jaren terug kunnen vinden. Solidariteit alom, lijkt het wel. “Wanneer ze toch een kleine prijs vragen, is er veel werk in die samenvatting gekropen en hopen ze hiervoor toch enige vergoeding te krijgen”, vertelt de tutor van PSW.

 

de keerzijde

Dat er niet overal begrip is voor studenten die hun samenvattingen te koop aanbieden, bewijst het verhaal van Melanie, studente Taal- en Letterkunde. Zij maakte twee jaar geleden samen met een vriendin een samenvatting, en bood die aan in ruil voor een andere samenvatting. Toen bleek dat niet iedereen die kon geven, stelde ze voor dat ze hem ook konden kopen in Quickprinter. Dat stuitte in de Facebookgroep van Taal- en Letterkunde al snel op hevig protest. Ruilen begrepen de meesten nog wel, maar betalen? Dat vond iedereen een brug te ver.

Zelf schrok Melanie van die reactie: “Ik heb altijd veel samenvattingen aangeboden, terwijl andere mensen daar niets voor terugdeden. Die keer hadden we er abnormaal veel werk in gestoken – eigenlijk hadden we met zijn tweeën een nieuwe cursus gemaakt. Omdat we daardoor minder tijd hadden voor andere vakken, verwachtten we wel iets in ruil.” Als het van Melanie afhangt, zouden meer mensen notities, samenvattingen of dergelijke moeten delen. “Er zou een soort regel moeten zijn: als je zelf materiaal aanbiedt, dán mag je ook nemen. En daarbij: hoe erg is het nu om een paar eurootjes te betalen, als je daardoor niet zelf geen samenvatting meer moet maken?”.

 

de vrije (samenvattings)markt

Iemand die een tamelijk breed perspectief heeft op het samenvattingslandschap, is Arne, medewerker bij Quickprinter. Hij biedt samenvattingen aan van de faculteiten aan de Stadscampus, met uitzondering van Letteren en Wijsbegeerte. “Waarom die laatsten niet bij ons aangeboden worden? Dat is, denk ik, iets wat zichzelf in stand houdt. Studenten TEW weten al vanaf hun eerste jaar dat ze voor een samenvatting naar ons moeten komen, waardoor ze later ook zelf materiaal gaan aanbieden hier."

Ondergaan die samenvattingen een kwaliteitscontrole? “Dat niet,” zegt Arne, “maar dikwijls kun je de kwaliteit wel snel afleiden op basis van enkele kenmerken. Wordt hij veel verkocht? Dan kun je er vanuit gaan dat hij het goed doet. Ook studenten die al eerder een succesvolle samenvatting binnenbrachten, kunnen rekenen op het vertrouwen van hun medestudent. Een waterdichte methode is dat niet, natuurlijk. Dat weten de meeste studenten ook wel: als je voor een examen studeert, mag je niet op één samenvatting alleen vertrouwen."

Sommige samenvattingen hebben op die manier een heuse bestsellerstatus gekregen. “Dan zie je dat studenten na een eerste les massaal naar hier komen om een specifieke samenvatting te halen. We merken ook de volgende tendens: hoe minder goed of uitgebreid de cursus is, hoe populairder de samenvatting. Studenten hebben graag een soort kapstok voor als ze gaan noteren in de les.”

Examenvragen posten, samenvattingen weggeven of er een kleine som voor vragen ... wat de norm is in elke faculteit, verschilt enorm. Een ding hebben we wel gemeen: die examens, daar helpen we elkaar wel doorheen. 



over esthetische wiskunde, comedy en Tokio

19/11/2017
🖋: 

De rubriek ‘proffenprofiel’ toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. De metalshirts, de grappen waarbij de aula in een deuk ligt en de aartsmoeilijke stellingen die aan een hoog tempo in het half-Gents op het bord geklad worden, capibara’s en dergelijke inbegrepen: de lessen van David Eelbode, docent Wiskunde, zijn legendarisch onder zijn studenten. Buiten de faculteit Wetenschappen is hij (jammer genoeg) veel minder bekend.

U geeft onder meer les aan de richtingen Wiskunde en Fysica, maar waarom bent u ooit in de studierichting Wiskunde beland?

Wel, enerzijds de simpele observatie dat het onderwerp me blijkbaar wel lag in het middelbaar. Niet dat ik er niets voor moest doen (ik ben eerder een hardwerkende middenvelder dan een geniale spits), maar ik deed het graag en vond het enorm boeiend. Zeker theoretische fysica heeft me altijd geïnteresseerd, al was het maar omdat mijn nonkel mijn nieuwsgierigheid op dat vlak prikkelde. Alles over de gekke wereld van de quantummechanica en relativiteit, ik wou dat echt kunnen snappen. Nog steeds trouwens.

 

Wat vindt u dan zo mooi aan wiskunde?

De zekerheid die ze biedt (eens bewezen, altijd waar) en de esthetiek die ze soms uitademt. Dat laatste vergt wat ervaring en een open geest, maar wanneer een bewijs in de juiste plooi valt, of wanneer het getal pi weer eens ergens opduikt waar je het niet verwacht, dan kan ik daar wel van onder de indruk zijn.

 

Was het altijd al uw plan om professor te worden?

Goh, neen. Blijkbaar wou ik als kind uitvinder of professor worden – al herinner ik me dat zelf niet meer – maar het ging allemaal vanzelf. Na mijn studies Wiskunde kreeg ik de vraag om te doctoreren (Richard, mocht je ooit deze woorden lezen: thanks again!) en van het een kwam het ander. Achteraf gezien heb ik hier uiteraard geen spijt van gehad, want mijn biotoop is wel degelijk die vijftien vierkante meter tussen het bord en een groep studenten.

 

Uw studenten zien u als de prof die nog het dichtst staat bij een comedian. Weet u de mening van Jan Modaal te weerleggen door te bewijzen dat wiskunde en comedy wel degelijk in één zin passen?

Humor en wetenschap liggen heel dicht bij elkaar. Als je een grap verzint, dan maak je een (leuke) mentale oefening: het begint vaak bij goed observeren en verbanden proberen leggen. Vervolgens probeer je daar iets creatiefs mee te doen: op dat vlak lijkt het wat op onderzoek verrichten. Dus het is een creatieve mentale constructie – en dat zou wat mij betreft de definitie van wiskunde kunnen zijn.

Ik ambieer overigens niet om komiek te worden, maar ik geloof wel in het Big Bang Theory-effect: ik denk dat een luchtige en speelse kijk op serieuze en vaak moeilijke zaken de interesse wel ten goede kan komen.

 

Ook heeft u aan de zijde van Lieven Scheire en een stel andere wetenschappers op het podium gestaan van de Science Comedy Night in Technopolis. Is dat iets wat u vaker doet? Wat waren uw ervaringen die avond?

Ik heb tien jaar geleden ooit een workshop stand-upcomedy gevolgd, en in die context heb ik wel al een paar keer op een podium gestaan. Maar ik heb die wereld vaarwel gezegd: laten we zeggen dat wetenschappelijk verantwoorde humor niet voor iedereen weggelegd is, en dat frustreerde me soms. De Science Comedy Night was anders, omdat ik daar echt voor 'het juiste publiek' stond. Het was dan ook een enorm toffe avond − ondanks de zenuwen, ik spreek dan ook niet elke dag voor 650 man − en ik hoop dat er meer van die initiatieven komen. Wat mij betreft was dat niet de laatste keer. Heel mooi om te zien ook hoeveel volk daarop afgekomen is, het leeft dus blijkbaar wel in Vlaanderen.

Mijn vorig comedyleven is trouwens ook een paar mensen bijgebleven. Zo had een van de organisatoren van een optreden me de raad gegeven om mijn grappen te verwerken in een boek, omdat hij vond dat de taalgevoeligheden en onderwerpen in mijn tekst verloren gingen op een podium. Die raad heeft acht jaar liggen rijpen, maar op een blauwe maandag ben ik er gewoon mee begonnen. Het resultaat gaat over wiskunde en wiskundigen ("wie zijn ze, wat doen ze, en lusten ze ook pindakaas?"), maar het is allesbehalve een tekstboek: het is in feite het ultieme antwoord op de vorige vraag. Een blad niet gelachen is een blad niet geslaagd, zoiets. Het is nog niet af, maar het einde is in zicht ...

 

Op welke plek zou u nu wel willen zijn?

Tokio! Hadden we niet afgesproken dat ik in ruil voor dit interview een ticket zou krijgen?

In Japan ben ik iets verloren, en ik keer graag zo vaak mogelijk terug om het niet te vinden. Ik weet dat het niet idyllisch klinkt, maar in Tokio gaat het om de esthetiek in de chaos. Een beetje zoals mijn sterke voorliefde voor metal, denk ik dan: onder dat snelle, en dat luide, en dat in-your-face-gehalte ligt een mooie boodschap. En de ramen in Tokio, uiteraard (de noedels dan, niet de vensters).

 

Als u met eender wie, levend of dood, een diner zou mogen houden, met wie zou u dan het liefst een avondje willen spenderen?

Henry Rollins (Amerikaans kunstenaar, n.v.d.r.). De energie die hij heeft, zijn verhalen, zijn aura, zijn talent: het mogen zelfs gewoon frieten zijn dan, dat zou me niet kunnen schelen.

Of met mijn vriendengroep 'Het Gerechte Pad' uiteraard. Maar die geraken niet weg met frieten. Zelfs niet die van Sergio Herman ...



de meest studentikoze locatie in Antwerpen onder de loep

19/11/2017
[konijnepijn] (© [Camille Van Landegem] | dwars)
🖋: 

De Konijnepijp is een begrip in het Antwerpse studentenmilieu. Sinds mensenheugenis verzamelen feestneuzen zich aan het Paradeplein in het Wilrijkse Fort VI om heupwiegend de nacht door te brengen. Vorig academiejaar maakte het feestgedruis echter plaats voor zand, kuilen en graafwerken – de mop over het konijn schrijft haast zichzelf.

Een nieuw gebouw van het Stedelijk Lyceum Topsport rees pal over de Konijnepijp uit de grond. In diens zog werden het Paradeplein en alle nutsvoorzieningen onder handen genomen. De Konijnepijp sloot een tijd de feestpoorten, maar onderging geen ingrijpende veranderingen, laat Agnes Coeckx van het Departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten weten. “Naast de aankoppeling van nieuwe leidingen en de installatie van een branddetectiesysteem, werden er geen werken uitgevoerd.”

Dat de universiteit de werken aan de Konijnepijp betaalt, mag niet verwonderen: de feestlocatie is in het bezit van UAntwerpen, valt onder de Sociale Sector van de universiteit en staat onder toezicht van het Departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten. In de begrotingsbijlage van de Sociale Sector voor 2018 lezen we dat er 20.000 euro werkingskosten en 27.000 euro infrastructuurkosten naar de Konijnepijp vloeien. “Dat zijn de budgetten van de terugkerende kosten”, geeft mevrouw Coeckx aan. “De Sociale Sector neemt daarmee onder meer alle energiekosten en kleine herstellingen voor zijn rekening.” Uit de begrotingsbijlage maken we bovendien op dat de universiteit geen opbrengsten uit de Konijnepijp haalt. “De studenten betalen enkel (een gedeelte van) de schoonmaak en de afvalverwijdering. En bij beschadiging geldt ‘potje breken is potje betalen’.”

 

een blijvend probleem

De Konijnepijp opent al een tijdje opnieuw de deuren, maar met de ingrepen van vorig jaar zijn jammer genoeg niet alle hindernissen van de baan. De KP kampt namelijk met een aanzienlijke hoeveelheid vocht, simpelweg omdat de feestlocatie in essentie de kamer van een fort is. “Het vochtprobleem is inherent aan de fortgebouwen. Er valt weinig aan te verhelpen”, meldt mevrouw Coeckx. “Ventileren is de beste optie, die nog verder onderzocht wordt.” ASK-Stuwer beaamt dat het probleem moeilijk op te lossen is. “Dat zou lange en dure werken met zich meebrengen, iets waar de universiteit noch de student op zit te wachten.”

Ondertussen vormt het vocht een hindernis. Zo reageerde de universiteit tijdens de laatste Stuvoraad aarzelend op de verzuchting van ASK-Stuwer om nieuwe apparatuur, want ze zou niet graag haar nieuwe aankoop door vocht aangetast zien. Terwijl beide partijen onderhandelen, rijst bij ons de vraag waarom de universiteit blijft vasthouden aan de Konijnepijp. Is het niet gemakkelijker voor zowel ASK-Stuwer als de universiteit om een andere plaats te faciliteren, een waar geen inherente hindernissen aan verbonden zijn?

 

Voor studentikoze tradities als TD’s en cantussen wordt er niets voorzien.

 

Mevrouw Coeckx antwoordt temperend op deze opmerking en wijst erop dat feesten in Fort VI een traditie is, ontstaan uit het feit dat er weinig privé-aanbod is voor fuiven in de omgeving van de buitencampussen. Naast de Konijnepijp, De Spoed, Den Hagar en ’t Biokot, die overigens allemaal aan het Paradeplein liggen, heeft de Wilrijkse student geen andere uitvalbasis om te feesten – of ze moeten afzakken naar Antwerpen-centrum. Ook ASK-Stuwer moet van geen alternatief weten: “De Konijnepijp is een ideale locatie, des te meer omdat studenten daar niemand overlast bezorgen.” En voor het vochtprobleem mag dan geen definitieve oplossing bestaan, het valt volgens ASK-Stuwer wel in te dijken: “Met een regelmatige schoonmaak en door het gebruik van een trekkast is de overvloed aan vocht te controleren.”

 

een unieke locatie

Als uitgangsplek die gefinancierd wordt door de universiteit, is de Konijnepijp uniek. Op de Stadscampus is een soortgelijke locatie afwezig. “De universiteit biedt haar infrastructuur aan voor academisch gerichte activiteiten, maar voor studentikoze tradities als TD’s en cantussen wordt er niets voorzien”, zegt Unifac-voorzitter Marnik Aerts. Waarom de universiteit een verschil in aanpak heeft? “Volgens mij omdat er op de Stadscampus vanzelfsprekend minder ruimte beschikbaar is en die ruimte hoe dan ook duur zou zijn. Bovendien moet er met de buurt rekening gehouden worden en krijg je almaar moeilijker een milieuvergunning. De vraag naar een locatie als de Konijnepijp is er dus zeker, maar de universiteit communiceert duidelijk dat dit geen optie is.”

Agnes Coeckx beaamt: “Om de leefbaarheid van de buurt te vrijwaren, wil de universiteit geen concentratie van dit soort activiteiten rond de campus.” Ze voegt eraan toe dat studentenclubs in de omgeving van de Stadscampus voldoende mogelijkheden hebben via privé-uitbaters om fuiven te organiseren. In de omgeving van Wilrijk is dat niet het geval.

Marnik Aerts geeft aan dat er in de stad inderdaad meer mogelijkheden zijn, maar benadrukt dat die mogelijkheden enkel gelden voor kleinere feestjes. “Als je een grotere TD wil organiseren, blijven er nog maar een aantal zalen over. Bovendien is de huur van zo'n zaal en vooral de uitkoop van de drank duur. Als een club zich toch aan die uitkoop waagt, kan ze wel studentikoze prijzen bieden. De EuroDeals TD van PSW is daar een mooi voorbeeld van. Maar vaak vormt zo'n uitkoop een te groot financieel risico en regelen de clubs het als volgt: de zaal regelt de catering en strijkt dus de opbrengst van de verkochte drank op, en de clubs krijgen de opbrengst van de ticketverkoop. Dat de zaal de catering verzorgt, heeft wel tot gevolg dat de drankprijs gemiddeld drie euro bedraagt. En dat valt dan weer niet studentikoos te noemen.”

Studentenclubs die een TD in de Konijnepijp organiseren, hoeven niet wakker te liggen van huur of een uitkoop. De drankprijs is er bijgevolg veel schappelijker en bovendien uniform, want ze wordt elk jaar op de kringraad vastgelegd. Alle clubs bestellen hun hoeveelheid drank bij ASK-Stuwer en zij zorgt ervoor dat die klaarstaat.

 

een medaille van twee zijdes

Omdat er weinig tot geen (privé)feestlocaties in en nabij Wilrijk aanwezig zijn, faciliteert de universiteit de Konijnepijp. De organiserende buitencampusclub heeft dus weinig keuze – het is een TD rond het Paradeplein of niet (in Wilrijk) – maar kan wel altijd op een uiterst studentikoze locatie rekenen, waar ze voor de drankjes niet veel moeten vragen en waar geen buurtbewoners over het nachtlawaai komen klagen. En al vloeit het vocht soms hinderlijk door de vertrekken, ASK-Stuwer noch de universiteit moeten weten van een zoektocht naar een alternatieve locatie. Bijna zou je medelijden krijgen met de clubs op de Stadscampus die uit meerdere feestlocaties kunnen kiezen, maar de student vaak blauw moeten laten betalen en de buurt moeten trotseren. Het is maar hoe je het bekijkt.



De Kotroute doet de stad oplichten

19/11/2017
🖋: 
Auteur

De Kotroute? Dat is een kunstenfestival dat baadt in een gloed van gezelligheid en warmte. Door jongeren georganiseerd en vol enthousiasme aan jou gepresenteerd: als je nood hebt aan een stevige dosis cultuur, is deze avond niet te missen.

November is een donkere maand. De schemering zet al vroeg in, en voor je het weet is de stad gehuld in duisternis. De donkerte op de straten doet de ramen van de huizen oplichten, en de kamers erachter lijken wel illustraties uit kinderboeken. Wanneer we door de straten lopen, kunnen we het niet laten om even binnen te gluren en voor een ogenblik toeschouwers te worden van de verborgen levens achter gesloten deuren.

Op donderdag 23 november word je uitgenodigd om te komen kijken wat er achter die deuren schuilgaat. Maak kennis met de Kotroute: meer dan dertig jonge artiesten stellen hun werk voor op 10 koten verspreid over Antwerpen. “We verwelkomen dit initiatief met open armen” vertelt één van de studenten die haar kot beschikbaar stelt. “Ons kot schreeuwt om kunst aan de muren, wij ontmoeten andere culturele zielen én de artiesten krijgen de kans om te tonen wat ze te bieden hebben.”

Een willekeurige greep uit het aanbod stelt niet teleur. Zo kan je genieten van knusse minicinema in tentjes of je laten verrassen door borduurwerk in de vorm van het menselijke skelet. Op maar liefst acht van de tien koten kan je je onderdompelen in een bad van muziek in uiteenlopende stijlen, van een intieme akoestische set tot warme Nederlandstalige muziek met een bitterzoet randje. Of het nu gaat om illustratie of schilderkunst, minicinema of fotografie, woordkunst, performance of muziek: de artiesten presenteren hun werk vol enthousiasme en transformeren de koten voor één avond in cultuurpaleisjes.

Die paleizen van cultuur lichten op doorheen de stad en verjagen het gure novemberdonker. Loop of fiets van het ene kot naar het andere, en laat de gloed van de kunstwerken of de muziek je verwarmen. Als klap op de vuurpijl kan je de avond afsluiten met een schitterende afterparty in Arenberg.

Nog niet overtuigd? Je krijgt deze avond vol cultuur al voor vijf euro in voorverkoop of zeven euro aan de kassa. De route start vanaf 19u aan het Letterenhuis, waar je je ticket voor een bandje kunt inruilen en meteen ook een routeplan meekrijgt.

Tickets en een uitgebreid programma van de avond vind je hier.

 



blikopener

19/11/2017
[blikopener kleur] (© [Natasja Van Looveren en Stine Moons] | dwars)
🖋: 
Auteur

Als centrum van onderwijs en onderzoek heeft de Universiteit Antwerpen een schat aan onderzoekstalent. Elke faculteit heeft meerdere doctoraatsstudenten om mee te pronken. Als buitenlands doctoraatsbursaal doet Sylwia Gawronska voor de Faculteit Rechten onderzoek naar illegale orgaanhandel. Een juridische kwestie die evident lijkt, maar dat geenszins is. Welke partijen zijn er betrokken, in welke mate zijn zij schuldig en volgens welk (internationaal) strafrecht behoort het vonnis geveld te worden? 

Een lastige kwestie, en daarom vragen we je om je de volgende situatie in te beelden: je bent 25, opgegroeid in een arme regio in India. Naar school ben je nooit geweest en dus produceer je van kleins af aan al bakstenen. Op een dag word je benaderd door een goedgeklede buitenstaander die je vertelt dat je veel geld kunt verdienen als je een nier afstaat. Over je gezondheid hoef je je geen zorgen te maken, want je nier zal na een tijdje terug aangroeien. 

Je besluit om het te doen, want je kunt het geld goed gebruiken. Je wordt naar een kliniek gebracht waar ze je nier verwijderen. Het geld dat je uiteindelijk voor je nier krijgt, blijkt veel minder dan je op voorhand beloofd is. Je stapt naar de politie om aangifte te doen, maar daar wordt je verteld dat je hebt meegewerkt aan illegale orgaanhandel. Je wordt gearresteerd, komt voor de rechter en belandt in de gevangenis. Je wordt berecht volgens het Indiase rechtssysteem, dat geen ruimte biedt voor een brede kijk op de kwestie. 

Voor dergelijke kwesties bestaat er internationaal recht. Gelukkig, zou je denken, maar voor opluchting is nog even geen ruimte. Wereldwijd zijn niet alle rechters bekend met internationaal strafrecht, waardoor het nauwelijks wordt toegepast. En als het wel wordt toegepast, dan is het nog maar de vraag hoe de zaak berecht gaat worden. Aan de ene kant is het een mensenrechtenkwestie, waarbij het gaat om het uitbuiten van een mens door misbruik te maken van zijn/haar kwetsbare positie. Aan de andere kant is het een criminele kwestie, waarbij de zijde van de mensenhandel wordt belicht. Internationale strafwetten bieden een juiste richtlijn voor rechters wereldwijd, maar door een onjuiste implementatie zijn het de slachtoffers die achter de tralies belanden.

Sylwia behaalde haar Master Internationaal Publiekrecht in Oxford. Voordat ze naar Antwerpen kwam, werkte ze in Thailand onder andere samen met het UNHCR om zaken omtrent mensensmokkel te behandelen. Haar rol is nu om de belangrijkste internationale strafrechtelijke instrumenten voor het vervolgen van illegale orgaanverwijdering te analyseren, en daarbij de overlap tussen mensenhandel en orgaanhandel in kaart te brengen. Op die manier kan ze beleidsaanbevelingen doen. Tevens onderzoekt ze de wettelijke aansprakelijkheid van orgaandonors met als doel de criteria voor slachtofferschap te bepalen die de bescherming van kwetsbare orgaandonoren tegen vervolging mogelijk maken.  

 

de wanhoop nabij

Beeld je nu eens de volgende situatie in: je bent een Belgische student van 25 jaar. Door een zeer ernstige nieraandoening werken je nieren al tien jaar niet meer naar behoren en moet je drie keer per week naar het ziekenhuis voor een nierdialyse om je bloed te zuiveren van afvalstoffen. Elke behandeling duurt drie tot vier uur. Je staat op een wachtlijst voor een donornier, maar hiervoor moet je nog minimaal vijf jaar wachten. Bij de geboorte bezitten de meeste mensen twee nieren. Hoewel je prima kunt overleven met één werkende nier, ben je gebonden aan het dialyseapparaat als je nieren samen voor minder dan 10% werken. 

In een ultieme wanhoopspoging begeef je je op Google voor een nieuwe nier. Je komt terecht op een Bengaalse website waar je een afspraak kunt maken voor een niertransplantatie. Je besluit om de sprong te wagen voor je nieuwe nier. Hoewel je weet dat het illegaal is, doe je er alles aan om onafhankelijk van het dialyse-aparaat te worden. In een ziekenhuis in Bangladesh vindt de niertransplantatie plaats. Over de herkomst van je donornier weet je niets.

In principe ben je volgens bovenstaand voorbeeld crimineel bezig. Ook ethisch is het niet te verantwoorden; voor je eigen gezondheid maak je gebruik van het leed van een ander. Toch is Sylwia van mening dat de twee uiteinden van illegale orgaanhandel niet gecriminaliseerd moeten worden. Beiden zijn in de meeste gevallen wanhopig en kwetsbaar, toch zijn de ontvangers tevens de drijvende kracht achter het criminele netwerk.  

 

oplossing

In de nieuw te schrijven richtlijn wil de doctoraatsstudente ook kijken naar de kant van de ontvanger. Zoals gezegd zijn ze onderdeel van het probleem, maar kunnen ze ook onderdeel van de oplossing zijn door een getuigenverklaring af te leggen. Op die manier kunnen de echte daders gepakt worden: de tussenpersonen en het criminele netwerk waarbij ze aangesloten zijn, alsook de kliniek en het medisch personeel dat de transplantatie uitvoert. Zij weten maar al te goed dat ze niet volgens de wet handelen.

Al met al zijn de zaken die door het gerecht behandeld worden slechts het topje van de ijsberg. Maar de zaken díé aan het licht komen, moeten wel rechtvaardig behandeld worden. Deze rechtvaardigheid wordt niet verkregen door alle betrokkenen op te sluiten, maar door te overdenken wie de slachtoffers en wie de daders zijn. 



het lot van millennials

19/11/2017
millenials (© Natasja Van Looveren | dwars)
🖋: 

Dit schrijven zit me dwars. Hoe beschrijf je zoiets als een tijdsgeest? Het lijkt wel een bepaalde mist die in de lucht hangt. Dat vage gevoel van onzekerheid, dat je bij elke ademhaling inhaleert. Onzekerheid is hierin geen bijwerking of symptoom, het is misschien wel het belangrijkste bestandsdeel.

In dit artikel ga ik op zoek naar enkele kenmerken van dit tijdsgewricht, toegespitst op jongeren die vandaag op weg zijn in de richting van een volwassen leven. Wat is typisch aan de leefwereld van deze generatie van jongeren geboren vanaf 1980? Volgens motivational speaker Simon Sinek is die vraag te beantwoorden in vier facetten: opvoeding, technologie, ongeduld en omgeving.

 

opvoeding

De opvoeding die onze generatie heeft meegekregen is volgens Sinek belangrijk. We zouden als jongeren van onze ouders meekrijgen dat we speciaal zijn, dat we alles zouden kunnen krijgen wat we willen. Misschien zijn we wel een applausgeneratie, waar alles tot een performance wordt herleid. We hebben het dan over ouders die hun kind opvangen nog voor ze gevallen zijn. Curlingouders worden ze genoemd, naar de sport waarbij spelers een ijsbaan zo glad mogelijk maken zodat de teamgenoot optimaal kan scoren. Weinig weerbaar zouden we dus zijn, en dan loopt het volgens Sinek mis eens we op de arbeidsmarkt belanden. Op ons werk komen we er al snel achter dat we niet zo speciaal zijn. Ons zelfbeeld gaat aan diggelen, met steeds dat gevoel dat we iets missen in ons leven. In deze optiek kunnen we dan slecht tegen kritiek.

Volgens ontwikkelingspsycholoog Bart Soenens is dit echter allemaal onzin. Er is volgens hem geen enkel wetenschappelijk bewijs voor een applausgeneratie, laat staan voor Curlingouders. Vergeleken met de opvoeding van onze ouders komt wel naar boven dat de opvoeding minder autoritair en minder eenzijdig directief is geworden. Abram de Swaan stelt dat we inderdaad zijn geëvolueerd van een bevelshuishouding naar een onderhandelingshuishouding. Van een fundamentele breuk is dus geen sprake, en met de huidige opvoedingspatronen veroordelen, zoals Sinek doet, daar schieten we niets mee op. Met technologie maakt Sinek een sterker punt.

 

technologie

Als jongeren zijn we steeds actiever in ons tweede leven op sociale media, waar we filters gebruiken en happy faces opzetten. We zijn er goed in anderen te laten zien dat ons eigen leven fantastisch is, ook al zijn we somber, triestig of ongelukkig. Alles onder controle, en op naar het volgende succesverhaal. Sinek koppelt dit aan het stofje dopamine dat vrijkomt in onze hersenen als we een bericht krijgen, en likes scoren op Facebook. Om die reden zouden we de likes op onze foto’s en berichten tellen, ons zorgen maken als we niet het gewenste aantal likes scoren op onze nieuwe profielfoto, en bovenal: om die reden grijpen we er elke dag naar terug en gaan we niet van sociale media af.

Het heeft dus iets verslavends, het zijn kicks die we nodig lijken te hebben om onze tijd door te komen. Dit is versterkt sinds we onze smartphone als een soort pacemaker overal mee naar toe nemen, quasi vastgeklikt aan ons lichaam en aan onze persoon. We gebruiken sociale media om de stress naar volwassenheid te temperen, waar als jonge personen stilaan de bevestiging van onze leeftijdsgenoten steeds belangrijker wordt. Maar dat werkt op sociale media eerder contraproductief. Sociale media laten de stress enkel toenemen, terwijl we onszelf proberen spiegelen in de filter van anderen. Onze smartphone is onze EHBO-kit geworden, die we voor het minste quasi gênante opendoen.

 

ongeduld

Bedrijven worden er steeds beter in om hun producten sneller tot bij ons te brengen. Volgens Sinek wordt onze generatie daar ongeduldig van, vooral bij thema’s die langdurig en met vallen en opstaan ontwikkelen. Zoals levensvreugde, tevredenheid op het werk, een liefdesrelatie, zelfvertrouwen, ervaring. We kunnen niet verwachten dat we die zomaar even bij elkaar swipen.

 

omgeving

Als laatste punt haalt Sinek de omgeving aan waarin we als jongvolwassenen moeten functioneren. Jammer genoeg heeft hij het slechts met één zin over een gebrek aan leiderschap, en daar houdt hij op. Wat betreft omgeving is er veel meer aan de hand: we leven in vloeibare tijden, zou socioloog Zygmunt Bauman stellen. Zekerheden zijn misschien wel iets van vroeger. Het enige wat er nog van zekerheid lijkt over te blijven, is dat we in dat ongrijpbare moment genaamd “nu” zitten. Dat versterkt een soort rusteloze druk om maar steeds door te gaan, dravend naar vooruitgang. Vroeger was het een stokpaardje van optimisten, maar vandaag begint het begrip vooruitgang eerder te lijken op het tegendeel. Volgens Bauman is vooruitgang omgeslagen tot een zwetend anticiperen van onweerkeerbare verandering, een soort permanente crisis die geen moment rust toelaat. Vooruitgang is een soort eindeloze stoelendans geworden, aangedreven door angst, waarin een moment rust onverbiddelijk leidt tot verlies en onomkeerbare uitsluiting. Zoete dromen over de toekomst ruimen plaats voor nachtmerries over achtergelaten worden en de boot missen. Fear of missing out heet dat, stel je voor dat je er niet bij hoort op het einde van de dag.

Vloeibare tijden komen we ook op de arbeidsmarkt tegen. Op ons werk wordt ons steeds gevraagd ons flexibel op te stellen. Men verwacht ervaring van ons nog voor dat we ergens begonnen zijn. We moeten constant op onze hoede zijn, en in staat zijn op elke willekeurige tel onze strategie 180 graden te kunnen wijzigen. Business Agility noemt men dat in het jargon, een combinatie die flexibiliteit tot gevolg heeft, die nodig is om globalisering en technologische ontwikkelingen enigszins het hoofd te bieden en competitief te blijven. Als werknemer worden we daar ook niet gelukkiger van. Op het werk vallen we maar al te snel in een beknellende trechter, waar we uitgeperst als citroenen aan de onderkant uitvallen. Opgebrand. Uitgeput. Leeg.

Misschien ontbreekt het ons aan een heilig doel, een ultieme lotsbestemming. Als geseculariseerde burgers geloven we al lang niet meer voltijds in God. Misschien leggen we ons heil vandaag wel bij onze partner die ons gelukkig moet maken, en die ons enkele tellen niet doet denken aan de angst en het gevoel dat we iets missen in ons leven.

Dat gevoel dat we de boot missen in ons leven hangt vaak samen met een geloof dat we als persoon niet goed genoeg zijn. Dat geloof proberen we weg te werken, met de overtuiging dat we nu op dit moment leven in dé tijd van ons leven. Huppend van de ene desillusie in de andere, vergezeld door angst die ons als een schaduw achtervolgd. Kunnen we nog tien minuten alleen in een park op een bankje zitten in vrede met onszelf? Even zonder de smartphone, en even zonder op die daverende sneltrein te moeten stappen? Kunnen we ook eens even niets doen en genieten van rust en stilte?

Tot slot wil ik graag een wens doen. Ik hoop dat we er echte vriendschappen en relaties aan over houden. Misschien is dat wel de ondertitel die ik zoek. Ik hoop dat we onze medemens in alle schoonheid face to face kunnen ontmoeten, zodat we even onze pacemaker vergeten, en met volle teugen kunnen genieten van een authentiek leven, vol wederzijds begrip.



de labiele wereld van het cryptogeld

18/11/2017
cryptocurrencies (© Alex Noels | dwars)
🖋: 

Er zijn al mensen schatrijk geworden door bitcoins te kopen en verkopen. Kan je met wat ondernemingszin en kennis van zaken nog rijk worden met cryptogeld, of is het daar te laat voor? dwars zoekt het uit!

 

wat is cryptogeld?

techniek

Cryptogeld is gebaseerd op cryptografie, ofwel wiskundige versleuteling. Elke gebruiker heeft een eigen geheime sleutel waardoor enkel die gebruiker transacties vanuit zijn portefeuille kan 'handtekenen'. Alle transacties worden bijgehouden door gebruikers zelf, in een bestand genaamd de blockchain. Om te zorgen dat je je geld niet twee keer kan uitgeven worden transacties nagekeken door anderen, die je een kleine premie betaalt om jouw transactie te behandelen.

voordelen

Cryptogeld is peer-to-peer, dus niet gecontroleerd door een overheid. Het is ook niet of nauwelijks gevoelig aan inflatie vermits de totale hoeveelheid geld in omloop gelimiteerd is.

nadelen

De gebruikte cryptografie vergt veel tijd en energie. Dit is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat transacties niet vervalst kunnen worden, maar het zorgt er wel voor dat het totale energieverbruik van bitcoin intussen al ongeveer gelijk is aan het electriciteitsverbruik van Ecuador. Een transactie kan ook al verschilende uren duren, en naarmate er meer gebruikers zijn zal dit er niet sneller op worden.

Eind oktober waren bitcoins voor het eerst meer dan 5000 euro waard; een maand later nadert de koers 10000 euro. Als je in 2010 voor 50 dollar bitcoins had gekocht, dan had je nu meer dan 50 miljoen. Zo'n verhaal doet goudkoorts opflakkeren bij een hoop mensen, en de situatie in de wereld van het cryptogeld doet dan ook denken aan de chaos en waanzin van een historische goldrush. Bitcoins zijn momenteel echter zo duur dat menigeen gelukszoeker andere wegen verkent.

Hier een kort overzicht van de word-snel-rijk-plannetjes van de dag.

 

koop een andere cryptomunt

Is bitcoin te duur? Koop gewoon een andere cryptomunt. Er zijn talloze andere virtuele munteenheden, met licht verschillende technologieën, door verschillende mensen ontwikkeld. Steek je geld in litecoin, dogecoin, ripple, ethereum, of een van de talloze andere en misschien ben je volgend jaar ook miljonair!

Het standaard plan is om een munt te kopen voor ze stijgt in waarde. Deze verkoop je dan op haar hoogste koers. De laatste stap is je winst uittellen met een demonische grijns op je gezicht. Maar welke munt dan, en wanneer precies moet ik die kopen en verkopen? Niemand die het weet, dat maakt het allemaal net zo spannend!

Deze verschillende cryptomunten geven de écht ondernemende goudzoeker een nieuw ideetje: Waarom niet mijn eigen cryptomunt lanceren?

 

haal geld op met je eigen cryptomunt

Sinds september 2017 is er een explosie van zogenaamde "ICO's" (Initial Coin Offerings): een nieuwe munt, vaak gewoon een kopie van een bestaande, die op de markt wordt gebracht door een start-up als een alternatief voor aandelen of crowdfunding. Soms zijn dit bonafide ondernemingen, maar maak je geen zorgen. Je hoeft geen legitieme start-up te hebben om je cryptomunt verkocht te krijgen. Al wat je nodig hebt zijn gladde verkoopspraatjes en een goedgelovig publiek. Aan die laatste geen gebrek in de gemiddelde gold rush.

Of je kan toch maar je eigen centjes investeren in andermans ICO met een schietgebedje tot een god naar keuze.

Wat je ook doet, maak haast! Het goud wacht niet en het fortuin is aan wie snel en roekeloos is.



betweter

18/11/2017
[sagging] (© [Stine Moons] | dwars)
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Je kent het vast wel, het fenomeen waarbij sommige jongens hun broek zo laag dragen dat je meer onderbroek ziet dan je eigenlijk zou willen. In de volksmond wordt er van ‘je broek op halfzeven dragen’ gesproken, ook sagging is een bekende term. Hoewel veel jongeren hun broek vandaag zo laag dragen, hebben maar weinigen een idee van de lugubere ontstaansgeschiedenis erachter. Tijd om daar eens verandering in te brengen.

Het gebruik om je broek op of zelfs onder je achterste te dragen, komt oorspronkelijk uit het gevangenisleven in de Verenigde Staten (waar anders?) in de jaren tachtig. In gevangenissen waren riemen verboden omdat ze gebruikt konden worden als wapen of om zelfmoord mee te plegen. Passende kleding was echter niet prioritair in de gevangenis, waardoor een broek te groot kon zijn en daardoor kon afzakken. Dat leidde dan uiteraard tot sagging: nog vanilla in deze vorm, kinkier in de volgende.

Dit is niet de enige reden waarom een broek laag kon hangen in de gevangenis. De gedetineerden zelf hebben er namelijk ook hun eigen betekenis aan gegeven. En die betekenis is verrassend seksueel geladen. Hoewel mannen natuurlijk wel de neiging hebben om alles rond seks te laten draaien. Wanneer een gedetineerde namelijk wou aantonen dat hij seksueel beschikbaar was, liet hij zijn broek zakken tot op zijn achterste. Zo konden anderen, die ongetwijfeld al heel de dag geil stonden, zien dat hij bereid was om seks te hebben, door het showen van zijn gat. Het was verder ook een signaal dat de cipiers niet opvingen. Zij dachten immers dat sagging kwam door het gebrek aan broeksriemen.

Soms was een gevangene helaas niet helemaal vrij in zijn keuze om zijn broek te laten zakken. Het gebeurde al eens dat een gevangene de bitch werd gemaakt van een andere. Hij werd dan verplicht zijn broek zo laag te dragen − lager dan wanneer je vrijwillig het signaal uitzond − zodat zijn ‘eigenaar’ makkelijker zijn broek kon aftrekken om hem anaal te verkrachten. Broek af, billen bloot en gaan. #MeToo

Denk er de volgende keer als je je broek laat doorhangen dus misschien aan dat je eigenlijk het signaal aan al je mannelijke medestudenten geeft dat je geïnteresseerd bent in seksueel contact. Trek in het vervolg je broek misschien wat meer op, tenzij je al jaren tevergeefs aan het proberen bent, natuurlijk.



het laatste woord

18/11/2017
[kapoen (© [Annelies Belemans] | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘kapoen’.

Liefste medestudent van de Universiteit Antwerpen,
Liefste toevallige lezer,

 

Je hebt nu onze laatste dwars van 2017 in handen. De temperatuur begint te dalen, het einde van het jaar is in zicht, kortom: tijd voor wat reflecties op het voorbije jaar, maar evengoed ook tijd om te brainstormen over goede voornemers voor 2018. Ik moet bekennen: me houden aan mijn voornemens is niet echt een talent dat mij toebedeeld is. Bovendien zijn nieuwjaarsbrieven nooit mijn forte geweest, met dank aan mijn introverte aard, gecombineerd met een grote familie en de situatieverergerende zinnen als ‘sapperdeboere, zit nu toch niet zo te loeren’. Aangezien het ondertussen een decennium geleden is dat ik voor de laatste keer met zo’n brief midden in een kamer heb moeten staan, had ik wel verwacht ondertussen mijn trauma wat verwerkt te hebben.

 

Niet dus. 2017 heeft de oude wond weer opengereten, en wel doordat een bepaalde les aan onze eigenste universiteit mijn ogen voorgoed geopend heeft voor het grootste schandaal en blinde vlek in onze Nederlandse taal. Eenmaal gehoord kan het niet meer onthoord worden, dus lezers met een gevoelige maag kunnen misschien beter dwars voor gezien houden voor 2017. Mensen die gevoelig zijn aan structurele onrechtvaardigheid en onwetendheid: verder lezen is op eigen risico. Mogelijke bijwerkingen zijn immers opborrelende (plaatsvervangende) schaamte, kwaadheid voor wat de mensheid je jaar in, jaar uit zonder de juiste voorkennis heeft laten zeggen. Andere bijwerkingen zijn ook het bij voorbaat verpesten van elke vorm van genot, ontroering of vertedering bij het horen van de keurig ingeoefende nieuwjaarsbrieven van je potentiële, toekomstige kinderen.

 

Gebruik de volgende informatie naar believen, al is het maar om de toekomstige generaties de vernedering en schaamte te besparen, om jullie kennis van de ware betekenis van woorden even te etaleren, of om jullie niet-blokkende familieleden even verslagen te laten voelen als jezelf na het studeren in de zogenaamde kerstvakantie. Want – hier komt het – het schattige, onschuldige woordje waarmee we jaar in, jaar uit onze nieuwjaarsbrief afsloten en die al menige ‘ooh's’ en traantjes hebben ontlokt bij de wat emotionelere volwassene toehoorder, volstond een paar eeuwen geleden nog om volkomen gerechtvaardigd een gevecht te starten. Een gemoedelijk koosnaampje was dit allerminst in de nieuwe tijd, een scheldwoord om de seksuele capaciteiten van iemand in vraag te stellen des te meer. Kapoen betekent immers niks minder dan gecastreerde haan. Tot zover de schattige kindjes die tot het einde van hun nieuwjaarsbrief zijn gekomen. Het is graag gedaan.

 

Je kapoen,

Jullie dwars-redactrice,

Antwerpen, 30 november 2017.