(noem mij geen) predikant van de diversiteit

Sven Gatz

08/09/2017

Jongeren met een migratieachtergrond zijn ondervertegenwoordigd in de Antwerpse aula's. Onze rector Herman Van Goethem wil hun negenprocentvertegenwoordiging graag optrekken. Inzetten op diversiteit is immers belangrijk, dat vindt ook Sven Gatz. Kan onze minister van Cultuur, Jeugd, Media en Brussel hierin wat betekenen?

"We kunnen er niet omheen: wanneer je uit een lagere inkomensklasse komt, stroom je minder snel door naar de universiteit. Nochtans is dat in de jaren zestig en zeventig al eens volledig omgegooid. Met de democratisering van het onderwijs kregen we toen een hele generatie op de schoolbanken.”

 

in de klas

“Waarom zouden we dat vandaag niet opnieuw kunnen doen? Er is geen enkele reden waarom iemand met een migratieachtergrond niet op de universiteit terecht zou kunnen."

"Hoewel we elk jaar wel wat terrein winnen, gaat het toch niet snel genoeg. Ik breek daar mijn hoofd over. En niet alleen vanuit cultuur, ook bij andere beleidsdomeinen zou het sneller en evidenter vooruit moeten gaan.”

 

Binnen uw legislatuur zien we tal van initiatieven die de link leggen tussen cultuur en onderwijs. Waarom zo inzetten op dat laatste?

“We kennen de eenvoudige reden allemaal: hoe vroeger we kinderen in contact brengen met cultuur, hoe beter. En we leveren goed werk. Voor leerlingen in de lagere school hebben we een erg mooi aanbod waardoor we kinderen tot en met twaalf jaar goed meekrijgen. Cultuur is leuk, interessant.”

“In de lagere school kan mainstream nog gewoon mainstream zijn. Vanaf het secundair wordt dat persoonlijker: het moet niet meer leuk zijn, maar cool. De enigen die daardoor kunnen breken zijn goede leraren. En kunstenaars!”
 

Het klopt dat mijn plannen onderdoen voor goedkoop vervoer en sterk onderwijs.

“Sinds vorig schooljaar gaan er immers vier kunstenaars de klassen rond. Voor een halve dag, een week of meer. Van mij mag dat nog langer, maar ik begrijp dat scholen soms ook een beetje moeten lesgeven.” (lacht)

“Op die manier hopen we een intensief contact te creëren tussen cultuur en jongeren. Ik geloof dat je zo echt getriggerd kan worden en cultuurbeleving blijft volhouden. Als mijn hypothese juist is, moeten we dat nog vijf tot tien jaar verderzetten voor we daar de blijvende gevolgen van zullen zien.”

 

Het lijkt me moeilijk om Vlaanderen te overtuigen van deze (langetermijn)investering in cultuur. Wellicht ligt de bevolking minder wakker van besparingen in uw sector dan bijvoorbeeld binnen Onderwijs en Mobiliteit.

“Het klopt dat mijn plannen onderdoen voor goedkoop vervoer en sterk onderwijs. Toch wil ik de mythe uit de wereld helpen die zegt dat er meer bespaard is op cultuur dan op andere sectoren. Die besparingen zijn evenredig doorgevoerd. Het klopt wél dat je het gevoel hebt dat wij het eerste zijn waarop je kan besparen.”

 

maatschappelijke correctie

“Mijn argumentatie voor cultuur is altijd op middellange termijn en immaterieel van aard. Je mist het pas wanneer het er niet meer is. En zolang het er is, lijkt het er altijd te zijn. Dat is ook de handicap – of net de uitdaging – voor de minister van Cultuur. Wie dat ook wezen mag.”

“We smeren voortdurend coalities met slimme actoren op het terrein. Dat is nodig, want stel je een samenleving voor waar de treinen spotgoedkoop zijn en altijd op tijd rijden. Waar het onderwijs fantastisch is en zo goed als gratis. Maar waar geen theaters, geen bibliotheken, geen films zijn. Daar word je toch zot van?”

 

Welke initiatieven zullen van u steeds alle mogelijke middelen blijven krijgen?

“Daar moet ik genuanceerd op antwoorden. De laatste dertig jaar werken we met beoordelingscommissies van peers. Mensen die in de culturele sector actief zijn – in de brede zin van het woord. Zij beoordelen de ingediende dossiers, of het nu gaat over tijdelijke projecten of initiatieven die jaren lopen. Aan hun advies ben ik in grote mate gebonden.”

“Afwijken kan ik wel, maar het zou nogal absurd zijn om al hun adviezen naast me neer te leggen. Zo maak ik de werking van de commissies overbodig. Dat is mijn bedoeling niet: ik ga er vanuit dat zij betere kwaliteiten hebben dan ik om dossiers in de diepte te beoordelen.”
 

In de lagere school kan mainstream nog gewoon mainstream zijn.

“Slaafs de commissies volgen is echter niet altijd voldoende. Er zijn projecten die door de mazen van het net glippen, in de negatieve zin. De adviezen van de commissie zijn waardevol en coherent, maar soms moet ik toch even bijsturen. Wanneer ik bijvoorbeeld projecten zie die goed zijn en diversiteit echt belichamen, zowel op het podium, als op vlak van publieksbeleving.”

“In het begin was ik daar erg voorzichtig in, maar ondertussen ben ik wel op een punt gekomen dat ik het me kan permitteren om grotendeels de inhoudelijke adviezen van de commissies te volgen en tegelijk bij te sturen in functie van het cultuurlandschap.”

“Het evenwicht tussen de inhoudelijke toets en die maatschappelijke correctie is niet eenvoudig. Als je te ver gaat, ben je de eigengereide minister die een eigen beleidje gaat voeren. Als je slaafs de adviezen volgt, maak je jezelf overbodig.”

 

Je kan inzetten op initiatieven, maar hoe krijg je het publiek mee?

“Iedereen is uiteraard vrij om deel te nemen aan het cultuuraanbod. We waren zelf ook benieuwd naar ons bereik. De afgelopen vijftien jaar hebben we daarom drie keer gemeten hoeveel mensen er cultureel actief zijn. Tien procent vormt de hardcode, de omnivoren dertig procent. Zijn doen verschillende keren per jaar aan cultuur. Twintig procent bereiken we nauwelijks."

 

participeren

“Uit die cijfers blijkt dat vooral de interesse moet worden aangewakkerd. Daarnaast zie je ook dat het gebrek aan tijd of geld mensen weghoudt van cultuur. En er is nog altijd die ongeschreven wet die zegt dat je naar een cultuurcentrum, theater of museum moet om aan cultuur deel te nemen. Dat gaat grotendeels wel zo blijven, toch is het ook nodig dat die cultuurhuizen een beetje naar buiten komen.”

“Het is een leuke uitdaging, en een die met vallen en opstaan zal groeien. Het is echter belangrijk te beseffen dat het gedaan is met de jaarbrochures. Dat is maar voor een erg beperkte groep. Alleen al door mensen op straat aan te spreken, geraken we ergens.”

 

Onze universiteit promoot cultuurcheques: zeven cheques voor tien euro die studenten kunnen inwisselen voor culturele activiteiten. Is dit de manier om jongeren te motiveren?

“Ik geloof maar matig in cultuurcheques. Ik ga je zeggen waarom: ik heb het geluk gehad om als jonge kabinetsmedewerker in de jaren negentig in Brussel de cultuurcheques van de Vlaamse Gemeenschapscommissie mee op poten te zetten. We dachten vanuit een bepaald idealisme en naïviteit dat we daarmee erg veel Nederlandstalige Brusselaars zouden bereiken.”

“In de plaats daarvan waren we getuige van een Matteüseffect. Mensen die sowieso al gingen, vroegen een cheque aan en kregen korting. We gaven in feite korting aan mensen die sowieso al deelnamen aan cultuur. We bereikten veel te weinig nieuwe mensen.”
 

We lopen als politici achter op de feiten wat betreft privacy.

“Groepscheques schijnen dan weer wel te werken tot op zekere hoogte. Hierbij heb je een aantal trekkers die graag cultureel actief zijn. Doordat zij mensen op sleeptouw nemen, is de kans veel groter dat die cultuurnieuwelingen blijven gaan.”

      

“Versta me niet verkeerd: ik wil niet zeggen dat je die cultuurcheques moet afschaffen. Je moet ze alleen slimmer gebruiken en niet denken dat ze het probleem gaan oplossen. Het zijn cosmetische ingrepen die ogenschijnlijk succes hebben, maar in feite relatief weinig zoden aan de dijk zetten. Ik geloof alleen in cultuurcheques wanneer er een bijkomend beleid aan toegevoegd wordt. Met een universiteit die groepen gaat aanspreken die ze anders niet bereikt.”

 

Ook de media bereiken niet alle groepen en evolueerden bovendien sterk. Je likes en clicks bepalen tegenwoordig wat je te zien krijgt. We leven al snel in een bubbel waarvan we ons niet bewust zijn. Beperkt dat ons wereldbeeld niet?

“Dat is een juiste analyse. Vooral het niet doorhebben van de bubbel, is een gevaar. Je zou permanent moeten beseffen dat wat je bijvoorbeeld op Facebook te zien krijgt, niet onschuldig is. Als minister van Media probeer ik dan ook voldoende middelen vrij te maken voor het Kenniscentrum voor Mediawijsheid. Via hen bieden we opleidingspakketten aan ouders, aan mensen in het jeugdwerk of aan hen die voor een klas staan.”

“De sociale media zijn enorm behaagziek. Ze willen alleen geven wat je al hebt, maar dan nog intenser. Het maakt het gemakkelijk om er verslaafd aan te geraken. En toch is er niets zo leuk dan na jaren hetzelfde gerecht voorgeschoteld te krijgen, eens iets anders te eten, op een andere manier gestimuleerd  te worden.”

“We lopen als politici achter op de feiten wat betreft privacy. We gaan die kwestie alleen op internationaal vlak geregeld krijgen. We kunnen daar nog wat meer tegenwerk bieden. Ondertussen geloof ik ook dat er een tegenreactie zal ontstaan bij een deel van de bevolking. ‘Ik krijg te veel hetzelfde, laat mij eens wat anders zien.’ Hopelijk worden dat zelfregulerende mechanismen over de jaren heen.”
 

De sociale media zijn enorm behaagziek.

“Het is wel erg belangrijk. Dat merk je aan de maatschappelijke discussies. Als je niet oplet, geraak je enkel in discussie met mensen die hetzelfde denken als jij. Al gauw ga je veronderstellen dat iedereen jouw mening deelt. Je ziet de andere meningen niet meer.”

“We kunnen die technologische vooruitgang niet tegenhouden en als liberaal zou ik dat ook niet willen. Ik hoop echter wel dat de samenleving daar op termijn een stukje beter van kan worden.”

 

Heeft de jeugd vertrouwen in de toekomst? Kunnen we nog jeugdig genoeg zijn?

“Zelf kan ik dat met mijn vijftig lentes moeilijk beoordelen. Daarom ben ik met zes jongeren naar en door Corsica getrokken. Uit mijn gesprekken met hen besluit ik dat jong zijn nooit helemaal veranderd is − al hoop ik dat ik me daar niet in vergis."

“Als minister van Jeugd wil ik ook de context creëren om jeugdig te kunnen zijn. Op dat vlak zitten we in Vlaanderen trouwens al erg goed. In vergelijking met andere landen hebben we de evidente cultuur van engagement op jonge leeftijd."

"Hier is het vanzelfsprekend dat je op zestien jaar de verantwoordelijkheid hebt voor een groep. In andere landen is die leiding vaak veel meer geprofessionaliseerd en zijn het mensen van dertig of veertig die zich daarvoor inzetten.”

 

gekoesterde hoop

“Dat valt erg op tijdens internationale jeugdcongressen. Onze mensen van Chiro of Scouts zijn altijd veel jonger dan de gemiddelde andere deelnemer. Andere landen vragen zich af of zoveel verantwoordelijkheid op zulke jonge leeftijd wel kan. Onze evidentie daarvan vind ik een goede zaak. We moeten er alles aan doen om dat te koesteren.”

 

Tegelijkertijd wordt er wel meer verwacht van jongeren. Of verwachten jongeren veel van zichzelf.

“Dat zie ik niet direct. De gesprekken in Corsica stelden me op dat vlak ook gerust: er veranderen veel zaken in de samenleving, maar het basisgevoel niet.”

 

Welke ervaring of tendens vond u het afgelopen jaar nog erg hoopvol?

“Een maand of zes geleden werd ik uitgenodigd in de wijkacademie van Sint-Jans-Molenbeek. Ik ben daar voor een stuk opgegroeid, ken de gemeente en zijn moeilijke wijken relatief goed. Nu kom ik er niet meer elke dag, maar een aantal dames vroegen of ik eens langskwam.”

“Twee derde met hoofddoek, een derde zonder. Allemaal dames van Marokkaanse origine die blij waren dat ik de tijd nam om hen te zien. Alles liep in eerste instantie erg gemoedelijk, maar na een halfuur werd het toch harder en begonnen ze te zeggen wat ze echt dachten. Twee verhalen maakten me best bang, en tegelijkertijd ook erg hoopvol."

“Om te beginnen waren ze mentaal erg zwaar getroffen door de aanslagen op 22 maart. De Fransen zeiden dat de terroristen in België zaten. België beschuldigde Brussel, die op zijn beurt Molenbeek als de schuldige aanwees. En zij konden naar niemand anders meer wijzen.”

“Daardoor ontstond in hun wijk een zeker wantrouwen. Mensen die dachten elkaar relatief goed te kennen, waren plots niet meer zeker dat er niet nog een terrorist naast hen zou wonen. De wereld verweet hen elkaar te beschermen, geen terroristen aan te geven. Dat is niet mijn ervaring. Ze waren beschaamd dat alles bij hen gebeurd was. Ze voelden zich daar onzeker en minderwaardig door.”

 

een gezamenlijk burgerschap

“De wijkacademie bood hen de kans om die ervaringen te delen met de mensen op straat. Dat klinkt heel basic, maar als uitlaatklep was dat erg belangrijk.”

“Verder schrok ik van de enorme aaneenrijging van racistische anekdotes. Ik dacht oprecht dat het de goede richting uitging. Ik moest daar concluderen dat ik op mijn leeftijd nog steeds naïef kan zijn. Tegelijk zag ik hoe – ondanks al die serieuze zaken – die dames een erg grote weerbaarheid en emotionele fierheid droegen. Zij lieten mij zien hoe ik als beleidsmaker kan helpen om de volgende stappen te zetten. Het was een erg intense dag.”

 

“Niet dat ik wil overkomen als predikant van de diversiteit – maar laat mij de diversiteit toch benadrukken als iets verbindends. De samenleving verandert! Soms negatief, vaak positief. Laat ons een gezamenlijk burgerschap creëren − over de verschillen heen. Er zijn al zo veel actoren die inzetten op de polarisatie. Dat is te gemakkelijk en vooral een erg gevaarlijke keuze. We hebben een tegengewicht nodig. En daarvoor wil ik me niet verstoppen. Wordt vervolgd.”