Overslaan en naar de inhoud gaan
universiteit maatschappij cultuur onderzoek Antwerpen opinie satire editoriaal poëzie column

DOOP OF NOPE?

Als nieuwe student aan UAntwerpen krijg je de kans om deel te nemen aan een oude studententraditie: de studentendoop. Het ritueel heeft door de jaren heen een negatieve connotatie gekregen. Verhalen over extreme opdrachten kunnen je terecht afschrikken, maar misschien word je ook enthousiast van positieve ervaringen van oudere vrienden. Dit artikel vertelt je wat je moet weten om een geïnformeerde keuze te maken. 
 

dwars

Het klinkt waarschijnlijk onaantrekkelijk: uren op je knieën zitten, bedolven worden onder smurrie en ranzige voedselcombinaties voorgeschoteld krijgen. Dat alles terwijl studenten die soms amper een jaar ouder zijn tegen je schreeuwen dat je slechts een kutschacht bent. Ik hoor je al denken: waarom doen zoveel studenten zichzelf dat aan?
  
De redenen zijn uiteenlopend: om vrienden te maken, uit sympathie voor de vereniging en haar tradities, om zichzelf uit te dagen of gewoon omdat ze het leuk vinden. Sommigen vinden het zelfs zo leuk dat ze zich laten dopen bij verschillende clubs.
 

welwillend welgekomen
 

Bij verschillende clubs? Ja hoor, het komt vaker voor dan je denkt en daar is een goede reden voor. De doop is namelijk slechts het startmoment: na de doop ben je officieel ‘schacht’ (een minderheid van de clubs maakt nog onderscheid tussen de mannelijke benaming ‘schacht’ en de vrouwelijke ‘por’) tot je ontgroend wordt tot ‘commilito’, een volwaardig lid.
  
De ontgroening kan bijvoorbeeld bestaan uit het ad fundum drinken van bier (of een niet-alcoholische variant) met wat zout. Het zijn echter vooral de ervaringen tijdens de periode als schacht die velen aanspreken. Je krijgt vaak allerlei opdrachten, waarbij het overwegend gaat om promotie maken voor clubactiviteiten en aanwezig zijn bij evenementen. Daar kunnen enkele ludieke opdrachten bij komen, zoals het clublied zingen in het buitenland of een valentijnsroos kopen voor een praesidiumlid. Tijdens het cantussen zit je aan een aparte tafel, de zogenaamde ‘schachtenbak’, waar je de kneepjes van het vak en de tradities van de club leert.

Hoewel sommige clubs strenger zijn dan andere, zijn bovenstaande zaken niet noodzakelijk een voorwaarde om ontgroend te worden. Bij veel clubs volstaat het om gedoopt te zijn en een minimum aan engagement te tonen. Sterker nog: als er iets is dat je uit dit artikel moet meenemen, is het dat je je helemaal niet hoeft te laten dopen om lid te worden van een studentenclub. Lid ben je zodra je een lidkaart koopt en zelfs die heb je vaak niet nodig om naar een activiteit van een club te trekken – al krijgen leden meestal korting, en welke student heeft dat niet graag?
 

lieve leed
 

De meeste verenigingen van de universiteit kiezen voor een dagdoop, omdat die doorgaans als aangenamer wordt ervaren dan een intensieve weekdoop. Clubs die meerdere doopactiviteiten organiseren, noemen een van die activiteiten vaak ‘de doop’. Dat kan verwarrend zijn, want door anderen wordt het collectief van activiteiten ‘de doop’ genoemd.
 
Aesculapia, de studentenvereniging van Geneeskunde, vermijdt een intensieve weekdoop door de activiteiten te spreiden over een maand. Bij hen maakt de doop, samen met vier andere activiteiten en het schachtenweekend, deel uit van de doopmaand in oktober. Tijdens de doop voeren schachten moeilijke opdrachten uit, waarbij de steun van de medeschachten essentieel is. Die opdrachten kunnen met of zonder alcohol worden uitgevoerd.
 
Hoelang je doop ook duurt, je zal in elk geval worden uitgedaagd met een reeks activiteiten. Je kan rekenen op enkele vaste elementen: je verkleedt je volgens een bepaald thema en ondergaat een ‘dril’, een fysiek gedeelte dus, en een ‘vettig gedeelte’. Clubs vullen die onderdelen verschillend in. Bij de ene club zal je tijdens de dril vijftig keer moeten pompen, terwijl een andere club je rondjes laat lopen alsof je een personage uit Mario Kart bent.
  
Hoe vuil je uit het vettige gedeelte komt, hangt ook weer af van de organiserende vereniging. Doorgaans besmeuren doopmeesters je met goedkope voedingswaren die het praesidium bij elkaar heeft geraapt en krijg je allerlei ‘lekkers’ voorgeschoteld, zoals pickles met slagroom. Het hoogtepunt der vettigheid is de befaamde schachtenpap: een huisbereid, vloeibaar goedje met mysterieuze ingrediënten.
 
Om ervoor te zorgen dat de doop een plezierige ervaring blijft, zal de club je aanraden om vooraf een doucheplek te voorzien. Sommige praesidia, die extra betrokken zijn, stellen zelfs hun eigen kot ter beschikking. Daarnaast zal je je voor de doop ook moeten inschrijven, zodat de aanwezige zorg- en zedenmeesters rekening kunnen houden met zaken als slechte knieën, astma en allergieën. Als een club je wil dopen zonder daarnaar te vragen, moeten er alarmbelletjes afgaan.
 

meeloperij of machtsspel
 

Naast de dril en het vuile gedeelte zijn er ook andere elementen die vaak aan bod komen, zoals de ‘olifantenpas’, het gezamenlijk scanderen van ludieke teksten en het aanleren van het clublied. Veel van die opdrachten zijn bedoeld om je te helpen je (publieke) schaamte te overwinnen door samen met anderen te lachen en jezelf uit je comfortzone te halen.
 
De machtsverhoudingen tijdens een doop zijn vaak niet meer dan een symbolisch rollenspel. Toch zijn er enkele aandachtspunten. Zo zijn er nog steeds clubs die hun schachten tijdelijk ‘verkopen’. Hoewel dat niet per se negatief hoeft te zijn, geeft de club op die manier de controle over haar schachten uit handen. De ervaring hangt dan af van de intenties en de betrokkenheid van de koper.
 
Bovendien streven enkele clubs nog steeds naar de titel van ‘de bruutste’. Dat betekent dat ze de meest uitdagende doop proberen te organiseren. Om die wedstrijdmentaliteit te temperen, heeft het Antwerpse stadsbestuur geïnvesteerd in zowel een doop- en feestcharter als een inspiratiegids voor dopende studentenverenigingen.
 

chauvinistische charter
 

Het doopcharter waarborgt de fysieke en mentale integriteit van de deelnemers en houdt het alcoholgebruik binnen de perken. Zo mag je nooit gedwongen worden om alcohol te nuttigen. Een ander belangrijk aandachtspunt is dat dopen moet doorgaan op openbare plaatsen. Afgesloten kelders waar de politie niet kan controleren wat er gebeurt, zijn dus niet enkel een slecht teken, maar ook verboden.
  
Het is simpel: clubs die het charter niet ondertekenen, mogen niet dopen. Sterker nog: als je deelneemt aan een doop van een club die het charter niet heeft ondertekend, riskeer je zelf een tuchtprocedure binnen UAntwerpen. Je kijkt dus maar best na of de club waar je je wilt laten dopen het charter heeft ondertekend.
  
Clubs die het charter niet hoeven te ondertekenen, zijn uiteraard clubs die helemaal niet dopen. Vooral thema- en studieclubs kiezen steeds vaker voor een vrijblijvende kennismaking in plaats van een bindend welkomsritueel. Het idee daarachter is dat hun leden sowieso al een gedeelde interesse en dus een connectie hebben.
 
Zelfs onder de faculteits- en departementsclubs zijn er enkelen die passen voor het ritueel. Anderen kiezen dan weer voor een tussenweg. Een voorbeeld daarvan is Klio, de departementsclub van Geschiedenis en Wijsbegeerte, die sinds 2021 niet langer een doop organiseert, maar een initiatiedag in de vorm van een stadsspel. Yaro, pro-senior bij de club, vertelt ons meer: “We combineren in dit spel nuttige, leuke en minder gekende plekken. Op elke plek voorzien we opdrachten, zodat deelnemers stap voor stap het volgende punt ontdekken. De opdracht- en zijn speels, creatief en uitdagend, maar nooit vernederend of onaangenaam.”
 

grondige grenzen
 

Over een onderdeel van de doop, misschien wel het allerbelangrijkste, hebben we het nog niet gehad: jouw persoonlijke grenzen. Clubs hopen natuurlijk dat iedereen volop meedoet, maar in een respectvolle doop zou het stellen van je eigen grenzen net zo belangrijk moeten zijn als het verleggen ervan.
  
Xavier van Aesculapia verzekert ons dat dat bij hen  alleszins het geval is: “Voor de doop worden de regels duidelijk uitgelegd. Een opdracht kan altijd geweigerd worden.” Yaro vertelt over het stadsspel van Klio: “De praesidiumleden zijn bij ons geen bevelhebbers, maar houden juist een oogje in het zeil op het welzijn van de deelnemers. Ze zullen nooit roepen, en zorgen ervoor dat het spel en de club een safe space zijn.”
   
Of je je laat dopen of niet, dat blijft jouw beslissing. Twijfel je nog? Veel clubs organiseren in het begin van het academiejaar een infomoment waar je laagdrempelig al je vragen kan stellen. Je kan ook gerust even afwachten en je in een later academiejaar laten dopen. Vrienden voor het leven vind je sowieso wel, ook zonder doop. 

 

Auteur: dwars