Stadscampus in de stellingen

Het orgelpunt van tien jaar universitaire bouwwoede
17/04/2007
🖋: 

Uw studentenbuurt ligt in puin. En dat is niet zozeer te wijten aan een laattijdig neergekomen Vergeltungswaffen, wel aan universitaire groeischeuten. Bij de eenmaking van de Universiteit Antwerpen werd beslist om de humane wetenschappen te concentreren op de Stadscampus en de buitencampussen over te laten aan de exacte wetenschappen. Deze woorden waren nog niet koud of een armada betonmolens en graafmachines rolde door de universiteitspoorten. Het zou een kleine tien jaar verhuizen worden. De bijhorende vluchtelingenstromen dienden opgevangen te worden in blitse gebouwen. Het K-gebouw beet de spits af op de Stadscampus, gevolgd door de Meerminne begin dit academiejaar. Minder bekend is het gerestaureerde klooster van de Grauwzusters, waar sinds enkele maanden de Onderwijsadministratie en de dienst Ontwikkelingsbeleid en -beheer gevestigd zijn. Kers op de taart is de gloednieuwe bibliotheek die vanaf volgend academiejaar op volle toeren zal draaien.

Het hele verhuisprogramma gaat veel verder dan het louter functioneel samenbrengen van studierichtingen per campus. De eengemaakte Universiteit Antwerpen probeert namelijk een heuse identiteit neer te poten. De greep naar actief pluralisme via het levensbeschouwelijk vak en de vernieuwde huisstijl zijn daar duidelijke pogingen toe, maar ook de nieuwe gebouwen moeten het imago van deze universiteit verheffen.

 

Fietsen, urinoirs en internet

Maar niet alleen de nieuwe gebouwen moeten Antwerpen tot een echte studentenstad maken: ook de buurt zal het geweten hebben. De Ossenmarkt wordt afgesloten als verkeersader. Je weet wel: dat voormalige stukje ellende tussen de Pieter van Hobokenstraat en de Korte Winkelstraat. Koning Auto mag er plaats ruimen voor grootse terrassen van de omliggende horeca. Het credo van de mensen achter de uit de kluiten gewassen bouwvakkers is deze plek aangenaam maken voor bewoners, studenten en toeristen. Zo wordt het plein een lichtere, open plek door het rooien van enkele bomen; ook de hutjes zien we niet meer terug. Fietsenstallingen komen er daarentegen wel, maar alles met meer dan twee wielen wordt door bolvormige obstakels op afstand gehouden. Als we de wilde geruchten mogen geloven, krijgt de Ossenmarkt ook zijn eigen urinoir. Beter nog is dat u naast urine ook uw mails kwijt kunt op het plein via de gratis hotspot. En alsof dat nog niet genoeg vernuft is voor een modaal pleintje, voorziet men een plek voor mogelijke evenementen met een verankering voor een heuse overdekkingsconstructie.

 

Grauwzusterklooster in een nieuwe hapij

Om de hoek van de Ossenmarkt, in de Lange Sint-Annastraat, vinden we een gloednieuw architecturaal pareltje van onze universiteit – hoewel gloednieuw misschien een foute woordkeuze is. Het gebouw heeft een uitgebreide geschiedenis als klooster van de Grauwzusters. In lang vervlogen tijden verzorgden nonnetjes in grauwgrijze hapij daar slachtoffers van de pest. Toen de laatste Grauwzuster in 1999 uit het klooster vertrok, zocht de Vlaamse overheid naar een nieuwe bestemming voor het statische gebouw, dit met als voorwaarde de traditie van maatschappelijke dienstverlening van dit gebouw verder te zetten. Voor een Antwerpse Universiteit op zoek naar ruimte in het stadscentrum bleek dit een welkom geschenk. Dat het klooster van de Grauwzusters vlak bij een groot knooppunt van het openbaar vervoer ligt, maakt het de ideale plek voor de Dienst Inschrijvingen. Bovendien zorgt het imposante interieur voor een overtuigende eerste indruk van de Universiteit.

 

Alvorens de Diensten Inschrijvingen en Ontwikkelingsbeleid van het klooster hun stekje konden maken, moest er echter een aantal renovatiewerken doorgevoerd worden. De gevel van het gebouw is nagenoeg onveranderd gebleven en ook het interieur moest de authentieke intimiteit behouden. Dat neemt niet weg dat architecten Van Broeck en Meuwissen een mooie portie moderne frivoliteit mochten gebruiken, zonder een muffe indruk na te laten. Een geslaagde symbiose tussen historische en hedendaagse architectuur. Zo werd de binnenplaats met glas overkoepeld en vormt deze een stijlvolle ontvangstruimte. Het glas in de hoge raambogen is verdwenen, waardoor rondom de patio open kruisgewelfde gaanderijen ontstonden. Wie de bovenste wandelgangen doorkruist, botst op vreemde antracietgrijze blokken met een binnenzijde van knalrode kussenbekleding. Nog verder naar boven hebben de architecten de houten dakstructuur als decoratief instrument ingezet om de conferentieruimten op te vrolijken. Helemaal onderaan werden de kelders omgebouwd tot mediaruimten. De kapel is in zijn originele staat gerestaureerd en zal dienst doen als concerthal en auditorium. Een pikant detail: ook het oude lijkenhuis werd in een nieuw kleedje gestoken.

 

Deze nieuwe architecturale hoogstandjes slagen er misschien in om de blunders van de Meerminne te doen vergeten. Ondanks de geslaagde gevel, rode accenten en lichte kleine lokalen zijn de grote aula’s in dat nieuwe gebouw om van te huilen. Het is wonderlijk hoe zulke gigantische witte ruimten toch zo claustrofobisch aanvoelen. Een aangename houding vinden in die schommelstoelen blijkt bovendien allesbehalve vanzelfsprekend. Het is echter vooral de akoestiek die alle verbeelding tart: colleges in een grot zijn ongetwijfeld verstaanbaarder. Er duiken nu ook al vochtplekken op in het plafond van de centrale hal: de stille wraak van de daktuin. Het ziet ernaar uit dat architect Jo Crepain bij de praktische uitwerking van het beloftevolle concept van de Meerminne enkele steekjes heeft laten vallen.

 

Zware boeken

In tegenstelling tot de Meerminne werd de nieuwe bibliotheek buiten ons directe gezichtsveld gebouwd. Het zal vele studenten dan ook verbaasd hebben dat ze in de C-blok – achter een deurtje dat uit Alice in Wonderland lijkt te zijn geplukt – een heus plein vonden. Nog gekker wordt het als blijkt dat daar plots een hapklare bib staat. Volgend academiejaar zal ze volledig operatief zijn wanneer alle humaan- en sociaal wetenschappelijke boeken vanuit Wilrijk overgebracht zullen zijn. Ook de toekomstige buur van de bibliotheek, de faculteit Rechten, kan weldra in haar nieuwe kantoren intrekken.

 

De nieuwe HSW-bib zal ongeveer 17.000 vierkante meter bestrijken, wat bijna een verdubbeling is ten opzichte van de oude centrale bibliotheek. Er blijven twee computerlokalen, maar dat zijn afgesloten ruimten, net als alle andere afdelingen van de nieuwe bibliotheek trouwens. Ze zijn bereikbaar vanuit een centraal trappenhuis, om doorgangsverkeer zoveel mogelijk te beperken en rust in de leesgedeelten te garanderen. Wel is er een grote centraal gelegen vide met frivole groengekaderde dakramen. Dit komt de openheid en lichtinval zeker ten goede. Ook het vermelden waard is de gevel aan de Venusstraat. Via grote ramen in de oude booggewelven kan je vanop de straat het strakke interieur bewonderen.

 

Het bouwen van de bib was een hachelijke onderneming. Ze is ondergebracht op de plaats van de voormalige gebouwen van Fotogravure De Schutter. De Universiteit mag trouwens van geluk spreken dat deze drukkerij zo’n groot aantal aanpalende panden bezat. Een geschikte plaats voor dit bouwproject vinden in de binnenstad is geen sinecure. Dat het überhaupt bij de buren werd gevonden is quasi een mirakel. Een domper op deze feestvreugde kwam er toen duidelijk werd dat de bovenbouw niet genoeg draagkracht bezat om de boekencollectie te huizen. Zelfs niet op de plaatsen waar daarvoor drukpersen stonden. Deze onvoorziene omstandigheden zouden nefast geweest zijn voor het kostenplaatje, ware het niet dat ABCIS architecten hun uiterste best hebben gedaan om het budget zo min mogelijk te overschreiden.

 

Mooi meegenomen zijn de nieuwe doorgangen die dit bouwwerk met zich mee brengt. Het bibliotheekplein biedt een doorgang naar het Hof van Liere, de Venusstraat en naar de Vekestraat via de Halfmanengang. U zal dus na uw koffie in de Agora minder lang moeten slenteren naar de opgefriste Stadswaag om het welverdiende pintje te bestellen. Kortom, al dat bouwen maakt het leven de modale student een pak aangenamer. Of dat is althans de bedoeling. De ongemakken moeten we er maar bij nemen. Nog even op de tanden bijten en enkele drilboorsymfonieën trotseren en dan studeren we op een volwassen geworden Stadscampus. Althans voor even. Steden zijn organischer dan je denkt. Allicht ligt er nu al iemand te broeden op nieuwe verbouwingen.