Grootseminarie Brugge

Meeloper
14/02/2009

Buiten valt de ochtendzon op het binnenhof, de vroegere begraafplaats. Binnen weerklinken koud voetstappen door de hoge gangen. Het gebouw komt zowel weelderig als kaal over en de geur is onweerlegbaar die van een abdij. Elke maand loop ik mee met een bijzondere opleiding. Vandaag word ik priester.

Het appartement van God

Zoals elke weekdag staan de twaalf seminaristen in alle vroegte op. De kamers waarin ze ontwaken zijn misleidend: de persoonlijke en eigentijdse inrichting doet vergeten dat buiten de abdij wacht. Ook de professoren, allen eerwaarde heren, wonen hier. De dag begint om 6u40 met het ochtendgebed in de kapel, gevolgd door een individuele bezinning. Naast de kapel bevindt zich de sacristie, een beetje de coulissen van de kerk. De hosties worden er bewaard in blikken koekendozen en de fles miswijn uit Valencia staat er halfvol op een kastje. De volgende kamer is een klaslokaal, waar na het ontbijt de les zal beginnen. Ik voeg me bij een klas van drie die het eerste deel van de opleiding volgt: twee jaar filosofie. Nog eens drie jaar theologie en een pastoraal jaar later staan deze tieners naar alle waarschijnlijkheid achter het altaar.

 

Het staat geschreven

De prof van het vak Inleiding tot de Bijbel II draagt een hoekige bril en heeft een kruisje op de vest van zijn modern kostuum gespeld. Hartstochtelijk vertelt hij over hoe het Boek der boeken door de eeuwen heen net wel of net niet is aangepast, over hoe vertaalcommissies dogmatische debatten voeren over het woordje ‘maagd’. Ter illustratie slaat hij zijn bijbel open en vraagt de seminaristen hetzelfde te doen. Blijkbaar zijn alle priesters in spe hun Heilige Schrift vergeten, net echte studenten, ietwat ongeïnteresseerd.

 

Na het interpreteren komt het preken: “Je draagt de televisiemis op, miljoenen mensen zijn aan het kijken.” Dat is de situatieschets in de les Verbale Vorming. Matthias vindt de dictieoefening maar niets en kijkt een paar keer naar het uur op zijn gsm. Roel daarentegen stelt zich met een merkwaardig enthousiasme op voor de ingebeelde camera. Ook voor seminaristen is Barack Obama een voorbeeld. Vanwege zijn hiphopoutfit verdenk ik Matthias van een voorliefde voor Afro-Amerikaanse prekers die gospelmuziek en indrukwekkende retorica gebruiken in hun vieringen. Hij geeft toe dat hij zijn misdienst wat levendiger zou maken, maar een prioriteit is dat niet. Matthias hecht meer belang aan de centrale functie van de priester binnen een solide geloofsgemeenschap, liefst een kleine parochie op het platteland. Terwijl de dictielerares het verschil tussen de West-Vlaamse ‘geilige maagd’ en de Standaardnederlandse ‘Heilige Maagd’ uitlegt, beeld ik mij het vooruitzicht van een celibatair leven in. Hoewel ik de liefde Gods nog niet ervaren heb, lijkt het me toch sterk om er de fysieke liefde voor op te geven. Voorzichtig houden de seminaristen verschillende visies na op de seksuele onthouding die de Kerk hen voorschrijft. Binnen de abdij is het onderwerp taboe, zeker voor wie tegen is.

 

De klas theologie telt acht studenten. Hun docent draagt een blauwe trui waar een zwarte kraag met witte boord uitsteekt. Hij heeft in Italië gestudeerd en werkt momenteel aan een doctoraat. In deze les komt de moraal aan bod. Het gaat over hoe het Tweede Vaticaans Concilie vijfenveertig jaar geleden de Kerk moest positioneren in een tijd van financiële en economische groei, maar van geestelijke achteruitgang. De sprong naar 2009 is snel gemaakt. Euthanasie komt ter sprake, zonder dat een discussie volgt. Er worden enkele vragen aan de klas voorgelegd. Hoe moeten kinderen worden opgevoed? Hoe omgaan met persoonlijke vrijheid? Waarom zijn mensen bijgelovig? Hoewel hierop meerdere antwoorden kunnen komen, zegt niemand iets. Alsof de vragen retorisch waren.

 

Heeft U mij geroepen?

De veel te grote refter herinnert eraan dat de Kerk ooit een aantrekkelijke werkgever was. “Bij ruzie kunnen we elk aan een eigen tafel eten”, relativeren de seminaristen de overcapaciteit. Tijdens het middagmaal krijg ik de indruk dat de twaalf het goed met elkaar kunnen vinden, maar blijkbaar worden de gemeenschappelijke televisiekamer en de bar nauwelijks gebruikt. Samenleven blijkt niet altijd even gemakkelijk te zijn. “We hebben elkaar niet gekozen”, klinkt het. Nee, God heeft hen gekozen.

 

Aan de overkant van de eettafel zit een man die duidelijk ouder is dan de rest van de groep. In 1985 heeft hij onverwacht zijn echtgenote verloren. Tussen de soep en het hoofdgerecht wordt mij gevraagd of ik gelovig ben. Dat ben ik niet, maar wanneer mijn overbuur getuigt over zijn roeping na het overlijden van zijn vrouw, zie ik er de zin wel van in. Het kan ook minder dramatisch: één iemand besloot priester te worden na het zien van ‘The Passion of the Christ’ van Mel Gibson, een ander verzette zich nog tegen de roeping door eerst een bachelor Geneeskunde te halen.

 

Een projectiescherm snijdt de zestig meter lange classicistische Kerk van de abdij in twee. Er staat een podium en ter versiering hangen her en der roze rozen. Om 19u zullen de jongeren van het bisdom Brugge hier deelnemen aan Expeditie Paulus, georganiseerd door enkele seminaristen. Ik geloof dat het een aangename avond kan worden.