verzoenende ogen in een harde wereld

dwarsverdieping - Jan De Cock
01/03/2015
Bron/externe fotograaf
het wereldwijde web en tekeningen van Nicolas De Keersmaeker

We zitten in een halve kring. Verzameld in een voormalig klooster, rond ons een koude, heldere nacht. Een kop warmt onze handen, muntthee onze buiken.

 

Onze spreker treedt de kleine ruimte binnen. Hij is niet alleen; in het gezelschap van een vrouw en een gitaar neemt hij plaats. Even is het stil, we worden priemend in de ogen gekeken. Een hartelijke lach volgt en een verklaring voor deze uitzonderlijke intro ook.

 

 

Kijk toch in de ogen! Elkaar in de ogen kijken schept een band. Je wordt je gewaar van de schoonheid in je medemens. En durf die schoonheid ook te registreren in de ogen van mensen die vreselijke dingen gedaan hebben. De mensen die we daders noemen.”

 

Misschien choqueren deze laatste twee zinnen u. Schreeuwt u even uit dat deze man vast geen slachtoffer is. Dat hij toch maar makkelijk praten heeft.

 

Bij het eerste hebt u gelijk, bij het tweede niet. Vanavond spreekt immers Jan De Cock, ziekenhuispastor van het UZA. Hij liet zich de laatste jaren vrijwillig opsluiten in 160 gevangenissen over heel de wereld. Hij verloor inderdaad geen bloedverwant op een vreselijke manier. “Maar daar wacht ik liever niet op om in contact te treden met slachtoffers. Net zomin als ik zit te wachten tot iemand van mijn dierbaren achter de tralies belandt om dan pas bekommerd te zijn om daders.”

 

 

Heeft er vandaag al iemand tegen u gezegd dat u er mooi uitziet?” Nee? Zonde. Jan haalt de gitaar boven: Je bent zo mooi van binnen uit galmt doorheen de ruimte. Een nummer dat hij schreef voor een gevangene waarmee hij een cel deelde en die je onmogelijk mooi zou noemen. “Tot je in de ogen kijkt!” Met opgooiende armen maakt hij ons duidelijk dat hij weet heeft van zijn stokpaardje.

 

Met deze muzikale noot leidt Jan ons langs verscheidene continenten en vooral langs ontelbaar veel gevangenissen. Het zijn verhalen van vertrouwen, vergeving en hoop. Een gevangenis zonder cipiers, een dader die een nier doneert aan de vrouw van zijn slachtoffer en vele andere krachtige mensen passeren de revue.

 

 

Jan ziet zichzelf graag als tolk van slachtoffers. Na zijn omzwervingen van de laatste jaren, kan hij niet anders dan vaststellen dat mensen wonderlijke bronnen kunnen aanboren in plaats van de plotse leegte met wrok te vullen. Hij spreekt vol liefde over alle nieuwe ontmoetingen, met slachtoffers én daders. Hij probeert slachtoffers te begeleiden tot verzoening. Een missie waarin hij wordt gesteund door de woorden van Aba Gayle, een vrouw van tachtig, die hem toefluisterde dat “vergeven een plotse golf van vrede geeft, die niet verdwijnt”.

 

Uiteraard is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Hilde, de vrouw die Jan vergezeld vanavond, heeft vijftien jaar geleden haar zus op een gruwelijke manier verloren. Ze beschrijft vreselijk intiem haar hele verwerkingsproces. Deze vrouw verdient bewondering. Net als alle personages in Jan zijn verhalen, maar Hilde zit vlak voor ons; we kunnen onze ogen niet afwenden van haar sprekende kracht.

 

 

Moet een mens spiritueel zijn om tot verzoening te komen?” Jan brengt de vraag onder woorden die wij al een tijdje voelen borrelen. Gelukkig formuleert hij ook zelf een antwoord, zoals steeds op basis van verzamelde verhalen.

 

Hij beschrijft verschillende jongeren in Afghanistan, elk met een ander geloof en een andere achtergrond. Tussen hen in, de haat die gebakken zit tussen de verschillende culturen. Een haat die overwonnen wordt door het gemeenschappelijk verdriet. Het verdriet van vermoorde familieleden, verkrachte moeders, het geweld rondom hen. Deze jongeren hebben samen een atelier neergepoot, waar ze donsdekens fabriceren. Donsdekens waarmee ze weduwen verwarmen.

 

Hij beschrijft een ritueel uit de eilandstaat Samoa waarbij de familie van de dader de zorg voor (de familie van) het slachtoffer op zich neemt. Daarbij knielt de dader, of iemand die zich daarmee identificeert, neer voor de deur van het slachtoffer met over zich een tapijt (the fine mat). Noem het een zondelaken. Zo blijven ze zitten. Dagen. In de regen, de verhittende zon. Net zolang totdat (de familie van) het slachtoffer rust heeft gevonden en de last letterlijk wegneemt.

 

Hij beschrijft een ongelofelijke boezemvriendschap tussen een Joodse en Palestijnse man, die elk een dochter verloren. Ook zij vinden elkaar in het gezamenlijk verdriet. En ook zij laten geen haat groeien in hun hart: “Zie af van de bloedwraak”. Bedenk dat dat in hun cultuur ook inhoudt dat de dader meteen op vrije voeten komt. Het maakt je stil.

 

Hij beschrijft hoe spiritualiteit en geluk een goed huwelijk blijkt te zijn. Hoe eenvoud je tot rust kan brengen. En hoe ouderdom hier misschien wel bij kan helpen. “Vergeving schijnt te ontspringen op je tachtigste,” lacht Jan wanneer hij besluit dat hij wel erg veel oudjes van tachtig tegen kwam op zijn weg.

 

 

Verzoening is ook de kern van het sterfbed. Hier steekt de ziekenhuispastor in hem de kop op. Hij schetst een vrouwtje van tachtig, zijn eerste patiënt. Eentje dat geen rust op latere leeftijd vond. Eentje dat haar laatste adem gebruikte om haar dochter uit te schelden. Letterlijk, want het was het laatste wat ze deed. “Erg triest,” blikt Jan terug. En zo blijken er meer te zijn. “Denk niet dat het een rustig sterven is, deze mensen sterven zoveel krampachtiger.”

 

Jan drukt ons nog even op het hart niet tot ons sterfbed te wachten om de moeilijke kaart van verzoening te trekken. We worden ondertussen nog even diep in de ogen gekeken. Zachtjes bedankt hij ons voor de opkomst en ons gehoor.

 

 

De kamer druppelt maar langzaam leeg, hoewel de lezing tot een einde is gekomen. Veel aanwezigen slaan nog een praatje met Hilde. Een vrouw lijkt de verzoening van Hilde niet te kunnen vatten. Jan aanhoort nog wat bewonderende vragen. Deelt hierbij nog stevige knuffels en hartelijke schouderkloppen uit. 

 

Het mag wel duidelijk zijn dat dit geen gewone lezing was. De avond heeft mensen geraakt, maar vooral ook warm gemaakt. Dat de theekop nu leeg is, kan geen kwaad meer.

 

 

Uw redactrice van dienst trok op dinsdag 24 februari naar De Kluizerij te Affligem voor de lezing Hotel Pardon, naar het gelijknamige boek van Jan De Cock. Meer weten over de vrijwillige opsluitingen van Jan? Surf dan naar prisoninfo.be.