Krotspotting in hartje Antwerpen

Huisjesmelkerij en verkrotting
21/09/2006
🖋: 

Op een druilerige maandagochtend worden we aan het Sint-Jansplein opgewacht door Frank Hosteaux, voorzitter van de Antwerpse vzw Rot op Huisjesmelkers. Ondanks hard werk de voorbije jaren is de toestand nog steeds schrijnend: huisjesmelkers verhuren ongeschikte of ronduit onbewoonbare krotten aan kansarmen. Hosteaux neemt ons mee naar zo'n krot. Maria (83) en haar dochter Elke (58) kunnen zich niets anders veroorloven.

Als Maria de deur opent, worden we overvallen door de vochtige lucht. De bedompte geur grijpt je vast en nijpt je strot dicht. Verluchten is onmogelijk aangezien er geen vensters zijn. Het is er donker. Schimmelvlekken op de muren, afgebladerd behangpapier, deuren die niet meer sluiten en schuiven die niet meer openen. Scheuren in het plafond waarlangs vuil water binnensijpelt. Maria houdt van lezen maar al haar boeken zijn rijp voor het stort: het vocht vreet alles aan.

 

Maria vertelt ons dat dit appartement van haar dochter Elke is en dat zijzelf hierboven woont. Wijzend naar een bed naast een grote schimmelvlek vertelt Maria dat Elke daar sliep. Dat ze darmkanker heeft. En dat de thuisverplegers haar verboden hadden daar te slapen omdat ze dan ook astma zou krijgen. Dat ze inmiddels astma heeft. “Nu slaapt ze boven bij mij”, zegt Maria, “waar anders?”

 

“Elke was vroeger airhostess bij Sabena”, begint Maria haar verhaal, “Geen ogenblik rust had ze, ze was voortdurend onderweg. Op een keer was ze er niet toen haar vlucht vertrok.” Met tranen in de ogen vervolgt Maria: “Ze hebben haar later gevonden, zittend op de stoep met een zenuwinzinking. Ze wist niet eens meer wie ze was.” Elke moest naar een psychiatrische instelling in Brugge. Op een nacht belde ze haar moeder op. “Mama,” huilde ze, “nu moet ik van ‘'s ochtends vroeg tot ‘'s avonds laat dozen vouwen voor Leonidas. Als ik ‘'s nachts wakker word, ben ik nog steeds dozen aan het vouwen.” Maria is onmiddellijk naar Brugge geracet. “Ik zei hen dat ik Elke meteen mee naar huis zou nemen”, vertelt ze furieus. “Dat mocht niet, zeiden ze. Tot ik ermee dreigde de pers in te lichten!”, aldus Maria.

 

De huisbaas heeft beloofd dat het zou veranderen, maar dat zegt hij al jaren.

 

Sindsdien wonen ze hier, in de Rotterdamstraat, vlakbij het Sint-Jansplein. Toen Elke hier vijf jaar geleden aankwam was haar eerste indruk barslecht: nog voordat ze uit de auto kon stappen had een voorbijganger haar portefeuille uit haar handen gerukt. Ze zegt dat het hier toen een tippelzone was, maar dat het nu veel beter is. “Toch”, mompelt ze, “durven wij hier na acht uur ‘s avonds nog steeds niet buiten komen.” Over de toestand van haar appartement wil ze niet veel zeggen. Ze lijkt de wanhoop nabij. “De huisbaas heeft beloofd dat het zou veranderen,” vertelt Elke, “maar dat zegt hij al jaren.”

 

Verbetering in zicht?

Wanneer we het pand verlaten kijkt Frank Hosteaux achterom. “Zoiets verwacht je toch niet meer in België? Hoe is het mogelijk dat onze maatschappij bij zoveel ellende onverschillig blijft toekijken? We zijn zes jaar bezig en we hebben al ontelbaar veel gezinnen geholpen, maar het blijft een druppel op een hete plaat. Fundamentele oplossingen zijn er niet. Iedere dag komen er nieuwe huisjesmelkers bij. Ze kopen een appartement of huis en verdelen dat dan in kleine panden. De deurbelletjes verraden het: van de ene dag op de andere zie je die soms vervijfvoudigen.”

 

“Een van de grootste problemen”, vervolgt Hosteaux, “zijn de mensen zonder papieren. Als we hen aantreffen in een krot moeten we erg voorzichtig te werk gaan. We merken dat zij soms meer geviseerd worden dan de huisjesmelkers. Het kan toch niet dat de krotbaas vrijuit gaat terwijl de slachtoffers opgesloten worden in Merksplas of Steenokkerzeel, of erger nog, gerepatrieerd worden? Zelfs als men hen laat gaan is hun situatie uiterst penibel: stad noch OCMW voorzien herhuisvesting voor sans-papiers.”

 

Wanneer we hem vragen of het stadsbestuur de zaak ernstig neemt, knikt hij. “Onder de vorige administratie werden we soms uitgelachen als we iets meldden. Het ging er toen veel gemoedelijker aan toe. Dat is nu niet meer het geval. De coördinator van de woondienst is niet altijd van goede wil, maar de samenwerking met het kabinet van burgemeester Janssens en de schepen van huisvesting, Pairon, verloopt erg goed”, besluit Hosteaux.

 

Het parket treedt echter opvallend laks op in Antwerpen. Tussen de vaststelling van de feiten en de veroordeling verloopt minstens drie jaar. In andere steden gaat het gerecht vaak sneller en effectiever over tot actie. Op een themazitting over huisjesmelkerij in Gent werden in één klap vier vennootschappen en 22 personen veroordeeld tot hoge geldboetes en zelfs celstraffen. Niet enkel brengt dit schot in de zaak, het weegt mentaal ook zwaar op alle andere huisjesmelkers. Waarom kan zoiets niet in Antwerpen?