Extreem luid en redelijk dichtbij

Zin en onzin van de nieuwe geluidsnormen
23/05/2012
Bron/externe fotograaf
Julie De Weerdt

De cijfers liegen er niet om. Op twintig jaar tijd verdubbelden gehoorproblemen bij jongeren. Op 17 februari 2012 keurde de Vlaamse Regering het wetsvoorstel van Minister Joke Schauvliege omtrent de nieuwe geluidsnormen definitief goed. dwars dook in de wondere wereld van de decibels, oorsuizingen en geluidsnormen. Do we have to fight for our right to party? Of luisteren we beter naar ons Joke?

Audiologe Annick Gilles doet in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen onderzoek naar gehoorschade bij jongeren. Naast de resem mails van laatstejaars op zoek naar survey monkeys, ontvingen we er ook eentje voor haar studie naar tinnitus. Tinnitus of oorsuizen is het horen van geluid in afwezigheid van een geluidsbron. Doel van het onderzoek is het identificeren van oorsuizen na blootstelling aan luide muziek. Niet iedereen ervaart het. Dat maakt dat er allicht een verschil in gevoeligheid tussen mensen is. De opdracht: ga naar een feestje en laat vijf dagen later je oren testen. dwars trok naar het Galabal van de universiteit waar het volume luid en de dj’s muziekkeuze twijfelachtig was. Gilles testte daarna het gehoor van uw reporter. Het verdict is positief. Er is geen ernstige schade, wel gehoorsvermindering bij een bepaalde frequentie. Dit is typisch voor blootstelling aan luide muziek.

 

Gilles licht de resultaten van een grote bevraging over lawaaiblootstelling, gehoorproblemen en gehoorbescherming toe: “80 tot 85 procent van de jongeren zegt regelmatig last te hebben van oorsuizen na een feestje of het beluisteren van muziek. 18 procent heeft permanent oorsuizen waarvan zeker een deel te wijten is aan lawaaiblootstelling. Slechts 5 tot 10 procent draagt effectief gehoorbescherming. Na het uitgaan heb je altijd een kleine gehoorsdaling, een beschermingsmechanisme van het oor. Meestal recupereer je wel, maar als het te erg is geweest, kan er permanente schade blijven. Zo’n zaken merk je zelf niet altijd op, oorsuizen meestal wel. Het is effectief een teken van overbelasting.” Het probleem is dat jongeren dit niet altijd weten: “Veel jongeren hebben na een concert of feestje last van oorsuizen en denken dat als het de volgende dag weg is, het ook niet erg is. Dat jongeren een duidelijk symptoom van overbelasting normaal vinden, wil zeggen dat er een gebrek aan besef is. In het festivalseizoen zien we hier veel jongeren met lawaaitrauma’s en serieuze gehoorsdaling. Als we er snel genoeg bij zijn kunnen we de schade terugdringen, maar vaak komt alle hulp te laat.”

 

Oorschade, je eigen schuld?

Er is dus nood aan preventie. Doctorandus Gilles werkte samen met haar promotor professor Paul Van de Heyning mee aan de recente campagne van de Vlaamse overheid ‘Help ze niet naar de tuut’. Gehoorschade is immers onomkeerbaar. Inge Van den Bergh, studente bio-ingenieur, liep permanente schade op toen ze werkte op een fuif: “Ik kreeg geen oorstopjes hoewel ik ernaar had gevraagd. Ze hadden er gewoon geen. Bij achtergrondgeluid kan ik amper een gesprek volgen. Het is één grote geluidsmassa.”

 

Gilles geeft tips om je gehoor te beschermen: “Ga niet voor de boxen staan en gebruik bescherming. Op maat gemaakte oordoppen met een goede filter zijn duur, maar een zeer goede investering omdat ze alle tonen dempen en je daardoor de muziek dus blijft beleven. Las pauzes in en laat je gehoor tot drie dagen recupereren. Het is niet enkel het volume, maar ook de tijdsduur die bepalend is voor de schade. In de industrie heb je al heel lang de regel dat je 8 uur in 80 dB mag doorbrengen om veilig te zijn. Per 3 dB verdubbelt de energie dus moet de blootstellingstijd eigenlijk halveren om veilig te zijn. Volgens dit criterium kan je maar 15 minuten in 100 dB staan om veilig te zijn.”

 

Rock-'n-roll wordt ten grave gedragen

Het team van professor Van de Heyning en Annick Gilles adviseerde ook Vlaams Minister voor Leefmilieu, Natuur en Cultuur Schauvliege. Persadviseur Brigitte Borgmans benadrukt dat er vanaf 2009 overleg was met verschillende betrokkenen en dat er bij tal van instanties uit het veld advies is ingewonnen. Toch is niet iedereen ervan overtuigd dat een goed evenwicht werd gevonden tussen het voorkomen van gehoorschade en het behouden van muziekbeleving. Samen met de Antwerpse hiphopper Halve Neuro, maakten Belgian Associality en drummer Michael Schack van SquarElectric een protestlied tegen de nieuwe 100 dB-norm. Vooral die laatste liet zich opmerken als beschermheer van kleine jeugdhuizen en plekken waar beginnende bandjes hun ding kunnen doen. Hij betwijfelt de haalbaarheid van de norm en ontkent dat heel de sector akkoord is gegaan met het voorstel. “De minister kan geen namen voorleggen van livemuzikanten die betrokken waren bij het overleg.” Volgens hem zijn de normen onwerkbaar en brengen ze de livemuzieksector in de problemen. Een norm die toelaat tot 103 dB(A) gedurende één uur te produceren, acht hij veel realistischer. Hij vertrouwt op het eigen initiatief van mensen die optredens bijwonen om verder af te gaan staan of oordoppen te gebruiken. Audiologe Gilles maakt eerder de vergelijking met het rookverbod: “Rokers moeten zich vandaag aanpassen aan niet-rokers voor de algemene gezondheid. Ik vind dat je die lijn kan doortrekken: muzikanten moeten zich aanpassen aan de rest van de bevolking om geen schade toe te brengen. Niet om cliché te klinken maar het gaat uiteindelijk wel om de volksgezondheid.”

 

100 dB, daar lach ik mee

We vroegen Joke Schauvliege om een reactie op het 100 dB-lied. “Fijn nummer met een strakke beat, maar de boodschap klopt niet. Men zal niet de ‘boeken moeten dichtdoen’, want de normen zijn haalbaar voor alle muziekgenres. Nu komt het er op aan met correcte informatie zoveel mogelijk mensen te sensibiliseren.” Hoewel ook Jos Meers van Formaat Jeugdhuiswerk Vlaanderen akkoord gaat dat er iets moest gebeuren, heeft hij zijn twijfels bij de handhaving van het beleid. Hij schat dat vooral gesanctioneerd zal worden op het verstoren van de nachtrust. Dat is een vaststelling die de politie nu al doet. Wanneer men echt wil optreden tegen het overtreden van de geluidsnormen, moet men metingen uitvoeren. Er zijn naar verluidt te weinig stedelijke milieuambtenaren in Antwerpen die een nauwkeurig meettoestel kunnen bedienen. Meers benadrukt ook dat een ander probleem niet werd aangepakt. Het is immers vooral de slechte binnenakoestiek in kleine ruimtes die ertoe dwingt de muziek luider te zetten.

 

Ook kersvers Unifac-voorzitter Jonas Van Orshoven heeft het over de investeringen die moeten gebeuren om een locatie als de Waagnatie 100 dB-proof te maken. Toch merkt hij op dat studenten wel degelijk bezig zijn met gehoorschade en dus ook de voordelen van de norm zien. “Op het galabal van de Universiteit, kregen we meer opmerkingen over het volume dan we op vier handen konden tellen.” Hoewel de meeste clubs nog niet bezig zijn met de voorbereidingen, voorziet Van Orshoven organisatorische problemen die op het budget zullen wegen vanaf januari 2013. Hij besluit echter dat studenten flexibel zijn en wel oplossingen vinden wanneer dat nodig is. Wordt ongetwijfeld vervolgd in januari.

 

TD, galabal of fuif gepland in 2013?

De belangrijkste zaken op een rij voor vooruitkijkende praesidia en studenten die op vlak van feestjes ambitieuzer zijn dan ‘indrinken op kot’.

 

Vroeger waren er verschillende regels voor ‘lokalen met dansgelegenheid’ aan de hand van hun oppervlakte. ‘Dansgelegenheden’ heten voortaan ‘muziekactiviteiten’ en de indeling gebeurt nu op basis van het geproduceerde geluid. Welke voorzorgen je als organisator moet nemen, hangt vanaf januari 2013 af van de hoeveelheid lawaai die je wil maken:

 

categorie 1: maximaal geluidsniveau ≤ 85 dB(A) LAeq,15min
Proficiat, je moet als organisator niets doen! Een groot, wild feest kan je binnen deze normen niet bouwen. In combinatie met pratende mensen blijft enkel achtergrondmuziek onder de 85 dB.

 

categorie 2: maximaal geluidsniveau > 85 dB(A) LAeq,15min en ≤95 dB(A) LAeq,15min
Je moet het geluidsniveau heel de avond meten en een visuele indicatie van die meting moet zichtbaar zijn voor ‘de verantwoordelijke voor het geluidsniveau’. (We ruiken een nieuwe praesidiumfunctie…) Het is toegelaten een muziekbegrenzer zo af te stellen dat de norm automatisch gehaald wordt.

 

categorie 3: maximaal geluidsniveau > 95 dB(A) LAeq,15min en ≤ 100 dB(A) LAeq,60min
Dezelfde regels als in categorie 2 gelden maar deze keer moet je het volume niet alleen meten maar ook registreren. Die registratie moet je één maand bijhouden. Je bent verplicht gratis oordoppen aan te bieden.

 

Lokale overheden krijgen subsidies om meettoestellen ter beschikking te stellen. In Antwerpen kan je bij de provinciale uitleendienst in Malle terecht voor gratis meetapparatuur.

 

Bovenstaande regels gelden enkel voor elektronisch versterkte muziek. ‘Io vivat’ meebrullen op een cantus en meer verfijnde unplugged optredens, kunnen dus zonder op het geluidsniveau te letten.

 

Overschrijding van de geluidsnormen wordt als milieumisdrijf beschouwd. Of de exploitant dan wel de organisator na een controle verantwoordelijk gesteld wordt, hangt af van de omstandigheden. Je maakt hierover dus best goede afspraken in een contract.

 

Verklarende woordenlijst

  • dB of decibel: logaritmische meting die gebaseerd is op de aanwezige geluidsdruk.
  • dB(A): vaak gebruikte eenheid waarbij de gevoeligheid van het menselijk oor mee in rekening wordt gebracht.
  • LAmax,slow: korte metingen, geluid gemeten per seconde.
  • LAeq, x min: uitgemiddelde metingen, het gemiddeld geproduceerde geluid over een aantal minuten gemeten. Even over de limiet zitten, kan gecompenseerd worden door rustigere minuten.
  • Begrenzer of limiter: toestel dat het volume begrenst zodra het een bepaalde waarde overschrijdt.