Tot twaalf uur in bed blijven liggen, Nutella uit de pot oplepelen en lachen als iemand valt hebben iets gemeen. Het zijn namelijk allemaal dingen die je niet met veel trots zou opbiechten, maar toch zo leuk kunnen zijn. Een sappige roddel delen is ook zoiets. Het mag eigenlijk niet, maar als de mogelijkheid zich voordoet, wordt die vaak met twee handen beetgegrepen.
Roddelen is een eeuwenoud fenomeen en was al aanwezig bij de oude Grieken en Romeinen. Ook toen werd die bezigheid niet heel hoog aangeslagen, maar in tegenstelling tot nu was het niet gelinkt aan een specifiek gender. Zowel mannen als vrouwen konden gretig meedoen aan een roddelsessie. Die visie op roddelen lijkt stabiel te blijven tot aan de dertiende eeuw. Daarna verruilden Kerk en Staat het moeilijk controleerbare kletsen voor het schrift, waarmee ze makkelijker een eenduidige boodschap konden verspreiden. Er kwamen doorheen de jaren ook steeds meer publieke sprekersfuncties bij, zoals bureaucraten en advocaten – functies die werden ingevuld door de mannelijke elite. In die formele context hoorde spraak te verlopen volgens strikte regels van fatsoen. Daarentegen werd conversatie in haar meer ongedwongen vorm ‘roddelen’ genoemd. Vrouwen, onwelkom in professionele settings, konden geen deel uitmaken van die hoogstaande conversaties, waardoor ze simpelweg roddelden. Dat ontwikkelde zich verder tot het cliché waarin mannen spreken met de stem van de rede en vrouwen kletspraat verkopen.
roddeltantes
Het cliché van de oppervlakkige en venijnige roddelaarster leeft vandaag nog voort, maar klopt dat eigenlijk wel? Een Amerikaanse studie uit 2020 onderzocht roddelen door opnames van gesprekken te bestuderen. Daaruit bleek dat mensen ongeveer 52 minuten per dag roddelen, wat zo’n 13 procent van hun conversaties uitmaakt. De onderzoekers maakten ook een onderscheid tussen positieve, negatieve en neutrale roddels. Alleen bij de neutrale roddels bleken vrouwen meer te roddelen dan mannen. De meest consistente voorspeller voor een roddelaar zou een extraverte persoonlijkheid zijn. Extraverten praten dus niet enkel meer met anderen, maar ook meer over anderen.
Vrouwen roddelen dus niet noodzakelijk meer dan mannen, maar hun roddelgedrag wordt wel anders beoordeeld. Dat verschil kan verklaard worden door – je kunt het wel raden – het patriarchaat! Terwijl mannen de kost verdienden, werkten vrouwen vaak binnenshuis, waar ze hechte relaties vormden met buurvrouwen en familieleden. Dat verklaart mede de oorsprong van het woord ‘gossip’, wat vroeger eerder een beschrijving van een persoon was. Het woord komt van het Oudengelse ‘godsibb’, wat ‘met God verbonden’ betekent. Het gaat dus over een dierbaar persoon, nauw verbonden met de familie. Met die hechte vriendin, peetouder, tante … kon er tussen de was en de plas tijd gemaakt worden om bij te praten, steun te bieden en te adviseren. Die onderonsjes tussen vrouwen zaaiden onrust bij mannen, die alleen konden gissen naar de gespreksonderwerpen, waardoor ze hun fantasie de vrije loop lieten gaan. Dat veroorzaakte angst dat er dingen van achter gesloten deuren naar buiten zouden lekken. Zo ontstond stilaan het idee dat roddelen kwaadsprekerij en moreel verwerpelijk is en veranderde een belangrijke vorm van vrouwelijke solidariteit in iets schandelijks.
koffieklets of noodzaak?
Roddelen is niet alleen leuk tijdens de koffie, maar leert ons ook veel over de wereld om ons heen. Zo toont het je welk gedrag wenselijk is en waar er valkuilen zitten. Een gerucht over het feestbeest met een zomer vol herexamens kan bijvoorbeeld als waarschuwing dienen. Naast informatie over de wereld, leert het ons ook veel over de mensen rondom ons. Is deze onbekende persoon iemand met een goede reputatie en dus betrouwbaar, of blijf je beter weg? We gebruiken roddels ook vaak ter vergelijking, om in te schatten of we beter of slechter bezig zijn dan een ander. Roddelen brengt ons dus meer dan alleen de kersverse nieuwtjes.
Daarnaast roddelen we niet zomaar met Jan en alleman. Voor er geroddeld kan worden, moet er vertrouwen zijn: je moet zeker zijn dat de nieuwe informatie niet onmiddellijk doorverteld zal worden en dat er gedeelde waarden en normen zijn. Wanneer er dan overgegaan wordt naar roddelen, wordt dat vertrouwen bevestigd en versterkt het de band. Toch is het een tweesnijdend zwaard. De roddel moet natuurlijk over iemand gaan, waardoor diens reputatie – terecht of onterecht – kan veranderen. Of de achterklap waarheidsgetrouw is, is ook moeilijk na te gaan. Want elke keer dat er een gerucht wordt doorverteld, verandert het door ‘onbelangrijke’ informatie die wordt weggelaten, eigen interpretaties die worden toegevoegd of klemtonen die anders worden gelegd.
Ook al zweren we dat we het niet doen, roddelen bepaalt voor een belangrijk deel hoe we omgaan met elkaar en hoe we ons doorheen de wereld bewegen. Een wereld waar er niet geroddeld wordt, is moeilijk voor te stellen. Misschien zouden we met minder angst iemand durven uit te vragen of met minder gêne onze mening durven te uiten. Wel zouden we er kleine momentjes van plezier en ontlading voor moeten opgeven. Denk maar aan tabloids, blogs,
podcasts … Allemaal vormen van roddelpers, die met hun flitsende titels direct onze aandacht weten te grijpen. Maar ook de grappige anekdotes en verhalen die al fluisterend worden doorverteld tijdens een saaie les of op café zijn goede voorbeelden. Roddelen is al zo lang een deel van de mens dat de vraag “to be, or not to be” evengoed “to gossip, or not to gossip” zou kunnen zijn.
- Login om te reageren