Van opleiding is hij dierenarts, maar zijn carrière laat zich al lang niet meer tot één vakgebied herleiden. Vandaag is hij decaan van Faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen. Het gaat natuurlijk over: Peter Bols. Professor Bols leeft in de toekomst en het verleden, maar niet zozeer in het heden. Zijn interesses beslaan zowat alles wat los en vast zit: van beleidskeuzes via de verlichting tot interdisciplinair samenwerken. dwars sprak met hem over zijn impressionante carrière, de toelatingsproef Diergeneeskunde, transversaal doortrekken, het belang van context en zijn grootste passie: fysiologie.
Een gesprek met Peter Bols eindigt meestal in gestructureerde chaos. Wanneer we vragen waar hij zich momenteel mee bezighoudt, neemt hij ons mee naar het verleden. “Wie de eerste diergeneeskundige opleidingen uit de achttiende eeuw wil begrijpen, komt vanzelf terecht bij iets groters: de verlichting, wetenschap, feiten, experimenten en de ontwikkeling van het kritisch denken.” Bols hecht veel waarde aan de geschiedenis. “Je begrijpt een vak nooit helemaal als je alleen de technische kant ervan bekijkt.”
de meerwaarde van fysieke interactie
Diergeneeskunde is meer dan enkel droge materie. “Een universiteit is meer dan een kanaal om informatie door te geven. Studenten leren ook door vragen van leeftijdsgenoten te horen en live te communiceren. Tijdens corona heeft de universiteit op indrukwekkend korte tijd de overstap gemaakt naar volledig digitaal onderwijs. Maar die periode heeft ook blootgelegd hoe belangrijk fysieke aanwezigheid en interactie zijn.” Daarom stelt hij oude opnames uit de coronatijd nog ter beschikking, nieuwe maakt hij bewust niet meer.
Bols' grootste zorgen liggen niet bij het onderwijs op zich, maar in de context waarin jonge mensen moeten leren. “Jongeren worden overspoeld met nutteloze informatie.” Als fysioloog haalt hij aan dat onze hersenen niet onbeperkt prikkels en informatiestromen kunnen verwerken. Die bezorgdheid koppelt hij aan de bredere individualisering van de samenleving en aan de afnemende concentratiespanne.
“Ik vertrek graag van iets wat ik gelezen of gehoord heb in de actualiteit, maar dan merk ik op dat studenten soms totaal niet mee zijn. Dat is jammer, omdat actualiteit net helpt om leerstof te situeren. Soms moet je uitzoomen om scherper te zien. Mijn advies: lees. Boeken, tijdschriften, dwars … dat is extreem belangrijk voor het mentaal welzijn, redeneervermogen en de taalvaardigheid.”
Die bezorgdheid sluit naadloos aan bij zijn kijk op AI. “De kern van onderwijs blijft in wezen dezelfde: jonge mensen komen naar een plek om te leren, worden getoetst en krijgen op basis daarvan een diploma. Alleen wordt de vraag hóé je toetst steeds complexer. Vandaag kan je een tekst die inhoudelijk van jou is, laten omzetten in correct Engels of Frans. Net daar wringt het schoentje: wat is dan nog van de student en welke credits zijn voor het systeem? Waar eindigt taalondersteuning en begint inhoudelijke uitbesteding?”
blik op de toelatingsproef diergeneeskunde
Een andere recente ontwikkeling op vlak van toetsen: de invoering van het toelatingsexamen Diergeneeskunde kent voor- en tegenstanders. “De toelatingsproef is een moeilijke kwestie. Enerzijds verlies je met zo’n test ook competente mensen. Anderzijds was een instroombeperking wel echt nodig. Hun beeld van de opleiding sloot niet echt aan bij de realiteit van het beroep of ze hadden een ontoereikende wetenschappelijke basis, maar met een goede hoeveelheid doorzettingsvermogen en motivatie is alles mogelijk.” Tot voor kort startte een erg grote groep aan de opleiding Diergeneeskunde, terwijl uiteindelijk maar een op drie studenten ooit afstudeerde.
medisch, juridisch, ethisch en gedragsmatig
“De samenwerking tussen exacte wetenschappen en menswetenschappen kan beter”, vindt Bols. “Ik volgde enkele opleidingen op de Stadscampus omdat je daar collega’s ontmoet met wie je anders wellicht nooit in gesprek zou gaan. Dat is bijzonder boeiend en verrijkend. Het versterkt mijn overtuiging dat we nog veel meer zouden kunnen bereiken wanneer we disciplines met elkaar verbinden.”
Onder al die thema’s ligt nog iets fundamentelers: “Mensen veranderen op zich niet zo veel; het is de maatschappelijke context die verandert.” Het voorbeeld dat hij daarvoor geeft, is roken. “Op het eerste gezicht een puur medisch, oncologisch dossier, maar net daar zit de uitdaging. Roken is zo’n thema dat je over de hele universiteit zou kunnen uitsmeren. Het heeft een medische kant, maar evengoed een juridische, ethische, gedragsmatige en sociale context. Waarom roken mensen? Welke rol speelt groepsdruk? … Je kan daar een onderzoekslijn ‘Van de moleculaire oncologie tot de populatiesociologie’ van maken. Daarin zit wat een universiteit zou moeten zijn: een plek waar kennis niet netjes binnen faculteitsmuren blijft, maar elkaar kruist zodra een onderwerp daar om vraagt. Onderwijs gaat niet alleen over kennen en kunnen, maar ook over leren leven in een wereld die drukker, diffuser en complexer wordt.”
- Login om te reageren