de dwarsdoorsnede

04/04/2020
einde van de politiek? (© Witse Beyers | dwars)
🖋: 

dwars slijpt het virtuele fileermes en gaat langs de graat van boeken, films, series, games, muziek, theater, haarproducten en rubberen eendjes. Deze keer was de beurt aan Einde van de politiek? Over populisme, democratie en staatsgeweld, een bundel essays onder redactie van Marcel Poorthuis en Joachim Duyndam.

Men kan het feit dat de politiek in sneltreinvaart verandert niet onder stoelen of banken steken. Populisme wint in een groot aantal Europese landen aan aanhang, nieuwe vormen van media leiden tot een geheel nieuwe manier van meningsuiting en campagnevoeren, en de toenemende polarisatie heeft ervoor gezorgd dat menig regering pas na maanden gevormd kan worden. Met man en macht schotelt een massa opiniemakers ons column na column voor, over hoe goed en slecht deze veranderingen wel niet zijn. Deze bundel, geschreven door filosofen en theologen, pretendeert het niet beter te weten dan anderen. In de vorm van essays wordt getracht de hedendaagse problemen te duiden, door het werk van gerenommeerde politieke filosofen en andere grote denkers toe te passen op de huidige situatie.

Deze filosofische insteek heeft ook implicaties voor de leesbaarheid van het boek. Veruit de meeste essays zijn erg goed te volgen, maar een filosoof wordt maar zelden verweten van een te korte uitleg of een slecht onderbouwde theorie. Logisch gevolg is dat dit niet zomaar een boek is dat je naast je smos tijdens de lunch even openslaat: uw nederig redacteur heeft zich van menig potloodstreep en Wikipedia-pagina moeten bedienen om zich niet te verliezen in de relazen over het belang van resonantie in de politiek en de verdwijning van de bereidheid zich op te offeren voor de natiestaat. Dit getuigt ook gelijk van de allure van het boek: hoewel het niet het vlotst lezende boek is, zijn de onderwerpen zo interessant dat je toch blijft lezen.

Aan de basis van alle essays staat minstens één van de gebreken van de huidige politiek. Grofweg zijn de tien essays verdeeld in drie onderwerpen: ‘Populisme, Democratie en Neoliberalisme’, ‘De staat als Leviathan’ en ‘Rondom Carl Schmitt’. Vooral dat laatste deel vereist enige uitleg: de bundel essays is bedoeld als hommage aan Theo de Wit, een van Nederlands meest invloedrijke politieke filosofen. Aanleiding van deze essaybundel is dan ook zijn afscheid als hoogleraar aan Tilburg University. Als slotstuk van dit boek heeft de Wit hoogstpersoonlijk een bijdrage gedaan, in de vorm van een afsluitende essay.

Het eerste deel bevat vier essays die de gronden van het populisme beschouwen. Waar het boek nog wat traag uit de startblokken komt en, mede dankzij de bijdrage van Joachim Duyndam, een esoterisch werk voor de grootste denkers lijkt te worden, wordt het gelukkig al snel behapbaarder voor de gemiddelde toogfilosoof. Vooral het laatste stuk, geschreven door Marcel Poorthuis, spreekt tot de verbeelding. Poorthuis schrijft over authentiek en moreel leiderschap, in een tijd waarin de scheidslijn tussen politicus en manager alsmaar kleiner wordt. Vooral het deel over het paradoxale karakter van populisme is zeker de moeite waard. Aan de ene kant propageert de populist dat ‘de stem van het volk’ leidend moet zijn, maar aan de andere bouwt deze, meer dan welke andere partijpoliticus, een persoonscultus om zich heen.

Deel twee vertrekt vanaf de filosofie van Thomas Hobbes en begint onmiddellijk stevig met een essay van Bert Van Roermond. Zonder gedegen kennis van Hobbes en Hannah Arendt kan men dit stuk dan ook beter links laten liggen. Ad Van Houwelingen weet over dit onderwerp toch op een duidelijke manier te schrijven. In zijn essay wordt helder uiteengezet hoe ‘het einde van de geschiedenis’, zoals Fukuyama die na de val van de Berlijnse muur voorspeld had, vooralsnog niet in zicht is. Van Houwelingen brengt dat in verband met het neoliberalisme, en eindigt met het hoopvolle, zo niet enigszins revolutionaire nataliteitsbegrip: de belofte van ‘een nieuw begin’ in de politiek. Het laatste essay in dit deel is een vreemde eend in de bijt, maar misschien daarom ook wel een van de leukste: Laurens ten Kates uiteenzetting over politiek en ‘resonantie’. Zijn theorie belichaamt vooral het feit dat met ‘resoneren’, waarbij we niet alleen zelf ons geluid naar voren brengen, maar ook getransformeerd worden door dat van anderen, de huidige politiek fundamenteel kunnen veranderen.

Het laatste deel is geschreven rondom de ideeën van Carl Schmitt, die vooral schreef over de natiestaat, wij-zij-denken en soevereiniteit. Laetitia Houben luidt dit hoofdstuk nogal benauwend in met een stuk over de grondeloosheid van de democratische rechtsstaat. Noodwetgeving, waarbij er in uitzonderlijke situaties hardhandige wetten worden aangenomen die vervolgens steevast in het wetboek blijven staan, zijn een grote bedreiging, aldus Houben. Hierna snijdt Marin Terpstra het uiterst interessante onderwerp van het mensenoffer voor de staat aan. Naar het schijnt zien weinig verwende millennials het nog zitten om zich op te offeren voor hun land. Terpstra bouwt dit op zeer mooie wijze uit tot het verdwijnen van idealen en de mens als hersenloze consument, een nogal dystopische, maar toch geloofwaardige voorstelling.

Het boek sluit af met het langste, en daarmee ook gelijk het mooiste essay van de hele bundel: die van Theo de Wit zelf. De terugkeer van het patriottisme en nationalisme in Europa wordt op geweldige wijze toegelicht. Niet denigrerend, niet verheerlijkend, maar louter beschouwend. Er wordt soms lichtjes gerefereerd aan een voorgaande essay, waardoor het boek echt tot een volwaardige bundel uitgroeit. De Wit praat niet over een ideaalbeeld van een wereld zonder landen à la John Lennon, maar met begrip voor de natiestaat. Sterker nog, daar is een behoefte aan! Pas als het patriottisme afglijdt naar nationalisme, waarin diepere vormen van loyaliteit worden ‘gefabriceerd’, gaan we écht de verkeerde kant op. Het is erg verfrissend om een kritiek op huidige tendensen in de politiek te lezen, zonder dat daarvoor meteen een kant-en-klare linkse of rechtse oplossing gedicteerd wordt.

Een algemene beoordeling geven aan dit boek is uitermate lastig, omdat het zo ontzettend gevarieerd is. Dit boek is zeker aan te raden voor de politiek-filosofisch onderlegden onder ons; enige voorkennis is een pre. Niet alleen thematisch, maar ook pragmatisch verschillen de essays enorm: waar het ene essay een duidelijke uiteenzetting van een duidelijk herkenbaar probleem is, is het ander conceptueel en theoretisch. Toch zou iedereen die zich zorgen maakt om de tendensen in de West-Europese politiek en niet terugdeinst voor wat filosofische vakjargon, zich aangesproken mogen voelen door dit boek.

 

Technische informatie:
ISBN: 9789463402620 - €19,90 - 208 pag. - Uitgeverij DAMON



vijf Instagramaccounts die je zeker moet volgen

01/04/2020
mijn stad, mijn stad (© Ferdinand Peeters | dwars)
🖋: 

Door Instagram scrollen, het is dezer dagen een bezigheid op zich. Ben jij een fervent Instagram-feedscroller? Lees dan zeker verder, want onze redacteur zet voor jullie haar favoriete accounts per thema op een willekeurig rijtje. Deze keer in de spotlights? Antwerpen!

Profielfoto@bestofantwerp

Best of Antwerp

Op zoek naar de culinaire schatten in en rondom Antwerpen? PR-studente Florence en toekomstig journaliste Stefanie nemen je maar al te graag mee op jacht. Met het account Best of Antwerp tonen ze het beste wat ’t stad te bieden heeft. Van populaire hotspots zoals Cafématic en Barnini tot minder bekende pareltjes als Walvis, Perruche en Camino. Afwisseling gegarandeerd: ontbijt, brunch, lunch, koffie én diner, ze komen allemaal bod. En dat mét bijhorende smakelijke foto’s.

 

Antwerp Today

Antwerp Today is een Engelstalig account dat ‘de fijnste mensen, mode, plaatsen en eetgelegenheden’ van onze eigenste stad in de kijker zet. Van schoonheidsinstituten tot take-away-zaken en bars. Deze passeerden onder meer al de revue: MOOY, Antwerp Only, House of Hummus, en de alom bekende Vlaeykensgang. Voor nieuwe content moet je soms wat geduld kunnen opbrengen, maar dat wordt meteen goedgemaakt door de leuke winacties die het account houdt in samenwerking met diverse Antwerpse handelszaken.

Profielfoto@antwerptoday

 

Profielfoto@antwerpen

Visit Antwerp

Visit Antwerp is het officiële Instagramaccount van de toerismedienst van ons Atypisch Antwerpen, gelegen op de Grote Markt. Naast een goedgevulde feed met foto's, reikt dit account via de verschillende highlights ook allerlei tips aan in verschillende categorieën: shopping, evenementen, musea, activiteiten en food & drinks. Deze pagina is dus niet alleen voor de toeristen een kijkje waard! Heb je zelf een mooie foto gemaakt? Deel hem dan met @antwerpen of met de hashtag #visitantwerp en misschien verschijnt jouw foto wel op de feed!

 

Secrets of Antwerp

Sinds oktober 2019 vormt Secrets of Antwerp een collage aan Antwerpse bezienswaardigheden en toeristische trekpleisters, de een al wat bekender dan de ander. Wie de beheerder is van deze pagina is tot hiertoe een raadsel, wel is duidelijk dat het om een mix gaat van eigen foto’s en die van anderen. Dat Secrets of Antwerp de geheime plaatsjes van Antwerpen in the picture zet, is vanzelfsprekend, zo worden maar weinig foto’s begeleid van een locatieaanduiding. Hierdoor is het jammer genoeg wel vaak gissen naar welke plaats of attractie net wordt afgebeeld.

Profielfoto@secretantwerp

 

Profielfoto@antwerpeats_

Antwerp Eats

Erin Hawker is een Britse van Zuid-Afrikaanse origine die in België woont, en is tevens de eigenares van het Instagramaccount Antwerp Eats. Via deze weg ontdekt Erin Antwerpen – zoals ze zelf zegt – "one restaurant at a time". Nood aan inspiratie voor een lekkere lunch of date night? Op de pagina staan haar favoriete hotspots ingedeeld per highlight. Opgepast, gevaar voor grote honger en watertanden!

 

 

 

Benieuwd naar onze redacteur haar favoriete foodbloggers op Instagram? Dan kan je hier terecht.



Humans of UAntwerpen

31/03/2020
podiumpoëzie (© Maria Roudenko | dwars)
🖋: 

Kunstenaar of topsporter, bejaarde of ondernemer, geen enkele soort ontspringt de dans. Je wordt op een dag wakker met de intense drang om je aan Universiteit Antwerpen in te schrijven. Het gevolg: zoveel vreemde vogels dat het uitzonderlijk wordt om normaal te zijn. Elke maand zetten wij een bijzondere student in de kijker.

Als een echte literaire superheldin is Esohe Weyden (21) rechtenstudente by day en een gerenommeerde podiumdichteres by night. Esohe won al tal van wedstrijden met poetryslam, maar nu kunnen we haar vooral zien schitteren tijdens geboekte optredens. Later zou ze graag een carrière als advocate – specifiek in burgerlijk recht – willen combineren met haar poëzie. Dat het niet eenvoudig is om dit allemaal te verwezenlijken, houdt haar niet tegen.

Hoewel het podium nu als een tweede thuis voor haar is, was ze niet altijd even open over haar passie voor taal. “Ik schrijf al zolang ik me kan herinneren in mijn dagboek. Of gedichtjes gebaseerd op mijn favoriete liefdesromans. Lezen en schrijven werd op mijn lagere en middelbare school echter gezien als iets voor losers.” Nu ze ouder en wijzer is, vindt ze het jammer dat ze er destijds niet meer over heeft gesproken. Het duurde tot haar zestiende eer ze op de voorgrond durfde treden. “Door een workshop slampoëzie bij Nederlands, heb ik besloten dat ik dat ook wilde doen.”

de drijfveer 

Esohe schrijft poëzie als een vorm van zelfreflectie. Hierin probeert ze zowel haar negatieve als haar positieve kanten te belichten. "Omdat ik denk dat veel mensen met dezelfde moeilijkheden zitten, vind ik het wel belangrijk dat ik daarover schrijf”, zegt ze. Haar werk maakte de voorbije jaren toch een zekere evolutie door. “Tot ik een jaar of zestien was, was ik heel actief bezig met mijn identiteit. Ik ben half Belgisch en half Nigeriaans, dus op een manier voelde ik me nergens echt thuis”, vertelt ze. Aanvankelijk wilde ze eerder schrijven vanuit een educatief standpunt. Daar is ze intussen vanaf gestapt. “Nu probeer ik eigenlijk gewoon een beter persoon te worden, dat doe ik door te schrijven.”

“Soms denk ik ‘dat wil ik doen’, dan ga ik daar ook de volle 200% voor.” Zo treedt ze niet alleen op, maar verscheen ze vorig jaar als één van de hoofdpersonages in ‘Helden' op Ketnet. Daarnaast kreeg ze een rol in de nieuwste reclame van Dash. “Soms draait het om het belang van representatie, soms zijn het gewoon kleine dingen die ik graag afvink voor mezelf. Nu ben ik op zoek naar een balans. Het volgende wat ik graag zou willen bereiken, is het halen van mijn diploma, maar dat is een ander probleem", lacht ze. 



betweter

31/03/2020
wincest in IJsland (© Witse Beyers | dwars)
🖋: 
Auteur

Het is niet omdat je veel onnozele weetjes kent, dat je een betweter bent. Dat bewijst een van onze redacteurs elke maand door een waanzinnig interessant, ongelofelijk boeiend of verbluffend spannend feit te delen.

Beeld je volgende situatie eens in. Je ouders nemen je mee naar een familiefeest, het gaat om een deel van de familie dat je al lang niet meer gezien hebt. Een beetje verveeld omdat je toch niemand gaat kennen, wandel je naar binnen. Plots stelt je moeder je voor aan een nicht. Je wordt lijkbleek en je maag keert om, bij haar zie je dezelfde reactie. Je mama heeft je namelijk zojuist voorgesteld aan je lief.

Hopelijk klinkt deze situatie je niet bekend in de oren. De kans dat je het voorbeeld van Jaime en Cersei Lannister uit Game of Thrones gaat volgen door je familie te daten, lijkt in België eerder klein. Tenzij incest wincest iets voor jou is natuurlijk. Maar misschien moet je dat dan toch maar achter gesloten deuren houden. In IJsland, echter, is de bevolking zo klein dat de kans dat je per ongeluk iemand van je familie begint te daten wel een behoorlijk stuk groter is. Om je een idee te geven: er zijn meer Antwerpenaren dan IJslanders. Ook de meeste IJslanders kicken niet bepaald op accidentele incest, dus gingen ze op zoek naar een oplossing.

Tinder ken je vast wel, de app waarmee mensen tegenwoordig op zoek gaan naar hun lief. De ÍslendingaApp (IJslander-app) doet bijna het tegenovergestelde. Wanneer je met iemand begint te daten, kan je namelijk op deze app controleren of je niet toevallig familie van elkaar bent. Voor je het weet, zit je relatie er alweer op.

De app maakt verbinding met een gigantische database waar bijna alle IJslanders in voorkomen en is ontstaan uit een wedstrijd onder alle universiteitsstudenten om de database, die al bestond, om te zetten in een app. Dat hij op deze manier gebruikt wordt, is ontstaan uit een grap. Tijdens je date kan je dus snel even op het toilet gaan controleren welke voorouders jij en je date gemeenschappelijk hebben. Kan je er wel een oogje voor dichtknijpen? Of is het toch problematisch dichtbij? Daar kan je tijdens het plassen dan even over nadenken. Je vond al dat ze je wel erg bekend voorkwam...

Wees dus maar blij dat we met meer Belgen zijn en dat de kans dat je hier per ongeluk je familie begint te daten toch een stuk kleiner is. Je hoeft dus geen omgekeerde Tinder te downloaden voor je een relatie kan starten. Het is misschien wel een leuk weetje om straks te vertellen op je volgende date met je zus. Euh, je lief, natuurlijk. Ik bedoelde natuurlijk je lief.



het UAntwerp Climate Action Team

31/03/2020
babystapjes voor het klimaat (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 
Auteur

Een jaar terug was UAntwerpen nauwelijks met klimaat bezig; de klimaatmarsen leken er stilletjes voorbij te trekken. Tot nu. In het voorbije jaar werd het verminderen van je ecologische voetafdruk sterk van binnenuit gepromoot. Plots waren er tekenen van een duw richting klimaatneutraliteit. In de komida duidden ineens stickers de meer bewuste voedingskeuzes aan en het sorteerduo van PMD en Rest op CDE kreeg er met de papierbak een vriend bij. Dat alles werd in gang gezet door het UAntwerp Climate Action Team, een vrijwilligersteam dat het op zich heeft genomen om de klimaatkar te trekken, aangestuurd door een betaalde coördinator: Mariam Al-Bouawad. Nu het project iets meer dan een jaar onderweg is, laat ze ons weten hoe deze plotse stroomversnelling van de groene zaak tot stand is gekomen en waar het team heen wil.

Het Climate Action Team is, bijzonder genoeg, opgestart na een oproep per mail aan alle medewerkers en studenten van de unief. In de mail vroeg Josefine Vanhille, universiteitsmedewerker, wie zich, net als zij, zorgen om de klimaatopwarming maakte. Ze deelde daarbij de wens om als onderwijsinstituut meer vooruitstrevend te zijn op het vlak van duurzaamheid. Tegen haar verwachting in kreeg haar oproep bijval van meer dan tweehonderd personen, medewerkers én studenten. 

Gezien de steun werd besloten om de woorden ook in daden om te zetten. Na de oprichting van het Climate Action Team werden de respondenten in tien werkgroepen onderverdeeld, ieder met een afzonderlijk domein, lopend van afval tot internationaal reizen. Aan het hoofd van elke groep werd een zogenoemde “werkgroeptrekker” geplaatst. Later besloot de universiteit om Mariam als betaald algemeen coördinator van de werkgroepen aan te stellen om de communicatie tussen de werkgroepen en de unief zo vlot mogelijk te laten verlopen. Een duidelijke handreiking van UAntwerpen naar de werkgroepen, die in november vorig jaar nogmaals bevestigd werd toen hun klimaatstrategie gepubliceerd werd met het fiat van de rector.

 

Het draagvlak voor klimaatactie vond de universiteit, niet andersom.

Het draagvlak voor klimaatactie vond de universiteit dus, niet andersom. Maar bij het opstarten was het niet meteen duidelijk naar welke initiatieven de welwillendheid gekanaliseerd kon worden, vertelt Mariam. “Het was duidelijk dat het onderwerp leefde en dat het tijd was om er iets mee te doen. Wat dat 'iets' was, wisten ze nog niet helemaal, maar in de loop van de tijd is dat geëvolueerd.” Die overgang naar meer concrete ideeën werd geholpen door het uitvoeren van een nulmeting om te zien hoe groot de CO2-uitstoot van de universiteit is. Daar bleken twee categorieën de grootste impact te hebben: op de eerste plaats energie en gebouwen, op de tweede plaats transport.

Dat energie en gebouwen bovenaan staan, hoeft niet te verbazen. UAntwerpen beschikt over veel oude gebouwen die minder efficiënt energie verbruiken. Dat transport wordt genoemd, is eveneens geen verrassing: auto’s zijn al langer dan vandaag een doorn in het oog van de groene zaak. Maar de universiteitsgangers die met de auto komen, zijn niet de enigen die daar worden meegeteld, benadrukt Mariam. "Transport is transport in de brede zin, dus ook internationale vluchten die voor conferenties worden geboekt.” Ook is er de wil om met De Lijn te onderhandelen over betere verbindingen tussen de campussen om zo het openbaar vervoer te promoten boven meer vervuilende alternatieven. Of de klimaatgroep daar beter in slaagt dan de federale overheid, blijft natuurlijk de vraag.

Naast de twee grote pijlers zocht het team ook naar kleinere posten waar de CO2-uitstoot teruggeschroefd kon worden. Op de universiteitswebsite staan bij de klimaatdoelstellingen ook lokale initiatieven. Het gaat dan om voor de hand liggende zaken zoals meer natuur op de campus en het hergebruiken van regenwater bij het schoonmaken. Kleine overwinningen tellen immers ook.

 

zo snel mogelijk klimaatneutraal

Tussen alle individuele richtlijnen bij de verschillende werkgroepen is er een groot algemeen doel: UAntwerpen klimaatneutraal in 2030 en fossielvrij in 2050. Is dat niet té ambitieus? Mariam: “Aanvankelijk waren er veel schrikreacties omdat de eerste doelstelling al over 10 jaar was. Daarvoor hebben wij bewust gekozen. Het is een normatieve doelstelling, hoe wij de toekomst van de universiteit voor ons zien, maar het is ook prima als we in 2035 de doelstelling pas behalen. We kozen voor 2030 omdat de universiteit, als kenniscentrum van de maatschappij, eigenlijk verder moet staan dan de rest. We zien dat internationale normen meestal spreken van 2050, maar de universiteit kan en moet het beter doen.” De vraag is dan wel wat de werkgroep precies verstaat onder klimaatneutraliteit. Gaat het hier om het volledig reduceren van de CO2-emissie? Voor een grote instantie als de universiteit lijkt het minder eenvoudig om de uitstoot volledig weg te vagen. “Klimaatneutraal houdt voor ons in dat we de CO2-emissies zover mogelijk reduceren. Er zal ongetwijfeld wat overblijven, maar dat probeer je dan te compenseren door groene initiatieven elders te ondersteunen.”

 

Als het team wil streven naar klimaatneutraliteit, zal er ook een gedragsverandering onder de studenten en medewerkers nodig zijn.

 

Wat opvalt aan de genoemde aandachtspunten, is dat er telkens buiten de lijntjes wordt gedacht. Het project is misschien wel een universiteitsinitiatief, maar de doelstellingen laten zien dat de universiteit en het Climate Action Team het niet bij een paar tastbare groene oplossingen, zoals de stickers in de komida, willen houden. Het Climate Action Team wil ook lobbyen om de infrastructuur te verbeteren en de optie om een deelfiets te gebruiken meer aanwezig maken. Als het wil streven naar klimaatneutraliteit, zal er namelijk ook een gedragsverandering onder de studenten en medewerkers nodig zijn. Die hoopt het met dergelijke initiatieven zo goed mogelijk te faciliteren.

Maar zijn wij als studenten dan verplicht om mee te veranderen? Is bewuster leven niet eerder een keuze? Dat lijkt mee te vallen: wie meer betrokken wil zijn, staat daarin vrij; wie het meer langs zich heen wil laten gaan, heeft die keuze. “Wat wij doen is mensen opties geven. Het gaat er ons niet om mensen van alles te verbieden en voor te schrijven. We willen niet met de boze vinger wijzen. We willen mensen juist bewust maken van hun keuzes en de alternatieven die er daarvoor zijn, want dat is iets waar mensen niet altijd bij stilstaan.” 

Toch willen de werkgroepen meer inzetten op participatie van de studenten die wel graag actief betrokken zijn. Het idee is om kleine projecten op te zetten waaraan enthousiaste studenten kunnen meewerken. “Er is wel de mogelijkheid om mee te denken via de werkgroepen, maar studenten willen vaak eerder aan concrete projecten meewerken. Daarom kijken we ook naar de optie om specifieke casussen aan te bieden waar studenten korte tijd aan kunnen werken. Zo kunnen ze duidelijk laten zien op welke manier ze tot het project hebben bijgedragen.”

 

babystapjes

Als het gaat om daadwerkelijke vooruitgang kan het project het best met één woord omschreven worden: babystapjes. Er is in het begin voornamelijk verkennend te werk gegaan om te indexeren waar het beleid zoal verbeterd kon worden. Langzaamaan begint dat meer vorm te krijgen, hoewel veel zaken nog in de overlegfase zitten. “We zijn nu vooral bezig om een budget en een tijdlijn aan de te implementeren maatregelen te koppelen.”

Hoewel het Climate Action Team de steun van het bestuur geniet, is die financiële steun bij de uitvoering nog een heikel punt. Met doelstellingen als het volledig overstappen op groene energie moet diep in de buidel worden getast om de bestaande energiesystemen te vervangen, maar over hoe dat zal worden opgelost is op de site weinig te lezen. Dat blijkt bewust: omdat de exacte kosten en het budget niet overal even duidelijk zijn. Mariam: “Vaak is het budget al maanden van tevoren vastgesteld. Als wij dan later met een voorstel komen waarvoor geld nodig is, is dat niet altijd beschikbaar. Daarmee moet dan heen en weer geschoven worden. Aangezien we in de beginfase van het project zitten, moeten we nog kijken wat alles kost en waar we de prioriteiten leggen. Dus het zijn wel dingen waar we tegen aanlopen, maar het is nog vroeg.”

Een tweede obstakel is dat er naast de ver van tevoren vastgestelde budgetten al lopende contracten zijn met bijvoorbeeld schoonmaakbedrijven, waardoor nieuwe eisen over een meer gevarieerde recycling moeilijk onmiddellijk in te voeren zijn. “Als je contracten hebt die pas over een paar jaar verlopen, is het lastig om die op de schop te nemen. De vraag is dan ook of je de ruimte hebt om die overeenkomsten te wijzigen.” Voordat er op gebied van onder meer afval en energie dus iets gedaan kan worden, moet ook over deze papieren horde worden gesprongen.

Hoewel er nu slechts babystapjes zijn gezet, lijkt het klimaatactieplan een lang leven beschoren. Op het UAntwerp Climate Action Team staat alvast geen einddatum, het klimaatwerk houdt immers ook niet op. Of we in de toekomst allemaal op de deelfiets op weg zijn om een vegetarische salade op te halen valt nog te bezien, maar de ambitie is er in ieder geval. Nu nog de uitvoering.



het laatste woord

31/03/2020
anakoloet (© Amber Peeters | dwars)
🖋: 

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘anakoloet’.

Een anakoloet is een zin, waarin vrijheid zegeviert over grammaticale dictatuur – zoals men in de spreektaal voortdurend zonder het zich aan te trekken, en in de poëzie zich gelukkig ook nog af en toe veroorlooft – en toch, er is een prijs voor die vrijheid; riskeer je niet je lezers te verwarren, die delicate taalneuzen van lezende liefhebbers van de virtuoze pen, hoewel, helaas, ik moet bekennen dat de romantiek wederom het onderspit delft voor de opmars van de technologie aangezien de auteur dezer spinsels heden – zij het voor u in het verleden – niet de geraffineerde elegantie van een gouden vulpen of het zachte krassen van een potlood, maar wel het geratel van een mechanisch toetsenbord misbruikt om onafgewerkte zinnen aan elkaar te rijgen als goedkope kralen – dat kan toch zo charmant zijn; zorgvuldig uitgekozen, veelkleurige plastieken parels aan een touwtje en de mooiste schelp van de vakantie aan zee als centrale trofee, ach, je geest gaat zo snel dwalen als je herinneringen ophaalt aan zwoele zomerdagen en wat gemeen van me om dan terug te komen op een lelijk woord als anakoloet, want daar hadden we het per slot van rekening toch over en uiteraard doe ik het opzettelijk; een anakoloet komt weleens voor bij het neerschrijven van een vrije gedachtegang, in literaire kringen noemt men dat een stream of consciousness, waarvan deze schrijfsels zoals u wel begrijpt een illustratie trachten te zijn, waarop je je kan gaan afvragen of ook zelfreferentie een anakoloetische evergreen – als je verwijst naar zelfreferentie, is dat zelfzelfreferentie of zelfreferentiereferentie of verveel ik u met deze krampachtige kronkels – uiteindelijk moet ik toegeven dat het merendeel van deze getormenteerde tekst strikt genomen niet de perfecte illustratie is vermits een anakoloet niet, zoals u door mijn schuld misschien verkeerdelijk gedacht had, een veel te lange zin is, maar een incoherente aaneenzetting van zinsdelen en ik wou het u besparen bij elke komma, voegwoord of gedachtestreepje dergelijke sprong te maken, de gedachten van de lezer zijn de speelbal van de schrijver en die verantwoordelijkheid valt me zwaar, maar lees zeker eens James Joyce, Virginia Woolf of Ivo Michiels mocht deze stijl je intrigeren, nee, niet irriteren, wat vervelend als je jezelf verkeerd verstaat in een interne monoloog en dat is geen goede reclame voor deze uitmuntende schrijvers, wie ben ik ook om hen te beschuldigen van anakoloeten dat zou impliceren – wel, het griekse ἀνακόλουθον betekent, oh misschien beheerst niet iedereen het Griekse alfabet, goed; het griekse anakólouthon kan je vrij vertalen als 'wat niet volgt' en in de logica mag dat dan een misdaad van de hoogste orde zijn, in de letteren is het hooguit irritant – wat zeg ik, denk goed na voor je onsamenhangende zinnen gaat construeren onder het mom: 'Het is een stijlfiguur!', nochtans kan ik mijn enthousiasme moeilijk onder stoelen banken steken, en hoe meer je het zegt, grappiger gaat het klinken: anakoloet!



blikopener

31/03/2020
de bizarre wereld van de quantummechanica (© Hanne Collette | dwars)
🖋: 

Op de allerkleinste schaal gedraagt materie zich niet zoals je intuïtief zou verwachten. De wetten van Newton gaan hier niet meer op en je kan zelfs niet exact berekenen waar een deeltje zich bevindt of hoe snel het beweegt. Dit is het domein van de quantummechanica; het vreemde gedrag van materie op deze schaal is een bron van veel verwarring, maar ook meer en meer de basis voor spectaculaire nieuwe technologieën. dwars vroeg Jacques Tempere van onderzoeksgroep TQC, Theory of Quantum and Complex systems, wat 'quantum' nu juist betekent en waar zo'n onderzoeksgroep in de theoretische fysica zich zoal mee bezighoudt.

De onderzoeksgroep van professor Tempere is gespecialiseerd in zogenaamde bose-einsteincondensaten. Dat is een compleet aparte toestand waarin materie zich kan bevinden, naast de bekende vast, vloeibaar en gas. Deze aggregatietoestand werd al ongeveer een eeuw geleden voorspeld door Albert Einstein, maar kon pas de laatste decennia in laboratoria bereikt worden. De moeilijkheid is dat zo'n condensaat of quantumgas normaal pas voorkomt bij extreem lage temperaturen, vlakbij het absolute nulpunt. De gekste quantummechanische eigenschappen zie je meestal alleen bij enkele deeltjes, zoals een elektron dat tegelijk omhoog en omlaag draait ('superpositie') of twee deeltjes die op afstand magisch met elkaar verbonden lijken te zijn, zodat het ene altijd precies doet wat het andere doet ('entanglement'). In een bose-einsteincondensaat gaat een heel wolkje atomen tegelijk quantumeigenschappen vertonen.

Je kan een atoom best niet bekijken als een knikker, maar eerder als een soort golfje. In een normaal gas vliegen ze in een vrolijke chaos alle kanten op. In een quantumgas gaan die golfjes elkaar overlappen, wat ze tot coherentie dwingt. Ze gaan als het ware in de pas lopen met de coördinatie van een militaire parade. Daardoor gaat de hele groep zich bijzonder vreemd gedragen. Wanneer je twee quantumgassen samenbrengt, gaan ze niet mengen zoals je zou verwachten, maar wel interfereren. Wanneer golven tegen elkaar botsen, zie je dat waar de hoogste golven elkaar raken er een nog hogere golf ontstaat, maar waar een hoge golf een dal raakt, doen ze elkaar teniet. Iets gelijkaardigs zien we hier: de twee condensaten gaan lagen vormen. Pannenkoeken van materie met ertussen leegte waar de materie elkaar tenietdoet.

 

van theorie tot technologie

Dat lijkt allemaal nogal ver verwijderd van onze leefwereld. De toepassingen van deze theorieën komen nochtans steeds dichterbij. Supergeleiders, een ander quantummateriaal, worden nu al gebruikt om bijvoorbeeld supersnelle treinen te laten zweven over het spoor. Quantumcomputers worden momenteel getest en als die goed genoeg worden, zouden ze potentieel de huidige beveiliging van onze computers kunnen kraken, maar ook meteen nieuwe, sterkere beveiliging mogelijk maken. Aan deze technologische innovaties gaat een hoop onderzoek vooraf. Zowel experimenteel, om deze vreemde stoffen te proberen aanmaken en manipuleren, als theoretisch onderzoek, om het gedrag van die stoffen te beschrijven en te voorspellen. Dat is wat hier aan UAntwerpen gebeurt.

Hoe ziet zo'n onderzoek in de theoretische fysica er dan precies uit? Professor Tempere stelt het humoristisch voor: "Een theoretisch fysicus zet cafeïne om in formules." Uiteindelijk bestaat het grootste deel van zijn of haar werk uit wiskunde. Bij TQC wordt vaak gewerkt met een wiskundige techniek, genaamd padintegralen, die hen in staat stelt om toch met de onzekerheid van de quantumwereld te gaan rekenen door een soort gemiddelde te nemen van alle verschillende mogelijkheden. Omdat dit hele onderzoeksdomein nog relatief nieuw is, kunnen er niet gewoon formules uit een handboek geplukt worden, zoals we dat met de wetten van Newton kunnen doen. De onderzoekers stellen nieuwe formules op die verklaren wat in een experiment gebeurt of die de uitkomst van een experiment kunnen voorspellen. Er is dus ook steeds interactie met experimentele fysici. Er zijn momenteel zelfs plannen om in samenwerking met UGent een eigen experimentele groep op te richten om voor het eerst in België een bose-einsteincondensaat te maken.

 

Belgische band

België heeft immers al lang een band met de quantummechanica. Op de Solvaymeetings in Brussel komen al sinds 1911 de knapste koppen uit de natuurkunde samen om de nieuwste ontwikkelingen in hun wetenschap te bediscussiëren. Dat was de gelegenheid voor mensen als Marie Curie, Niels Bohr, Max Planck en Albert Einstein om de toentertijd gloednieuwe quantumtheorie te bespreken, nog voor die algemeen aanvaard was. Het is ook daar dat hevige discussies woedden over hoe we de vreemde wereld van de quantummechanica moesten interpreteren. De wiskundige formules geven dan wel goede resultaten, maar hoe zetten we dat om in een wereldbeeld? Volgens professor Tempere zijn die discussies nog altijd niet beslecht. Hij haalt een laatste bedenking aan: "In de quantumwereld kan een systeem in superpositie zijn van twee toestanden, zoals de bekende kat van Schrödinger die, verborgen in een doos, tegelijk levend en dood is, tot er een meting gedaan wordt waardoor de superpositie stopt en de kat gewoon levend of dood is. Meestal zegt men dan dat het openen van de doos als een meting geldt en de kat op dat moment dus ofwel levend ofwel dood moet zijn. Maar volgens de quantummechanica kom je, als je die doos opent, mee in superpositie. Een blije versie van jezelf omdat de kat nog leeft en een ongelukkige versie omdat de kat dood is. Wat geldt dan juist als een meting die ervoor zorgt dat het systeem in een bepaalde staat komt? We kunnen dat wel herkennen als het gebeurt, maar wat het juist is, weten we nog niet."



poëzie

31/03/2020
verloren (© Witse Beyers | dwars)
🖋: 

Zie je niet
Dat ik verdriet

Hoor je niet
Dat ik niet weet

Voel je niet
Dat ik niet voel

Dat ik verloren ben



de dolle mina

31/03/2020
de (d)war(s) on drugs (© Sophie Van Reeth | dwars)
🖋: 

Het zijn vreemde tijden voor studenten. De einzelgänger die zichzelf bewust isoleerde, wordt nu vergezeld door de sociale vlinders, gevangen net voor de lentekriebels. Eenzaamheid wordt ons voortaan opgelegd. De introvert denkt nu wel twee keer na over zijn afkeer van sociaal contact. Eigenlijk was het toch wel veel leuker om alleen te zijn toen dat nog een persoonlijke keuze was. Zelfs de eenzaat zou er haast gek van worden. Tegenstrijdig terugmijmeren naar tijden die eigenlijk niet zo fijn waren, maar nu toch enigszins aanlokkelijk lijken, of hervallen in de existentiële crisissen van voorheen – de gekte is onze oude vriend. Ruimdenkend, mild misnoegd en nostalgisch, neemt de Dolle Mina jullie mee naar enkele geesten uit het verleden. Was het vroeger wel echt zo veel beter? 

Op woensdag 11 maart bevond ik me voor het eerst in lange tijd op café op de Groenplaats. De cafés waren nog open, de gedoogde Antwerpse drugshandel floreerde en de overheid meende nog steeds dat we ons heus geen zorgen moesten maken om COVID-19. Tussen de munttheetjes, de doordringende geur van Marlboro-sigaretten en enkele ludieke anekdotes van mijn vriendinnen door werd ik teruggevoerd naar juli 2018.

Het was een prille zomerochtend, rond een uur of drie. Ik was blijven slapen op de zetel bij een aantal vrienden die samen op kot zaten, maar ik was nog klaarwakker. De beste vriend van een van de jongens die daar op kot zat, kwam de kamer binnen en vroeg me of ik met hen iets wou gaan drinken. Het was drie uur ’s ochtends, waardoor ik natuurlijk niets beter te doen had. Waarom niet? Niet veel later trokken we met z’n drie de stad in. 

Ik merkte al snel dat we een omweg maakten en aanbelandden in een ietwat verdacht uitziend steegje. Het pad was donker en het flikkeren van de straatverlichting verderop viel me net dat tikkeltje harder op dan anders. Hoewel het op dat uur was afgekoeld, bleef er een klammig gevoel hangen. Er kwam een jongeman uit de schaduw met de vraag of we nog pillen nodig hadden: "Ik heb net een nieuwe voorraad, vriend. Als jij nog iets nodig hebt, laat het me maar weten, hè!" riep hij tegen een van de jongens. Een Strepsils was welkom geweest – ik had een beetje keelpijn – al kan ik vermoeden dat het helaas niet over keelpastilles ging. Eenmaal dichter bij de Groenplaats verdween hij opnieuw en werd me verteld dat deze speciale meneer naast een lucratief handeltje in ‘pillen’ een vriendin had die hij zo nu en dan ‘verhuurde’, wat dat in godsnaam mocht betekenen.

Op de Groenplaats stond een grote zwarte auto met verduisterde ruiten geparkeerd. De beste vriend van de eerder vernoemde kotbewoner sloeg de autodeur achter zich dicht. Enkele minuten later stapte hij uit met een indrukwekkende stapel geld in zijn binnenzak. Ik maakte kort oogcontact met Rubens, die zoals altijd met een zekere elegantie in het midden van het plein stond te pronken. Wat zou hij hier nu van denken? 

De tijd om iets te gaan drinken was eindelijk aangebroken, dus stapte ik nogal beteuterd een van de cafés binnen. De jongen die net zijn zakcentje had gekregen, werd met open armen ontvangen door de mensen die aan het werk waren. We werden binnen de minuut bediend en moesten achteraf niet betalen voor onze mojito. "Jou laten we niet betalen hoor, mattie!" Excuse me, what the fuck? Het voelde lang niet zo glamoureus aan als de taferelen in maffiafilms. De sfeer was grauw, de mannen onaantrekkelijk en ik had lang niet genoeg diamanten om mijn nek om dergelijke deviante bezigheden oké te vinden. Het had meer weg van een scène uit een roman van Dirk Bracke, waardoor ik me nog steeds afvraag hoe ik daar überhaupt beland ben. 

Wat destijds aanvoelde als een verschrikkelijk gevolg van het hebben van foute vrienden, is nu gelukkig niet meer dan een vage herinnering en een problematische anekdote. Tot op heden vraag ik me af of ik effectief mee drugs ben gaan leveren. Hoewel het een grappige ijsbreker is in bepaalde kringen, weerhoudt het me ervan om nog vrijwillig op de Groenplaats te komen. Op 11 maart begon er een man tegen mijn vriendinnen en mij te praten en verkondigde hij doodleuk dat hij een drugsdealer was. Intussen zag ik de beste vriend van die jongen waar ik nu geen contact meer mee heb, rond het café zwermen, steeds met andere mensen. Misschien had ik gewoon eens vunzig in hun richting moeten hoesten. 

Op zulke momenten razen er een aantal vragen door mijn hoofd: In hoeverre heb ik iets strafbaars gedaan? Kan ik medeplichtig zijn als ik niet wist wat er juist gaande was? Het voornaamste waar ik me echter vragen bij stel is het volgende: waar was de politie wanneer dit zich allemaal afspeelde? En misschien belangrijker: er was niets subtiels aan wat er daar gaande was, dus wie verdiende er allemaal een centje bij door een oogje dicht te knijpen? 

Misschien zal ik het nooit weten, eigenlijk is het mijn taak niet om op zoek te gaan naar die antwoorden. Als ik dan toch moet kiezen, hou ik het voortaan alleszins liever bij milde overtredingen. Zo nu en dan steek ik de straat bijvoorbeeld over wanneer het licht op rood staat, terwijl ik grap over hoe ik ‘gevaarlijk leef’. In alle eerlijkheid zit ik toch liever thuis, mijn thee is tenslotte beter dan die op café.



er waait een nieuwe wind in Antwerpen

31/03/2020
feminisme nieuw leven in geblazen (© Sophie Van Reeth | dwars)

Wie zich eens goed wil verdiepen in onderwerpen als body positivity en glazen plafonds, hoeft niet langer ver van huis te gaan: feministische initiatieven verspreiden zich als een lopend vuurtje over Antwerpen. Jongvolwassenen zetten in de hele stad exposities en discussies op, elk over een ander thema. Kortom: de problemen die de beweging wil aankaarten, worden alsmaar diverser, waardoor het feminisme zich niet meer zo eenvoudig laat duiden. Wie zijn die hedendaagse feministen? Welke boodschap dragen ze uit? En bovenal: hebben we ze nog steeds zo hard nodig als vroeger? Op zoek naar antwoorden bezochten we Collectief Positief, Femmeniste en Girls on Film, drie feministisch getinte organisaties die evenementen in 't Stad hielden. We voelden de organisatoren aan de tand en plaatsten ze in een breder perspectief met professor Petra Meier, decaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen op UAntwerpen en deskundige op het gebied van gendergelijkheid.

Het recht op de vrouwelijke zelfbeschikking heeft van ver moeten komen. Hoewel in bijna heel de westerse wereld vrouwen en mannen nagenoeg gelijk zijn voor de wet, zijn lang verzwegen verhalen over seksuele discriminatie op de werkvloer volop in het nieuws, steekt de discussie over abortus weer de kop op en is de strijd over de rol van de vrouw in het gezin nog altijd niet voorbij. De problemen rondom gelijkheid evolueren, en het feminisme verandert mee: "Er is een vorm van activisme, waarbij bepaalde thema's en issues duidelijk op de kaart gezet worden. Deze vorm zie je vaak onder jongere mensen en niet eens noodzakelijk vrouwen. Het gaat dan ook over gender, masculiniteit, identitaire kwesties, queer, intersekse… erg brede onderwerpen", aldus Petra Meier. 

Dat zie je ook terug bij Collectief Positief, een organisatie die in november is opgericht door Nina Van Eekert, Jolien Lauwers, Margo Lauwers, Eli Driessens en Louise Vrints. "Ik denk dat wij alle vijf wel feministen zijn in ons hart, maar onze organisatie is niet feministisch. Wij willen vooral maatschappelijke thema's die vaak negatief bekeken worden, toch in een positief daglicht stellen." Dit jaar is dat thema vrouwenbesnijdenis: door middel van het verkopen van prenten, gemaakt door Antwerpse kunstenaars, wil Collectief Positief geld ophalen om meisjes in Kenia hulp en educatie te bieden. De visie die Collectief Positief op activisme heeft, lijkt kenmerkend voor het feminisme van vandaag. "Wat je nu ziet, is dat veel initiatieven bottom-up, lokaal of door een paar enkelingen samen opgezet worden en die doen ‘iets’, zonder dat ze zichzelf per definitie zien als een belangrijk onderdeel van 'de vrouwenbeweging'", legt Petra Meier uit. Daarmee zet ze de nieuwe bewegingen in contrast met de vorige generatie, die meer geïnstitutionaliseerd was.

 

kunst, zinnig?

Nu de institutionele vormen van feminisme op de achtergrond zijn getreden, lijkt er dus een bonte mengeling te ontstaan; verschillende stemmen en verschillende ideeën, zonder de overtuiging dat er maar een antwoord bestaat op de gendervraagstukken. Met zo’n brede benadering lijkt één medium het middel bij uitstek: kunst. Ook binnen de Antwerpse organisaties zijn er gemengde doelen en standpunten. Femmeniste draagt het bewijs ervan in haar naam. Joanna Aleksandra Rak, een vrouw met passie voor schrijven, feminisme en vechtsport, richtte dit kunstcollectief op, dat de gemengde doelen en standpunten zelfs in zijn naam meedraagt: “Het Franse woord voor vrouw, ‘femme’, maar ook het woord ‘men’ staat erin." Femmeniste startte als een groep vrouwen die via kunst hun zeg wilden doen over body positivity, sexual harassment en andere taboe-onderwerpen. Sinds hun oprichting in 2017 is het thema echter steeds breder geworden. “Dit jaar draait onze grote expo rond ‘boys don’t cry’, waarin we ons juist toespitsen op de genderstereotypes bij mannen," legt Aleksandra verder uit. “Mannen uit alle uithoeken van de wereld lieten mij weten dat ze eraan wilden meewerken en dat er echt nood is aan het tonen van die kant van mannen.”

 

Met zo’n brede benadering lijkt één medium het middel bij uitstek: kunst.

 

Dat kunst een goed startpunt is voor een dialoog, beaamt Aleksandra. “De opvatting blijft altijd open, waarmee een veiligere omgeving ontstaat om over taboes te spreken.” Petra Meier wijst op nog een andere reden dat de creatieve sector nu een kweekplaats is voor feministische thema’s: “Net als de sportwereld is de kunstsector een wereld waarin er heel lang veel fout is gegaan, bijvoorbeeld door genderstereotypering, maar ook op het vlak van hiërarchie en machtsverhoudingen. We zien de laatste jaren dat mensen binnen de kunstwereld activistisch of creatief met die problemen bezig zijn.”

 

een andere lens

Feminisme is dus veelzijdiger, maar daardoor ook meer gefragmenteerd. Toch hoeft het geen zwakte te zijn dat verschillende perspectieven aan het woord komen. Petra Meier vat het in een tegenstelling samen: “Sommige dingen worden sterk als je ze politiek aanklaagt, zoals bij verkrachting en abortus. Sommige dingen worden juist sterk als je er met veel toeters en bellen aandacht voor vraagt.” Met andere woorden: het stopt niet bij de rechten van vrouwen. De pluralistische aanpak boort een andere vorm van emancipatie aan. “Verschillende groepen vrouwen kunnen hun stem laten horen en dat is soms belangrijker dan gezamenlijk iets zeggen dat in de ogen van een bepaalde groep het ‘enige juiste’ is.”

 

Sommige dingen worden juist sterk als je er met veel toeters en bellen aandacht voor vraagt.

Niet alleen verschillende groepen komen door de artistieke insteek boven water. Er verschijnt nog iets anders in de spotlight dat eerder op de achtergrond bleef: de vrouw als individu. Bij Girls On Film, twee jaar geleden in het leven geroepen door Sofie Van Der Vreken, Chiara Candaele en later ook Eline Van Hooydonck, draait alles om het vrouwelijk perspectief, zowel op als achter de schermen. Sofie en Chiara vertellen hoe ze geïnspireerd werden door literatuur waarin de vrouwelijke blik op de wereld steeds meer naar de voorgrond trad. “We merkten dat dat eigenlijk niet met film gebeurde", vertelt Chiara. “Er zijn in de afgelopen decennia zó veel mooie films over vrouwelijke thema’s gemaakt en door vrouwen geproduceerd, maar op de een of andere manier lijken die de spotlight te missen.” De films die gescreend worden, gaan altijd samen met een introductie door een gastspreker. Het publiek van Girls On Film is net als de films divers en niet altijd op feminisme gericht, maar de organisatie en de sprekers reiken een lens aan om op een andere manier naar de films te kijken. Zo vertelt Chiara dat de sprekers die zelf ook films voorstellen, vaak met films komen die Chiara en Sofie zelf niet direct als feministisch beschouwd hadden. "Afgelopen jaar hebben we bijvoorbeeld Sister Act gescreend", vertelt Sofie. Deze film is toen door de Vlaamse comédienne Soe Nsuki voorgesteld, omdat het een van de weinige films uit haar jeugd is waarin een zwarte vrouw de hoofdrol speelt én op een niet-lijdende manier aan bod komt.

 

stoere krijgers die met auto’s spelen

Dat er nog genoeg te doen is voor de nieuwe lichting feministen mag duidelijk zijn. Terwijl hun activiteiten toenemen, neemt de omvang van nieuwrechtse groepen ook toe, soms met een promotie van traditionele familiewaarden tot gevolg. Is de angst dat de vrijgevochten vrouw zich weer moet beperken tot het zorgzame moederfiguur reëel? Petra Meier vindt van wel: "Je ziet het ook bij hoogopgeleide mensen, de intellectuele elite waartoe wij als academici ook behoren. Wat je daar allemaal hoort aan clichématige en ondoordachte ideeën is onvoorstelbaar." Dit blijft niet alleen beperkt tot een idee: Femmeniste heeft bij haar evenementen ook bezoekers gehad die met voorbedachten rade kritiek kwamen leveren. "In discussie gaan met zulke mensen, die met oogkleppen op naar een expo komen om kritiek te leveren, is eigenlijk zonde van de tijd", vindt Aleksandra. Daarom is het volgens haar ook belangrijk om niet alleen op de vrouwelijke kant in te gaan: "Wij willen dat mannen ook gewoon als mens worden gezien, niet alleen als de stoere krijger die alleen maar met auto's mag spelen." 

 

Wat je allemaal hoort aan clichématige en ondoordachte ideeën is onvoorstelbaar.

 

Dat feminisme voor alle partijen emancipatorisch kan werken, betekent niet per se dat er altijd alleen winnaars zijn. “Soms is het wel zwart-wit,” verklaart Petra Meier, “als je maar één plek hebt en twee kandidaten, dan kan er altijd maar één die plek opvullen.” Terwijl de nieuwe generatie activisten dus vooral naar een open debat streeft, waarin individuele stemmen een plaats krijgen, blijven ook gelijke kansen en andere thema's die in de vorige feministische golven centraal stonden relevant. Het standaardbeeld van 'de feminist' als een op straat roepende Dolle Mina klopt dus niet voor de nieuwe lichting.

De nieuwe organisaties laten een totaal andere, maar duidelijke boodschap achter: het feminisme van vandaag helpt langs alle kanten met het verwijderen van clichés en taboes. Petra Meier ziet dat ook als absoluut speerpunt: "Als er één grootste ambitie moet zijn, is dat de ambitie dat de positie van vrouwen in het meervoud én mannen in het meervoud beter wordt. Als je clichés over vrouwen de wereld uit helpt, werk je ook clichés over mannen de wereld uit. Het hele 'wij-zij-denken' is nogal beperkend." Als voorbeeld haalt ze de zorgsector aan: "Als je het stereotype dat de zorgsector een vrouwensector is weghaalt, werk je ook meteen het stereotype dat alle mannen die daarin werken watjes zijn, de wereld uit." Wie weet spoelt deze nieuwe golf dus veel slechte gewoontes weg en maakt ze daarmee voor iedereen nieuwe wegen vrij.