01/04/2003
🖋: 

Een week lang werd er gepatrouilleerd, werd er verzetsradio gemaakt, werd er bericht over oorlogsslachtoffers, werd er kortom getracht toch nog even langer stil te staan bij oorlog, agressie en geweld dan het gebruikelijke, begrijpende knikje.

Alle registers werden opengetrokken om ‘de student’ te bereiken: van een kwis tot een solidariteitsmaal, om te eindigen bij een TD. Hoewel de meridiane zatzak waarschijnlijk geenszins besefte dat hij aan het drinken was op de gezondheid van de Balkanactie, steunde hij toch maar de wederopbouw van een door burgeroorlog gemismeesterd gebied. Hij was zelfs in de mogelijkheid om het opzet en de werking van de Balkanactie zelf te ontmoeten. Dat was dan weer het opzet van radio bombombombardement, 87.65 FM. Een veritabel radiostation voor een week waar de verschillende onderwerpen meer uitgebreid aan bod kwamen. Het organiserende USOS had tevens een weddenschap afgesloten met ‘de proffen’. De pikken van deze vogels moesten een schoon getal overschreiden alvorens de geleerden hun beurs zouden openen ten voordele van het goede doel. Het dartsen bleek een topsport binnen de sector van de ontwikkelingssamenwerking.

 

Propaganda werd er ten overvloede gemaakt, met dichtende zandzakjes voorop. In zoverre dat men zich genoodzaakt zag een discussie te organiseren over de rol van propaganda in oorlogsvoering. De uitkomst was vrij ontnuchterend: alle kampen verspreidden dusdanig veel propagandistische berichten dat de objectiviteit van eender welk medium in vraag kon worden gesteld. De miserie wordt in oorlogstijd immers evengoed gecamoufleerd als de Agora dat tijdens de awareness-week was.



01/04/2003

Het idee van een meer theoretische opleiding die betrekking heeft op films broeit al lang in onze samenleving. "Vanaf het moment dat ik hier werkte, kwamen er studenten aan mij vragen of je ergens filmstudies kunt volgen", zegt Luc Pauwels, professor aan de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen. "Vroeger bestonden er opleidingen waarin het medium gedeeltelijk aan bod kwam, maar deze opleidingen zijn in de loop van de jaren een stille dood gestorven." Een echte opleiding Filmstudies is er in Vlaanderen dus nooit geweest. Maar daar komt nu verandering in…

Take 1

Vanaf oktober 2003 kunnen alle geïnteresseerde filmliefhebbers hun honger komen stillen aan de UA. Alle geïnteresseerden? Wel, toch bijna. Aangezien het om een GAS-opleiding (Gediplomeerde Aanvullende Studie) gaat, zullen enkel universitair opgeleiden en mensen met een diploma hoger onderwijs lange type (HOLT) toegelaten worden. Na de hervorming van het onderwijs (de u allen welbekende BaMa-structuur), zal de opleiding aangeboden worden aan alle studenten die reeds een academisch bachelor-diploma op zak hebben. Het aantal toekomstige filmcritici, onderzoekers in de beeldcultuur, enzovoort wordt beperkt tot 50 à 60. Indien het aantal inschrijvingen deze limiet overschrijdt, zal de toegangsdrempel verhoogd worden. De filmliefhebbers worden dan gevraagd een CV en een motivatiebrief in te dienen. Vooral deze laatste zal doorslaggevend zijn bij de selectieprocedure. Voorkennis is dus geen vereiste, een gezonde dosis motivatie volstaat.

 

Take 2

De opleiding Master in de Filmstudies en Beeldcultuur zal voornamelijk van theoretische aard zijn. Hierbij wordt uiteraard niet voorbijgegaan aan de essentie van de richting: de film op zich. Naast deze theoretische basismodule kunnen studenten zich van hun creatieve kant laten zien in één van de aangeboden seminaries. Professor Pauwels benadrukt dat het niet de bedoeling is dat de studenten leren regisseren noch monteren. Deze technieken worden reeds aangeboden door verschillende hogescholen in Vlaanderen en het is allerminst de bedoeling deze richtingen voor het hoofd te stoten. Bij de nieuwe opleiding draait het vooral om filmwetenschap en inzicht in diverse soorten beeldmateriaal. Na enkele jaren zou de studie verder uitgebreid kunnen worden naar het domein van onder andere televisie, non-fictie-films en stripverhalen.

 

Het merendeel van de colleges zal gegeven worden door externen die zich reeds lange tijd bezighouden met het medium film. Ook enkele professoren van eigen bodem zullen zich engageren voor deze nieuwe studie. Laatstgenoemden werden onder andere gecast uit de faculteiten Letteren & Wijsbegeerte en Politieke & Sociale Wetenschappen.

 

De lessen zullen in de eerste plaats gegeven worden op het UFSIA. Daarnaast zullen er waarschijnlijk ook lessen doorgaan in de zalen van het Filmmuseum – daar gaat de monopoliepositie van Leuven – en in het Museum voor Fotografie aan de Waalse Kaai. Het voordeel hiervan is dat men een directe toegang zal hebben tot zowel oud als recent beeldmateriaal.

 

Take 3

Het concreet programma bestaat uit twaalf vakken waarvan acht algemene, twee keuzevakken, een seminarie en een thesis. De duur van de opleiding is in principe een jaar maar kan gespreid worden over een periode van twee jaar. De lessen worden gegeven in dagonderwijs, maar de mogelijkheid bestaat dat er enkele vakken gegeven zullen worden in de zogenaamde schemerzone, tussen 17u00 en 19u00, zodat ook de werkende medemens de mogelijkheid krijgt enkele cursussen mee te pikken.

 

Om een beter idee te krijgen van wat de vakken effectief inhouden, geven we nu even een snapshot uit het vakkenpakket. Wat dacht je van de volgende vakken? Cultuur- en mediatheorie (basisvak), een overzicht van cultuursociologische benaderingen en een analyse van de media met aandacht voor onder andere de spektakelmaatschappij, tv-cultuur, cybercultuur en hoge versus lage cultuur. Bovendien worden processen zoals modernisering en postmodernisering besproken. Enig idee wat McDonaldisering is?

 

Film en literatuur (keuzevak), een vak dat betrekking heeft op het onderzoek naar de vertaalbaarheid van het ene tekensysteem in het andere. Vervolgens wordt aandacht besteed aan de wisselwerking tussen film en literatuur, wordt geanalyseerd hoe men een geschreven tekst filmisch vertaalt en wordt de vraag gesteld hoe cineasten inspiratie zoeken bij schrijvers. Zouden Romeo en Juliette ook van de partij zijn? Audiovisuele vertaling en ondertiteling (seminarie), een seminarie dat bestaat uit twee luiken: een theoretisch en een praktisch. Eerstgenoemde heeft betrekking op onder andere de verschillende vormen van filmvertaling en de historisch-ideologische achtergrond. Het praktische gedeelte is gewijd aan ondertiteling: de studenten mogen zelf aan de slag. Ook Fransen, Duitsers en Portugezen zijn welkom.

 

Take 4

Aangezien de belangstelling voor de opleiding erg groot is, werd dit jaar reeds een postacademische vorming (PAVO) georganiseerd. Deze inleidende cursus bevatte vier vakken die ook volgend jaar opnieuw aan bod zullen komen. De dertig studenten die zich reeds inschreven zonder dat de richting gepromoot werd, hebben voor deze vakken alvast een vrijstelling op zak.

 

Take 5

Voor meer informatie omtrent de opleiding Master in de filmstudies en beeldcultuur kan u binnenkort even inzoomen op de UA-webstek (het u allen welbekende www.ua.ac.be). Ook zullen er in de nabije toekomst folders beschikbaar zijn en zal de studie voorgesteld worden op een info-avond.

 

Cut

Wij danken professor Luc Pauwels voor de medewerking en informatie.



01/04/2003
🖋: 
Auteur extern
Veerle Van den Broeck

Theater met kinderen is niet altijd even gemakkelijk. Het is "helemaal anders en verschietelijk", aldus actrice Sien Eggers in een interview naar aanleiding van Aangesproken, de as en de boter, een stuk waarin één van haar collega-actrices – jawel – een jong meisje was. Kinderen zijn immers geen volwassen acteurs en kijken vaak helemaal anders tegen het fenomeen theater aan. Toch zijn er veel toneelgezelschappen voor kinderen en jongeren. Eén ervan is ‘Stromend Water’ uit Borgerhout.

‘Stromend Water’ richt zich op kinderen en jongeren tussen acht en zesentwintig uit alle lagen van de bevolking. Het gezelschap bestaat ondertussen negen jaar en in die tijd is het aantal spelers gestegen van zeven naar tachtig. Omdat ze met zovelen zijn, worden ze in drie groepen onderverdeeld. De jongste acteurs (van acht tot twaalf jaar) zijn ingedeeld in vier ‘WoelWaters’, toneelgroepen die best te vergelijken zijn met buurtgezelschappen. Kinderen uit Berchem, Borgerhout, Dam of Stuivenberg krijgen immers de mogelijkheid dicht bij huis, vaak in hun eigen wijk, toneel te spelen. De tieners (tot vijftien jaar) zijn verenigd in ‘VuurWaters’. Zij komen enkel samen in Stuivenberg en zijn minder wijkgebonden. De oudsten (van zestien tot zesentwintig) vormen ‘Ogazeuz’ en zijn als jeugdwerking aan het Toneelhuis verbonden.

 

‘Stromend Water’ is dus eigenlijk meer dan zomaar theater maken met kinderen en jongeren, zo licht Johan Buytaert, artistiek leider van dit gezelschap, toe: het is een zogenaamd socio-artistiek project. Zo’n project heeft niet alleen een afgewerkt product, maar ook een maatschappelijk doel voor ogen: de begeleiders proberen hun doelgroep tijdens het productieproces nog iets extra bij te brengen, vaak sociale vaardigheden, zoals op tijd komen, je volledig inzetten, durven, volhouden … ‘Stromend Water’ wil ‘hun’ kinderen stimuleren om niet alleen met mensen uit hun eigen buurt op te trekken, maar ook met anderen. Daarom komen de oudere groepen niet meer in hun eigen wijk samen, maar op een centraal gelegen plaats. Verder ligt bij die oudere groepen de klemtoon minder op het sociale en meer op de artistieke waarde van datgene wat ze brengen.

 

Buytaert probeert alle groepen van ‘Stromend Water’ sociaal evenwichtig samen te stellen om conflicten te vermijden. Hij zorgt voor een evenredig aantal allochtonen en autochtonen en kinderen uit alle lagen van de maatschappij. ‘Stromend Water’ werft zijn leden dan ook op een bewuste manier: ze beogen immers een evenwichtige en creatieve groep. Het werven van de jongste acteurs gebeurt meestal via scholen en sociale organisaties, bij de oudsten gaat dit meestal via mond-aanmond reclame. Buytaert benadrukt dat ‘Stromend Water’ geen kinderwerking is die toneel speelt. Niemand is verplicht om bij hen theater te spelen. Voorwaarde is dat jongeren geïnteresseerd zijn in het medium en er zich voor willen inzetten. Om dit alles in goede banen te leiden, beschikt ‘Stromend Water’ over een vast team van vier mensen. Ook zijn er nog een aantal freelancers in dienst als begeleider, grafisch vormgever, schrijver en scenograaf. Ze kiezen en bewerken vooral verhalen uit de wereldliteratuur. De voorbije jaren werden zo onder andere The Picure of Dorian Gray, de Trojaanse oorlog en De verhalen uit duizend en één nacht gebracht.

 

Nu is men echter van plan een andere weg in te slaan. De jongeren gaan zelf aan de slag met tekstmateriaal. Zo herwerken de acteurs van ‘Ogazeuz’ Oom Wanja, Peer Gynt en MacBeth, drie stukken die in april in Studio Tokio (het tweede plateau van het Toneelhuis op het Zuid) zullen opgevoerd worden. De eerstvolgende voorstellingen vinden plaats op 29 en 30 maart. De Vuurwaters spelen dan Guapo, een stuk over tango en de Grote Liefde. Een aanrader!

 

 

Voor meer informatie en tickets kan je terecht op het nummer (0486) 03 62 59 (ma-vr: van 10-17u). Je kan ook een e-mail sturen naar stromendwater@pi.be. Studio Tokio, Verlatstraat 20-22, 2000 Antwerpen, www.studiotokio.be



Als u van dat softe ‘nieuwe man’-gedoe genoeg hebt
01/04/2003
🖋: 

Het moet rond 1800 geweest zijn toen de voetballers van de schoolploeg uit Rugby, een plaatsje in hartje Birmingham vlakbij Shakespeares geboortedorp, besloten het traditionele spelletje wat ruiger te maken. Geen gedoe meer met slechte controles of met het doorschuiven van een bal op het natte gras. En nu je het zegt, ook niet echt meer met een bal, eerder een ovale variant. Gooien naar elkaar, maar dan enkel achteruit, en voorts vooral lopen, roepen, tackelen en getackeld worden. Waar de gemiddelde basketspeler met een verstuikt vingerkootje in de rechterpink zeven weken out is, en de doordeweekse tenniser niet buiten komt als het even regent, laat een beetje rugbyer aan de zijlijn gauw een gekloven wenkbrauw dichtnaaien om daarna met een woeste blik in de ogen en hernieuwde passie verder te spelen. Rugby is gereglementeerd hooliganisme en gewelddadig amusement. Rugby onderscheidt de mannen van de jongens. Rugby is koning.

Binnenkort, dat is volgend academiejaar, verwelkomt de UA haar eigen echte rugbyteam. In een mum van tijd zal de achterstand met de Leuvense collegae weggewerkt zijn en dra staan de Antwerpse rugbyers helemaal bovenaan. Maar eerst iets over rugby zelf, voor velen waarschijnlijk enkel bekend van woeste zondagvoormiddagen bij de scouts.

 

Rugby lijkt op voetbal. Twee ploegen van vijftien trachten de ‘bal’ over de achterlijn van de tegenstander te lopen. Zoiets heet een ‘try’ en levert vijf punten op. Na een try kan het scorende team de vijf punten opdrijven naar zeven door de bonus kick (die gegeven wordt vanop de plaats waar de doelpuntenmaker begon te lopen) tussen de twee hoge palen te trappen. Zo’n kick kan ook gewoon tijdens het spel gegeven worden, en levert dan drie punten op.

 

De speler met de bal heeft maar één doel: zoveel mogelijk terreinwinst boeken door naar voor te lopen, tackels te ontwijken en na een tackle toch nog verder te worstelen. Een pass naar je medespeler kan enkel achteruit en daarna mag je zelf niet meer getackeld worden. Op het eind wint het team met de meeste punten, da’s niet onlogisch.

 

Keihard, maar fair

Wat waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreekt is de rugbybal zelf. Een bal, denken wij, is rond. Wat men bij het rugby gebruikt is een soort langgerekt ei. Wie zegt dat daarop nog nestels hangen, kan maar beter nu beginnen weglopen. Die nestels komen uit het American Football, en recentere variant van rugby waarvoor iedere rugbyspeler smalend zijn neus ophaalt. Geen nestels dus. Wel ovaal en daarvoor is een reden: met de bal wordt immers vooral gelopen maar af en toe getrapt. Rugby is voor de meesten onder ons vooral hard tegen elkaar aan lopen, woeste blikken van breedgeschouderde spelers, afgescheurde oorschelpen en bloedend tandvlees, en dat is het ook een beetje. Keihard, maar wel fair.

 

Antwerp Midgets

De sportdienst van onze universiteit heeft gelukkig oor gehad voor het idee van Ken Lambrechts (eerste licentie rechten) om aan onze universiteit een rugbyploeg de kans te geven. Maar de UA zet daarmee niet helemaal een stap in het onbekende. Ooit bestonden immers de Antwerp Midgets. We schrijven 1981. Guy Geerts, toen TEW-student aan het RUCA start samen met Eric Loquet (geneeskunde) het eerste Antwerps universitair rugbyteam. Ze kregen de bijnaam ‘Midgets’ mee. Het duurde tot 1986 voor de ploeg haar eerste titel vierde: universitair kampioen, vóór de eeuwige concurrenten uit Leuven. Verrassend aan de Midgets was dat de ploeg toen al bestond uit studenten van de drie campussen en dat naast Antwerpse studenten ook een aantal in Antwerpen studerende Nederlanders de ploeg vervolledigden. Maar zoals vaak met dergelijke enthousiaste initiatieven, verwatert het vuur naarmate meer spelers van het eerste uur de schoenen aan de haak hangen. Niet dat de Midgets niet meer bestaan, dat niet. De ploeg stopte in 1992 als universitair team maar de oude ploegmaats bleven als de “Antwerp Midget Old Boys” wedstrijden spelen op invitatie en in de veteranencompetitie.

 

Heroïsche gevechten

De nieuwe UA-rugbyploeg start met een gelijkaardige ambitie. Ook zij wil graag universitaire titels behalen, ook zij wil graag een vaste waarde worden in het Belgisch rugbylandschap. Duels als die tussen Oxford en Cambridge bij het roeien zullen binnenkort overschaduwd worden door heroïsche gevechten van UA tegen Leuven of tegen de Zeevaartschool. Toch is er meer. Voor nieuwe sterke (en dat mag u gerust letterlijk nemen) man Ken Lambrechts is het creëren van een typische gezellige rugbysfeer minstens even belangrijk. Zoals zijn voorgangers bij de Midgets de eerste jaren vooral uitblonken in sfeermaken op en naast het veld, wil hij opnieuw eerst trachten een groep gemotiveerde studenten rond zich te krijgen. Een groep die graag rugby wil spelen, maar vooral graag plezier maakt voor en na de wedstrijd.

 

Wie zich geroepen voelt, de benen voelt tintelen en ervan overtuigd is dat hij zijn mannetje kan staan tussen vier kalklijnen met twee immense doelen, moet vooral niet twijfelen. De jonge ploeg zoekt immers nog veel krachten voor ze volgend academiejaar definitief van start gaat.

 

 

www.antwerpse-universitairerugbyteam.tk

A-U-R@pandora.be



randstad - dossier 04
01/04/2003
🖋: 
Auteur extern
Mati & Waldo

Reeds sinds 2002 in uw maandblad: de glorie van Antwerpen. Een lofzang op haar grootste, stoutste en duurste dromen. De Lode, Bob en Leona’tje, ze wilden zo graag ... maar ’t Stad is een boerengat gebeleven. Dromen zijn bedrog.

En toen, in het jaar 2003, veranderde alles... “Een Bolleke onder den toren, da zou me na smoaken, se.” Jammer maar driewerf helaas, tijdens de ramadan geen bier in ons blaas. Hoe is het in allahsnaam ooit zover kunnen komen?

 

Dierbare soekgenoten, voor zover we ons nog kunnen herinneren, was er eens een oliedomme Texaan die zonodig oorlogje moest gaan spelen in Tweestromenland. Wat vernietigende campagnegelden terugstorten op de mensenmassa’s in Bagdad en binnen de tien dagen zou de ganse wereld – wat dat dan ook weze – in plichtsbewuste vervoering de Amerikaanse cowboy-hielen likken. En de grijnzende Texaan zou voor God, Amerika en vooral zichzelf pootjebaden in een oliebron. Doch, rechtstreeks op de beeldbuis draaide het anders uit. De Arabische broeders trokken aan één waterpijp en de bewapende hoogmoed kwam voor de val. Het verre Westen werd wederom als primitieve schurkenen boerenstaat gecultiveerd; het afgeleefde Europa werd in een sluier weggemoffeld.

 

Helder staat ons nog voor de bijziende ogen, waarde sinjoren, hoe onze trotse havensoek er als de schapen bij was om zich te assimileren en zo centrum van de wereld, zij het dan ook een islamitische, te blijven. Bereids in het jaar des Heeren 2002 was in de slag om de Turnhoutsebaan een eerste stap richting Mekka gezet. Jahjah, een duistere bende smeet toen de fundamenten van ons mohammedaanse stadsbeeld door winkelruiten en blauwzwart verzet. Met de losgewrikte stenen werd zo niet alleen de sinjoor bekeerd, maar verkreeg ook onze schone kathedraal eindelijk haar tweede toren ofte minaret. Om de vijf botten schalt sedertdien ons godsdienstig oproepingsbevel over de Groenplaats, alwaar thans de toegangen der ondergrondse vehikelstalplaats tevens als dubbele Ka’aba fungeren. Op de straathoeken waken gesluierde lievevrouwebeeldjes erover dat geen mens (lees: man) op straat het varken uithangt; of nog erger: er één opeet.

 

Jammer maar driewerf helaas, tijdens de ramadan geen bier in ons blaas.

 

Voor den oorlog was alles beter, althans, toen waren bollekes en frieten nog dagdagelijkse realiteit, ramadan of niet. Nu zijn er zelfs geen couscouskoten die in de negende maand van de nieuwe kalender voor zonsondergang hun deuren openen.

 

Doch, niet alles is kommer en kwel. Elke sinjoor heeft nu werk: hij kan naar hartelust pijpen en tankers vullen of vrijelijk vreemdgaan en als gastarbeider gaan boren in de Heilige Woestijn. De werklust was nog nooit zo groot daar we van het werk voor een appel en een ei benzine voor onze blikken liefste op wielen krijgen. Bovendien verstaan ze ons, aangezien Arabisch eerste, tweede en derde wereldtaal is, en Antwerps een algemeen aanvaarde vloek- en handelstaal, nu helemaal overal.

 

Ook aan de toeristen uit het Midden-Oosten is gedacht: zij kunnen doen alsof ze thuis zijn en per kameel een ritje maken over den Boulevard, die toch nooit dichtgelegd geraakt zou zijn en dus maar ineens voorgoed als verzand gebied werd ingekleurd. Nu vraagt u zich af: wat met de trotse monumenten onzer historie? Voor zover die er nog waren, zijn ze allen min of meer behouden. Arabieren zijn geen Amerikanen, die smijten geen cultuur plat; ze zetten hem enkel naar hun hand. Brabo Bin Laden staat nog immer op zijn plaats en werpt tot in lengte van dagen de terreur in de Stroom. Zo is alles en iedereen geassimileerd. Slechts één symbool blijft (voorlopig) nog volledig onveranderd overeind: Amerika en stadsbeeld vergaan, maar de ijzeren noodbrug zal immer blijven staan.



sportieve oproep
01/04/2003
🖋: 

“Op 21 juli was het dan zover. Om twee uur begonnen we de wand te beklimmen. In het duister klommen we over de randkloof heen en gingen gelijk op, zonder ons aan te binden, tegen de Gekloofde Pijler op. We zeiden niets. Ieder zocht zijn weg, alleen met zijn gedachten.
De uren tussen dag en nacht stellen de moed zeer op de proef. Het lichaam voert mechanisch de doelmatige, juiste bewegingen uit van het omhoogklimmen. Maar de geest is nog niet wakker en aanvalslustig en de ziel is gehuld in een mantel van twijfel en bangheid. Nee, echte angst is niet wat een klimmer voelt. Maar twijfel, vragen en bangheid zijn menselijk.
Je moet in het reine zijn met jezelf en je remmende emoties, je schikken naar de wil die op het doel is gericht. Daarom is het eerste uur, het uur van de grijze, vorm- en kleurloze schemer een uur van zwijgen.
Flinkheid is verkeerd op momenten dat je als mens in balans probeert te komen en subtiele emoties met de wil tracht te verzoenen. En dat is het bijzondere van de bergen, dat ze geen leugens verdragen. Ook tegenover jezelf moet je oprecht zijn.”

 

(uit Heinrich Harrer, 1958, De Witte Spin: de beklimming van de Eiger)

 

 

Dit is een oproep aan al wie zich ook maar enigszins met het bergbeklimmen verbonden voelt. Aan liefhebbers van de puurste sport: het op eigen krachten overwinnen van de natuur.

Recent nam een student op UFSIA het initiatief om de leemte in het sportaanbod voor studenten op het vlak van de klimsport te dichten. De bedoeling is om zoveel mogelijk studenten samen te brengen rond het klimgebeuren, om samen te klimmen, maar natuurlijk ook om er bij pot en pint avondlange discussies over te voeren. Alle geïnteresseerden zijn welkom: van zij die er al van gedroomd hebben, maar bij wie het er nog nooit van gekomen is, tot studenten die reeds ervaring hebben met rotsklimmen, alpinisme of muurklimmen.

 

Geïnteresseerden kunnen vrijblijvend mailen naar klimmen@skynet.be om meer informatie te verkrijgen of om over mogelijke activiteiten te brainstormen.



een ontgoocheling
01/04/2003
🖋: 
Auteur

Hapjes, drankjes, veel journalisten, cameraploegen, een paar bekende Vlamingen en een mediamadam. Dat was wat we ons hadden voorgesteld bij de persvoorstelling van de 10e Nekka Nacht. Niet alleen waren we benieuwd naar grote namen op de affiche, vooral het vooruitzicht van een klein showke van Raf Coppens en een mini-concert van de Kreuners klonken als muziek in onze oren.

Raf Coppens deed gewoon waar hij goed in is en wist ons ook nu weer te overtuigen van zijn genialiteit. Met de gitaar in de hand bracht hij een hommage aan Walter Grootaers en deed hij wat de Kreuners niet lukte; zingen. Van deze ‘pioniers van de Vlaamse rock’ zoals aangekondigd door de organisatoren, hadden we enkele grote hits en nieuwe nummers verwacht. In de plaats daarvan zagen we vier Kreuners braaf op een rijtje zitten terwijl iemand een cd opzette en hun nieuwste nummer ‘meisje, meisje’ op de verzamelde pers los liet. Voor ons waren het drie minuten ongemakkelijk stilzitten, hopelijk scoren ze op 25 en 26 april beter. Ze wisten ons wel te vertellen dat ze dit jaar 25 jaar bestaan, binnenkort een nieuw album uitbrengen en dat Ben Crabbé opnieuw deel uitmaakt de groep.

 

Wie naar de persvoorstelling was gekomen voor de hapjes, drankjes en de bekende Vlamingen had al iets meer geluk. De traiteur had goed zijn werk gedaan en naast de Kreuners en Raf Coppens, hebben we ook een van de broers Kolacny en de Strangers gezien. Wij voelden ons ook even een beetje Bekende Vlaming, toen we onszelf later in de reportages van zowel VRT, ATV en RTV terug zagen.

 

Maar misschien wel het belangrijkste om te onthouden van deze voorstelling is het feit dat het Sportpaleis dit jaar twee avonden zijn deuren opent voor de Nekka fans en de artiesten. De organisatie heeft in ieder geval voor variatie gekozen. Met de Kreuners, Gorki, De Mens, BlØf en Thè Lau is het beste van de Vlaamse en Nederlandse rockwereld uitgenodigd. Maar ook liefhebbers van folk, klassieke muziek, kleinkunst en chanson krijgen allemaal waar voor hun geld met optredens van Bram Vermeulen, Jo Lemaire, Armand, Urban Trad, De Flandriens en Scala. Zoals organisatoren steeds zeggen: "de kaarten zijn bijna de deur uit, snel zijn is de boodschap!’

 

 

Meer info op de website: www.nekka.be



Democratisch deficit bij UA-representatie
01/04/2003
🖋: 
Auteur extern
Wim Vandewiele

De Studentenraad UIA van 12 maart, formuleerde een ernstige bedenking over het ‘Statuut van de Student UA’.

In dit ‘Statuut van de Student’ zijn kort gezegd de visie, de rechten en de wijze van vertegenwoordiging van alle UA-studenten neergeschreven en zal binnenkort door de UA worden bekrachtigd. Het hoogste studentenorgaan is de representatieve Kamer van Studenten (VUAS), een overkoepelend praesidium waarin van elke campusgebonden koepelvereniging (Unifac, ASKSTUWER, STUWER-ASK) 2 leden worden afgevaardigd plus experten. De bevoegdheden van dit door de universitaire overheid erkende orgaan zijn zeer breed: ze gaan van goedkeuren van werkingstoelagen voor studentenclubs, organiseren van verkiezingen tot zelfs uitsluiting van een student uit de UA door de commissie zelfbestuur.

 

Als de VUAS de representatieve Kamer wil zijn van ‘alle’ studenten dan is het verwonderlijk dat er enkel campusgebonden koepelverenigingen in opgenomen zijn. De grootste bedenking van een aantal studenten-vertegenwoordigers is dat de toegang tot het zetelen als onafhankelijke studenten-vertegenwoordiger (d.w.z geen deel uitmakende van een praesidium) in het praesidium van de VUAS onmogelijk wordt gemaakt.

 

Dit creëert een democratisch deficit! Elke student heeft het recht om al dan niet een engagement op te nemen in een campusgebonden koepelvereniging; diezelfde student heeft ook het recht om al dan niet een engagement op te nemen als studentenvertegenwoordiger tot in de hoogste organen. Conclusie, zoals de tekst er nu voorligt kan een geëngageerd studenten vertegenwoordiger die geen engagement in een campusgebonden koepelvereniging wil opnemen geen toegang krijgen tot het praesidium van de VUAS (het voor studenten hoogste orgaan binnen de UA). Zoals de praeses van STUWER-ASK toegaf op de vergadering, zullen zij “evident” hun vertegenwoordigers in eigen praesidiumrangen kiezen. DAT MAG NIET GEBEUREN!

 

De Studentenraad UIA stelt voor per campus bijkomend één onafhankelijk studentenvertegenwoordiger te kiezen uit de Algemene Studentenvergadering UA in het praesidium van de VUAS.

 

Ik hoop dat deze bemerking van de Studentenraad UIA niet in dovemansoren zal vallen!

 

 

Wim Vandewiele
Voorzitter a.i. Studentenraad UIA



een eindredacteur op Erasmus
01/04/2003
🖋: 

Groot nieuws in Oostenrijk: volgens het Britse onderzoeksbureau Mercer is Wenen één van de meest attractieve en veilige steden in Europa! Enkel de buren in het Zwitserse Zürich scoren beter. Nu wil het toeval dat wij net nu in de Oostenrijkse hoofstad vertoeven. Een prima gelegenheid om de Weners eens aan een Belgische „Gründlichkeitstest“ te onderwerpen. Dat ze dus maar niet te vroeg victorie kraaien!

Onze eerste kennismaking met de mensen uit de Donau-stad deed al meteen veel goeds vermoeden. Tot over onze oren gepakt en gezakt met dingen die we echt niet konden missen, strompelden we over straat, op zoek naar onze toekomstige woonst. Het moet wel een zielig zicht geweest zijn, want prompt snelde een oudere man ons te hulp. Eens van de straat wordt het echter een pak lastiger. Oerdegelijke, dus Weense bureaucratie komt in praktijk neer op het afsnauwen van onschuldige, liefst buitenlandse slachtoffertjes. De secretaresjes van universiteit en Studentenheim daarentegen zijn echt een giller. Ze zitten overduidelijk nog in hun K3-fase, en verstaan als geen ander de kunst je zo slecht mogelijk verder te helpen. Dat alles met de hen wel erg goed passende schaapachtige glimlach. De kloeke gans van het Studentenheim leerde ons dat „klanten“ belangrijker zijn. Tja, als er niet meer verstand in zit, moet je het er ook niet proberen uit te halen... Over de Weners kunnen we dus vrij kort zijn: ze zijn ofwel heel vriendelijk, ofwel heel arrogant.

 

Verder kunnen we de stad maar op weinig foutjes betrappen: op de metro‘s en bussen kan je je klok gelijkzetten, eten vind je op elke hoek van de straat en wie eten zegt, drinkt bier! Alles hier staat in het teken van de gouden godendrank, zelfs de universiteit maakt haar eigen gerstenat! Terwijl we mee gingen demonstreren tegen het jaarlijkse Opernball (een Erasmusstudent moet toch iets doen om zijn eerste dagen door te komen) werd er zelfs goedkoop Demobier aangeboden... En op deze slinkse wijze zijn de Weners er toch in geslaagd, ook van ons een goed rapport te krijgen: Wien ist sssupel, hik!



01/04/2003
🖋: 

Je hebt het wel eens gehad in Disneyland of Las Vegas, het gevoel dat fictie en realiteit in elkaar overvloeien.

Je kent het fenomeen ook uit de al te norse en overdreven houding van een examinerend professor: speelt hij dit nu of is hij serieus? Ergens voel je aan dat één en ander fake is, dat een aantal zaken niet klopt. Toch verdient Mickey harde dollars voor Disney bij iedere uitgedeelde handtekening, en schrijft de prof in kwestie een handvol minuten later genadeloos een negen op je blad.

 

ABC (American Broadcasting Company) is zelf onderdeel van het Disney-imperium. Fox maakt vooral Hollywoodfilms en NBC is een dochter van General Electric, de grootste bommenfabrikant over de Atlantische oceaan. Geen van hen bericht over de betogingen in Spanje, Indonesië of de anti-Bush bewegingen in eigen land. Nergens een slecht woord over de president, de oorlog, zelfs een unilateraal optreden los van de VN wordt goedgepraat. De Fransen zijn ‘traitors’, verraders.

 

Live oorlog

Een oorlog is traditioneel slecht voor een tv-zender. Onvoorspelbare gebeurtenissen hinderen de geplande reclame, correspondenten ter plaatse kosten handenvol geld en zelfs de horizontale programmatie van soaps en talkshows moet worden doorbroken. Niet deze keer. Oorlog is immers live te berichten, oorlog kan van het slagveld rechtstreeks in de huiskamer gebracht worden, voor het eerst. Saddam en Bush worden ankers, de Golf een kijkcijferkanon. De nieuwswaarde van de trieste cijfers (slachtoffers maar ook geld en schade) weegt niet langer op tegen de entertainmentwaarde van de overwinnende Amerikaanse soldaten. Het begrip infotainment wordt opnieuw ingekleurd.

 

Sterker nog. In een oorlog als deze wordt de grens tussen realiteit en fictie helemaal weggegomd. Is het echt nodig om Irak binnen te vallen? Ja zeggen Fox en de anderen en ja zal het zijn. Times Square smeekt om de eerste bom, de vraag rijst wie de agenda van de oorlog maakt.