Is een gewone computer niet voldoende?
30/03/2005
🖋: 
Auteur

Recent werd op onze universiteit CalcUA voorgesteld, "de krachtigste computercluster van België". Wij zochten uit wat zo een cluster eigenlijk is en waarom deze zo krachtig moet zijn.

Een cluster?

Een cluster kan je beschouwen als een soort supercomputer opgebouwd uit veel kleinere computers (nodes) die allemaal heel nauw samenwerken. In het geval van CalcUA bestaat de cluster uit 256 nodes. Elke node heeft 2 krachtige 64 bit processoren. Ter vergelijking: een huis-tuin-en-keuken computer heeft meestal maar één 32 bit processor.

 

Hoe snel is dat dan?

CalcUA heeft een rekenkracht van 2 teraflop. In mensentaal betekent dat dat als een mens op 1 seconde een optelsom maakt, deze computer even snel is als 2000 miljard mensen samen. Moest je willen vergelijken met jouw computer: die is vermoedelijk 1000 keer trager. Als we dan even rondkijken in de wereld zit deze cluster in de top 500 van de wereld. Op nummer 1 prijkt Blue Gene van IBM met 183 teraflops. Ook een cluster van de NASA en een Japanse cluster die de aarde simuleert zijn veel sneller dan onze kleine cluster.

 

Hoe ziet zoiets eruit?

Zoals te zien op de foto staat de cluster in een lokaal met grote glazen kasten, de racks. Elke rack bevat een aantal nodes en allerlei netwerkkabels die alle nodes met elkaar verbinden. Het geheel wordt gekoeld door een heel zware airconditioning, die gemiddeld 90 kilowatt per jaar verbruikt. Een doorsnee gezin gebruikt op datzelfde jaar 4 kilowatt. De UA heeft ervoor gekozen om te koelen met speciale apparatuur die de buitenlucht kan gebruiken, zo alleen al wordt per jaar € 25.000 bespaard.

 

Hoeveel kost dat?

De UA cluster heeft meerdere miljoenen Euro gekost (hier hoeven we niet te vergelijken met jouw computertje thuis). Om die kost wat te verzachten kunnen externe bedrijven 10% van de rekenkracht kopen. Van elke 10 seconden dat er gerekend wordt zal er dus 1 voor de industrie zijn. Verder betalen de betrokken onderzoeksgroepen allemaal een deel van de kost terug, in ruil voor hun aandeel in de rekentijd. Op die manier kan de cluster onderhouden worden en is een verbetering in de toekomst mogelijk.

 

Wat kan je daar nu mee?

Rekenen natuurlijk, maar dat hoeven niet alleen domme sommetjes te zijn. Anderzijds kan je met zo een cluster niet sneller surfen of chatten en blijft het eigenlijk zoals alle computers een domme rekenmachine. Maar die wordt wel nuttig gebruikt. Informatici zullen bijvoorbeeld simulaties doen van grote verkeersnetwerken en fysici zullen allerlei kwantummechanische structuren simuleren. Chemici zullen onderzoek doen naar de driedimensionale structuur van complexe moleculen, biologen gebruiken de cluster dan weer om de werking van zenuwcellen in de kleine hersensen te bestuderen. Verder speuren onderzoekers naar de genetische oorzaken van onder andere Alzheimer. Zelfs taaltechnologie maakt gebruik van dit rekenwonder. Zo onderzoekt de cluster zelflerende technieken om computers talen te laten begrijpen. Dit alles laten uitrekenen door gewone computers zou eeuwen duren. Conclusie: een eenvoudige computer is niet genoeg.

 

Meer info op www.calcua.ac.be.
Met dank aan prof. Cuyt voor de vakkundige uitleg.



27/03/2005
🖋: 

‘Nee, Sigmund! Laat me niet alleen. Niet op een zondag. In die trage zondagslucht van verstild ontbijten voel ik me gevangen als een mug in barnsteen.’ Ik storm twee melancholische boxers overhoop en ijl mijn vriend achterna. Er is weer veel sneeuw gevallen, maar er is natuurlijk nog veel meer sneeuw geruimd. Op het onberispelijke voetpad, let op; struikel niet over de laaghangende teckel, op het lange rechte stuk van het onberispelijke voetpad haal ik Sigmund in.

Hij is blijven stilstaan voor het raam van het Wiener Kaffeehaus Weidinger in de GablenzGasse en hij wijst me op de biljarters. ‘Kijk, zie je die bonk met zijn keu? Zie je die verwriemelde houding, zie je dat lustvolle neusgepeuter? Stel je je voor welke taferelen er zich nu in zijn verrimpelde, wormstekige schedel afspelen? Maar..’, en hier maakt mijn vriend een elegante pirouette, ten dele om een peinzende terriër te ontwijken, ‘...vandaag ontvluchten we dit moeras met zijn etterdampen.’ Een diepknielende bedelaar haalt even zijn neus uit de Habsburgse sneeuw en kijkt ons besmuikt aan. ‘We trekken de frisse heuvels in.’

 

In Grinzing stappen we uit de bus en we zetten er stevig de pas in. Ook in het bos hebben onvermoede stadsdiensten alle paden sneeuwvrij gemaakt. ‘ Een andere Duft , een andere wereld, zuiver als staal! Let maar eens op die kloeke sportievelingen daar’.

 

Wat verderop is een roedel jongemannen zich aan het warmwiegen. Op hun zilveren foliepakjes schittert het logo: ‘ KunstHaus Wien ’, op hun hoofd een geschubde badmuts. Na een paar elastiekoefeningen stellen ze zich op in formatie: gespreide benen, gezicht naar de boskant, lichtjes en ontspannen door de heupen verend. Ze openen hun gore-tex gulpen en ontrollen enorme vleesstengels, tintelend van gezonde buitenlucht. Na enkele moeizame, pompende omwentelingen slaan de blauwdooraderde wieken aan en roteren in een gelijkmatig tempo, gestaag uitzettend. Het rotatievlak nadert een verticale stand en nestelt zich in de gespierde borst en dijen van de atleten. Op een teken van de frontman, zet de formatie zich met een zijdelingse huppelpas in beweging. Een kuierende Duitse Herder schrikt op en verdwijnt in de begroeiing. Het vredige geronk van de rotoren dwaalt tussen de boomkruinen, vlijt zich rond de heuvel, dooft in de vallei. Enige tientallen meters verder hebben de zwellende schroeven de afstand tot de grond overbrugd. Nagenoeg tegelijkertijd verliezen de kunstenaarsvoeten het contact met de bodem, er treedt een vederlichte zweefpas in, de bezielde wieken lijken met hun zuignappen slechts vluchtig aan de grond te tippen, en toch dragen zij hun berijders metershoog in de lucht, hen met elke slag voortslingerend en voortstotend. Kleine zwembewegingen met de armen, meer hebben de Kwikzilverlingen niet nodig om het evenwicht te bewaren. Als fosforescerende pluisjes lossen ze snel op in het verre zonlicht.

 

Terwijl we in trance het ballet nakijken, slentert een wolf het pad op. Op zijn rug zit de zwartogige Sissi met een picknickmandje in haar schoot. ‘Zijn jullie moe? En hebben jullie honger? En weten jullie toevallig de weg naar huis niet meer?’ ‘Zoals U zegt, zo ís het ook, Keizerin’, antwoorden Sigmund en ik, terwijl we een synchrone revérence maken. ‘En nu dachten we, waarom heeft U zo’n groot mandje?’ ‘Het is al goed. Ik pluk jullie wel’. En na een lichte knik in de knieën belanden we met een plof tussen de paddestoelen, het is er behaaglijk en warm en vanonder het tafeldoekje kijken we met grote ogen naar de Dämmerung , terwijl de gang van de wolf op de heuvel ons wiegt en bedwelmt.

 

Als we aankomen bij de S-bahn halte, staat de maan al hoog aan de hemel en we worden pas echt wakker wanneer Sissi ons op het station achterlaat, elk met een Ribiselkuchen in de hand. ‘Es war schön. Es hat uns sehr gefreut’, roept ze nog in galop.



Levenslang achter de boeken
27/03/2005

Hij is Vlaams minister van Onderwijs en Vorming, Werk en de Vlaamse Rand, maar door zijn diploma’s van Oxford en Cambridge vooral bekend als socialist met verstand. We vroegen ons af of hij de bomen al zag door het Bologna-bos van zijn voorgangster, en spraken hem naar aanleiding van zijn beleidsnota Onderwijs over zijn plannen met onze universiteiten.

In uw beleidsnota stelt u dat we omwille van de rationalisatie in het hoger onderwijs eerder moeten verdiepen dan verbreden. Aan de UA bv. werd de invoering van de BaMastructuur als gelegenheid aangegrepen om het onderwijsaanbod verder te verbreden (met masters in geschiedenis, filosofie, bio-ingenieur). Mogen we besluiten dat u dit een slechte zaak vond?

Frank Vandenbroucke Het is niet mijn bedoeling om commentaar te geven op de individuele beleidvoering van de universiteiten. Ik ga ervan uit dat de UA de keuzes maakt die voor haar de beste zijn. Op lange termijn vraag ik me wel af waar het groeipotentieel van onze universiteiten en hogescholen ligt, en dan is het binnen de huidige demografische context niet meer dan logisch dat op een bepaald ogenblik het aantal generatiestudenten niet meer zal toenemen. Als er dan nog groei gerealiseerd kan worden, zal dat bij mensen zijn die terugkomen van de arbeidsmarkt. Er zal dus veel meer nood zijn aan verdieping dan aan verbreding.

 

Is er in Vlaanderen plaats voor drie volwaardige universiteiten?

Vandenbroucke Er is in ieder geval plaats voor meer dan één universiteit, en zeker ook voor de UA. Ik vind wel dat we in de toekomst sterk de klemtoon moeten leggen op een rationeel aanbod. Het kan niet dat universiteiten en hogescholen meer en meer geld vragen, zonder inspanningen te doen om een rationeler aanbod te realiseren.

 

Er is er natuurlijk ook vraag naar een inhoudelijke verdieping. Kan dat nog met masteropleidingen van één jaar?

Vandenbroucke In de discussie over een- en tweejarige masters, moeten we twee belangrijke doelstellingen voor ogen houden: ons onderwijs moet op een hoog niveau staan, en onze jongeren moeten mee zijn op Europees vlak. Het blijkt dat bijvoorbeeld in de wetenschappen een master van twee jaar nodig is, om een aantal specifieke onderzoekscompetenties te ontwikkelen, en omdat de masters elders in Europa twee jaar duren en onze opleiding anders dus gedevaloriseerd dreigt te worden. Anderzijds moeten we vermijden dat onze jongeren op een inefficiënte manier lang studeren, dat heeft geen zin. In de wetenschappen en biowetenschappen kunnen masters van twee jaar voor mij daarom enkel op drie voorwaarden. Om te beginnen wil ik dat een aantal master-na-master opleidingen indalen in de tweejarige master. Ten tweede moet de lerarenopleiding voor tenminste dertig studiepunten als afstudeerrichting in de master zitten. Het kan niet dat iemand zes jaar naar de universiteit zou moeten gaan om leraar fysica te worden. Tenslotte wil ik dat de feitelijke duur van de doctoraten beperkt blijft tot vier jaar.

 

Dus een bijkomend masterjaar zal niet dienen om de studiedruk te verminderen?

Vandenbroucke Nee, want dat zou zuivere studieduurverlenging zijn en dat kunnen we best zoveel mogelijk tegenhouden.

 

En wat met de andere opleidingen?

Vandenbroucke Voor andere opleidingen vind ik een tweejarige master geen goed idee. Ikzelf heb bijvoorbeeld economie gestudeerd, en dat was perfect mogelijk in vier jaar.

 

Gaat dat op termijn geen problemen geven qua internationale vergelijkbaarheid?

Vandenbroucke Dat zullen we pas binnen enkele jaren kunnen beoordelen. Momenteel stelt dat probleem zich alleszins niet, omdat het opleidingsniveau voldoende hoog ligt.

 

Hoe evalueert u de wijze waarop de Bologna-akkoorden totnogtoe werden uitgevoerd?

De uitvoering van de Bologna-akkoorden was een moeilijk proces, en ik vind dat we daar – ook onder impuls van mijn voorgangster (Marleen Vanderpoorten, nvdr.) – erg puik werk in hebben geleverd. Hoewel mensen zich zorgen maken over de kwaliteit en de haalbaarheid van de nieuwe structuur, ben ik zelf vrij optimistisch.

 

Werkloosheid onder hooggeschoolden is absoluut een probleem van een aantal opleidingen.

 

U stelde recent dat de BaMa-structuur een oplossing kan bieden voor het watervaleffect in het hoger onderwijs. Hoe ziet u dat in de praktijk?

Vandenbroucke Al te vaak beginnen mensen aan een academische opleiding in een bepaalde richting en mislukt het; dan kiezen ze een andere richting, en wanneer ook dat mislukt gaan ze naar een hogeschool om daar uiteindelijk een diploma te behalen. Het is doodjammer dat die mensen een aantal jaren verliezen. Nu kunnen ze meteen aan een professionele bachelor beginnen, en daarna kunnen ze nog altijd bijbouwen. Dat veronderstelt natuurlijk wel dat we mensen goed informeren en begeleiden bij hun studiekeuze. En dat is een proces dat bij wijze van spreken in de kleuterklas begint.

 

Maar in uw beleidsnota stelt u voor om de financiering van de universiteiten en hogescholen te koppelen aan het aantal studenten. Dat zal ongetwijfeld leiden tot een verdere verhoging van de concurrentie in het hoger onderwijs. Zal die bijkomende druk geen negatief effect hebben op het maken van een weloverwogen studiekeuze?

Vandenbroucke Ik vind het raar om te stellen dat financiering op basis van studentenaantallen tot een minder goede studiekeuze of onderwijskwaliteit zou leiden. Ik ga ervan uit dat jongeren zich bij hun studiekeuze laten leiden door het imago van een instelling op basis van haar kwaliteit en begeleiding. Dus de instellingen worden wel verplicht om een zo goed mogelijk aanbod te hebben, en om jongeren zo goed mogelijk te begeleiden. Het is trouwens nog lang niet zeker dat de koppeling van de financiering en het aantal studenten er ook effectief komt, maar studentenaantallen kunnen zeker een zinvolle parameter vormen bij de financiering. Er zijn natuurlijk ook een heel aantal andere zaken die in rekening gebracht moeten worden: input en output, de onderzoekscomponent, vaste kosten en zo verder. De agenda is daarmee gezet, maar de eigenlijke discussie moet nog gevoerd worden. In juli wil ik een conceptnota klaarhebben over de financiering van het hoger onderwijs, die deze zaken verder uitwerkt.

 

Leidt het niet tot studieduurverlenging wanneer mensen na hun professionele bachelor  mits een schakeljaar  nog een master doen?

Vandenbroucke Als iedereen dat gaat doen, dan zijn er verkeerde studiekeuzes gemaakt. En dan hebben we een probleem. We moeten er dus voor zorgen dat de nieuwe structuur leidt tot een doelmatige studiekeuze.

 

Gaan we op termijn niet meer en meer hogeschoolstudenten krijgen? En dat terwijl we nu al beneden het Oeso-gemiddelde zitten wat de verhouding tussen universiteitsstudenten en hogeschoolstudenten betreft.

Vandenbroucke Met dergelijke vergelijkingen moeten we wel voorzichtig zijn, want wat bij ons een hogeschool is, is elders misschien een universiteit. Maar als blijkt dat ons onderwijsbeleid doelmatiger wordt wanneer meer mensen als eerste keuze voor een professionele bachelor kiezen, dan zie ik niet wat het probleem is. We gaan trouwens meer en meer naar een situatie van levenslang leren. Zelfs een politicus moet zich constant bijscholen, ook ik heb het daar soms moeilijk mee... We moeten af van de idee dat je eerste diploma je verdere leven bepaalt.

 

Een vraag voor de minister van Werk: in hoeverre wordt de private sector aangemoedigd om het levenslang leren te ondersteunen?

Vandenbroucke Ik ben daar volop mee bezig. We zijn nog niet tot een voldragen Vlaams beleid van levenslang leren gekomen. In het sociaal overleg en in het personeelsbeleid legt men wel meer en meer de klemtoon op opleiding van werknemers, en als overheid moeten we dat stimuleren. Ik vind dat iedere werknemer, van kaderpersoneel tot de koffiedame, recht heeft op een individueel ontwikkelingsplan. Op dat vlak lopen we achter op de rest van Europa. We moeten ook het opleidingsaanbod zo goed mogelijk verzorgen, via instanties als VDAB en SINTRA. Aan de vraagzijde doen we sinds enige tijd een bescheiden inspanning met de opleidingscheques.

 

Er zijn nog steeds pas afgestudeerde universitairen die niet of moeizaam een job vinden. Wat wilt u daaraan iets aan te doen?

Vandenbroucke Om te beginnen is dat een zeer conjunctuurgebonden vraagstuk, en aan de conjunctuur zelf kunnen we weinig doen. Let wel: de nuance ligt op het statistische vlak, niet op het menselijke. Ik vind het uiteraard een erg trieste zaak wanneer jongeren gedurende maanden werkloos zijn alvorens een job te vinden. Daarnaast is het wel zo dat we niet alle heil van de kenniseconomie mogen verwachten om ervoor te zorgen dat wie gestudeerd heeft makkelijk een job vindt. We moeten goed op de loonkost letten en het opleidingsbeleid ondersteunen in alle sectoren, ook de minder hoogtechnologische.

 

Vindt u dan dat het onderwijs meer in functie moet staan van de arbeidsmarkt?

Vandenbroucke Nee. Dat zou trouwens niet lukken, want de arbeidsmarkt fluctueert te sterk, waardoor je steeds achter de feiten zou aanhollen. Bovendien zou het ook ten gronde fout zijn, want onderwijs dient voor meer dan voor het scheppen van jobs. Ik vind wel dat we meer bruggen tussen onderwijs en werkgelegenheid moeten bouwen. En dat in twee richtingen. De arbeidsmarkt zou ons onderwijs ook beter moeten valoriseren. En dat veronderstelt goede afspraken, zoals het opstellen van een duidelijke kwalificatiestructuur. Daar zijn we nu volop mee bezig.

 

Voorziet u specifieke maatregelen voor opleidingen die minder goed in de arbeidsmarkt liggen?

Vandenbroucke Werkloosheid onder hooggeschoolden is absoluut een probleem van een aantal opleidingen, maar ik ben tegen maatregelen om de instroom in die opleidingen te reguleren, tenzij voor beroepen die gefinancierd worden door de sociale zekerheid zoals arts en kinesist. We kunnen jongeren natuurlijk wel informeren over wat er leeft op de arbeidsmarkt, maar reguleren gaat volgens mij te ver. Ik vind anderzijds wel dat het onderwijs zich niet te defensief mag opstellen, en met de arbeidsmarkt rond de tafel moet gaan zitten om afspraken te maken over de betekenis van onderwijs, over benodigde kwalificaties en zo verder.

 

In welke mate zal een academische bachelor relevant zijn op de arbeidsmarkt?

Vandenbroucke Daar kan ik niet op antwoorden, daar moet de arbeidsmarkt zelf op antwoorden. Academische bachelors zijn wel in de eerste plaats gericht op doorstroming naar de masters, dus ik vind niet dat we daar een ‘afrit' moeten installeren. Maar als blijkt dat er op de arbeidsmarkt een vraag ontstaat naar academische bachelors, is er ook geen enkele reden om dat tegen te houden.

 

In uw beleidsnota legt u zeer sterk de nadruk op gelijke onderwijskansen voor iedereen. De klemtoon ligt daarbij vooral op het basis- en middelbaar onderwijs. Heeft u ook plannen voor een verdere democratisering van het hoger onderwijs?

Vandenbroucke De klemtoon ligt inderdaad op het basis- en middelbaar onderwijs, omdat de problemen daar erg acuut zijn. Gemiddeld genomen doet ons leerplichtonderwijs het erg goed, maar de kloof tussen de leerlingen die het erg goed doen en degenen die het heel wat minder goed doen is te groot. En we stellen vast dat die laatste groep vrij snel groeit. Dat zijn jongeren die met problemen in hun boekentas naar school komen, door de situatie waarin ze opgroeien. Ook de taal is vaak een probleem. We zullen bijzondere inspanningen moeten doen om ook die groep uitstekende resultaten te laten behalen. Anders gaan we het binnen tien jaar niet meer zo goed doen in het PISA. (Program for International Student Assessment, nvdr.)

Toch willen we werken aan gelijke onderwijskansen in het hoger onderwijs. Ik denk trouwens dat dat vrij nieuw is. Ik wil graag de dialoog aangaan met de instellingen van het hoger onderwijs over de financiering, als zij zich engageren om groepen die het moeilijker hebben extra te ondersteunen. Dan heb ik het over mensen met een handicap, een ziekte, een allochtone achtergrond enzovoort. In ruil daarvoor wil ik zeker met extra geld over de brug komen.

We moeten ook het gesprek aangaan over de sociale voorzieningen, die onderbetoelaagd zijn in de hogescholen, zeker in vergelijking met de universiteiten. En daarnaast kan, zoals reeds gezegd, ook de BaMa-structuur zelf mits goede studiekeuzebegeleiding bijdragen tot een democratisering van het hoger onderwijs.

 

Anderzijds stelt u wel dat tegen 2010 iedereen die een master behaalt een semester in het buitenland gestudeerd moet hebben. Hoe valt een zo dure uitbreiding van de opleiding te rijmen met gelijke kansen?

Vandenbroucke Om te beginnen ben ik blij dat de Europese Commissie een erg expansieve visie heeft op Erasmus en Leonardo, en daar fors meer middelen voor wil uittrekken. Het is erg ambitieus om dat voor alle masterstudenten te willen verplichten; het moet uiteraard betaalbaar zijn. Een echte verplichting lijkt me nog niet aan de orde. Het is ook vooral een mentaliteitswijziging, die al volop bezig is: Erasmus moet een mogelijkheid zijn voor iedereen, en geen extraatje voor een selecte groep van studenten met ouders die ervoor hebben kunnen sparen.



SMS
27/03/2005
🖋: 

Na de virtual reality nu de virtuele campus. Verken de UA zowel op informatief als ludiek vlak en verkrijg alle info noodzakelijk voor een weldoordachte studiekeuze. Contactmogelijkheden met proffen en andere studenten zorgen ervoor dat de kersvers afgestudeerde scholieren de sfeer van Antwerpen als studentenstad kunnen opsnuiven. Surfen doe je naar www.virtuelecampus.be.

In het Centraal Station loop je nog tot 14 maart tussen de wimpels en creaties van de ontwerpers van het Maris Stella Sint-Agnes Instituut uit Borgerhout. Het project “Fashion Trip” kadert in het bredere platform “Modeonderwijs is creatief” dat met mode experimenteert en een drijvende kracht is achter de vernieuwing in het mode-onderwijs. Dit alles in het kader van de herwaardering van het beroepsonderwijs in Vlaanderen.

 

Twee Israëlische scholieren hebben op hun eentje 120.000 medeleerlingen kunnen overtuigen een dagje (ongewettigde) vakantie te nemen. Als protest tegen de hervormingsplannen voor het onderwijs lanceerden de twee via mail en SMS een oproep tot staking. Keerzijde van het onverwachte succes; het ministerie van onderwijs kondigde al sancties aan voor de jonge opstandelingen.

 

In Gent feesten ze er al luisterend op los. De jongerenradio Urgent.fm organiseert de zesde “Superkotfuif” en bevoorraadt ieder die een kotfeestje houdt met de nodige drank. Vanuit de studio knallen verschillende dj's de ganse nacht de stevigste beats de ether in. Volgend jaar in Antwerpen alstublieft?

 

In Duitsland werd er voor ophef gezorgd door een vraag tot introductie van de plastieken bierpotten op de Beierse Bierfeesten. Hun glazen broeders zorgen voor teveel scherven op straat en zouden te zwaar zijn voor de toch wel flinke diensters. Stevig protest als reactie uiteraard, want zeg nu zelf, wat klinkt er beter dan een goed gevulde kruik gerstenat op een oktobernacht?

 

In een school in Sacramento werd een lerares betrapt terwijl ze de liefde aan het bedrijven was met een zestienjarige leerling. Jammerlijk feit was dat haar zoontje van twee het hele gebeuren live meemaakte vanuit zijn stoeltje. De leerkracht werd aangehouden en beschuldigd van verkrachting van een minderjarige.

 

De hedendaagse student gaat steeds minder op café. Stijgende bierprijzen, een overdaad aan nachtwinkels, deadline's van papers en de semesterexamens zorgen er voor dat jongeren tegenwoordig liever op kot blijven met wat muziek, een goede film en een flesje sterke drank. Horeca-uitbaters proberen de studenten te lokken met allerhande activiteiten zoals stripteaseuses, het live vertonen van voetbalwedstrijden en speciale thema-avonden. Toch vinden nog steeds velen de weg naar hun favoriete kroeg voor de betere toog en bijbehorende diepzinnige discussies.



editoriaal
27/03/2005
🖋: 

Onze universiteit staat ten dienste van haar studenten en doet er alles aan om ieder van ons een zo goed mogelijk academisch kader te bieden om zijn of haar mogelijkheden ten volle te ontplooien. Daar heb ik nooit aan getwijfeld.

Sinds kort echter lijkt een bepaalde categorie van studenten, de doctoraatsstudenten, uit de boot te vallen. De coördinator van de doctoraatsopleiding heeft namelijk een nieuwe functie gekregen; zijn oude taken zijn verdeeld en worden gedurende enkele uren per week gecoördineerd door iemand die elders in onze universiteit al een volwaardige job heeft.
Nu ja, binnenkort spreken we misschien niet meer van doctoraats-'studenten'. De doctoraatsopleiding zelf staat immers ook op de helling; het is de bedoeling dat zij binnen enkele jaren uitdooft. Gedaan dus met verbredende cursussen over wetenschapscommunicatie, onderwijstechnieken en zo meer. En dat terwijl de UA altijd een voortrekkersrol heeft gespeeld bij het organiseren van een dergelijke opleiding.

 

Blijkbaar schat het bestuur van onze universiteit het belang van een coördinator voor de doctoraatsopleiding niet al te hoog in. En dat is onterecht. De UA telt meer dan 800 doctorandi, en die zijn nu hun aanspreekpunt voor budgetkwesties, formaliteiten, administratieve ondersteuning enzovoort kwijt. Ik begrijp niet dat onze universiteit al deze functies liever over verschillende diensten en personen verspreidt, dan ze bij één iemand te centraliseren. 'Waar orde heerst ontbreekt talent' moet men gedacht hebben.
Hoewel ik moet bekennen dat ook ik, geconfronteerd met de huiselijke realiteit op kot of met de 'studentikoze' toestand van het dwars-redactielokaal, bovenstaande stelregel wel eens als uitweg durf hanteren, hoop ik dat het gezond verstand het alsnog haalt in deze kwestie.

 

Gezond verstand is ook wat we, na de ingrijpende veranderingen in het hoger onderwijs, verwachten van Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. In een interview met hem in dit nummer leest u meer over zijn visie op het Vlaamse universitaire landschap. Daarnaast staat ook fotografie, meer nog dan anders, centraal in deze dwars. We hadden er een gesprek over met Michiel Hendryckx, en op de centerfold vindt u een persoonlijke selectie uit zijn immense foto-archief. Veel leesplezier.



Met Andere Zinnen
07/03/2005
🖋: 

18 februari 2005. Een literaire avond in het Antwerpse. Ondanks de bekende namen op de affiche was de echte blikvanger van deze avond het gloednieuwe tijdschrift voor jong literair talent, ‘Met Andere Zinnen’. Het eerste nummer bundelt de beste inzendingen voor het literaire concours dat de redactie van MAZ organiseerde. De winnaars, allen jongeren uit Vlaanderen en Nederland, lazen voor uit eigen werk. Dit jonge talent bewees die avond dat het zeker niet moet onderdoen voor de gevestigde waarden. De categorie poëzie kende buitengewoon veel inzendingen van superieure kwaliteit, aldus blijkt. Meer pennenvruchten die in de prijzen vielen vind je in het februarinummer van MAZ. Surf naar www.metanderzinnen.com voor meer informatie. Door een mailtje naar maz@metanderezinnen.com te sturen kan je je stem voor de publieksprijs uitbrengen.

Bestemming Bijna Nergens

“Een enkeltje Bijna Nergens, alstublieft.”
“Moment. Lang moment. De vluchten naar Bijna Nergens zijn bijna nergens te vinden in de computerbestanden, maar ik zal het eens proberen aan het einde van het nummertjesapparaat. Gaat u vooral zitten.”
“Dank u.”

 

1. Ik mis je
Lief,
Ik wilde dat je hier kon zijn. Niet dat het hier leuk is, dat niet. Ik wilde ook niet dat
je hier kon zijn. Ik wilde dat
ik bij jou kon zijn. Ik kan hier niet weg, dus daarom.
Zeg maar. We gaan nu niet zeuren over Mohammed's en
bergen, want straks is de kaart vol en dan heb ik je nog
niet gezegd wat belangrijk is om te weten vandaag. Ik
stond op en de maan was er ook. Ik stond verkeerd, te vroeg te
laat, maar wat geeft het ook allemaal. Ik wilde dat je hier
kon zijn zodat je me kon vertellen dat de wekker nog
niet gegaan was en me terug in bed kon trekken. Met
je slaaphoofd. Ja, jouw slaaphoofd, dat nu ergens in een
vreemd hotel... Nog net twee millimeter voor m'n naam,
maar die weet je wel, dus

 

2. Ik denk aan je
Lief, Zijn vliegtuigstoelen geschikt voor overpeinzingen?
Misschien wel. Voor wat-ben-ik-in-hemelsnaam-aanhet-
doen-want-ik-ga-haar-achterlaten-op-een-plaatsdie-
ze-helemaal-niet-leuk-vindt-en-die-nog-minder-leukwordt-
omdat-ik-ook-nog-wegga-wat-doe-ik-verwachtik-
zoveel-moois-dan-van-het-bijna-nergens-waar-is-m'nzwemvest-
kan-ik-er-nog-uit-want-er-zullen-nooit-zulkeleuke-
meisjes-zijn-in-ander-land-hoewel-die-stewardesswel-
erg-lief-lacht-misschien-kan-ik-gewoon-voor-altijdheen-
en-weer-vliegen-blijven-zitten-zodat-ik-nooit-never-
jamais-hoef-te-kiezen-waar-ik-uitstap-ik-maak-meklein-
en-zal-niet-zeuren-over-opwarmeten-en-ooit-metde-
motor-in-onze-buik-en-de-kauwgom-en-de-opgeblazen-
oren-zullen-we-dan-samen ... zulk soort over
peinzingen? Blijkbaar niet, of alleen verkeerde.

 

3. Succes met je nieuwe baan
Lief, Wat doe je. Loop je door de stad en doe je als toerist.
Maak je foto's, heb je foute sportsokken en doe je alsof
je bijna weer naar huis gaat maar nog net even een
kerk/museum/plein mee kunt pikken? Pistache-ijs.
Dat denk ik. En iedere keer weer vergeten om kaarten
te sturen. Dat moet wel. Je komt honderdduizend van
die ronddraairekken met niemand-wil-ons-kopen-wanter-
zijn-honderdduizend-andere-plaatsen-waar-je-bijnadezelfde-
kunt-kopen ansichten. Maar nee. Je hebt het te
druk met zoeken wie je bent. Denk eens logisch na. Hoe
kun je je nou ergens verloren hebben waar je nog nooit
bent geweest? Ik zoek soms voor je, als ik niet te kwaad
op je ben. Dat is soms. Al die andere momenten denk ik
aan jou en wat je doet. En of je nou zelf echt denkt dat
dat zin heeft.

 

4. Het spijt me
Lief, Ik ben niet leuk genoeg. Nu weet ik het zeker. Dan is alles
opgelost. Dan is het altijd nog beter om in een hotelbed
met stinklakens te liggen. Met spijlen, want mensen die
zichzelf niet kunnen vinden maken overal gevangenissen
van. Hoewel, eigenlijk zoek je jezelf dus niet. Je zoekt
een plaats waar je geen last hebt van mij. Ik ben kauwgom
onder je sportschoenen en je foute sportsokken. Dan sta
je misschien op het balkon, met rode wijn en sigaretten.
Steden versierd met avond zijn bijna altijd mooi, zeker
vreemde steden. Je zult dus wel lachen. En terwijl je lacht,
veroorzaak je een echo, een lawine in m'n hoofd. Maar
dat weet je niet. Het geeft ook niet, want je weet mij
bijna al niet meer. In steden wonen meisjes met ik-vindjou-
leuk-ogen en korte rokjes en ze kunnen
altijd goed dansen en charmant cocktails bestellen. Ze kunnen jou
niet helpen vinden, maar wat geeft het. Lekker rustig.

 

5. Veel geluk in je nieuwe woning
Lief,
Vergeet het. Niet mij. Ik vond nog ergens een stukje leuk
ter hoogte van m'n linkerknie. Dan haal ik net de ondergrens
misschien. Laat je wel eens in taxi's een vlokje
van je adem achter? Dat maakt het iets gemakkelijker zie
je. Spoorzoeken. Je kunt ook broodkruimeltjes strooien.
Maar kleine kinderen horen niet in een stad met uitlaatgassen
en metro en daklozen. Doe maar niet. Met je neus
op de grond lopen is gevaarlijk. Straks denken ze nog dat
het niet goed met me gaat. Het gaat uitstekend! Nee, je
adem is genoeg. Dan kan ik je komen zoeken als ik er
voldoende van overtuigd ben dat je niet weggelopen bent
om mij, maar om iets anders, een innerlijk iets of zo, iets
wat van de buitenkant niet echt te zien is, wat ik dus niet
had kunnen weten maar dat wel zo heel erg dringend is
dat je het moet volgen of je wil of niet. Als ik dat niet heel
de dag moet overlezen. Het helpt dat je niet liep maar
vloog, uiteindelijk.

 

Nicole Teunissen, Hoogland °1987
Winnaar 1ste prijs proza, eerste editie literair concours Met Andere Zinnen

 

Afgrond

Wij zijn de jonge goden van de afgrond,
Tussen de rotsen gegooid als naamloos zaad.
Ons graan was voer voor kraaien, in hun
Magen vlogen wij op, zo kenden wij hoogte.

 

Eerst grepen wij ondergronds plaats, een broeinest
Van beloftes, tot een waakvlam in ons insloeg.
Toen groeiden wij met vurige tongen naar buiten,
Braken in anderen in, voegden hun schouders aan de onze
toe.

 

Wij waanden ons vaders van onszelf, stralende
Koortsdansers van de stijgende lijn. Wij wankelden
De maat van de verticale opmars. Het ging ons te boven.
Toen wij genazen, waren wij te mager voor de nacht.

 

We kregen onze wortels niet doorgeknaagd. Zij houden
Ons ook nu nog aan de rand overeind, vastgeregen
Aan de rafels van ons duizelend verzet. Niet te vallen
Is onze enige opgave. Wij geven die diepte niet op.

Kris Lauwereys, Gent °1979
Winnaar 1ste prijs poëzie, eerste editie literair concours Met Andere Zinnen

 

Gaat heen

Niet alles zweemt. Wie stemt, zwijgt toe.
Gezeur van Hollands klinkt om niet.
Niet alles engt. Wie heilig wou,
zal staan voor wat de gek niet deelt.
Ik ben weggegaan, ik houd de mond.

Het botst en sloopt, het zeurt en trekt,
maar niemand zal verwonderen
dat claimcultuur geen ingang noopt.

Hoe zij het ook. Plaats rapper in
de velden en staat om, slaat op.
Wie over schat een rijm verzucht,
gebruikt een zin, maar zinloos is
gewauwel van verblitsing in
een vleugje zonder knoflook.

Vermenigvuldig alstublieft.

 

Derk Walters
Winnaar 3de prijs poëzie

 

Gent

De warme wind blaast door de straten
op deze gelukkige zomernacht
en op hun beurt, de straten blazen
mij door de wegen naar haar hart.

 

Langs de stinkend stromende Leie
de geur van mens en stad.
Die is pittig, ja, ruikt onbehoorlijk,
maar maakt mij zwalken -
dronken van haar liefde, ladderzat.

 

En toch, diezelfde Leie
die mij onpasselijk maakt en zat,
zegt dat haar stad bereid is,
gereed is om op te vrijen
tegen het argeloze been
van mij, de toevallige passant!

 

Zij hoeft mij niet meer te versieren.
Onschuldig, gewillig leg ik mij neer
op de kademuren van haar water,
voel de streling van haar hand.

 

Zoals ik lig, verdwaasd en dronken,
zie ik haar werkelijk’ gezicht.

 

Ze kust me, vriendelijk - ook later
wanneer de herinnering bezonken
is in mijn gedachten, onder het gewicht
van de tijd, zal ik van blijven weggaan
van weggaan blijven maken,
opdat zij met al haar warmte
mij nog weer aan kan raken...

 

Anna de Bruyckere
Winnaar 2de prijs poëzie

 

Fucking heet, tijd om te rusten

Fucking heet, tijd om te rusten
Hartkloppingen, serieus gewed
Blijven uitstellen, neen
Daar iets, een beetje
Verder, steeds stukjes dichter,
Tot ik zie, en er ben
Veel mensen, weg naar zee
Gaat gepaard, mijn teleurstelling
Een trek rond de mond, kleine
Opening, de lippen verhard
Spreidstand, naderend oorlogsgevaar,
Mijn borstkas, het lichaam
Een magere blauwgele olifant,
Naakt in de opwaartse beweging
Twijfel verovert steeds meer
Gebied, wat zit in mij? Niets
Ik heb visioenen gezegend, bang
Voor slecht zicht, een reclamebord en
Een bankje, ze begroeten, een voornemen
Bij hen te zijn aangekomen, even bij te
Praten ik voel nu, de dichter, en ik denk
Aan wie verkracht, ik aarzel
Bij de vooropgestelde liefdadigheid
De weg langer, randdebielen anoniemer
Mijn verkeerd genomen pretentie, opgemerkt
Trager, de benen in een hoek van 180 graden
Nog voor ik er bewust over denk is mijn
Lichaam in rust. In de opening van daarnet
Steekt een juist aangestoken sigaret
Inhalerend uit dwangbuizen, blazend door tijd
Iets oogsten in mijn hoofd, onmogelijk te memoriseren
Nogmaals trachten combineren
Eén zinnetje als verstekeling, die
Ik ben vergeten, slechts een
Dramatische gedachte speelt
Standvastig land, AHA AHA lang
Aanwezig in iedereen, de
Hand reikend, ik vlucht en vlieg
Over een breedte - liggende wind,
Vanwaar ik sta, waar de vingers
Aan de uiteinden van peperbruine ogen
Mij niet raken,
Ik draai nogmaals, verander, groene bomen
Stappen plotseling met schoenen voor een
Zwarte deur, automatisch
Als sleutel van de oplossing in dit complot
Iedereen is alleen aanwezig, hun gelach
Smelt samen tot harde porno spot
En ik kan niet stoppen met denken, ik
Blijf maar denken dat het bijna was gelukt
Achter het werk, voor de televisie klaarkomen

 

Maarten Derre
Winnaar 2de prijs poëzie

 

 

Wil je graag het eerste nummer van MAZ in handen hebben? Surf dan naar www.metanderzinnen.com voor meer informatie. Door een mailtje naar maz@metanderezinnen.com te sturen kan je je stem voor de publieksprijs uitbrengen.



Persoonlijkheid op pellicule
07/03/2005
🖋: 

Het Bourgondisch complot bestoof onze dwarse vruchtbodem om de stamper van de Vlaamse persfotografie te belichten. En al maakt de persfotografie maar een klein onderdeel uit van het vertakte medialandschap, wij vonden de tijd rijp om de zon eens door een kleiner raampje te laten schijnen. Met Michiel Hendryckx kregen we niet alleen boter bij de vis, maar ook een epicurist jullie allen wel bekend als een snoek op de hooizolder. Beslagen ten ijs gekomen wist de van nature begenadigde verteller ons te charmeren met een scherpe babbel over de onmiskenbare kwaliteiten van de De Standaard huisfotograaf. In een geniale snapshot flitsen we langs ethiek, esthetiek, deemoed en verwondering. Dit naar aanleiding van de tentoonstelling 25 jaar persfotografie van De Standaard in het fotomuseum.

Als kapstok voor het interview hadden we graag enkele begrippen aan de persfotograaf in zijn algemeenheid gehangen. Eén van de axioma's van communicatie is: “Een beeld kan meer zeggen dan duizend woorden.”

Michiel Hendryckx Fotografie is in zekere zin een sterk medium. Inderdaad, één beeld kan meer zeggen dan duizend woorden. Maar als je bij een bepaalde foto een totaal ander onderschrift plaatst, kan je die foto volledig anders duiden. De zwakte schuilt met andere woorden in de context, die zeer bepalend is. Bijvoorbeeld nazi's die foto's maakten in het getto van Warschau tijdens de jaren veertig om aan te tonen dat de joden inferieure wezens waren. Diezelfde foto's worden nu door de joodse lobby gebruikt als pamfletten, om aan te duiden hoe vreselijk de nazi's waren. Dat zijn dus heel sterke foto's, maar ze zijn gemaakt vanuit een ander oogpunt dan dat waaruit wij ze nu detecteren. Op deze manier is fotografie op zich soms vrij machteloos. Het is de context waarin men de foto toont en het onderschrift, de duiding, die de foto uiteindelijk zijn kracht geeft.

 

Sta je dan sceptisch tegenover fotografen die door manipulatie op het gemoed van de lezer trachten in te spelen en daarbij hun werkstuk bewerken of ensceneren?

Hendryckx Je moet geen emoties opwekken die er niet zijn. Je moet registreren als fotograaf, niet regisseren.

 

Werkt de hype van de digitale fotografie het bewerken niet in de hand?

Hendryckx Al die insinuaties wat het bewerken van foto's betreft, zijn ongelofelijk gezeik. Voor de digitalisering ontwikkelde ik zelf mijn foto's in een doka. Ook dan probeer ik accenten te leggen, zaken naar voor te brengen en de focus te verleggen. Je legt je voornamelijk toe op het bewerken van contrasten. Geen haan die daar naar kraaide. En met de computer doe ik dat perfect na.

 

Nochtans ben je door Reuters zwaar op de vingers getikt na het spuien van kritiek op de winnaar van de World Press Photo.

Hendryckx Die foto had een soort theatraliteit die volgens mij enkel geënsceneerd kan zijn. Ik denk dat wanneer fotografen in oorlogsgebied vertoeven en de lokale bevolking vragen een pose aan te nemen zoals in Grozny, met als tegenprestatie een appeltje voor de dorst, ze een foto in de zelf gewenste plooi leggen. In het medialandschap tout court geldt de wet van vraag en aanbod. De fotograaf moet zijn product van de hand kunnen doen. De klant beslist zelf welk beeldmateriaal met zijn ideologie strikt en wordt op zijn wenken bediend. Er zijn bijvoorbeeld dagbladen die geen lijken tonen en daar moet de fotograaf rekening mee houden.

 

We leven niet meer in de tijd dat we zelf onze wetten kunnen dicteren.

 

Is er in het geval van De Standaard, een zogenaamde kwaliteitskrant, ruimte voor een gemanipuleerde weergave van de feiten?

Hendryckx Neen neen! (op z'n Gents) Bij De Standaard gaat het er met de nodige integriteit aan toe. Dat is de reden waarom ik zo graag voor die krant werk. Al meer dan dertig jaar trouwens, en ik heb het nog nooit meegemaakt dat men een loopje nam met de werkelijkheid. Er is een zekere deontologie waar je aan moet beantwoorden. Kwaliteitskranten kunnen het zich naar mijn bescheiden mening niet permitteren om de realiteit te omzeilen. Er zijn talloze voorbeelden waaruit is gebleken dat manipulatie niet altijd vrij blijft van kinderziekten. Zelfs een tijdschrift als National Geographic, dat pretendeert kwaliteit te brengen, is in een rel verwikkeld geraakt nadat ze door het arendsoog van kenners op fouten werd gewezen. Elk medium moet zichzelf zuiveren en mag de lezer zeker niet misleiden.

 

In hoeverre wordt een krant door foto's bepaald?

Hendryckx Met de opkomst van de televisie begin jaren zestig is het medialandschap sterk veranderd. Harde visuele feiten bereiken via de beeldbuis de kijker, waardoor er voor de persfotografie een andere taak is weggelegd. Ze bezit het vermogen om een eerder esthetische en suggestieve commentaar te leveren en zich niet louter sec op de feiten toe te spitsen. De kwaliteitszoeker die bij de kranten terecht komt, vraagt een ander soort beeldvorming, die complementair is. Bijvoorbeeld bij een natuurramp, is het tegenwoordig de taak van de fotograaf om foto's te brengen die de zaak sublimeren en esthetiseren.

 

Wie bepaalt welke foto's gebruikt worden bij krantenartikels?

Hendryckx Dat is een delicaat punt. Sinds een tiental jaar is er een nieuw fenomeen aan de gang in de perswereld. Een autonome fotoredactie delegeert en beheert de beeldenstroom in de krant. In mijn beginjaren kreeg ik de bestelling voor een foto van de journalist, terwijl het nu de fotoredactie is die me de opdracht geeft. En daarmee bepaalt zij het beeldenpakket in de krant.

 

Hoe ziet uw dagtaak er uit?

Hendryckx De helft van mijn opdrachten krijg ik enkele dagen op voorhand toebedeeld. De rest komt rond elf uur per mail binnen, nadat de eerste punten van de dag door de redactievergadering uiteengezet zijn. Dan begeef ik me in allerijl naar mijn onderwerp.

 

Zijn er onderwerpen die je zou weigeren, of die je gewoon niet liggen?

Hendryckx Ik ben een soort octopus in mijn vak: ik ben in zeer veel dingen geïnteresseerd, op sport na. Ik kijk zeker niet neer op collega's die sportfoto's maken. Sportfotografie is een specialiteit geworden, en de kwaliteit van de foto's neemt alsmaar toe. Als ze mij de vraag zouden stellen, zou ik natuurlijk ook niet weigeren. We leven niet meer in de tijd dat we zelf onze wetten kunnen dicteren. Dankzij mijn ancienniteit kan ik die sport-dans echter nog wel mooi ontspringen. Een fotograaf moet net als een journalist geïnteresseerd zijn in zijn onderwerp. Dat is de meest in het oog springende kwaliteit van een bekwaam journalist. Als het onderwerp, zoals in het geval van sport, mij niet interesseert, zou ik een slecht fotograaf zijn.

 

Ik fotografeer graag portretten van mensen.

 

Welke onderwerpen liggen je dan wel?

Hendryckx Ik fotografeer graag portretten van mensen. Iets nieuws voor mij is het parlement. Mijn collega Eric Peustjens, die gedurende 20 jaar de Kamer en Senaat als persoonlijk jachtterrein voor De Standaard afschuimde, is op pensioen. Daarom kom ik er nu regelmatiger. Het politieke circus onder de loep nemen met mijn telelens vanop het balkon is erg fascinerend. Eén van de grote charmes van De Standaard is juist het feit dat je nooit weet wat je morgen gaat doen en dat je dus steeds verrast wordt door je onderwerp.

 

Is het ook dankzij je ancienniteit dat je als huisfotograaf van De Standaard kan blijven fungeren?

Hendryckx Naar mijn gevoel had De Standaard vroeger een soort voortrekkersrol binnen de Vlaamse Uitgeversmaatschappij (VUM). Er waren toen zeven fotografen in vaste dienst. De VUM is op een bepaald ogenblik opgesplitst en de fotografen werden verdeeld over De Standaard en Het Nieuwsblad. Met de komst van Peter Vandermeersch, als hoofdredacteur, wou men een duidelijk fotobeleid per krantentitel. Dat heeft dan gezorgd voor een inhoudelijk conflict omdat er van de betreffende fotografen een andere vorm van fotografie werd geëist. Van de pool van Standaardfotografen ben ik de enige overblijvende, nadat collega's op brugpensioen werden gestuurd. Ik zat normaal ook in die uittredingsfase, maar de directie heeft me, om een reden mij onbekend, gevraagd te blijven.

 

Iets geheel anders nu: er wordt vaak geïnsinueerd dat GSM's met ingebouwde camera een bedreiging zouden vormen voor uw beroep.

Hendryckx Er zijn ondertussen inderdaad zulke foto's in de pers verschenen. Ik geloof echter niet in die bedreiging. Er bestaat een beroepsvereniging, maar die moet zich bezighouden met het ethische en geen boswachtersfunctie vervullen. Een beeld moet iets aangrijpends hebben. En zo'n beeld kan niet beantwoorden aan de esthetische meerwaarde van een persfoto. De gsm met ingebouwde camera, is een modeverschijnsel waar we eens aardig zullen om lachen binnen een vijftal jaar. Als je het vergelijkt met het succes van de Apple iPod: dat schuilt in het feit dat die uitsluitend gebruikt kan worden om naar muziek te luisteren. Ik wil ten stelligste beweren dat een fotoapparaat nooit zal worden geproduceerd om er mayonaise mee te maken.

 

In een eerder interview sprong ons jouw liefde voor de 'ijsbeer van Pompon' in het oog. Welk raakpunt heb je met dit kunstwerk?

Hendryckx Naar aanleiding van een huldeboek dat men wou samenstellen over openbaar kunstbezit, werd een aantal bekende Vlamingen gevraagd naar voor hen intrigerende kunstwerken. Als jongste telg uit een West-Vlaams gezin, waar vader architect was, kwam ik veel in contact met kunst. En zoals het een speelse achtjarige jongen betaamt, doolde ik op een dag door het Middelheimpark. Daar stond ik dan oog in oog met de ijsbeer van Pompon. Het was mijn eerste echte kennismaking met kunst en sindsdien heeft het beeldhouwwerk een vat op mij gekregen die moeilijk te verklaren is. Het is de absolute vedette van het Middelheimpark.



KULUM
07/03/2005
🖋: 

De tijden dat voorbehoedsmiddelen een van kuisheidsgordel voorzien gespreksonderwerp waren, zijn reeds langer heengegaan, maar dat de zaadfuik even banaal geworden is als de tandplak die gepaard gaat met het nuttigen van een Mars, is toch tamelijk nieuw. Condooms en konsoorten passen ogenschijnlijk naadloos in het rijtje candybars. Iedereen lust immers de lust, zij het naar een copulerende climax onder de venusheuvel of naar een extase van de smaakpapillen. Broederlijk liggen de Zazous te soezen in het straatje zoetigheden op huisnummer 25. Ze mogen dan relatief iets prijziger uitvallen dan hun buurtbewoners, uit de toon vallen doen ze allerminst. Een klassiek voorbeeld van een zonevreemde activiteit, denkt ieder toerekeningsvatbaar beambte van de dienst urbanisatie aan wie de term gewestplan niet vreemd is. Een bordeel tegenover de toegangspoorten van het Vaticaan is al even uit den boze, zelfs als ieder van haar bewoners zo impotent is als Pinocchio zonder neus.

 

Hoewel de capootcloaca geenszins kinderbuenoachtigen uitstoot, betekent dat hoegenaamd niet dat de distributie van het pluralistische gedachtengoed ongewenst zwanger zou zijn van de contraceptie-foetus. Nu de UA duidelijk stelling neemt tegen de vijandelijkheden die met oorlog worden geassocieerd, is het maar een evidentie dat ze zich wilde indekken tegen mogelijke bloedpartijen der uterus en omgeving ingevolge een radicale interpretatie van het ‘make love, not war' gezegde waar ze zich ten volle achter schaart. Ook bij een globale peis en vree zou onze academische biotoop hebben mogen kennismaken met de intrede van het rubber in de rekken van de tussendoortjesautomaat. Nadat de Stad erin is geslaagd een geautomatiseerd bordeel te openen, ziet nu de rector het potentiële financiële gewin reeds als een extra cashcow. Een en ander zit hoogstwaarschijnlijk mooi vervat in het integraal pakket aan studentgerichte diensten dat hij voorstaat. Na het instellen van het rookverbod is een mogelijkheid om stress af te laten immers meer dan welkom. Bovendien doet de jeugd veel te weinig aan sport, dus wat is er beter dan het aanbieden van een kwalitatief hoogstaande ploegsport, zij het dan met de kleinst mogelijke bezetting. In één klap wordt de individualisering binnen de groep van de jongvolwassenen sportief tegengegaan.

 

Zolang het Middelheimziekenhuis of het UZA niet met het wondermiddel op de proppen komen dat van het HIV-virus een snotvalling maakt, is een laagje latex nog steeds interessanter dan het oneindig samenstellen van remmende cocktails. Enkel het op til zijn van een Antwerps geneesmiddel dat het immuunsysteem vrijwaart, zou tot gevolg hebben dat de familie Zazou op straat zou belanden. Welk zoethoudertje hun optrekje dan zou innemen, staat nog niet geheel vast, maar een zaaddodende crème zal het niet zijn. De erbarmelijke kwaliteit van het sperma is op zich binnen afzienbare tijd een afdoende garantie om de coïtus ongestoord te laten geschieden zonder gevaar op reproductie. Andere aandoeningen dan het gejank van het nageslacht kunnen echter niet even vlot worden gepareerd, slome, gedesoriënteerde spermatozoïden ten spijt. Het motto blijft tot nader order; doe een, al dan niet fruitige, oliejekker aan vóór er nattigheid van komt. Hoewel monogamie meer stereo galmt voor diegenen die het in de eerste plaats al niet vals klinken vinden, wordt het afrolluik voor een veilige parendans te weinig ingebouwd. Als u de volgende keer dus staat te wikken en wegen of het een Twix wordt eerder dan een Snickers, lach dan ook eens vriendelijk naar de kolonne Zazous. Zij maken de voorhoede uit van een langetermijnvisie die gestaag opzwelt en de blaffetuur naar boven houdt.



07/03/2005
🖋: 

Als het regent in Leuven, miezert het in Gent. Momenteel is men in de Arteveldestede ook al volop in de weer met de organisatie van de rectorverkiezingen. Die beloven minder spannend te worden dan in Leuven, aangezien er maar één echte kanshebber onder de Gentse kandidaat-rectoren is. Om toch een sfeer te creëren die iets of wat op verkiezingskoorts moet lijken, opperde Schamper onlangs een vrij bizar voorstel. Focussend op de plat commerciële reclamecampagne van de KULeuven, schijnbaar de “grootste concurrent” van de UGent, pleitte een dienstdoend schamperaar voor het lanceren van een “tegenoffensief”. “Kunnen we allemaal lekker affiches van de KUL gaan overplakken of reclamefolders publiekelijk verbranden.” Want zeg nu zelf, verdient deze campagne van de “KUL” soms beter ? Volgens Schamper moet men wel een “randdebiel” zijn als men zich door een “catchy slogan” van de “KUL” laat leiden. Zijn de eigenste Gentse rector en pr-dienst dan in de volstrekte randdebiliteit verzonken wanneer zij “de campagne met argusogen volgen” ? Hopelijk houdt de opvolging zich met serieuzere zaken bezig.



06/03/2005
🖋: 

De kans is groot dat het pijpenstelen regent wanneer je dit leest. Je zucht boven je cursussen. In je dromen lig je op een strand cocktails te slurpen.

De datum 19 maart heb je in je agenda aangeduid, want dan zijn het Antilliaanse Feesten Indoor in het Sportpaleis. In deze zaal doen een aantal grote namen hun muzikale ding: Kylie Minogue op 28 maart, Mark Knopfler op 25 april.
www.sportpaleis.be

 

Cinema Roma heropent zijn deuren op 16 april. Wie graag tickets wil versieren voor een van de voorstellingen, loopt best eens langs op 19 maart, ticketdag. Dan krijg je korting. Vóór die bewuste heropening kun je in zaal Rataplan terecht. Op 22 maart kun je er de film ‘SuperTex' met Jan Decleir zien. De dag daarop speelt de film ‘City of No Limits' van de Spaanse regisseur Antonio Hernández.
www.rataplanvzw.be

 

In de Arenbergschouwburg kan je op 26 maart Patrick Riguelle en Jan Hautekiet aan het werk horen. De voorstelling ‘Mis padres mi historia', te zien op 15 april, laat de kinderen van Latijns-Amerikanen die naar België zijn gekomen om dictatoriale regimes te ontvluchten aan het woord.
www.arenbergschouwburg.be

 

Sam Bogaerts regisseert een stuk van Nicky Silver, ‘Dikke mannen in rokjes'. Van 13 tot 16 april te zien in Theater Zuidpool.
www.zuidpool.be

 

Op 31 maart is het tijd voor Warre Borgmans en Jokke Schreurs in Theater het Klokhuis. ‘Schone Woorden' is de titel van hun voorstelling. Het is een vlag die de lading niet helemaal dekt, want er zou ook ‘Schone Muziek' bij moeten zijn.
www.vlaamsfruit.be

 

‘Forgeries, love and other matters', een dansvoorstelling die van 22 tot 26 maart in de Singel loopt moet het minder van mooie woorden hebben, al zijn de namen van de uitvoerders, Meg Stuart & Benoît Lachambre & Hahn Rowe - Damaged Goods & par b.l.eux, een hele mondvol.
www.desingel.be

 

‘Trilogie voor moeder de vrouw' is de jongste voorstelling van Stefan Perceval. Op 9, 10 en 12 maart in het Paleis en van 29 maart tot 2 april in Studio Tokio te zien.
www.toneelhuis.be

 

Bij TG Stan zijn ze er alvast zeker van, dat de titel van hun nieuwste productie in goede aarde zal vallen. ”'Redde wie zich redden kan' geen slechte titel”, heet het stuk, een bewerking van Thomas Bernhard's 'Dramoletten'. Het speelt van 23 tot 26 maart in de Monty. In april werpen ze daar trouwens een blik over de grens, tijdens de Hollandse Maand. Er vallen dan een aantal recente toneelstukken te bekijken.
www.monty.be

 

Vind je Nederland te dichtbij? Het Zuiderpershuis brengt de culturele rijkdom van Mali naar Antwerpen van 5 tot 18 maart tijdens het multidisciplinair sensibiliseringsproject ‘Stemmen uit Mali'. Het aanbod is in elk geval veelzijdig: workshops, concerten, een tentoonstelling, rondetafeldiscussie en films.
www.zuiderpershuis.be

 

Antwerpen Boekenstad loopt stilaan ten einde. Het is echter nog niet te laat om een avondje geletterd plezier mee te pikken. Op 22 april is er het slotfeest, maar daarvoor zijn er nog een hele resem activiteiten.
www.abc2004.be

 

Zit je op kot in Wilrijk en zie je het niet zitten om je eendenvijvers te verlaten en naar 't Stad te fietsen? Zelfs voor jou hebben we iets: Op 16 april komt Sioen naar CC De Kern in Wilrijk.
www.antwerpen.be/dekern