Een vooruitblik op onze toekomst?
02/05/2005
🖋: 

Al snel werd duidelijk wat men onder ‘vergeten publiek’ verstaat. Zoals er jongeren in horden komen aanstormen op Rock Werchter, zo kwamen hier trosjes grijze, gekrompen en gerimpelde mini-mensjes aangewield en -geschuifeld, voetje voor voetje. Zij offerden allen graag hun plekje aan het raam in het rusthuis op om de Nederlandstalige kitscherige ballads, medleys en hier en daar een toets verouderde kleinkunst te komen beluisteren. Het beloofde voor hen een middag te worden vol zeemzoete nostalgie.

Binnenin het Sportpaleis heerste koning Herfst. Overal zagen we dorre velletjes, kromme benen, ruggen en armen, kalende, grijze of gepermanente schedels. Kreten als "we want more" klonken wat zachter dan wij het normaal gewend zijn, er werd wat meer gekucht en gepuft en ook het bestijgen van de trappen nam wat meer tijd in. Het witgele kruis was trouwens opvallend aanwezig en we verdachten de organisatie ervan een verzorger van de palliatieve afdeling achter de hand te hebben gehouden. In elk geval, de oudjes hadden dolle pret toen Bart Van den Bossche zijn '‘Ga Met Me Mee' inzette: de rimpels rockten en de botten kraakten van de reuma en de artrose. Ook het duo Elly en Rikkert passeerde de revue met hun ‘Kauwgomballenboom', Samantha rolde kwiek het podium op om stevig van katoen te geven terwijl de zaal enthousiast ‘'E Viva Espana' meezong. Miel Cools vroeg om een staande ovatie, maar na een "ach" en een "wee" is dat er om begrijpelijke redenen niet van gekomen (die verdomde reuma toch...).

 

Het waren uiteindelijk vooral ons aller Nicole en Hugo die de show stalen. De armen gingen de lucht in en de oudjes waren dermate enthousiast dat ze zelfs hun kunstgebit lieten meeklapperen. De rode, zwierige jurk van Nicole deed menig mannenhart stil staan en '‘De Allereerste Keer' en ‘'Kom Van Dat Dak Af' konden op veel bijval rekenen. Met hun ingestudeerde (en volgens onze rochelende achterbuurman hilarische) bindteksten wilden ze zich ook nog als komisch talent bewijzen, al hadden ze dat ons inziens beter achterwege gelaten. Ook het vermelden waard is de blonde zangeres Mieke, want om haar kitsch te kunnen smaken moet men echt wel een stel hersenen in degeneratie hebben. Mieke zong dat "een kind zonder moeder als een vaas is zonder bloemen" waarna ze op het lumineuze idee kwam de zaal in te huppelen (wijsheid komt met de jaren, maar blijkbaar niet voor iedereen). Daar wachtte een fan haar op om haar eens stevig beet te nemen en samen vrolijk een rondje te walsen. Het grote scherm toonde ongenadig hoe ze het mens op slinkse wijze op een stevige duw trakteerde zodat ons Mieke geheel bevrijd haar weg kon vervolgen.

 

Al bij al leek de grijze massa de muziek zeer te appreciëren. Het Houden Van-orkest, dat gezegend was met de aanwezigheid van een jong, blond koortje, deed erg zijn best en ook de zangers op leeftijd waren vast van plan er het beste van te maken. Toch waren er voor ons net iets te weinig hoogtepunten en net iets te veel nummers waarvan duidelijk was waarom het nooit echt hits waren geworden. Als we zo oud moeten worden, sterven we toch liever jong! Maar ach, laten we ons er maar niet op blind staren, immers: “als je in de stront zit is een scheet een frisse wind”, dixit Miel Cools. Wij hebben wijselijk vroegtijdig de zaal verlaten (onze excuses aan de zanger Gerard Cox) om nog even van de zon, de lente en vooral van onze jeugd te genieten...



02/05/2005
🖋: 

“Ach, noem mij maar de Oude Kastanjeboom”, zegt een rijzige kastanjeboom met mooie lokken en een lach in zijn ogen. We zitten in een huisje aan de d’Herbouvillekaai op de groene, vervuilde terreinen van “De Petrol”, een kilometer Hobokenwaarts van de Kennedytunnel. Wat verderop staan industriële constructies die door Panamarenko bedacht hadden kunnen zijn, omzoomd met straten als de Naftaweg, Lysolweg, of de Metaalstraat. Maar hier, achter het huisje dat je zo zou voorbijrijden, heeft de rommel vriendelijke vormen aangenomen: een moestuin, een heuse Skate-City, een atelier,... Hier bloeien de Scheld’Apen.

Het begon eind jaren '90. Enkele enthousiastelingen kneedden de Weltschmerz en energie van de jongeren op de Groenplaats en samen kraakten ze een pand in de Meistraat; het Project VogelVrijStraat, een plaats waar alles mocht, was geboren! “Schrap de omschrijving '‘randdebielen' toch maar”, bedenkt de Oude Kastanjeboom zich. Na enkele weken, volgde de bestorming en ontruiming, maar de krakers weken uit naar de oude havenkantine op de d'Herbouvillekaai. Het stadsbestuur toonde begrip en de ‘Scheld'apen' werden erkend als Jeugdbeweging. In die jaren woonden tot 40 jongeren in en rond het gebouwtje. Er ontstonden muziekgroepjes als de ‘A.M.brassband' of ‘Maskesmachine'. Absolute toppers als ‘Think of One' en ‘Zita Swoon' kwamen er repeteren, knutselaars en ‘tactiele' kunstenaars van allerlei slag konden aan het werk in de tuin. Een echo van de creatieve sfeer van toen vind je in de roman ‘Walvis' van Tom Naegels uit 2003.

 

In 2004 viel even het doek over de Scheld'apen. Vlakbij werd een doortrekkersterrein voor zigeuners aangelegd en hun nachtrust was niet gebaat met een quasi-gekkenhuis waar wilde feesten tot de sleur van alledag behoorden. Bovendien stonden de woonwagens van de krakers in de weg. Het jeugdhuis werd gesloten, de Scheld'apen zouden uitwijken naar het ‘Noordkasteel'. Toen dat plan toch niet doorging, trokken de jongeren alle registers open; er kwam een grootschalige campagne. Dat was niet moeilijk want iedereen uit de culturele scène had wel iets van doen met het broeinest aan de d'Herbouvillekaai. Het protest kon niet worden genegeerd en sinds april '05 staat het jeugdhuis weer ter beschikking van onstuimig Antwerpen.

 

Elke vrijdag kan je er aanschuiven voor een goedkope vegetarische maaltijd in de '‘Volxkeuken'. Het publiek bestaat niet meer enkel uit verlopen kunstenaars; door de wijde bekendheid van de Scheld'apen, lopen er nu ook nieuwsgierigen, die niks met het jeugdhuis te maken hebben, tussen de dampende potten. Het ruwe, revolutionaire decor (waag het niet een ‘cola' te bestellen) en de vele, loslopende honden zorgen voor de ‘cool', het psychedelische urinoir met hoog dak en magisch licht kan gelden als een kathedraal van graffitikunst. Een andere vaste afspraak zijn de eigenzinnige Kontra-films op zaterdag, en natuurlijk de optredens (zie kalender op website). Bovendien knutselen de Scheld'apen deze zomer zomaar even een concertzaal in elkaar.

 

Maar kan iedereen met teveel energie hier nu altijd terecht? “Nee, daar zijn we van afgestapt. In het begin liep het hier vol junkies die zich af en toe ook kunstenaar noemden. Zo'n prutsers willen we niet meer! We willen een mama zijn voor jonge talenten die zo bezeten zijn van hun kunst dat ze niet aan eten denken, zo van die echte fiepen. Dat soort kerels vind je trouwens niet enkel in de kunst, hoor. Mannen als Darwin, awel, dat zijn ook fiepen.”

 

 

Scheld'apen, d'Herbouvillekaai 36, 2020 Antwerpen, www.scheldapen.be



29/04/2005
🖋: 
Auteur

Je bent net afgestudeerd als fotografe aan het KASK in Gent en je krijgt de kans om met een beurs in het buitenland verder te studeren. Je kan kiezen uit een aantal landen, waaronder Israël, wat kies je dan? Ine Dehandschutter – de fotografe van de foto’s op de volgende pagina’s – koos onmiddelijk voor Israël.

Ine Dehandschutter Ik wou het conflict in het Midden Oosten begrijpen. Het oorspronkelijke idee was om drie maanden te studeren in Israël, uiteindelijk is het twee jaar geworden. In april 2003 ben ik met het openbaar vervoer rondgetrokken van Turkije naar Syrië, Libanon en Jordanië. Zo kon ik het conflict ook beter leren kennen, al begrijp ik het nog altijd niet helemaal.

 

Kende je jongeren van beide kanten?

Dehandschutter Ja, dat maakte wat gebeurde begrijpelijker maar dat betekent nog niet dat ik het goedkeur. Anderzijds was het wel vervelend dat elk gesprek na tien minuten over politiek ging. Soms vielen beide kanten me op net hetzelfde aan. Ik heb op een gegeven moment een Palestijnse vriend en een Israëlische vriendin elkaars telefoonnummer gegeven en ze zijn beginnen bellen. Ze wilden wel afspreken maar dat lukte gewoon niet, een Palestijn geraakt niet tot in Jeruzalem en voor een Israëliër lijken de Palestijnse gebieden onveilig.

 

Hoe voelde het bij een checkpoint?

Dehandschutter De toestanden daar zijn heel vernederend en lastig. Dan begrijp ik soms heel even de aanslagen van de Palestijnen. De typische fierheid botst daar als een jongen van 18 een man van 68 beveelt al zijn kleren uit te doen. Het is daar vaak een kwestie van oorzaak en gevolg. Ik heb wel eens ruzie gemaakt of op een diplomatische manier gereageerd, meer kan je niet doen. Israëlische jongeren hebben legerdienst van hun 18 tot hun 21. Wat moet die jonge knaap aan dat checkpoint doen met een groot geweer in zijn handen, bang door alle verhalen die hij gehoord heeft? Volgens mij zit de enige oplossing in het onderwijs en de jeugd. Palestijnse kinderen van 5 tot 13 jaar hebben nu alleen negatieve ervaringen met Israëli's, ze kennen alleen de soldaten. Een Palestijnse vader vroeg me ooit: "Wat moet ik aan mijn kinderen vertellen als zij alleen het slechte zien?" Iedereen kent wel iemand die problemen had met de soldaten.

 

Voelde je dan geen angst om naar die oorlog te trekken?

Dehandschutter Telkens ik de bus op stapte dacht ik de eerste drie seconden: waar ga ik zitten om een aanslag te overleven? Ofwel keek ik thuis de hele dag televisie ofwel vertrok ik. Je let anderzijds wel op, meestal voel je de situatie wel komen. Ik ben trouwens geen oorlogsfotograaf, vanop 500 meter afstand kon ik ook foto's trekken. Maar ik ben een paar keer moeten vluchten en ik heb gevaarlijke situaties meegemaakt. Zo zat ik 's nachts in een vluchtelingenkamp toen de tanks binnenreden en begonnen te schieten. Dan ga je niet naar buiten om foto's te trekken, je blijft gewoon binnen. Toen ik even terug in België verbleef hoorde ik dat er een bom was ontploft op een markt die ik regelmatig bezocht. Ik heb direct vrienden gebeld om te horen of ze ongedeerd waren in plaats van in te storten omdat ik daar had kunnen zijn. Uiteindelijk is de kans op een ongeval met de wagen groter dan dat je omkomt door een bomaanslag.

 

Hoe gaat er aan toe in het dagelijkse leven in Israël?

Dehandschutter Eigenlijk is Israël redelijk westers, het voelde zelfs raar om te gaan studeren in "de 53ste staat van de VS", hoewel het land ontegensprekelijk ook veel van het Midden-Oosten heeft. Israeli's lijken veel meer op Palestijnen dan ze zelf willen. Palestina is een heel andere cultuur, het echte Midden-Oosten. Het gaat er wel anders aan toe dan we hier soms denken, op televisie zien wij en ook de Israëli's alleen maar aanslagen. Maar dat nieuws is maar een heel klein stukje van het leven in Israël, dat is alleen wat de media laten zien. Ik heb daar twee jaar geleefd en ik heb nooit een aanslag meegemaakt. Ik leefde daar zoals hier, ik ging naar school en ik zat 's avonds op café.



Interview met een student die gebruikt
29/04/2005
🖋: 
Auteur extern
Tom Geens

Omdat we niet enkel uit wilden gaan van gezichtsloze cijfers spraken we met Sebastien, een student politieke en sociale wetenschappen die er naast zijn studentenleven nog een heel ander bestaan op nahoudt. Hij weet zijn studies immers te combineren met de occasionele drug. Wij wilden weten hoe hij dat doet.

Hoe ben je voor het eerst in contact gekomen met drugs?

Op mijn veertiende rookte ik mijn eerste jointje. Dat was toen iets speciaals, iets waar ik nog niet veel van afwist. Omdat mijn vrienden het deden wou ik het ook wel eens proberen en dat beviel mij goed. Ook paddestoelen aten we wel eens; dan gebeuren er soms echt gekke dingen. Daar is het ook heel lang bij gebleven maar op mijn achttiende begon ik in plaats van op café meer en meer naar clubs te gaan. Daar pakte ik mijn eerste ‘bolleke' (xtc-tablet, nvdr.) en ontdekte ik een heel andere wereld, de wereld van het blijven doorgaan, het feest dat niet stopt. Later ben ik dan overgeschakeld op coke, wat ik nog beter vond. Ook speed heb ik wel eens geprobeerd maar dat beviel mij niet zo.

 

Zijn er ook drugs die je nooit zou proberen?

Heroïne. Te gevaarlijk volgens mij. Ik heb al van verschillende mensen gehoord dat je “eraan hangt” na je eerste shotje en dat zou ik zonde vinden. Hoewel ik af en toe iets neem, wil ik niet afhankelijk zijn van iets. Ook MDMA en LSD vind ik link. Dat zijn dingen die je volgens mij niet in de hand hebt.

 

Je studeert ook nog. Valt het studentenleven eigenlijk te combineren met de vele feesten en drugs?

Moeilijke vraag. Ik denk dat ik ook wel een beetje het geluk heb, of de discipline, om in de belangrijke periodes volledig van al die dingen af te blijven. Dan is het af en toe een jointje, maar niet meer dan dat. Ik heb veel mensen rondom mij zien afhaken hoewel ze aanvankelijk heel gemotiveerd waren om iets te maken van hun studies. Door de combinatie van drugs en feesten zijn ze de realiteit wat uit het oog verloren en hebben ze hun studies opgegeven om zich in het nachtleven te storten. Meestal komen ze dan ook nog in de horeca terecht. Daar kunnen ze zo'n mensen wel gebruiken.

 

Hoe kan je als student al die drugs betalen?

De meesten verdienen iets bij, in de horeca dus bijvoorbeeld. Sommige drugs zijn ook helemaal niet zo duur. Speed kost maar vijf euro per gram, pilletjes vijf euro per pil.

 

Paranoia

Is het gebruik van drugs tijdens de examenperiode een hardnekkige roddel of is er iets van aan?

Het is zeker geen roddel; ik ken genoeg mensen die heel de nacht blijven doorstuderen op een gram speed. Het is maar de vraag wat ze er twee dagen later nog van weten, maar op dat moment zal het zeker wel zijn nut hebben.

 

Ligt het dan ten dele aan de universiteit, die teveel eist van de studenten?

Nee, dat denk ik niet. Misschien zijn er richtingen waarin dat wel zo is, maar bij ons zeker niet. Meestal zijn het studenten die weinig naar de les gaan, niets doen tijdens het jaar en daarom hun toevlucht zoeken in zulke ultieme reddingsmiddeltjes.

 

Hoe zit het met voorlichting? Heb je het gevoel dat je genoeg kennis hebt over drugs?

Nee, en soms dringt dat ook wel eens tot mij door. Ik neem bijvoorbeeld regelmatig coke, maar dat betekent niet dat ik besef welke gevaren dat op lange termijn met zich meebrengt. Ik kan alleen maar afgaan op wat ik voel op dat moment en achteraf. Van marihuana weet ik dat dan weer wel perfect. Als je jarenlang blowt heb je ook wel eens een aanval van paranoia of schizofrenie en daar komt nog bij wat ik met sommige van mijn vrienden zie gebeuren. Er zit er nu nog één in de psychiatrie. Maar dat betekent niet dat ik niet meer blow, hé. Als je het in beperkte mate doet is het veilig volgens mij.

 

Maar om terug te komen op die voorlichting: denk je dat de universiteiten daar een rol in kunnen spelen?

Ja, natuurlijk. Het zou een deel van het pakket algemene opvoeding moeten zijn.

 

Hoe moeten ze dat dan doen?

Een folder met het nummer van de drugslijn zou al veel doen, denk ik (die folders liggen er, nvdr.). Of misschien een algemeen vak invoeren waar drugsvoorlichting een onderdeel van is.

 

Oplossing?

Ben je voor legalisatie van soft drugs?

Stiekem is ook wel leuk, maar toch zou het geen slecht idee zijn. Voor mij mag het zelfs verder gaan en mogen hard drugs er ook bijhoren. Alcohol bijvoorbeeld is volgens mij een veel gevaarlijker dan coke. En als je 't legaliseert kan je beter controleren wat, hoe en waar er wordt genomen. Als je ziet wat voor spul je soms in je handen krijgt... Ik herinner mij bijvoorbeeld iemand die een lijn aan het leggen was en mij er ook één wou geven. Ik heb vriendelijk bedankt toen ik zag en proefde dat het kalk van de muren was. Die testteams vind ik ook een heel goed idee. Die komen naar feestjes en testen gratis je pillen. Je zou ervan schrikken hoeveel rommel daar tussen zit. Als je altijd zou weten wat je neemt...

 

Hoe zie jij die legalisering van hard drugs dan?

Het ideaal zou zijn moest de staat het verdelen onder mensen die afhankelijk zijn. Die verdeling is gratis en gedoseerd. Bij dat pakketje zou dan wel psychologische begeleiding horen. Voor wat, hoort wat.

 

Zie je daar echt de oplossing in?

Ja, het is mogelijk als het idee goed wordt uitgewerkt. Weet je wat het rare is als ik dit aan iemand vertel? Hun reactie is altijd: “Ja maar, dan gaan er toch veel meer mensen aan de drugs geraken.” Onzin. Het is tijd om de ogen te openen en te zien dat er veel meer mensen drugs nemen dan iedereen denkt. Het is perfect mogelijk om een normaal leven te leiden en toch af en toe een snuifje te nemen. Voor marihuana gold lange tijd hetzelfde taboe. Nu is daar al wat meer openheid rond omdat ook enkele hooggeplaatste mensen toegaven dat ze er niet vies van waren. Met hard drugs is het juist hetzelfde. Je zou er echt van opkijken als je wist hoeveel mensen het al gedaan hebben.

 

Hebben je medestudenten weet van je verborgen leven?

Een stuk of vijf mensen weet het, omdat ik ook weet dat zij het doen. Er wordt eigenlijk weinig over gesproken, tenzij je elkaar toevallig tegenkomt op een feestje. Niemand hoeft het te weten, vind ik. De mensen veroordelen je nogal snel.

 

Heb je nog een laatste wijze raad?

Ja, blijf niet blind voor wat er rondom je gebeurt en veroordeel niet. En ga ook niet te lichtzinnig om met eender welke drug.

 

Zullen we doen. Bedankt en nog veel succes met je studies.

 

 

Tom Geens



SMS
29/04/2005
🖋: 

De examens zijn in zicht en we horen her en der reeds klagen over de vele uren hersenarbeid die eenieder van ons zal gaan verrichten de komende maanden. Al hoeven we niet te klagen, getuige het volgende voorbeeld. In Nederland moeten een twintigtal leerlingen vliegtuigtechniek al hun afgelegde examens sinds 2001 overdoen wegens het niet compatibel zijn aan een Europese richtlijn. De studenten kunnen nu de ongeldige examens opnieuw afleggen, zonder voor de kosten te moeten opdraaien. Dat zou er nog aan moeten mankeren.

Vaak hoor je klagen over hoe erg het wel gesteld is met de tradities in het studentenleven. Alsmaar minder volk voelt zich blijkbaar geroepen om deel te nemen aan wat studentikoos verzet na de colleges. Om de cantussen volgend academiejaar wat extra cachet te geven en een gedegen inleiding te bieden, organiseert Studiant op 9 mei het cantorenconvent. Je leert er alles over het wat, hoe en waarom van de betere cantus. Voor meer informatie kan je terecht op www.cantorenconvent.be

 

Al dan niet een verbod op het dragen van religieuze symbolen in België? Aan de universiteit van Cambridge ontstond er grote heisa door het invoeren van een verbod op het dragen van kilts en militaire uniformen op officiële universitaire plechtigheden. Luid klinkt het protest en velen maakten reeds duidelijk ook op toekomstige plechtigheden hun nationale trots te zullen dragen.

 

Minister Onkelinx besliste onlangs dat de volksjury in de assisenrechtspraak moet blijven bestaan. Wel zal de assisenprocedure drastisch worden hervormd. Een Amerikaans jurylid denkt er het zijne van. Hij zat té overtuigend te geeuwen tijdens een zitting en kreeg daarvoor een boete van 100 dollar.

 

Op kennis staat geen leeftijd. Dit dacht ook een 81-jarige Chinees die zich inschreef voor de universitaire toelatingsexamens. Ondanks zijn respectabel aantal levensjaren wil de man toch zijn levensdroom, het behalen van een universitair diploma, in vervulling zien gaan.

 

Met hard werken kom je er wel. Dit dacht ook een Zuid-Koreaanse man die na 272 keer proberen slaagde in zijn theoretisch rijexamen. Vijf jaar lang was hij vaste klant in de rijschool, die nu hoogstwaarschijnlijk een groot deel van haar omzet ziet dalen.

 

“Nog één glas wodka”, klinkt het in het bekende lied. Een groep Indische apen ging een avondje stappen en dronk een fles vers bereide alcohol leeg. Dorpsbewoners trachtten de benevelde dieren weg te jagen, waarbij enkele dorpelingen zelf gewond raakten. De primaten besloten dan toch maar, te voet weliswaar, richting woud terug te keren.



Handleiding voor al dan niet terecht (misnoegde) gebuisden
29/04/2005
🖋: 

“Als ge goed op tijd begint, en goe blokt, dan zal 't allemaal wel lukken.” Mijn vader. Twee weken voor 't examen. Niet alleen is het dan te laat om goed te beginnen (hoewel: Pedro Delgado begon in 1993 zijn Tour vier minuten te laat, maar eindigde toch derde op iets meer dan drie minuten van winnaar Indurain), ook tussen goed blokken en slagen ligt een hobbelige kasseistrook waar pech en ongeluk als meedogenloze islamitische doodseskaders op de loer liggen.

Zo kunnen een toevallig voorbijwandelende zwarte kat, een schrikwekkend examennummer dertien of een achteloos gebroken autospiegel onderweg nefaste gevolgen hebben op het moment van de waarheid, het mondeling examen. En dan praten we niet eens over de grillen van professoren, hun drang naar willekeur bij het verbeteren, hun mannelijk eergevoel na een blauwtje bij die knappe studente uit eerste lic. Waar zwarte katers en gebroken spiegels tot de risico's van het vak behoren, mogen we ons bij breedgrijnzende en leedvermakende professoren niet zo licht neerleggen. Omdat niet iedere lezer van dwars rechten studeert, en omdat zelfs die categorie vermoedelijk niet meer weet dan hetgeen in de cursus staat (en zelfs dat) legt dwars het één keer voor u uit: de raad voor examenbetwistingen.

 

Alle begin is moeilijk, zeker als het een examen is. Maar dat is dus waar de ellende start. Niet omdat je een moeilijke vraag had, evenmin omdat je gewoon te dom bent (beide lastig maar niet aanvechtbaar); wel omdat professor x uw gezicht wat akelig vond afsteken tegen het vergaan lichtgroen van de zetels in zijn bureau, u daarvoor vervolgens met een drie belonend. Dat soort situaties vraagt om rechtvaardigheid, en bij gebrek aan een UA-versie van dr. Phill zullen we daarvoor de juridische weg moeten volgen.

 

Al start die queeste in eerste instantie wel op de universiteit zelf. De ombudsdienst. Het instituut is Zwitsers van origine, en dus niet echt gebrand op conflict. De ombudsman (of -vrouw, al vermeldt het groene boekje die variant niet) zal trachten in onderling overleg tot een oplossing te komen. Meer dan vergeefs hopen op een excuus en een tweede kans is dat echter doorgaans niet. Minstens kan je bij de brave man inlichtingen krijgen omtrent de eventueel te volgen procedure. Al zal overbluffen van dit artikel lastig worden.

 

Belangrijk is dat je dan binnen de vijf dagen na de bekendmaking van de deliberatie, beroep aantekent bij de voorzitter van de examencommissie. Je legt klacht neer, waarna de UA intern op zoek gaat naar een fout. De UA treedt dus zelf op als beroepsorgaan, en moet een gemotiveerde beslissing nemen binnen de vijftien dagen.

 

Eén en ander staat overigens beschreven in het examenreglement. Ben je te laat, zal je beroep onontvankelijk zijn, en dus niet eens behandeld worden. En dat legt dan weer een hypotheek op de eventuele verdere beroepsmogelijkheden, want om de juridische procedure te mogen volgen, zal je eerst een negatieve beslissing van de examencommissie moeten hebben. Vijf dagen dus, niet getalmd!

 

Te weinig punten, geen oplossing via de ombudsdienst en niet het gewenste antwoord van de examencommissie gekregen? Geen nood. Ook als de gehele UA zijn rug naar je keert als ware je de baarlijke dumbo, de nieuwe raad voor examenbetwistingen opent zijn deuren en werpt je een reddingsboei toe. Objectiviteit at last!

 

Bij de raad kan je een beslissing van de examencommissie (ook van de tuchtcommissie overigens) betwisten. Opnieuw heb je vijf dagen om je verzoekschrift (aangetekend ditmaal) in te dienen. Die korte termijnen zijn er om te vermijden dat je pas in december weet of je in oktober mocht beginnen aan het volgende jaar. In dat verzoekschrift horen jouw gegevens, die van de UA en je klacht. Verder kenmerkt de procedure zich door alle garanties van een gerechtelijke procedure: objectiviteit, mogelijkheden tot wraking van raadslieden, openbare zittingen waarop gepleit wordt, en een definitief oordeel.

 

De raad gaat echter je examenresultaat niet aanpassen. De bevoegdheid om dat te doen, rust net exclusief bij de examencommissie. Wel kan de raad bevelen dat er opnieuw een deliberatie volgt, maar dat bepaalde motieven expliciet genegeerd moeten worden, of andere motieven expliciet geëvalueerd dienen. Ook mogelijk is dat een nieuw examen wordt opgelegd, hetgeen bij ernstige twijfel vermoedelijk de oplossing zal zijn.

 

Te technisch? Een voorbeeld? Stel: je krijgt een vier na een examen dat echt meer verdiende. Je vermoedt dat je relatie met de zoon van de professor in kwestie er voor veel tussenzit, maar je krijgt de examencommissie niet zover je resultaat te hervormen. Bij de raad krijg je de kans één en ander te bewijzen: je hebt je kladpapier nog, je laat anderen die aan het voorbereiden waren in hetzelfde lokaal getuigen, kortom je bewandelt alle opties die openliggen om je gelijk aan te tonen. Gelooft de raad je, zal je vermoedelijk ‘'voorlopig' al kunnen inschrijven voor het volgende jaar. ‘'Voorlopig' is dan in afwachting van een nieuwe, definitieve beslissing van de commissie, of een nieuw examen voor dat vak.

 

Blijf je zelfs na deze procedure ontheemd achter, niet getreurd. Willy Sommers haalde ook nooit een universitaire bul, en kijk eens waar hij het gebracht heeft.

 

 

Centrale ombudspersoon UA: Patrick Cras
direct telefoonnummer: 03 821 57 57
e-mail: patrick.cras@ua.ac.be



27/04/2005
🖋: 

Op 22, 23 en 24 april werd er gefeest op het De Coninckplein. De nieuwe Permeke-bibliotheek opende haar deuren en het jaar Antwerpen Wereldboekenstad was ten einde. De literatuur moest dan ook gevierd worden. Schrijvers als Tom Lanoye, Al Galidi en Ramsey Nasr waren van de partij en de Antwerpenaar werd getrakteerd op lezingen, muziek, rondleidingen in het nieuwe gebouw, een ontbijt en boekenbals voor jong en oud.

Na de officiële opening ging vrijdagavond het lezersfeest van start. De bibliotheek zette haar deuren wagenwijd open en het volk stroomde toe. Het indrukwekkende gebouw (ooit een Ford-garage, vandaar Permeke) bleek niet alleen een enorme boekenvoorraad te herbergen. De opvallende glazen kubus vooraan doet dienst als grand café, er is een auditorium voor allerhande voorstellingen, een vergaderruimte, en ook het stadskantoor (waar je terecht kan met al je vragen over de stad) wordt er gehuisvest. De bibliotheek zelf valt op door haar ruimtelijkheid, licht en de eerder industriële architectuur. Op de benedenverdieping, ‘De Markt', worden de meer populaire boeken in rode, rollende boekenkasten bewaard, is er plaats voor de kinderboeken en kan je je boeken inleveren en uitlenen. Alles gebeurt uiteraard elektronisch (zelfs het sorteren!) zodat het personeel volledig ter onzer beschikking staat voor belangrijkere zaken. Op de bovenverdieping is er dan de ‘Open Ruimte' en de onvermijdelijke leeszaal waar de stilte wordt geëerd.

Van stilte was er op de opening gelukkig nog geen sprake.

 

Elk hoekje van de bib werd benut. De witboeken die eerder dit jaar in het kader van ABC werden uitgedeeld werden tentoongesteld, met verve door honderden mensen volgeschreven en -getekend. Marcel Vanthilt liet bekende Vlamingen voorlezen en in het auditorium lazen auteurs voor uit eigen werk. Zo bracht Dimitri Verhulst een lezing ten berde en dat uit het cahier (26 cahiers die elk een letter van het alfabet vertegenwoordigen en ingevuld werden door evenveel duo's van schrijvers en kunstenaars) dat hij met de acrobaat Danny Ronaldo opgesteld had: een dialoog tussen een circusartiest en zijn paard. Gerda Dendooven wist ons dan weer te boeien met een verhaaltje over drie oude zusters, de liefde en de dood, en ook auteurs als Bart Moeyaert en Stefan Hertmans deden hun ding. Ondertussen kon je hoog in het stadskantoor de wat intiemere interviews met onder andere Jef Geeraerts, Chris de Stoop en Oscar van den Boogaard bijwonen en werd er op het plein zelf duchtig gevierd.

 

De Stad wil er voor zorgen dat de buurt rond het plein opleeft onder invloed van dit initiatief. Men wil voor meer diversiteit zorgen en zo het verval en de marginaliteit die welig tieren op en rond het De Coninckplein tegengaan. Tussen pot en pint wist één van de architecten die tien jaar geleden mee aan de wieg stond van dit project ons te vertellen dat de Stad de oude garage ooit opkocht met dit nobele doel voor ogen zonder dat ze er een precieze bestemming voor had. Men heeft pas laat beslist dat er een openbare bibliotheek moest komen. Sterker nog, de architecten hebben moeten ontwerpen zonder dat ze wisten waar ze eigenlijk naartoe moesten werken. In elk geval, het opzet lijkt geslaagd. De vastgoedprijzen zitten in de lift en een ‘Zuid-effect' lijkt op til. Wat er met de huidige, minder begoede buurtbewoners moet gebeuren, is natuurlijk een ander paar mouwen...

 

Interview met Michael Vandebril

Op zaterdag interviewden wij voor u de artistiek coördinator van ABC Michael Vandebril die onze stad mooi door het Wereldboekenstadjaar heeft geloodst. Wij keken met hem terug op het afgelopen jaar maar vroegen ook naar zijn mening over de buurt.

 

Denkt u dat de komst van de nieuwe bibliotheek een gunstige invloed zal hebben op de buurt?

Michael Vandebril Ja, ik denk van wel. Een bibliotheek heeft een publieke functie, er komen sowieso mensen naartoe. Dat betekent een nieuwe publieksstroom in deze wijk, de mensen gaan deze wijk ontdekken. Deze buurt is de laatste jaren ook gezelliger geworden. Je zit bovendien ook vlak bij het station en de Meir, deze buurt hoort dus gewoonweg bij het geheel van de stad.

 

Maar als je hier zo rondloopt zie je niet echt veel mensen uit de buurt...

Vandebril Jawel, absoluut wel... Mensen uit de straat en uit de buurt waren heel nieuwsgierig en hunkerden ernaar dat nieuwe gebouw ook eens vanbinnen te zien. Zij zijn dan ook in groten getale aanwezig vandaag. Het is natuurlijk ook niet uitsluitend een bibliotheek voor de wijk hé, het is iets voor de hele stad.

 

Denkt u niet dat het voor de buurtbewoners eerder een negatieve zaak is om deze buurt te herwaarderen? Zullen zij na een tijd hier niet gewoon worden weggejaagd door stijgende huurprijzen?

Vandebril Ja, dat is al bezig, daar heb je geen bibliotheek voor nodig. Zo gaat dat altijd in een stad. Er is altijd een beweging bezig van verloederde buurten. Mensen die weinig geld hebben, zoals jonge mensen, artiesten, ... die kopen hier een woning. Dat proces is al een tijdje aan de gang. De Stad steunt deze beweging door er een bibliotheek te zetten, maar ook door het bouwen van andere gebouwen zoals het Designcentre en de vernieuwing van het Astridplein. Deze combinatie herwaardeert de hele wijk en het effect daarvan is inderdaad dat de huurprijzen gaan stijgen. Maar je ziet ook dat de mensen dan meer energie gaan steken in het opknappen van hun huizen, wat van deze wijk terug een gezellige, leefbare omgeving maakt. En dat is positief.

 

En hoe kijkt u terug op het jaar Antwerpen Wereldboekenstad?

Vandebril Dat waren twaalf lange maanden. We hebben veel kunnen doen: grote opvallende dingen, maar ook veel intieme, kleine en die vind ik minstens even belangrijk. Het stopt ook niet, Antwerpen Wereldboekenstad wordt dit weekend afgesloten maar de organisatie Antwerpen Boekenstad leeft verder, dat blijft een vast onderdeel van het Antwerpse cultuurbeleid. We gaan dus initiatieven blijven nemen, en projecten ondersteunen. Het is dus nog niet afgelopen voor mij. Aangezien we samenwerken met de stedelijke dienst, de bibliotheek en o.a. het Letterenhuis zullen we nog genoeg serieuze dingen op poten zetten.

 

Staan er dan nog grote projecten op stapel?

Vandebril We zijn nu plannen aan het maken en tegen het einde van dit jaar, met de boekenbeurs, gaan we die op tafel leggen.

 

Het is dus nog een beetje geheim...

Vandebril Ja. (lacht)

 

Heb je uiteindelijk alles kunnen doen wat je wou met ABC?

Vandebril Dat gaat natuurlijk niet. Antwerpen heeft de titel 'World Book Capital' in 2003 van UNESCO gekregen en dat heeft veel deuren geopend, maar je moet keuzes maken in wat je doet natuurlijk. Uiteindelijk ben ik wel blij met de keuzes die we hebben gemaakt. Het waren ook niet altijd de klassieke keuzes, we hebben soms gekozen voor avontuur. Dan mag je je natuurlijk aan kritiek verwachten, maar zo bereik je ook nieuwe doelgroepen. Zo was er bijvoorbeeld het undergroundprogramma, Sixpack in Petrol waarbij er een literaire activiteit plaatsvond vóór elke party. Dat was iets dat buiten de lijntjes viel maar niettegenstaande zeer goed gewerkt heeft. Anderzijds hebben we ook de klassieke dingen georganiseerd, zoals de tentoonstelling met het overzicht 200 jaar Vlaamse letteren. Zulke dingen moeten er uiteraard ook zijn en dat heeft ervoor gezorgd dat we een zeer gevarieerd, boeiend jaar achter de rug hebben.

 

Wat ziet u als uw persoonlijk hoogtepunt?

Vandebril Mijn hoogtepunt was een heel klein moment. Simon Vinkenoog – een Nederlandse dichter van bijna 80 jaar die hier vroeger de Beatgeneration geïntroduceerd heeft en Kerouac en Ginsberg vertaald heeft – heeft in onze ‘Beatbookstore' in de Wolstraat een gedicht voorgelezen. Dat was dus iets heel kleins, maar het bruiste. Een heel groot moment was dan weer de dag waarop we het grote doek met het gedicht van Tom Lanoye op 'den Boerentoren' ontrolden. Dat gedicht heeft een jaar lang enorm veel indruk gemaakt volgens mij. Uit 'Stad van Letters', de 26 cahiers, zijn schitterende resultaten voortgekomen zoals de kleine theatervoorstelling van Dimitri Verhulst en Danny Ronaldo, 'de Gigantomaan'. Die hebben zij speciaal geschreven om op te voeren in het planetarium van de Zoo, in 'de pikkendonker', enkel met een draaiende sterrenhemel. En zo kan ik nog uren doorgaan...

 

Hoort vandaag er ook een beetje bij?

Vandebril Ja, absoluut, ik vind dit echt een hoogtepunt. Ik ben blij dat we kunnen afsluiten met zoiets groots, met een mooie bibliotheek en een groot lezersfeest. Er is gisteren (vrijdag, nvdr.) op drie uur tijd 3000 man geweest, dus we kunnen zeker spreken van een groot succes. Ik ben een tevreden man.



27/04/2005
🖋: 
Auteur extern
Christoffel Hendrickx

Dat de UA meer is dan een warm nestje waar slimme jongens en meisjes zich intellectueel kunnen verrijken, wist u al. Dat er studenten zijn die al eens experimenteren met illegale genotsmiddelen waarschijnlijk ook wel. Het hoeft niet te verbazen dat druggebruik zich niet beperkt tot tuig dat in een kartonnen doos woont. Wij vroegen ons af in welke mate de student rookt, slikt, snuift of spuit en wat hij daarover denkt. Omdat u niet kon wachten op de uitslag van de grootschalige enquête die pas aan de UA liep, zochten wij al een en ander uit.

Studenten staan bekend als grote aandeelhouders in de alcoholconsumptie. Uit een informele rondvraag bij studenten op de Campus Drie Eiken en de Stadscampus blijkt dat ze ook niet vies zijn van andere genotsmiddelen. 70% van de 60 ondervraagde studenten heeft ooit zijn astrale hersenbanen verkend of zijn escapistische verlangens met wondermiddelen bevredigd. We peilden ook, aan de hand van enkele simpele ja-neenvragen, naar hun kennis over drugs en naar hun houding tegenover drugsvoorlichting en een eventuele legalisering. De resultaten roepen heel wat vragen op: een groot aantal studenten, zo blijkt, is wat naïef als het gaat om het gebruik van illegale geestverruimers. Acht op tien studenten staan achter een volledige legalisering van softdrugs. Los van de vraag of legalisering een goed idee is, lijken studenten er zich bovendien niet van bewust dat de wettelijke omkadering heel wat problemen veroorzaakt (zie kader). In werkelijkheid is er nu zo goed als geen wet, maar dat baart gebruikers blijkbaar geen zorgen; een stem pro legalisering heeft vaak meer weg van een politiek statement dan van een nuchtere houding.

 

Daarnaast staan onze boekenwurmen blijkbaar niet stil bij de problematische term ’softdrugs’. Op één student na, zijn ze allen tegen het toelaten van ’hardrugs’. Heel wat specialisten verwerpen echter het onderscheid tussen hard en soft. Psychologen, psychiaters en therapeuten komen dagelijks in contact met mensen die lijden onder de neveneffecten van het gebruik van geestverruimende middelen. Zij spreken dan ook graag van het ’hard gebruik’ van softdrugs; een verslavend gebruik met chronische gevolgen voor de psyche en het gedrag. Deze addertjes onder het rookbare gras worden niet in de beredenering van de student betrokken.

 

Met al deze dubbelzinnigheden en moeilijkheden in gedachten, lijkt het me in de eerste plaats belangrijk dat men geen onbezonnen standpunten inneemt. Het is dan ook des te schrijnender dat de helft van de studenten toegeeft dat ze niet voldoende kennis hebben over de voor- en nadelen van een joint. De ironie wil dat bij de niet-gebruikers acht op tien er dan weer wel zeker van is dat ze goed ingelicht zijn. Dergelijke resultaten kunnen ons misschien veel zeggen over de politieke gevoeligheid van de drugsproblematiek. Het hele debat wordt daarbij getekend door eenzijdige pro’s en contra’s, veel vooroordelen en weinig feitelijke kennis. Drugs worden al te vaak als een middel beschouwd om zich politiek te profileren als progressief of conservatief. De ondervraagde studenten gaan onder diezelfde stigmatiseringen gebukt en velen van hen blinken spijtig genoeg uit in onwetendheid. Misschien wordt het inderdaad eens tijd voor een degelijke voorlichting en een nuchtere en onpartijdige analyse.

 

 

Christoffel Hendrickx

 

De regering worstelt al jaren met het inpassen van blowgedrag in de samenleving. Er is al heel wat heibel geweest over de oude rondzendbrief, waaruit een onduidelijk beleid en een willekeurige beslissingsgrond spraken. In principe werd op 28 januari 2003 de drugswet van paars-groen goedgekeurd. Nu is de rondzendbrief, die de parketten en de politie een houvast moest bieden voor de toepassing van de veelbesproken wet, herschreven. Het document, van de hand van de vorige minister van Justitie, Marc Verwilghen, werd door de parketten als onbruikbaar afgedaan. De definitie van ’problematisch gebruik’ van cannabis en de registratie van gebruikers deugden niet volgens de procureurs-generaal die de rondzendbrief moesten ondertekenen. Een werkgroep met specialisten van de parketten, leden van de dienst Strafrechtelijk Beleid en van het kabinet Onkelinx buigen zich over een nieuwe tekst. Die zou voor de zomer klaar zijn. In welke richting de wijzigingen gaan, wil Onkelinx nog niet kwijt. Ondanks deze moeilijkheden bij de regering zijn de ondervraagde studenten zeker dat ’de legalisering’ mogelijk is en maar beter nu dan nooit kan plaatsvinden.



Voor u bekeken
27/04/2005
🖋: 

Kinsey

Liam Neeson is Alfred Kinsey, wetenschapper. Na een traumatische jeugd door een dictatoriale vader, kiest Alfred voor zijn ware liefde: biologie. Lange tijd is de jonge bioloog gefascineerd door galwespen, tot hij na een stuntelige ervaring op zijn huwelijksnacht besluit de menselijke seksualiteit onder de loep te nemen. Dit recept staat garant voor verbazing en woede in het puriteinse Amerika. In feite zou dit eerste succes voldoende moeten zijn om een degelijke film te maken, maar regisseur Bill Condon weigert hier halt te houden: hij wil per se een morele boodschap meegeven. Jammer genoeg zonder succes. Het verhaal slingert een beetje doelloos rond. Het weet niet of het nu een moraalles wil zijn, dan wel een vranke film over vrije seks. Het resultaat is vis noch vlees. Voeg daaraan nog de fletse acteerprestaties toe van de acteurs in de bijrollen, vooral Laura Linney, die haar puriteinse imago nooit van zich kan afwerpen, en je krijgt een middelmatige film. Enkel Neeson zelf, en de immer charismatische John Lithgow als dictator ten huize Kinsey, geven nog licht in de duisternis. Onvoldoende echter: wij bleven onbevredigd achter...

SCORE: 55%

 

The Machinist

Ooit al gehoord van ‘'method acting'? Christian Bale geeft in deze film een nieuwe betekenis aan deze woorden. Hij viel voor deze rol schrikwekkend veel af: hij is letterlijk vel over been. Bale vertolkt het hoofdpersonage – Trevor Reznik –, een arbeider die al een jaar niet meer geslapen heeft. De reden hiervoor blijft lang een mysterie, maar wat je wél ziet, zijn de gevolgen van die insomnia op de geest van Reznik. De stijl van de film is zodanig kleurloos, dat je na een kleine twee uur het gevoel hebt dat je zelf al een jaar niet meer hebt geslapen. Begrijp me niet verkeerd, dit is niet noodzakelijk een nadeel. Brad Anderson, de regisseur, beoogde namelijk net dit effect. Je maakt dan ook gedurende enkele dagen de ‘bad trip' die Reznik ondergaat mee. Weinig echte gebeurtenissen, des te meer sfeerbeelden en hallucinaties. Het eindresultaat is dan ook bewonderenswaardig beklemmend.

SCORE: 75%

 

White Noise

Over deze thriller van Geoffrey Sax kunnen we snel een oordeel vellen. Een vernietigend oordeel! Michael Keaton speelt Jonathan Rivers, een man wiens vrouw onlangs overleden is. Via een vreemde man komt hij in contact met zijn overleden vrouw. Normale, sceptische studenten verwachten dan tenminste een zigeunerin die in een rokerig tentje je toekomst voorspelt (Veel geld! Veel sex! Veel rock'n'roll!). De waarheid is echter veel simpeler: de doden communiceren met de levenden via de TV. Nu wisten we allemaal dat dat toestel vele nuttige functies had, maar een link met ‘de andere kant'? Gevolg van deze ietwat ridicule setup is een film waarin veel naar ‘sneeuw-TV' wordt gekeken, met op de achtergrond zware stemmen en dreigende schaduwen. De bedoeling van een thriller is het publiek angst aanjagen. Als dat enkel lukt door op de meest onverwachte momenten een luide gil door de bioscoopboxen te jagen, schort er iets aan je film. Dat had Sax echter niet zo begrepen, en hij liet deze miskleun toch op de wijde wereld los. Besluit: White Noise is een genrefilm die nooit de cliché's van het genre overstijgt, en enkel op de makkelijkste manier zijn doel bereikt: van enige filmische suspens heeft deze regisseur duidelijk nog nooit gehoord.

SCORE: 30%



27/04/2005
🖋: 
Auteur

Met dit haartje poëzie uit de oude doos voltooide het Harig Monster exact 8 jaar geleden een schrijfopdracht Engels; trouw aan Moeder Natuur en meer dan ooit berustend in zijn lot. Welnu, beste lezers, zoals Bob Dylan reeds wees op de steeds veranderende tijden, zo ook wil ik nu een einde maken aan mijn lijden.

Hair, hair, hair
I’ve got hair everywhere
On my legs on my back
On my chest and on my head

 

What should I do
Or what could I do
Nothing can repair
My overwhelming hair

 

But life goes on
And hair grows on
So I let it there
Everywhere

 

U hoort het goed; het Harige Monster strijkt zichzelf tegen de haren en trekt zijn wintervacht voorgoed uit. Voortaan is het gedaan met al die vernederende uitlatingen zoals ‘bosaap', ‘bolleke wol' en ‘l'homme tricoté est arrivé'. En ook ‘Hé papa, kijk daar een harig monster!' zal van nu af aan definitief tot het verleden behoren.

 

Zonder een traan weg te pinken zeg ik eveneens vaarwel tegen al die gênante situaties bij de kapper. “Meneer, zal ik eveneens uw nektapijt wegscheren?” Waarna laatstgenoemde driftig op zoek ging naar het eerstvolgende stukje huid met maanlandschapprofiel. tevergeefs: wat volgde was immers een gefrustreerd gesleur aan de kraag waarbij het ander uiteinde zich langzaam maar zeker in de keel van de klant sneed en deze verstikt achterliet. Meestal werd ik dan opnieuw wakker wanneer de verstopte tondeuse met rukkende epileerbeweging van tussen mijn bilspleet werd verwijderd. Nooit meer!

 

Zo ook zal geen badmeester mij nog liggen hebben met zijn verplichte badmutsen voor het ganse lijf. Om nog maar te zwijgen van het immer verscheurende douchedilemma: wassen met zeep of met shampoo. Mythes voor de geschiedenisboeken!

 

Want voor u, beste lezer, staat een totaal nieuwe realiteit: het VOLLEDIG KALE MONSTER. Voortaan geen filosofisch gezwets omtrent het uiteinde der haren noch nestwarmte dicht bij de huid, maar wel uw reactie op dwars' oproep naar viriele kandidaten: de ware naaktheid!

 

Tot volgend jaar!