Opiniestuk

23/03/2013

Met het begin van de lente breekt een mini-relletje los rond fraude in academisch onderzoek. Onze eigen Patrick Loobuyck, welbekend van het vak Levensbeschouwing, geeft in een opiniestuk de schuld aan de marktlogica, die de onafhankelijkheid van het onderzoek in gevaar brengt. Bijna tezelfdertijd neemt Rik Torfs ontslag als senator voor CD&V om zich toe te leggen op de rectorverkiezingen in Leuven. In een interview op Reyers Laat bejubelt hij het universitaire bestaan, omdat juist daar onafhankelijke geesten zich in alle vrijheid kunnen toeleggen op hun onderzoek naar keuze. Beide gebeurtenissen krijgen heel wat persaandacht. Diezelfde week verschijnt op de Facebookpagina van Universiteit Antwerpen een bericht: de Raad van Bestuur coöpteert drie nieuwe leden, allen vrouwen, één daarvan Liesbeth Homans. Persaandacht: nihil.

Nochtans brengt net de coöptatie van Liesbeth Homans die veelgeroemde onafhankelijkheid van de universiteit in gevaar. De Raad van Bestuur heeft het recht leden te coöpteren en we kunnen alleen maar toejuichen dat de Raad hier vrouwen kansen geeft. Het genderevenwicht aan de universiteit van Antwerpen blijft uit balans. Daar zit dus geen probleem. Waarom echter vindt de Raad van Bestuur het nodig een actieve politicus te coöpteren? Wordt hier niet minstens een schijn van partijdigheid gewekt? Mevrouw Homans wordt immers niet gecoöpteerd als lid van het stadsbestuur of als privé-persoon, maar als N-VA-politicus. Nee, dit is geen rondje N-VA-bashing. Mevrouw Homans en haar partij worden hier niet geviseerd, wel de rol van de politiek binnen de Vlaamse universiteiten, het ontstellende gebrek aan kritiek daarop en de actieve medewerking eraan vanuit de top van die universiteiten.

 

Critici zullen misschien zeggen dat verschillende personeelsleden van Universiteit Antwerpen politiek actief zijn. Zij werden echter niet aangeworven omdat ze politiek actief zijn, mevrouw Homans wel. We moeten de politiek niet weren uit de universiteit, maar wel vermijden dat er een schijn van favoritisme of – god verhoede – plat opportunisme begint te heersen.

 

Men heeft er me in de voorbije week meermaals – en niet altijd even vriendelijk – op gewezen dat in de Raad van Bestuur ook actieve leden van sp.a en CD&V zitten. Dat klopt. Annemie Verhoeven (CD&V) wordt afgevaardigd door de gouverneur, Robert Voorhamme (sp.a) door de minister van onderwijs. De situatie van Mevrouw Homans is echter niet dezelfde. Zij zetelt immers niet als afgevaardigde van een instantie (waar de Raad van Bestuur dus niet kan beslissen wie er zetelt), maar werd actief gecoöpteerd door de Raad van Bestuur. Robert Voorhamme zetelt niet, een afgevaardigde van het ministerie zetelt. Annemie Verhoeven zetelt niet, een afgevaardigde van de provincie zetelt. Waarom laten we ook niet een afgevaardigde van de stad zetelen? De schepen van onderwijs bijvoorbeeld, of die van jeugd? Dan nog moeten we ons de vraag stellen of zij een actieve rol moeten kunnen spelen binnen de Raad van Bestuur. De officiële vertegenwoordiger van de overheid, de regeringscommissaris, heeft geen stemrecht. Waarom dan die andere politici wel? Kunnen we hen geen adviserende rol geven?

 

Veel vraagtekens in de vorige alinea. Dit opiniestuk is dan ook niet bedoeld als het laatste woord van iemand die de wijsheid in pacht denkt te hebben, maar wil enkel het debat aanzwengelen. Als we als universiteit werkelijk onafhankelijkheid zo hoog in het vaandel dragen, moeten we misschien ook de rol van de politiek binnen onze universiteiten eens herbekijken.



de Internationale Editie
22/03/2013
🖋: 

Geen zichzelf respecterend blad zonder buitenlands nieuws, dachten wij. Elke maand bieden we daarom een buitenlands student de kans zijn visie op de actualiteit te delen. Dit keer laten we student architectuur Tsarfati Ido uit Tel Aviv aan het woord, die ons vertelt hoe het is om in Israël te studeren.

Sommige mensen denken waarschijnlijk dat het leven in Israël hardcore is. Dat is zeker waar, ook al valt onze natie niet in een welbepaalde vorm te gieten. Zoals het oog van de wereld zich op Israël heeft gericht, doen wij dat op onszelf en op elkaar. We voelen ons ertoe verplicht. Het zal nog lang duren voordat Israël geen penibel gespreksonderwerp meer is. Tot die tijd moeten we met een open geest onze mening uitdragen, verdedigen, kijken naar het verleden, heden en toekomst; en daar oplossingen voor bedenken. Zo zit Israël vol met subjectieve meningen en definities. Dit is er één van.

 

Ik werk in een bar in Tel Aviv waar we de hele dag door een gerecht verkopen dat 'Hardcore' heet. Er hoort een shot wodka bij, en een shot espresso, waarbij je vier stukken Matias (een soort gepekelde vis) voorgeschoteld krijgt. Het is een gekke combinatie als je het niet gewoon bent. Maar de smaken vallen zo harmonieus samen dat dit gerecht voor mij persoonlijk symbool staat voor Israëls diversiteit. Het gemiddelde studentenleven speelt zich af tussen Tel Aviv en Jeruzalem, de twee grootste steden van het land. Deze twee steden worden allebei als hoofdstad beschouwd en staan met elkaar in verbinding. De dialoog die er tussen wordt gevoerd, gaat hard op en neer, soms stroef en dan weer soepel. Het belangrijkste is echter dat er tenminste een dialoog gevoerd wordt. Stap voor stap wordt ons culturele imago meer gevormd door de bevolking, minder door de geschiedenis.

 

Obama's kritiek

Barack Obama was hier onlangs op zijn eerste presidentiële bezoek. In zijn eerste ambtstermijn probeerde hij nog de vriendschapsbanden tussen Israël en Amerika te minimaliseren. In 2009 bezocht hij Egypte en Turkije, en sloeg doelbewust Israël over. Hij wilde toen vooral de hand uitsteken naar de islamitische staten in het Midden-Oosten, en vermoedde, wellicht terecht, dat een bezoek aan Israël in dezelfde trip, dat plan zou doen falen. Sinds kort, echter, blijkt dat plan veranderd te zijn. Dat de linkse Obama en de rechtse premier van het Joodse land Netanyahu niet overeen komen is al langer bekend, maar vorig jaar kon de wereld zien hoe Amerika, samen met Israël tegen de toevoeging van Palestinië aan de VN stemde. Nu hij eindelijk dan toch hierheen reist krijgt hij ook meteen de Israëlische Medaille voor Onderscheiding, de hoogste onderscheiding die ons land kan geven aan een burger. Peres, onze President, prees Obama voor het eindeloze werk dat die steekt in zijn vredesonderhandelingen, al heeft die zijn uitspraken over de Joodse nederzetting en hun verplichte verwijdering nog niet ingetrokken.

 

Tijdens zijn speech benadrukt hij hoe belangrijk het individu is, hoe jongere generaties druk zouden moeten uitoefenen op onze nationale politieke agenda, hoe belangrijk het is voor de bevolking om vrede en langverdiende rust te krijgen. Hij benadrukt hoe we helemaal niet zo ver staan van die andere bevolkingsgroepen in het Middenoosten, en hoe we net hetzelfde willen voor onze toekomst Hij raakt de juiste snaar bij de meeste Israëliërs. Ze spreken van wantrouwen, gebaseerd op een geschiedenis van politieke spelletjes. Ze verwachten dat de Verenigde Staten nu snel met harde eisen op tafel zullen komen en dat Israël gedwongen zal worden om flink in te leveren.

 

Toch heeft de gemiddelde jongere hier het gevoel dat Obama de student beter kan aanspreken dan welke nationale politicus dan ook. Ze voelen zich oprecht geadresseerd en begrepen. De verlangens zijn onder woorden gebracht en gesteund. Obama heeft er dan ook uitdrukkelijk voor gekozen om het volk aan te spreken, in plaats van een speech te houden in het parlement. Dit feit stuit bij sommigen ook op onbegrip en verdenkingen, maar uiteindelijk heeft hij de doorsnee burger wel weten te bereiken. Hoe dit alles verder gaat, zal de toekomst moeten uitwijzen.

 

Het kernwoord voor het leven over het algemeen blijft hier ‘kritiek’. We kunnen ons volgens de nieuwste mode kleden, filosofen citeren of negeren, hele nachten dansen en bewijzen dat je een zo normaal mogelijke student bent. Soms leeft er hier het gevoel dat die verandering elk moment kan aanbreken, zelfs op internationaal vlak. Toch komen we altijd terug bij het besef dat we in een hardcore omgeving opgroeien en volwassen worden. Aan de ene kant zijn er aan het leven van de jongeren geen grenzen, aan de andere kant kan er opeens een gigantische muur staan – fysiek en mentaal – opgebouwd door mensen. Dan is de grens opeens onoverkomelijk.

 

Ik blijf de `Hardcores` serveren aan het volk in de bar dat druk discussieert, klaagt en alle oplossingen lijkt te hebben, met hun mond vol van de rijke, pittige maar ook soepele smaken. En ik? Ik heb zin in het toetje.

 

 

Wij danken Tsarfati Ido voor zijn bijdrage.



Aambeien met slagroom
21/03/2013
🖋: 

Dagen Zonder Vlees gaat zijn laatste week in, al duurt de strijd tussen vegetarisme en vleeseters eeuwig voort. dwars koos twee redactieleden uit om de uitdaging aan te gaan, in verkorte vorm. Zij, bijna-veganiste, bokst een week lang tegen de vleesberg op. Hij stort zich een week op vegetarisch voedsel. Voor velen een gewoonte, voor iemand die al acht jaar het vleesleven schroomt, is dat een opdracht. Ook de vleeseter vecht tegen de vooroordelen, de rare namen en de tofoe. Een week vol schuldgevoelens, moeite met verteren, buikloop en flatulentie.

Zij Meestal vind ik het fijn producten te vergelijken aan de kassa van de GB. Mijn verse groenten en noten tegenover onherkenbare stukken dier en chips. Ik staar naar mijn salami en hoop dat niemand ziet dat ik vléés koop. Ik voel me als een vegetariër die vlees eet. Dit gaat niet om het herontdekken van smaken of het tijdelijk aanpassen van mijn voedingspatroon. Dit gaat om beweegredenen van een vegetarisch bestaan en de effecten ervan op bredere schaal. De ecologische voetafdruk, dieren als product, dierenleed, gezondheid, enzovoort.

 

‘s Avonds staat het veganistisch vriendje vis klaar te maken voor zijn vegetarisch liefje. Met een veelbetekende blik krijg ik mijn bord toegeschoven: “Smakelijk.” Sarcasme, quoi? Ik vraag me tijdens elke hap af of de vis met sleepnetten is gevangen? Of Kapitein Iglo zijn kilo’s bijvangst zonder schroom weer de zee in kiepert?

 

Kipcurry met paardenvlees

Hij Ja, ik eet graag vlees. Ik geef het toe en ik heb daar geen probleem mee. Tegenwoordig word je als vleeseter met metaforische pijlen gefusilleerd als je de woorden ‘filet pur’ en ‘lekker’ in eenzelfde zin koppelt. Je wordt constant op de vingers getikt dat door jouw ecologische voetafdruk het broeikaseffect ontstaan is. Vlees eten is ongezond en zorgt ervoor dat je binnen dit en 10 jaar ergens wegrot langs de autosnelweg, je lichaam verorberd door een bende wraakzuchtige eenden, herten en koeien. Men moet medeleven tonen. Vleeseters worden eendenborst na eendenborst de paria’s van de maatschappij. Begrijp me niet verkeerd, ik eet dolgraag groenten, fruit en alles wat ons een harmonieuze en utopische samenleving kan maken. Een vleesvrij dieet aanhouden of ‘vegetariër’ zijn – dat obscuur woord – is dus de oplossing en de uitdaging. Ook al is het maar voor een week. Tussen haakjes: hummus is best wel – flauw woordgrapje – te pruimen.

 

Zij Aan tafel bij mijn ouders bekijk ik de opties: strasbourg, paardenvlees en kipcurry. Kipcurry dan maar. Waarom wel kipcurry en geen paardenvlees? En ben ik wel zeker dat er geen paardenvlees in die kipcurry zit? Later krijg ik Vaders Kookkunsten voorgeschoteld: witloof met ham. Nadien worden hapjes op tafel gezet. “Dit kan je nu ook eten,” zegt mama uitnodigend terwijl ze naar de worstjes en salamiblokjes wijst. Liever niet, mijn maag moet wennen aan de ham. Niet veel later krijg ik van mijn vriend de vraag hoe lang ik denk dit nog vol te houden."Je staat nogal... agressief".

 

Het thuisfront en fuck vegetariërs

Hij Niet zo heel ver hier vandaan, ergens in het plattelandse Tongeren, kondig ik het nieuws van mijn abrupte zevendaagse vasten aan. Ik voel me als Christus zelve, die het woord van God verspreidt naar alle uithoeken van het land. "Gij zult mij volgen, ontdoe uzelf van alle vleselijke lusten en u zult zoals mij zijn." Ik verwacht oorverdovend gejuich en een bloemenkrans maar krijg eerder twee houten planken en wat nagels om mee te spelen. In koor weerklinkt het “fuck vegetariërs”.

 

Zij Mijn collega neemt de taak op zich me te voorzien van ‘iets lekkers met vlees’ deze middag. Wat later komt ze terug met een broodje tonijn-rundsvlees én een vegetarisch alternatief, half om half. Tijdens het uitpakken van de broodjes kijkt ze me even aan: wat denk je van drie-vierde en één-vierde? Het rundsvlees is bijna onmerkbaar, de tonijn veroorzaakt een galm van het woord “overbevissing”.

 

Dilemma in de supermarkt. Alles ziet er hetzelfde uit. En als ik een lap vlees zou kiezen, hoe maak je zoiets klaar? Zijn er conventies waar ik rekening mee moet houden? Rituelen? Welk vlees moet goed doorbakken, wat moet rood? Een dag later krijg ik een bord met aardappelen, boontjes en een worst voorgeschoteld. Weer datzelfde gevoel: een mengeling van nostalgie en schuldgevoel. Een vleugje zo-proefde-dat met wat-ben-ik-in-godsnaam-aan-het-eten?

 

Quorn en een fris lenteslaatje

Hij In de keuken. Falafel aan de ene kant, tofoe aan de andere. Buikloop ergens in het midden. Stroef, plakkerig en niet erg geslaagd is de uitslag. Wat hunker ik naar een stukje vlees. Tussen alle kikkererwten, sojascheuten en seitan door, droom ik over een weidse vlakte waar vlees danst in de wind. Ik salsa met een duo lamsbouten, – tweelingen, zo blijkt – tango met een steak tartare en wals met wat foie gras.

 

Zij Tijd voor ervaringsuitwisseling met mijn dwars-collega. Ik krijg pasta met kip en chorizo voorgeschoteld, om me te sparen van een gigantische steak. Daar is hij weer: die vleessmaak. Niets tegen de kookkunsten van mijn collega, de pasta was perfect gaar en die tomatensaus was zeker niet slecht. Toch, dat slaatje met avocado dat op zijn bord ligt, ziet er verdomd lekker uit.

 

Beiden Het einde nadert. Nu koken de twee proefkonijnen voor elkaar. Quorn in een paprikajasje, geflankeerd door een slaatje. Erg smakelijk, doch staren we beiden lustvol naar het eten op het bord van de ander. Hij eet een week vegetarisch. Zij een week vlees. We hunkeren naar betere tijden.



Amfetaminen en tragiek
21/03/2013
🖋: 

Wie de Panorama-aflevering rond de dood van Jonathan Jacob heeft gezien, kan stellen dat het een mooi staaltje journalistiek is. Een man sterft voor het nut van de maatschappij. Een naakte, weerloze man – volledig verdwaasd door een amfetamine rush – die angstig naar de camera in de cel kijkt. Buiten de cel stelt een interventieteam, het Antwerps Bijzonder Bijstandsteam (BBT), zich op om de situatie te bedwingen. De celdeur wordt geopend en Jonathan wordt door het zeskoppig team neergehaald en meerdere malen geslagen. De daaropvolgende weken barst er een ware gerechtelijke heksenketel los, die nog steeds aan de gang is. De Antwerpse Procureur des Konings Herman Dams lijkt tevens met zijn vingers in de amfetaminepap te hebben gezeten. Beschuldigingen, schimmige omleidingen, de blaam op het blazoen en een ware magistratenoorlog tot gevolg. dwars trok zijn stoutste bottinekes aan en stapte richting Lokale Politie Antwerpen om te informeren of de agent – uw vriend – fan is van Rambo.

Jonathan Jacob stierf op 6 januari 2010, in een doorgangscel te Mortsel. Zijn lichaam bont en blauw geslagen. Drie jaar geleden heeft dit schouwspel plaatsgevonden. De beelden spreken boekdelen en lijken uit een onbestaande gevangenisfilm te zijn geplukt. Een sinistere samenvloeiing van de badhuisscène uit David Cronenbergs Eastern Promises en de heroïnetrip uit Danny Boyles Trainspotting. Een zaak als deze degraderen naar een culturele pastiche is oneerbiedig. Talloze onbeantwoorde vragen wentelen zich rond de affaire. Moest 'Wat Als?' een dramatischere wending geven aan zijn sketches was dit een perfect voorbeeld geweest. ‘Wat als procureur Dams zich persoonlijker bij de zaak betrokken had?’ is enerzijds een vraag die je kan stellen. Anderzijds lijkt die vraag het hele systeem te doen veinzen. ‘Wat als het BBT niet was opgetrommeld?’ is ook een mogelijke optie. Een zeskoppig interventieteam – met klinkende codenamen die een je-ne-sais-quoi uitstralen – contacteren om één man in bedwang te houden lijkt een radicale ingreep. De mogelijkheden zijn eindeloos. Nu de hele affaire het daglicht heeft gezien, is het duidelijk dat er op elk moment blufpoker werd gespeeld.

 

Verantwoordelijkheid zoek

Het is een hele gerechtelijke, persoonlijke en menselijke boterham om binnen te schrokken. Iedereen wijst elkaar met de vinger want iedereen zit fout. Justitie zet zijn waakhonden uit om het onderzoek van het onderzoek van het onderzoek te onderzoeken. Zodoende ook dwars, niettegenstaande vanuit een iets humanere invalshoek. Wat vindt de lokale ordehandhaver van de zaak-Jonathan Jacob? Niet elke agent is immers lid van het BBT.

Binnenwandelen in het politiebastion van de Oudaan om naar wat persoonlijke meningen te vragen rond de polemiek lijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Aangezien er een geheimhoudingsclausule is afgesloten, is naar deze zaak informeren niet zo makkelijk. Doorverwezen worden, wachten en vriendelijk verzocht worden een andere keer terug te komen. Een dood spoor. Na vele omzwervingen in ’t Stad lukt het me uiteindelijk twee agenten aan te klampen. Anonimiteit is verzekerd, aldus noemen we hen Flik 1 en Flik 2; de namen Vegas en Hollywood waren al bezet.

“Wat er met Jonathan gebeurd is, is een regelrechte schande. De arrestatie moest logischerwijze worden uitgevoerd, aangezien hij stijf stond van de amfetaminen. Wat er zich daarna allemaal heeft voorgedaan is pure onkunde”, zegt Flik 1, duidelijk geïrriteerd. Hij gaat verder, “Jonathan was onder invloed van drugs en werd gediagnosticeerd als zijnde in een psychotische staat. De reactie van het team in zijn cel is compleet ongepast.” Jonathan Jacob was een fervent bodybuilder en nam amfetaminen om in een euforische staat te geraken. Hierdoor kreeg hij psychoses. “Het BBT is in mijn ogen voor een dergelijke situatie niet nodig. De agressie die hij vertoonde was een verdedigingsmechanisme. Ik denk niet dat hij werkelijk iemand wilde verwonden”, beweert Flik 1. Toch werd het interventieteam opgeroepen. Flashbangs, politieknuppels, een duwvork, riot gear en vuistslagen wentelden zich rond Jonathan. Zes agenten die een procedure uitvoerden die bij gewelddadige sujets gebruikt wordt om ze te kalmeren. De zogenaamde gestoorde procedure. Flik 1 vermeldt dat "het voornamelijk het gebrek aan doortastende communicatie was wat de zaak-Jonathan Jacob zo amateuristisch maakt en dat niemand zijn verantwoordelijkheid durft of wilt opnemen.” Wiens fout is het dan? Procureur Dams lijkt de dans te ontspringen door te beweren een “menselijke fout gemaakt te hebben”. Het interventieteam blijkt een schorsing te zijn ontlopen nadat Bart De Wever besloot geen van de agenten van het BBT preventief te schorsen. Het lijkt een straatje zonder eind.

 

Alexianen

Flik 2 stelt zich eerder voorzichtig op. “Het is moeilijk om in een zaak als deze te zeggen waar de fout is voorgevallen. De politie in Mortsel toonde erg veel begrip voor Jonathans situatie omdat hij gezegd had dat hij amfetaminen had genomen. Ze hebben geprobeerd hem te laten colloqueren, zonder enig resultaat.” Het psychiatrisch centrum Sint-Amedeus weigerde hem op te nemen. Twee keer hebben ze geprobeerd hem aan te melden bij het centrum, en in beide gevallen negeerden ze de aanvraag. Hier ligt het ook zeer gevoelig. Moest Jonathan niet sowieso opgenomen worden? “Als hij zou zijn opgenomen bij de Alexianen, was hij nu nog in leven”, denkt Flik 2. Nadat Jonathan geweigerd werd in het psychiatrisch centrum keerden de agenten terug naar de lokale politie van Mortsel. Zoals de reportage van Panorama laat uitschijnen wilde hij koste wat het kost niet opgesloten worden. “Als de geneeskundige hulpverlening ‘neen’ zegt, is het de taak van de politie hem op te nemen. Dus moesten ze Jonathan wel in een cel zetten. Niet uit machtsvertoon, maar voor zijn eigen veiligheid. Daarbovenop moest er ook een kalmeringsmiddel toegediend worden.” Nochtans werd de celdeur gebarricadeerd met balken en leek niemand van het korps zich gerust te voelen. Was platspuiten de enige optie? “Ik denk dat het voor hem de beste optie was”, gaat Flik 2 verder, “afgezien daarvan blijven de beelden op je netvlies gebrand. Je blijft je afvragen hoe zoiets kan gebeuren.” Meer wilt hij er niet over kwijt.

Er zijn talloze onbeantwoorde vragen en weifelachtige beslissingen genomen. Iedereen is het erover eens dat er op 6 januari 2010 procedurefouten zijn gemaakt: de weigering van het psychiatrisch centrum, de brute reactie van het BBT en de ‘mantel der liefde’ die het parket over de zaak heeft gegooid. Ja, zelfs Jonathan zat fout. Hij sloeg agenten en vertoonde ongehoorzaamheid jegens de politie. Daaropvolgend degradeerden ze Jonathan tot op-te-lossen-verhandeling en zagen ze hem niet meer als mens. Dat kan, misschien. Beide geïnterviewde ordehandhavers keuren bepaalde aspecten – mensonterende aspecten – af. Niet alle agenten zijn immers Rambo of Vegas. De aansluitende bureaucratische oorlog tussen het parket en het parket-generaal (een strijd tussen Herman Dams en Yves Liégeois) woedt nog volop. Politieknuppels achter de schermen.



Mary & Max
20/03/2013
🖋: 

Adam Elliot is een regiegod met kennis van zaken. Naam en faam verdiende hij onder andere in 2009 met de film ‘Mary & Max.’ Deze frappante film is gebaseerd op een waargebeurd verhaal uit het jaar 1970. Animatiefilms hoeven niet altijd over princessen, tot leven gewekt speelgoed of dieren te gaan. Dit is een film van andere kweek: Een korte stop-motionfilm die je door kommer en kwel voert met een glimlach op het gezicht. De bittere wereld wordt getoond vanuit een verrassend ontroerend oogpunt, maar dan zonder de clichés. De niet licht verteerbare thema’s – depressie, zelfmoord, kinderverwaarlozing, alcoholisme, autisme – hanteert hij op een humoristische manier, zonder ze ooit te onderschatten. Zo komen baby’s uit Coca Cola blikjes en worden er beroepen als touwtjes-aan-theezakjesvastmaker uitgevonden. Klei-animatie staat bekend om zijn kinderlijke perceptie, hoewel dit een mooi voorbeeld is van hoe de zwarte randen van het leven prima samen gaan met humor en fantasie. De film begint in Australië, waar een klein meisje van acht het leven van een muurbloempje leidt. Mary Dinkle is verslaafd aan gecondenseerde melk, wordt uitgelachen door haar poepkleurige moedervlek en leeft onder hetzelfde dak met een moeder die graag Sherry ‘uittest.’ Haar doel is de eenzaamheid bestrijden door te ontdekken wat de wereld buiten haar voortuin te bieden heeft. Daarom besluit ze een goed klinkende naam - uit het telefoonboek gescheurd - een brief te schrijven. Max Horrowitz is degene die in Manhattan nietsvermoedend een envelop uit zijn brievenbus vist. Hij is een oude, chagrijnige man die verloren gelopen is in het leven. Dat deze brief het begin zou zijn van een hechte vriendschap in briefromanstijl, is verbazingwekkend mooi. “Sometimes perfect strangers make the best friends” staat dan ook niet mis op de cover.



Studentikoze mandaten aan Universiteit Antwerpen
20/03/2013
🖋: 
Auteur

Wanneer u dit leest heeft u net de kans gehad om te gaan stemmen op de kandidaat-praesidia van uw studentenclubs, het meest in het oog springende onderdeel van studentenbestuur aan de universiteit. Ze zijn luid, promoten hun activiteiten via posters en flyers en geven knalfuiven. Of u weigert absoluut deel te nemen aan de studentikoze cultuur, en hebt een duidelijke grimas geworpen naar de vrijwilligers die vroegen of u zou gaan stemmen. Laat dwars u vertellen: op woensdag 16 mei zijn er nog eens verkiezingen, deze keer voor de studentenvertegenwoordigers van Universiteit Antwerpen.

Universiteit Antwerpen telt ongeveer 150 mandaten voor studentenvertegenwoordigers. Die mandaten liggen verspreid over de verschillende faculteiten, departementen en centrale diensten. Als student kan je verkozen worden tot de Raad van Bestuur, het Bestuurscollege, Onderwijscommisies, Faculteitsraden, en ga zo maar door. Elke raad behelst onnoemelijk interessante bevoegdheden, rechten en plichten. Er kunnen meerdere mandaten opgenomen worden per student, en dat is maar goed ook, want niet alle studenten blijken even happig om zo’n mandaat op te nemen.

 

Plaatsvervangers

In het academiejaar 2011-2012 werden bijvoorbeeld bij de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen 17 van de 27 te verdelen postjes niet opgevuld. Bij 5 van de postjes die wel opgevuld werden, gebeurde dat door slechts 2 kandidaten. Toegegeven, 8 van de lege mandaten zijn bedoeld voor plaatsvervangers, maar het blijft vreemd, want het is niet dat de ervaring die een studentenvertegenwoordiger opdoet ver verwijderd ligt van het vakgebied van PSW-ers. Andere faculteiten deden het minstens even slecht of slechter. Bij Letteren en Wijsbegeerte werden 11 mandaten van de 32 ingevuld door 8 studenten. Maar de absolute koploper is de faculteit Farmaceutische, Biomedische en Diergeneeskundige Wetenschappen. Daar werden van de 45 voor het grijpen liggende postjes er slechts 6 ingevuld. Doen het dan weer wel goed: Rechten en Geneeskunde, en… dat is het.

 

Wat opvalt is dat de posten op hoger bestuursniveau (denk Raad van Bestuur en Bestuurscollege) wel altijd gemakkelijk ingevuld worden. Iets wat Orry van de Wauwer, studentenvertegenwoordiger in diezelfde Raad van Bestuur, ook had opgemerkt: “Dat is verschrikkelijk jammer, want het kan zeer interessant zijn om in zo’n raad te zetelen. Het is mogelijk om meerdere mandaten te combineren om op die manier heel snel een dossier te beheersen.” “Het gaat dit jaar in ieder geval beter dan de vorige jaren. Ik heb het gevoel dat het merendeel van de posten wel ingevuld geraakt. Wanneer een mandaat niet wordt ingevuld, kan er ook altijd een student van de desbetreffende faculteit worden aangewezen.” Dat gebeurt dan zonder stemming, net zoals wanneer er slechts één kandidaat is.

 

Verantwoordelijkheid

Dat er in die weinig uitzonderlijke gevallen niet gestemd hoeft te worden, mag geen probleem zijn. Wat wel jammer is, is dat er op verkiezingsdag zeer weinig studenten komen opdagen. Bij de vorige verkiezingen, in mei 2012, waren dat voor Geschiedenis bijvoorbeeld slechts 62 studenten, bij de faculteit Wetenschappen 97. Van de Wauwer: “Die cijfers moeten toch relatief bekeken worden. We hanteren meestal de norm van 10 procent, maar dat wil dan zeggen dat je 1.500 stemmers moet bereiken voor centrale organen, en dat komt er meestal niet van. Ikzelf ga altijd speechen voor aula’s, waarbij ik ook een verantwoordelijke van het desbetreffende departement meeneem, om hem of haar voor te stellen. Het moet wel van twee kanten komen. Stuvers moeten zichtbaar zijn, en zich zo bekend mogelijk maken, maar individuele studenten moeten hun verantwoordelijkheden opnemen. Er zouden absoluut meer stemmers moeten zijn, maar het is een algemeen probleem. Wanneer we die cijfers bespreken in de Raad van Bestuur blijkt dat elke universiteit met hetzelfde probleem kampt, en dat we het ook beter doen dan bijvoorbeeld de hogescholen van Antwerpen. Het valt dus allemaal wel mee.” Maar de cijfers blijven te betreuren.

 

Over die hogescholen gesproken, laat ons niet vergeten dat er ettelijke faculteiten verheven worden van professioneel naar academisch niveau. Hun studentenvertegenwoordiging moet dan ook aangepast worden aan die van de Universiteit. Verantwoordelijke studentenvertegenwoordiger Hans Maes: “Wat opvalt is dat de studentenvertegenwoordigingscultuur aan hogescholen veel kleiner is, en dat studenten er minder warm lopen voor stuvers. Maar we zetten deze zomer reeds een campagne op die stuvercultuur moet promoten, en we hopen tegen volgend jaar de geïntegreerde opleidingen op het niveau van de Universiteit te krijgen.”

 

De verkiezingen vallen dit jaar van woensdag 15 mei tot en met vrijdag 17 mei. Het is mogelijk om je kandidaat te stellen van maandag 29 april tot zondag 6 mei. Campagne voeren mag vanaf 29 april tot 14 mei, en elke kandidaat heeft het recht om een motivatietekst te publiceren in de Unifac-Post of UA-Snelkrant. Doen! Want zoals Rector Verschoren het zei: “Iemand die achteraf een professionele aanbeveling wil van mij, krijgt die meteen mee.”



Recordgroei studentenaantal AUHA
20/03/2013
🖋: 

De Associatie Universiteit & Hogescholen Antwerpen (AUHA) is het meeste gegroeid van de vijf Vlaamse onderwijsassociaties. In 2012 telde de AUHA 36.007 studenten. Sinds 2004 groeide de AUHA proportioneel met 47 procent. Het marktaandeel steeg sindsdien met 0,8 procent.

In hoeverre kan deze groei opgevangen worden door de stad en de onderwijsinstellingen? dwars vroeg Veerle Desimpelaere, coördinator van Antwerpen Studentenstad, Georges Goffin, beleidssecretaris van AUHA en Alain Verschoren, voorzitter van AUHA en rector van Universiteit Antwerpen naar de huidige ontwikkelingen en toekomstplannen.

Betaalbaar kot gezocht

“Er zijn een aantal externe factoren voor de groei in het onderwijs aan te wijzen: Antwerpen staat hoger op de keuzelijstjes van de kandidaten en de AUHA heeft Antwerpen als studentenstad ook actief gepromoot de afgelopen 10 jaar,” vertelt Goffin. Desimpelaere verklaart de factoren die de groei beïnvloeden verder: “De democratisering van het onderwijs zorgt ervoor dat er meer jongeren kunnen gaan studeren en tegelijkertijd zit Antwerpen uiteraard ook in de lift omdat hier heel veel groeipotentieel is. Gent is een stad die ondertussen echt wel verzadigd is en waar men momenteel ook geen aanmoedigingsbeleid meer voert. In Antwerpen heb je een duidelijke keuze van het stadsbestuur om in te zetten op Antwerpen als studentenstad. Omwille van de doorstroom uit het secundair onderwijs komen er ook steeds meer jongeren terecht in het hoger onderwijs. En als je in de stad al een groeiende populatie hebt, dan zal dat wellicht resulteren in een hoger percentage hoger onderwijsstudenten.”

 

Huisvesting is voor alle partijen een belangrijk beleidspunt. Desimpelaere: “Er is alleen een tekort op vlak van kwaliteitsvolle huisvesting en korte termijnverhuur. We hebben als stad vooral ingezet op kwaliteit: er zijn brandveiligheidsvoorschriften gekomen voor studentenhuisvesting, er is een databank waar in principe alle koten op komen. Die koten krijgen ook meteen een kwaliteitslabel, dus er worden controles uitgevoerd. De historische studentenbuurt is ondertussen stillaan verzadigd wat studentenkoten betreft. De studentenkoten bevinden zich nog in een aantal andere concentraties, maar wel verspreid over de stad. Een tendens die zal stijgen gezien de bouw van een aantal nieuwe campussen verspreid over de stad.

 

Tegelijkertijd merk je een enorme groei aan projecten in studentenhuisvesting door privéontwikkelaars dus in die zin speelt de markt nu een rol. Dat zijn koten die in een hoger prijssegment liggen. Maar wij willen ook de eigenaars van de kleinere aantallen studentenkoten aansporen om te blijven investeren, zodat die koten niet verdwijnen van de markt en er nog een mooie mix is in het aanbod. Goffin kan zich hier helemaal in vinden en vult aan: “De groei is geen probleem voor studentenkoten. Prijzen gaan juist stabiliseren door grote aantallen beschikbare studentenkoten. Het aanbod verschuift dan naar de hogere klasse waarbij men bijvoorbeeld over eigen sanitair beschikt. Daar zet de privémarkt op in. De stad zelf niet, die zorgt ervoor dat er ruimte blijft voor betaalbare studentenkoten waarbij kwaliteit voorop staat.”

 

De cijfers: er zijn ongeveer 7.500 kotstudenten en iets meer dan 8.500 studentenkoten. Dat lijkt dus meer dan genoeg om iedereen op te vangen, zeker wanneer je de koten erbij telt die in het zwart en onder de radar worden verhuurd. De koten die uit de boot vallen komen, met de woorden van Annelies Kolacny van Antwerpen Studentenstad, "net iets te kort op vlak van prijs-kwaliteit verhouding." Met andere woorden, als er gaten in de muur zitten van een vierkante meter groot, als de verf afbladert, of als ze ernstig overschat worden.

 

Tekort aan onderwijsruimte?

Onderwijsinstellingen zullen beginnen met een grote verhuisbeweging wat de campussen betreft, legt Desimpelaere uit.“Er komt binnenkort een hele grote campus op Noord. Karel de Grote-Hogeschool bouwt op ’t Zuid. Ook de buitencampussen van de universiteit worden aangepakt. Op dit moment kampen een aantal campussen met een capaciteitsprobleem en daar wordt evengoed een oplossing voor gezocht.” Goffin licht toe: “Elke instelling heeft al een plan voor uitbouw en een herplanning van studies en infrastructuur. Universiteit Antwerpen maakt een inhaalmanoeuvre: de Vlaamse overheid heeft extra professoren beloofd voor de komende jaren. Er zijn ook wat infrastructuurproblemen en de opleidingen worden onder de loep genomen qua groepsgrootte. Op dit moment worden er tijdelijke en definitieve oplossingen voor de groei voorbereid. Verschoren licht de oplossingen voor Universiteit Antwerpen toe: “Alle Vlaamse universiteiten kampen met een tekort aan professoren. Er komt meer ondersteuning voor de onderwijsministeries, waardoor er 400 professoren over heel Vlaanderen aan de slag kunnen. Zo'n 10 à 15 procent zal naar Antwerpen komen. Voor de overvolle collegezaal zullen we de roosters zo gaan opstellen dat de groepen opgesplitst kunnen worden en hetzelfde college vaker gegeven wordt. Op campus Drie Eiken komen gebouwen bij, die binnen 5 jaar in gebruik kunnen worden genomen. Het is een domino-effect: bepaalde gebouwen kunnen pas vrij komen voor bepaalde studies, als de studies die er zaten verhuisd zijn naar een nieuwe locatie. Dit en volgend collegejaar is het soms nog behelpen.” Binnen de universiteit zal niet alleen het een en ander veranderen om aan de vraag te beantwoorden, maar op langere termijn ook om in te spelen op de huidige trends op onderwijsgebied: “Colleges worden nu ook al opgenomen om de mogelijkheid te hebben ze als herhaling te bekijken. In de toekomst zal dit sowieso veranderen: het gros van de colleges zal dan via internet aangeboden worden. Maar we kunnen niet onbegrensd blijven groeien, we willen niet ver de 20.000 studenten zoals in Gent en Leuven overstijgen. Ik geloof in kwaliteit en bij Universiteit Antwerpen willen we er voor zorgen dat er kwalitatief onderwijs is en willen we ons profileren door meer te gaan specialiseren.”

 

Luxekoterij

Kolacny: "Op vlak van koten zijn we de laatste jaren veel meer aan het inzetten op kwaliteit. Een van de dingen die vooral bleek te werken was van Kotweb.be een open website te maken, waardoor studenten nu veel duidelijker prijzen kunnen vergelijken. Die campagne werpt zijn vruchten af. We merken een stijgende trend in de kwaliteit van de koten zonder dat we daarvoor moeten boeten met een verhoging van het huurgeld. De prijzen zijn de voorbije vier jaar gemiddeld slechts 4 euro gestegen." Deze inzet op kwaliteit valt duidelijk af te leiden aan het aantal luxekoten dat momenteel in de stad opduikt. Zowel aan de Paardenmarkt als aan 't Eilandje, het Stadspark en de Sint-Katelijnevest schieten de studentikoze villa's als paddenstoelen uit de grond. De maandhuur kan oplopen tot 1.000 euro, kosten niet inbegrepen. Merkwaardig genoeg is daar een markt voor, volgens Kolacny. "Vooral Nederlandse studenten vallen ervoor. Zij zijn gewend om voor heel kleine koten 400 à 500 euro te betalen, dus zien ze het zeker zitten om wat meer uit te geven voor veel meer kwaliteit. Bij de Belgische studenten is dat een heel ander verhaal."

 

Wat krijg je nu eigenlijk voor zo'n luxekot? Laat het duidelijk zijn, het verschil met een studentenkamertje is navenant. Op elk 'kot' kan je naast ergonomische bureaustoelen, designermeubels en de bijna vanzelfsprekende eigen keuken en badkamer, ook nog eens van je eigen flatscreen televisie genieten. Op de koten van de Paardenmarkt krijg je er een gemeenschappelijke fitnessruimte bij. Campus Opera, dat momenteel gebouwd wordt aan het Stadspark, zal een wassalon, een bibliotheek en een lounge bar huisvesten. De vraag of dat allemaal nog wel bijdraagt tot een studentenleven conform de traditie, blijft onbeantwoord. Wel kan Kolacny ons melden dat er ook meer en meer studenten voor gouwe ouwe koten met een kotmadam kiezen. "De Bed & Breakfast sfeer wordt opgezocht. Huiselijke luxe, dat is wat zo'n studenten willen." Zoals bij moeder thuis. Als het trouwens aan de ontwikkelaars ligt komen er zeker nog luxeprojecten bij. "Maar de draagkracht van de buurten primeert." Al goed dat onze burgemeester vorig jaar nog aan dwars meldde dat als hij de buurten rond de universiteit bekijkt: "uitbreiding zeker moet kunnen."

 

Het ‘Huis van de student’ is een initiatief van Antwerpen Studentenstad en zal in september 2014 verhuizen naar de Kleine Kauwenberg. Deze plek wordt het zenuwcentrum voor de behoeften van de student. Lees meer op: www.antwerpenstudentenstad.be/nl/huis-van-de-student-xl



Leven in de Eindtijd
19/03/2013
🖋: 

Yves Pepermans is doctorandus aan de PSW-faculteit van de Universiteit Antwerpen. Elke maand schrijft hij een subjectieve, sporadisch subversieve column over wat er van en door ons nog moet komen.

Ik wist dat het niet goed ging met mijn grootmoeder toen ze me niet meer onverwacht het weer begon te voorspellen. Toch heb ik geen weerman nodig als de Uggs ® (ugh) uit het straatbeeld verdwijnen, mensen elkaar verdringen in de eerste stralen lentezon en ik opvallend meer glimlach naar (mooie) vreemden.

 

Exact een week later brak een laag poedersneeuw het filerecord. Beelden van gestrande reizigers deden sommigen al likkebaarden om een mogelijke Elfstedentocht. Men keek naar het weerbericht als naar een minuut stilte. Aangezien ik de kost verdien met klimaatverandering, voelde ik me haast verplicht om me te verontschuldigen voor het onverwachte koude weer. Tegen de ondertussen weer zuur kijkende en Uggs® dragende vrouwen zei ik flirterig dat klimaatverandering niet lineair is. Met een diepe stem fluisterde ik dat de winter heter dan normaal was, en dat het weer op een plek niet veel groter dan een speldenkop toch iets anders is dan globale trends. De verkleumende daklozen aan het Centraal Station stelde ik gerust door hen te wijzen op de Noord-Atlantische Oscillatie, die eigenlijk een reactie op klimaatopwarming is. Normaal gezien zorgt een lagedrukgebied boven IJsland er voor dat we zachte lucht uit de Azoren krijgen, maar door de steeds meer smeltende poolkappen verzwakt de golfstroom, en hangt het hogedrukgebied boven de Noordpool, waardoor we frisse lucht krijgen van een plek die steeds sneller aan het verdwijnen is. Duiding kan deugd doen, maar weerhoudt ons er niet van paardenburgers binnen te spelen en te verlangen naar de tijd dat het altijd terrasjesweer in Antwerpen zou zijn, opdat we niet langer hondsdagen op de verschrikkelijke site van Ryanair® zouden verslijten om een ticket te boeken naar een of andere naar zonnebrandolie geurende, authentieke ervaring. Als het sneeuwt in maart, dan moet men niet afkomen met de tweegradengrens als naderende eindtijd, dan is het: "global warming, mijn gat."

 

Ik wil u daarom niet vragen wat u deze week voor het klimaat heeft gedaan, maar kijken wat klimaatverandering voor u kan betekenen. Ik zou van de gelegenheid gebruik willen maken om u drie vragen te stellen. Vindt u het misschien ook absurd, dat er zo veel mensen op hetzelfde moment in de file staan naar het fitnesscentrum even verderop? Vindt u het weer racistisch, omdat natuurrampen altijd in het Zuiden plaatsvinden? Ziet u het verdwijnen van eeuwenoude polderdorpen om Ford-auto’s te kunnen importeren nog steeds als vooruitgang?

 

Ik weet het: in elke vraagstelling zit een stelling, maar ik ben benieuwd naar uw antwoorden. U kan ze per gele briefkaart kwijt aan de redactie. In afwachting daarvan zing ik alvast met die gouwe ouwe Wannes Van de Velde:

 

ik ston al jaren oep da plötske te
droême van de zon de regen

ier de regen daar
en druppels overal

dad is zoe m'n gewoênte
da' droême van de zon

mor ik ston ier in de regen
meh schóene van karton



De technologische hinkstapsprong
19/03/2013
🖋: 
Auteur

We kennen het allemaal, technologisch geklungel van het eerste uur. En het vindt meestal niet alleen thuis plaats, maar ook waar je het liefst niet zou willen tegenkomen: aan de universiteit. Nu de storm van het tablet-debat een beetje is gaan liggen, vragen we ons af hoe de universiteit van Antwerpen ernaar streeft mee te zijn met de hightech maatschappij waarin we leven.

Het lijkt wel of we enkele jaren geleden de zeven vette jaren van de technologie binnenwandelden, want prompt werden overheadprojectors vervangen door beamers, aanwijsstokken (of roedes!) werden laserpointers en het witte canvasdoek werd aan Universiteit Antwerpen al wel eens vervangen door een digitaal beeldscherm. Het begin van een technologisch tijdperk dat niet te stoppen lijkt. Door overbevolking moeten sommige lessen nu bovendien simultaan gestreamd worden naar een tweede lokaal. Deze lessen (Inleiding tot de Financiële Markten I) worden zelfs online beschikbaar gesteld. Ook in Leuven zou dat zo zijn: er zijn lessen die online beschikbaar zijn en professoren die online hun studenten te woord staan voor eventuele vragen. Fijn, toch?

 

Fantastisch! Tenminste, als het allemaal zou werken. Hier in Antwerpen duurt het allemaal iets langer vooraleer alles ook daadwerkelijk gesmeerd loopt. Kinderziektes, noemt men dat. Zo is momenteel slechts de eerste les van Financiële Markten online beschikbaar en verliep het simultane lesmoment verre van ideaal. Het is trouwens ook nog maar de vraag of dit online beschikbaar stellen van lesmomenten werkelijk een goed idee is. Onze online bevraging (ja, je kan ons steeds leuk vinden op Facebook), suggereert dat er een vermindering van aanwezigheid zou zijn, hoewel in absolute aantallen iets meer studenten beweren dat ze de lessen nog zouden blijven bijwonen. Hoewel het online beschikbaar maken van lesmomenten positief is, kan het ook een kloof tussen professor en student creëren. Het spontane van een les en haar interactie (als die er is) verdwijnt helemaal.

 

Op andere gebieden is er dan weer sprake van een verhoogd interactiegehalte dankzij de technologie. Zo werd er software ontwikkeld die ervoor zorgt dat studenten tijdens een les met hun smartphone vragen kunnen beantwoorden. Met Shakespeak worden die antwoorden dan doorgestuurd naar een computer die de resultaten meteen kan weergeven, aan de hand van frequentiegrafieken. Dit werd al uitgetest aan de Universiteit Gent en wordt nu onder sommige doctorandi van de Universiteit Antwerpen hevig besproken. Als deze methode wordt toegepast, is de student veel meer betrokken in het lesgebeuren. Daarenboven komen dergelijke interacties het leergeheugen ook ten goede, aangezien ze een ankerpunt kunnen vormen voor later.

 

Bij dwars volgen we deze ontwikkelingen op de voet. Niet alleen merken we op dat de Universiteit vooruitstrevend is, de virtuele wereld van apps en likes opent perspectieven naar een verbeterde communicatie en integratie van leerstof.

 

 

www.shakespeak.com



dwars herbekijkt
18/03/2013
🖋: 
Auteur

REWIND Gestileerd geweld, seksuele agressie en dodelijk cynisme zonder morele pretenties. De keuze van regisseur Stanley Kubrick om Anthony Burgess' gelijknamige roman te verfilmen was controversieel. De auteur van de roman schreef het verhaal naar aanleiding van de gewelddadige verkrachting van zijn zwangere vrouw, maar soit. De film is gecensureerd, geweerd en bekritiseerd vanwege de expliciete inhoud. De grondtoon is satirisch. De humor, het spelplezier en de groteske personages maken deze opzet zeer geslaagd. Wellicht hadden de censors dat simpelweg niet begrepen. Gelukkig voor ons zijn de moraalridders intussen in slaap gesukkeld naar aanleiding van de heruitzending van Teletubbies.

 

PAUSE Wij – fijnproevers aller landen – verkiezen echter een minder fluffy genre. De plot is subliem in beeld gebracht en het script is oerdegelijk. We volgen de jonge Alex deLarge, gepeeld door Malcolm McDowell, op zijn road to hell zonder compromis. Zijn stijlvolle cultuur van Ultraviolence mondt uit in een aanvaring met de wet. De voorwaarde voor zijn vrijlating: een extreme brainwash die hem de vrije keuze tot handelen ontneemt. Het theatrale is op een gelaagde wijze in elk personage terug te vinden. De taal is getransformeerd tot een futuristisch slang genaamd Nadsat en de immorele uitspraken van Alex krijgen zo een ritmische, begeesterende klank.

 

PLAY De film kwam in 1971 in de zalen, ver voor onze tijdsrekening. De ongekuiste versie bereikte ons intussen in onze eigen taal: binaire codes op dvd. Als u echter ooit de kans krijgt een analoge projectie te bewonderen: doen! Kubricks toepassing van breedhoeklenzen die de surreële sfeer benadrukt komt het best tot haar recht in de oorspronkelijke vorm. Om tot de essentie te komen: beleef dit kunstwerk. Want het is het werk van een genie. En passant zet u best uw moralisme met het huisvuil op straat. Tenzij u Teletubbies verkiest?