in mijnen tijd

09/02/2018
terugspoelen met Disney-tekenfilms op videocassette (© Stine Moons | dwars)
🖋: 
Auteur

verleden

Vroeger, in mijnen tijd, was zondagochtend gereserveerd voor videocassettes. En zeker niet zomaar videocassettes, videocassettes van Disney! Zondagmorgen slopen mijn zus en ik tussen zeven uur en half acht naar beneden en trokken we de kast open met onze rijke videocassettescollectie. Eenmaal we een film hadden uitgekozen, deze door de videorecorder lieten opslokken, hadden teruggespoeld (want dat moest nog met deze filmdragers) en er niet al te veel schokken horizontaal over het scherm liepen, namen we plaats. De afstand tussen onze netvliezen en het tv-scherm bedroeg nooit meer dan tweeënhalve meter. De meeste, zo niet alle Disney-klassiekers nam ons netvlies waar. Dat we De Aristokatten, De Klokkenluider van de Notre Dame, Sneeuwwitje en de Zeven Dwergen, Belle en het Beest en Knabbel en Babbel met de Rescue Rangers enzovoort al tig keer hadden gezien, deerde ons niet. Passieve mediaconsumptie kenden we niet eens. Zondagochtend waren de kinderen de baas over het tv-toestel. 

 

heden

Laatst zag ik de film van Belle en het Beest met echte acteurs. Belle werd gespeeld door niemand minder dan Emma Watson. Ze bracht me weer terug naar een zondagochtend uit mijn jeugd. Het verbaasde me hoe levendig mijn herinneringen aan de tekenfilm nog waren. Gaston die erg try hard speelde om Belle voor zich te winnen en natuurlijk Chip, het kleine theekopje dat samen met zijn moeder (een theepot) aan het eind van de film weer terug veranderde in een echte jongen. Tot de hedendaagse Disney-productie reken ik (teken)films als bijvoorbeeld Frozen en Moana. Films die het wellicht nooit in zich hebben om uit te groeien tot ware Disney-klassiekers. Ze zullen nooit de beleving met zich meebrengen zoals echte tekenfilms als The Lion King, de Kleine Zeemeermin, Aladdin en Assepoester dat konden. Frozen en Moana slaan dan wel aan bij het grote publiek, maar ze zijn als een omelet zonder zout. 

 

toekomst

De computerproducties, zoals die het Disney-oeuvre van de toekomst omvatten, zullen op esthetisch vlak vele oogbollen strelen, maar inhoudelijk weinig bijdragen. Producties die je als kind aanschouwde, en waarvan je de achterliggende boodschap pas vele jaren later begrijpt, zullen verstoten worden door algoritmische creaties. Het verschil tussen goed en kwaad was bij de aloude klassiekers overduidelijk. Om je als kind voor te bereiden op de hardheid van de maatschappij werd je als dreumes gevormd door Disney. Zo liet de geest in de fles bij Aladdin je bijvoorbeeld inzien dat assertiviteit ontzettend belangrijk is. De volgende generatie krijgt hier niets van mee. De volgende generatie zal verloren zijn, niet bestand tegen confrontaties met de boze buitenwereld. Onophoudelijk weglopen voor problemen, in plaats van deze met beide handen aan te pakken. Allemaal de schuld van Disney, maar tot tevredenheid van de aandeelhouders die de wereld zien met een kapitalistische bril op. 



het laatste woord

08/02/2018
chicaneren (© Annelies Belemans | dwars)
🖋: 
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet opkomen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘chicaneren’.

"Ah, het is al zeven uur”, zeg je wanneer je geheel toevallig even op de klok kijkt. "Nee, het is nog maar zes uur negenenvijftig", komt meteen de geïrriteerde reactie van de chicaneur die je toevallig deze opmerking hoorde maken. Je rolt met je ogen en wanneer het nog geen twintig seconden later effectief zeven uur is, zeg je opnieuw: "Ah, het is al zeven uur", terwijl je de chicaneur strak aankijkt, gewoon, omdat het kan.

In het Engels plukken ze naar neten. In het Nederlands ga je komma’s neuken, muggen ziften, haar kloven, zoeken naar spijkers op laag water, doe je aan insectencopulatie of, indien dat alles wat te vulgair voor je is en je het chic wil houden, chicaneer je.

Zoals bij bijna alle chique woorden het geval is, komt ook dit woord uit het Frans. Het Franse chicaner (= vitten) meer bepaald. Waar het Franse woord vandaan komt is niet helemaal zeker, maar vermoedelijk komt het van ricaner, wat ‘kwaadaardig lachen’ betekent, en chic, wat destijds 'handig' betekende. Volgens die herkomst ben je dus eigenlijk kwaadaardig aan het lachen op een handige manier wanneer je chicaneert. Dan toch maar liever mieren neuken of muggen ziften?

Verder heeft het woord 'chicaneren' nog voor enkele leuke afleidingen gezorgd. Buiten dan de chicaneur die je erop wijst dat het een voor zeven is en niet zeven uur stipt, dankjewel, is er ook nog de meer verbasterde vorm 'sikkeneur'. De sikkeneur is eveneens een mopperkont die aast op de kleinste foutjes waar hij je op kan betrappen om vervolgens genadeloos toe te slaan met een "Ah, nee, eigenlijk is het zo …" of “Hmm, dat klopt niet helemaal.” De stap van sikkeneur naar sikkeneurig is dan niet meer al te groot.

Zo, bij deze zijn jullie allemaal gewapend met een nieuwe manier om te gaan chicaneren. Wanneer een vriend je er weer eens van beschuldigt dat je aan het mierenneuken bent, kan je hen voortaan erop wijzen dat "nee, ik ben niet aan het mierenneuken, ik ben aan het chicaneren. Dat is chiquer."



tegendraadse cinema toen en nu

05/02/2018
🖋: 
Auteur

Terwijl nieuwe Netflix Originals talloze bingewatchers opzadelen met een alsmaar drukker weekschema, zijn vraag en aanbod zodanig op elkaar afgestemd dat het woord 'bioscoop' niet eens meer hoeft te vallen. In zo'n tijden loont de zoektocht naar een ander verhaal, een verhaal waarmee we de grenzen van het welbekende Hollywood kunnen verkennen. We gaan terug in de tijd, op zoek naar films die uitdaging brachten, tegen de stroming ingingen. Twee cinefielen vertellen wat dwarse cinema voor hen betekent. Waarom zijn juist deze films het bekijken waard?

Het ligt in eerste instantie voor de hand te stellen dat we ons voor het vinden van goede dwarse films in ieder geval buiten Hollywood moeten begeven. Eigenzinnige cinema floreert immers het beste als er ruimte is voor creativiteit, voor de verwerping van bestaande conventies. Of niet? Sam Roggen, mandaatassistent Film en Visuele Cultuur aan de Universiteit Antwerpen, zoekt en vindt zijn voorbeelden van onconventionele, tegendraadse cinema juist ook binnen Hollywood. Hij legt uit hoe jonge filmmakers in de loop van de jaren veertig en vijftig konden gaan experimenteren binnen de grenzen van een vastomlijnd studiosysteem. Zij leerden het vak door toe te werken naar de beheersing van een specifiek genre (bijvoorbeeld de western of de roadmovie). Later kregen ze dan de kans om een duidelijke eigen stempel op hun werk te drukken.

 

spelen met het systeem

Vooruitstrevende regisseurs werden daarin doorgaans beperkt door de zelfcensuur van de zogeheten Production Code. Die code is misschien wel de voornaamste reden waarom veel oudere films vandaag de dag door sommige mensen als saai worden bestempeld; seks was een groot taboe, godslaster was uit den boze en excessief alcohol- of druggebruik werd nooit getoond. Roggen: "Er was zelfs een lijst van woorden die niet mochten voorkomen. Slimme regisseurs wisten echter wel vanalles  te suggereren". Een goed voorbeeld is de film The Man with the Golden Arm (1955) van Otto Preminger. "In deze film zie je Frank Sinatra zoals je hem nog nooit zag. Sinatra speelt een heroïneverslaafde, en alhoewel dat woord op zichzelf nooit valt, zie je aan alles duidelijk dat het daarom gaat".

Ook Rebel without a Cause (uit hetzelfde jaar) speelde met thema’s die gevoelig lagen binnen de Amerikaanse samenleving. "Doorheen de figuur van James Dean (die voor het uitbrengen van de film een auto-ongeluk kreeg) werd een existentiële angst en verwarring gecommuniceerd die op dat moment heerste onder Amerikaanse tieners. In de film zoeken zij bewust het gevaar op om te voelen en ervaren dat ze leven’’. In één van de meest sprekende scènes van de film staren jonge mensen in het planetarium van Los Angeles naar de immense sterrenhemel. Nietigheid en grootsheid ontmoeten elkaar op de vooravond van een zo roekeloos gezochte lotsbestemming. Kijkers van recent Oscarmateriaal herkennen de prachtige locatie: in La La Land dansen Ryan Gosling en Emma Stone onder dezelfde sterrenhemel die de jongeren in Rebel without a Cause nog met zoveel ontzag gadesloegen.

 

vluchten uit het systeem

In de jaren vijftig werd de revolutie geïmpliceerd, in de jaren zestig werd ze tastbaar: 1967 staat bekend als het jaar waarin Hollywood dan eindelijk haar preutse karakter verloor. Onder de Production Code werd een bom gelegd en de films die dat jaar uitkwamen (Bonnie & Clyde, The Graduate) waren gewaagd en speels in hun seksuele moraal. Dat nam echter nog niet weg dat veel vormelijke én inhoudelijke standaarden in stand bleven. Wie vorm en stijl op de voorgrond plaatst of een narratief achterwege laat, neemt vrijwel altijd een (financieel) risico. Probeer de juiste geldschieters maar eens te vinden, wanneer de grotere studio’s niet bereid zijn jouw film te produceren …

 

Elke scène heeft een doel op zich, en dat is de waarheid van het personage overdragen.

 

John Cassavates (1929-1989) maakte dan ook de pionierskeuze om buiten het Hollywoodsysteem te stappen, no matter the cost. Vik Verplanken, filmstudent aan de Universiteit Antwerpen, is een groot fan van de Amerikaanse regisseur: "Zijn films zijn heel erg in het moment, en gaan over de dagelijkse beslommeringen van onaangename of psychologisch getroebleerde personages." Cassavetes graaft echter steeds zo diep in hun psyche dat hij toch altijd empathie weet uit te lokken bij de kijker, aldus Vik. Daarom zijn zijn films soms moeilijk verteerbaar, maar ook bijzonder verrijkend. Vik noemt Faces (1968) als zijn absolute favoriet: "Dit is misschien wel de meest representatieve film binnen het oeuvre van Cassavetes. Geen gestroomlijnde plots of gekunstelde personages, maar heel rauwe cinema over de menselijke conditie".

In hedendaagse films en series zien we deze op zichzelf onsympathieke personages regelmatig terug. Neem bijvoorbeeld Game of Thrones, een serie waarin de doorgaans drinkende dwerg Tyrion de held van vele volgers is geworden. Toch is hier nog iets anders aan de hand, stelt Vik: "Ondanks Tyrions rol als outsider wordt er toch nog een soort verheerlijking op hem geprojecteerd. Hij is wel een dwerg, een verstoteling, maar hij is ook grappig, intelligent en heroïsch. Bij Cassavetes krijg je echter empathie voor personages die die compenserende kwaliteiten niet bezitten". 

 

het systeem voorbij

De stroom aan onafhankelijke films is in de loop van de twintigste eeuw alleen maar toegenomen. Er is niet alleen een publiek voor films die 'anders' of gewaagder zijn, positieve technologische ontwikkelingen helpen filmmakers ook om met minimale middelen tot een succesvol product te komen. The Blair Witch Project (1999) werd geschoten met spotgoedkope handheld-camera's, maar leverde enorm veel geld op; een enorme internethype had veel bioscoopgangers namelijk doen geloven dat het lugubere verhaal van de film toch geen verzinsel was.

 

The sky is the limit in films die een wereld vol elfen, orks en feeën presenteren als 'gewone' actiepulp.

 

Op die manier raakten én raken Hollywood en de onafhankelijke industrie in toenemende mate met elkaar vervlochten, alhoewel iedere pessimist je zal kunnen vertellen dat we uiteindelijk allemaal zwichten onder de macht van het systeem. The sky is the limit in films, zoals Netflix-troef Bright, die een wereld vol elfen, orks en feeën presenteren als 'gewone' actiepulp. Via een andere route komt ook Sam Roggen richting het einde van ons gesprek op dat onderwerp. Juist klassieke filmmakers, regisseurs die het verhaal centraal stellen, zijn vandaag de dag zeldzaam. Roggen: ''Heel veel van die Hollywoodfilmmakers hebben alles gezien, maar weten niet hoe ze een scène moeten filmen waarin vier mensen om een tafel zitten''.

 

Less is more wanneer alles ten dienste staat van het verhaal. Voor die wereld kiezen we steeds minder vaak: Wes Anderson (Moonrise Kingdom), die zeer zelfbewust regisseert en zijn films vult met talloze verwijzingen, is ontegenzeggelijk populairder en bekender dan James Gray (The Lost City of Z). Glimlachend komt Roggen er dan ook op dat zijn voorbeelden van onconventionele cinema tegelijk ook conventioneel zijn. Leven we dan eigenlijk gewoon in een tijd van dwarse cinema? Als dat zo is, loont het extra om zo nu en dan eens terug te kijken.



02/02/2018
prof profile: Paolo Favero (© Ali Zaidi | dwars)
🖋: 

The Prof Profile shows professors like you’ve never seen them before, as people. dwars asks the questions that have been bugging students for years; “What does your lecturer eat for breakfast”, for example. Paolo S.H. Favero will be at the receiving end of this month’s cross-examining. He is a visual anthropologist, specialised in documentaries and teaches core courses in the master Film Studies and Visual Culture. He was born in Italy, lived in Scandinavia and travels all over the world.

If you could work together with another director on a film or documentary, who would that be?

Robert Garner, the author of the best documentary on India that was ever made, according to me: Forest of Bliss. It is a must-see for everybody. However, Gardner is dead, so I can imagine that the best thing I could do some day is to make a film imagining what he would do.

 

What technological invention changed film, according to you?

I would think that the arrival of lightweight cameras and LCD screens, followed by wearable cameras (such as action cams, GoPros, etc.) really have added something to established ways of making documentaries. With lightweight cameras, filming could enter spaces previously unavailable, making especially ethnographic films available to more people. With the LCD screen, a third eye got introduced into a filming setting (the eye of the filmmaker no longer coincided with the viewfinder of the camera and a new triangle of gazes was born). Finally, with action cams the body of the user becomes the viewfinder, making us rethink ideas of framing, composition, movement, etc.

 

When do you feel most creative?

In the earliest hours of the day, when the light has not yet taken control of the spaces in which we live. In the silence of a city that yet has to wake up, accompanied tea and some background music I generally find my way to write and work on images at the best of my capacity. However, ideas also often come to me in an entirely different situation: in the shower after a run. In those moments, new insights pop up into your mind that seem so obvious that you wonder why you never thought of them before. 

 

What do you eat for breakfast?

I always start with some lukewarm water and then tea, the rest is never the same, sometimes sweet, sometimes salty … Sometimes I do not eat at all. Coffee generally comes once I reach the office.

 

What was your first job?

As my first student job, I taught guitar to elementary school kids, in a school run by nuns! I loved it.

 

Do you feel that this experience in any way adds to your teaching at University?

I guess that kids taught me that the best way to teach is by showing things, not really by teaching. Be playful, contradictory and especially allow students to question you regardless of their age. (I hope I live up to this ideal.)

 

What kind of music do you listen to?

Everything from Indian and Western classical music to jazz, psy-trance and electronic. I love Radiohead and Bon Iver.

 

You have been to many countries, how would you describe the countries you lived in with a few words?

Italy – beautiful deceiver.

India – beautiful deceiver number two with much more people and a scent of heaven on top of it.

Sweden – my safe haven.

Belgium – a common-sense, but indeed surreal country, much warmer and welcoming however than most Europeans think.

 

You have lived in four countries, was this for work or just because you yourself wanted the experience?

I am a child of migration, so displacement is a feeling I have learned to befriend since I was a child. My roaming is a result of that, but also of my curiosity and indeed of my professional choices.

 

Which of the world kitchens is your favourite, and what is your favourite meal?

Indian! Indian kababs (chopped pieces of meat marinated in spices and yoghurt)! Funny enough, I was a vegetarian for many years and I rarely eat meat otherwise.

 

Who was the most interesting person you ever met?

Tough one. I guess I have always been attracted more by those I have never met. My grandfathers fascinate me deeply because I never met them (the Swedish one died 6 years before my birth and the Italian one 11 months after my birth). I carry the ring of the former and I recently found a ring belonging to the latter too. I only have a picture of me with the latter, the Italian one. Yet he has his back turned to the camera. An uncanny posture that always fascinated me.

 

Do you have any tattoos?

I do. Many nature made and a future one that I promised to make for a special ritualistic occasion.

 

What do you do to relieve stress (from work)? You have already mentioned you go for a run, something else?

I meditate every second morning and I run every other day. I also love my beer and wine after a day of work. In a way, I guess I am a bit paradoxical. I build the temple in the morning and destroy it by night.

 

How do you handle tight deadlines? Students might learn from your tips.

By taking them one by one. Mountaineers teach you that when you climb or hike you should never look at the top of the mountain (your end goal) but only at the top of your toes (a step at the time).



de stad mag gerust op mij schrijven, tekenen en krabbelen

25/01/2018
Maud Vanhauwaert (© Lauren Quataert | dwars)
🖋: 

Reeds 15 jaar heeft Antwerpen een stadsdichter onder zijn vleugels die de stad vult met poëzie. En dat gebeurde de afgelopen jaren soms letterlijk: denk maar aan het grote gedicht van Tom Lanoye dat een tijdlang de hele Boerentoren in beslag nam of aan de voetgangerstunnel die als papier fungeerde voor het meterslange gedicht van Joke Van Leeuwen. Dit jaar geeft Maarten Inghels de fakkel voor twee jaar door aan Maud Vanhauwaert.

Het is een grijze januaridag op de Meir in Antwerpen. Dat het niet zomaar een doorsnee donderdag is, besef ik meteen wanneer een groep jongeren, volledig in het zwart gehuld, ons aanmaant om hen te volgen. Ze leiden ons naar twee stoelen die tegenover elkaar staan. Wat onwennig nemen we plaats en krijgen een hoofdtelefoon op onze oren gezet. Vervolgens plaatsen de zwarte mannetjes een wit scherm rond ons en krijgen we ook nog eens een blinddoek omgebonden. Ssst, fluistert een van mannetjes nog in mijn oor. Vervolgens is het volledig stil: ik hoor en zie niks meer, terwijl ik midden in de stad zit. Na een minuut gaan de blinddoek en hoofdtelefoon af, wordt het scherm van rond ons weggehaald en zitten we weer gewoon op twee stoelen op de Meir. We krijgen nog een gedicht van Peter Verhelst in onze handen geduwd en plots zijn de mannetjes verdwenen. Dit bevreemdende tafereel maak je natuurlijk niet elke dag mee wanneer je over de Meir flaneert. Maar het is dan ook geen doorsnee dag, zoals gezegd. Het is namelijk nationale Gedichtendag en deze performance, waar wij net deel van uitmaakten, maakt deel uit van een heleboel leuke acties die vandaag gehouden worden in het teken van deze dag.

 

afscheid en een nieuw huwelijk

Om de twee jaar vindt er op Gedichtendag in Antwerpen nog een andere speciale gebeurtenis plaats: een magisch huwelijk en een pijnlijk afscheid, want vandaag geeft de stadsdichter van dienst de fakkel door aan zijn of haar opvolger. Dit jaar nemen we afscheid van Maarten Inghels, die de afgelopen twee jaar het ambt van stadsdichter heeft bekleed. In de prachtige spiegelzaal in het Paleis op de Meir brengt hij nog een laatste gedicht vooraleer hij voorgoed afscheid neemt van de stad en zijn ambt. Met een luide knal sluit hij zijn stadsdichterschap af – letterlijk – want hij schiet met een partypopper een regen aan letters de zaal in. Going out with a bang. De stad kiest naar traditie tweejaarlijks een kersverse nieuwe stadsdichter en dit jaar valt deze eer Maud Vanhauwaert te beurt. Plechtig ondertekent ze de huwelijksakte tussen zichzelf en de stad.

 

van Tom Lanoye tot Maud Vanhauwaert

Het Antwerps stadsdichterschap kent ondertussen al een lange traditie. Tom Lanoye was hiervan de pionier in België wanneer hij in 2003 een literaire relatie aanging met de stad Antwerpen. De taakomschrijving van deze nobele job luidt volgens Antwerpen Boekenstad als volgt: de taak van de stadsdichter bestaat erin om gedurende 24 maanden minimum 12 gedichten te schrijven over wat er reilt en zeilt in Antwerpen. Over grootse gebeurtenissen of kleine voorvallen. Over wat hem treft in het dagelijkse Antwerpse leven. Tom Lanoye heeft meteen de koe bij de horens gevat en is grootschalig en bombastisch te werk gegaan: van broodzakken tot de bekleding van de Boerentoren, de toon was meteen gezet. De stad zou mee onderdeel worden van de literaire creaties van de dichter, hoe groter en opvallender, hoe liever. Maud Vanhauwaert lijkt net helemaal het tegenovergestelde te willen doen, zo blijkt al meteen uit haar eerste stadsgedicht Witruimte

 

Ik had graag een grote opblaasbare Bart De Wever gemaakt 

 

Witruimte: Mauds eerste creatie 

Witruimte, de eerste creatie van de kersverse stadsdichter Maud Vanhauwaert, werd vandaag op Gedichtendag voor de allereerste keer aan het publiek getoond. Een hele rij mannetjes, volledig gehuld in een strak wit pak dat zelfs het gezicht bedekt, komt opdraven met in de handen witte borden die ze omhooghouden. Op deze borden valt niks te lezen, we zien enkel een wit vlak. De mannetjes blijven zo ongeveer een minuut staan terwijl de toeschouwers in stilte dit eerste gedicht aanschouwen. Vervolgens verdwijnen ze weer in alle stilte. “Zo,” zegt Maud, “dat was mijn eerste gedicht als stadsdichter”. Het zijn geen woorden, zoals we wel al doorhadden, want daar zijn er genoeg van, vindt ze. Er wordt volgens haar al te veel gezegd, en zeker door de Antwerpenaar. Ze illustreert dit aan de hand van de streepjes rond de ‘A’, het logo van de stad Antwerpen. “Dat lijken wel speekseldruppels van Van der Neffe, de racistische, kleinburgerlijke buurman van het strippersonage Kiekeboe”. Hoewel ze waarschijnlijk Fernand Goegebuer bedoelt, de immer vrolijke andere buurman van Kiekeboe die heel de tijd spuugt als hij praat, en niet Van der Neffe, die andere buurman (sorry, ik ben een trouwe Kiekeboe-lezer), is haar punt duidelijk. Ze is bang voor de groeiende en allesoverheersende macht van het woord die de wereld en daarmee ook de stad Antwerpen in haar greep heeft. De Antwerpenaren hebben volgens Maud nood aan witruimte. Ze wil de stad leegte geven. Daarbij benadrukt ze wel dat leegte iets anders is dan ‘niets’. Leegte is volgens haar een gekaderd niets: van een oningevulde agenda tot al dat waar geen woorden voor bestaan. Zelf is ze ook een witruimte. Ze ziet zichzelf namelijk als een ongeschreven blad, waar de stad gerust op mag schrijven, tekenen en krabbelen. Met Witruimte heeft Maud Vanhauwaert ons en de hele stad geprikkeld voor wat er de komende twee jaar nog zal komen.

 

een opblaasbare Bart De Wever

Verder zet ze nog uiteen dat ze de spotlight zal richten op onbelichte hoeken. Als we de taakomschrijving van stadsdichter er even terug bijnemen zal ze zich dus eerder richten op de kleine voorvallen dan de grootse gebeurtenissen. Bij grootste gebeurtenissen denk ik in Antwerpen meteen aan de komende verkiezingen waarbij een nieuwe burgemeester zal verkozen worden. Maar daarover zal in Mauds werk de komende twee jaar niks terug te vinden zijn. Ze houdt zich liever niet bezig met politiek, zegt ze zelf. Hoewel ze al een geweldig idee had om iets met een opblaasbare Bart De Wever te doen: “Ik had graag een grote opblaasbare Bart De Wever gemaakt die telkens helemaal zou opblazen en vervolgens weer leeglopen. Dit zou voor mij een metafoor betekenen voor grootheidswaanzin of zaken die worden opgeblazen of zo. Maar mijn vriendin heeft mij er wijselijk op gewezen dat deze creatie gewoon te veel politiek zou uitstralen”. Helaas dus geen gigantische opblaasbare Bart De Wever, maar ze stelt ons gerust dat ze al veel fratsen voor ons in petto heeft.

 

De stad mag gerust op mij schrijven, tekenen en krabbelen

 

een laatste verrassing

Net voordat we de prachtige spiegelzaal verlaten, wacht ons nog een verrassing. Wanneer we onze jassen terugkrijgen uit de vestiaire, ontdekken we namelijk een zakdoek in onze mouw. Een zakdoek met daarop een gedicht van Maarten Inghels, sinds enkele minuten stadsdichter af. Met deze actie is hij twee jaar geleden ook zijn stadsdichterschap begonnen en hij blijkt zo ook dit hoofdstuk af te sluiten. Met dit leuke cadeautje in de hand nemen we afscheid van Maarten Inghels en kijken we reikhalzend uit naar wat Maud Vanhauwaert de komende twee jaar allemaal gaat uitsteken. Benieuwd naar het werk van onze nieuwe stadsdichter? Houd dan de komende twee jaar je oren en ogen goed open, want het beloven twee verrassende jaren te worden.

 



13/01/2018
vaarwel (© Camille Van Landegem | dwars)
🖋: 

Vaarwater voor kanker
Vuurzee voor vruchtbaarheid
Poserpeuken en stoerstokjes
Gele tanden bruine tanden
Koude en stinkende handen
Het inademen van de dood is uit
Het uitademen van vergane spijt weg
Als een cyberdief leegde je mijn rekening 
Goor branden in mijn krakende keel
Rochelen en hoesten
Jij zal mij niet langer verwoesten

Vaarwel 
 



de dwarsdoorsnede

13/01/2018
🖋: 

De transitie van tent naar hoofdpodium had het optreden op Rock Werchter nog gefnuikt, maar in een tot de nok gevuld Vorst Nationaal liet alt-J duidelijk zien dat setting en publiek wel degelijk verlengstukken zijn van een performance.

Alt-J zag het levenslicht op de universiteit van Leeds waar Joe Newman, Gwil Sainsbury, Gus Unger-Hamilton en Thom Green elkaar ontmoetten en de band met als embleem het driehoekje oprichtten. Als we parallellen willen trekken naar iconische bands die gevormd werden op universiteiten in Engeland komt Radiohead al meteen om het hoekje piepen. Na hun ijzersterke debuutalbum An Awesome Wave, bekroond met de Mercury Prize, werd de link naar Radiohead des te sterker. Alt-J produceert gecompliceerde multi-instrumentale muziek zonder easy listening-aspecten. De akkoorden en ritmes zijn moeilijk en variëren meermaals in eenzelfde nummer. Toch is hun muziek licht te verteren en aangenaam om te horen, waar Radiohead muziek maakt die meer moeite van de luisteraar vergt. Het aparte stemgeluid van frontman Joe Newman klinkt schril, maar past perfect bij de stijl en alternatieve sfeer die alt-J oproept. Eigenlijk kan ik de uitgeworpen lijn naar Radiohead perfect vatten: experimentele muziek met klassieke en elektronische invloeden en heel specifieke zang in een gevlochten harmonie die soms te complex lijkt, maar verrassend luchtig uitpakt. 

 

Het grote verschil ligt hem in de live-belevenis. Alt-J heeft een pakketje nummers met duistere en diepzinnige teksten, maar brengt over het algemeen een heel dansbare en vrolijke ervaring over. Van openingsnummer Deadcrush tot Breezeblocks heb ik meer de neiging om te bewegen dan de lichtheid en vergankelijkheid van het bestaan te overpeinzen. Experimenteel komt de setlist ook niet over. Elk nummer dat verwacht werd is de revue gepasseerd. De set is een continuüm, wat de publieke sfeer wel weer ten goede komt. Al wil dit niet zeggen dat er geen plaats is voor enkele subtiele, maar geniale experimentele insteekjes. Zo speelde alt-J in hun bisgedeelte achtereenvolgens Intro van hun tweede album This Is All Yours, Intro van An Awesome Wave en 3WW, wat we kunnen beschouwen als de intro van Relaxer, hun derde album. Dit is prachtig gedaan, elke intro heeft een totaal andere stijl en instrumentarium en toch vormden ze één perfect passend blok. Een enkel minpuntje schiet me dan wel te binnen: het prachtige Bloodflood Part I heeft in This Is All Yours een minstens even mooi vervolg gekregen, maar dat is niet aan bod gekomen.

 

Waar het hoofdpodium op Werchter de intimiteit toch deels de kop indrukte, bewees alt-J nu in Vorst dat de band het best tot zijn recht komt in een meer intieme kring. Vorst is dan eigenlijk nog te groot en irritant, met altijd wel ergens een zatte imbeciel die niet beseft dat het niet echt helpt om op gevoelige nummers een voetbalhymne mee te brullen. Hoe groot alt-J onderhand al niet geworden is, wilt men alt-J ten volste alt-J laten zijn, zet ze dan ergens waar het klein, warm en intiem is.



de verborgen geschiedenis

10/01/2018
🖋: 
Auteur

De blok is weer in alle hevigheid losgebarsten in studentikoos Antwerpen. Zodra de zon opkomt, zoeken studenten hun toevlucht tot studielocaties die over de stad verspreid zijn. En als de zon onder is, zijn er nog voldoende plaatsen beschikbaar om de student die ’s avonds tot leven komt, aan zijn/haar cognitieve trekken te laten komen. Het succes van de vorige edities van STUDY360 heeft de betrokken partijen ertoe bewogen om ook de eerste editie van het academiejaar 2017-2018 te laten slagen. Zo zijn er een aantal nieuwe locaties bijgekomen waaronder ‘Het Brantijser’.

In Het Brantijser is de Antwerp Management School (AMS) gehuisvest. De Universiteit Antwerpen schrijft er het volgende over op haar website:

Antwerp Management School (AMS) is de autonome managementschool van de Universiteit Antwerpen. In de prestigieuze ranking voor Executive MBA’s van de Financial Times bekleedt AMS wereldwijd een knappe vijftigste plaats.

Antwerp Management School ontstond in 1959 als Instituut voor Postuniversitair Onderwijs, op dat moment de meest prestigieuze school voor managementvorming. Het instituut leverde topmanagers in grote bedrijven en organisaties en had zo een grote invloed op de ontwikkeling van Antwerpen, Vlaanderen, België en ver daarbuiten.

Antwerp Management School ontwikkelde zich tot een volwaardige business school en verwierf een prominente plaats op het internationale toneel. Ze bereidt toekomstige managers en leiders voor op sleutelposities in de globale business community en ze stimuleert wereldburgerschap, leiderschap en professionalisme. Duurzaamheid staat centraal. Dat vertaalt zich onder meer in het Antwerp Management School Fund for Sustainable and Innovative Entrepreneurship. Dat fonds heeft als doel om ondernemerstalent uit het Zuiden verder te ontwikkelen.

Antwerp Management School is gevestigd in Het Brantijser, een pand dat deel uitmaakt van de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen.

 

Dat bovenstaande tekst best gelikt is, mag een understatement heten. Is Het Brantijser geschikt als studielocatie? Geen schrik, je hoeft dit artikel niet tot het eind te lezen om die vraag beantwoord te krijgen; het antwoord is een volmondige ja. AMS is gelegen in een mooi gebouw waarin de geschiedenis en het moderne interieur elkaar ontmoeten. Zo kun je onder andere terecht in de kelder van oud gesteente om je laptop en je cursussen uit te spreiden.

Dit prikkelde de schrijver van dit artikel om op zoek te gaan naar de oorsprong van ‘Het Brantijser’; de aanleiding, die zich wellicht een paar eeuwen geleden voordeed, voor het bouwen van dit historische gebouw. De beheerder van het archief van het wereldwijde web – Google – bood mij geen oplossing. Zoekresultaten op de tweede pagina bestaan namelijk niet. Maar wie verder nadenkt over de naam Het Brantijser en de mystiek die eromheen hangt, komt tot een schrikbarende conclusie.

Dat de geschiedenis zelfs voor ’s werelds grootste zoekmachine verborgen blijft, heeft een reden. Dat Brantijser niet als 'brandijzer' is gespeld, heeft eveneens een reden. In deze tijd van transparantie wil iemand de geschiedenis van Het Brantijser duidelijk aan het daglicht ontrekken.

Uit betrouwbare bron hebben we echter een stuk geschiedenis kunnen lospeuteren. In 1563 werd Het Brantijser bij het naastgelegen Hotel de Moelnere gevoegd. Dat gebeurde toen dat gebouw (ook wel "Den Grooten Sot" genoemd), opgericht door Dierick de Moelnere in de eerste helft van de 16de eeuw, in het bezit kwam van ridder Paul van Dale. Van 1698 tot 1798 fungeerde de gebouwen als refugium van de abdij van Tongerlo, later deden ze het dienst als kazerne van de gendarmerie (1810-40), Atheneum (1840-84) en "Koninklijk Vlaamsch Conservatorium" (sinds 1885). In deze tijden van fake-news kan bovenstaand stuk tekst uit de duim van een PR-medewerker van onze universiteit zijn gezogen. En als je dit artikel tot het eind leest, kun je er inderdaad het stempel 'fake-news' op plakken. 

 

na negenen

Lezers, laat me jullie meenemen naar een gebeurtenis die zich enkele weken geleden voordeed. Toen het startschot van deze editie van STUDY360 was gegeven, meldde ik mij opnieuw aan. Klaar en gemotiveerd om de dikke substantie van ‘de blok’ door te komen en op tijd te beginnen met studeren, verschafte ik mij een ruime week voor kerst ‘s avonds toegang tot “een van de pronkstukken van deze editie”. De kelder was niet toegankelijk op dat tijdstip, dus wees de bewaker mij richting de trap om in een van de lokalen te bivakkeren met mijn goede gedrag.

Bij het lokaal aangekomen bleek dat er drie internationale studenten gebruikmaakten van de studieruimte voor een groepswerk. Ik claimde mijn eigen tafeltje en klapte mijn laptop open. Na een klein halfuur maakten de drie ‘internationals’ aanstalten om te vertrekken. Ze verzochten mij vriendelijk om de lichten uit te doen wanneer ik het lokaal verliet. Ik beantwoordde dit verzoek met een opgestoken duim en wilde mijn concentratie opnieuw verleggen naar de powerpointpresentatie die op mijn scherm open stond. In de deuropening draaide de laatste student zich vertwijfeld om: “You don’t want to be around here after 9 …” In een ruk draaide ik me om, maar de deur was reeds gesloten. Mijn hart klopte in mijn keel.

Na enkele momenten van deoriëntatie, vond ik mijn focus terug. Het studeren ging naar behoren en ik verloor de tijd uit het oog. De ijzige stilte in het lokaal werd plots verbroken door een schreeuw die door merg en been ging. Ik verschoot en verschrikt keek ik rechtsonder op mijn laptopscherm. Inderdaad, het was na negenen. Met tussenpozen bleef de schreeuw aanhouden. De oorsprong van de krijs bevond zich echter niet in het lokaal, maar kwam van ver. Ik kwam tot de ontdekking dat het harde stemgeluid doorsijpelde via de verwarmingsbuizen. Deze leidden tot buiten het lokaal de trap af. Trede voor trede daalde ik af en de schreeuw werd steeds beter hoorbaar. Eenmaal bij de receptie aangekomen bleek dat de bewaker zijn post had verlaten. Het gebouw was verlicht, maar ik leek de enige levende ziel binnen de muren.

 

onvindbaar

Voorzichtig zette ik voet richting de kelder. Ik voelde hoe mijn hart tegen mijn borstkas tekeer ging. Bij elke schreeuw, die nu duidelijk hoorbaar was, stolde mijn bloed. Bij de laatste deur aangekomen wist ik dat ik weldra achter de bron van de schreeuw zou komen. Ik legde mijn hand op de klink, sloot mijn ogen en haalde een laatste keer diep adem. Met een ruk trok ik de deur open. Niemand. Maar de schreeuw was oorverdovend. Toen werd alles zwart voor mijn ogen.

De volgende ochtend werd ik weer wakker in mijn vertrouwde bedje op kot. De gebeurtenis van de avond ervoor stond me nog helder voor de geest. Het werd me allemaal duidelijk. In de kelder van Het Brantijser werden vroeger studenten met een brandijzer gebrandmerkt. Waarom dit gebeurde, is misschien nog wel een groter mysterie. Aannemelijk is dat het een ultiem machtssymbool was waarmee onze unief een signaal wilde afgeven: 'jullie komen nooit van ons af', zoals een boer zijn vee brandmerkt. Waarschijnlijk werden de studenten onder een valse belofte naar de kelder geleid, viel de deur achter hen dicht en kwam het enige licht in de ruimte van de open haard waarin het ijzer op temperatuur werd gebracht. Verstijfd van angst zullen onze voorgangers zijn geweest. Het volgende moment greep een stevige, vuile hand ze bij de keel en werd het gloeiende voorwerp op hun bovenbeen gedrukt. De pijn moet ondraaglijk zijn geweest. Voor het leven getekend met het logo van de Universiteit Antwerpen op een van de twee dijen. 

Onze alma mater wil deze geschiedenis verhullen door deze zelfs voor Google onvindbaar te maken. De locatie openstellen tijdens STUDY360 is een even vernuftig als vilein plan van onze universiteit. Mochten de historische feiten ooit naar buiten komen, dan heeft ze alvast een uitleg klaar: “Dat was vroeger, tegenwoordig kunnen alle Antwerpse studenten tijdens de blok van onze prachtige locatie gebruikmaken.” Saillant detail: Antwerp Management School gaat verhuizen en hun nieuwe onderkomen is al gebouwd. AMS vlucht weg uit Het Brandijser, en de reden is hierboven te lezen. Uiteraard hebben de universiteit en AMS hierover een geheimhoudingsovereenkomst gesloten, opdat de geschiedenis binnen de muren van de universiteit blijft. Onze alma mater heeft als plan om na de verhuizing van AMS de lokalen zelf weer in gebruik te nemen. Mocht je in de toekomst les krijgen in Het Brandijser; wees dan op je hoede! Heb altijd een busje pepperspray op zak, want voor je het weet word je onder een valse belofte naar de kelder geleid. 



opinie

10/01/2018
🖋: 
Auteur extern

Louis Rombouts


Is gameverslaving een ziekte? En is het eigenlijk wel een verslaving? Het debat is brandend actueel. In een vorig artikel lieten we wetenschappers en ook gamers aan het woord over de kwestie. Ziekte of niet, zeker is dat heel wat jongeren problemen hebben om hun gamegedrag onder controle te houden. Maar is dat een symptoom van hun verslaving of legt het een diepere problematiek bloot? Volgens ervaringsdeskundige Louis Rombouts kunnen we alvast beter zelf ook eens in de spiegel kijken. 

als het kind maar een naam heeft

Het is schrijnend om vast te stellen dat ondanks alle media-aandacht de essentie van de problematiek omtrent gameverslaving niet aan bod komt. Wat wordt er gezegd?

  • Verslavingen zijn van alle tijden. Klopt.
  • Games en social media zijn gemaakt om verslavend te zijn. Klopt.
  • Te veel gamen is niet normaal en kan reële gevolgen hebben. Klopt.
  • Gamers vluchten van de echte wereld. Klopt deels.
  • Gameverslaafden zijn ziek. Klopt niet!

Helaas is het de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zelf die dit de wereld instuurt. Sommige gamers zijn ziek. Wie zijn wij dan om daaraan te twijfelen? Blijkbaar is die twijfel toch nodig. Het is eenvoudig om het gedrag van een gamer te categoriseren en die persoon dan te klasseren als wel of niet verslaafd. Het helpt vooral de omgeving van de gamer, omdat ze dan de perceptie krijgt dat ze vat krijgen op de situatie van de gamer. Als we het kunnen benoemen, kunnen we er iets aan doen. Dat is de redenering.

Helaas is het probleem helemaal niet zo eenvoudig. Enerzijds is het goed dat de WHO dit onder de aandacht brengt. Anderzijds is de benoeming niet correct en heeft het op deze manier geen structurele, positieve gevolgen. Integendeel. Het is zelfs zo dat men nu het risico loopt de hele problematiek vanuit een verkeerde invalshoek te benaderen, waardoor er een enorme hoeveelheid tijd en energie verloren gaat.

 

wie ben ik?

Hoewel games iets unieks bieden, zijn ze goed vergelijkbaar met andere verslavende substanties. Bij de 'juiste' omstandigheden kunnen die verslavende substanties van alles zijn: suiker, tv, drugs, seks, geld, liefde, macht, en ga zo maar door. De reden waarom net gamen zo succesvol is in het capteren van jongeren is tweedelig. Ten eerste kan gamen veel verder gaan dan de meeste andere potentieel verslavende middelen. Gamen biedt je de mogelijkheid om een volledig nieuwe persoon te zijn. Je kan je eigen identiteit letterlijk kiezen, vormgeven en beleven. Dat alles zonder uit je zetel te komen! Ten tweede is er een enorme kloof tussen de mentale (en fysieke) wensen en noden van onze jongeren en de maatschappelijke invulling daarvan. Onze collectieve en persoonlijke opvoeding is in heel veel gevallen verregaand ontoereikend.

 

Waar zijn we mee bezig als onze jongeren zich waardevoller voelen in een virtuele wereld dan in de echte?

 

De kern van het probleem zit hem in punt twee. Als we verslaving willen aanpakken, écht willen aanpakken, zullen we eens grondig moeten beginnen nadenken over hoe we onze kinderen opvoeden. Ik heb het hier dan ook bewust niet enkel over gameverslaving. Jongeren hebben nood aan het ontdekken en ontwikkelen van hun eigen waarden, interesses, ambities en dromen. De zoektocht van jongeren naar hun eigenheid, hun plaats in het sociale weefsel, hun toekomst en hun verleden is een essentieel onderdeel van hun groei tot gezonde volwassenen. Veel jongeren zijn verdwaald in een geseculariseerde wereld van ongekende zogezegde vrijheid en voelen zich gevangen in verplichtingen waar ze het nut niet van kunnen vatten. Waarom studeren? Wat wil ik bereiken? Wie ben ik? Wie wil ik zijn?

Toen ik zelf nog fervent gamede begon ik deze vragen te stellen en te beantwoorden in de virtuele wereld in plaats van in de echte, omdat de echte wereld – zeker tegenover de virtuele – te complex en overweldigend was. Dit proces gebeurde volledig onbewust en heeft me pas achteraf doen inzien waarom ik me zo graag inleefde in een virtuele identiteit. Ik was op zoek zonder het goed en wel te beseffen.

 

virtueel betoveren

Op dit moment geven we onze kinderen de verantwoordelijkheid om te doen wat van hen verwacht wordt, in plaats van hen de vaardigheden en middelen te geven om te ontdekken en na te streven wat ze van zichzelf verwachten. De meeste gamers vluchten niet weg van de echte wereld, ze zijn wanhopig op zoek naar een identiteit en betekenis in hun leven. En dit zoeken en vinden ze in games omdat we er niet in slagen hen een antwoord te bieden in het echt.

Als gameverslaving als ziekte erkend wordt, oké, maar dan van de samenleving, niet van gamers. Waar zijn we mee bezig als onze jongeren zich waardevoller voelen in een virtuele wereld dan in de echte? Als ik zie hoe games en technologie de komende jaren zullen evolueren, kunnen we er maar beter eens grondig over beginnen nadenken. De relatie die mensen hebben met verslavende middelen hangt heel sterk samen met hun zelfbeeld en zingeving. Zij die weten waarom ze opstaan, weten waarom ze zichzelf niet bezatten, verdoven of virtueel betoveren. 

 

Als we verslaving écht willen aanpakken, zullen we eens grondig moeten beginnen nadenken over hoe we onze kinderen opvoeden.

 

In plaats van onze blik te richten op wat niet wenselijk is, pleit ik ervoor om onze blik te verschuiven en te onderzoeken wat we als samenleving dan wel wenselijk achten. Voor onszelf en voor onze hele samenleving.



30/12/2017
[feestvierende redactie] (© [Diana Dimbueni] | dwars)
🖋: 
Auteur

Nu er weer een jaartje om is en een nieuw aan de deur staat, is het tijd om even stil te staan bij de hoogtes en laagtes, bij de ups en de downs en de tops en de flops. En in de spirit van “alles kan beter”, hebben veel studenten daarbij goede voornemens klaar staan. Onze redacteurs geven alvast het goede voorbeeld. We wensen jullie een schittermagisch jaar vol goede moed en succes.

Amaury

 

“Meer voor mijzelf opkomen en het lichaam kweken dat daarbij hoort."

 

"Minder judgen op mensen.”

Annelin

Anouk

 

Vaker het woordje 'genoeg' durven gebruiken. In alle mogelijke contexten. 'We doen genoeg.' - 'Ik ben genoeg.' - 'Het is genoeg geweest.' - 'Ik had al genoeg koffie op.' - 'Nooit genoeg kruidnoten.' - 'We doen nooit genoeg.'”
 
“Meer afspreken met verre vrienden.”

Astrid

Camile

 
“Zoveel mogelijk van mijn vrije tijd spenderen aan het creëren van zoveel mogelijk verschillende soorten kunst."

 

“Mijn uitstelgedrag aanpakken.”

Camille

Caroline

 
“Keuzes durven maken."
 
“Meer 'nee' durven zeggen en meer voor mijn eigen mening opkomen.”

Charlotte

Daan

 

“Meer foto's met gezelschap op mijn Instagram posten."

 

“Meer tijd offline doorbrengen met vrienden.”

Donna

Doreen

 
“Regelmaat opbouwen in mijn leven.”

 

“Ik wil weer beginnen met in een dagboek te schrijven.”

Joanna

Jonas

 

“Een beter voornemen bedenken dan dit om volgend jaar in een soortgelijk artikel te zetten.”
“Beter voor mezelf zorgen."

Jonathan

Leonie

“Minder internetten, meer real-lifen."
“Kei concreet: bachelordiploma halen!”

Lie

Lisa

 
“Beter plannen, zodat er minder chaosmomentjes zijn."
“Meer mijn gsm wegleggen en genieten van de momenten en mensen rondom mij."

Lize

Louise

“Alles relativeren en minder piekeren over dingen waar ik toch niets aan zou kunnen veranderen.”

 

“Meer doen, minder twijfelen."

Maarten

Natasja

 

Meer tijd (die meestal verloren gaat aan social media) investeren in verwaarloosde hobby's zoals boeken lezen, talen leren, lopen."
 
"Meer mezelf durven zijn en leren dat ik me daar niet voor moet schamen."

Oscar

Quinten

 
“Terug vaker hoofdrekenen, kruiswoordpuzzel en sudoku's maken in dode momenten, in plaats van te scholen op de smartphone!"

 

“Minder moeten, meer mogen.”

Rin

Robbe

“Meer liefde verspreiden in tijden van verzuring."
“Mijn diploma halen en een toffe job vinden."

Ruben

Selena

 

“Een fatsoenlijk slaappatroon ontwikkelen.”

 

Niet vasthouden aan voornemens voor één maand, maar elke dag streven naar een betere ik."

Silke

Stijn

 

“Niet boos worden als de Rode Duivels niet goed presteren op het WK voetbal.”
 
“Iets minder films kijken dan 535.”

Tim

Ulrike

 

““Meer tijd maken voor mijn grootouders, en minder emotioneel reageren.”