wat gebeurt er in het sportkot?

25/10/2018

Op de universiteit kan je sporten naar hartenlust. Zumba, zaalvoetbal of pingpong, noem maar op. Maar wie zijn nu eigenlijk de studenten waarbij je pingpongballetjes en badmintonracketjes kan lenen? En wat doen zij een hele dag in dat kleine lokaal in het midden van de Agora? We smeerden onze benen in, trokken onze polsbandjes aan en hielden de UAntwerpen Plus Pass in de aanslag voor een gesprekje met de Sportraad.

In het sportkot, zoals dat kleine kamertje heet, ontmoeten we Jonas (praeses), Enya (PR) en Gilles (verantwoordelijke ASL outdoor) van de Sportraad. Ze blazen nog wat stoom af, want gisteren was het Sportraad Quiz én ging het Antwerp Students League (ASL) zaalvoetbaltoernooi van start. “De quiz was goed, maar op het veld ging het iets minder”, vertelt Jonas. “Een student had zijn voet omgeslagen. Vandaag kreeg ik te horen dat ze naar de spoeddienst zijn gegaan en dat de voet wellicht gebroken is.”

Of ze vaak getuigen zijn van zulke ongevallen? “Dat valt wel mee”, vervolgt Jonas, “al is er ooit een ziekenwagen de zaal binnengereden om iemand naar het ziekenhuis te voeren. Vaak zijn het kleine blessures, bijvoorbeeld wanneer iemand tijdens het voetballen tegen de muur botst. Vorig jaar heeft er overigens een student overgegeven in de zaal. Maar ik verzeker je: het was van de hitte, niet het gevolg van te veel alcohol!”

In het sportkot staat een microgolfoven met daarop een geopend pak pannenkoeken van het merk Colruyt. Het lijkt erop dat de studenten van de Sportraad hier vele uren vertoeven. Aan de muur hangt een schema met de permanentie. “Ik ben deze week elke dag aanwezig”, laat Gilles weten. “Ik krijg daarvoor een vergoeding van Sportsticker, de organisatie waarmee de universiteit en de Sportraad samenwerken om de verschillende sportactiviteiten en ASL-toernooien in goede banen te leiden. Jonas en Enya zitten hier nu vrijwillig, ter ondersteuning en om mij wat gezelschap te houden.” Ook ’s avonds is het sportkot geopend. “Ik doe vanavond de shift tot half twaalf. ’s Avonds is het zonder vergoeding weliswaar”, lacht Jonas. “Het is heel leuk om hier binnen te springen, je weet toch dat er altijd iemand aanwezig is”, vertelt Enya. “Van Jonas zeggen we trouwens dat hij niet op kot zit, maar wel op sportkot. Hij is hier altijd in de buurt.”

Studenten komen meestal langs om te pingpongen tijdens het middaguur of om de zaal te reserveren voor zaalvoetbal. Ook tijdens ons gesprek klopt een student aan die vraagt om een nieuw pingpongballetje, want dat van hem is kaduuk. Drukke avonden zijn vooral die waarop groepssessies als zumba, fatburning en BBB gepland staan. “Zeker aan het begin van het academiejaar is het dan even chaos”, legt Enya uit. “Wanneer je de zaal wil betreden, moet je namelijk met een persoonlijke vingerscan de poortjes openen. Om dat te laten slagen moeten we eerst je vingerafdruk hebben. Natuurlijk passeren alle studenten die nog niet binnen kunnen tien minuten voor de start van de les om een vingerafdruk te laten afnemen. Dan staat er een rij tot in het midden van de Agora en is het stevig doorwerken. Al geef ik toe dat ik, als de rollen omgedraaid zouden zijn, zelf ook pas tien minuten voor de sportles zou afkomen (lacht).”

Op een monitor kunnen Jonas, Enya en Gilles de poortjes van de zaal in het oog houden. Wanneer ze merken dat iemand problemen heeft om binnen te raken, spreken ze door een parlofoon om hulp te verlenen. Enya kreeg ooit iemand zo ver om de Kabouterdans te dansen. “Voor de grap stelde ik voor dat als de student binnen wilde, hij de plopdans voor de poortjes moest uitvoeren. Bleek die persoon dat ook echt te doen! Hij zong zelfs de tekst.”

Of Jonas, Enya en Gilles zelf vaak sporten? “Badminton in mijn thuisdorp, op een redelijk goed niveau”, laat Jonas weten. Enya neemt vaak deel aan de sessies fatburning en danst. Gilles deed aan handbal, maar was genoopt te stoppen wanneer hij last kreeg van zijn schouder. “Nu heb ik zo mijn eigen manier om op mijn lijn te letten”, lacht hij geheimzinnig. “Ik had wel verwacht dat ik veel meer zou gaan sporten toen ik lid werd van de Sportraad”, vervolgt hij. “Maar hoewel ik elke dag met sport bezig ben, schiet er door de organisatie van al die competities weinig tijd over om zelf aan sport te doen.”

Hoewel het sportkot klein is en ze vele uren in het lokaal doorbrengen, zijn de praesidiumleden de muren nog niet beu gezien. “Maar wel Jonas’ gezicht”, merkt Gilles droogjes op. Hij kan nog net het pingpongballetje ontwijken dat naar zijn hoofd zoeft.