't Vervolg

de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

10/12/2018

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent echter niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan. Er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad.

Robin Wouters (37) en David De Smet (29) hebben elkaar leren kennen op de schachtenverkoop van Eligia toen Robin David kocht. Van de hiërarchie tussen doopmeester en schacht is nu niets meer te merken, want de twee runnen al bijna vijf jaar samen café ’t Vervolg aan de Melkmarkt.

Voordat ze het in augustus 2014 hebben overgenomen, heeft het café nog twee andere eigenaars gehad sinds het in 1999 zijn deuren opende. Het café is indertijd opgericht als clubhuis voor studentenclub Eligia. Vroeger was Eligia de club van de Economische Hogeschool Sint-Eligius aan Schijnpoort. Die school is in de jaren negentig gefuseerd met twaalf andere hogescholen, waarna de Karel de Grote Hogeschool was geboren. KdG Hogeschool opende in 1999 op de Groenplaats. “Eligia had eigenlijk al een clubcafé aan Schijnpoort, Het Vliegend Vat. Toen het departement Handelswetenschappen en Bedrijfskunde naar de Groenplaats verhuisde, heeft een van de barmannen van Het Vliegend Vat speciaal voor Eligia ’t Vervolg opgericht”, legt Robin uit. Eligia is dan ook de enige club die zetelt in ’t Vervolg. Dat is uniek in Antwerpen, aangezien andere cafés vaak veel meer clubs herbergen.

De goede band met de club en de Eligianen stamt zowel bij Robin als bij David uit hun eigen studententijd. Robin heeft zich niet laten dopen bij Eligia, maar is wel lid geweest van de club. “Ik ben gedoopt bij De Kouter in Oostende”, vertelt Robin. “Mijn beste maat studeerde in Oostende en hij ging zich daar laten dopen. Ik ben toen op de trein gestapt en heb met hem meegedaan. Ik heb er achteraf wel spijt van gehad dat ik me niet in Antwerpen heb laten dopen, want door mee te doen aan een studentendoop leer je op een korte tijd heel veel mensen kennen.” David heeft zich wel laten dopen en is als schacht gekocht door Robin. “Ik heb na mijn schachtenjaar nog een jaar in het presidium gezeten als sport", vertelt David. "Daarna moest ik een keuze maken: ofwel in het presidium blijven, ofwel voor het café kiezen en meer shifts doen. Ik heb voor het tweede gekozen, maar ben wel altijd heel serieus betrokken geweest bij Eligia.”

Voor Robin en David het café overnamen, werkten ze er al lang. Ze zijn allebei begonnen als afruimer, zoals iedere jobstudent begint in ’t Vervolg, en kregen daarna een vast contract aangeboden. “We merkten al snel dat het wel werkte tussen ons, samen dingen ondernemen”, zegt Robin. “De vorige eigenaar wilde het café verkopen, maar ik wilde het niet alleen runnen. David leek me de ideale persoon.” “En het bevalt nog altijd prima", zegt David. “Ik kan hem eigenlijk niet meer zien”, antwoordt Robin met een knipoog.

Opvallend aan ’t Vervolg is dat het er ook in het weekend druk is, iets wat niet vanzelfsprekend is voor de andere Antwerpse studentencafés. Op vrijdag en zaterdag komt er ook wel Eligia-volk, maar is ’t Vervolg meer een danscafé. “Dat komt vooral door de ligging, denk ik”, zegt Robin. “En de naam ook, hè”, kaatst David terug. “Ondertussen wel, maar in het begin is die drukte vooral gekomen door de ligging”, begint Robin zijn uitleg. “We zitten hier midden in de binnenstad. Ik denk dat toeristen die in Antwerpen komen feesten gewoon naar het centrum gaan en daar dingen zoeken waar ze naartoe kunnen gaan. Hierachter zitten onder andere de Marmite en Das Boot. In de straat bij het stadhuis zitten ook veel cafeetjes. Die cirkel rond de Grote Markt is gewoon de uitgaansbuurt van Antwerpen. Met uitzondering van de discotheken.” Het publiek dat in het weekend komt is een leuke afwisseling met de studenten die tijdens de week komen, vinden de uitbaters. “De mensen die hier vroeger als student kwamen, komen meestal op vrijdag en zaterdag nog eens buiten”, vertelt David. “Dat zijn mensen waarmee we vroeger al een goede band hadden en die blijven terugkomen. Daarnaast komen er ook regelmatig Nederlanders en andere toeristen in het café.”

Als ik hier niet aan het werken was, dan was ik er wel om iets te drinken.

Dat de mannen vroeger liever in ’t Vervolg zaten dan in de schoolbanken, blijkt uit het feit dat zij hun papiertje nooit hebben gehaald. “Ik heb zwemdiploma’s A en B. Telt dat ook?” grapt Robin. “Ik ben aan verschillende opleidingen begonnen. Ik heb eerst bedrijfsmanagement op KdG gestudeerd en daarna heb ik hotelbeheer op de Plantijn Hogeschool gedaan. Ik heb nog in het tweede jaar gezeten, maar dat is het verste dat ik ben geraakt.” David vertelt dat hij wel een diploma van de middelbare school heeft, maar niet van het hoger onderwijs. Hij is begonnen met event- en projectmanagement en heeft daarna nog KMO-management gestudeerd, maar hij heeft beide opleidingen niet afgemaakt. “Als ik hier niet aan het werken was, dan was ik er wel om iets te drinken”, zegt David lachend.

Robin zit er niet mee in dat hij geen diploma heeft behaald. Hij zat in het tweede jaar van bedrijfsmanagement toen hij besliste om hotelbeheer te gaan studeren. Daar kwam hij opnieuw in het eerste jaar terecht. “Dat was al het vierde jaar dat ik studeerde en ik had er echt geen zin meer in. Toen kreeg ik het aanbod om hier vast te komen werken en had ik zoiets van: ‘Ja, waarom niet?’ Ik heb altijd de mindset gehad dat als je wilt werken, er wel werk te vinden is.” Ook bij David was het een bewuste keuze om te stoppen met zijn studie. “Ik had vroeger nooit gedacht dat ik in de horeca terecht zou komen, maar ik ben er ingerold en ben er zo achtergekomen dat het wel mijn ding is. Toen ik van de vorige eigenaar de kans kreeg om hier vast te werken, heb ik die kans gegrepen.”

De liefdeslevens van de twee zakenpartners zijn uiteenlopend. Robin heeft (nog) geen vriendin. “Ik ben getrouwd met het café. Ik ben ook niet per se op zoek, maar als je iemand tegenkomt waar het mee klikt, waarom niet? Ik vind wel dat een studentencafé uitbaten geen gemakkelijke business is om een relatie te onderhouden. Zij moet het kunnen begrijpen dat je niet altijd op tijd thuis bent. Dat is niet zo eenvoudig.” David heeft al bijna tweeënhalf jaar een relatie. “Ik heb direct gezegd dat ik in een café werk. Het gaat goed tussen ons, ondanks dat ik bijna iedere avond weg ben.” “Ik denk dat het heel belangrijk is om op voorhand duidelijke afspraken te maken”, voegt Robin toe. “Ja, dat is zeker zo”, beaamt David. “Daarom werkt het ook zo goed tussen ons. We zien elkaar meestal overdag een paar uur. Mijn vriendin is kleuterjuf, dus wij wisselen elkaar af. Als ik hiernaartoe kom, gaat zij meestal slapen.”  

Het leven van een café-uitbater is veel meer dan alleen pintjes tappen en een babbeltje maken met de studenten. Robin en David vertellen enkele anekdotes. Een van de tofste momenten was toen twee oud-Eligianen hun trouwfoto’s in ’t Vervolg lieten maken, omdat ze elkaar daar leerden kennen. Ook hebben ze het café een keer op een zondagmiddag opengesteld voor een outlet van Clouds of Fashion. “Dat was toen nog een kleine kledingwinkel hiertegenover en de eigenaresse, die nog aan het begin van haar carrière stond, had aan ons gevraagd of ze ’t Vervolg mocht gebruiken, want hier hadden wij plaats genoeg.” Maar wat er echt met kop en schouders bovenuit steekt, is dat ze een keer de hele groep van Macklemore op bezoek hebben gehad. “Ze moesten dat weekend optreden en ze sliepen in het Hilton. Op een woensdagavond waren ze door de stad aan het wandelen en Eligia gaf hier toen een feestje”, vertelt Robin enthousiast. “Ze hebben hier de tijd van hun leven gehad”, onderbreekt David. Robin is akkoord. “Een van de studenten was die avond met die groep op hun liedjes aan het dansen en hij werd uitgenodigd om naar het optreden te komen. Hij werd zelfs op het podium gevraagd om mee te komen dansen.” “Dat was echt zot”, sluit Robin af.