strafpleiters

"Als je niet meer met andere meningen in contact komt, ben je gewoon gedoemd als mens"

02/11/2017
Auteur

Vanaf 6 november kan je op Canvas genieten van Strafpleiters, het nieuwe programma van Gilles De Coster. In deze zesdelige human-interestreeks vertellen acht strafpleiters openhartig over hun vak en hoe ze proberen overeind te blijven in een alsmaar radicaler klimaat van terreur, hypermedia en spektakelprocessen. Wij gingen eens spreken met de man aan de andere kant van de tafel, interviewer en UAntwerpen-alumnus Gilles De Coster in een zoektocht naar wat mensen verbindt die hun leven wijden aan het woord. Een gesprek over professioneel worstelen met gewetenskwesties, over het verdwijnen van journalistieke integriteit en over Herman Van Goethem.

We kennen u natuurlijk al van De ochtend op Radio 1, actualiteitsprogramma’s zoals De Kruitfabriek, Karen en De Coster en uiteraard als de charismatische presentator van De Mol die ons elk voorjaar op het verkeerde been zet. Een carrière in de journalistiek was echter niet altijd vanzelfsprekend. Tijdens uw eerste jaar hoger onderwijs studeerde u namelijk Rechten hier in Antwerpen. Mogen we Strafpleiters zien als een herleving van die juridische interesse?

Jong en onbezonnen ben ik inderdaad Rechten begonnen dat eerste jaar maar het heeft me nooit echt geboeid. Welja, wie weet er op die leeftijd wat hij zijn hele leven wil gaan doen? Dat jaartje Rechten gaf me wel voldoende bedenktijd om eindelijk eens rustig te kunnen nadenken over wat ik wél wilde doen, dat bleek dan de journalistiek te zijn. Strafpleiters is dus niet zozeer een herleving van die juridische interesse maar eerder het resultaat van mijn fascinatie voor de morele vraagstukken waar die mensen dagdagelijks mee moeten worstelen.

Een prof die me wel altijd is bijgebleven uit deze periode is Herman Van Goethem. Het retorisch talent van die man is gewoonweg onbeschrijflijk! Ik kijk nog altijd met verbazing terug naar de manier waarop hij er tijdens zijn colleges steeds weer in sloeg 800 studenten aan zijn lippen te doen hangen. Iets wat ik me tot de dag van vandaag nog altijd betreur is dat ik er toen niet voor heb gekozen geschiedenis te gaan studeren. Elke journalist zou volgens mij historicus moeten zijn. Hoe kan je anders evoluties binnen onze maatschappij beschrijven zonder te weten wat er allemaal achter deze evoluties zit?

 

Denkt u zelf anders over de werking van onze rechtstaat na de gesprekken die u had met de strafpleiters?

Wat me zo fascineerde aan strafpleiters is dat zij dagdagelijks geconfronteerd worden met gewetenskwesties waar geen van ons ooit tegenaan zal botsen. Ergens in de reportage geef ik hen het hypothetische voorbeeld dat ik na dit gesprek bij hen op de bureau kom en een moord beken. Er zijn echter geen bewijzen tegen mij.  Ik stel hen dan de vraag “zal u me als mijn advocaat vrij proberen te pleiten”? Allen antwoorden ze positief. Over dat soort morele vraagstukken gaat het me. We leven in tijden van constante verandering, strafpleiters leven en werken midden in al deze bewegingen en het zou een gemiste kans zijn ze hier niet over aan het woord te laten.

Ik heb echt een grote bewondering gekregen voor hun beroep en alles wat erbij komt kijken. Elk van de advocaten die ik sprak bezit een fundamentele bezorgdheid over het afbrokkelen van bepaalde hoekstenen van ons rechtssysteem. Ze vechten elke dag voor het behoud ervan. Neem nu het vermoeden van onschuld. Ik heb het gevoel dat je vandaag de dag vaak schuldig bent tot het tegendeel bewezen is. De omgekeerde wereld. Natuurlijk zit ons rechtssysteem soms vreemd in elkaar. Ik word ook kwaad als ik weer een verdachte vrij zie komen doordat justitie een procedurefout heeft gemaakt. Dat neemt niet weg dat die mechanismen met een reden bestaan. Het gaat om het recht van elke verdachte op een rechtvaardig proces. Ik zie graag een misdadiger vrijkomen door een procedurefout als dat betekent dat we hierdoor kunnen voorkomen dat een onschuldige alsnog veroordeeld wordt.

Daar ben ik echt fundamenteel van overtuigd geraakt door deze reeks. Strafpleiters hebben een bird's-eye view van de samenleving die ons gewone burgers onbekend blijft. Het is fascinerend hen hierover aan het woord te laten.

 

Mist u die bird's-eye-view in uw huidige beroep?

Wij journalisten hebben vaak dingen gemist die we echt niet mochten missen. Het vak van de journalist is nochtans eenvoudig: hij moet stromingen ontwaren binnen de samenleving, die stromingen kunnen beschrijven en op basis hiervan bepaalde ontwikkelingen durven voorspellen. Dat is gewoon wat een journalist moet doen.  Dat laatste wordt tegenwoordig steeds meer en meer vergeten. Kijk nu naar de verkiezing van Donald Trump als president van de V.S.

In de maanden voor zijn verkiezing kon je weinig zinnige dingen horen hier op onze Vlaamse redacties. Er werd minachtend mee gelachen en weggezet als iets onzinnigs dat wel zou overwaaien. En toen was er die verkiezingsuitslag. Onbegrip en verbazing alom. Op dat moment heb je als journalist gewoon gefaald. Je bent je grip op heel dat gebeuren kwijt. Dan moet je ook niet meer de pretentie hebben er later nog iets zinnigs over te willen schrijven. Dat is een mathematische, logische conclusie voor mij. Natuurlijk is achteraf kritiek geven eenvoudig, en ik weet ook niet hoe het beter kan. Toch vind ik het feit dat geen enkele journalist zo’n immense geopolitieke gebeurtenis zag aankomen iets waar we heel erg alert voor moeten zijn.

Journalist zijn is daarin een veel comfortabeler beroep dan strafpleiten. In de eerste aflevering vertelt Sven Mary (één van de strafpleiters uit het programma n.v.d.r.) dat hij gewend raakt aan de gruwel. Dat hij naar autopsiefoto’s kan kijken tijdens zijn ontbijt, zonder dat hem dat nog raakt. Stel je dat eens voor! Dat wil ik niet, ik wil niet naar autopsiefoto’s kijken bij mijn ontbijt. En ik kus echt mijn beide pollekes dat ik het zelf niet hoef te doen.

Let wel, ik ben nu erg kritisch over de journalistiek, maar er zijn ook positieve voorbeelden. Wat Karine Claassen in haar reeks dwars door Amerika doet, leert mij als kijker in twee reportages meer dan de honderd krantenartikels waarin staat dat Trump nen onnozele zot is en dat zijn kiezers domme, blanke middenklassers zijn. Wat Karine zo goed begrepen heeft is dat je als journalist moet vertrekken vanuit een oprechte interesse. Je moet meegaan in de verhalen van de mensen die je interviewt. Hierdoor begrijp je als kijker dan ook veel beter waarom mensen die niet dom zijn, toch op Trump stemmen. Dat vind ik journalistiek veel waardevoller.

 

Empathie als essentiële karaktereigenschap van de journalist?

Ja natuurlijk! Vaak hoor je “Empathie is gelijk aan sympathie.” Quod non! Empathie is niet meegaan in iemands standpunt, het is gewoon goed luisteren naar wat die persoon te zeggen heeft en proberen te begrijpen waarom hij er zo over denkt. Het gaat om een fundamentele vorm van respect, zowel voor de geïnterviewde als voor je vak. Wat deze evolutie zo tragisch maakt is dat je pas echt iemand kan begrijpen wanneer je even al je eigen overtuigingen aflegt. Dát is de essentie van journalistiek.

Die empathische bezorgdheid zijn we gewoon kwijt, sociale media zijn daar de veruitwendiging van. Mensen leven steeds vaker enkel nog maar in hun Facebookbubbel. Ze zien alleen maar hun eigen mening voorbijkomen en komen nooit meer in contact met een andere mening. Op die manier verdampt je empathie gewoonweg, en dan ben je gewoon gedoemd als mens.

 

Is daar een taak voor de traditionele journalistiek weggelegd?

Als traditioneel medium kan je daar niet veel meer aan doen. Je moet als journalist open minded zijn, en alle meningen aan bod laten komen. Ook als je ze verfoeit. Het enige wat je kan doen is kwaliteit leveren. Daarom dat ik zo kwaad word wanneer ik weer eens de homepage van een krantensite opendoe en één artikeltje over de reus van de bende van Nijvel zie staan samen met vijfentwintig stukjes over “de 23 redenen waarom Gwyneth Paltrow vermagerd is”, “De recepten van Nathalie Meskens” of nog erger “deze man sprong van een brug, wat er toen gebeurde geloof je nooit”. Het is cru om te zeggen maar als ik sommige krantensites bezoek denk ik: die denken dat ik een debiel ben. Die denken dat ik een kind van drie ben, en zo spreken ze mij ook aan. Ook dat is een vorm van minachting.

Het is jammerlijk vast te stellen maar Facebook en consorten hebben al gewonnen. Kijk nu bijvoorbeeld eens naar iets als fake news: Amerikanen hebben echt geloofd dat de Mexicanen hun jobs zouden inpikken, en dat die muur dat zou verhelpen. Ze geloofden dat omdat ze die dingen lazen in mooi verpakte, schijnbaar geloofwaardige artikels. Daar zit een verantwoordelijkheid voor Facebook, maar die zijn zichzelf schandalig aan het wegsteken.

 

Als afsluiter, wat wil u zeker nog kwijt?

Dat ik hoop dat we met dit programma over strafpleiters een toegankelijk journalistiek document hebben gemaakt waar je onbevangen naar kan kijken. Mij heeft het wel tot een aantal inzichten gebracht. Over de rechtstaat, over de verdediging van het individu, het vermoeden van onschuld en over het voorbij gaan van clichés van gewetenloze advocaten die poen pakken en in een Porsche rondrijden. De realiteit is veel gelaagder. Ze kunnen ons zoveel leren over de staat van onze samenleving vandaag, veel meer dan je als journalist kan doen. Ik ben nu ook een stuk dankbaarder voor het beroep dat zij uitoefenen en dat zij worstelen met gewetenskwesties waardoor wij het niet moeten doen.

 

 

Strafpleiters is vanaf maandag 6 november te zien op Canvas.