proffenprofiel: Ria Janvier

24/10/2016
Bron/externe fotograaf

Lectrr


De rubriek ‘proffenprofiel’ toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken; wat zijn/haar docent zoal op zijn brood smeert bijvoorbeeld. Professor Ria Janvier, professor (Sociale Zekerheids)recht, wordt dit keer bestookt met vragen.

In 1978 startte u uw opleiding Rechten aan de Universiteit Antwerpen. Hoe kwam u hierbij? Was het al lang uw droom om jurist te worden of was het eerder een toevallige keuze?

Rechten studeren was in mijn geval veeleer een toevalstreffer. Toen ik mijn diploma Latijn-Wetenschappen op zak had, stond ik voor een moeilijke studiekeuze. De Oudheid boeide me wel en de studie Klassieke Talen leek me een uitdaging. Klein probleem: ik had nooit Grieks gestudeerd in mijn vooropleiding en dit inhalen op drie maanden tussen het secundair en het universitair onderwijs leek me iets te riskant. De mythologie is me wel blijven boeien. Onze dochter draagt de naam Juno en haar broer hebben wij Thor gedoopt. Mijn alternatief was Geneeskunde. Als achttienjarige was het voor mij duidelijk dat ik nooit huisarts wilde worden, maar wel pediater. Hoe, dat gaat niet automatisch? Om te specialiseren, moet je vechten voor een specialisatieplaats en dat na zeven jaar studies? Dat vond ik er dan weer wat over. Ik wilde kinderarts worden, zo simpel was dat, toch in mijn hoofd. Dan maar andere pistes verkennen.

 

Op deze manier is het dus Rechten geworden. Toch beschouw ik mijn rechtenstudie niet als tweede keuze. Ik ben steeds geboeid geweest door wat er zich in de samenleving afspeelt. Naïef als ik was, dacht ik als achttienjarige dat recht en rechtvaardigheid goeddeels samenvielen. Verkeerd gedacht. Niettemin is en blijft recht voor mij nog steeds gericht op het hogere doel: het op een rechtvaardige wijze ordenen van de samenleving. Grappig was wel dat toen ik mij ging inschrijven aan de toenmalige UFSIA bij pater Peeters, deze laatste mij gek verklaarde om ‘slechts’ Rechten te gaan doen. Wel, ik heb nog nooit een moment spijt gehad van mijn keuze.

 

U studeerde af als Master in de rechten en dat met grootste onderscheiding. Zat u werkelijk elk moment met uw neus in de boeken of combineerde u deze studie ook nog met buitenschoolse activiteiten?

Als jullie dat vermoeden, dan moet ik dit vermoeden met klem ontkrachten. Ik ben behoorlijk georganiseerd en als het erop aankomt ook gedisciplineerd. Aan de toenmalige UIA bestond nog het trimestersysteem: tien weken les, een week blok, een week examen, twee weken vakantie. Klinkt als muziek in de oren, toch? Mijn planning? Vijf weken in neutrale stand. Week 6 en 7 gezapig naar eerste versnelling in de vorm van het opkuisen van de notities. Week 8 en 9 waren een poging om het breedsprakerig discours van (een aantal) proffen terug te brengen tot de essentie, met andere woorden een eigen samenvatting te maken. Tot slot kwam de blokweek en ging ik over naar vierde versnelling.

 

Voor mij was hardop blokken en de dingen aan mijzelf uitleggen echt wel een hulpmiddel. Als mijn moeke mij hardop ‘natuurrecht’ hoorde studeren en het ging over seksuele theorieën, heeft ze zich wel eens afgevraagd of ik wel degelijk Rechten studeerde. BTW, ik snap die materie nog steeds niet. Ander ongemakkelijk gevolg van het hardop blokken was wel dat mijn stem onder druk stond. Mondelinge examens resulteerden dan soms ook in fluistersessies.

 

Ik ben in de vijver gesprongen met het geld in de hand (...)
en daarna ben ik keurig naar de les Europees Recht van professor Eeckman gegaan.

 

Wat waren naast uw studie uw dagelijkse bezigheden als student?

Ik speelde tafeltennis omdat mijn vriendje tafeltennis speelde … Sportief ben ik totaal niets waard, maar alles voor de liefde. Wat nog? Jeugdbeweging, Chiro en scouts: leiding geven aan de welpjes van een nieuw opgerichte gemengde groep. Verder heb ik de meest uiteenlopende studentenjobs gehad. Poetsen toen ik 14 jaar was (dat mocht toen nog), rekken vullen bij de Carrefour, ledenlijsten afpunten bij de vakbond, en noem maar op. Ik eindigde met een studentenjob in een restaurant waar ik echt heb geleerd wat werken is. Geen eten tussendoor, hoogstens vlug een niet verorberde kroket van de feestdis tussen je tanden steken, zo ging dat. Aan het eind van mijn tweede licentie Rechten ben ik als kandidaat-praeses opgekomen met een superploeg, maar driewerf helaas: wij hebben nipt de duimen moeten leggen voor onze tegenploeg. Ik heb dus leren verliezen en daardoor ook mijn grenzen leren verleggen: geen praeses, ook goed, dan maar de uitdaging aangaan om met de grootste onderscheiding af te studeren.

 

Wat was het meest memorabele moment uit uw studententijd?

Het was een zonnige doordeweekse dag in mei 1982. Alle studenten troepten samen op het terras van het Kaf van de UIA, wat nu Campus Drie Eiken is. Op een bepaald moment sprong een student van de derde licentie Rechten in de aanpalende vijver. Blijkbaar ging het om een weddenschap voor een bak bier. Mijn reactie als studente toen was: “Dat doe ik ook!” Voor 500 BEF, dat was toentertijd toch wel een aardig bedragje. Prompt werd een omhaling georganiseerd en de rest kunnen jullie wel raden. Ik ben in de vijver gesprongen met het geld in de hand, heb een paar rondjes gezwommen, heb mijn natte kledij even opgefrist in de spoelbakken in het toilet en je gelooft het nooit … Daarna ben ik keurig naar de les Europees Recht van professor Eeckman gegaan. De geldbriefjes werden te drogen gehangen op de banken. De prof heeft niets gemerkt! Mijn medestudenten vonden dit top. En intussen is de euro er, maar wellicht heeft het een niets met het ander te maken.

 

U geeft les als professor aan de faculteit Sociale Wetenschappen en de faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen. Wat denkt u dat de verschillen zijn tussen studenten van nu en die van twintig jaar geleden?

Eigenlijk is er niet zo veel verschil. Studenten zijn mondiger geworden en dat is doorgaans een positieve zaak. Maar studenten zijn en blijven studenten. De meesten zeer gedreven, zoekend en, zeker bij de start van hun universitaire studies, wat aarzelend en onwennig. Het verschil is wel dat wij als beginnende studenten echt nog schrik hadden van de professoren, iets minder van de assistenten, maar binnen de rechtsfaculteit vooral van de secretaresse. Geen haar op ons hoofd zou eraan gedacht hebben om bij de desbetreffende secretaresse te gaan klagen over het feit dat wij drie examens moesten afleggen op 24 uur tijd. Haar toorn zouden we niet hebben overleefd. Op de tanden bijten en gewoon doen. Dat is nu wel even anders en soms dreigt de slinger door te slaan. Het is evengoed een te verwerven competentie van een universitair geschoolde dat die zich weet te organiseren. Deze vaardigheid kan hem of haar zijn hele (beroeps)leven nog aardig van pas komen.

 

Er is vandaag aan onze universiteit nog steeds zoals vroeger een behoorlijk lage drempel tussen studenten en professoren. Daar zijn nu de zeer uiteenlopende communicatiekanalen (los van de sociale media) bijgekomen die het risico inhouden dat grenzen dreigen te vervagen. Ik ben steeds bereid om op vragen van studenten te antwoorden, maar wel onder een aantal voorwaarden. Mail vanuit jouw @student.uantwerpen.be-adres. Het doet er niet toe of je in jouw vrije tijd door het leven gaat als hotkipje@hotmail.com. Daar hebben wij als professoren geen zaken mee en dit is – voor alle duidelijkheid – geen fictief voorbeeld. Spreek de gesprekspartner ook op een beleefde wijze aan en dat geldt ook in het latere beroepsleven. De meest notoire aanspreking in mijn bestaan als prof was ‘kiekeboe’. Geen verdere commentaar.

 

Koen is de muis van de decaan aan het vangen.

 

Wat was het grappigste moment uit uw academische carrière?

Al bij al heb ik niet al te veel zottigheden uitgehaald tijdens mijn academische carrière. Ik spreek redelijk snel en soms overkomt een mens dan a slip of the tongue. Zo had ik het een keer over de dikke pieten in plaats van de hoge pieten. Het heeft even geduurd vooraleer ik doorhad waarom mijn studenten zaten te gniffelen.

 

Mijn grootste stoot heeft zich voorgedaan tijdens mijn lerarenopleiding. Nadat ik was afgestudeerd, besloot ik dat het wel nuttig was om mijn onderwijsvaardigheden aan te scherpen door het volgen van een bijkomende lerarenopleiding. Tijdens een stage in het Koninklijk Atheneum Schoten ben ik erin geslaagd om op een bepaald moment het krijtbord gewoon van de muur te trekken. Een redelijk hallucinante ervaring. Gelukkig zijn enkele leerlingen mij ter hulp geschoten. Na dit incident: ijzige stilte in de klas, ik kreeg echter de slappe lach en de hele klas heeft samen met mij een aantal minuten echt deugddoend gelachen. Super was wel de beoordeling van mijn stagemeester: “Weet op een vlotte manier om te gaan met onverwachte situaties.” Dat zal me altijd bijblijven.

 

Wat is uw grootste fobie?

Muizen. Af en toe worden we hier in de Meerminne mee geconfronteerd en dan ben ik even van mijn melk. Toen ik nog decaan was, heeft een van mijn gewaardeerde collega’s de jacht ingezet op een muis die in mijn kantoor rondwaarde. Wel hilarisch was dat toen in de gang weerklonk: “Koen is de muis van de decaan aan het vangen.” Duh …

 

 

Bedankt professor!