proffenprofiel: Karine Van Doorsselaer

over knutselen met bamboe, plogging en een pint bij de stoof

25/10/2018
Proffenprofiel: Karine Van Doorselaer (© Arno Dethoor | dwars)
Auteur

Het proffenprofiel toont professoren zoals je ze nog nooit zag: als mensen. dwars stelt de vragen die bij menig student al jaren door het hoofd spoken, maar die ze zelf niet durven stellen. Karine Van Doorsselaer is hoofddocente bij Productontwikkeling, waar ze al sinds 1995 de vakken rond materiaalkunde en ecodesign geeft. 

Uit welk aspect van het lesgeven haal je de meeste voldoening?
Voor mij is dat vooral het contact met de studenten. Daarnaast heb ik graag het gevoel dat ik mijn strijdvaardigheid tegenover de ecologische problemen kan doorgeven. Ik geef graag inzichten en informatie over ecodesign mee die je kan gebruiken als ontwerper, maar evengoed in je dagelijks leven.

 

We kennen je als een docent die ook buiten haar lessen graag tijd besteedt aan studentikoze activiteiten. We denken dan aan je jaarlijkse memorabele passage als Zwarte Piet of je presentatie tijdens de PO-quiz. Waar haal je je energie en enthousiasme vandaan?
Docenten zijn ook mensen. Ongeacht de leeftijdsverschillen kunnen we samen plezier maken en op een ontspannen manier met elkaar omgaan. Zo houd ik ook voeling met wat leeft onder de studenten.

Ik merk wel hoe het contact met studenten veranderd is doorheen de jaren. Voor we e-mail gebruikten, kwamen studenten met hun vragen aan mijn deur. Nu krijg ik veel mails. Dat is natuurlijk wel gemakkelijk, maar het is spijtig dat door de technologie het menselijk contact deels verloren is gegaan. 

Bedrijven wakkerschudden vraagt soms om straffe taal.

 

Hoe ziet jouw typische werkdag eruit?
Ik ben een ochtendmens, dus ik geef het liefst les om 8.30 u. Ik probeer ook mijn mails te beantwoorden aan het begin van de dag, dan ben ik het scherpst. Als pauze ga ik graag naar buiten, dan snoei ik mijn bomen of ga ik wandelen. Wanneer ik op verplaatsing werk, reis ik door heel Vlaanderen om te spreken op congressen of in bedrijven over ecodesign. Productontwikkeling bestaat ondertussen al vijftig jaar, maar ik heb nog steeds het gevoel dat ik missionariswerk moet doen.

Mensen denken dat productontwikkelaars enkel bezig zijn met design, dat we enkel een vorm en een kleur geven aan producten. Voor ecodesign geldt dat nog harder: dat is voor veel mensen nog knutselen met bamboe. Mijn grote missie is om duidelijk te maken dat ecodesign gaat over levenscyclusdenken. Samenwerking tussen alle partners in elk onderdeel van de levenscyclus van een product is daarbij cruciaal en de ontwerper speelt daarin een belangrijke rol. Maar sommige bedrijven zijn daar nog niet van overtuigd of brengen zelfs geen oprechte verhalen. Dan geef ik mijn ongezouten mening. Bedrijven wakkerschudden vraagt soms om straffe taal (lacht). ‘s Avonds sluit ik de dag af met een pint in de zetel naast mijn stoof, met een goed boek erbij. En dan ben ik tevreden over mijn dag. 

 

Kunststoffen zijn momenteel een trending topic en onderwerp van maatschappelijke discussie. Zie je dat als een goede zaak? 
De kunststoffen zijn inderdaad in een negatief daglicht komen te staan, onder andere met de plastic soup. De oorzaak van de plastic soup ligt echter bij de consument: kunststof is een goed materiaal, maar je moet er bewust mee omgaan. Als consument ben je het gewoon om alles weg te gooien. Dat gedrag wordt gestimuleerd door de industrie. Als er geen wegwerpproducten meer zouden worden gemaakt, zouden ze ook niet worden weggegooid door de consument. Het is dus goed dat we er zoveel aandacht aan besteden. We zitten nu op een kantelmoment en we moeten zo snel mogelijk de principes van de circulariteit opnemen in ons economisch verhaal. Op die manier zal de negatieve connotatie van kunststoffen ook weer verdwijnen. We mogen de impact van de consument daarin niet onderschatten: hij kan de markt sturen. Bewustmaking is daarbij belangrijk, net als sociale controle. Ik zeg soms tegen voorbijgangers die afval op straat gooien: “Doe je dat thuis ook?” 

 

Wat doe je het liefst op een zondagmorgen?
Ik ben, zoals ik al zei een vroege vogel. Lang uitslapen doe ik niet. Aan de ontbijttafel vertel ik hoe de week geweest is tegen mijn vriendin. Daarna wil ik zo snel mogelijk naar buiten om te wandelen of te fietsen. Tegenwoordig ga ik ploggen: dat is wandelen en tegelijkertijd zwerfvuil oprapen. Na mijn wandeling is de omgeving weer een stuk properder en zo verzamel ik meteen wat didactisch materiaal (lacht). Gisteren vond ik op de rommelmarkt een bakelieten telefoon voor twee euro! Misschien kan ik daar wel een gsm inbouwen. Dat zou pas lachen zijn, als mijn bakelieten telefoon afgaat in de les. Eigenlijk amuseer ik mij wel, het zijn de grapjes in de les die bij de studenten blijven hangen. Zo krijg ik de kans om mijn kennis door te geven.

 

We sluiten graag af met een paar dilemma’s: kiezen we best voor een metalen drinkbus of een kunststof drinkbus?
Ik merk in de les dat steeds meer studenten een drinkbus meenemen in plaats van een petfles. Voor mij is het heel simpel: kies voor een metalen drinkbus. Ik ga nog wat lesgeven: kunststoffen zijn gemaakt uit polymeren. Die moleculenketens zijn niet allemaal even lang, de kleinste molecuulketens migreren uit de kunststof in je drank. Ook wanneer je de dop van je fles opendraait kunnen er kleine kunststofvezels in je water terecht komen. Zorg dus voor een metalen drinkbus, liefst niet gecoat en van roestvrij staal. 

Plastic tasjes moedigen zwerfvuil aan en worden niet gerecycleerd.

 

Bij de supermarkt: een papieren zak of een zak van bioplastic?
We moeten zo snel mogelijk van die wegwerptasjes af. Neem gewoon je eigen tas mee. Maar als ik echt moet kiezen, dan ga ik voor papieren zakken. De consument is vertrouwd met papier en als hij milieubewust is, gooit hij die zakken bij het oud papier. Zo komen ze in het recyclagecircuit terecht. Die biodegradeerbare plastics worden geweigerd in de composteerinstallaties en dus gewoon verbrand. Zelfs als erop staat dat ze biologisch afbreekbaar zijn, kan je die niet op de composthoop gooien. In de natuur gooien is zeker geen goed idee. Die plastic tasjes moedigen zwerfvuil aan en worden niet gerecycleerd. Maar de boodschap blijft dus: neem je eigen totebag mee.

 

McDonalds is op papieren rietjes overgeschakeld. Is dat een goed idee?
Ah, dat kan je makkelijk testen. Vaak zijn die rietjes gecoat met een dunne kunststoflaag, zoals dat ook met koffiebekers gebeurt. Als je die rietjes scheurt, dan zouden ze over de volledige lengte in twee richtingen moeten scheuren. Als ze gecoat zijn, dan zal je een vliesje overhouden. Het kan wel dat er een soort wax over zit om ze wat meer waterafstotend te maken, maar die is getest op schadelijkheid voor de gezondheid. Rietjes zijn een van de producten die het vaakst in zwerfvuil worden gevonden. Dus dat McDonalds en andere fastfoodketens daarmee bezig zijn, betekent dat ze aan het anticiperen zijn op de wetgeving die komt. Plastic rietjes en oorstokjes moeten eruit. Zolang het alternatief maar niet slechter is dan wat het moest vervangen.