krambambouli

het laatste woord

28/03/2018
Auteur

Je zal het maar voorhebben: het ligt op het puntje van je tong en toch kan je er niet op komen. Dat ene woord ontglipt je keer op keer. Ook dit jaar schiet dwars alle schlemielen in zulke navrante situaties onverdroten ter hulp. Maandelijks laten we ons licht schijnen op een woord waar de meest vreemde betekenis, de meest rocamboleske herkomst of de grappigste verhalen achter schuilgaan. Deze editie het begrip ‘krambambouli’.

“Krambambouli zo werd geheten, dat schuimend blond studentennat”. In elke standaard studentencodex staat deze zin wel ergens tussen de biervlekken te lezen. Aangezien zelfs de laatste kritisch denkende cantusser waarschijnlijk al anderhalve tempus eerder zijn kritisch denkvermogen is verloren, is deze uitleg zeer bedrieglijk. Want nee, krambambouli is niet het schuimende gerstenat dat recht voor zijn neus in grote kannen vergoten wordt. De cantusklassieker gaat niet over onze geliefde pils, integendeel. Het lied gaat over een kruidig maar zeemzoet en zwaar alcoholische goedje dat elk weldenkend mens waarschijnlijk neuskrullend zal afslaan, tenzij ze zulke zware verkoudheid hebben dat geen enkele dokter zou kunnen helpen. Lachen met die medici, drinken, die krambambouli!

Een dokter zou het waarschijnlijk afkeuren, een dergelijk grogje. In een dikke twintig liter krambambouli zit namelijk tot achttien liter rode wijn en drie flessen bruine rum, op smaak gebracht met een viertal kilo suiker, kruidnagels, kaneelstokjes en glühweinkruiden en een aantal uurtjes prutteltijd. Het gaat dus niet om schone blonde pintjes, maar eerder over straffe rosse mokken. Dat het wat blond uitslaat in onze Antwerpse codexen is waarschijnlijk het gevolg van een vertaalfoutje. Het oorspronkelijke lied is immers Duits. Ook de Duitsers hebben bij hun krambamboulirecept goed in andermans potten gekeken. Het recept zoals hierboven is immers een amateuristische versie van Crambambuli, een merk van kersenbrandewijn uit Danzig.  

De naam 'Krambambouli' duikt ook elders in de literatuurgeschiedenis op. Deze welklinkende opeenvolging van letters was immers de naam van een hond uit een Duitstalige roman. Voor twaalf flessen bovengenoemde Danzigse brandewijn werd deze trouwe viervoeter verkocht. Aangezien het dier hetzelfde wordt geheten als het zeemzoete goedje dat het eigenlijke onderwerp is van de lofzang, zal zijn naam tussen de pintjes door nog eeuwen gescandeerd worden in menig cantuskelder. Ad ultimam: “Want dat is de filosofie naar de geest van krambambouli!“