Klimax

de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

26/12/2018

De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent echter niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan. Er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

Kristof Degeeter (40) en Koen Van Dijck (41) alias ‘de Max’ zijn de uitbaters van café Klimax aan de Stadswaag. Door hun voornamen samen te voegen kwamen ze op de naam Klimax. In dit interview vertelt Kristof over zijn leven, zestien jaar Klimax en zijn vriendschap met Koen.

Voordat ze Klimax overnamen, was het een leegstaand café. “Toen Max en ik nog studenten waren, zaten wij altijd in het café hiernaast, dat nu de Barbier is en vroeger Markies de Sade heette”, vertelt Kristof. “Max en ik hadden allebei geen goesting om écht te werken en we zagen dat het hier leegstond. We zijn toen toevallig de eigenaar tegengekomen. Twee maanden nadien hebben wij Klimax geopend.”

 

Studententijd 

De twee hebben eerst een hogeschooldiploma behaald voordat ze de horeca instapten. Kristof heeft landschaps- en tuinarchitectuur in Vilvoorde gestudeerd en Koen heeft accountancy-fiscaliteit gestudeerd aan KdG Hogeschool. Vilvoorde is niet om de hoek, dus nu vraag je je misschien af: hoe komt Kristof dan in ’t Stad terecht? “Ik woonde in de rand van Antwerpen en mijn beste maat zat om de hoek op kot, dus ik kwam hier altijd feesten. De Stadswaag is zo’n gezellig pleintje. We zijn hier een beetje blijven hangen, omdat we het zo plezant vonden.”

Kristof en Koen kennen elkaar door het Antwerpse studentenleven. Ze hadden een gemeenschappelijke vriend met wie ze altijd samen gingen feesten. “Het klikte direct tussen ons. We hadden allebei hetzelfde idee van feesten: zwijnerij en veel drinken. Een café uitbaten zagen we wel zitten.” De café-uitbaters zijn in hun studententijd lid geweest van verschillende studentenverenigingen. Kristof is ooit gedoopt bij Vilvordia, uiteraard in Vilvoorde, en bij Prosit Rex in Antwerpen. Koen zat bij Socio. Zowel Prosit Rex als Socio zijn clubs die nu in de Klimax zitten. Dat zijn niet de enige clubs die Klimax als stamcafé hebben, het café mag namelijk maar liefst negen clubs tot zijn vast cliënteel rekenen. 

Over de vraag welk beroep Kristof zou hebben gekozen als hij geen cafébaas was, moet hij niet lang nadenken. “Da’s heel gemakkelijk. Ik zou tuinarchitect zijn. Nadat ik was afgestudeerd, heb ik een jaar als tuinarchitect gewerkt. Ik draaide toen heel veel uren en moest zes dagen per week werken. Mijn sociaal leven was feitelijk nul. Ik kwam snel tot de conclusie dat ik toch liever een socialer beroep wilde doen, een beroep waarbij ik meer contact heb met mensen. En Max had geen goesting om de hele dag achter een bureau te zitten, dus hebben we gekozen voor een studentencafé.” Ondertussen staan Kristof en Koen al zestien jaar in de Klimax en het bevalt hen nog steeds. Toen Kristof startte met Klimax had hij niet gedacht dat hij het zo lang zou volhouden. “In het begin heb ik gezegd: ‘Ik doe dit maximaal vijf jaar.’ Nu zijn we al zestien jaar verder. Max is een goede collega. We komen na al die jaren nog altijd goed overeen en we amuseren ons nog elke dag. Dat is het belangrijkst, hè.”

 

We hadden allebei geen goesting om écht te werken.

 

Café en kids 

Kristof is naast café-uitbater ook papa. Hij heeft met zijn partner twee dochtertjes van elf en dertien jaar oud en legt uit dat een gezin en een café prima gecombineerd kunnen worden. “Overdag ben ik altijd vrij, dus dan haal ik mijn kinderen van school, gaan we samen naar de winkel, koken we samen, maken we samen huiswerk. ’s Avonds als zij gaan slapen, ga ik werken. Ik zie mijn kinderen dus vanaf het moment dat ik ze van school haal totdat ze gaan slapen.” Als ze zelf gaan studeren, zijn ze in ieder geval welkom in Klimax. Een stamgast wijst naar de beruchte danspaal op de toog. “Hier staan ze dan, Kristof”, lacht hij. “Ze mogen van mij zeker hiernaartoe komen, ze mogen doen wat ze willen, maar de vraag is: willen ze wel naar dit café komen als ik hier sta?” twijfelt Kristof. “Ik heb zelf ook mogen genieten van mijn jeugd en het studentenleven, dus dat ga ik mijn kinderen niet afpakken. Ik heb het vroeger goed uitgehangen, dus ik ben niet de persoon om te zeggen dat zij dat niet mogen. Als ze hiernaartoe willen komen, zijn ze meer dan welkom.”

Dat het wel goed zit met de banden tussen de Antwerpse cafébazen kan Kristof alleen maar bevestigen. “Willem bijvoorbeeld, de cafébaas van de Barbier, was hier net nog. Hij kwam even een fles wodka lenen. Als hij een fles wodka wil lenen, dan mag dat. Als hij een vaatje pils wil lenen, dan mag dat ook altijd. Als we klaar zijn met werken, gaan we bij hem iets drinken en andersom doet hij dat ook bij ons. We gaan ook regelmatig bij andere collega’s langs. Dat maakt het plezant.” Er is dus geen concurrentiestrijd? “Verre van zelfs. Ik heb liever dat alle studentencafés vol zitten, want dan zit mijn café ook vol. Ik denk dat we uiteindelijk allemaal aan hetzelfde zeel trekken.”

 

Eilandje?

Het is opvallend dat de studenten die regelmatig in de Stadswaagcafés komen elkaar bijna allemaal kennen. Je zou kunnen zeggen dat de Stadswaag een eiland apart is in het Antwerpse studentenleven, maar Kristof spreekt dat tegen. “Als je in de Klimax zit en er is een feestje in de Barbier, is het gemakkelijk om daar even te gaan kijken”, begint hij zijn uitleg. “Dat is puur visueel. Je ziet dat daar veel volk is, je ziet dat er een feestje aan de gang is, dus je gaat naar hiernaast. Andersom gebeurt dat ook. Mensen zitten in La Dolce Vita en zien dat hier veel volk staat, dus komen ze hiernaartoe. Maar mijn volk zit ook dikwijls in Den Echo, De Salamander of De Prof bijvoorbeeld. Ze zitten overal, hoor. Dus een eilandje… Nee, dat vind ik niet.” De Stadswaagclubs organiseren ook regelmatig samen activiteiten. Zo organiseren ze ieder jaar in december een kerstmarkt. “Met die evenementen staat iedereen buiten op het plein en dan is het gemakkelijker om elkaar te leren kennen”, aldus Kristof.

De uitbaters van de Klimax vinden het ook belangrijk dat er een relaxte sfeer heerst in het café en dat de studenten het goed met elkaar kunnen vinden. Aan het einde van ieder schooljaar organiseren ze daarom de befaamde Klimax Awards, waarbij prijzen te winnen vallen in ongeveer vijftien categorieën: de nieuwkomer van het jaar, de ancien van het jaar, het koppel van het jaar, de strafste stoot van het jaar, de player van het jaar, de zatlap van het jaar enzovoort. In de eerste ronde mag iedereen voor alle categorieën een naam naar keuze invullen. In een tweede ronde kan gestemd worden op de genomineerden. De winnaar wint dan een ludieke trofee, zoals een tuinkabouter of een koffietas met glittertjes.

 

1001 verhalen 

Over een anekdote om in te kaderen, moet Kristof zijn hersenen pijnigen. “Ik sta hier al zestien jaar, dus ik heb duizenden verhalen.” Maar als hij eenmaal begint te vertellen, kan hij niet meer stoppen. “Er is ooit eens na haar uren een prostituee binnengekomen en die zag die paal hier op de toog. Zij heeft aan die paal gedanst en heeft echt alles uitgedaan, maar echt álles. Achteraf zei ze: ‘Ik wou een keer oefenen.’ Daar zijn zelfs nog foto’s van. Vroeger heeft ook eens iemand aan mij gevraagd: ‘Wil jij mijn piercing zien?’ Stom van mij om ja te zeggen, want bleek dat ze een clitorispiercing had. Ik had dat kunnen weten, hè. Er is ook eens een meisje van rond de twintig jaar binnengewandeld die vroeg: ‘Kan iemand mijn pamper verversen? Je krijgt er vijftig euro voor.’ En een van onze stamgasten antwoordde: ‘Ja, ikke.’ Hij heeft daar op tafel gewoon een pamper vervangen.” Het is ook meermaals voorgevallen dat Kristof iemand had opgesloten in het café. “Die persoon was in slaap gevallen op de wc. Hij kon mij niet bellen toen hij wakker werd, want zijn telefoonbatterij was leeg. Dus dan is hij maar beginnen vegen en kuisen. Toen ik hier aankwam, was het café spic en span. Hij had twee colaatjes gedronken en dat had hij nog netjes op een bierkaartje geschreven ook.”    

Als Kristof iemand zou mogen bedanken, dan zou het Koen zijn. “Max en ik zijn al jaar en dag goede collega’s. We hebben ook nooit echt ruzie. We werken complementair. De Max regelt de papieren en de boekhouding, ik ga winkelen en repareer de dingen die kapot zijn. In het begin liep het allemaal wat stroef, maar met de jaren hebben we gevonden wat ieders sterke en zwakke punten zijn. Dus pak dat ik hem wil bedanken. Stuur je hem nu een bloemetje op?”