het gevoel je club achterna te moeten

een Belgische voetbalervaring vanuit Nederlands perspectief

30/03/2017
spelersbus FC Twente (© Daan Krake | dwars)
🖋: 

Ik zou mezelf niet bestempelen als een diehard supporter die zijn club overal naartoe volgt, maar toen FC Twente bekendmaakte dat het tijdens de interlandweek een oefenwedstrijd tegen KSC Lokeren zou spelen, wist ik dat ik mijn club achterna moest.

Sinds ik dit academiejaar aan Universiteit Antwerpen studeer volg ik FC Twente nog altijd op de voet, maar een wedstrijd bezoeken heeft er al een tijdje niet meer ingezeten. Daarbij was de kans vorig jaar groot dat de Enschedese club niet meer zou bestaan. Na financiële malaise van het vorige bestuur (90 miljoen euro schuld1 – er zijn clubs voor minder failliet verklaard) en een verloren rechtszaak tegen de KNVB, leek heel Nederland zich tegen FC Twente te keren en was de club ten dode opgeschreven. Toen was er de Beroepscommissie van diezelfde KNVB die oordeelde dat de club wél haar proflicentie mocht behouden. Met hulp van de Gemeente Enschede, investeerders, supporters en een nieuw bestuur zijn de Tukkers weer de goede weg in geslagen en staan ‘we’ inmiddels 6e in de eredivisie.

 

Ik vind het terecht dat mijn club nog altijd bestaat, ook als ik het hele gebeuren objectief probeer te bekijken. Maar dat terzijde. In gedachten had ik mij al gezeteld in het Daknam Stadion om te aanschouwen hoe ‘mijn club’ de nummer 12 van België finaal van de mat zou spelen. Om uiteindelijk met een afgetekende 0-5 op het scorebord huiswaarts te keren. Het liep echter anders.

 

het Twentse Ros op de zijkant

De zon scheen die bewuste 22 maart 2017. Deze heerlijke lentedag beschouwde ik als een voorteken. De treinreis verliep vlot, vriendelijke passanten in Lokeren wezen mij de weg naar het stadion en toen ik de rode spelersbus met het Twentse Ros op de zijkant zag staan, vervulde mijn hart zich met intens geluk (snap je alleen als je van voetbal houdt).

 

Ik nam plaats op een zeer comfortabele stoel van Tribune 1 alvorens mijn rugzak uitvoerig was gecontroleerd. Uit het Lokerse dialect van de oude steward kon ik iets ontcijferen als: “Nog altijd niveau 3” en “Speciale dag vandaag”. Eigenlijk mocht ik het stadion niet in met een rugzak, maar de steward zag het door de vingers. Voetbal verbroedert laten we maar zeggen.

 

Ik hoorde stemmen achter mij. “Laten we hier gaan zitten.” Een paar rijen verderop zaten selectiespelers Dylan George, Dylan Seys (Belg, gehuurd van Club Brugge, red.) en Nick Hengelman. Ik werd nerveus, het kleine jongetje dat met knikkende knietjes om de handtekening van zijn favoriete speler vraagt, kwam weer in mij naar boven. Ik aarzelde, maar besloot na een paar seconden toch op ze af te stappen en ging uiteindelijk met alle drie op de foto. Alle drie waren ze geblesseerd, dus namen ze plaats op de tribune.

 

‘Klein jongetje’ is in deze natuurlijk relatief. Zelf ben ik 23, George 18, Seys 20 en Hengelman 27. Maar voor mijn gevoel waren ze op dat moment alle drie een stuk ouder dan ik.

 

mijn held Sonny Stevens

Dan de wedstrijd. Na een niet al te hoogstaande eerste helft, waarin het hoogtepunt bestond uit een schot van Lokeren op de lat, zochten beide teams bij een 0-0 ruststand de kleedkamers op, en ik de catering om een pintje te scoren. Onderweg liep ik Sonny Stevens tegen het lijf. Vier jaar geleden werd hij door FC Twente gehaald als eerste keeper, maar echt doorbreken zat er nooit in voor Sonny. Hij viel van de ene langdurige blessure in de andere en revalideert momenteel in Antwerpen.

 

Een paar jaar geleden sprak ik hem ook. Of nou ja, ik probéérde een gesprek met hem aan te knopen. Na een gewonnen bekerwedstrijd in Doetinchem tegen De Graafschap, waarin Stevens een enorme blunder beging, zag ik hem staan in de businesslounge van De Graafschap. Eigenlijk mochten we daar helemaal niet komen, maar het misleiden van de businesslounge-medewerkster bleek verbazingwekkend eenvoudig. Hoe dan ook, het eerste dat toen in me opkwam (met een te hoog alcohol promillage in mijn bloed) was om te zeggen: “Goed gekeept Sonny!” Enfin, dat is cafépraat.

 

Van het hierboven genoemde voorval wist hij zich (gelukkig) niets meer te herinneren. Sonny en ik staan op de foto en we hadden een goed gesprek gehad over zijn blessures en Antwerpen – mijn geweten is weer zuiver. Vanaf het veld klonk het fluitje voor het begin van de tweede helft. Ik nam afscheid van mijn held Sonny Stevens en zetelde mij weer op de volle tribune.

 

Een laatste randje zonlicht was nog net op het veld te zien en op de tribune waaide een ijzig koude wind. Deze wind deed mijn goede voorgevoel van die ochtend teniet en leidde het Twentse onheil in. Na 20 minuten spelen in de tweede helft kwamen de Waaslanders op voorsprong, om niet veel later ook de 2-0 en 3-0 tegen de touwen te werken. FC Twente deed tegen het einde van de reguliere speeltijd nog iets terug, maar deze treffer viel te laat. Lokeren won afgetekend met 3-1 en daar was niets op aan te merken.

 

supportershart

Nou moet ik er bij vermelden dat FC Twente aardig wat (jeugd)internationals in de selectie heeft, waardoor de belangrijkste schakels ontbraken tegen De Tricolores, maar dat maakt de overwinning van Sporting niet minder verdiend. Deze nederlaag deed mij al met al geen verdriet. Nee, de voetbalervaring in Lokeren telt zwaarder en wie had dat ooit kunnen denken. Ik heb mijn club weer eens in actie gezien, mijn supportershart klopt weer vol vreugde.

 

Bekijk hieronder de samenvatting van de wedstrijd.

 

 

 


1 Bij de €90 miljoen zit ook de hypotheek op het stadion van €30 miljoen inbegrepen. In hoeverre telt dat als je als een van de weinige clubs in Nederland je stadion in eigen beheer hebt?