help, waar moeten we dopen?

een accuut gebrek aan dooplocaties op de buitencampus

25/10/2018
Studentendoop in het Park van Eden
Bron/externe fotograaf

Campinaria


“Schachten, schachten, wij zijn niet bij machte in het formuleren van zinnige gedachten!” De echo’s sterven weg uit de straten, het teken dat de doopmaand weer is afgelopen. Commilitones bergen hun witte jassen op en schachten keren blij vermoeid huiswaarts. Opvallend: dit jaar waren er geen gezangen op de site van het Fort VI in Wilrijk, nochtans sinds mensenheugenis de vaste doopstek van de kringen van de buitencampus.

In september communiceerde de universiteit dat ze op dit domein dopen niet (meer) toelaat. Ook het grasveldje achter de studentenhome van Campus Drie Eiken, de officiële dooplocatie voor de buitencampuskringen die opgenomen is in het doop- en feestcharter 2018-2019*, maakte de universiteit verboden terrein. Ontsteltenis bij de studentenkringen en een verrassing voor de stad, die op het laatste nippertje het Park van Eden als alternatief beschikbaar stelde.

 

ongelukkige keuzes en protest

Wij stelden de hamvraag: waarom is dopen aan Fort VI en op het grasveld achter de studentenhome verboden? Koenraad Keignaert en Tinne Nijs van het departement Sociale, Culturele en Studentgerichte Diensten staan ons te woord. Ze leggen uit dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen de site van het Fort VI en het grasveld achter de studentenhome als dooplocatie.

Alleen die laatste werd in het voorjaar voor de eerste keer opgenomen in het doop- en feestcharter van de Stad. Dat maakte dat het grasveld de officiële dooplocatie op de buitencampus was, waar kringen na een aanvraag gebruik van konden maken. Toch mocht geen schacht het gras betreden. “Het grasveldje was een ongelukkige keuze. Er is te lichtzinnig voorbijgegaan aan de mogelijke weerstand van de bewoners tegen die beslissing, onder het mom van ‘de soep wordt niet zo heet gegeten als ze wordt opgediend’. In september was de soep weliswaar gloeiend heet. De bewoners van het studentenhome tekenden protest aan tegen de dooppraktijken die op minder dan tien meter van hun gevel zouden plaatsvinden. Het rectoraat gaf gehoor aan die klachten en besloot dat op geen enkel domein van UAntwerpen nog gedoopt mag worden.”

 

de doopdoos van Pandora

Die nultolerantie opende een onwelriekend potje voor het rectoraat: de ‘clandestiene’ dooppraktijken aan Fort VI. De site staat niet in het charter en een officiële beleidslijn van de universiteit verbiedt er het dopen. Toch is het fort al jaren de dooplocatie bij uitstek van de buitencampuskringen, omdat de voorgangers van Herman Van Goethem het dopen er telkens oogluikend toelieten. Dat gedoogbeleid was een onaangename verrassing voor het huidige rectoraat, dat besloot voet bij stuk te houden en dopen er nu ook in de praktijk te verbieden. Met als pijnlijk gevolg dat drie weken voor de start van het doopseizoen de buitencampuskringen zowel op het grasveld als aan het fort persona non grata waren.

 

Het grasveldje achter de studentenhome CDE als dooplocatie was een ongelukkige keuze.

 

“Bij een personeelswissel vallen er lijken uit de kast en dit was er een”, laten Koenraad en Tinne weten. Ze nemen het op voor hun broodheer. “Voor de rector was dit een pijnlijke affaire. Hij werd genoodzaakt snel een beslissing te nemen over het doopbeleid en dacht dat hij kon terugvallen op een beleidslijn die al jaren in voege was. Van het gedoogbeleid was hij niet op de hoogte. Dat kan hem moeilijk kwalijk genomen worden. Hij heeft de studenten alleszins niet in de wind willen zetten.”

 

mirakels, helden en levensgevaar

De goeie intenties van het rectoraat ten spijt, was het nieuws voor de studenten een klap in het gezicht. Ze voelden zich buitengesloten, omdat ze niet bij de discussies over een alternatieve locatie betrokken waren. Owen Diebels, praeses van ASK-Stuwer: “We hadden kunnen aangeven dat er aan het fort nog locaties zijn die zich perfect lenen voor het doopritueel.”

Koenraad en Tinne brengen begrip op voor deze denkpiste, maar repliceren dat de hele site van het fort verboden terrein zou zijn geweest. “De site is over de jaren heen veel kleiner geworden. Onder meer een topsportschool, schietclub, paramilitairen en een tennisvereniging hebben zich daar ondertussen gevestigd. Over het dopen denken zij allemaal hetzelfde: ‘Not in my backyard’. De onaangeroerde plekken op de site zijn dan weer levensgevaarlijk.”

 

Over dopen denkt iedereen tegenwoordig hetzelfde: 'Not in my backyard'.

 

Ze leggen ook uit dat er simpelweg geen tijd meer was om met de studentenkringen in overleg te gaan. Bij de stad horen we hetzelfde verhaal: “Een inspraakmoment voorzien was onmogelijk. Bovendien viel deze beslissing in september op een moment dat het Antwerpse Studentenoverleg (ASO) en de kringraden van ASK-Stuwer en Unifac nog niet plaats konden vinden.”

De buurtregisseurs** van de stad zijn overigens zonder meer de helden in het doopverhaal. Halsoverkop gingen ze op zoek naar een nieuwe dooplocatie en ze vonden die ook: uitzonderlijk kon de doop dit jaar plaatsvinden in het Park van Eden. Koenraad en Tinne: “De stadsdiensten hebben zich van hun beste kant laten zien. Tegen een strakke deadline hebben ze die site gefaciliteerd. Dat is een klein mirakel.”

 

een happy end?

Eind goed al goed? Nog niet helemaal. Hoewel de studenten de inzet van de Stad appreciëren en blij zijn dat ze überhaupt een locatie hadden om te dopen, geven ze aan dat het Park van Eden allesbehalve de ideale doopplek was. “Aansluitingen voor water en stroom waren er bijvoorbeeld niet”, vertelt Owen. “De schachten konden zich na de doop niet opfrissen en wanneer de zon onderging hadden we geen verlichting.” Koenraad en Tinne bieden soelaas en benadrukken dat het Park van Eden een tijdelijke oplossing was. “Nu hebben we weer een heel academiejaar om naar een nieuwe dooplocatie op zoek te gaan. De heisa zal volgend jaar nog niet vergeten zijn en zal niet opnieuw voorkomen.”

 

* De – om in studentikoze termen te blijven – codex voor dopen en feesten in Antwerpen.
** Een persoon die in een wijk aangesteld is om acties op te zetten die een positieve buurtbeleving bevorderen.