fraude: de werkelijkheid en de verbeelding

de worstelingen van de fraudecommissie en studenten met spiekbriefjes

18/05/2017
🖋

Examenfraude, geen student die zijn vingers eraan zou willen branden. Toch dromen we er allemaal wel eens van: frauderen op het examen zonder betrapt te worden en slagen met een hoog cijfer zonder alle data in ons cognitieve archief te hebben opgeslagen. Dit artikel is voor de ondernemende student. De student die risico durft te nemen, zijn academische loopbaan op het spel durft te zetten, wiens geweten zuiver is na moedwillige bedriegerij. Tevens is dit stuk een ode aan zij die niet wisten te ontsnappen aan het alziende oog van de fraudecommissie.

In het OER (Onderwijs- en Examenreglement) van academiejaar 2016-2017, wordt in paragraaf 18.2.1 de volgende beschrijving gegeven van fraude:

 

“Als fraude wordt beschouwd het bedrog bij het afleggen van examens, alsook andere onregelmatigheden die van aard kunnen zijn de uitslag van het examen te beïnvloeden. Ook het bezit met de mogelijkheid tot gebruik van middelen waarmee fraude kan worden gepleegd (bvb. gsm, iPod, enz.), wordt als fraude beschouwd, zelfs als dit slechts achteraf mocht worden vastgesteld.”

 

Omdat het bovenstaande op vele (creatieve) manieren geïnterpreteerd kan worden, vroeg dwars aan Stijn Moonen, secretaris van de Fraudecommissie Toegepaste Economische Wetenschappen (TEW), wat nu precies onrechtmatige middelen zijn waarvan alleen het bezit ervan al als frauduleus wordt beschouwd. Onder “enz.” kan namelijk vanalles worden verstaan.

 

“Deze regels zijn voor alle faculteiten dezelfde”, luidt het oordeel van de secretaris. “Een opsomming geven van alle zaken die verboden zijn, is niet haalbaar, omdat de technologie niet stilstaat. Niet iedereen die examentoezicht houdt, kan op de hoogte zijn van alle beschikbare middelen en iemand die wil frauderen, wordt al snel creatief. Een analoog horloge verbieden lijkt misschien ver te gaan, maar het is niet altijd mogelijk om bij iedereen individueel het horloge te controleren alvorens het examen start, zeker als het over grote groepen studenten gaat. Het is om die reden dat een examinator best gewoon kan aangeven welke middelen wél toegestaan zijn.”

 

geen enkele onregelmatigheid

Om de slaagkansen van fraudepogingen voor de komende examenperiode in te schatten, vermoeden we dat het raadzaam is om naar de afgelopen periode te kijken − ervan uitgaande dat TEW representatief is voor alle faculteiten. “Het toeval wil dat de voorbije examenperiode de eerste was waarbij er in onze faculteit geen enkele onregelmatigheid werd gemeld bij de fraudecommissie in ongeveer tien jaar. Dit is dus een grote uitzondering. Het gaat nooit over grote aantallen, maar een vijftal per examenperiode is geen uitzondering. Nu, als je er rekening mee houdt dat er in onze faculteit ongeveer 3.000 studenten ingeschreven zijn, gaat het over duizenden examens, papers en thesissen per zittijd. Dan zijn die enkele gevallen echt wel weinig, zelfs al zal wellicht niet iedereen die probeert te frauderen ook betrapt worden.”

 

Aan de studenten van TEW die de afgelopen periode door de mazen van het net zijn geglipt: chapeau! Kan je jezelf nog wel in de spiegel aankijken en ben je nog altijd met jezelf in het reine?

 

een persoon naar keuze

Mocht je denken dat fraudecommissarissen een saaie functie bekleden en meer met papier dan met mensen in contact komen, dan heb je een verkeerd beeld. “Ik kan ook hier enkel spreken over onze faculteit. Enkele jaren terug werd een student betrapt op plagiaat bij een paper. Toen de student zich kwam verdedigen voor de fraudecommissie werd hij, zoals het reglement voorziet, bijgestaan door een persoon van zijn keuze. In dit geval was het de vader van de student die al bij aanvang het woord nam: ‘Ik ga ervan uit dat mijn zoon te goeder trouw heeft gehandeld en dat deze zaak berust op een vergissing. Echter, wanneer u kan aantonen dat hij wel degelijk plagiaat heeft gepleegd, zal hij de gevolgen moeten dragen, zowel de sanctie die u hem dan oplegt, als degene die ik voor hem zal voorzien.’ De vader was nogal zeker van zijn stuk, maar naarmate de bijeenkomst vorderde en de bewijslast duidelijk werd, veranderde zijn mening. Uiteindelijk heeft de student ook toegegeven dat zijn paper voor een groot deel copy-pastewerk was. De vader heeft uiteindelijk de leden van de fraudecommissie nog bedankt. Welke sanctie hij voor zijn zoon had voorzien, zullen we nooit weten. Niet meteen een geval waarbij de fraude zelf tot de verbeelding spreekt, maar waarvan de afhandeling uitzonderlijk was.”

 

Dan nog even een aantal formaliteiten mocht je ooit betrapt worden in een poging te sjoemelen met je resultaten. “Eerst en vooral: het is de fraudecommissie die de onregelmatigheden moet beoordelen en eventueel een sanctie kan opleggen. Een ‘veroordeelde’ student kan wel beroep aantekenen bij de examencommissie tegen de beslissing van de fraudecommissie.”

 

En nog altijd komen ze voor. “In een aantal gevallen is een zaak duidelijk. Zo worden er nog steeds studenten betrapt met spiekbriefjes. Dan is er doorgaans weinig twijfel over de vraag of het over examenfraude gaat.”

 

>NB: dwars kan, omwille van dit artikel, niet als betrokkene worden aangewezen bij niet al te sluikse fraudepogingen.