den Echo

de gezichten achter de Antwerpse studentencafés

05/12/2018
Den Echo (© Corine Nelemans | dwars)
Bron/externe fotograaf

Corine Nelemans


De voorbije jaren hebben verschillende studentencafés in Antwerpen de deuren gesloten. Dat betekent niet dat de Antwerpse studenten droog hoeven te staan: er blijven genoeg cafés over die zich staande weten te houden. Maar wie zijn de gezichten achter de huidige Antwerpse studentencafés? Dit is het verhaal van de café-uitbater in ’t Stad

Kenneth Candries (45) en Melanie Le Bruyn (33) zijn de uitbaters van café Den Echo en het naastgelegen restaurant BarBouf in de Lange Nieuwstraat. Den Echo bestaat ondertussen al 25 jaar. Kenneth heeft het eind 1994 overgenomen. “Ik werkte daar als student en het was toen eigenlijk zo goed als failliet”, vertelt hij. “Ik zag veel potentieel in Den Echo. Het is een mooie ruimte met veel mogelijkheden.” “En Kenneth studeerde gewoon niet zo graag”, pikt Melanie in. “Ja, da’s waar. Den Echo was ook een beetje mijn laatste hoop. Ik was voor alle vakken gebuisd en stond met mijn rug tegen de muur. Ik heb nog geprobeerd om te studeren, maar dat was toch niet echt voor mij weggelegd”, zegt Kenneth. 

Melanie werkt al sinds haar zeventiende in Den Echo, maar dat weerhield haar er niet van om ook te blijven studeren. “Ik ben afgestudeerd als sociaal-cultureel werker. Daarna ben ik begonnen aan een bachelor in de sociologie op de universiteit, maar ik heb mijn eindwerk nooit geschreven. Daar heb ik wel spijt van.” Melanie begint te lachen. “Ik heb eigenlijk jarenlang in Den Echo en BarBouf gewerkt om daarna al het geld weer terug aan Kenneth te geven om de aandelen te kunnen kopen.” 

Er is geen sprake van een scherpe taakverdeling tussen Den Echo en BarBouf. Melanie vertelt dat zij eigenlijk alles deed voor ze hun zoontje kregen, maar sinds Leon geboren is, werkt ze 's nachts niet meer. Melanie regelt nu voornamelijk de boekhouding en al het papierwerk, terwijl Kenneth alle fysieke handelingen doet, zoals de brouwer nakijken en de personeelszaken regelen. "En Melanie blust alle brandjes", voegt Kenneth toe. “Ja, ik los alle miserie op”, bevestigt Melanie stellig.

 

Ik hoop dat onze zoon later pinten komt drinken in Den Echo.

 

Den Echo is al jaren het stamcafé van studentenclubs Omnes en Primus Scaldiae en van horecaprojectbureau Mise en Place. De laatste twee jaar hebben nog vier clubs – Antigonia, Creatica, Absoc en Calesa – Den Echo omgedoopt tot hun thuisbasis. “Dat komt denk ik vooral door de mond-tot-mondreclame", zegt Kenneth. Melanie pikt in: “Iedereen is welkom. Van links tot rechts, van geel tot groen, van wit tot zwart.” 

Kenneth en Melanie kunnen wel honderden verhalen vertellen over wat ze de laatste twee decennia allemaal hebben meegemaakt in Den Echo. “Het strafste dat we ooit hebben meegemaakt, was dat er een diamantdief Den Echo binnenstapte. Die had ergens in de Diamantwijk een heel dure diamant gestolen en hij is die bij ons komen verstoppen. Een dag later stond de staatsveiligheid en federale politie op de stoep om die diamant te zoeken. Ze hebben die gevonden in het waterreservoir van het mannentoilet. Dat heeft toen nog in de kranten gestaan”, vertelt Kenneth. “Ik vroeg nog aan de politie hoeveel die diamant waard was”, vult Melanie aan. “Die hebben eens goed gelachen. Dat bleek iets van een half miljoen te zijn.” 

Dat mensen die je leert kennen op café vrienden voor het leven kunnen worden, kunnen Kenneth en Melanie uit eigen ervaring bevestigen. “Wij zijn al naar heel veel bruiloften en babyborrels geweest van mensen die elkaar hebben leren kennen in Den Echo”, vertelt Melanie. “Dat is heel plezant. Onze zoon speelt nu ook met kinderen van mensen waarmee wij vroeger pinten dronken. Ik hoop dat Leon later ook pinten komt drinken in Den Echo. Dat zou de cirkel rond maken.”

Een studentencafé, een restaurant, een zoontje van vier en elkaar. Je zou denken dat het lastig is om dat allemaal te combineren en dat het op zijn tijd de nodige frustraties met zich meebrengt, maar dat valt reuze mee. “Een studentencafé is tegenwoordig seizoensarbeid”, legt Kenneth uit. “Het is druk in oktober, november en december. Daarna valt het stil. Dan heb je nog februari, maart en april, en daarna zijn het weer examens en komt de zomervakantie eraan. Het studentenseizoen duurt eigenlijk maar een half jaar. Er blijven dus genoeg dagen over waarop we tijd hebben voor elkaar. En ik heb een heel goede vrouw die veel kan verdragen. Dat is heel belangrijk. Je moet elkaar daar wel in kunnen vinden, anders wordt het niets.” “Van oktober tot december hebben wij een latrelatie”, zegt Melanie. “Stel je voor dat ik een jaloers type zou zijn en mijn man zit iedere avond op café. Kenneth komt vaak pas om vier uur ’s nachts thuis. Dan heb je niets aan jaloezie. Aan de andere kant ben ik ook vaak alleen thuis natuurlijk …” knipoogt ze.

Het koppel is voorlopig nog niet van plan om te stoppen met Den Echo. “Een studentencafé uitbaten houdt je jong”, zegt Melanie. “Met studenten is het altijd plezant”, voegt Kenneth toe. “In een ander café zitten altijd dezelfde zageventen, maar in een studentencafé trek je om de vier à vijf jaar een totaal ander publiek. Je ontmoet constant nieuwe mensen en dat houdt je inderdaad jong.” Als Den Echo toch ooit wordt overgenomen, dan heeft Kenneth alvast een duidelijke wens. “Ik zou willen dat er een foto van ons blijft hangen”, zegt hij. “We hebben dat dan toch minstens 25 jaar uitgebaat, dus zo’n foto zou ik wel tof vinden. Of een muurschildering, dat is ook goed. O ja, en een koperen plaatje met mijn naam erop aan de toog in mijn hoek.” Als ik vraag naar hun ultieme droompensioen, krijg ik direct weerwoord van Melanie. “Zeg, ik ben nog maar 33, hè. Ik moet nog minstens dertig jaar werken!”