BRIEF AAN DE TOEKOMSTIGE RECTOR (3)

rectorverkiezingen

12/12/2023
ūüĖč: 

In aanloop van de rectorverkiezingen schrijft onze redacteur enkele brieven aan de toekomstige rector waarin hij zich zo vrij voelt aanbevelingen en suggesties te doen. Ditmaal wil hij het hebben over eenieders welzijn.

Geachte toekomstige rector

Laat ik beginnen met een kleine ontboezeming. Fout, ik heb geen KU Leuven-merchandise gekocht om onder de kerstboom te leggen. Er is nog tijd. Wel mijmer ik soms over de bevindingen die in de welzijns­enquête van UAntwerpen (editie 2020) staan, te meer omdat ik de editie van 2016 met veel interesse heb gelezen en ook herlezen. Helaas worden de resultaten van de meest recente versie niet gepubliceerd, u kent inmiddels mijn verdriet hieromtrent. Dus wat moet een mens dan? Inderdaad, zelf een welzijnsenquête voeren. Ik mailde lukraak academici uit alle faculteiten om te vragen hoe hun welzijn en dat van studenten kan worden verbeterd en wachtte geduldig op een enthousiast antwoord. Wat ik hieruit leerde valt misschien niet wetenschap­pelijk en statistisch te onderbouwen, dat geef ik olijk en grif toe, maar het is daarom niet minder leerrijk.

Bepaalde kwesties werden door de academici met wie ik sprak¬†‚ąí¬†ik durf niet uit te sluiten dat u een van hen was¬†‚ąí¬†met een constante regelmaat aangehaald als oorzaak van piekende stressnivaeus. Staan bovenaan: de zoektocht naar externe financiering en het tijdrovende uitschrijven van onderzoeksprojecten met minimale slaagkansen. Nek-aan-nek daarmee:¬†het gebrek aan appreciatie voor goed onderwijs, veelal dankzij de klemtoon op onderzoek binnen de spreidstand tussen¬†onderzoek, onderwijs en dienstverlening. De numerieke evaluatie van academici en de continue druk om geld in het laatje te brengen¬†staan bovendien op gespannen voet met het publieke karakter van universiteiten. Academici gaan denken en handelen in functie van de parameters waarop ze worden beoordeeld: dat wakkert de verleiding aan om onderzoeksprojecten in te dienen die niet noodzakelijk veel relevantie hebben, maar waarvan de slaagkansen het hoogst zijn. Er is een individuele verantwoordelijkheid, zeer zeker, maar het valt niet te ontkennen dat de druk om te publiceren academici systematisch kwetsbaar maakt voor wetenschapsfraude.

Ik wil van deze brief ook gebruikmaken om mijn dank te betuigen aan alle academici die ik de afgelopen tijd sprak en die een uur of meerdere uren tijd vrijmaakten om hun visie uiteen te zetten en bijwijlen hun hart te luchten. Het is allesbehalve evident om je kwetsbaar op te stellen tegenover een student die toevallig af en toe dingetjes schrijft voor een studentenblad. Mijn persoonlijke observatie is dat het soms nog minder evident is om je hart te luchten bij collega‚Äôs binnen dezelfde universiteit. Een competitief systeem dat een grote prestatiedrang eist van het individu tast onherroepelijk het sociaal weefsel aan. Nogal wat academici die ik sprak missen ondersteuning en ervaren de universiteit als een individualistische omgeving. Maar goed, kun je verbondenheid verwachten als je strompelt van de ene tijdelijke deeltijdse aanstelling naar de volgende tijdelijke deeltijdse aanstelling, van onzekerheid naar onzekerheid? Zo zijn er academici die tegelijk vier verschillende deeltijdse statuten aan UAntwerpen bekleden en een handvol geleerde fiscalisten nodig hebben om hun belastingbrief in te vullen. Het gemis aan sociaal weefsel heeft een weerslag op het persoonlijke welzijn. Een sterker middenkader kan bijdragen aan een remedi√ęring van dat probleem, net zoals een betere samenwerking tussen personen, onderzoeksgroepen en¬†faculteiten dat kunnen. Alleen komen we daar bij een wortel van het probleem: de evaluaties zijn niet gericht op het presteren van groepen, maar op individuen;¬†wat de onderlinge wedijver aanwakkert. Lieve toekomstige rector, ik snap dat hiervoor geen pasklare oplossingen zijn, maar ik vind het wel nuttig u deze bevinding te signaleren.

Ik kan overigens niet uitsluiten dat u mijn brief bent beginnen lezen en met uw ogen rolde toen u het woord welzijn las, om mijn brief voorts onaangeroerd te laten. Het zou een jammerlijke smet zijn op onze inmiddels innige band, maar vrees niet. Hoewel u me misschien een sneeuwvlokje vindt omdat ik belang hecht aan zorgzaam met elkaar omgaan, neem ik zulks niet persoonlijk. Misschien vindt u wel dat het te veel over welzijn gaat. Misschien vindt u al dat gedoe over welzijn en inclusiviteit woke gepamper. Misschien vindt u dat wie geen hitte verdraagt uit de keuken moet blijven en gelooft u dat door voldoende eieren tegen de muur te gooien de sterksten het wel overleven. Het zijn geluiden die ook leven onder academici, dus u hoeft zich niet eenzaam te voelen. Het doet me denken aan ‚ÄúWe spelen Champions League‚ÄĚ, wat als verweer werd gebruikt voor het grensoverschrijdende gedrag bij de Nederlandse talkshow De Wereld Draait Door. Wie aan de top wil meedraaien, moet een harde cultuur maar verdragen. Sta me toe beleefd te blijven: een belachelijke logica. Zorgen voor elkaar hoeft kwaliteit niet in de weg te staan, net zomin harde competitie garantie is voor kwaliteit. Wel integendeel, uit Amerikaans onderzoek blijkt ook dat hard leiderschap niet productief is, maar net schadelijk voor personen en organisaties. Je kunt de lat hoog leggen zonder van mensen puree te maken. Je kunt als universiteit inclusief zijn zonder aan kwaliteit in te boeten. Dat is mijn heilige overtuiging. En de uwe?

Met openlijke groeten
Matthias

PS Academici die nooit een mail van mij hebben ontvangen en zich (terecht!) over het hoofd gezien voelen, kunnen me altijd contacteren. Ik breng om het goed te maken koekjes mee.