Ik heb altijd al dierenarts willen worden. Toen ik mijn middelbareschooldiploma behaalde, meldde ik mij aan voor de selectie aan de Universiteit Utrecht – de enige plek in Nederland waar je Diergeneeskunde kan studeren. Helaas werd ik in 2021 niet toegelaten. Ik besloot aan UAntwerpen te beginnen met dezelfde opleiding (toen nog zonder toelatingsproef). Na een paar jaar in Antwerpen besloot ik toch nog eens een poging te doen in Utrecht. Deze keer lukte het mij wel om door de selectie te geraken en nu studeer ik sinds 2025 weer in Nederland. Met ervaring in beide landen ben ik de ideale persoon om deze twee onderwijssystemen eens met elkaar te vergelijken.
De selectie voor Diergeneeskunde aan de Universiteit Utrecht bestaat uit een situational judgement test (SJT) en het aanleveren van de punten die je hebt behaald op het middelbaar. Bij de SJT wordt getoetst hoe jij reageert in realistische, beroepsspecifieke situaties. Je krijgt casussen voorgelegd die je in de praktijk kan tegenkomen, waarbij je de beste of slechtste reactie moet kiezen. De 225 studenten met de hoogste score op de SJT en het hoogste middelbareschoolgemiddelde worden toegelaten.
In Vlaanderen is er ook een toelatingsproef voor de richting Diergeneeskunde. Dat examen bestaat uit twee delen. In het eerste deel, ‘Kennis en inzicht in de wetenschappen’, wordt je kennis van biologie, fysica, chemie en wiskunde getoetst. Het tweede deel, ‘Generieke competenties’, richt zich op algemene vaardigheden en communicatieve en cognitieve competenties. Je moet voor het examen slagen en bij de beste 240 studenten horen om te mogen starten met de opleiding. Als je wordt toegelaten, mag je kiezen tussen UAntwerpen of UGent. UAntwerpen biedt enkel de bacheloropleiding aan. Voor de master zal je dus sowieso naar Gent moeten.
collegegeld en huisvesting
Het collegegeld in Nederland bedraagt 2.694 euro in het collegejaar 2026-2027. Dat is een door de overheid vastgesteld bedrag. In België ligt het collegegeld rond de 1.181,40 euro. ‘Rond’, omdat het is opgebouwd uit twee delen: een vast bedrag van 305,40 euro en ongeveer 14,60 euro per opgenomen studiepunt. Studeren in Nederland is ruim twee keer zo duur. Wel valt mij op dat je in België vaak rekening moet houden met hogere kosten voor studiemateriaal. In Nederland zijn veel bronnen inbegrepen in de digitale licenties van de universiteit.
De studie zelf is niet het enige wat duurder is in Nederland. Ook studentenwoningen zijn vaak duur. In Antwerpen betaal je gemiddeld tussen de 400 en 600 euro per maand voor een kot. In Nederland ligt de gemiddelde huur voor een kamer rond de 685 euro per maand. Daar staat wel tegenover dat je in Nederland, als je je kan inschrijven op je adres en zelfstandig woont (eigen voordeur, keuken en toilet), je mogelijk recht hebt op huurtoeslag. Dat maakt het huurbedrag lager, maar de hoeveelheid toeslag hangt van jouw persoonlijke situatie af.
Een kot vinden in België was naar mijn mening vrij eenvoudig. Je zoekt online, reageert op een paar advertenties, gaat langs voor een bezichtiging, belt de huisbaas en je hebt een kot. In Nederland is dat helaas een ander verhaal. Al sinds de jaren zeventig kampt Nederland met een tekort aan studentenkamers en de afgelopen decennia is dat probleem alleen maar gegroeid. Zelf sta ik sinds eind 2020 ingeschreven voor een woning en inmiddels kom ik langzaam hoger op de wachtlijst. Voor studentenkamers kom je vaak sneller in aanmerking, maar dat gaat via het zogenoemde hospiteersysteem: je moet worden uitgekozen door de huidige bewoners. Dat maakt een kamer vinden erg lastig.
examens vs. tentamens
In België bestaat het collegejaar uit twee semesters die worden afgesloten met de beruchte blokperiodes in januari en juni. Tijdens die periode ligt de focus volledig op studeren en leg je al je examens in één keer af. De colleges liggen stil en studenten richten zich volledig op hun examens. In Nederland is het systeem anders ingericht. Het collegejaar bestaat meestal uit meerdere blokken van tien weken, waarin je twee à drie vakken volgt per blok. Aan het einde van elk blok maak je een tentamen, de afsluitende toets, waardoor de studielast meer verspreid is over het jaar.
het studentenleven
In België speelt het studentenleven zich vaak af binnen studentenverenigingen. Die organiseren regelmatig activiteiten en feesten, waardoor er een hechte en actieve studentencultuur ontstaat. Uitgaan gebeurt vaak binnen die verenigingen of op vaste plekken die sterk met het studentenleven verbonden zijn. In Nederland is het aanbod aan uitgaansmogelijkheden breder en minder gebonden aan verenigingen. Studenten gaan eerder naar cafés, clubs of festivals, en het sociale leven speelt zich meer verspreid af buiten de studie.
mijn ervaring
Beide systemen hebben hun charme. In België heb ik een leuke tijd gehad en is het studentenleven heel hecht. Tegelijkertijd merkte ik dat de onderwijscultuur anders aanvoelde: docenten kwamen vaak wat afstandelijker en strenger over dan in Nederland, waar ik juist meer toegankelijkheid en ruimte voor vragen ervaar. Daarnaast verschilt ook de manier van lesgeven. In Nederland heb ik meer presentaties en werk ik vaker samen met andere studenten. We hebben er ook werkgroepen, waar je in kleine groepjes actief met de leerstof aan de slag gaat en opdrachten maakt. Dat maakt het gemakkelijker om vragen te stellen en zorgt ervoor dat je meer betrokken bent bij de stof. De blokperiodes in België werkten voor mij minder goed. In Nederland past de meer gespreide studielast beter bij mijn manier van leren. Het houdt me gemotiveerd en zorgt voor meer structuur doorheen het jaar. Daarom voel ik me hier het meest op mijn plek, al kijk ik met een goed gevoel terug op mijn tijd in België.
- Login om te reageren