De voorbije maanden hebben we met z’n allen kunnen genieten van een heerlijk wielervoorjaar, maar terwijl de supporters een pintje drinken langs de zijlijn of in de zetel, zijn de atleten wel fel aan het afzien. Hoe ervaren de renners zo’n koersdag eigenlijk zelf? dwars sprak met Tom Crabbe, de prille twintiger die dit voorjaar een straffe campagne reed bij Flanders-Baloise, om te weten te komen hoe het is als nieuwkomer in het peloton: “Tenzij je een van de grote mannen bent, is er vrij weinig druk vanuit de media zelf, maar je legt jezelf wel meer op omdat je weet dat de mensen meekijken.”
Ik zag op Instagram dat je als klein manneke al in wielertenue rondliep. Waar en wanneer is jouw wielerliefde ontstaan?
Oh ja, ik fiets al lang. Eerst heb ik nog even judo gedaan, maar daarna ben ik op mijn zevende begonnen bij Cycling Club 1785 in mijn dorp Merchtem. Ik reed toen vooral tijdens de zomervakanties veel koersen, waar mijn papa me voor inschreef. Ik keek daar altijd zo hard naar uit dat ik er soms niet van kon slapen. Daarom vertelde hij het me altijd pas op de ochtend van de koers zelf, zodat ik niet te veel stress had. Dat was een heel toffe periode.
Maar toen ik vijftien jaar werd, moest er plots serieuzer getraind worden en dat deed ik toen niet. Dat heeft zo’n drie jaar geduurd, tot ik in het vijfde middelbaar naar de sportschool in Gent ging. Daar heb ik, onder begeleiding van coaches, eindelijk geleerd om echt serieus te trainen. Vanaf dat moment kwam alles in een stroomversnelling en werd ik prof. Natuurlijk veranderde er vanaf dan veel aan de dynamiek, maar voor mij blijft de liefde voor de sport nog altijd het belangrijkste.
Wat onderscheidt wielrennen voor jou van andere sporten?
De rust van op de fiets zitten. Op een zonnige dag zoals vandaag kan ik vijf uur trainen en de hele tijd babbelen met vrienden. Anderzijds geniet ik er ook van om alleen met mijn fiets de natuur in te trekken. Als je zo ver rijdt zie je elke keer weer mooie en nieuwe dingen. Ik doe vaak een toerke naar regio’s of streken waar ik normaal nooit kom om zo de omgeving te leren kennen. Zeker in Spanje en Frankrijk koersen we vaak in regio’s waar normaal niet veel toerisme is, dan kom je in van die kleine dorpjes waar je anders nooit zou komen. Zo leer je steeds nieuwe stukken van de wereld kennen.
Bij supporters is er vaak een vrijheid-blijheid-sfeer, maar zijn er ook minder leuke kanten aan de sport die wij niet zien?
Ja, dat denk ik wel. Als de mensen rondom mij vragen hoe mijn koers is geweest, dan hebben ze maar de helft gezien. Een wedstrijd is zoveel meer dan alleen de koers zelf. Er is de lange voorbereiding daarnaartoe, het vroeg opstaan, de stresserende autorit naar de startplaats: er kan van alles gebeuren en er zijn honderden verhalen te schrijven over één koers. Ik denk dan vooral aan de teleurstelling die je als renner soms ervaart na een wedstrijd. Als supporter kan je de televisie afzetten en dan is de koers gedaan. Als renner is dat veel moeilijker. Wanneer het niet gaat zoals je het had gewild, draag je die emoties mee tot in je bed en vaak zelfs nog tot de dag erna.
Is het – als je zelf niet meerijdt dan – voor jou echt een evenement om naar de koers te kijken?
Absoluut. Parijs-Roubaix en de Ronde van Vlaanderen heb ik allebei niet meegereden en daar heb ik mijn dagen echt wel rond gepland. Natuurlijk hangt het een beetje af van welke koers het is, maar als er bijvoorbeeld een hele chique rit is in de Tour de France spreek ik wel eens met vrienden af om samen te kijken. Als wielrenner hoop ik toch dat je de koers graag kijkt, maar naast genieten kan je er ook veel van leren en koerskennis van opdoen. Zeker bij koersen waarin ik misschien later zelf iets wil betekenen, maak ik daar uitgebreid tijd voor.
Gaat het er bij het supporten soms heftig aan toe?
Ik denk dat ik daarin eerder een rustig type ben. (lacht) Natuurlijk vind ik het altijd leuk om mensen zo hevig te zien supporteren, zeker wanneer ik zelf aan het rijden ben, maar persoonlijk voel ik dat niet zo extreem. Al moet ik toegeven dat ik voor Wout van Aert in Parijs-Roubaix wel fanatiek gesupporterd heb vanuit mijn zetel. Maar hij is een van de weinige renners die zoveel bij me kan losmaken.
Vond je het speciaal om in een peloton terecht te komen waar renners in zitten waar je als jongen nog naar hebt opgekeken?
Ja, zeker! Vorig jaar, tijdens mijn eerste jaar als prof, vond ik het echt speciaal om aan de start te staan met iemand als Wout van Aert. Je moet je natuurlijk focussen op je eigen wedstrijd, maar je bent plots met een idool aan het rijden en dat was niet altijd gemakkelijk.
De eerste keer dat ik met Van der Poel en Pogačar rondreed, merkte ik dat ik hen soms aan het zoeken was om te zien wat ze allemaal aan het doen waren. Dat was zeker een hele aanpassing. Natuurlijk kijk ik nu nog altijd op naar die mannen, maar de wowfactor is wel wat minder geworden. Dat is ook nodig om je te kunnen focussen op je eigen koers.
Als je jezelf ziet over vijf jaar, wat wil je dan bereikt hebben in het wielrennen?
Binnen vijf jaar heb ik de leeftijd om echt goed te zijn, dus ik hoop dat ik tegen die tijd al een paar koersen heb gewonnen en een rol van betekenis heb gespeeld in bepaalde grote wedstrijden. Eventueel heb ik dan al een grote ronde gereden, maar ik probeer eigenlijk niet te ver vooruit te kijken. In het wielrennen kan het snel heel goed of heel slecht gaan, dus ik probeer een beetje voorzichtig te zijn met zo’n voorspellingen. Eerst focussen op wat er nu komt en dan zien we wel hoe het gaat.
Daarnaast denk ik dat een goede work-lifebalance heel belangrijk is. Er wordt nu steeds meer over mentale gezondheid gesproken binnen de sport en dat is ook iets wat ik voor mezelf goed op orde wil hebben. Dat is volgens mij nodig om goede resultaten te boeken.
Ik kan me wel inbeelden dat je heel wat druk ervaart als je plots in het vizier komt te staan. Hoe heb jij dat ervaren?
Dat was toch wel een aanpassing. Het is heel tof om media-aandacht te krijgen, maar dat brengt ook een soort indirecte druk met zich mee. Tenzij je een van de grote mannen bent, is er vrij weinig druk vanuit de media zelf, maar je legt jezelf wel meer op omdat je weet dat de mensen meekijken. Het is belangrijk dat die druk niet de overhand neemt, want dat kan je helemaal opslokken. Dat mentale aspect is iets waar ik zeker nog aan moet werken.
Toch niet te veel berichten gehad van wielermanagers?
Jawel, enorm veel. Zelfs zo veel dat de ploeg beslist heeft om mijn programma online te smijten, zodat Sporza er een artikel over kon schrijven en ik geen berichten meer zou krijgen. Ik ben iemand die normaal heel graag overal op reageert en met iedereen een toffe babbel doet, maar het werd op den duur zo veel dat ik niet meer op iedereen kon reageren. Daar voelde ik me echt slecht over, maar bij momenten zou het bijna een fulltimejob zijn om op iedereen te reageren. Op een gegeven moment moet je dan ook grenzen stellen en kiezen voor rust.
Amen!
Nog een aantal korte vragen om het af te leren:
Wat is je favoriete koers?
De Tour de France!
En je favoriete monument?
Parijs-Roubaix.
Wie was je absolute jeugdidool?
Peter Sagan.
Welk pintje drink je het liefst bij de koers?
Pintje? Oei, ik ben niet echt een drinker. Als ik iets anders drink dan water, is het meestal een Fanta.
Welk wielertruitje vind je het mooist?
Dat van de Unibet Rose Rockets vind ik een zeer uniek en mooi truitje.
- Login om te reageren