Wie verwacht dat een roman begint met een duidelijk verhaal, is bij Zeepijn van Charlotte Mutsaers al snel verloren. Of net gevonden. In eerste instantie voelde ik enige aarzeling om eraan te beginnen. Een docent Intertekstualiteit had het aangekondigd als een werk vol verwijzingen naar andere teksten en kunstwerken. Bovendien staat Mutsaers bekend als een eigenzinnige, postmoderne auteur die graag buiten de gebaande paden treedt. Achteraf bleek mijn onzekerheid onnodig, want na het uitlezen moet ik toegeven dat Zeepijn en de onvoorspelbare auteur erachter mij volledig hebben ingepalmd.
Zeepijn laat zich moeilijk in een genre vatten. Het is geen klassieke roman, maar een hybride compositie van essays, verhalen, brieven en gedichten, aangevuld met illustraties. Mutsaers schrijft helder en elegant, al maken haar gedachtegangen onverwachte sprongen. Eerst kan dat vervreemdend en zelfs licht irritant werken, maar al snel ontstaat er fascinatie. Haar associaties blijken geen willekeur, maar een consequente logica.
Het boek vertrekt vanuit een ogenschijnlijk banale anekdote: een zoektocht naar een verjaardagscadeau in Oostende. In een schelpenwinkel stuit Mutsaers op een vis waarin een peper- en zoutstel verwerkt zit en waarop een dennentakje is geschilderd. Dat detail vormt de motor van het boek: waarom horen zee en dennenbomen samen? Vanuit die vraag ontspint zich een excentriek denkavontuur dat voortdurend uitwaaiert naar literatuur, kunst en herinnering.
Centraal staat het beeld van de ‘zeepijn’, een pijnboom die volgens Mutsaers zowel de hoogte in groeit als zich horizontaal uitstrekt langs de kust. In dat beeld komen twee richtingen samen: het verhevene en het aardse, het denken en het voelen. Die metafoor vat Mutsaers’ schrijfstijl mooi samen. Ze verbindt het concrete met het abstracte, het persoonlijke met het literaire, het detail met het universele. Haar tekst beweegt zich soepel tussen herinneringen, kunstbeschouwingen en literaire verwijzingen zonder haar speelse toon te verliezen.
Wat vooral opvalt, is hoe kleine details uitgroeien tot betekenisvolle motieven. Een dennennaald, een kerstboom op een dijk, een vreemd souvenir … Mutsaers’ fascinatie voor dieren, kunst en natuur loopt als een rode draad door het boek en geeft het een persoonlijk karakter. Tegelijk is Zeepijn een zoektocht naar samenhang en misschien zelfs naar verzoening met tijd, leven en dood.
Het verhaal geeft zich niet in één keer prijs, maar onthult bij elke lezing nieuwe lagen. Wie geneigd is om het boek weg te leggen omdat het ‘vreemd’ lijkt, doet er goed aan nog even door te lezen. Net in die schijnbare grilligheid schuilt de betekenis. Mutsaers toont dat literatuur niet rechtlijnig hoeft te zijn om diep te raken, maar juist kan groeien als een zeepijn: wispelturig, vertakkend en onverwacht samenhangend.
- Login om te reageren