Redactieleden 2012-2015
Als een donderslag bij heldere hemel; zo sloeg het hartverscheurende nieuws toe. Op 26 maart 2026, na een kort ziekbed, heeft dwars afscheid moeten nemen van Judith Buysse, een titaan van een dwarser, van een (eind)redacteur, van een hoofdredacteur, maar bovenal van een vriendin.
Het verdriet dat haar overlijden bij de dwarsredacteuren van weleer (2012-2015) heeft teweeggebracht, is dan ook onbeschrijfelijk groot. Laten we stellen dat het voor vele (ex-)dwarsers nog altijd als iets onwerkelijks, iets onaanvaardbaars aanvoelt. Velen van die (ex-)redacteuren waren bovendien nog altijd intens met haar bevriend. Dat kon Judith immers als de beste, banden duurzaam aanhalen, zonder de pedalen te hard in te duwen. Na haar dwarse (regeer)periode doorzwommen diezelfde redacteuren nog een hoop professionele en minder professionele watertjes met haar die de relatie voor altijd zou bezegelen.
Een hartsvriendin voor velen was ze overigens, eentje die – net zoals die noodlottige donderslag – als een roerende, grootse storm zowel doorheen haar eigen als doorheen ons leven bliksemde en daverde. Een leven dat voor haar en voor vele tijdgenoten pas écht begon bij dwars.
“Wie Judith zegt, denkt dwars. Ze ademt en bloedt dwars, terwijl ze bergketens verzet en de grootste oceanen drooglegt. Verstijven doet ze bij de gedachte dat haar blad ten onder zou gaan. Wie dwars pijnigt, sterft allesbehalve een martelaarsdood.” Het is niet opmerkelijk dat Judith op homerische wijze op de website van dwars wordt omschreven.
Voor Judith was dwars drie jaar lang immers alles. Een hyperbool, denkt u allicht, maar dat is het hoegenaamd niet. Daar, destijds op de Paardenmarkt, kwam Judith thuis. In een ietwat stoffig, met dwarsbladen en krakkemikkige stoelen gevulde ruimte zag Judith haar (journalistieke) toekomst voor zich, want na dwars ging ze onder andere bij Antwerp Management School aan de slag als contentmanager, gevolgd door een functie als eindredacteur bij PZC, de krant van haar geliefde heimat. “Dit is mijn plek”, zal ze toen hebben gedacht, wandelend rond de grote tafel die in het midden van de redactieruimte stond. “Ik ga de boel evenwel naar mijn hand zetten, want er zijn nog wat werkpunten.” Wat ze dus vervolgens ook stelselmatig deed, op haar volkomen eigenzinnige, humoristische, bossy en dwarse manier.
Bij Judith was er namelijk nooit sprake van halfslachtig en in het ijle doordrammend gedoe. Er moest resultaat zijn, liefst lijvig, boeiend, uitgediept én mooi gestructureerd. Je verantwoordelijkheid als redactielid opnemen en beloftes nakomen, ook dát was voor haar een van de hoogste goeden. Judiths motto tijdens haar hoofdredacteurschap luidde immers als volgt: “Regeren is delegeren.” Haar vreugde kon bijgevolg niet op toen ze op een rommelmarkt een bord vond waarop stond: “I’m not bossy, I just have better ideas.” Vanaf dat moment sierde dat welluidend bord het redactielokaal, samen met haar zorgvuldig uitgekozen voorzittershamer (die ze belachelijk vermakelijk hanteerde).
Pas op, Judith was er zich ook van bewust dat journalistieke schrijfsels alleen maar konden schitteren wanneer de innerlijke roerselen van haar redactieleden van tijd tot tijd in kroegen konden worden gevierd, beklonken en/of gedissecteerd. Ze haalde het onderste uit de kan van haar redactie, maar het feestgedruis met gelijkgezinden was voor haar even belangrijk.
Tijdens die gesprekken – ergens in een café in het Antwerpse – bleven Judiths journalistieke krachten de kop opsteken: luisteren en (bij vlagen messcherpe) vragen stellen. Zelfs tussen pot en pint straalde die vaardigheid door, geheel doelbewust trouwens. Dankzij haar wervelende persoonlijkheid, haar immer herkenbare lach en haar scherpe geest wist Judith áltijd de juiste vraag, op het juiste moment, aan de juiste persoon én met de allermooiste intenties te stellen. Zo ontfutselde ze nieuwtjes, ze boorde dieperliggende kwesties aan die mensen dichter bij elkaar brachten en ze draaide haar hand er niet voor om om tot in de vroege uurtjes aan de toog of op haar kot te hangen om de mensen rondom haar bij te staan, aan te moedigen of een schop onder hun gat (of is het ‘poep’ in het Nederlands?) te geven.
Let wel, er moest nadien alsnog een mooi artikel uit de pen vloeien. dwars lag haar nu eenmaal – naast alle mooie, eeuwigdurende vriendschappen – na aan het hart. Dat is zowaar een understatement.
In het holst van de nacht een auto induiken om Europees voorzitter Herman Van Rompuy na diens lezing aan UAntwerpen in diezelfde auto te interviewen? Een kolfje naar haar hand. Spuiten rapen in de Antwerpse parken? Geen probleem! Rector Alain Verschoren op de gril leggen? Nou! Treinen naar Brussel om Triggerfinger te interviewen, op het terras van het iconische Hotel Métropole? Ach, kinderspel! Tegelijkertijd door frontman Ruben Block worden gecomplimenteerd voor haar opzienbarende typkunsten? Rad van tong als ze was, counterde ze dat compliment dan – al typend – weer razendsnel: “Bedankt, als jullie even geweldige antwoorden geven, komen we zeker ergens.” Die gin-tonic nam Triggerfinger daardoor ongetwijfeld voor zijn rekening.
Schrijven, verbeteren, schrappen, weghalen, oppoetsen, creëren, bijleren, helpen; dat deed ze – naast bazig en dwars blijven – doodgraag. Daar was ze voor geboren en ook dát wist ze: “Toen ik tweeënhalf jaar geleden in Antwerpen aankwam, ontwikkelde ik bij dwars vaardigheden en plezier in het schrijven en kreeg ik een snelcursus in het Antwerpse. Na de eerste vergadering had ik nooit kunnen vermoeden dat al die namen uit de onderwijswereld, cultuur en politiek en al hun dossiers ooit referenties bij mij zouden opleveren.” Dat was de opener van haar laatste editoriaal, blik op oneindig, gericht op de toekomst.
Datzelfde editoriaal eindigde ze zo: “Ik heb veel te danken aan dwars en heb er vrienden voor het leven gevonden. Uiteraard zoeken we weer nieuwe redactieleden voor het komende jaar. Ik kan het je van harte aanraden! Blijf niet stilzitten. Blijf bazig. Blijf dwars.”
Als een donderslag bij heldere hemel. Dat was Judith en dat is ze voor altijd.
Redactieleden 2012-2015
- Login om te reageren